CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

929870 bestemmingsplan Klimopstraat, Epe ontwerp

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Klimopstraat Epe15.268 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Klimopstraat, Epe

27

relevante functie heeft voor huismussen en vleermuizen (soortenbescherming). Dit onderzoek zal vóór de sloop van de panden worden uitgevoerd. Gezien het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen niet verkregen zouden kunnen worden. Hiermee wordt het initiatief op het gebied van ecologie uitvoerbaar geacht.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Voorliggende ontwikkeling voorziet de realisatie van 24 (senioren)appartementen. Deze ontwikkeling leidt tot een wijziging van het aantal verkeersbewegingen en de parkeerdruk. De huidige ontsluiting vindt plaats op de Klimopstraat. In de toekomstige situatie zal dit ongewijzigd blijven. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie als gevolg van onderhavig plan is gebruikt gemaakt van de CROW publicatie 381 'Toekomstigbestendig parkeren'. Het plangebied is te categoriseren als weinig stedelijk en ligt in het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. De appartementen worden gerealiseerd als appartement (goedkoop). In dit geval is de maximale verkeersgeneratie per woning maximaal 6,0 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Voor 24 woningen leidt dit tot maximaal 144 verkeersbewegingen per etmaal. Voorheen waren in het plangebied 9 woningen aanwezig, waarvoor een maximale verkeersgeneratie gold van 8,2 motorvoertuigbewegingen. Hiermee was er sprake van 73,8 verkeersbewegingen. Voorliggende ontwikkeling voorziet een toename aan verkeersbewegingen van 70,2 verkeersbewegingen per etmaal. Gezien de beperkte verkeersintensiteit van de Klimopstraat kan worden gesteld dat deze toename kan worden opgevangen.

Parkeren Ter plaatse van het plangebied geldt Parapluplan Parkeren (vastgesteld 8 november 2011). Hierin is voorgeschreven dat bij bouwplannen de parkeernormen dienen te worden gevolgd uit de Nota Parkeernormen 2018 van de gemeente Epe. Voor onderhavig plangebied geldt dat het plangebied is gelegen in de rest bebouwde kom van Epe. Voor de categorie 'Huurhuis, sociale huur' geldt een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning. Gezien het feit dat het hier appartementen betreft en gezien de grootte en doelgroep van de appartementen, is de afspraak tussen de gemeente en de initiatiefnemer gemaakt dat een norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning geldt. Derhalve dient voorliggende ontwikkeling te voorzien in 34 parkeerplaatsen. Onderstaande afbeelding toont de positionering van de parkeerplaatsen.

Toekomstige positionering van parkeerplaatsen in plangebied (bron: Beltman Architecten).

28

Klimopstraat, Epe

Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling worden 34 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied, ten westen van de woningen, zie bovenstaande illustratie. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In en rondom het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig die door deze ontwikkeling in gevaar komen. Het gebouw voegt zich in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Archeologie Volgens de archeologisch verwachtingswaardenkaart van de gemeente Epe heeft het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Hieronder een uitsnede van deze kaart met het plangebied gemarkeerd. Naar aanleiding van de hoge verwachtingswaarde is er een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 7. Op basis van de conclusies van dit onderzoek is in overleg met de regioarcheoloog besloten dat voor de uitvoering van voorliggend plan een archeologisch vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd.

In de regels van dit plan is het uitvoeren van dit archeologisch vervolgonderzoek geborgd middels het opnemen van een archeologische dubbelbestemming.

Klimopstraat, Epe

29

Archeologische verwachtingswaardenkaarten gemeente Epe

Op het gebied van cultuurhistorie en archeologie is het bestemmingsplan uitvoerbaar.

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

30

Klimopstraat, Epe

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  'Tuin'. Gronden bij woningen, die in beginsel vrij van bebouwing dienen te blijven, hebben de bestemming 'Tuin' toegewezen gekregen. De bestemming maakt deel uit van de overige tot een bouwperceel behorende gronden, hetgeen relevant is bij de berekening van de maximaal toegestane bebouwing.  'Wonen', waarbij de woonfunctie wordt neergelegd; op de verbeelding worden enkele maatvoeringsaanduidingen opgenomen die gestapelde woningbouw mogelijk maakt.  Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2', mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Dit plan kent geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Klimopstraat, Epe

31

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door het college wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het bestemmingsplan zal in het kader van het wettelijk vooroverleg worden toegestuurd aan de belanghebbende instanties.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

Via diverse informatiebijeenkomsten zijn alle omwonenden over het voorgenomen project geïnformeerd. Het betrof hier zowel huurders van Triada in omliggende woningen als ook andere bewoners nabij het ontwikkelgebied. Vertegenwoordigers van Triada en de architect waren tijdens deze bijeenkomsten aanwezig. Ook de gemeente Epe was als toehoorder aanwezig. Over de uitkomsten van de informatiebijeenkomsten is men vervolgens zowel per brief als via de website van Triada geïnformeerd over de verdere planvorming en de inhoud van het plan. Met diverse omwonenden zijn individuele gesprekken gevoerd om hun vragen en opmerkingen te bespreken. Dit heeft er o.a. in geresulteerd dat met de omwonenden van de achterliggende woningen afgesproken is om middels een groenplan de privacy extra te waarborgen. Door de plaatselijke hovenier is hiervoor in overleg met de betreffende bewoners een groenplan opgesteld. In bijlage 8 zijn de documenten opgenomen die toebehoren aan het participatieproces van voorliggend plan. Het groenplan is opgenomen in bijlage 9.

6.4

Verslag zienswijzen

In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.

32

Klimopstraat, Epe

Bijlagen bij de toelichting

Klimopstraat, Epe

33

34

Klimopstraat, Epe

Bijlage 1

Klimopstraat, Epe

Schetsontwerp bouwplan

35

36

Klimopstraat, Epe

Bijlage 2

Klimopstraat, Epe

Bodemonderzoek

37

38

Klimopstraat, Epe

Bijlage 3

Klimopstraat, Epe

Akoestisch onderzoek warmtepompen

39

40

Klimopstraat, Epe

Bijlage 4

Klimopstraat, Epe

Digitale watertoets

41

42

Klimopstraat, Epe

Bijlage 5

Klimopstraat, Epe

Voortoets stikstof

43

44

Klimopstraat, Epe

Bijlage 6

Klimopstraat, Epe

Quickscan flora en fauna

45

46

Klimopstraat, Epe

Bijlage 7

Klimopstraat, Epe

Archeologisch onderzoek

47

48

Klimopstraat, Epe

Bijlage 8

Klimopstraat, Epe

Participatieproces

49

50

Klimopstraat, Epe

Bijlage 9

Klimopstraat, Epe

Groenplan

51

52

Klimopstraat, Epe

Regels

Klimopstraat, Epe

53

54

Klimopstraat, Epe

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Klimopstraat, Epe met identificatienummer NL.IMRO.0232.EPE041Klimopstraat-OBP1 van de gemeente Epe. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 verbeelding: de analoge en digitale verbeelding van de bestemming(en) bij dit bestemmingsplan. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist. 1.7 aan-huis-verbonden beroep een dienstverlenend beroep en/of ambachtelijk beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.8 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de culturele overblijfselen uit oude tijden.

1.9 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen. 1.11 begane grond de bouwlaag op de begane grond. 1.12 bestaand gebruik het op het tijdstip van het inwerking treden van het plan aanwezige legale gebruik.

Klimopstraat, Epe

55

1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15 Bevi-inrichting bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.16 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.17 bouwen het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.19 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.23 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist. 1.24 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Onder detailhandel wordt tevens begrepen ondergeschikte horeca. Onder detailhandel vallen geen afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten.

56

Klimopstraat, Epe

1.26 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van economische of maatschappelijke diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen. 1.27 eerste verdieping de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen. 1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29 gestapelde woning een woning in een gebouw, dat meerdere geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat. 1.30 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.31 ondergeschikte horeca niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is. Van de vloeroppervlakte mag maximaal 30% worden gebruikt ten behoeve van ondergeschikte horeca.

1.32 peil  voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;  voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;  het door of namens burgemeester en wethouders bepaalde peil. 1.33 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding. 1.34 seksinrichting het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen of het vertoningen van erotisch-pornografische aard. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar, alsmede thuisprostitutie met een uitstraling naar buiten. 1.35 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist.

Klimopstraat, Epe

57

1.36 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel. 1.37 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 Gebouwen en bouwwerken a. de breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren; b. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; c. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; d. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; e. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; f. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; g.

de bruto vloeroppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, gemeten over alle bevloerde verdiepingen van het bouwwerk, inclusief onderkeldering; h. de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens: vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 0,75 m, respectievelijk overstekken van meer dan 0,75 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel. Bij het meten op de kaart wordt gemeten uit het hart van de op de kaart aangegeven lijn. 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

58

Klimopstraat, Epe

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Tuin

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met daarbijbehorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. andere-werken, erven en parkeervoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte mag niet meer dan 1 m bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de sociale veiligheid; g. de externe veiligheid.

Artikel 4

Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, tot het maximum aantal woningen als aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b. de waterhuishouding; met daarbijbehorende: c. gemeenschappelijke ruimten d. gebouwen; e. bouwwerken, geen gebouw zijnde; f. andere-werken, tuinen en erven. met dien verstande dat: g. voor de voorziening in de parkeerbehoefte wordt voorzien in voldoende parkeer- of stallingsruimte.

Klimopstraat, Epe

59

4.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1 Hoofdgebouwen in casu woningen a. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gerealiseerd; c. de breedte van een woning mag niet minder dan 5 m bedragen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de op de plankaart aangegeven bouwhoogte; e. afwijkingen in maten en afmetingen zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, ook in geval van nieuwbouw, mogen gehandhaafd worden. 4.2.2 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen Voor een aanbouw, een uitbouw en een bijgebouw gelden de volgende regels: a. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen; b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelsgrens wordt gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' geldt dat bijgebouwen buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd tot een gezamenlijke maximale opervlakte van 175 m² en met een bouwhoogte van niet meer dan 3 m; d.

de goothoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; e. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; f. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5 m bedragen; g. afwijkingen in maten en afmetingen mogen worden zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan gehandhaafd. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2 m bedragen.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de sociale veiligheid; g. de externe veiligheid.

60

Klimopstraat, Epe

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Aan-huis-verbonden beroep Een aan huis verbonden beroep is toegestaan, met dien verstande dat: a. ten hoogste 40% van de oppervlakte van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat nimmer meer dan 50 m2 mag worden gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden beroep; b. de uitstraling als woning intact blijft; c. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; e. geen detailhandel is toegestaan.

Artikel 5

Waarde - Archeologie 2

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 0 m² en dieper dan 35 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 5.2.2 Voorwaarden Indien uit het in sublid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.2.3 Bouwverbod Indien uit het in sublid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in sublid 5.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd.

Klimopstraat, Epe

61

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden voor de ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt; b. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheid en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt; c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 meter bedraagt; f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het inwerkingtreden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 35 centimeter; g.

het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 35 centimeter; h. het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 35 centimeter; i. het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 35 centimeter; j. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 35 centimeter, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 0 m² of meer bedraagt. 5.3.2 Uitzonderingen Het in sublid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het inwerkingtreden van dit plan. 5.3.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in sublid 5.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. b.

Voor zover de in sublid 5.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende voorschriften wordt verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. De vergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de

62

Klimopstraat, Epe

archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 5.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk a. Het is verboden voor de ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk) de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte groter is dan 0 m²; b. Aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerd deskundige; c. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij burgemeester en wethouders die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning; d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.

5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Klimopstraat, Epe

63

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

7.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van gronden als paardenbak; b. zelfstandige bewoning van bijgebouwen/bijbehorende bouwwerken; c. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; e. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; f. een gebruik van gronden als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden. 7.1.1 Toegestaan gebruik Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt niet verstaan: a. het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: b.

buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, tenzij deze in het plan specifiek geregeld zijn; c. hoogspanningsleidingen; d. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer. 7.1.2 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in 7.1 is een strafbaar feit.

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

8.1 Afwijkingsbevoegdheid 8.1.1 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels ten behoeve van een geringe aanpassing van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven;

64

Klimopstraat, Epe

c.

d. e.

f.

g.

h.

de bestemmingsregels ten behoeve van de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; de bestemmingsregels voor een aanpassing van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere-bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; de bestemmingsregels het plan voor het overschrijden van de grenzen van een bouwvlak naar de buitenzijde door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken; 3.

(hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,5 m wordt overschreden; het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,5 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen.

8.1.2 Afwegingskader Een in 8.1.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de sociale veiligheid; g. de externe veiligheid.

Artikel 9

Overige regels

9.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

Artikel 10

Algemene procedureregels

10.1 Wijziging Voor een besluit tot wijziging van het plan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging omtrent wijziging besluiten. 10.2 Afwijking of nadere eis Voor een besluit tot afwijken of het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage;

Klimopstraat, Epe

65

b. c. d.

66

de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

Klimopstraat, Epe

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

11.1 Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag mits de bestaande afwijkingen naar de aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na hde dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 en toestaan dat een eenmalige vergroting plaatsvindt van de inhoud van de in 11.1 toegelaten bouwwerken met niet meer dan 10%. 11.3 Gebruik Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestaat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijn inzake het behoud van de vogelstand en de Richtlijn inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik.

11.3.1 Verbod Het is verboden het met het plan strijdige gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik als bedoeld in 11.3 na het van kracht worden van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik te hervatten of te laten hervatten. 11.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 11.3 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 11.4 Afwijking a. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in 11.3.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. b. Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen, kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken. 11.4.1 Procedure Voor een besluit tot afwijken geldt de in 10.2 vermelde voorbereidingsprocedure.

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Klimopstraat, Epe'.

Klimopstraat, Epe

67

68

Klimopstraat, Epe

Verbeelding

Klimopstraat, Epe

69

70

Klimopstraat, Epe

Klimopstraat, Epe

71

72

Klimopstraat, Epe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13650767/2