CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

924711 Startnotitie klimaatadaptatiebeleid

Commissie Omgeving en Financiën 8 februari 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Consultatie Startnotitie Klimaatadaptatiebeleid2.491 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie klimaatadaptatiebeleid November 2023

Inleiding Door klimaatverandering wordt het risico op droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen groter. Met daaruit voortvloeiende risico’s als gezondheidsschade, natuurbranden en funderingsschade. In een klimaatadaptatiebeleid legt de gemeente Epe vast hoe zij zich voorbereidt op deze risico’s. Hoe zorgen we dat de gemeente Epe klimaatrobuust is in 2050? In de woorden van de Omgevingsvisie: hoe kunnen inwoners van de gemeente Epe in 2050 nog steeds Natuurlijk Goed Leven? De gemeenteraad heeft in het Raadsakkoord 2022-2026 opgenomen dat ze samen met inwoners en partners zoals het Waterschap en ondernemers wil zoeken naar maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Met een gemeentelijk klimaatadaptatiebeleid worden de beleidsmatige randvoorwaarden gelegd om zulke maatregelen werkelijkheid te maken. Het doel van deze startnotitie is om de inhoudelijke uitgangspunten voor het klimaatadaptatiebeleid en het proces om te komen tot het klimaatadaptatiebeleid vast te leggen. Het college stelt de startnotitie vast en consulteert de raad over de inhoudelijke uitgangspunten en het te volgen proces als beschreven in deze startnotitie.

Afbakening Klimaatadaptatie is het voorbereiden op de risico’s van het veranderende klimaat. Denk bij deze risico’s bijvoorbeeld aan wateroverlast door zware buien, gezondheidsproblemen door toenemende hitte, en landbouwproblemen en natuurbrandrisico door vaker voorkomende droogte. Door klimaatadaptatiemaatregelen te nemen, kan de gemeente zich voorbereiden op deze risico’s. Een goede voorbereiding voorkomt menselijk leed en hoge toekomstige schadekosten. In het klimaatadaptatiebeleid zet de gemeente kaders neer waaraan projecten en beleid moeten voldoen om goed rekening te houden met de gevolgen van klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan kaders voor klimaatadaptief bouwen en de inrichting van de openbare ruimte, om te zorgen dat wijken voorbereid zijn op wateroverlast, hitte en droogte. Bijvoorbeeld door vast te leggen dat een bepaald percentage van nieuwe wijken groen moet worden ingericht of de bestrating waterdoorlatend moet zijn. De gemeente kan daarbij uiteraard keuzes maken in de mate van verplichting. Het klimaatadaptatiebeleid is geen uitvoeringsprogramma maar geeft hiervoor wel duidelijk de richting aan. Het opstellen van een uitvoeringsprogramma is één van de eerstvolgende stappen na het vaststellen van het klimaatadaptatiebeleid. Het klimaatadaptatiebeleid focust op het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, niet op het aanpakken van de oorzaken ervan.

Het heeft wel raakvlakken met beleid rondom biodiversiteit (voorkeur voor maatregelen die óók de biodiversiteit versterken), circulariteit (bijv als randvoorwaarde bij inkoop door de gemeente voor de uitvoering van het beleid), CO2-besparing/energie (bij maatregelen meewegen die zorgen voor minder uitstoot of opslag van broeikasgassen).

Uitgangspunten Uitgangspunt 1. Gemeente Epe volgt de 7 ambities van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Het DPRA is een plan van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel van het plan is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Hiervoor zijn 7 ambities opgesteld. In de Manifestregio Vallei & Veluwe en het Samenwerkingsverband Oost Veluwe (SWOV) werkt de gemeente Epe samen met overheden en andere partners aan deze 7 ambities. In 2017 heeft Gemeente Epe het Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie ondertekend. Daarmee heeft de gemeente de verantwoordelijkheid genomen om, samen met regionale partners, ervoor te zorgen dat de regio Vallei en Veluwe in 2050 klimaatrobuust is. Hieronder wordt per ambitie kort beschreven hoe deze gerelateerd is aan het klimaatadaptatiebeleid. I.

Kwetsbaarheid in beeld brengen

De eerste ambitie is het in beeld brengen van lokale kwetsbaarheid door het uitvoeren van een stresstest. Uit zo’n test komt ruimtelijk inzicht in de kwetsbaarheden van de gemeente voor 4 klimaatthema’s: droogte, wateroverlast, hitte en overstromingen. Voor Epe zijn al grote stappen gezet met de regionale klimaateffectatlas: https://klimaatvalleienveluwe.nl/atlas/. Deze atlas geeft een eerste indruk van de risico’s voor de gemeente Epe en vormt de basis voor een risicodialoog (ambitie 2). 1 Er is meestal een wisselwerking tussen de risicodialoog en de stresstest. De resultaten van de eerste stresstest (die dus al is uitgevoerd) zijn voeding voor de risicodialoog. Daar kan worden besloten dat meer informatie of detail nodig is. De volgende stap is dan om informatie op maat te creëren, bijvoorbeeld door lokale modelberekeningen te laten doen of de kaarten te combineren met eigen data en kennis. 2 Het analyseren en bespreken van de kaarten uit de klimaateffectatlas, en deze eventueel aanvullen met meer data, is een randvoorwaarde voor het opstellen van het klimaatadaptatiebeleid. II. Risicodialoog voeren en strategie opstellen In een risicodialoog gaat de gemeente het gesprek aan met interne collega’s, inwoners, bedrijven, het Waterschap, Vitens, lokale organisaties en andere relevante stakeholders over de risico’s die uit de stresstest komen.

In deze gesprekken weegt de gemeente samen met de deelnemers af welke klimaatrisico’s acceptabel zijn en welke niet. Ook bepalen de deelnemers samen de prioriteiten voor de komende jaren. Op basis van deze gesprekken maakt de gemeente afgewogen keuzes en die worden beschreven in het klimaatadaptatiebeleid. Dat beleid wordt vervolgens vertaald in een uitvoeringsagenda (ambitie 3). Komt uit de risicodialoog bijvoorbeeld dat het risico op droogte op de Veluweflank groot en onacceptabel is? Dan kan de keuze gemaakt worden om in het klimaatadaptatiebeleid vast te leggen dat er budget en capaciteit vrijgemaakt wordt om deze droogte aan te pakken. Bijvoorbeeld door maatregelen te nemen waarmee meer water wordt vastgehouden in de beken. En vinden de deelnemers hittestress in de dorpskernen onacceptabel? Dan kan er worden ingezet op groenere straten, gebouwen en pleinen.

1 In 2024-2025 worden de nieuwe KNMI-klimaatscenario’s (oktober 2023) verwerkt in de regionale klimaateffectatlas. Deze update

wordt nauwlettend gevolgd zodat de gemeente op de hoogte blijft van veranderende inzichten. 2 https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/bijsluiter/

Doelgroepen die in elk geval worden meegenomen in de risicodialoog zijn de gemeenteraad, inwoners, maatschappelijke organisaties actief op het gebied van klimaat en natuur, bedrijven, het Waterschap, Vitens, Triada, bouwbedrijven, ontwikkelaars III. Uitvoeringsagenda opstellen Dit valt buiten de scope van het opstellen van het klimaatadaptatiebeleid. Het is wel de eerstvolgende stap nadat het beleid is vastgesteld. Het adaptatiebeleid geeft de richting aan voor de uitvoeringsagenda. IV. Meekoppelkansen benutten Deze ambitie draait om de noodzaak om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te gebruiken. Zo kunnen adaptatiemaatregelen standaard meegenomen worden in activiteiten die toch al gaan plaatsvinden, zoals beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Er zijn ook grote meekoppelkansen in o.a. de energietransitie, nieuwbouwopgave, transitie naar een circulaire economie, aanpak van de biodiversiteiscrisis en opslag van CO2. Meekoppelen doet de gemeente Epe overigens al op meerdere plekken. Denk bijvoorbeeld aan de herinrichting van het centrum van Vaassen, waar een infiltratieriool en geveltuinen zijn aangelegd. En de beleidsontwikkelaar klimaatadaptatie wordt al betrokken bij nieuwe en lopende projecten, zoals de aanpak van het centrum van Epe.

In het klimaatadaptatiebeleid legt de gemeente vast in hoeverre zij adaptatie wil meekoppelen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hier moet een bestuurlijke keuze in worden gemaakt: beoordeelt de gemeente van casus tot casus of klimaatadaptatie wordt meegenomen? Of laat de gemeente klimaatadaptatie een leidend principe zijn in het gehele ruimtelijk beleid? Een concreet gevolg kan dan bijvoorbeeld zijn dat adaptatie een vaste plek krijgt aan de Omgevingstafel. V. Stimuleren en faciliteren In het adaptatiebeleid kan de gemeente vastleggen dat ze inwoners en bedrijven wil stimuleren en faciliteren om zelf klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld door de rioolbelasting te verlagen voor bewoners en bedrijven die hun gebouw of terrein klimaatbestendig inrichten. Daarbij moet ook worden vastgelegd hoeveel financiële middelen en capaciteit er beschikbaar komen om dit soort projecten uit te voeren. De projecten zelf worden uitgewerkt in de uitvoeringsagenda die volgt op het klimaatadaptatiebeleid (ambitie 3). VI. Reguleren en borgen Met het klimaatadaptatiebeleid worden keuzes gemaakt om adaptatie te reguleren en borgen in de gemeente Epe. In het beleid kan bijvoorbeeld worden vastgelegd dat adaptatie een leidend principe wordt in ruimtelijke beslissingen (zie ambitie 4).

Of dat de gemeente Epe bij nieuwbouwprojecten voortaan voorrang geeft aan projectvoorstellen die de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving toepassen. Op deze manier stelt de gemeente kaders en voorwaarden vast waaraan projecten en nieuw beleid moeten voldoen om het einddoel ‘klimaatrobuust in 2050’ te bereiken. VII. Handelen bij calamiteiten Dit is geen onderdeel van het klimaatadaptatiebeleid omdat regels en afspraken hierover apart worden vastgelegd. Collega’s die werken aan de voorbereiding op calamiteiten (bijv. veiligheidsadviseurs) worden wel betrokken bij het opstellen van het klimaatadaptatiebeleid, vanwege hun kennis over klimaatgerelateerde risico’s waar de gemeente nu al mee te maken heeft.

Uitgangspunt 2. Water en bodem zijn sturend. In het klimaatadaptatiebeleid geeft de gemeente gehoor aan de oproep van het Rijk om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ontwikkeling. Hierdoor wordt het ruimtegebruik op lange termijn minder kwetsbaar voor weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Het helpt ook om watervoorraden, (grond)waterkwaliteit en biodiversiteit te beschermen, en de effecten van bodemdaling tegen te gaan. Om water en bodem sturend te laten zijn, is een goed begrip van het water- en bodemsysteem in Epe cruciaal. De bijna afgeronde Waterbalans levert hier een belangrijke basis voor, hoewel voor een uitvoeringsprogramma meer gedetailleerd onderzoek waarschijnlijk nodig is. Daarbij ligt de nadruk op die aspecten van bodem en water die relevant zijn voor klimaatadaptatie. In de Omgevingsvisie worden per deelgebied ook belangrijke afwegingen op dit vlak genoemd.

Uitgangspunt 3. Het klimaatadaptatiebeleid bouwt voort op bestaand beleid en wordt integraal opgesteld. Het klimaatadaptatiebeleid neemt bestaand beleid als uitgangspunt. Het opstellen van dit beleid vindt plaats vanuit een integrale benadering. Daarnaast wordt in kaart gebracht wat er aan capaciteit en kennis nodig is om het beleid te kunnen uitvoeren. Onder relevant bestaand beleid vallen in elk geval: Omgevingsvisie 2021-2030. Het is essentieel dat klimaatadaptatie meegenomen wordt in de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpakken van de Omgevingsvisie. Dit is een grote kans om aanpassingen te maken in de ruimtelijk omgeving waar de inwoners van Epe de komende decennia de vruchten van plukken. Gemeentelijk Watertakenplan Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR, 2023) Bosbeheerplan gemeente Epe 2020-2030 Bomenbeleidsplan (2010, wordt vernieuwd) Visie Biodiversiteit Openbare Ruimte (concept, 2021) Transitievisie Energie en Warmte (2021) Integrale visie op het beheer van de openbare ruimte (IBOR, in ontwikkeling)

Uitgangspunt 4. De gemeente geeft het goede voorbeeld. De gemeente vindt het belangrijk om zelf te doen wat ze van anderen verwacht. Ze geeft dus het goede voorbeeld, bijvoorbeeld door meer groen op te nemen in de openbare ruimte en bij gemeente-eigendommen.

Uitgangspunt 5. Elke dag telt. De gevolgen van klimaatverandering zijn nu al zichtbaar en veel maatregelen kosten tijd om tot volle wasdom te komen (bijv. meer bomen in dorpscentra). Het doel “klimaatrobuust in 2050” lijkt misschien nog ver weg, maar vraagt dus om onmiddellijke actie. Bovendien krijgt Epe ook al vóór 2050 te maken met hitte, wateroverlast en droogte, en wil de gemeente daarop voorbereid zijn. De urgentie om tot een beleid te komen en dit vervolgens te gaan uitvoeren, ligt dus hoog. Er is de afgelopen jaren dan ook al veel gebeurd, zoals het aanleggen van wadi’s in de wijk Klaarbeek, het streven naar klimaatbestendig bosbeheer in de gemeentebossen en de aanleg van geveltuinen in het centrum van Vaassen. Op veel vlakken is de gemeente dus al klimaatadaptief bezig, wat met dit beleid steviger verankerd wordt.

Plan van aanpak Het voorgestelde proces om te komen tot een klimaatadaptatiebeleid voor de gemeente Epe is op hoofdlijnen als volgt. Stap 1. Het college stelt de startnotitie vast met inhoudelijke uitgangspunten en het te volgen proces, en consulteert de Raad daarover. Stap 2. De gemeente voert een risicodialoog. In de risicodialoog worden de klimaatrisico’s voor de gemeente Epe besproken en mogelijke adaptatiemaatregelen afgewogen. Zoals beschreven onder uitgangspunt 1 worden naast o.a. inwoners, belangenorganisaties ook het College en Raad geconsulteerd in de risicodialoog. Ter voorbereiding op de risicodialoog wordt informatie over klimaateffecten voor de gemeente Epe verzameld, hoofdzakelijk vanuit landelijke en regionale stresstests. De deelnemers van de risicodialoog kijken samen naar deze informatie, wegen de risico’s voor de gemeente af en bespreken mogelijke oplossingen en kansen. Het einddoel van de risicodialoog is het krijgen van een gedeeld beeld over de potentiële kwetsbaarheden en kansen van de klimaateffecten, en het gezamenlijk bepalen van ambities, benodigde inzet en strategische keuzes. Deze uitkomsten worden vertaald in het gemeentelijk klimaatadaptatiebeleid. De precieze vorm van de risicodialoog (fysieke bijeenkomsten, inzet van inwonerspanel Epe Spreekt) wordt nader uitgewerkt met een ervaren bureau. Stap 3.

Op basis van de risicodialoog wordt een concept beleidsplan klimaatadaptatie opgesteld. De focus zal hierbij liggen op het integreren en verankeren van klimaatadaptatie in gemeentelijk beleid. Denk bijvoorbeeld aan het verankeren van klimaatadaptatie in de Omgevingstafel, het borgen van de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, en het meekoppelen van adaptatie in de meerjarenplanning voor onderhoud. Een uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie volgt na vaststelling van het klimaatadaptatiebeleid, en wordt (in lijn met het Collegeprogramma 2022-2026) nauw afgestemd op de gebiedsgerichte uitwerking van de Omgevingsvisie. Stap 4. Het concept beleidsplan wordt besproken in het College en gaat ter consultatie naar de Raad. Stap 5. Ter inzagelegging van het concept beleidsplan. Stap 6. Besluitvorming door College en Raad.

Externe begeleiding Het voorstel is om een externe partij in te huren om de beleidsontwikkelaar klimaat te begeleiden. De gevolgen van klimaatverandering raken veel verschillende beleidsvelden en werkzaamheden van de gemeente. De integratie van klimaatadaptatie op al deze gebieden zal soepeler verlopen als er een blijvende interne “klimaatadaptatieregisseur” is, in plaats van een in- en uitvliegend extern bureau. Door de beleidsontwikkelaar het beleid te laten schrijven onder begeleiding van een ervaren bureau, worden kennis en kunde binnen de gemeente versterkt en behouden. De opdrachtnemer begeleidt de beleidsontwikkelaar bij: 1. 2.

Het verder uitwerken en verfijnen van het proces om te komen tot een gedegen en breed gedragen klimaatadaptatiebeleid; Het voorbereiden, opzetten en voeren van de risicodialoog. Tijdens externe risicodialogen met meerdere stakeholders leidt de externe partij het gesprek. De precieze invulling van de risicodialoog

3.

moet nog worden gekozen. Het is dus van belang dat de externe partij ervaring heeft in het opzetten en begeleiden van risicodialogen, zodat de externe partij hierin kan adviseren en het gesprek kan leiden. Het vertalen van de resultaten van de risicodialogen in inhoudelijk beleid.

Concreet bestaat de begeleiding uit het voeren van gesprekken over proces en inhoud van het klimaatadaptatiebeleid, en het kritisch meelezen op stukken zoals beleidsnota's, presentaties en college- en raadsvoorstellen. De opdrachtnemer moet dus: a) ervaring hebben met persoonlijke begeleiding; b) ervaring hebben met het ontwikkelen van gemeentelijk klimaatadaptatiebeleid; c) bekend zijn met actuele regionale en landelijke ontwikkelingen rond klimaatadaptatie. Het einddoel van de begeleiding is een gedegen en breed gedragen klimaatadaptatiebeleid voor de gemeente Epe, waarbij onderweg kennis en kunde van de beleidsontwikkelaar Klimaat worden versterkt.

Budget Voor de ontwikkeling van het klimaatadaptatiebeleid wordt €40.000 begroot, te dekken binnen de beschikbare middelen uit de begroting.

Globale planning nov23 Stap 1. Vaststellen startnotitie (incl. consultatie Raad) Stap 2. Risicodialoog (incl. College en Raad) Stap 3. Opstellen concept beleidsplan Stap 4. Concept beleidsplan naar College en Raad Stap 5. Ter inzagelegging (+ verwerking) Stap 6. Besluitvorming College en Raad

dec23

jan24

feb24

mrt24

apr24

mei24

jun24

jul24

aug24

sep24

okt24

nov24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13731959/1