921578 Beslisnota Instellen adviesrecht voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Tekst van het document
Beslisnota voor de raad Onderwerp
Instellen adviesrecht voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Programma
5 - Ruimte en wonen
Portefeuillehouder
Dhr. M. Kerkmans
Zaaknummer
921578
Adviseur
Stam
Afdeling
Ruimte
E-mail adres
michiel.stam@epe.nl
TE BESLUITEN OM 1. Criteria vast te stellen wanneer het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om advies uit te brengen over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, zoals opgenomen in dit voorstel waarbij de criteria op 1 januari 2024 inwerking treden. 2. Deze lijst van criteria waarvoor advies met instemming van de raad nodig is, twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren.
INLEIDING De Omgevingswet regelt onder meer de adviesbevoegdheid van de gemeenteraad bij aanvragen van een omgevingsvergunning waarbij afgeweken wordt van het beoordelingskader, zoals neergelegd in het omgevingsplan. Het omgevingsplan is de opvolger van de huidige bestemmingsplannen. De adviesbevoegdheid houdt kortgezegd in dat de gemeenteraad het recht heeft om het college bindend te adviseren bij het verlenen van een omgevingsvergunning die in strijd is met het omgevingsplan. De gemeenteraad kan zelf bepalen of en voor welke gevallen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan hij een bindend advies wil geven. Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies en vervangt de huidige verklaring van geen bedenkingen. Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan dit adviesrecht. Wanneer het college van burgemeester en wethouders voornemens is een besluit te nemen op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan is een advies met instemming vereist in de volgende gevallen: 1. (bouw)projecten voor minimaal 6 woningen 2.
(bouw)projecten – ten behoeve van nieuwbouw en/of uitbreiding - voor zakelijke, maatschappelijke en recreatieve activiteiten met een minimale oppervlakte van 1.500 m2 3. (bouw)projecten ten behoeve van een wijziging van het bestaand gebruik waarbij de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume toeneemt met meer dan 1.500m2 4. (bouw) projecten voor bedrijfsactiviteiten met een minimale oppervlakte van 1.500 m2 5. (bouw)projecten ten behoeve van het realiseren van nieuwe en het verbeteren c.q. aanpassen van bestaande weg-, water-, parkeer-, fiets- en groenvoorzieningen inclusief bijbehorende bouwwerken 6. (bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor openbaar vervoer, wegverkeer en waterverkeer 7. bouw)projecten voor bouwwerken, geen gebouw zijnde met een hoogte van meer dan 40 meter 8. projecten voor het wijzigen van het gebruik van onbebouwde gronden, niet ten behoeve van bouwen met een minimale oppervlakte van 1 ha
9. (bouw)projecten voor uitbreiding van grondgebonden landbouwbedrijven niet zijnde glastuinbouw, met een minimale oppervlakte van 1.500 m2 10. projecten voor het behoud en ontwikkeling van natuur met een minimale oppervlakte van 1 ha 11. (bouw)projecten ten behoeve van windmolens/-turbines 12. (bouw)projecten ten behoeve van duurzame energie-opwekking of -gebruik voor zover gelegen buiten een bouwvlak of buiten een bestaand bedrijventerrein of buiten gronden waaraan in het omgevingsplan een bedrijfs- of bedrijventerreinbestemming of vergelijkbare activiteit is toegestaan. In afwijking van het hiervoor gestelde is voor de hiervoor genoemde gevallen geen advies met instemming van de raad nodig als het gaat om aanvragen die: 1. passen binnen door de raad aanvaard gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving, vastgelegd in de omgevingsvisie, programma, een stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden masterplan, gebiedsvisie, projectplan of daarmee te vergelijken gemeentelijk beleidsdocument 2. voorheen onder de kruimelgevallenregeling van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht vielen. De wetgever heeft voorheen bepaald dat dergelijke aanvragen volledig afgehandeld konden worden door het college en dat hiervoor dus ook geen verklaring van geen bedenkingen nodig was, of 3.
voldoen aan de daarvoor opgenomen wijzigingsbevoegdheid in het omgevingsplan van rechtswege (voorheen het bestemmingsplan), of 4. door het college van burgemeester en wethouders niet verleend zullen worden (geweigerd of buiten behandeling gesteld), of 5. als conceptaanvraag reeds aan de raad voor advies met instemming zijn voorgelegd.
BEOOGD EFFECT Invulling geven aan de nieuwe werkwijze en rolverdeling van college en raad bij aanvragen om omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van de regels van het omgevingsplan.
ARGUMENTEN 1.1 Met dit besluit sluiten we zoveel mogelijk aan bij de categorieënlijst verklaring van geen bedenkingen Op 12 maart 2015 heeft uw raad de ‘categorieënlijst verklaring van geen bedenkingen’ vastgesteld. Dit besluit betreft een zoveel mogelijk beleidsneutrale omzetting van dit eerdere besluit. 1.2 De lijst is aangevuld met gevallen rondom de energietransitie en duurzaamheid Aan de lijst is een tweetal gevallen toegevoegd: het gaat om (bouw)projecten ten behoeve van windmolens/turbines en (bouw)projecten ten behoeve van duurzame energie-opwekking of -gebruik. Het college acht het wenselijk om in de toekomst uw raad om advies te vragen bij dergelijke initiatieven. 1.3 Met dit besluit maken we het mogelijk om uw raad om advies te vragen en toch binnen de beslistermijn van 8 weken een omgevingsvergunning te verlenen. Onder de Omgevingswet moet het college, op enkele uitzonderingen na, binnen acht weken een besluit nemen op een aanvraag om omgevingsvergunning. Door uw raad al in het voortraject tijdens de fase van het conceptverzoek om advies te vragen, is het beter mogelijk om na het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning binnen een termijn van acht weken een beslissing te nemen.
2.1 Het advies met instemming is direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht Met dit voorstel treffen we de noodzakelijke voorbereidingen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Het geven van een advies met instemming is mogelijk vanaf inwerkingtreding van de wet. Om die reden treedt dit besluit pas in werking na inwerkingtreding van de Omgevingswet. 3.1 Het adviesrecht is een nieuw instrument, waarvan we nu alleen kunnen inschatten hoe dit in de praktijk zal werken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt ook het adviesrecht van kracht. Na twee jaar weten we hoe het adviesrecht in de praktijk uitwerkt en kan uw raad bepalen of eventuele aanpassingen gewenst zijn.
KANTTEKENINGEN 1.1 De systematiek van het adviesrecht maakt dat enkele categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist, zijn vervallen Het adviesrecht onder de Omgevingswet kent een andere systematiek dan de verklaring van geen bedenkingen onder de Wabo. Met het aanwijzen van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist geeft uw raad aan in welke gevallen het college een besluit kan nemen zonder dat dit besluit aan uw raad hoeft te worden voorgelegd. Bij het adviesrecht is dit omgekeerd: het college is bevoegd om een besluit te nemen zonder advies van uw raad, tenzij u gevallen aanwijst waarin wel een bindend advies gevraagd moet worden. Dit verschil heeft ertoe geleid dat de gevallen deels anders zijn geformuleerd en een aantal categorieën van gevallen van het besluit van 12 maart 2015 is komen te vervallen. Inhoudelijk is er echter geen verschil.
FINANCIËN Dit voorstel heeft geen directe financiële gevolgen.
COMMUNICATIE Het besluit wordt digitaal gepubliceerd in het gemeenteblad en in de Staatscourant via overheid.nl
UITVOERING Dit besluit zal op de gebruikelijke wijze worden gepubliceerd en binnen de organisatie worden toegelicht.