920343 Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024
Tekst van het document
7.
Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:84
Vergunningaanvraag
1.
De vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 wordt aangevraagd door de exploitant.
2.
Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.
3.
Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
4.
a.
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder;
b.
het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
c.
het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
d.
indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder;
e.
een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;
f.
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.
Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.
Artikel 2:85 1.
Intrekkings- en weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:6 en 1:8 van deze verordening wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 van deze verordening geweigerd of ingetrokken: a.
als de exploitant of de bedrijfsleider niet voldoet aan de in artikel 2:80 gestelde eisen;
b.
op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
35
2.
c.
als de exploitant of een van de bedrijfsleiders van het bedrijf drie jaar voor de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, aantasting van het woon- en leefklimaat gesloten is geweest of waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken of
d.
als niet wordt voldaan aan specifieke voorwaarden die zijn opgenomen in het aanwijzingsbesluit.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 weigeren: a.
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;
b.
als naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf of de openbare orde of veiligheid, door de wijze van exploitatie, dreigt te worden beïnvloed of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten;
c.
als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Artikel 2:86
Sluiting bedrijf
1.
Indien een bedrijf in strijdt met het verbod uit het eerste lid van artikel 2:83 wordt geëxploiteerd of indien één van de situaties als bedoeld in artikel 2:85, sub a. tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
2.
Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.
3.
De sluiting wordt door de burgemeester opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
Artikel 2:87
Geboden en verboden exploitant
1.
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 2:39, opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden.
2.
De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.
3.
Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
4.
De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.
Artikel 2:88
Uitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen
In afwijking van het eerste lid van artikel 2:83 van deze verordening, geldt het aldaar gestelde verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het in artikel 2:82 genoemde aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
36
Artikel 2:89
Positieve beschikking bij niet tijdig beslissen
Op de vergunning als bedoeld in artikel 2:83 is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 3
Seksinrichtingen, sekswinkels en straatprostitutie
Afdeling 1
Algemene bepalingen
Artikel 3:1
Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a.
advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;
b.
beheerder/bedrijfsleider: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;
c.
bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;
d.
escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;
e.
exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;
f.
klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;
g.
prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
h.
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
i.
prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;
j.
raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;
k.
seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het 37
l.
bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling;. seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;
Artikel 3:2
Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. Artikel 3:3
Nadere regels
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk. AFDELING 2.
Seksinrichtingen, straatprostitutie en sekswinkels
Artikel 3:4
Seksinrichtingen
1.
Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
2.
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a.
de persoonsgegevens van de exploitant;
b.
de persoonsgegevens van de beheerder en
c.
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
3.
Een vergunning kan slechts voor één seksinrichting worden verleend.
4.
De vergunning wordt voor een periode van maximaal vijf jaar verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.
5.
De vergunning kan ten hoogste eenmaal met maximaal vijf jaar worden verlengd.
6.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 3:5 1.
Gedragseisen exploitant en beheerder
De exploitant en de beheerder: a.
staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;
b.
zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag en
c.
hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
38
2.
3.
4.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet: a.
met toepassing van het artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;
b.
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
c.
binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: -
bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
-
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
-
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
-
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen;
-
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
-
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld: a.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
b.
een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a.
bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
b.
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 39
5.
De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
Artikel 3:6
Sluitingstijden
1.
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen 01.00 uur en 06.00 uur.
2.
Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
3.
Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid van deze verordening, gesloten dient te zijn.
4.
Het is een exploitant of beheerder verboden personen toe te laten of te laten verblijven in de seksinrichting die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.
5.
Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
Artikel 3:7 1.
2.
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:11, tweede lid, van deze verordening of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a.
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, van deze verordening, geldende sluitingstijden vaststellen;
b.
van een (afzonderlijke) seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op grond van artikel 3:42, tweede lid van deze wet.
Artikel 3:8 1.
Tijdelijke afwijking sluitingstijden en (tijdelijke) sluiting
Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b, van deze verordening, in de seksinrichting aanwezig is.
40
2.
De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a.
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (begunstiging) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie en
b.
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met of krachtens het bepaalde in de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet.
Artikel 3:9 1.
Straatprostitutie
Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken: a.
op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;
b.
gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.
2.
Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door het bevoegd gezag het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
3.
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in dit artikel van deze verordening, kan door het bevoegd gezag aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
4.
De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in dit artikel aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b van deze verordening.
5.
De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Artikel 3:10
Sekswinkels
(gereserveerd)
41
Artikel 3.11
1.
2.
Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen en afbeeldingen
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a.
indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
b.
anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Afdeling 3
Beslistermijn en weigeringsgronden
Artikel 3:12
Beslistermijn
1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, van deze verordening, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van deze verordening, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
2.
Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
Artikel 3:13 1.
2.
Weigeringsgronden
De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a.
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;
b.
de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het tijdelijke Omgevingsplan;
c.
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of bij het bepaalde in de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet.
Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, van deze verordening, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van deze verordening, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, van deze verordening, achterwege gelaten, in het belang van: a.
het voorkomen of beperken van overlast;
b.
het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
c.
de veiligheid van personen of goederen; 42
d.
de verkeersvrijheid of -veiligheid;
e.
de gezondheid of zedelijkheid of
f.
de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Afdeling 4.
Beëindiging, exploitatie en wijziging beheer
Artikel 3:14
Beëindiging exploitatie
1.
De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 van deze verordening op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
2.
Binnen drie dagen na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 3:13
Wijziging beheer
1.
Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen drie dagen schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
2.
Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:11, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.
3.
In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1
Voorkomen of beperken geluidshinder en hinder door verlichting
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.1) Artikel 4:1
Definities
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.1) Artikel 4:2
Aanwijzing collectieve festiviteiten
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.2) Artikel 4:3
Kennisgeving incidentele festiviteiten
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.3) 43
Artikel 4:4
Verboden incidentele festiviteiten
(gereserveerd) Artikel 4:5
Onversterkte muziek
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.5) Artikel 4:5a
Geluidhinder in de openlucht
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.6) Artikel 4:5b
Geluidhinder door dieren
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.8 Artikel 4:5c
Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.7) Artikel 4:45d
Geluidhinder door vrachtauto’s
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.9) Artikel 4:5e
Routering
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.10) Artikel 4:6
Overige geluidhinder
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.11) Afdeling 2
Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 5.2) Artikel 4:7
Verbod oplaten ballonnen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 2.12) Artikel 4:8
Natuurlijke behoefte doen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.21) Artikel 4:9
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder de artikelen 2.6 en 2.7)
44
Afdeling 3
Het bewaren van houtopstanden
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.3) Artikel 4:10
Begripsbepalingen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.10) Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.10a) Artikel 4:11a
Herplant- en instandhoudingsplicht
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.10d) Artikel 4:11b
Bestrijding van boomziekten
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.11) Artikel 4:12
Vergunning van rechtswege
(vervallen) Afdeling 4
Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.4) Artikel 4:13
Opslag voertuigen, mest en afvalstoffen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 5.48) Artikel 4:14
Stankoverlast door gebruik van meststoffen
(gereserveerd) Artikel 4:15
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.20) Artikel 4:16
Vergunningsplicht lichtreclame
(gereserveerd) Afdeling 5
Kamperen buiten kampeerterreinen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.8)
45
Artikel 4:17
Begripsbepaling
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.32) Artikel 4:18
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.32a) Artikel 4:19
Aanwijzing kampeerplaatsen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.34) Artikel 4:20
Paddenstoelen en mossen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.35) Hoofdstuk 5
Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling 1
Parkeerexcessen en stopverbod
Artikel 5:1
Begripsbepalingen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.40) Artikel 5:2
Parkeren van voertuigen van autobedrijf
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.48) Artikel 5:3
Te koop aanbieden van voertuigen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.41) Artikel 5:4
Defecte voertuigen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.42) Artikel 5:5
Voertuigwrakken
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.43) Artikel 5:6
Kampeermiddelen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.44) Artikel 5:7
Parkeren van reclamevoertuigen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.45)
46
Artikel 5:8
Parkeren van grote voertuigen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.46) Artikel 5:9
Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.49) Artikel 5:10
Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.50) Artikel 5:11
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.47) Artikel 5:12
Overlast van fiets of bromfiets
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.51) Afdeling 2
Collecteren
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.13) Artikel 5:13
Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.54) Afdeling 3
Venten
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.12 Artikel 5:14
Begripsbepaling
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.52) Artikel 5:15
Ventverbod
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.53) Artikel 5:16
Vrijheid van meningsuiting
(vervallen) Afdeling 4
Standplaatsen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.6)
47
Artikel 5:17
Begripsbepalingen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.23) Artikel 5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.24) Artikel 5:19
Toestemming rechthebbende
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.25) Artikel 5:20
Afbakeningsbepalingen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.26) Artikel 5:21 (gereserveerd) Afdeling 5
Snuffelmarkten
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.14) Artikel 5:22
Begripsbepalingen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.55) Artikel 5:23
Organiseren van een snuffelmarkt
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.56) Afdeling 6
Openbaar water en waterstaatswerken
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.2) Artikel 5:24
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.1) Artikel 5:25
Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
(gereserveerd) Artikel 5:26
Aanwijzing ligplaats
(gereserveerd)
48
Artikel 5:27
Verbod innemen ligplaats
(gereserveerd) Artikel 5:28
Beschadigen van waterstaatswerken
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.6) Artikel 5:29
Reddingsmiddelen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.7) Artikel 5:30
Veiligheid op het water
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.8) Artikel 5.31
Overlast van vaartuigen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.9) Afdeling 7
Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.9) Artikel 5:32
Crossterreinen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.36) Artikel 5:33
Beperking verkeer in natuurgebieden
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.37) Afdeling 8
Vuurverbod
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.3) Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten gebouwen, instellingen en openbare gelegenheden of anderszins vuur te stoken
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.16) Afdeling 9
Asverstrooiing
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.15) Artikel 5:35
Begripsbepalingen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.57)
49
Artikel 5:36
Verboden plaatsen
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.58) Artikel 5:37
Hinder of overlast
(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.59)
Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1
Sanctiebepaling
1.
Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde en op grond van artikel 1:3 van deze verordening daarin gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak voor zover daartegen niet reeds bij Wet, Algemene maatregel van bestuur of Provinciale verordening is voorzien.
2.
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 6:2
Toezichthouders
1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast (buitengewone) opsporingsambtenaren aangesteld voor de politieregio waaronder de gemeente Epe valt.
2.
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Artikel 6:3
Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner, mits zij beschikken over een machtiging tot binnentreden van de burgemeester of voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in de Algemene wet op het binnentreden. Artikel 6:4
Intrekking en vervallenverklaring oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening Epe 2008 geldend van 19 november 2021 tot en met heden wordt ingetrokken.
50
Artikel 6:5
Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 4:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6
Inwerkingtreding nieuwe verordening
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. Artikel 6:7
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2023. De voorzitter, dhr. dr. T.C.M. Horn
De griffier, mw. mr. J. Kattenberg
51