CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

918936 definitieve versie verdiepingsdocument mobiliteitsplan 2022-2032

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken d.d. 9 november 202334.835 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Vormgeving Loopnetwerk

Bij looproutes wordt onderscheid gemaakt in lopen ten behoeve van een functionele verplaatsing en recreatief lopen in de vorm van sporten en bewegen (hardlopen, recreatief wandelen, bootcamp, etc.). Lopen als functionele bezigheid Lopen is in de eerste plaats een functionele bezigheid. In het voetgangersnetwerk dienen de belangrijkste herkomst- en bestemmingslocaties te worden opgenomen. Het gaat dan om winkelcentra, ov-knooppunten, centrale voorzieningen (zoals een gemeentehuis, bibliotheek, zwembad, sportvoorzieningen) en basisscholen. Deze bestemmingen dienen vanuit de woonwijken door middel van centrale looproutes te zijn verbonden. Lopen als recreatieve bezigheid Sporten en bewegen in recreatieve zin is een wezenlijk onderdeel van de ambities van dit mobiliteitsplan. Sporten en bewegen in de openbare ruimte omvat hardlopen, bootcamp, maar ook sociaal wandelen. Deze vormen van lopen stellen nadrukkelijk eisen aan de beleving van de looproute

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

Kwaliteitseisen Beweegvriendelijke Omgeving 

 

Subjectieve verkeersveiligheid: zoals vermijden druk autoverkeer, hoge snelheden, onoverzichtelijke kruising. Sociale veiligheid: belangrijk is dat er voldoende verlichting is en levendigheid. Leesbaarheid: Belangrijk is dat de voetganger zich goed kan oriënteren. Dit vraagt om een overzichtelijk netwerk, waarbij landmarks belangrijk zijn, maar ook hulpmiddelen, zoals straatnaamwijzers. Attractiviteit: dit vraagt om een aangename omgeving met een open structuur, veel groen en een hoge kwaliteit van omliggende gebouwen. Levendigheid: Levendigheid is belangrijk voor sociale veiligheid, maar levendigheid op zichzelf nodigt ook uit om te lopen.

24

en inrichting openbare ruimte, dit wordt ook wel de beweegvriendelijke omgeving: BVO genoemd. Beweegvriendelijke Omgevingen (BVO’s)5 Een BVO is een openbare ruimte die mensen uitdaagt om te sporten en te bewegen. Bijvoorbeeld wandelroutes, ommetjes, hardlooproutes, skatebanen, BMX-parcoursen, ‘doe-groen’, beweegtuinen voor ouderen en (gezonde) schoolpleinen. BVO’s dragen bij aan sociale interactie en daarmee aan mentale gezondheid en veiligheid. Hardlooproute achter de Vogelbuurt in Vaassen

5 Bron: Fietsplan gemeente Ede, 2016

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

25

5.3

Kernopgaven en mogelijke maatregelen lopen Lopen

Kernopgave

Mogelijke maatregel

Hoofdambitie: lopen als belangrijkste vervoerswijze op afstanden tot 1km.

Het realiseren van veilige, aantrekkelijke en toegankelijke looproutes in de openbare ruimte.

Centrale looproutes vanaf woonzorg

1 Het toegankelijk maken van de centrale looproutes vanaf woonzorglocaties richting de centra

- De aanpak van de resterende knelpunten uit de Nota Toegankelijkheid: Oenerweg-Epe, Wilem Tellstraat-Epe en Deventerstraat-Vaassen. - Realisatie geleidemarkering in het centrum van Epe.

Dorpscentra

2 Het verbeteren van de veiligheid, aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het centrum van Epe

Nader onderzoek of de Markt/Hoofdstraat autoluw(er) e.o.

Woonwijken

3 Lopen stimuleren door lopen voorop te stellen bij herinrichting wegen, woonstraten en bij ruimtelijke plannen

kan worden ingericht en de toegankelijkheid en oversteekbaarheid kan worden verbeterd, hierbij rekening houdend met het bevoorradend verkeer. - Lopen als leidend ontwerpprincipe hanteren bij ruimtelijke plannen - Het realiseren van quick-wins ten aanzien van toegankelijkheid en ontbrekende schakels in de looproutes in woonwijken.

Scholen

4 Het realiseren van veilige schoolthuisroutes

Het uitwerken van een plan voor veilige school-thuis routes en koppelen aan gezondheid (JOGG, Daily Mile).

Openbaar vervoer

5 Looproutes verbeteren van en naar bushaltes

Realisatie van directe, comfortabele, veilige en rolstoelvriendelijke (toegankelijke) routes naar de bushaltes.

Recreatie

6 Het stimuleren van recreatief wandelen

Samen met Wandelnet en het Routebureau Veluwe het wandelnetwerk kwantitatief en kwalitatief verbeteren en in stand houden, met aandacht voor toegankelijkheid.

Oversteekplaatsen

7 Het vergroten van de oversteekbaarheid van wegen

Het toepassen van veilige voetgangersoversteekplaatsen.

Netwerk aanpak

8 Stimuleren lopen door gedragsbeïnvloeding: bewust worden en verleiden

Een integraal plan ‘gedragsverandering’ uitwerken door de koppeling te zoeken met beleidsvelden ‘sport en bewegen’ en ‘ouderenwelzijn’.

Kernopgave 1 Het toegankelijk maken van de centrale looproutes vanaf woonzorglocaties gericht op mensen met een fysieke beperking en ouderen De ouderen hebben extra aandacht nodig. Ouderen blijven langer mobiel (al dan niet gebruikmakend van hulpmiddelen). Het is de ambitie dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Door de vergrijzing wordt deze groep steeds groter. Een toegankelijke openbare ruimte is een voorwaarde om volwaardig te kunnen participeren in de samenleving. Zo zijn zij in staat om bijvoorbeeld zelf naar het winkelcentrum te lopen om boodschappen te doen. En dit heeft ook een bijkomend positief effect op de vitaliteit als gevolg van bewegen en buitenzijn. Het verbeteren van de toegankelijkheid van de openbare ruimte in de gemeente Epe is ook nodig, zodat mensen met een (tijdelijke) beperking volwaardig kunnen participeren in de samenleving. Dit beleid heeft een directe relatie met het wegenbeleid (onderhoud en beheer) en het WMO-beleid van de gemeente. Bij dit laatste gaat het ook over behoud van gezondheid in kader van Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL), behoud mobiliteit, revalidatie en sociaal contact. In 2017 is de Nota Toegankelijkheid openbare ruimte vastgesteld. In deze nota is ingezet op de belangrijke looproutes van de woonzorglocaties voor mensen met een beperking en ouderen die

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

26

minder mobiel zijn naar de centra en in de centra zelf. In de praktijk zijn dit tevens de toeleidende looproutes (‘inprikkers’) naar de centra, die ook voor de wijken als geheel van belang zijn en voor de economische bereikbaarheid van de dorpscentra en de bereikbaarheid van de bewoners. Veel van de knelpunten zijn inmiddels aangepakt, door werk-met-werk te maken. Er resteert nog een aantal knelpunten, waaronder de Oenerweg in Epe, de Willem Tellstraat/Pastoor Somstraat in Epe en de Deventerstraat in Vaassen. Ook ontbreekt grotendeels geleidemarkering in het centrum van Epe. Deze knelpunten dienen te worden aangepakt. In de Nota Toegankelijkheid zijn voor de belangrijkste woonzorglocaties de looproutes geïnventariseerd. Een recente ontwikkeling is het plan voor een woonzorglocatie aan de Burg. van Feltzlaan in Epe. De toegankelijkheid in deze omgeving is in het plan betrokken en ook binnen het mobiliteitsplan als het gaat om de grotere omgeving. Er zijn ook diverse andere vormen van zorglocaties, zoals dagbesteding. Deze worden geïnventariseerd om te bezien welke knelpunten hier liggen om ook daar de toegankelijkheid te verbeteren. Deze worden betrokken in kernopgave 3. Onderstaand zijn de belangrijkste looproutes vanuit woonzorg-locaties naar de centra weergegeven:

Oene

Kernopgave 2 Het verbeteren van de veiligheid, aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het centrum van Epe en Oene De Markt en het gedeelte van de Hoofdstraat in Epe, tussen de Markt en de Emmastraat, de Verbindingsweg en de doorsteek Gildenweg-Hoofdstraat zijn in de huidige situatie toegankelijk voor autoverkeer. De intensiteit van het gemotoriseerd verkeer ligt hier relatief hoog in relatie tot de

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

27

aanwezigheid van het winkelend publiek, fietsers en horecagelegenheden met terrassen. Bovendien is er geen duidelijk onderscheid tussen rijbaan en voetgangersgebied op de Markt. Op de Hoofdstraat (tussen de Markt en de Pastoor Somstraat) conflicteert (de hoge snelheid van) het fietsverkeer soms met de voetgangers/winkelend publiek en het horecagebruik (de F50 kan voor een deel van deze fietsers een aantrekkelijk alternatief worden). Dit alles leidt tot een gevoel van onveiligheid bij sommige centrumbezoekers. Om de veiligheid, verblijfskwaliteit en toegankelijkheid te verbeteren, dient een integraal onderzoek te worden naar het autoluw(er) maken van de Markt/Hoofdstraat (bijvoorbeeld in het toeristenseizoen) inclusief een circulatieplan voor het gehele centrumgebied. Daarbij dient ook de bereikbaarheid en vindbaarheid van de parkeerlocaties te worden meegenomen, de parkeerdrukverdeling en de bevoorrading van de winkels. Qua toegankelijkheid gaat het ook om (de locatie van) uitstallingen en het aanbieden van zitgelegenheden. Ook een onderzoek naar de kwantiteit en kwaliteit van het (bewaakt) fietsparkeren dient hierin een plek te krijgen. Voor het dorp Oene moet worden onderzocht of er in de dorpskern toegankelijke voetpaden kunnen worden gerealiseerd, in plaats van de huidige rabatstroken waar ook op (mag) worden geparkeerd.

Kernopgave 3 Woonwijken: lopen stimuleren door lopen voorop te stellen bij herinrichting wegen, woonstraten en ruimtelijke plannen Lopen leidend principe bij (her)inrichting woonwijken Wonen is meer dan een dak boven het hoofd. Een buurt is een plek waar kinderen veilig naar school kunnen wandelen en waar ze samen kunnen spelen. Een buurt is een plek waar je gezellig een blokje om kunt wandelen of een sportief rondje kunt hardlopen. Bij de herinrichting van wegen, woonstraten en bij ruimtelijke plannen dient lopen (incl. toegankelijkheid) en de verblijfskwaliteit voorop te staan. Ook een seniorenproof ontwerp is daarbij richtinggevend. Realisatie quick-wins toegankelijkheid in woonwijken en aanleggen ontbrekende schakels in voetpaden Op basis van gezamenlijk overleg met vertegenwoordigers van de doelgroepen en buurtverbinders brengen we de knelpunten in beeld, zoals ontbrekende of te steile op- en afritten, maar ook ontbrekende schakels in voetpaden. Voor deze quick-wins wordt niet gewacht op een grootschalige herinrichting van de woonstraat, maar hiervoor dient een apart programma te worden opgesteld. Overhangend groen In woonwijken komt het voor dat er sprake is van overhangend groen van aangrenzende tuinen, door te breed uitgegroeide hagen. Dit belemmert de toegankelijkheid van de voetpaden.

Hiervoor is de beleidsregel ´hinderlijke/gevaarlijke beplanting’ in 2020 vastgesteld. Hierdoor is het mogelijk om hierop actie te ondernemen. Kernopgave 4 Scholen: Het realiseren van veilige schoolthuisroutes en de introductie van het verkeersveiligheidslabel Schoolthuisroutes Ouders brengen in toenemende mate kinderen met de auto naar school, onder andere doordat beide ouders werken. Dit mobiliteitsgedrag voor de korte afstanden is een ongewenste ontwikkeling en dient te worden beperkt. Het autogebruik leidt tot onveilige situaties bij de basisscholen en zorgt voor een vicieuze cirkel: namelijk kinderen die wel met de fiets komen of lopend voelen zich onveilig door de aanwezige auto’s, waardoor deze ouders er ook maar voor kiezen hun kinderen met de auto naar school te brengen.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

28

Door de schoolthuisroutes in beeld te brengen (mobiliteitsscan) en samen met scholen én ouders de knelpunten en mogelijke oplossingen in beeld te brengen én hier uitvoering aan te geven, willen we het lopen en fietsen naar school veiliger maken en stimuleren. Dit vraagt om gedragsbeïnvloeding en commitment van de ouders. Naast veiligheid gaat het bij lopen en schoolkinderen ook over gezondheid. Daarbij zij er kansen door dit onderwerp te koppelen aan JOGG-activiteiten en routes voor de Daily Mile. Verkeersveiligheidslabel Op dit moment bestaat er (nog) geen Gelders verkeersveiligheidslabel voor basisscholen. Mocht hier verandering in komen, dan wil de gemeente Epe hier graag bij aanhaken. Kernopgave 5 Het verbeteren van looproutes van en naar ov-voorzieningen (bushaltes) Inzet is directe, comfortabele, veilige en rolstoelvriendelijke routes naar de ov-haltes. Deze routes kunnen bijvoorbeeld ook worden gemarkeerd met stapstenen. Ook hier willen we quick-wins realiseren om de kwaliteit van de looproutes te verbeteren. Deze kernopgave willen we koppelen aan kernopgave 3 als één integraal project. Deze looproutes dienen nog te worden geïnventariseerd.

Kernopgave 6 Het stimuleren van recreatief wandelen en toegankelijke wandelroutes In het coalitieakkoord van de provincie Gelderland is opgenomen dat er een ruimer budget voor natuureducatie komt voor jong en oud in onderwijs en voor natuurtoerisme. Bijvoorbeeld educatieve wandel- en fietsroutes die ook toegankelijk zijn voor burgers met een beperking. Kernopgave is om samen met het Wandelnet en het Routebureau Veluwe het wandelnetwerk kwalitatief te verbeteren met aandacht voor toegankelijkheid. Met het realiseren van nieuwe gemarkeerde wandelroutes is ook terughoudendheid nodig, met name in de kwetsbare natuurgebieden. Dit is maatwerk. Kernopgave 7 Het toepassen van veilige voetgangersoversteekplaatsen Om als voetganger veilig over te steken is een heldere toepassing van voetgangersoversteekplaatsen (kanalisatiestrepen of zebravoorziening) van belang. Zebra’s worden in principe alleen toegepast bij ontsluitingswegen met een grote voetgangersconcentratie, zoals bij de winkelcentra of in schoolzones. Zebrapaden leiden namelijk tot schijnveiligheid als er niet zeer regelmatig gebruik van wordt gemaakt. In woonwijken met zogenaamde erftoegangswegen is menging van verkeer leidend en leggen we in principe geen zebra’s aan. Vaak worden zebra-voorzieningen hier als oplossing gezien, terwijl die in de praktijk slechts schijnveiligheid biedt, omdat de voetgangersintensiteit laag is.

Daarnaast staat in woonwijken het verblijven centraal en is de snelheid van het autoverkeer laag (maximumsnelheid 30 km/u). We richten 30 km/uur wegen zo in dat er voldoende plekken zijn waar het veilig en gemakkelijk oversteken blijft. Dit komt de eenduidigheid voor alle weggebruikers ten goede. Kernopgave 8 Stimuleren lopen door inrichten van Beweegvriendelijke Omgevingen (BVO’s) en door gedragsbeïnvloeding: bewust worden en verleiden De ontwikkeling van de deze BVO-plekken in wijken en buurten is het domein van ambtenaren sport, ruimtelijke ontwikkeling, landschapsarchitecten en niet te vergeten de buurtbewoners. Bij de (her)ontwikkeling van de openbare ruimte wil gemeente Epe de principes van de BVO inzetten. Onderstaand is een aantal potentiële routes en locaties aangegeven, die kunnen worden (door)ontwikkeld:

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

29

(Mogelijke) routes voor wandelen, hardlopen, Nordic Walking, etc.

(Mogelijke) bootcamp-locaties

 Natuurgebied achter de vogelbuurt Vaassen

Veld achter de Gymzaal Oene: wordt nu gebruikt: (https://jgetfit.nl/bootcamp/)

 

Hertenkamp bij de Zandbult in Epe

     

’t Dalletje (Hoge Weerd) in Epe

(tussen Kouwenaarsweg/Kortenbroekweg)

 Wandelroute Hattumseweg, Emmalaan vanaf of naar de Cannenburch

 Onderzoeken wandelroutes Vaassen-West en (richting) Kroondomein

 Om het Emstergat/Kievitsveld  Bossen Officiersweg, Schietbaanweg en Kolthovenweg

 Langs doorgaande wegen Epe en Vaassen (en door parken).

 Plan voor wandelroutes/ommetjes in de wijk en

Veld achter de gymzaal Haverkamp en Klimtuin in Epe Vegtelarijpark in Epe Veld achter de Hezebrink Emst Veld vogelbuurt in Vaassen Veld voor de Koekoek in Vaassen Veld in de Oosterhof aan de Boxhofstede

verbindingsroutes vanuit dorpen naar het wandelnetwerk* * i.s.m. bewoners en buurtsportcoaches in het kader van het lokale Sport- en Beweegakkoord Epe.

Naast de inrichting van de fysieke omgeving is het belangrijk om ook in te zetten op gedragsbeïnvloeding. Doel is bewoners er bewust van te maken dat lopen veel voordelen biedt en we willen ze verleiden om te gaan lopen in plaats van de auto te nemen voor korte afstanden. We willen een integraal plan voor ‘lopen en ‘fiets’ uitwerken, door de koppeling te zoeken met de beleidsvelden ‘sport en bewegen’ en ‘ouderenwelzijn’. Deze kernopgave is uitgewerkt in hoofdstuk 6 bij het onderdeel ‘fiets’.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

30

6

Hoofdstuk 6 Fietsen

Fietsen

6.1

Ambitie fiets

Doel 2030:

Dat doen we:

Dit meten we:

Waar staan we nu:

de fiets als belangrijkste vervoersmiddel binnen de dorpskernen (lokaal verkeer) en het vergroten van het fietsgebruik op de middellange afstand (o.a. forenzen)

door realisatie vlot en veilige fietsroute Apeldoorn-Zwolle en door verbetering kwaliteit van fietsradialen en recreatieve fietsnetwerk

door het uitvoeren van representatieve fietstellingen en toepassen Smart Mobility in de vorm van fietsapp

fietsgebruik in gemeente Epe voor afstanden tot 7,5 km is 33,4% (CBS 2017)

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

31

6.2

Kernopgaven en mogelijke maatregelen fiets

Fiets

Kernopgave

Mogelijke maatregel

Hoofdambitie: de fiets als belangrijkste vervoersmiddel binnen de dorpskernen (lokaal verkeer) en het vergroten van het fietsgebruik op de middellange afstand (o.a. forenzen)

De focus ligt op de realisatie van de V&V-fietsroute Apeldoorn-Zwolle (F50), de toevoerroutes hiernaar toe vanuit de dorpen en wijken (feeders), de fietsradialen naar de dorpscentra, het versterken van het recreatieve fietsnetwerk en flankerende fietsmaatregelen.

V&V-fietsroute

1 Inspelen op schaalvergroting fiets en versterken A50-corridor Apeldoorn-Zwolle

Realisatie V&V-fietsroute Apeldoorn-Zwolle (F50) voor o.a. woonwerk-verkeer.

Hoofdfietsnet

2 De fiets als belangrijkste vervoersmiddel binnen de dorpscentra (STOP-principe)

Ontwikkelen fietsradialen vanuit de woonwijken naar de dorpscentra in Epe en Vaassen (kwaliteit hoofdfietsnet) en realisatie van de feeders vanuit de dorpen en wijken naar de V&V-fietsroute (F50) en versterken van de interlokale verbindingen.

Buitengebied

3 Versterken recreatieve kwaliteit en natuur/ecologie

Realisatie van het recreatieve fietsnetwerk en het in stand houden, verbeteren en uitbreiden ervan.

Fietssluisjes

4 Vergroten kwaliteit fietsnetwerk door beperkte toepassing fietssluisjes

Een duidelijk afwegingsschema ten aanzien van de toepassing van fietssluisjes.

Fietsbewegwijzering

5 Vergroten kwaliteit fietsnetwerk door actuele fietsbewegwijzering

Uitvoering actualisatie fietsbewegwijzering.

Fietsparkeren

6 Stimuleren fietsgebruik d.m.v. versterken fietsparkeren

Uitwerken en realisatie plan (bewaakt) fietsparkeren in de dorpscentra en op de overstappunten.

Netwerk-aanpak

7 Stimuleren fietsgebruik via bewustwording, educatie en verleiden

Opstellen Plan van Aanpak ‘Gedragsverandering’ (via stappenplan boodschap: openstaan, begrijpen, accepteren, willen, kunnen, doen en volhouden) en stimuleren van actieve bijdragen vanuit bedrijven/samenleving.

Om de kernopgaven 1-3 voor de fiets te kunnen verwezenlijken, is het nodig te komen tot een hoogwaardig fietsnetwerk waar deze ambities onderdeel vanuit maken. Het eerste onderdeel is daarom om het fietsnetwerk vast te stellen: welke fietsroutes maken onderdeel uit van het fietsnetwerk? En aan welke voorkeurskenmerken dienen deze fietsroutes te voldoen (onderdeel 2)? Naast het fietsnetwerk zelf zijn ook beleidskeuzes nodig ten aanzien van het fietsparkeren, de toepassing van fietssluisjes en de fietsbewegwijzering. Deze onderdelen tezamen vormen het ‘fysieke deel’ van het fietsbeleid. Daarmee bedoelen we de onderdelen die in de openbare ruimte worden gerealiseerd. De laatste, maar zeker niet het minst belangrijke onderdeel (4), is het stimuleren van het duurzame fietsgebruik via gedragsbeïnvloeding: bewustwording, educatie en verleiden.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

32

Kernopgave 1-3: Opbouw fietsnetwerk Het fietsnetwerk is opgebouwd, door als eerste stap de huidige fietsinfrastructuur en het huidige fietsgebruik in beeld te brengen. In stap 2 zijn de huidige bestemmingen (zoals sportvoorzieningen) in beeld gebracht, zodat deze ontsloten worden middels fietsroutes. Mede op basis van de belangrijkste reismotieven per doelgroep zijn de gewenste routes en inrichtingswensen bepaald (stap 3). Als vierde stap is het gewenste fietsnetwerk afgestemd op de massa en snelheid van de voertuigfamilies. Als vijfde en laatste stap is het fietsnetwerk opgebouwd vanuit de eisen zoals beschreven in de Ontwerpwijzer Fietsverkeer van het CROW (zie bijlage 10)6. In "Bijlage 10 Voorkeurskenmerken en opbouw

geactualiseerd fietsnetwerk” vindt u een concrete onderbouwing van de opgenomen fietsroutes in het fietsnetwerk.

6 Onderdelen kwaliteitseisen fietsnetwerk CROW (zie voor uitwerking

Bijlage 3 Beleid zichthoeken” ) - Samenhang: de belangrijke voorzieningen, zoals centra, scholen, sportlocaties, bedrijventerreinen, OV-knooppunten, carpoolplaatsen etc. dienen verbonden te zijn binnen het fietsnetwerk. - Directheid: Als de fietser over zo direct mogelijke routes kan beschikken en de automobilist moet omrijden, is de fiets sneller en daarmee aantrekkelijker, bijvoorbeeld door het aanbrengen van autoknips (fietsers kunnen deze barrière wel passeren, auto’s niet), het instellen van eenrichtingsverkeer voor auto’s of het realiseren van een fietstunnel onder een doorgaande weg. - Verkeersveiligheid: door snelheid te reduceren op conflictpunten, herkenbare wegcategorieën, uniforme verkeerssituaties, scheiden massa/snelheid, conflictpunten vermijden, begrijpelijkheid, etc. - Aantrekkelijkheid: de omgeving dient ruimtelijk aantrekkelijk te zijn. Dit vergroot het fietsplezier. - Sociale veiligheid: Voor het gevoel van sociale veiligheid is het van belang dat fietsverbindingen voldoende zicht geven op de omgeving en op medeweggebruikers. Ook dient de fietsroute voldoende verlicht te zijn. - Comfort: door: hoge bewegingsvrijheid, toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid, egaal/vlak en bescherming.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

33

Binnen het Eper fietsnetwerk zijn 9 type fietsrelaties te onderscheiden: Niveau

Type fietsroute

Primaire doelgroep

Voertuigfamilie

Inrichtingseisen

1 Bovenlokaal: V&V-fietsroute

V&V-fietsroute

1: forenzen, 2: scholieren

speedpedelec, e-bike, reguliere fiets, racefiets

2a Bovenlokaal: Hoofdfietsnet

Interlokale fietsroutes

1: scholieren 12-18, 2: forenzen

e-bike, reguliere fiets, race fiets

2b Lokaal: Hoofdfietsnet

Feeders

1: forenzen, 2: scholieren

2c Lokaal: Hoofdfietsnet

Fietsradialen

1: basisscholieren, 2: sociaal-recreatief (winkelen) en 3: ouderen

speedpedelec, e-bike, reguliere fiets, racefiets e-bike, (e-)bakfiets en reguliere fiets

2d Buitengebied: Hoofdfietsnet

Knooppuntennetwerk en interlokale verbindingen

1: Recreatieve fietsers

e-bike, racefiets, reguliere fiets

3a Lokaal: Basisfietsnet

Fietsroutes naar sport/OV-/cult. voorzieningen)

Scholieren 4-18, volwassenen, ouderen

e-bike, reguliere fiets

(Sociaal) veilig.

3b Lokaal: Basisfietsnet

Toevoerroutes naar F50

1: forenzen, 2: scholieren 3: recreanten vanaf parken/campings

Speedpedelec, e-bike, reguliere fiets

(Sociaal) veilig.

3b Buitengebied: Basisfietsnet

Lokale fietsrondjes

1: Recreatieve fietsers

e-bike, racefiets, reguliere fiets

Aantrekkelijke omgeving en fietspaden.

Direct en zo min mogelijk oponthoud, breed fietspad: ook voor hogere fietssnelheden Direct en zo min mogelijk oponthoud. Direct en zo min mogelijk oponthoud Sociaal veilig door dichte bebouwing; veilig en comfortabel door autoluwe en bredere fiets/woonstraten (ook geschikt voor bakfiets) en een aantrekkelijke omgeving. Aantrekkelijke omgeving en fietspaden.

Bij een V&V-fietsroute wordt bewust gekozen voor een eigen herkenbare inrichting, waardoor deze zich onderscheidt van overige fietsroutes. De V&V-fietsroute is bedoeld voor fietsverkeer (primaire doelgroep: forenzen en scholieren/studenten) en is ook geschikt voor speedpedelecs. De V&V-fietsroute is breed en heeft in principe voorrang op het overige verkeer. Hierbij heeft het fietsverkeer geen of zo min mogelijk oponthoud. Fietsers kunnen op deze manier zo snel mogelijk een grote afstand afleggen. De interlokale verbindingen zijn de functionele fietsrelaties tussen de dorpskernen Emst, Epe, Oene en Vaassen en de kernen die buiten de gemeente Epe zijn gelegen. De interlokale verbindingen zijn primair bedoeld voor forenzen en scholieren/studenten. Zij hebben behoefte aan veilige en directe fietsroutes. De interlokale verbindingen zijn daarom directe fietsroutes met vrijliggende fietspaden en zijn met name langs de (gebieds)ontsluitende wegen gelegen. De fietsroutes zijn niet alleen snel, vanwege de directheid van de fietsroute, maar ook vanwege de voorrang op de kruisingen, rotondes en hebben prioriteit bij verkeerslichtenregeling. In de praktijk zijn de fietspaden op de interlokale verbindingen echter relatief smal ten opzichte van de voorkeurskenmerken. Er is veelal onvoldoende ruimte, ook na reconstructie, om qua breedte te voldoen aan de voorkeurskenmerken.

De interlokale fietsverbindingen zijn daarom primair alleen bedoeld voor afwikkeling van interlokaal fietsverkeer met e-bike of reguliere fiets. Het lokale fietsverkeer en andere/brede/snellere fietsvormen worden zoveel mogelijk gestimuleerd gebruik te maken van het lokale fietsnetwerk, zijnde de F50, de (mogelijke) feeders en fietsradialen.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

34

Ambitie is om het lokale fietsverkeer (sociaal-recreatief/winkelen, maar ook basisscholieren en ouderen) zoveel mogelijk af te wikkelen via de fietsradialen vanuit de wijken naar het centrum. Hier wordt gebruik gemaakt van woonstraten met voldoende breedte. Voor deze doelgroepen is vooral (sociale) veiligheid en comfort/ gemak belangrijk. Er wordt gekozen voor woonstraten, omdat de voorkeur van deze doelgroepen uitgaat naar sociaal-veilige fietsroutes. Dit zijn routes die gemengd zijn met andere verkeerssoorten en functies en die zo veel mogelijk in het zicht van woningen en andere gebouwen staan. Veiligheid en comfort/gemak wordt ook bereikt door de woonstraten autoluw(er) te maken, bijvoorbeeld door het instellen van éénrichtingsverkeer of het aanbrengen van een fysieke knip en het inrichten van fietsstraten. Parkeren dient, voor zover mogelijk, buiten de rijbaan plaats te vinden. Door de fietser letterlijk en figuurlijk ruim baan te geven, hebben ook andere fietsvormen, zoals de bakfiets, voldoende ruimte om er veilig en comfortabel te fietsen. Dit kan bijvoorbeeld door de realisatie van fietsstraten, waarbij fietsers in de voorrang door kunnen fietsen. Of een fietsstraat haalbaar is dient per fietsradiaal te worden onderzocht. Als alternatief kan worden gekozen voor een fietsstraatachtige inrichting, zonder de daadwerkelijke status van ‘fietsstraat’.

Hoewel (sociale) veiligheid en comfort/gemak de belangrijkste motieven zijn, kan ook de reistijdbeleving van doorslaggevende betekenis zijn om voor de fietsradiaal te kiezen qua routekeuze. Een afwisselende omgeving wordt als korter ervaren, dan bij een eentonig en ‘saaie’ omgeving. Om een fietsroute afwisselend te houden, kan dus gezocht worden naar routes die door verschillende stedenbouwkundige omgevingen gaan, dus met verschillende bouwstijlen en/of parken. De dichtheid werkt ook positief op de reistijdbeleving. Feeders vormen een snelle en directe aansluiting/toevoerroute naar de V&V-fietsroute en zijn geschikt voor hogere fietssnelheden en dus voor de speed-pedelec. De primaire doelgroepen zijn de forens en de scholier/student. Het lokale basisnet binnen de bebouwde kom wordt gevormd door fietsroutes van/naar de (sport)voorzieningen én de toevoerroutes van/naar de F50. Doelgroepen voor de fietsroutes van/naar de (sport)voorzieningen zijn sociaal-recreatief verkeer en de sportende jeugd. Ook de toevoerroutes van/naar de F50 vormen onderdeel van het basisnet. Dit zijn ontsluitingsroutes van/naar herkomsten en bestemmingen rondom de F50, met name gericht op scholieren en forenzen. Beide fietsrelaties zijn (gedurende de gehele dag) minder intensief gebruikt en zijn daarom ingedeeld in het basisnet.

Het fietsnetwerk in het buitengebied (hoofdfietsnet) bestaat uit de routes die zijn opgenomen in het landelijke knooppuntensysteem, de provinciale wegen, de dorpenroute, de verbinding tussen Epe-Oene en de veerpont naar Olst, de Oranjeweg (tussen Emst en Vierhouten), de Dellenweg (van Epe naar het Hertenkamp/De Dellen) en de (mogelijke) feeders naar de V&V-fietsroute en de V&V-fietsroute zelf. Binnen het basisfietsnet zijn in het buitengebied de lokale fietsrondjes opgenomen, onder andere naar voorzieningen, zoals naar het Heerderstrand. Ook zijn toevoerroutes opgenomen van/naar de F50. Beide fietsrelaties zijn (gedurende de gehele dag) minder intensief gebruikt en zijn daarom ingedeeld in het basisnet.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

35

Recreatieve routes in het buitengebied Recreatieve routes in het buitengebied gaan in Epe ook veel door het bos en hebben natuurlijk al een hoge belevingswaarde, maar het bos biedt ook nog ruimte om de beleving van je fietspad nog verder te vergroten. Hiernaast is een voorbeeld van nieuw aangelegde betonnen fietspad. Een minder recht pad, zorgt voor een hogere belevingswaarde. Kernopgave 1-3: beschrijving fietsnetwerk Netwerk V&V-fietsroute F50 Apeldoorn-Zwolle, (mogelijke) feeders en toevoerroutes Snelfietsroutes deden vanaf 2006 hun intrede in het kader van de filebestrijding door de lokale overheid. In het project ‘Met de fiets minder file' en later ‘Fiets filevrij’. Doel is om automobilisten die op fietsbare afstand wonen, te stimuleren om de fiets te pakken naar het werk. Ambitie is realisatie van een netwerk van snelfietsroutes die woon en werkkernen met elkaar verbinden, waarbij een fietsafstand van 15-20 kilometer reëel is. Het gaat dus om een schaalsprong van lokaal naar regionaal fietsen. De F50 vormt een essentiële schakel naast de A50 als verbinding tussen de stedelijke regio Cleantech en Zwolle-Kampen. Inzet is het verbinden van de regio Stedendriehoek (ongeveer 400.000 inwoners, +200.000 arbeidsplaatsen) met de regio Zwolle(-Kampen) (700.000 inwoners, arbeidsplaatsen +300.000).

De F50 dient als duurzaam alternatief voor de A50, maar ook om de doorstroming op de A50 te bevorderen. Vanuit de regio wordt er daarom bij het rijk gelobbyd om het belang van de A50 en F50 te vertalen in concrete maatregelen en steun vanuit het Rijk. - Veilige mobiliteit: V&V-fietsroute biedt kansen om fietsknelpunten aan te pakken: Veilige mobiliteit is een basisvoorwaarde. Nederland is inmiddels op het gebied van verkeersveiligheid haar koppositie in West-Europa kwijt en raakt achterop. Nieuwe (e-)fietsen vragen om een hernieuwde kijk op veilige fietsinfrastructuur. Als gemeente Epe zien we met de realisatie van de V&V-fietsroute volop kansen om onveilig (ervaren) fietssituaties aan te pakken, zoals de oversteek van de Laan van Fasna, de rotonde Deventerstraat-Laan van Fasna en de oversteek met de Eekterweg. - Duurzame en gezonde mobiliteit: Om te komen tot duurzame en gezonde mobiliteit willen we eerst inzetten op lopen en fietsen. Het principe is dat lopen en fietsen de meeste beleidsmatige voordelen bieden: het is kosten-efficiënt, het ruimtebeslag is beperkt, het is duurzaam en veilig, het biedt gezondheidsvoordelen, het kost de gebruiker geen/weinig geld.

- Door het (economisch) verbinden van bestemmingen: De V&V-fietsroute Apeldoorn-Zwolle zorgt voor ontsluiting van diverse bestemmingen in beide regio’s, zoals de werklocaties in Apeldoorn en Zwolle, maar ook op bedrijventerrein Eekterveld in Vaassen en Kweekweg (en VMI) in Epe. Het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs in Apeldoorn en Zwolle worden beter bereikbaar, evenals de middelbare scholen RSGNOV in Epe en de Noordgouw in Heerde. Ook de bereikbaarheid van de toeristische bestemmingen wordt vergroot (zoals kasteel Cannenburch, paleis het Loo, Apenheul, Julianatoren etc.). Ook zijn er kansen om de potentiële woningbouwlocaties Slath en Zuukerenk (ontwerp-omgevingsvisie) op een duurzame wijze te ontsluiten, door de ligging in de directe nabijheid van de F50. Ook de ontwikkeling van de woonwijk Oosterhofzuid in Vaassen en de uitbreiding van het bedrijventerrein Eekterverveld IV in Vaassen vergroten de potentie van de F50 en de F50 biedt voor deze ontwikkellocaties een duurzaam vervoersalternatief. - Verbeteren leefbaarheid in dorpskernen (dorpenroute en winkelgebied Epe): In de huidige situatie ervaren de inwoners van Epe, Emst en Vaassen overlast van snelheid en intensiteit van doorgaand (vracht)verkeer. De dorpenroute tussen Epe en Apeldoorn is qua functie niet bedoeld voor regionaal (vracht)verkeer.

Het regionale gemotoriseerde verkeer dient zich af te wikkelen via de snelweg A50 (de A50 heeft een nationale en regionale verkeersfunctie). Door de realisatie van

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

36

de V&V-fietsroute willen we automobilisten stimuleren de overstap te maken van de auto naar de fiets en daarmee de dorpenroute te ontlasten qua autoverkeer. Ook kent de Hoofdstraat-zuid in Epe relatief smalle fietspaden, maar met veel fietsgebruik. Verderop in het winkel-/horecagebied conflicteert (de hoge snelheid van) het fietsverkeer soms met de voetgangers/winkelend publiek en het horecagebruik. De F50 kan voor een deel van deze fietsers een aantrekkelijk alternatief worden. - F50 als duurzaam alternatief voor A50 en als onderdeel aanpak congestie A50 Zoals vermeld vormt de F50 een essentiële schakel naast de A50 en dient als duurzaam alternatief, maar ook om de doorstroming op de A50 te bevorderen. Vanuit de regio wordt er daarom bij het rijk gelobbyd om het belang van de A50 en F50 te vertalen in concrete maatregelen en steun vanuit het Rijk.

Vanaf 2015 zijn de provincie, regio Cleantech en de gemeenten Apeldoorn en Epe bezig met plannen voor de realisatie van een Vlotte en Veilige fietsroute (F50) tussen Apeldoorn en Epe. De F50 Apeldoorn-Zwolle loopt tussen Apeldoorn-Epe over het voormalige treinbaanpad (voor wat betreft het deel binnen de gemeente Epe). Ter hoogte van de Europalaan dient nog een keuze te worden gemaakt via welk tracé de F50 gaat lopen. Begin 2022 volgt naar verwachting de besluitvorming over het Voorlopig Ontwerp dat is opgesteld voor dit traject. De wens is om uiteindelijk te komen tot een Vlotte en Veilige fietsroute Apeldoorn-Zwolle. In 2017 is op basis van een gemeenschappelijk onderzoek gebleken dat er in de regio Epe - Zwolle een snelle ontwikkeling is in de groei van het gebruik van de fiets. De studie van 2017 heeft aangetoond dat een hoogwaardige fietsroute tussen Epe en Zwolle kansrijk is. In 2017 is deze verkenning door het college vastgesteld en is de Raad geïnformeerd. In 2020/2021 is een eerste gemeentelijke verkenning uitgevoerd naar een Vlotte en Veilige fietsroute (F50) tussen Epe-Heerde. In 2022 wordt de regionale verkenning F50 Epe-Zwolle opgestart. Daarin worden alle mogelijke tracés onderzocht7 en wordt nadrukkelijk ook de relatie gelegd met de potentiële woningbouwlocaties Zuukerenk en ‘t Slath.

In dit project participeren de gemeente Epe samen met de gemeente Heerde en de gemeente Hattem, de provincie Gelderland en de bereikbaarheidsregio Zwolle. Daarin wordt ook de haalbaarheid verder onderzocht. Fietsnetwerk Epe en Vaassen Nieuwe onderdelen in het geactualiseerde fietsnetwerk voor Epe en Vaasen zijn de realisatie van de fietsradialen vanuit de woonwijken én de F50 met de (mogelijke) feeders.

7 Er zijn daarom in het gemeentelijke fietsnetwerk (blz. 38-40) nog geen potentiële routevarianten aangewezen/opgenomen.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

37

Op onderstaande afbeelding is het fietsnetwerk voor de kern Epe weergegeven:

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

38

Op onderstaande afbeelding is het fietsnetwerk voor de kern Vaassen weergegeven:

Fietsnetwerk buitengebied Ten opzichte van het huidige fietsnetwerk in het buitengebied, zijn de volgende wijzigingen/nieuwe routes toegevoegd: Fietspad Vemderweg (Kanaalweg-Nieuwe Wetering). Dit fietspad wordt in 2021/2022 gerealiseerd en dient te worden opgenomen in het knooppuntensysteem. Onderzoek nieuw (beton)fietspad Jagtlustweg: De huidige knooppuntenroute loopt via de Officiersweg. Deze weg vervult echter een (beperkte) verkeersfunctie voor Epe-noord. Het deel buiten de bebouwde kom is mede bedoeld voor recreatief autoverkeer vanaf de campings naar de N309/A28 (de aansluitende Koekenbergweg is hiervoor geschikt gemaakt). Door een nieuwe fietsroute aan te bieden via de onverharde/semi-verharde Jagtlustweg, die parallel aan de Officiersweg loopt kunnen we het fietsverkeer scheiden van het autoverkeer op de Officiersweg. Deze nieuwe fietsroute sluit dan aan op de Burgemeester van Walsemlaan, die is opgenomen als fietsradiaal van en naar het dorpscentrum. De Jagtlustweg kan dan in plaats van de Officiersweg onderdeel gaan uitmaken van het knooppuntenetwerk, Voorgesteld wordt om de Weteringdijk uit het knooppuntensysteem te halen. De Weteringdijk kent lange rechtstanden, waardoor de snelheid van het autoverkeer hoog ligt. Ook betreft de Weteringdijk een landbouwrroute.

De route heeft landschappelijk gezien een lagere belevingswaarde, dan de twee parallele fietsroutes langs de Veluwse dijk en Kanaalweg. Voorgesteld wordt te onderzoeken om de knooppuntroute via Adelaarsdwarsweg-AdelaarswegBadweg-fietspad te laten lopen, zodat route nog slechts via klein deel via de Vemderweg loopt (alleen het oostelijke deel, die bovendien breder is. De Vemderweg is ook een landbouwrroute.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

39

-

De huidige knooppuntenroute loopt via de Woesterbergweg. Het zuidelijke deel van de Woesterbergweg (tussen de Langeweg en de Oranjeweg) kent een smal wegprofiel en fietsers dienen gebruik te maken van de rijbaan. Het is daarom wenselijk om een nieuwe fietsverbinding tussen de Langeweg en de Oranjeweg te realiseren via de Pollenseweg, Oranjeweg, Pollenseveenweg en Hertenkampsweg naar de Hanendorperweg en deze op te nemen in het knooppuntensysteem. De Vaassense binnenweg-Veldweg is in de huidige situatie onderdeel van het knooppuntenroutenetwerk, maar is ook een landbouwrroute. Door het realiseren van de nieuwe fietsverbinding kan de knooppuntenroute van de Vaassense binnenweg-Veldweg mogelijk worden verlegd naar de Pollenseweg/Hertenkampsweg.

Op onderstaande afbeelding is het fietsnetwerk voor het buitengebied weergegeven:

Kernopgave 1-3: Vertaling fietsnetwerk naar inrichtingseisen en knelpunten en mogelijke maatregelen In "Bijlage 10 Voorkeurskenmerken en opbouw geactualiseerd fietsnetwerk” zijn de voorkeurskenmerken voor het fietsnetwerk weergegeven. Op basis van de voorkeurskenmerken is te bepalen welke maatregelen nodig zijn om het fietsnetwerk toekomstbestendig te kunnen maken. In hoofdstuk 9 (van knelpunten naar maatregelen) zijn de routes aangegeven waar maatregelen nodig zijn. Dit krijgt uiteindelijk een vertaling in het uitvoeringsprogramma. Binnen de bebouwde kom wordt op de fietsradialen onderzocht of het mogelijk is om woonstraten in te richten als fietsstraat of met een fietsstraatachtige inrichting. Op de drukkere wegen worden brede suggestiestroken toegepast. In het buitengebied geldt voor de aanleg van recreatieve fietspaden een gewenste breedte van 2,5 meter. Op fietsroutes in het buitengebied die over bestaande wegen lopen, met menging van verkeer, worden suggestiestroken van minimaal 1,5 meter breed toegepast. Op smalle(re) wegen in het buitengebied passen we kantmarkering toe. Op wegen met menging van verkeer verdient het

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

40

verlagen/beïnvloeden van de snelheid van het autoverkeer speciale aandacht. Dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Kernopgave 4 Vergroten kwaliteit fietsnetwerk door verminderen toepassing fietssluisjes Het plaatsen van palen of sluisjes op een fietspad of een weg kunnen een effectieve manier zijn om motorvoertuigen te weren. Paaltjes en sluisjes zijn echter ook een permanente vorm van discomfort voor fietsers. Ze zijn een veelvoorkomende oorzaak van enkelvoudige fietsongevallen. Een ander nadeel van paaltjes en sluisjes is dat ze ook de doorgang voor gladheidbestrijdings- en hulpvoertuigen belemmeren. Er dient daarom een integrale afweging van de nut en noodzaak en de voor- en nadelen te worden gemaakt. Maatvoering fietspaaltjes Bij voorkeur plaatsen wij geen fietspaaltjes, behalve op locaties die daar vanuit verkeersveiligheid om vragen en andere alternatieven niet gewenst en/of haalbaar zijn om autoverkeer te weren. Belangrijke factor is de breedte van het fietspad ter plaatse van de paal. Voor het weren van personenauto’s geldt een maatvoering van maximaal 160-180 cm tussen de palen. Het uiteindelijke ontwerp hangt ook samen met omgevingsfactoren als de aanwezigheid van een wand langs het fietspad, de dikte van het fietspaaltje, etc. Een optie is het plaatsen van flexibele palen mocht dit vanuit fietsveiligheid gewenst zijn.

Bij het plaatsen van paaltjes is een goede inleiding met ribbelvormige markering nodig. Maatvoering fietssluisjes Bij voorkeur plaatsen wij geen fietssluisjes, behalve op locaties die daar vanuit verkeersveiligheid om vragen, bijvoorbeeld vanwege overlast van (brom)fietsers op achterpaden of een onveilige aansluiting van het fietspad op de rijbaan. Er zijn eerst andere alternatieven afgewogen, maar deze niet wenselijk en/of haalbaar. Bij toepassing van een fietssluis is de afstand tussen de hekken gelijk/breder dan 1,20 m. Bij overlap tussen de hekken van 0,60 m dan dient de in- en uitgang ruimer dan 1,50 m te zijn. De sluisjes worden in de volgorde geplaatst, zoals weergegeven op de afbeelding. De fietssluis aan de rechterzijde van het fietspad (voor de aankomende fietser) wordt voorop geplaatst.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

41

Kernopgave 5 Vergroten kwaliteit fietsnetwerk door realisatie van actuele fietsbewegwijzering Alle fietsbewijzering binnen de gemeente is geïnventariseerd en weergegeven in het achtergronddocument. Op de afbeelding is een voorbeeld weergegeven op welke locaties er fietsbewegwijzering aanwezig is en welke bestemmingen verwezen worden. Het gaat hierbij om de zogenaamde NBD-bewegwijzering (voorheen ANWB) en fietspaddenstoelen. Inzet is om de ontbrekende fietsbewegwijzering te realiseren.

Kernopgave 6 Stimuleren fietsgebruik d.m.v. versterken fietsparkeren Om het fietsgebruik te stimuleren zijn voldoende en hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen noodzakelijk. Daarbij gaat het om de locatie, de kwantiteit (hoeveelheid) en de kwaliteit: Locatie fietsparkeervoorzieningen: 

Centrumgebied: Het centrumgebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van verschillende functies, zoals wonen, werken, winkelen, recreëren. Binnen het centrumgebied zijn er specifieke locaties aan te wijzen die veel fietsers aantrekken, zogenaamde ‘fietsmagneten’. Veel voorkomende fietsmagneten zijn bijvoorbeeld supermarkten, omdat de fiets ook dienstdoet als boodschappenkar. Bij deze specifieke locaties dienen, zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende stallingsvoorzieningen aanwezig te zijn op korte loopafstand.

OV-knopen (bushaltes): De loopafstand dient kort te zijn. Ten eerste omdat de fietser op de heenweg de bus niet wil missen. Ook liggen de halten van vertrek en aankomst niet altijd op dezelfde plek. De loopafstanden ‘s ochtends en ’s middags kunnen daarom verschillend zijn. In meeste gevallen kiest de fietser voor de fietsparkeervoorziening die het dichtste bij de vertrekhalte ligt.

Attractiepunten: dit zijn publieksaantrekkende functies, zoals een bibliotheek, een zwembad en sportvoorzieningen. Een locatie dicht bij de ingang (maximaal 50 meter) is noodzakelijk. Het is gewenst dat de fietsparkeervoorzieningen nabij publiekstrekkende functies, vanwege de lange verblijfsduur, bescherming bieden tegen diefstal en vandalisme en in het zicht zijn gelegen.

Scholen: Het overgrote deel van leerlingen en studenten komt op de fiets naar school. Scholen dienen daarom te beschikken over grootschalige fietsenstallingen. Een locatie dicht bij de ingang (maximaal 50 meter) is noodzakelijk. De rol van gemeente hierin is aan te geven hoeveel fietsparkeerplaatsen een school op eigen terrein moet realiseren, bijvoorbeeld bij de nieuwbouw van een school.

Bedrijven: Bij bedrijven dienen voldoende stallingsvoorzieningen aanwezig te zijn voor werknemers en bezoekers. Een locatie dicht bij de ingang (maximaal 50 meter) is noodzakelijk. De rol van gemeente

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

42

hierin is aan te geven hoeveel fietsparkeerplaatsen een bedrijf op eigen terrein idealiter nodig heeft, bijvoorbeeld bij de nieuwbouw of uitbreiding van een bedrijf. En hoe deze het beste ontsloten kan worden. Fietsdiefstal is een van de belangrijkste redenen om niet de fiets te gebruiken. Onderzocht wordt of bewaakte en/of betaalde stallingen, noodzakelijk, wenselijk en haalbaar zijn in de dorpscentra van Vaassen en Epe. Daarbij kan ook worden gekeken of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen worden ingezet. Een alternatieve vorm van een bewaakte stalling zijn fietskluizen ten behoeve van het parkeren van (elektrische) fietsen. Fietsparkeermogelijkheden voor bijzondere fietsen. Er is een groei te zien van het aantal fietsen met afwijkende maten. Het gaat bijvoorbeeld om bakfietsen, fietsen met aanhangers en fietsen met rekken aan het stuur(wiel). Bij de bestaande fietsenstallingen is er vaak geen of beperkt ruimte voor afwijkende maten. Daarom wordt binnen de gemeente Epe bij voorkeur gekozen voor de realisatie van ruime fietsparkeervakken met een aantal fietsbeugels waar (bijzondere en elektrische) fietsen aan vast kunnen worden gemaakt. De praktijk leert dat de goedkope(re) fietsen veelal niet aan een fietsbeugel worden vastgemaakt. Kwantiteit fietsparkeervoorzieningen Een bezettingsgraad van meer dan 80% wordt als vol ervaren bij fietsparkeren.

De CROW-leidraad Fietsparkeren hanteert daarom als norm een bezettingsgraad van 80% om te bepalen of er sprake is van een capaciteitstekort. Ook kunnen voor het bepalen van het gewenste aantal plekken de parkeerkencijfers van het CROW worden gebruikt, zoals die in de Leidraad Fietsparkeren zijn opgenomen. Voor bestaande publiekstrekkende functies wordt een vraagvolgend beleid voorgesteld. De beheerders/ gebruikers worden geïnformeerd over het belang van goede en voldoende fietsparkeervoorzieningen. Kwaliteit fietsparkeervoorzieningen De volgende kwaliteitseisen worden gesteld aan de fietsparkeervoorzieningen: - Gebruiksgemak bij het plaatsen en vastzetten van de fiets; - Minimale kans op schade aan de fiets; - diefstal- en vandalismebestendigheid; - duurzaamheid van het systeem. In de FietsParkeur zijn deze eisen verder uitgewerkt. De stichting FietsParKeur bevordert sinds 1999 goede fietsparkeervoorzieningen (fietsenrekken, fietsenstallingen etc.). De kwaliteitseisen van FietsParKeur staan in een tweetal Normstellende Documenten. Naast de kwaliteit van de fietsparkeervoorziening zelf is sociale veiligheid een belangrijk aspect. Hierbij gaat het om voldoende overzicht, verlichting en een goed onderhouden openbare ruimte.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

43

Kernopgave 7 Stimuleren fietsgebruik via bewustwording, educatie en verleiden Gemeente als werkgever en voorbeeld richting andere werkgevers Een van de doelen uit het Klimaatakkoord richt zich op het verduurzamen van de mobiliteit. Hierdoor wil de regering zorgen voor schonere, goedkopere en gezondere vormen van particulier en openbaar vervoer. Om dat te bereiken zijn er verschillende afspraken gemaakt. De belangrijkste (qua urgentie) is: Vanaf begin 2022 worden er in de wetgeving normen vastgelegd ten aanzien van de maximale toegestane CO2-uitstoot voor werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Dit geldt ook voor de gemeente Epe als werkgever. De gemeente beschikt al over een deels elektrisch wagenpark en (elektrische) dienstfietsen voor dienstreizen. Nieuwe mogelijkheden om ook het woonwerk-verkeer te verduurzamen, bieden de leasefiets en andere maatregelen, zoals carpoolen, thuiswerken etc. Om de kunnen fietsen van/naar het werk dienen ook de faciliteiten, zoals douchegelegenheid, aanwezig te zijn (zie ook hoofdstuk 8 kernopgave 14 ‘parkeren centra’). Naast de gemeente Epe als werkgever en de voorbeeldfunctie, dient er (mede vanuit de regio) ook te worden ingezet op duurzaam mobiliteit bij de werkgevers binnen de gemeente Epe (werkgeversaanpak).

Actieplan lopen en fietsen: educatie, bewust worden en verleiden van doelgroepen Binnen een netwerkaanpak gaat het ook om bewustwording, educatie en het verleiden van automobilisten om te gaan lopen of fietsen. Niet alleen omdat het duurzaam is, maar ook omdat het gezond is. Hierbij is een directe koppeling te maken met het lokale Sport- en Beweegakkoord. Dit is een actieplan voor de toekomst van sporten en bewegen in de gemeente Epe. Daarin staan straks concrete afspraken: dít gaan we zó met elkaar doen. Sport en bewegen heeft een sterke link met mobiliteit: lopen en fietsen. Daarin kunnen beide beleidsvelden elkaar versterken. Vanuit mobiliteit gaat het om de aspecten fietseducatie (kunnen) en het ‘aanmoedigen’ (bewustwording en verleiden) van kinderen, jongeren en volwassenen om te kiezen voor lopen en fietsen in plaats van de auto. Voorbeelden van acties zijn ‘campagne met de fiets naar school’ en ‘met belgerinkel naar de winkel’. Denk bijvoorbeeld ook aan het plaatsen van een fietsersteller langs de F50. Er dient een gericht actieplan te worden uitgewerkt, waarbij een koppeling wordt gelegd met het akkoord Sport en Bewegen en de landelijk aanpak Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG). Inzet van de JOGG is het creëren van een gezonde en veilige omgeving voor de jeugd (0-19 jaar) in de gemeente Epe. De regie van de lokale JOGG-aanpak ligt bij Koppel-Swoe.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

44

7

Hoofdstuk 7 Openbaar vervoer

Openbaar vervoer

Ambitie Openbaar Vervoer

7.1

Doel 2030:

Dat doen we:

Dit meten we:

vergroten van het OV-gebruik onder de inwoners van gemeente Epe met 20%

door het behouden en versterken van de OV-kwaliteit en regionale OVbereikbaarheid

met behulp van reizigersonderzoeken van de vervoersbedrijven

Waar staan we nu: Huidige reizigersaantallen moeten worden opgevraagd bij provincie.

Ambitie: Het vergroten van het OV-gebruik

In Epe onderscheiden we vier doelgroepen waarvoor we de huidige OV-bereikbaarheid willen behouden en versterken. De werknemers maken de overstap, meer dan nu, vanuit de auto naar het OV. Hiermee ontlasten we het bovenliggend wegennet en leveren we een bijdrage aan de klimaatdoelen. Ten tweede: de ouderen stimuleren volwaardig(er) aan de samenleving deel te nemen. Ten derde het versterken van de OV-kwaliteit voor de recreatieve bezoeker, zodat we ons toeristisch profiel kunnen versterken. Ten vierde de student een goede ov-bereikbaarheid bieden, zodat ze onderwijs kunnen volgen dat zo goed mogelijk bij hun wensen aansluit. Om de huidige OV-kwaliteit te kunnen behouden en versterken, zijn er vier speerpunten benoemd, die ook de vier lagen van het OV-netwerk vormen: 1. Hoge frequentie op de noord-zuidverbinding tussen de grote steden Apeldoorn-Zwolle en de tussenliggende kernen Vaassen, Emst en Epe. 2. Kwaliteit basisniveau op de oost-westverbinding: buslijn 170 Epe-Twello en behoud doorgetrokken buslijn Epe-’t Harde

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

45

3. 4.

Het aanbieden van een vangnet en andere vormen van mobiliteit op de locaties en tijden die niet met het openbaar vervoer bereikbaar zijn. Het verknopen van het netwerk, door het aanbieden van voor- en natransportmogelijkheden.

Op onderstaande afbeelding is het OV-netwerk weergegeven:

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

46

7.2

Kernopgaven en mogelijkheden Openbaar vervoer Kernopgave

Mogelijke maatregel

OV

1 Behoud en versterken OVkwaliteit corridor ApeldoornZwolle

Het gemeentelijk belang vertegenwoordigen bij de provincie (=concessieverlener) en zelf actief de ov-knopen versterken.

OV

2 Behoud en versterken basisnet, door behoud van de oost-west OVverbinding (Twello-Epe-’t Harde)

Het gemeentelijk belang vertegenwoordigen bij de provincie en actief bewoners informeren over de ov-mogelijkheden: - Behoud van de ov-verbinding Epe-Twello. - Behoud van de gerealiseerde westelijke ov-verbinding Epe-’t Harde.

Andere mobiliteit

3 Uitrol andere mobiliteit/ ov-vangnet

De regierol voor andere mobiliteit (innovatieve mobiliteitsdiensten) ligt bij de provincie en regio. De gemeente vervult hierin een stimulerende en faciliterende rol (o.a. deelfietsen en deelauto’s).

Laagdrempel igheid OV

4 Inzetten op laagdrempelig openbaar vervoer

De regierol voor (de laagdrempeligheid van) het openbaar vervoer ligt bij de provincie. De gemeente wil een faciliterende rol vervullen tussen de bewoners/lokale organisaties om de laagdrempeligheid van het openbaar vervoer te verlagen.

Knopen

5 Versterken van de knopen (‘firstand-last-mile’)

De knopen in de mobiliteitsnetwerken zijn de locaties waar wordt overgestapt van vervoersmiddel (bijv. fietsparkeren bij bushaltes). Inzet is het opstellen en realiseren van een ‘plan overstappunten’. Dit heeft een directe relatie met kernopgave 3.

Kernopgave 1 Behoud en versterken OV-kwaliteit corridor Apeldoorn-Zwolle De sterke OV-lijn vormt een hoogwaardige verbinding tussen de gemeente Epe en de steden Apeldoorn en Zwolle. Behoud van de OV-kwaliteit is daarom uitgangspunt in combinatie van het verleiden van de doelgroepen om overstappen vanuit de auto naar het openbaar vervoer. In de huidige situatie is er bij de bushaltes in Vaassen en Epe sprake van een groot aantal in- en uitstappers. Dit leidt nu tot capaciteitsproblemen qua fietsparkeren. Het verbeteren van de haltevoorzieningen en het aanbieden van andere voor- en natransportdiensten is daarom nodig (zie ambitie 4). Kernopgave 2 Behoud en versterken basisnet, door realisatie van een oost-west OV-verbinding Qua oostwestverbinding beschikte de gemeente Epe (tot december 2020) alleen over een oostelijke verbinding tussen Epe-Oene-Twello. Deze busverbinding heeft de afgelopen jaren onder druk gestaan, vanwege beperkt gebruik. De buslijn wordt onder andere gebruikt door studenten van/naar Deventer en het AOC in Twello. Een westelijke OV-verbinding ontbrak. Daarom is onderzocht of het haalbaar is om een westelijke busverbinding (Epe-Nunspeet of ‘t Harde) te realiseren vanuit Epe. Uit de haalbaarheidsstudie die is uitgevoerd, bleek er voldoende potentie te zijn voor een westelijke OV-verbinding Epe-Nunspeet/’t Harde.

Inmiddels rijdt er een nieuwe (doorgetrokken) buslijn Twello-Epe-’t Harde. Deze rijdt gedurende de noodconcessie vanaf 14 december 2020 gedurende twee jaar vanuit Epe door naar ’t Harde. De keuze voor ’t Harde in plaats van Nunspeet is een logische, zeker in het licht van de koppeling met de trein. Het treinstation ’t Harde is ten opzichte van Nunspeet gunstiger gelegen qua reistijd. Ook is het voor Keolis essentieel dat de dienstregeling is in te passen binnen een haalbare dienstregeling en een goede koppeling met de treintijden. Belangrijk als gemeente is om onze inwoners te informeren over de mogelijkheden en voordelen om met deze busverbinding te reizen, om ook zo het gebruik te stimuleren (bewustwording en verleiden). Zo zijn inwoners met de nieuwe buslijn per OV een kwartier sneller in Amersfoort.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

47

Het is een wens om te onderzoeken of het haalbaar is om de buslijn naar ’t Harde via Wissel en daar aanwezige parkeren te laten rijden. Hiermee vergroten we de recreatieve bereikbaarheid. Dit geldt ook voor de locaties nabij rotonde Tongeren en aan de voet van de Knobbel. Realisatie van bushaltes op deze locaties schept wandelmogelijkheden. Kernopgave 3 Uitrol andere mobiliteit/ov-vangnet De regierol voor ‘andere mobiliteit’ en het ‘OV-vangnet’ ligt bij de provincie/regio. Wij willen graag een faciliterende rol vervullen bij de realisatie van andere mobiliteit en een actieve rol vervullen om het gebruik stimuleren. Andere mobiliteit Bij andere mobiliteit moet bijvoorbeeld worden gedacht aan (elektrische) deelauto’s. De regierol voor Andere Mobiliteit ligt bij de provincie/regio. Belangrijke keuze die de provincie gemaakt heeft is om ‘Andere Mobiliteit’ geen onderdeel te laten uitmaken van de ov-concessie. Hierdoor ontstaat ruimte voor marktpartijen en samenleving om een nieuw vervoersaanbod te introduceren naast het ovlijndienstvervoer. De provincie wil hierbij intensief samenwerken met de Cleantech-regio, om een goede afstemming met het gemeentelijk vervoer tot stand te brengen. Als er geen bedrijfsmatige uitrol van deelauto’s mogelijk is, kan worden ingezet op het promoten van particuliere deelauto’s (customer to customer (zie www.ritjeweg.nl).

Belangrijk is om hier op regionaal niveau samen te werken. OV-vangnet Het uitgangspunt is dat er een OV-vangnet is voor de reiziger wanneer openbaar vervoer en andere vormen van Andere Mobiliteit niet beschikbaar zijn. In de gemeente Epe blijkt dat inwoners relatief veel gebruik maken van het OV-vangnet. Een mogelijke verklaring is de afwezigheid van regulier openbaar vervoer en/of het ontbreken van een sociaal netwerk waarop kan worden teruggevallen. De provincie is momenteel bezig met de nieuwe aanbesteding van haltetaxiRRReis.

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

48

Kernopgave 4 Inzetten op laagdrempelig openbaar vervoer

Voor mensen met een beperking blijft de mentale drempel om van het openbaar vervoer gebruik te maken vaak groot. Om hen te helpen minder afhankelijk te zijn van doelgroepenvervoer en andere persoonlijke vervoershulp, kan extra hulp nodig zijn. In de provincie Gelderland, waaronder ook in de gemeente Epe, worden daarom OV-ambassadeurs ingezet via informatiebijeenkomsten, inloopspreekuren, proefreisjes, telefonische spreekuren. Daarnaast komen er ook steeds meer innovatieve projecten, zoals inzet van apps en technische middelen, om de laagdrempeligheid te vergroten. Dit dient vanuit de provincie Gelderland, als concessieverlener, te worden gecoördineerd. Als gemeente willen we hierin een faciliterende en stimulerende rol vervullen richting onze inwoners en belangenorganisaties én hiervoor aandacht vragen bij de provincie Gelderland. Kernopgave 5 Versterken van de overstappunten (‘first-and-last-mile’) Er ligt een sterke autocorridor A50 Apeldoorn-Zwolle (maar er is sprake van toenemende congestie!). Er is een sterke OV-lijn Apeldoorn-Zwolle (Veluwelijn). Daarop aansluitend zetten we in op realisatie van de V&Vfietsroute Apeldoorn – Zwolle (F50). Belangrijk is om de verschillende verbindingen (A50, Veluwelijn en V&V-fietsroute) tussen Apeldoorn-Zwolle op strategische punten met elkaar te verknopen, door middel van overstappunten.

Zo kan er maatwerk worden geleverd aan de gebruiker met een complete deur-tot-deur verplaatsing. Een overstappunt is een locatie waar voorzieningen worden aangeboden om over te stappen van vervoersmiddel (lopen, fiets, auto en openbaar vervoer) Daarmee vallen ook carpoolplaatsen en bushaltes onder de term overstappunt. Benamingen als carpoolplaats (auto>auto), Park + Bike (auto>fiets), Park + Walk (auto>lopen) worden daarmee overbodig. Op de overstappunten kan op de juiste locatie, op het juiste tijdstip, de meest passende vervoersvorm worden aangeboden. Daarbij gaat het ook om andere vormen van vervoer, zoals een deelauto, deelfietsen en oplaadpunten voor elektrische voertuigen en het aanbieden van parkeergelegenheid voor de overstap. Essentieel bij de realisatie van overstappunten is de herkenbaarheid en eenvoud van overstappunten (wat is het? Hoe werkt het? Wat mag de klant verwachten?) Wat is het? - Algemene informatie over overstappunten via publiciteit en marketing - Herkenbaarheid: één eenvoudige huisstijl Hoe werkt het? - Duidelijkheid: één stappenplan, overal toepasbaar Wat mag de klant verwachten?

De ‘M’ als toonbeeld van herkenbaarheid en eenvoud.

- Borging van de veiligheid en kwaliteit

Verdiepingsdocument mobiliteitsplan Epe

49

Onderstaand is een overzicht en indeling gemaakt van de diverse overstappunten: Type

Welke overstap?

overstappunt Mobipunt

Welke primaire

Welke locaties?

Gewenste inrichting

doelgroep? Fiets of andere

Forenzen,

- locatie Epe-centrum

- Parkeergelegenheid

vervoersvormen

(sociaal)-

(met

- Oplaadpunten e-voertuigen

> bus en v.v.

recreatief,

overstapmogelijkheid

- deelauto en/of deelfietsen

toeristen

op andere buslijn)

- Voldoende fietsparkeren

- locatie Vaassen:

(incl. fietskluizen)

Dorpsstraat Vaassen

- Comfortabele

(i.c.m.

wachtvoorziening en

recreatiemogelijkheden)

dynamische reisinformatie

OV-lijn 202/203

- Voldoende fietsparkeren

Grotere

Lopen/fiets > bus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13393071/1