918613 Beslisnota Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
Beslisnota voor de raad Onderwerp
Programmabegroting 2024-2027
Programma
11 - Bestuur en organisatie
Portefeuillehouder
Dhr. mr. drs. M.B. Heere
Zaaknummer
918613
Adviseur
de Wit
Afdeling
Directie
E-mail adres
jelle.de.wit@epe.nl
TE BESLUITEN OM De programmabegroting 2024-2027 vast te stellen, inclusief de autorisatie aan het college ten aanzien van de verwerking van de verlaging van de indexering en de inzet van de reserves en opgenomen financiële middelen voor onderwijshuisvesting/maatschappelijke accommodaties en huisvesting van vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen.
INLEIDING Het college heeft de Programmabegroting 2024-2027 opgesteld. De begroting geeft inzicht in de activiteiten en financiële middelen, waarmee het college de gestelde doelen voor de komende jaren wil bereiken. Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om de Programmabegroting vast te stellen. Op grond van de Gemeentewet moet de begroting jaarlijks worden vastgesteld voor 15 november.
BEOOGD EFFECT Vaststelling van de Programmabegroting 2024-2027 voor 15 november 2023 en daarmee autorisatie door de raad aan het college om het in de programmabegroting voor 2024 opgenomen beleid en de daaraan gekoppelde activiteiten uit te voeren binnen de daarvoor begrote financiële middelen.
ARGUMENTEN 1.1. De (financiële) hoofdlijnen en uitgangspunten uit het collegeprogramma en de Perspectiefnota 20242027 (incl. moties en amendement) zijn door vertaald in de begroting. Het meerjarig (financieel) perspectief en uitgangspunten, zoals dat is opgenomen in het coalitieakkoord en collegeprogramma vormen de basis en het kader voor het financieel- en belastingbeleid van deze nieuwe begroting. Ook de hoofdlijnen, uitgangspunten en richtinggevende uitspraken uit de Perspectiefnota 20242027 (incl. moties en amendement) zijn doorvertaald in of betrokken bij het opstellen van deze begroting. Het anticiperend en op risicobeheersing gericht financieel beleid wordt voortgezet. De risico’s zijn, voor zover ze bekend zijn, benoemd en gekwantificeerd en hiervoor zijn (evenals bij vorige begrotingen) incidentele en structurele middelen in de begroting opgenomen. Er is nog steeds sprake van onzekerheden, bijvoorbeeld waar het gaat om de ontwikkeling van de inflatie, de rente, de energietarieven en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. 1.2. De begroting toont evenwicht en flexibiliteit. Het college presenteert een begroting die laat zien dat we, ondanks de beperkte financiële ruimte (incidenteel en structureel) en de onzekerheden en risico’s waarmee we te maken hebben, voldoende (ook financiële) flexibiliteit hebben om hierop in te spelen.
Ingezet beleid kan de komende tijd verder worden uitgevoerd, we kunnen inspelen op ontwikkelingen die vanuit de samenleving of een wettelijk kader op ons afkomen. Dit is mogelijk vanuit een stevige financiële positie. Wel zijn op termijn maatregelen nodig om het evenwicht in de begroting te borgen. 1.3. De financiële (meerjaren)begroting is sluitend met reële maatregelen en doelstellingen.
Onder andere als gevolg van hoge structurele kosten door prijsstijging, loonstijging, energiekosten en rentekosten is sprake van een verslechtering van het financiële perspectief ten opzichte van de vorige begroting. In het coalitieakkoord is opgenomen dat het wenselijk is om te onderzoeken welke financiële en beleidsmatige keuzes gemaakt kunnen worden in de huidige begroting om financiële ruimte te creëren. Voor deze beleidsmatige en financiële doorlichting is vanaf 2026 een doelstelling van € 2,0 miljoen opgenomen in de huidige begroting (saldo van lagere uitgaven en hogere inkomsten). Vooruitlopend op de beleidsmatige en financiële doorlichting wordt hierop geanticipeerd door op een groot aantal (beïnvloedbare) posten in de begroting geen indexatie/prijsstijging toe te passen in 2024 en 2025, waardoor een bedrag van € 1,0 miljoen aan financiële ruimte wordt gecreëerd. Deze maatregelen leiden er toe dat een sluitende begroting gepresenteerd kan worden, waarin ook nog ruimte is voor beperkt nieuw beleid. 1.4. Vaststelling van de programmabegroting is een wettelijke plicht. De gemeentewet (artikel 191 lid 1) verplicht de gemeenteraad om de begroting (met een toelichting) en een meerjarenraming (met toelichting) vast te stellen in het jaar voorafgaand aan dat waarvoor zij dient.
Bovendien bepaalt de gemeentewet (artikel 191 lid 2) dat het college de door de raad vastgestelde begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten (van de provincie) moet toezenden. 1.5. Vaststelling van de begroting is noodzakelijk met het oog op de autorisatie door de raad. De gemeentewet (artikel 189 lid 1) bepaalt dat de raad voor alle taken en activiteiten jaarlijks in de begroting opneemt de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen (inkomsten) die hij naar verwachting kan aanwenden. Met de vaststelling van de programmabegroting autoriseert de raad het college om de begroting uit te voeren binnen de daarvoor in de begroting opgenomen middelen en met inachtneming van de opgenomen financiële taakstellingen. 1.6 Met het vaststellen van de begroting kan het college binnen vastgestelde beleidskaders slagvaardig tot uitvoering overgaan. Vaststelling van de begroting betekent dat het college de opgenomen financiële middelen kan inzetten om het bestaande beleid (vastgelegd in beleidskaders) uit te voeren. Op een drietal onderwerpen vraagt het college gericht om autorisatie door de raad met het vaststellen van de begroting: 1. het verwerken van de verlaging van de indexering over de programma's heen door middel van een begrotingswijziging (zie pag. 12 van de programmabegroting); 2.
het uitvoeren van het vastgestelde beleid voor onderwijshuisvesting (IHP) en maatschappelijke accommodaties met inzet van de opgebouwde reserve en de nieuwe in de begroting opgenomen middelen (zie pag. 13 van de programmabegroting); 3. het inzetten van de reserve en de middelen van het Rijk voor de huisvesting van vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen (zie pag. 14 van de programmabegroting).
KANTTEKENINGEN 1.1. Voor de financiering van de begroting (incl. investeringen) moeten mogelijk weer langlopende leningen worden aangetrokken. Mogelijk dat in de komende jaren weer externe financiering (door middel van langlopende leningen) nodig is om de uitgaven en investeringen (in met name onderwijshuisvesting) te kunnen bekostigen. Het beeld dat ontstaat is dat door een aantal grote uitgaven in de komende jaren (hoog investeringsniveau), de interne financiering (eigen reserves), aangevuld met kortlopende geldleningen, niet toereikend zullen zijn om dit te financieren. Dat betekent dat langlopende geldleningen zullen moeten worden aangetrokken. De afschrijvings- en rentelasten (intern en/of extern) hiervan zijn in de begroting opgenomen (rentelasten tegen het huidige renteniveau). Het aantrekken van langlopende geldleningen kan de ruimte voor nieuwe grote investeringen in de begroting in de toekomst beperken. 1.2. Op lange termijn zijn keuzes noodzakelijk op het gebied van de extra (structurele) uitgaven voor jeugdzorg en de financiële dekking hiervan. Vanaf 2023 zijn in de meerjarenbegroting (extra) structurele lasten opgenomen voor de jeugdzorg (uitvoering hervormingsagenda). Deze lasten worden gedekt door de (verwachte) extra uitkering hiervoor van het rijk.
Omdat de extra uitkering van het rijk in de loop van de jaren daalt, wordt vanaf 2025 een deel van deze lasten een aantal jaren lang gedekt door een onttrekking aan de reserve hervorming jeugdzorg/Wmo. Vanaf 2028 kan geen volledige dekking meer plaats vinden uit de reserve. Monitoring van de uitgaven en evaluatie van het effect van de maatregelen zal inzicht moeten geven in de noodzaak tot bijsturing en in de structurele financiële effecten.
In aanvulling hierop zijn afspraken gemaakt tussen de VNG en het Rijk, waardoor extra besparingen op de kosten van de jeugdzorg moeten worden gerealiseerd, die moeten ontstaan door maatregelen waarover het Rijk nog moet beslissen; hier staat een daling van de algemene uitkering tegenover. In de huidige begroting is hiervoor een stelpost opgenomen van structureel € 850.000 vanaf 2025. Dit is conform de richtlijn die hierover van de provincie is ontvangen.
FINANCIËN Indien rekening wordt gehouden met de genoemde financiële maatregelen is de begroting voor 2024 en in meerjarenperspectief, op een klein positief saldo na, structureel sluitend.
COMMUNICATIE Voor de behandeling van de programmabegroting wordt het reguliere communicatietraject gevolgd (zoals persbericht en gemeentepagina). Voor de presentatie van de begroting wordt (zowel intern als extern) zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de publicatie via de “begrotingonline” die hiervoor beschikbaar is (epe.begrotingonline.nl).
UITVOERING Na vaststelling van de programmabegroting wordt de uitvoering door het college gepland.