910482 Plan van aanpak SPUK GALA 2024-2026
Tekst van het document
Bij hittestress denken we bijvoorbeeld aan het opstellen van een hitteplan en/of het uitdelen van zonnebrandcrème bij evenementen. Hierbij betrekken we partijen in de omgeving van kwetsbare mensen.
20
2.6. Vroegsignalering Alcoholproblematiek Waar staat de gemeente? Uit de gezondheidsmonitor Jeugd (2021) blijkt dat 60% van de jongeren in klas 2 en 4 ooit alcohol heeft gedronken. Dit is hoger dan in 2019, toen was dit nog 50%. Het percentage jongeren in klas 2 en klas 4 dat de afgelopen vier weken gedronken heeft, is 34%. Het percentage jongeren in klas 2 en 4 dat ooit dronken of aangeschoten is geweest, is 25%. De percentages liggen hoger bij jongeren in het Vmbo dan bij jongeren in Havo/Vwo. De gemeente Epe werkt aan een gezonde toekomst voor haar inwoners. Een gezonde leefstijl hoort daarbij en middelengebruik is één van de factoren die daarbij aandacht verdienen. In het Integraal Beleidsplan Sociaal Domein zijn belangrijke doelen het ‘terugdringen van middelengebruik’ en het ‘versterken van een gezonde leefstijl’. Voor de komende vier jaar ligt de focus op preventieve programma’s op het gebied van gezonde leefstijl. Daarnaast is in het Preventie- en handhavingsplan alcohol beschreven hoe de komende jaren wordt gewerkt aan middelenpreventie. Het middelengebruik, waaronder alcoholgebruik, onder jongeren neemt toe. Omdat alcoholgebruik een gezonde ontwikkeling in de weg kan zitten is de belangrijkste opgave het gebruik onder jongeren te verminderen.
Daarom wordt de focus gelegd op jongeren van 10 tot 24 jaar en hun sociale omgeving; ouders, scholen en sportverenigingen zijn daarin belangrijke partijen. Wat wil de gemeente bereiken? Het stimuleren van een gezonde leefstijl is de komende jaren het uitgangspunt. Middelengebruik kan een gezonde ontwikkeling in de weg kan zitten en daarom wordt actief ingezet op het voorkomen van het gebruik van alcohol, tabak en drugs door jongeren. De hoofddoelstelling betreft afname van het alcoholgebruik en van de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik onder de 18 jaar. Deze doelstelling is verder uitgesplitst in: • Basisschoolleerlingen krijgen voorlichting over de gevolgen van middelengebruik; • Voortgezet Onderwijs leerlingen krijgen voorlichting over de gevolgen van middelengebruik; • Jongeren met problematisch middelengebruik worden gesignaleerd; • Jongeren met problematisch middelengebruik krijgen een preventief aanbod aangeboden; • Het percentage jongeren in klas 2 en 4 dat ooit gedronken heeft is in 2027 50% of lager*; • Het percentage jongeren in klas 2 en 4 dat afgelopen 4 weken gedronken heeft is in 2027 25% of lager*; • Het percentage jongeren in klas 2 en 4 dat ooit dronken is geweest is in 2027 20% of lager*. (* Deze doelstellingen worden gemeten tijdens het epidemiologische onderzoek van GGD NOG voor de jeugd, EMOVO.
EMOVO vindt eens in de vier jaar plaats, in alle gemeenten van de GGD- regio, waaronder de gemeente Epe). Preventie is het voorkomen van ongewenst gedrag. In dit geval gaat het om het voorkomen van te jong, te veel en te vaak alcohol drinken door jongeren en het voorkomen dat jongeren beneden de 18 jaar alcohol drinken. Om te voorkomen dat jongeren te veel alcohol drinken, is het van belang dat de omgeving (waaronder ouders) van de jongeren op de hoogte is van de mogelijk schadelijke effecten van het gebruik. Hiervoor wordt voorlichting ingezet op het basisonderwijs en op het voortgezet onderwijs, voor zowel leerlingen als ouders. Daarnaast zijn er via de regio en lokaal afspraken gemaakt met de verslavingszorg over een preventief aanbod, individuele preventie, vroegsignalering en laagdrempelige hulp als er al sprake is van risicovol middelengebruik. Wat gaat de gemeente daarvoor doen? De doelgroep betreft jongeren van 10 tot 24 jaar (met en zonder risicovol middelengebruik) en ouders van jongeren in deze leeftijdscategorie. Er ligt een sterk accent bij jongeren tot 18 jaar. Op deze doelgroep wordt ingezet, omdat middelengebruik een gezonde ontwikkeling in de weg kan staan. Hiermee wordt gewerkt aan een gezonde toekomst van jongeren in de gemeente Epe. Via het jongerenwerk, Centrum voor Jeugd en Gezin en het onderwijs wordt in kaart gebracht wat er speelt onder de doelgroep.
Daarnaast staat jongerenparticipatie hoog op de agenda en wordt onderzocht hoe jongeren betrokken kunnen worden bij het ontwikkelen van beleid.
21
Het middelengebruik onder jongeren neemt in de hele gemeente toe. Daarom vinden de activiteiten ook gemeentebreed plaats. De activiteiten die ingezet gaan worden zijn: • Doorontwikkelen van de integrale aanpak preventie in het onderwijs. Tactus Verslavingszorg en GGD NOG verzorgen verschillende voorlichtingen in het onderwijs rondom middelengebruik. In afstemming met het onderwijs en de partijen wordt gekeken hoe de doelgroep effectiever kan worden bereikt. • Aandacht voor verslaving, middelen- en alcoholgebruik door middel van het Extra Contactmoment Adolescenten (ECA). Bij gesprekken met leerlingen (en hun ouders) met schoolverzuim wordt nagevraagd of er sprake is van middelengebruik. Verslaving kan een oorzaak van schoolverzuim zijn, maar ook een gevolg van andere problematiek, die naast verslaving ook tot schoolverzuim leidt • Lokale inzet Tactus uitbreiden. Tactus krijgt urenuitbreiding zodat ze deze lokaal kunnen inzetten op vroegsignalering. Tactus gaat hierin samenwerken met het jongerenwerk om in directer contact te staan met de doelgroep en hen eerder en beter voor te lichten op het gebied van middelengebruik. Daarnaast kan individuele preventie worden ingezet bij jongeren die door samenwerking met het jongerenwerk gesignaleerd worden.
De activiteiten worden allemaal opgestart in 2023 en worden de jaren daarna doorontwikkeld zodat ze blijven aansluiten bij de ontwikkelingen in de praktijk. Er wordt samengewerkt met het Centrum voor Jeugd en Gezin, het jongerenwerk, Tactus, GGD Noord- en Oost Gelderland en het onderwijs.
2.7. Versterken sociale basis (inclusief één tegen eenzaamheid) Waar staat de gemeente? In de Volwassen- en Ouderenmonitor GGD (2022) lezen we dat 16,5% van de inwoners psychische klachten ervaart, 12,8% van de inwoners kent een lage veerkracht. In de monitor lezen we ook dat 42% matig tot (zeer) sterk eenzaam is. We zien daarbij verschil tussen een hoge (38%) en lage (51%) SEP. Ouderen zijn iets vaker eenzaam. We maken onderscheid tussen emotionele en sociale eenzaamheid. De emotionele eenzaamheid is gelijk gebleven. De sociale eenzaamheid is hoger voor ouderen en is toegenomen ten opzichte van de vorige monitor. 47% van de ouderen en 45% van de volwassenen gaat níet wekelijks bij hun netwerk op bezoek of ontvangt wekelijks bezoek. 13% van de volwassenen en 28% van de ouderen heeft níet wekelijks contact met hun netwerk via telefoon of internet. Circa 2.300 inwoners geven aan emotionele steun te missen. In vergelijking met kleinere gemeenten in de regio is de sociale samenhang gelijkwaardig aan Hattem en Brummen en iets lager dan in Heerde of Voorst. We zien dat inwoners minder tijd steken in het deelnemen aan (vrijetijd)activiteiten. Dit kan een gevoel van eenzaamheid versterken. De gemeente zet daarom interventies in, die bijdragen aan het versterken van het sociale netwerk door een zinvolle daginvulling aan te bieden.
Dit helpt gevoelens van eenzaamheid te verminderen en een gevoel van welzijn te bevorderen. Zo is er geïnvesteerd in algemene voorzieningen waar inwoners terecht kunnen voor een zinvolle daginvulling en projecten die inzetten op (individuele) ondersteuning van kwetsbare inwoners. Het aantal inwoners wat van dit soort voorzieningen gebruikmaakt is sterk groeiende. We zien ook dat hulpvragen waar inwoners mee komen meer complex zijn, waardoor er voor de komende jaren meer capaciteit vrijgemaakt zal moeten worden om deze voorzieningen in stand te houden. Wat wil de gemeente bereiken? In een individualiserende samenleving staat de samenredzaamheid, wat mensen voor elkaar doen en organiseren, onder druk. Mensen voelen zich vaker eenzaam. We vinden het belangrijk dat alle inwoners prettig kunnen wonen in de wijk en dat, wanneer mensen daar behoefte aan hebben, mogelijkheden voor ontmoeting en ondersteuning dichtbij te vinden zijn. Door vergrijzing, langer zelfstandig thuis wonen en het meer in eigen omgeving opvangen van kwetsbare inwoners is dit voor steeds meer mensen van belang.
22
We willen een sterke lokale sociale basis met goede toegankelijke en laagdrempelige basisvoorzieningen, waar inwoners met een breed spectrum aan hulpvragen terecht kunnen én meer onderlinge samenwerking tussen overheid, professionals en inwoners. In een wijk waar veel sociale samenhang is, is het makkelijker elkaar te ontmoeten en hulp te vragen en te bieden. Door te investeren in een sterke sociale basis, maken we het mogelijk dat de eigen kracht en gezamenlijke burgerkracht zo goed mogelijk worden ondersteund. Een sterke sociale basis zorgt ervoor dat inwoners zoveel mogelijk zelf oplossingen kunnen vinden die passen bij hun leven en dat ze gemakkelijk ondersteuning krijgen in de buurt. We willen de mogelijkheden voor inwoners om elkaar (laagdrempelig) te ontmoeten, zich te ontplooien, te ontspannen en elkaar te helpen, verbeteren. Daarbij hebben we specifieke aandacht voor ouderen. Onder meer door voorzieningen zo in te richten dat ze langere tijd voor inwoners met een progressieve hulpvraag toegankelijk zijn.
Inwoners kunnen preventief worden ondersteund met inzet van een algemene voorziening. Dat is een voorziening die toegankelijk is zonder indicatie van de toegang. Deze voorzieningen moeten goed vindbaar zijn, laagdrempelig door bijvoorbeeld vindbaar te zijn op een sociale kaart. Als een algemene voorziening niet meer de benodigde ondersteuning kan bieden, moeten inwoners warm doorverwezen worden naar de toegang voor zorg en zwaardere ondersteuning. Waar mogelijk proberen we inwoners integraal te ondersteunen door ook zorg op locatie in te regelen. Het is belangrijk dat de toegang en algemene voorzieningen beter samenwerken en elkaar weten te vinden, zodat inwoners de meest passende ondersteuning krijgen. We werken zoveel mogelijk ontschot waardoor het voor inwoners niet merkbaar zou moeten zijn vanuit welke lijn zij hulp krijgen. Het streven is hen zoveel mogelijk op voor hen bekende plekken te helpen. Preventief werken: de afgelopen jaren is ingezet op de transformatie van zorg en ondersteuning en die transformatie zet door. Dat betekent dat we een ontwikkeling willen maken naar meer algemeen toegankelijke (ook wel: voorliggende) voorzieningen, waar inwoners terecht kunnen zonder dat ze een indicatie voor zorg nodig hebben. Daardoor kunnen problemen vroegtijdig gesignaleerd worden en kan er ook vroegtijdig geïntervenieerd worden.
Daarmee hebben deze voorzieningen een belangrijk preventief karakter. Hiermee voorkomen we dat problemen groter en complexer worden. Waar inwoners alsnog een hulpvraag of probleem ontwikkelen zal het beroep op een maatwerkvoorziening minder langdurig en/of intensief zijn omdat er in een eerder stadium wordt ingezet op voldoende veerkracht. Positieve gezondheid: ‘meedoen’ is één van de onderdelen van positieve gezondheid. Het gaat daarbij ook om voldoende veerkracht te ontwikkelen om effectief om te gaan met uitdagingen in het leven. We zetten niet in op het voorkomen van problematiek, we zetten in op het omgaan met (onvermijdelijke) hulpvragen en/of problemen waar een inwoner mee te maken kan krijgen. We hebben daarbij oog voor het monitoren van effectiviteit op kwantificeerbare en niet kwantificeerbare indicatoren. Gezondheidsverschillen: Mensen met een lage SEP voelen zich vaker eenzaam. Door te investeren in de sociale basis proberen we verschillen in eenzaamheid te verminderen en ontmoeting te stimuleren. We hebben oog voor veel voorkomende factoren die bij bepaalde bevolkingsgroepen prevalent kunnen zijn.
23
Wat gaat de gemeente daarvoor doen? In de gemeente Epe zijn al veel algemeen toegankelijke vormen van hulp en ondersteuning beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan sociaal werk, maatschappelijk werk en vrijwilligersondersteuning zoals maatjesprojecten en vrijwillige diensten. De afgelopen jaren zijn daarnaast meerdere nieuwe voorzieningen ontwikkeld waar inwoners zonder indicatie terecht kunnen, zoals de Buurtpunten (dagbesteding), Welzijn op Recept (begeleiding van een welzijnscoach naar welzijnsactiviteiten) en de Helpende Hand (lichte begeleiding). Deze voorzieningen zijn niet alleen belangrijk vanwege hun preventieve karakter, maar ook omdat ze bijdragen aan het welzijn van inwoners en aan de sociale cohesie. We willen de middelen voor de onderdelen ‘eenzaamheid’ en ‘sociale basis’ met name inzetten op ouderen, inwoners met diverse culturele achtergronden, inwoners met een psychische kwetsbaarheid of een combinatie daarvan. We willen op basis van (informele) gesprekken, evaluaties en consultaties beleid (door)ontwikkelen. We willen de Adviesraad Sociaal Domein zowel bij ontwikkeling als evaluatie betrekken. Daarnaast willen we op regelmatige basis in gesprek met de betrokken inwoners, ervaringsdeskundigen en ketenpartners met expertise.
Vanuit onze (nog te ontwikkelen) visie op gebiedsgericht werken wordt er ingezet op lokaal te ontwikkelen acties, maar niet per definitie gebonden aan specifieke wijken. •
•
•
•
• •
•
We willen een inclusief en gevarieerd spectrum van welzijnsactiviteiten, zodat ook de meest kwetsbare groepen zoals ouderen en mensen met een beperking daarvan gebruik kunnen maken. Hoewel er inmiddels een behoorlijk breed aanbod aan voorzieningen en activiteiten is, is het aanbod nog niet altijd goed vindbaar. Dat komt omdat er een diffuus aanbod is van verschillende organisaties en er geen goede sociale kaart is of organisatie die het totaaloverzicht houdt. Dat willen we verbeteren. We zetten in op het vergroten van de vindbaarheid van alle voorzieningen, zodat inwoners die er behoefte aan hebben er gemakkelijker gebruik van kunnen maken. Daarbij kijken we met name hoe we in de communicatie bepaalde doelgroepen het beste kunnen bereiken. De komende jaren gaan we inzetten op een verbetering van de samenwerking tussen de verschillende partijen die een rol (kunnen) spelen in of voor de buurtpunten. We maken daarbij een onderscheid tussen buurtpunten die ook geschikt zijn voor meer complexe hulpvragen en buurtpunten waar het meer gaat om reguliere vormen van dagbesteding en ontmoeting. We willen idealiter in elke kern één ontmoetingspunt hebben waar inwoners terecht kunnen voor ontmoeting, activiteiten en informatie.
Diverse onderzoeken laten zien dat mensen behoefte hebben aan het meedraaien in de ‘gewone mensenwereld’ en activiteiten waarin de beperking of zorgvraag niet centraal staat. We onderzoeken in 2024 samen met zorg- en welzijnsorganisaties nieuwe mogelijkheden om aan meer inwoners zinvolle activiteiten te bieden. Een onderdeel hiervan is het uitbreiden van Helpende Hand tot intermediair voor het matchen van mantelzorgontvangers en gastgezinnen voor ontlasting van de mantelzorgers. Dit gaat in overleg met Buurtpunten (+) die complexere zorg leveren, met inachtneming van de resultaten uit een eerder onderzoek van gemeente Epe ‘versterking van dagactiviteiten voor thuiswonende inwoners met dementie’. Daarnaast zal er worden gekeken hoe mantelzorgers ontlast kunnen worden op piekmomenten. We doen in 2023 onderzoek naar bed en break plekken/ logeerplekken/ time-out plekken. Dit doen we, omdat we van ketenpartners en uitvoering structurele signalen krijgen dat er hier behoefte aan is. We willen onderzoeken of we deze zo lokaal mogelijk kunnen invullen. In 2024 willen we met de uitkomst van dit onderzoek een eerste aanzet doen om deze bedden/plekken voor diverse doelgroepen op te zetten. We doen in 2024 onderzoek naar mogelijkheden om ontmoetingsprojecten te realiseren in nabijheid van het gemeentelijk kerkhof.
In navolging van de pilot(s) zoals omschreven in het actieprogramma één tegen eenzaamheid. We zetten in op het inrichten van een algemene voorziening voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. We starten in 2023/2024 met een regionale invulling, waarbij we expliciet onderzoeken in hoeverre er ook binnen de eigen gemeentegrenzen behoefte is aan het opzetten van activiteiten die in het verlengde daarvan liggen. Het gaat dan om educatieve activiteiten die deelnemers in hun zelfredzaamheid ondersteunen en activiteiten die hen ondersteunen in eigen netwerkversterking. We willen cultuur meer inzetten ter versterking van de sociale basis en het bevorderen van welzijn door het aanbod te verbreden, zodat ook minder aangesproken doelgroepen zich
24
aangesproken kunnen voelen. Voorbeelden hiervan zijn cultuur op recept en cultuurclubs voor mensen met NAH en dementie. We willen hier de verbinding maken met organisaties als de buurtpunten en lokale muziekverenigingen en zien hierin bij voorkeur een rol weggelegd voor de cultuurcoach.
2.8. Mantelzorg Waar staat de gemeente? Uit de gezondheidsmonitor kinderen (2021) blijkt dat 13% van de kinderen tot 12 jaar mantelzorg geeft. Dit is hoger dan in de regio Noord- en Oost Gelderland (9%). En uit de gezondheidsmonitor Jeugd (2021) blijkt dat 11% van de jongeren mantelzorger is voor een gezinslid met een ernstige lichamelijke of psychische ziekte of verslaving. In de monitor Volwassen- en ouderen (2022) lezen we dat 17% van de volwassen inwoners mantelzorger is. 14% van deze mantelzorgers voelt zich tamelijk zwaar tot overbelast. Bij mantelzorg maken wij onderscheid tussen de mantelzorger en de onbewuste mantelzorger. De groep onbewuste mantelzorger valt uiteen in twee subgroepen: de jonge mantelzorger en de mantelzorger met een migratieachtergrond. De vergrijzing, het zo lang mogelijk zelfstandig wonen van kwetsbare inwoners en de druk op de zorg (en de arbeidsmarkt) vergroten de druk op mantelzorgers. Er zijn twee grote opgaven op het gebied van mantelzorg. Mantelzorgers komen door bovenstaande steeds meer onder druk te staan. Met mogelijk als gevolg dat zij uitvallen of gezondheidsklachten ontwikkelen. Verder is er een grote groep onbewuste mantelzorgers. Deze willen wij graag beter bereiken, zodat wij deze groep ook kunnen ondersteunen. Wat wil de gemeente bereiken? Het versterken van de sociale basis is het doel.
Wij willen mantelzorgers erkennen, waarderen en ondersteunen. Hierdoor wordt ‘vitaal ouder worden’ mogelijk. En omdat de mentale gezondheid van zowel de mantelzorger als zorgvrager goed blijft en beide kunnen blijven participeren. De ondersteuning van mantelzorgers is preventief. Wij sturen aan op het voorkomen van uitval of mentale/gezondheidsproblemen bij mantelzorgers. De focus op de onbewuste mantelzorger is bedoeld om te voorkomen dat zij pas in beeld komen als zij overbelast zijn. Wat gaat de gemeente daarvoor doen? De hele groep mantelzorgers wordt ondersteund, erkend en gewaardeerd. Daarbij hebben we specifieke aandacht voor de onbewuste mantelzorgers, want wij willen hen ondersteunen voordat zij uitvallen (en bewust, overbelaste, mantelzorgers worden). Een aantal medewerkers die hieraan werken zijn zelf mantelzorgers. Op dit moment betrekken wij de doelgroep mantelzorgers afhankelijk van bepaalde acties en projecten. Het uitgangspunt is dat wij dit met en voor de mantelzorgers doen en niet over hen doen. Op dit moment is de inzet gemeentebreed. Aangezien wij inzetten op de onbewuste mantelzorger ligt het voor de hand dat bepaalde kernen meer onder de loep komen te liggen. Op dit moment hebben wij het mantelzorgsteunpunt waarbij de mantelzorgondersteuning en waardering is belegd.
We zijn aan het onderzoeken of hier slimme verbindingen gelegd kunnen worden met onder andere vrijwilligers- en maatjesprojecten, zodat overstijgend informele zorg beter en efficiënter belegd kan worden. Daar zijn we nu volop mee bezig en naar verwachting is dit in 2025 gerealiseerd. Met de SPUK-middelen willen we onderzoeken of de mantelzorgtest een toevoeging zou zijn in onze gemeente qua ondersteuning aan mantelzorgers. Dit is een laagdrempelige test dat met een aantal vragen aan de mantelzorger in beeld brengt welke rollen deze vervult. Het geeft inzicht in hoe belastend de mantelzorg ervaren wordt en geeft een gevoel over hoe lang dit nog vol te houden is. Dit zorgt daarmee voor een stukje bewustwording. Door het tonen van een passend aanbod bij die rollen kan de mantelzorger zelf concreet aan de slag met hulp en ondersteuning op maat binnen de gemeente. Dit zou op korte termijn ingekocht kunnen worden en in 2024 gerealiseerd kunnen zijn. De voornaamste samenwerking is met Koppel-Swoe, de lokale welzijnsorganisatie. Andere partijen zijn de buurtpunten en zorginstellingen en mogelijk ook het netwerk dementievriendelijke gemeente.
25
2.9. Welzijn op recept Waar staat de gemeente? Welzijn op recept (WOR) is actief in de vier grote kernen van de gemeente. Ongeveer 70% van de deelnemers heeft problemen op een of meer leefgebieden en is kwetsbaar te noemen. Nog niet alle huisartsen zijn aangesloten. De doelgroep is niet leeftijdgebonden. Er worden op dit moment nog nauwelijks allochtone deelnemers bereikt. Er is sprake van een (incidentele) instroom van een categorie inwoners die eigenlijk te zware problematiek heeft voor deze vorm van interventie. Veel inwoners die worden doorverwezen zijn onbekend met hulpverlening of ondersteuning vanuit het sociaal domein. Hierdoor is de interne doorverwijzing naar andere vormen van dienstverlening een integraal onderdeel van het proces in Epe. WOR in de gemeente is nog volop in ontwikkeling en nog niet optimaal ontsloten. We zien meerdere opgaves: • Vergroten bekendheid van sociale voorzieningen voor volwassenen. • Zorgen voor aansluiting van meer huisartsen en POH-ers aan de voorkant en het maken van goede afspraken. • Aansluiten bij doelgroepen die op dit ogenblik nog geen gebruik maken van WOR. • Kaders en samenwerkingsafspraken realiseren met ketenpartners om warme en tijdige overdracht te borgen. • Oog hebben voor de (mogelijke) instroom van een doelgroep die wat complexere problematiek heeft.
Borgen dat de juiste inwoners doorverwezen worden voor deze vorm van ondersteuning. Borgen dat er doorverwezen wordt naar passende interventies. Wat wil de gemeente bereiken? WOR draagt bij aan het versterken van veerkracht van inwoners door in te zetten op hun netwerkontwikkeling en -versteviging. Waar nodig wordt er met inwoners gekeken naar passende activiteiten/interventies die ondersteunend zijn voor hun hulpvraag. We gaan onderzoeken hoe het inzetten van positieve gezondheid als methodiek daarin versterkt wordt. • •
• •
We willen meer inzicht in het bereik van WOR en het effect van WOR op diverse doelgroepen. We willen inzetten op uitbreiding van WOR als een laagdrempelige vorm van ondersteuning die aansluit bij de leefwereld van de inwoner. We houden daarbij expliciet rekening met onder andere anderstaligen, laaggeletterdheid en andere factoren die veerkrachtversterking kunnen belemmeren. We zetten in op domeinoverstijgende samenwerking met betrokken ketenpartners. We werken toe naar een duidelijke positionering voor WOR in relatie tot algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. We zetten in op goede samenwerking met het zorgdomein door zoveel mogelijk ontschot te werken. De inwoner moet geen last hebben van processen bij het zoeken naar oplossingen voor (beginnende) psychische klanten.
Wat gaat de gemeente daarvoor doen? Welzijn op recept is een ketenaanpak. Eerdere inventarisaties hebben uitgewezen dat inwoners met een andere culturele achtergrond nog niet optimaal gebruikmaken van WOR. Het is wenselijk om te onderzoeken hoe we niet-bereikte doelgroepen wél kunnen bereiken. Doelgroepen worden betrokken door overleg met betrokken vrijwilligers van de Adviesraad Sociaal Domein. Waar mogelijk kunnen we deelnemers betrekken bij evaluatie. We zetten eerst in op uitbreiding van bestaande afspraken met huisartsen en POH-ers, zodat er aan de voorkant meer doorverwijzing kan plaatsvinden. Het borgen van de kwaliteit van procedures verdient prioriteit boven schaalvergroting op zich. De gemeente heeft momenteel WOR ingezet in vier kernen en bij een beperkt aantal huisartsen. Hoewel het aantal aanmeldingen groeit, zien we dat de bekendheid van WOR nog niet optimaal is en doorverwijzing soms ook niet optimaal effectief gebeurt. •
In 2024 gaan we inzetten op het verder kaderen van de werkafspraken rondom WOR; we zetten in op betere samenwerking tussen huisarts en welzijnscoach, bijvoorbeeld via OZOverbindzorg. We zetten in op een samenwerking tussen meer huisartsen en welzijnscoaches.
26
• • •
We gaan in 2024/2025 onderzoeken hoe WOR bijdraagt aan de positieve gezondheidsbeleving van inwoners door in te zetten op monitoring van effecten voor en na trajecten. We gaan in 2024/2025 inzetten op verdere doorontwikkeling van WOR en de welzijnscoaches door te monitoren welke doelgroep het meest effectief bereikt worden. We gaan in 2025 onderzoeken hoe de welzijnscoaches in samenwerking met andere coaches gemeenteoverstijgend kunnen worden ingezet als de hulpvraag van de inwoner daarom vraagt.
Daarnaast heeft de GGD NOG opdracht gekregen om de ketenaanpakken te inventariseren en te komen met regionale proces- en inrichtingsafspraken, zie bijlage 2.
27
3. Invulling ondersteunende en overige onderdelen 3.1. Versterking kennis- en adviesfunctie GGD Een stevige kennisinfrastructuur is belangrijk om nu en in de toekomst goed onderbouwde (beleids)keuzes te kunnen maken. De GGD kan met de SPUK-middelen bijvoorbeeld inzicht bieden in de gezondheidssituatie in onze gemeente en de situatie te duiden door middel van een interactief dashboard. Hierbij kan gedacht worden aan: • (meer) inzicht geven in de gezondheidssituatie op (sub)-regionaal, gemeente, wijk- en buurtniveau. • dynamisch weergeven van regionale en lokale data (bijvoorbeeld door middel van doorontwikkeling van Kompas Volksgezondheid). • (nog meer) verbinden van monitordata met data uit andere domeinen d.m.v. GERDA. (zie ook onderdeel 3.3.). • ontwikkelen en weergeven van (standaard)set van indicatoren voor het monitoren van: o de voortgang van de uitvoering van de ketenaanpakken (zie ook onderdeel 3.2.). o de impact van de ketenaanpakken (bijv. gezondheidseffecten, verkleinen gezondheidsverschillen) (zie ook onderdeel 3.3.). o de (domeinoverstijgende) samenwerking van partijen (zie ook onderdeel 3.4.). • Duiding van/bij data om zo te komen tot een continu verbeterproces (tijdige bijsturing mogelijk maken). 3.2.
Coördinatie regionale aanpak preventie De totstandkoming van een regionale preventie infrastructuur is een belangrijke doelstelling van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en GALA. Er is al een opdracht belegd bij de GGD om een werkzame structuur in te richten. Onderdeel van deze opdracht vormt het inventariseren van wat er momenteel al gebeurt binnen de vijf ketenaanpakken (Kansrijke Start, Aanpak overgewicht en obesitas kinderen, GLI Volwassenen, Valpreventie, Welzijn op Recept) in de gemeenten en de regio. En om betrokken partners mee te nemen in het traject, door een ketenbijeenkomst te beleggen en met elkaar te komen tot een structuurvoorstel/werkproces met afspraken op subregionaal niveau. Zie bijlage 2. Dit wordt in eerste instantie bekostigd uit de regionale middelen vanuit de SPUK IZA. In het derde en vierde kwartaal van 2023 gaan we met regiogemeenten en de GGD in gesprek hoe we de middelen vanuit het GALA in gaan vullen. 3.3. (Proces)monitoring en bewaking voortgang In het derde en vierde kwartaal van 2023 gaan we met de GGD een verdiepend gesprek voeren rondom de concrete wijze waarop monitoring en evaluatie van programmaonderdelen uit het GALA en IZA nadere vorm krijgt. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op één of meerdere verplichte ketenaanpakken.
Een bredere en nadrukkelijker inzet van een regionale datawerkplaats, zoals bijvoorbeeld GERDA is hierbij ook een nader te verkennen/uit te werken optie. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat monitoring van effecten op korte termijn lastig kan zijn. Lokaal blijft de coördinator GALA de overall voortgang bewaken. Daarnaast houdt iedere beleidsadviseur voortgang bij van zijn/haar eigen onderdelen. Dit gaat om de beleidsadviseur sport en bewegen, de beleidsadviseur jeugdgezondheid, de beleidsadviseur kunst, cultuur en inclusie, de beleidsadviseur zorg en welzijn, de beleidsadviseur laaggeletterdheid, de beleidsadviseur armoede en schulden en beleidsadviseur volksgezondheid. De activiteiten / plannen die voortkomen uit het plan van aanpak maken we onderdeel van het uitvoeringsprogramma beleidsplan sociaal domein, dat we ieder jaar actualiseren. 3.4. Samenhang en synergie tussen uitvoering op de verschillende hoofdthema’s en onderdelen We streven samenhang en synergie na tussen uitvoering op de verschillende hoofdthema’s en onderdelen. Gezond zijn en gezond blijven is immers een combinatie van persoonlijke kenmerken, leefstijl, sociale context en leefomgeving. Een effectieve aanpak grijpt in op al deze aspecten. Met de inzet van (een mix van) interventies op de verschillende hoofdthema’s wordt bijgedragen aan het uiteindelijke doel: een gezonde generatie in 2040.
28
Binnen de gemeente Epe werken we al op veel terreinen integraal en domeinoverstijgend samen. We hebben al een Integraal Beleidsplan over het hele sociaal domein en uitvoeringsprogramma. Met bestaande interventies en activiteiten richten we ons bijvoorbeeld al op de samenhang mentale en fysieke gezondheid. Met de middelen voor de brede SPUK willen we de integrale en domeinoverstijgende samenwerking verder versterken. Zo willen we ons bij de leefomgeving richten op het sociale gedrag van mensen, willen we welzijn op recept sterker koppelen aan de sociale basis, gezondheidsachterstanden verbinden aan laaggeletterdheid en krijgen de combinatiefunctionarissen een bredere inzet richting andere domeinen. We bouwen daarbij zoveel mogelijk voort op reeds bestaande samenwerkingsstructuren en versterken die waar nodig.
29
4. Toestemming gebruik informatie en ondertekening wethouders
De gemeente Epe geeft toestemming voor gebruik van de informatie uit het plan van aanpak voor de evaluatie van de landelijke samenwerkingsafspraken en de monitoring en dooronwikkeling van landelijk beleid. Het plan van aanpak dient ondertekend te worden door ten minste één wethouder. Handtekening wethouder Heere en wethouder Van den Berg:
Datum ondertekening
30
Bijlagen en verwijzingen Verwijzingen: • Monitors GGD: https://www.kvnog.nl/cijfers-epe • Regiobeeld Apeldoorn- Zutphen: https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/regiobeelden/ Bijlagen: 1. Overzicht middelen SPUK GALA 2023-2026 2. Plan van aanpak inrichting ketenaanpakken GGD NOG 3. Apart bijgevoegd: Integraal Beleidsplan Sociaal Domein 2023-2027
31
Bijlage 1. Middelen SPUK GALA 2023-2026 Incidenteel/ Onderdelen SPUK GALA
2023
2024
2025
2026 Structureel
Sportakkoord
€ 26.763
€ 26.763
€ 26.763
€ 20.578 S
Brede regeling combinatiefunctionarissen
€ 184.255
€ 184.252
€ 184.252
€ 177.997 S
Sport en bewegen
€ 211.019
€ 211.015
€ 211.015
€ 198.575
Terugdringen gezondheidsachterstanden
€ 41.174
€ 41.174
€ 41.174
€ 41.155 S
Kansrijke start
€ 30.881
€ 32.939
€ 32.939
€ 41.155 S
Mentale Gezondheid
€ 14.411
€ 10.293
€ 10.293
€- I
Aanpak overgewicht en obesitas
€ 36.028
€ 36.027
€ 36.027
€- I
Valpreventie
€ 106.024
€ 97.787
€ 97.787
€ 100.831 S
Leefomgeving
€ 20.587
€ 20.587
€ 20.587
€- I
Vroegsignalering Alcoholproblematiek
€ 5.147
€ 5.147
€ 5.147
€- I
Totaal Gezondheid
€ 254.252
€ 243.954
€ 243.954
€ 183.142
Wijkaanpak sociale basis
€ 75.143
€ 74.113
€ 74.113
€ 55.560 I
Mantelzorg
€ 20.587
€ 20.587
€ 20.587
€ 18.520 S
Een tegen eenzaamheid
€ 20.587
€ 20.587
€ 16.469
€- I
Welzijn op recept
€ 11.323
€ 19.557
€ 23.675
€ 27.780 I
Totaal sociale basis
€ 127.640
€ 134.844
€ 134.844
€ 101.860
Versterken kennisfunctie GGD
€ 5.147
€ 5.147
€ 5.147
€- I
Coördinatiekosten regionale aanpak preventie
€ 18.323
€ 15.028
€ 15.028
€- I
Totaal algemeen
€ 23.469
€ 20.175
€ 20.175
€-
Totaal SPUK GALA
€ 616.380
€ 609.987
€ 609.987
€ 483.577
32
Bijlage 2. Plan van aanpak inrichting ketenaanpakken GGD NOG In het IZA en GALA wordt gesproken over de preventie infrastructuur en vijf ketenaanpakken. Inwoners met een vraag of probleem hebben vaak te maken met diverse onderdelen van de zorg. Daarbij wordt in het IZA gepleit voor een ketenaanpak, waarbij de schakels op elkaar afgestemd en de inwoner geen last heeft van de verschillen in beleid van de belangrijkste financiers: Rijk, gemeenten en zorgverzekeraars. De vijf ketenaanpakken zijn: Valpreventie, GLI volwassenen, Aanpak overgewicht en obesitas kinderen, Kansrijke Start en Welzijn op Recept. Op 1 januari 2024 wordt in elke regio gestart met het implementeren van de ketenaanpakken in zoveel mogelijk gemeenten. De gemeenten, Zilveren Kruis en afgevaardigden van de drie platforms in regio Apeldoorn-Zutphen inclusief Hattem vragen de GGD de vijf ketenaanpakken zoals omschreven in het IZA in te richten.
De planning is als volgt: • In september wordt er een regionale kerngroep ingericht. Voor de in te richten ketenaanpakken zijn een aantal organisaties nauw betrokken. Het is van belang dat zij tijdig en goed geïnformeerd zijn over het traject, het tijdpad, belang van hun deelname, en vanuit hun organisatie inzet leveren. De kerngroep is overkoepelend van aard en gericht op afstemming tussen ketens. • In september voert de GGD een digitale inventarisatie uit om op regionale schaal inzicht te geven in de huidige inzet op de thema’s, waar al overeenkomsten bestaan tussen gemeenten en waar niet. Middels een digitale vragenlijst brengt de GGD in kaart wat er al gebeurt op het gebied van GLI volwassenen, Aanpak overgewicht en obesitas kinderen, Kansrijke Start en Welzijn op Recept. Voor het thema Valpreventie is er al een inventarisatie uitgevoerd. Met de inventarisatie komen mogelijke afspraken over samenwerking, signalering en doorverwijzing naar boven en waar deze verbindingen nog gelegd moeten worden, een gap-analyse. • Tussen oktober en december worden er 5 ketenwerkgroepen ingericht. In een kort tijdsbestek moeten gezamenlijk gedragen afspraken worden gemaakt over de inhoud van de ketenaanpakken. Daarbij is helderheid nodig wat er wordt verstaan onder de ketenaanpak en wie welk onderdeel van de ketenaanpak financiert.
• In november wordt er een regionale bijeenkomst belegd waarbij partijen uit de regio worden uitgenodigd om input te leveren op de concept afspraken zoals voorbereid in de ketenwerkgroep. Deze regionale bijeenkomst is bedoeld om te toetsen of de opgehaalde input klopt, om draagvlak te creëren en om input op te halen om te komen tot gedragen ketenafspraken. Uiteindelijk levert de GGD regionale procesafspraken (werkstructuur) en regionale inrichtingsafspraken ketenaanpakken op. De in te richten ketenaanpakken moeten vervolgens een plek krijgen in het nog vorm te geven regioplan IZA en op gemeentelijk niveau worden geïmplementeerd.
33