CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

910482 Integraal Beleidsplan Sociaal Domein - 2023-2027

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken18.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BELEIDSPLAN SOCIAAL DOMEIN SAMEN VOOR ELKAAR

Colofon Tekst: Gemeente Epe - Beleidsontwikkeling Sociaal Domein Ontwerp en opmaak: Made in Holland - Ontwerp en Beeld Beeldmateriaal: Shutterstock www.epe.nl © Epe - Januari 2023

2

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

SAMEN VOOR ELKAAR Integraal beleidsplan Sociaal Domein 2023 – 2027

G EMEEN TE EPE

3

4

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

INHOUD Hoofdstuk 1: Inleiding Visie Opgaven in het sociaal domein Opbouw van het beleidsplan Uitvoering van het beleidsplan

7 7 8 9 10

Hoofdstuk 2: Ontwikkelingen Samenvatting ontwikkelingen Sociale Agenda Corona Financiële problemen (inflatie en energiecrisis) Krapte arbeidsmarkt De menselijke maat centraal

11 11 12 12 13 13

Hoofdstuk 3: Overkoepelende thema’s Inwonerparticipatie Inwonerinitiatieven Maatschappelijke accommodaties Toegang tot zorg en ondersteuning Inclusie en diversiteit

14 14 15 16 17 18

Hoofdstuk 4: Opgroeien in Epe Kinderopvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie Onderwijs en leerplicht Preventie en jeugdgezondheidszorg Jeugdzorg Overgang van jeugd naar volwassenheid

20 20 21 23 25 27

Hoofdstuk 5: Actief in Epe Sporten en bewegen Kunst en Cultuur Meedoen in de wijk Vrijwilligers en mantelzorg

28 28 30 32 34

Hoofdstuk 6: Zorg en Gezondheid Gezondheid en leefstijl Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Beschermd Thuis Samen tegen Huiselijk Geweld

35 35 38 39 41

Hoofdstuk 7: Meedoen werkt Werken werkt Armoede en schulden Inburgering en vluchtelingen Vaardigheden om mee te doen

42 42 43 45 37

Bijlage I: Participatie Bijlage II: Wettelijke kaders

48 51

G EMEEN TE EPE

5

6

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

Hoofdstuk 1. Inleiding Het sociaal domein is continu in beweging. Daar moeten we als gemeente flexibel op kunnen inspelen. De basis daarvoor is een duidelijke visie. Die ligt vast in de Sociale Agenda. Die visie helpt ons bij het omgaan met nieuwe ontwikkelingen en het maken van keuzes in het hele sociaal domein, zodat we een heldere richting hebben. Naast die visie hebben we focus nodig. Er zijn voldoende uitdagingen en ontwikkelingen in het sociaal domein, maar we kunnen niet alles tegelijkertijd oppakken. En het is belangrijk dat we de uitdagingen in onderlinge samenhang oppakken, zodat ons beleid niet versnipperd raakt. Met dit beleidsplan brengen we samenhang en focus aan voor de komende vier jaar: waar gaan we mee aan de slag? Dat doen we voor het eerst voor hele sociaal domein in één beleidsplan. VISIE Eind 2021 is de vernieuwde Sociale Agenda vastgesteld. Daarin staat de visie van de gemeente Epe voor het sociaal domein. Die visie is de basis voor dit beleidsplan.

VISIE SOCIALE AGENDA De gemeente Epe is een inclusieve gemeente waarin iedereen mee kan doen. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven en mogen daar in vrijheid invulling aan geven. Wanneer iemand tijdelijk of voor langere tijd minder goed in staat is de regie over zijn leven te houden, bieden we als samenleving ondersteuning. Door te investeren in een sterke sociale basis, maken we het mogelijk dat de eigen kracht en de gezamenlijke burgerkracht zo goed mogelijk worden ondersteund. Voor wie het niet lukt om alleen of samen met anderen problemen op te lossen, bieden wij een vangnet en zorgen wij dat er zorg en ondersteuning beschikbaar zijn. Daarbij staan de mogelijkheden, de talenten en het eigenaarschap van de inwoners centraal. We zien het sociaal domein als een piramide met drie lagen, waarbij de eerste twee lagen de sociale basis vormen. De sociale basis definiëren wij als de initiatieven die ontstaan vanuit de eigen kracht van inwoners (samenredzaamheid) en de formeel georganiseerde verbanden en basisvoorzieningen (de basisinfrastructuur). Een sterke sociale basis zorgt ervoor dat inwoners zoveel mogelijk zelf oplossingen kunnen vinden die passen bij hun leven en dat ze gemakkelijk ondersteuning kunnen krijgen in de buurt. Een sterke sociale basis helpt ook om problemen sneller en vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat deze groter en complexer worden.

Soms hebben inwoners meer gespecialiseerde zorg of ondersteuning nodig. Dan komt de derde laag van de piramide in beeld. Het kan dan gaan om lichte, kortdurende ondersteuning of intensieve, langdurige ondersteuning of een combinatie hiervan. Met onze inwoners en onze (regionale) partners stemmen we af welke (intensiteit van) zorg en ondersteuning nodig is.

G EMEEN TE EPE

7

OPGAVEN IN HET SOCIAAL DOMEIN Om te zorgen dat iedereen ook in de toekomst mee kan blijven doen, staan we voor een aantal grote opgaven. In een vergrijzende en individualiserende samenleving staat de samenredzaamheid, wat mensen voor elkaar doen en organiseren, onder druk. Mensen voelen zich vaker eenzaam. Het aantal vrijwilligers neemt af en er zijn grenzen aan wat (steeds ouder wordende) mantelzorgers kunnen bieden. Tegelijkertijd dragen dezelfde ontwikkelingen eraan bij dat de druk op de zorg toeneemt. Steeds meer inwoners doen een beroep op zorg en ondersteuning, waardoor de vraag is of de zorg in de toekomst uitvoerbaar en betaalbaar blijft. Het zorgstelsel is complex en er zijn stijgende personeelstekorten. In de jeugdzorg is al geconcludeerd dat het zorgstelsel niet houdbaar is en wordt gewerkt aan een hervormingsagenda. In de Wmo gaat onderzoek naar de houdbaarheid plaatsvinden. Veel van deze ontwikkelingen spelen landelijk en kunnen we niet in de gemeente Epe oplossen. Wel kunnen we aan de slag met lokale en regionale initiatieven die het sociaal domein in de gemeente Epe toekomstbestendiger maken. Dat betekent dat we volop inzetten op het voorkomen van problemen, of het voorkomen dat problemen verergeren. Daarvoor moet ondersteuning goed toegankelijk zijn voor mensen.

We maken daarom een beweging van geïndiceerde zorg en ondersteuning naar meer kwalitatief goede zorg en ondersteuning in de buurt, die laagdrempelig en toegankelijk is. Daar kunnen inwoners eerder geholpen worden. We stimuleren daarbij de samenwerking tussen zorg, sport, cultuur, welzijn en ondernemers om nieuwe mogelijkheden te ontwikkelen. Natuurlijk blijven we ook geïndiceerde zorg en ondersteuning bieden voor wie dat nodig heeft. Bovendien zetten we in op het ondersteunen van de samenredzaamheid met goede basisvoorzieningen. Bijvoorbeeld toekomstbestendige accommodaties in alle gebieden, waar inwoners activiteiten met en voor elkaar kunnen organiseren, en hulp voor inwoners die zorgen voor anderen, zodat zij dat kunnen blijven doen.

8

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

OPBOUW VAN HET BELEIDSPLAN We hebben een nieuw, integraal beleidsplan sociaal domein opgesteld omdat we dat in de Sociale Agenda hebben afgesproken. Het huidige beleidsplan Sociaal Domein ‘samen meedoen mogelijk maken’ loopt in 2022 af. Het omvat de beleidsterreinen Wmo, Jeugdzorg en Participatie. Dit nieuwe beleidsplan is voor het gehele sociaal domein. Welzijn, gezondheid, onderwijs, armoede en schulden, sport en cultuur maken er nadrukkelijker onderdeel van uit. Zo versterken we de samenhang in het sociaal domein, wat een belangrijke opdracht aan gemeenten was bij de uitvoering van de Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet. Het draagt ook bij aan de versterking van preventie en de inzet van toegankelijke voorzieningen, omdat daarvoor het hele sociaal domein moet samenwerken. De hoofdstukindeling van dit beleidsplan sluit aan op de gemeentelijke begroting, zodat er een duidelijke lijn ontstaat tussen beleid, uitvoering en verantwoording naar de gemeenteraad. Wel doen we een paar kleine aanpassingen in de naamgeving en onderverdeling van de thema’s, zodat de hoofdstukindeling optimaal aansluit op de werkwijze en samenhang van onderwerpen in het sociaal domein:

• Opgroeien in Epe Over kinderopvang, onderwijs, preventief jeugdbeleid en Jeugdzorg

• Actief in Epe Over sport, kunst en cultuur, voorzieningen in de wijk, vrijwilligers en mantelzorgers

• Zorg en Gezondheid Over gezondheid, Wmo, beschermd thuis en veiligheid

• Meedoen werkt Over werk, inkomen, armoede, schulden, inburgering en vluchtelingen, en volwassenenonderwijs

Een aantal onderwerpen overstijgt de hoofdstukken en raakt het hele sociaal domein. De thema’s participatie, maatschappelijke accommodaties, toegang en inclusie nemen we daarom op in een apart hoofdstuk ‘Overkoepelende thema’s’.

G EMEEN TE EPE

9

UITVOERING VAN HET BELEIDSPLAN In de Sociale Agenda staan de ambities die we voor het sociaal domein in de gemeente Epe hebben. Dat bepaalt onze koers. De ambities uit de Sociale Agenda vertalen we in dit beleidsplan naar focuspunten voor de komende vier jaar. Zo geven we duidelijk richting aan waar we de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Hoe we onze doelen gaan bereiken en welke activiteiten we daarvoor inzetten, werken we themagewijs uit in uitwerkingsplannen. Daarbij werken we samen met onze samenwerkingspartners en inwoners, zowel bij het opstellen van de plannen als in de uitvoering. De wettelijke kaders in het sociaal domein bepalen voor een belangrijk deel de uitvoeringsactiviteiten van de gemeente. Die zullen niet terugkomen in het uitvoeringsprogramma. Er gebeurt dus meer dan wat in dit beleidsplan en straks in het uitvoeringsprogramma vermeld wordt. Het vertrekpunt voor ons werken is steeds vanuit de bedoeling, dus vanuit de inwoner. Wat heeft een inwoner nodig? Communicatie en participatie zijn een vast onderdeel van de werkzaamheden. We kijken integraal naar vraagstukken. Om resultaten te bereiken is het belangrijk dat we met uitvoerende organisaties meer werken vanuit partnerschap. We maken duidelijke afspraken over rollen en taken en sturen samen op wat voor onze inwoners belangrijk is.

Uitvoering van dit beleidsplan vindt in principe plaats binnen de reguliere budgetten die hiervoor al beschikbaar zijn in de begroting. Extra middelen die beschikbaar komen voor het sociaal domein (zoals de nieuwe landelijke uitkering voor gezondheid, sport, cultuur en de sociale basis en de middelen voor het verbeteren van de dienstverlening kwetsbare inwoners vanuit de toeslagenaffaire) besteden we aan het sociaal domein en binnen dit beleidsplan. Dat geldt ook voor de extra middelen voor de Jeugdzorg. Daarvoor is het ‘Kader uitwerking van besteding extra middelen Jeugdzorg’ (2022) vastgesteld, zodat de middelen besteed kunnen worden aan hervormingen en preventie binnen het sociaal domein. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn waarvoor extra financiële middelen nodig zijn brengen we de financiële consequenties in kaart. Dit wordt ingebracht in de begroting zodat er een integrale afweging kan worden gemaakt. Een aantal onderdelen van dit beleidsplan betreffen openeinderegelingen, wat betekent dat we inwoners zorg of ondersteuning moeten verlenen als zij dat nodig hebben, ook als het budget op is. Dat is een financieel risico. Voor deze onderdelen houden we daarom een buffer in de begroting.

10

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen Er zijn allerlei ontwikkelingen die het sociaal domein beïnvloeden, zoals wetswijzigingen, demografische ontwikkelen en veranderende wensen en behoeften van inwoners. Daarmee moeten we rekening houden bij het vaststellen en uitvoeren van beleid. In de Sociale Agenda zijn deze ontwikkelingen al beschreven. In het kader hieronder benoemen we deze nogmaals samengevat voor het volledige beeld en breiden we deze uit met de meest recente overkoepelende ontwikkelingen voor het sociaal domein. Ontwikkelingen die vooral betrekking hebben op één specifiek thema binnen het sociaal domein bespreken we in de desbetreffende volgende hoofdstukken.

SAMENVATTING ONTWIKKELINGEN SOCIALE AGENDA •  Een goede basis: Er is meer aandacht voor het versterken van de sociale basis, met goede toegankelijke basisvoorzieningen en meer onderlinge samenwerking tussen overheid, professionals en inwoners. •  Meer ruimte voor participatie en eigen regie: Het wordt steeds belangrijker om samen met inwoners vorm te geven aan maatschappelijke doelstellingen. Daarnaast is er bij het bieden van zorg en ondersteuning meer aandacht voor het eigenaarschap van de inwoners om de best passende (maatwerk)oplossing te vinden. •  Kansenongelijkheid neemt toe: Verschillen tussen groepen nemen toe. Dat zien we terug in het onderwijs en bij sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Bovendien is er meer aandacht voor diversiteit en inclusie. • Digitalisering biedt kansen: De digitalisering van de samenleving heeft in het sociaal domein geleid tot kansen en mogelijkheden om activiteiten en zorg toegankelijker te maken voor inwoners. Wel moeten de gemeente zich er bewust van blijven dat niet iedereen digitaal vaardig is. •  Transformatie: meer preventie en welzijn: Gemeenten proberen problemen te voorkomen en vroeg te signaleren. Daarnaast zien we dat meer vanuit het gedachtegoed positieve gezondheid wordt gekeken, naar wat mensen kunnen in plaats van wat ze niet kunnen.

• Andere zorg- en ondersteuningsbehoeften: Door verschillende ontwikkelingen verandert de zorgvraag. Vergrijzing zorgt voor een stijgende zorgvraag. Door individualisering wonen mensen vaker alleen en zijn ze vaker eenzaam. Door extramuralisering van de ggz gaan meer mensen met psychische kwetsbaarheden een beroep doen op voorzieningen in de wijk. •  Druk op de zorg neemt toe: Er zijn meer zorgvragen en de zorgvragen worden complexer. Dit vergroot de druk op de toegang tot zorg, die bij complexe casussen een grotere regisserende rol heeft. De druk op de zorg heeft ook gevolgen voor vrijwilligers en mantelzorgers. •  Veranderingen in de wetgeving: Aan de ene kant krijgen gemeenten meer of veranderende taken, maar aan de andere kant zien we dat de beleidsvrijheid bij die taken soms beperkt wordt. Ook staat er tegenover nieuwe taken of landelijke beleidswijzigingen niet altijd volledige financiële compensatie van het Rijk. De nieuwe omgevingswet zal het mogelijk maken om beter de verbinding te leggen tussen de sociale leefomgeving en de fysieke leefomgeving. •  Regionale samenwerking verandert mee: De komende jaren verwachten we bepaalde voorzieningen meer lokaal te gaan regelen. Dat maakt het mogelijk om te zorgen voor een goed aanbod in iedere wijk. In de Jeugdzorg wordt specialistische zorg juist vaak bovenregionaal geregeld.

G EMEEN TE EPE

11

CORONA De afgelopen twee jaar is gebleken dat de coronacrisis een behoorlijke impact heeft gehad op verschillende groepen in onze samenleving. Met diverse regelingen vanuit het Rijk en gemeenten en initiatieven vanuit de samenleving is geprobeerd inwoners te ondersteunen in deze moeilijke tijd. Met de landelijke TONK en TOZO regelingen heeft de gemeente bijvoorbeeld tijdelijk ondersteuning kunnen bieden aan inwoners die door de coronacrisis in financiële moeilijkheden zijn gekomen. In het geval van kinderen en jongeren heeft de coronacrisis hun fysieke leefstijl, mentaal welbevinden en schoolresultaten negatief beïnvloed. Het kabinet heeft daarom geld beschikbaar gesteld om het sociaal, mentaal en fysiek welzijn van kinderen en jongeren te stimuleren. We hebben extra ingezet op de ondersteuning van jongeren, ouderen en preventieve schuldhulpverlening. Ook voor het onderwijs is extra geld beschikbaar gesteld (NPO Nationaal Programma Onderwijs) voor zowel de scholen alsook voor de gemeente. NPO is bedoeld om onderwijsvertragingen als gevolg van corona op te vangen. Veel scholen hebben dit ingezet door extra ondersteuning in de klas, waardoor de vraag naar onderwijspersoneel vergrootte. In de gemeente Epe worden de gemeentelijke NPO-middelen in belangrijke mate ingezet voor intensivering of uitbreiding van bestaande projecten.

Nieuw is bijvoorbeeld de studiecoach voor VMBO en preventief gezondheidsonderzoek bij groep 6. Gelukkig zien we dat nu dat veel problemen zich ook weer oplossen. Wel houden we aandacht voor de langdurige effecten op het welzijn en inkomen van mensen en spelen we hierop in indien nodig. FINANCIËLE PROBLEMEN (INFLATIE EN ENERGIECRISIS) De stijgende energieprijzen en de hoge inflatie zorgen al geruime tijd voor bezorgdheid bij huishoudens. Dagelijks verschijnen er allerlei berichten over in de media. Steeds meer inwoners hebben moeite om financieel de eindjes aan elkaar geknoopt te houden. Ook voor ondernemers, stichtingen, verenigingen en kerken zijn de gevolgen van de energiecrisis merkbaar. Vanuit het Rijk worden er diverse maatregelen getroffen om de hoge energielasten te compenseren. Als gemeente willen we voorkomen dat mensen in armoede komen. We blijven de ontwikkelingen volgen zodat we waar mogelijk inwoners kunnen ondersteunen.

12

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

KRAPTE ARBEIDSMARKT De huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft op veel terreinen gevolgen. In alle sectoren hebben bedrijven en organisaties inmiddels last van personeelstekorten. Grote problemen voltrekken zich in de zorg en het onderwijs. Daar waren al achterstanden door corona, maar er is te weinig capaciteit om die in te halen. Dat kan gevolgen hebben voor de uitvoering en kwaliteit in de zorg en het onderwijs. Ook in de kinderopvang is er sprake van een tekort aan pedagogisch medewerkers. De verwachting is dat de vraag naar kinderopvang, en dus ook naar personeel, zal toenemen als de kinderopvang per (naar verwachting) 1 januari 2025 grotendeels bekostigd zal worden door het Rijk voor werkende ouders. Het aantal uur dat ouders gaan werken kan hiermee mogelijk gaan stijgen. De krapte op de arbeidsmarkt biedt tegelijkertijd kansen voor ouderen en mensen die langer in de bijstand zitten. Werkgevers zoeken nu actief naar personeel. Daardoor nemen werkgevers ook mensen aan die eerder weinig kans maakten op een baan. DE MENSELIJKE MAAT CENTRAAL Het herstellen van het vertrouwen in de overheid is een belangrijke opgave die het huidige kabinet zich heeft gesteld. Mede door de toeslagenaffaire is er steeds meer aandacht voor de uitvoerbaarheid van wetten en goede dienstverlening waarbij de menselijke maat weer centraal komt te staan.

Wetten en regels moeten worden beoordeeld op eenvoud, menselijke maat en uitvoerbaarheid. Onderdeel van de acties van het kabinet voor deze opgave is dat ook bestaande wet- en regelgeving, zoals de Participatiewet, wordt doorgelicht op hardvochtige effecten en daar waar nodig aangepast. Naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het Rijk het programma Werken aan Uitvoering (WaU) gestart, waarvoor POK-middelen beschikbaar zijn gekomen bij gemeenten. Met WaU streeft het Rijk naar een publieke dienstverlening die aansluit op de verwachtingen en behoeften van burgers en ondernemers. Een dienstverlening die menselijk, wendbaarder en toekomstbestendig is. De POK-middelen zijn vrijgemaakt om de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners in een kwetsbare positie te versterken. Die middelen zetten we in binnen dit beleidsplan voor het verbeteren van de dienstverlening.

G EMEEN TE EPE

13

Hoofdstuk 3. Overkoepelende thema’s

In de komende vijf hoofdstukken vertalen we de ambitie uit de Sociale Agenda naar focuspunten. Oftewel: waar gaan we de komende vier jaar mee aan de slag? De onderwerpen participatie, maatschappelijke accommodaties, toegang en inclusie hebben betrekking op meerdere inhoudelijke hoofdstukken. Deze overkoepelende onderwerpen behandelen we in dit hoofdstuk.

UITGANGSPUNT SOCIALE AGENDA:

SAMENWERKEN EN FACILITEREN Wij werken met onze inwoners vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid om een prettige en leefbare samenleving te creëren. We luisteren naar onze inwoners, we vertrouwen hen, geven hen de mogelijkheden om initiatieven te ontplooien en betrekken hen zowel bij de plan- en beleidsvorming als bij de uitvoering. De rol van de gemeente verschuift meer naar faciliterend aan de samenleving, waarin de samenleving ook verantwoordelijkheden krijgt. Dat betekent dat we inwoners, organisaties, bedrijven en samenwerkingsverbanden ondersteunen om de Eper samenleving nog prettiger en leefbaarder te maken.

INWONERPARTICIPATIE De gemeente is er voor de samenleving; voor de inwoners, voor de maatschappelijke organisaties, voor de ondernemers en de bedrijven. De uitdaging is om als gemeente samen met de samenleving in de breedste zin van het woord, onze doelen te kunnen bepalen en bereiken. Ook in het sociaal domein is het samenwerken met inwoners en organisaties essentieel. Het doel is dat beleid en uitvoering worden vormgegeven voor en met de inwoners voor wie het bedoeld is, en aansluit op hun behoeften. Dat noemen we inwonerparticipatie. Dit beleidsplan is uiteraard ook tot stand gekomen door een samenwerking met betrokkenen. Deze werkwijze zullen we de komende jaren zo veel mogelijk voortzetten en uitbreiden tijdens de uitwerking en uitvoering. We besteden extra aandacht aan het inzetten van ervaringsdeskundigen en ervaringskennis, zowel bij het opstellen van beleid als bij de uitvoering. Mensen met ervaringskennis hebben ervaring met een beperking, ziekte, handicap, aandoening, ontwrichting of crisis. Ze hebben geleerd hoe daarmee om te gaan en kunnen daarover kennis delen. Ervaringsdeskundigen hebben hierop gereflecteerd en hun kennis verbreed, zodat ze anderen kunnen helpen. De doorontwikkeling van het cliëntervaringsonderzoek en samen optrekken met de Adviesraad Sociaal Domein om meer inwoners te bereiken kan hieraan bijdragen.

De Adviesraad Sociaal Domein, die het college van burgemeester en wethouders van advies voorziet op het gebied van Jeugdzorg, Wmo en werk en inkomen, blijft sowieso betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Dat geldt ook voor de Cultuurcommissie, die het college adviseert over culturele beleidsaangelegenheden. 14

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

Omdat het in de praktijk lastig blijkt om jongeren te bereiken met de huidige participatie­ methoden, besteden we extra aandacht aan het bereiken en betrekken van jongeren. Dit kan bijvoorbeeld door jaarlijks gesprekken met een diverse groep jongeren te organiseren en jongeren actief op te zoeken en te spreken over thema’s die zij zelf belangrijk vinden. Focus komende vier jaar: • De uitwerking en uitvoering van het beleidsplan blijven we samen met inwoners en organisaties vormgeven • We breiden de inzet van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid bij het opstellen van beleid en in de uitvoering uit • We besteden extra aandacht aan de participatie van jongeren

INWONERINITIATIEVEN Er zijn allerlei ontwikkelingen die het sociaal domein beïnvloeden, zoals wetswijzigingen, demografische ontwikkelen en veranderende wensen en behoeften van inwoners. Daarmee moeten we rekening houden bij het vaststellen en uitvoeren van beleid. In de Sociale Agenda zijn deze ontwikkelingen al beschreven. In het kader hieronder benoemen we deze nogmaals samengevat voor het volledige beeld en breiden we deze uit met de meest recente overkoepelende ontwikkelingen voor het sociaal domein. Ontwikkelingen die vooral betrekking hebben op één specifiek thema binnen het sociaal domein bespreken we in de desbetreffende volgende hoofdstukken.

UITGANGSPUNT SOCIALE AGENDA:

GEBIEDSGERICHTE AANPAK We kijken wat er nodig is in een gebied (dorp, wijk, buurt of buurtschap) en leveren zo per gebied maatwerk. De behoefte van de inwoner staat daarbij centraal. Binnen de gebiedsgerichte aanpak werken gemeente, professionals, vrijwilligers, ondernemers en inwoners in het gebied samen aan goede voorzieningen en een leefbare buurt. Voor het opstellen en uitvoeren van de aanpak zoeken we de aansluiting bij de Omgevingsvisie.

Bij overheidsparticipatie nemen inwoners het initiatief en hebben zij de regie; de gemeente is facilitator. De gemeente maakt ruimte voor inwonerinitiatieven en ondersteunt initiatieven die bijdragen aan de doelen in het sociaal domein. Overheidsparticipatie wordt in het sociaal domein in de gemeente Epe vormgegeven door middel van gebiedsgericht werken. Het doel van gebiedsgericht werken is luisteren naar en open staan voor inwoners en ruimte maken voor hun initiatieven voor het verbeteren van hun leefomgeving. Dat gebeurt vanuit de Visie Gebiedsgericht Werken (2016). We verbeteren de verbinding met onze inwoners, door in gesprek te gaan met inwoners, open te staan voor (nieuwe) ideeën en integraal te kijken naar inwonerinitiatieven. Uitgangspunt bij gebiedsregie in de gemeente Epe is dat de behoefte van de inwoner centraal staat en dat de gemeente in samenwerking met haar ketenpartners de inwoner stimuleert om eigen initiatieven te ontplooien. Voor de verschillende gebieden in de gemeente Epe wordt maatwerk geboden om de leefomgeving te verbeteren en/of te behouden.

G EMEEN TE EPE

15

In 2021 is een evaluatie over het gebiedsgericht werken uitgevoerd, waarbij professionals en inwoners betrokken zijn. Hierdoor is inzicht ontstaan waarmee gebiedsgericht werken verder kan worden ontwikkeld. De focus ligt daarbij op het beter ondersteunen van initiatieven die inwoners ontwikkelen voor hun omgeving. Inwoners moeten weten waar ze terecht kunnen en wat ze van de gemeente en andere partners binnen het gebiedsgericht werken kunnen verwachten. Er wordt al lange tijd gebiedsgericht gewerkt, maar de werkwijze is niet goed vastgelegd en geborgd, zowel intern in de gemeentelijke organisatie als in afspraken met samenwerkingspartners. De samenwerking en reactiesnelheid kan daardoor veel beter. We gaan de werkwijze beter borgen, zodat gebiedsgericht werken blijft. Focus voor de komende 4 jaar: • Inwoners weten wat ze kunnen verwachten van de gemeente en ketenpartners bij inwonerinitiatieven. We gaan een werkwijze voor het ondersteunen van inwonerinitiatieven vormgeven • We versterken de nauwe samenwerking tussen ketenpartners en de gemeente door afspraken te maken over duidelijke rollen en taken bij inwonerinitiatieven.

MAATSCHAPPELIJKE ACCOMMODATIES We willen een betaalbaar en toereikend aanbod van maatschappelijke accommodaties. Hierdoor wordt het voor alle inwoners mogelijk om op een laagdrempelige manier deel te nemen aan de samenleving. Denk aan ontmoeten, sporten, activiteiten binnen verenigingen, cultuur, bibliotheken en ontwikkeling. Deze deelname van inwoners aan het maatschappelijke leven draagt bij aan welbevinden, ontwikkeling, sociale samenhang en leefbaarheid on onze dorpen. Door allerlei ontwikkelingen verandert de vraag naar maatschappelijke accommodaties de komende jaren. Zo zal de veranderende bevolkingssamenstelling (vergrijzing) ertoe leiden dat sommige voorzieningen in omvang afnemen en tegelijkertijd andere voorzieningen uitgebreid moeten worden. Maar bijvoorbeeld ook het aantal schoolgaande kinderen neemt af en verenigingsleven krimpt. Daarnaast zijn er ook diverse beleidsopgaves die gevolgen hebben voor maatschappelijke voorzieningen (en dus) accommodaties, bijvoorbeeld de wens om de sociale basis te versterken en de behoefte aan meer multifunctionele accommodaties. Op dit moment ondervinden veel accommodaties de gevolgen van de hoge inflatie en de energiecrisis en hebben zij moeite om hun exploitatie rond te krijgen. Daar hebben we extra aandacht voor.

Tegelijkertijd met dit beleidsplan wordt een kadernotitie toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties opgesteld, die ons richting geeft bij het vormgeven van de veranderende vraag naar en het aanbod aan maatschappelijke accommodaties. Daarbij willen we dat accommodaties te exploiteren zijn (bij voorkeur financieel levensvatbaar), duurzaam zijn, toegankelijk zijn, gezondheid stimuleren en multifunctioneel worden gebruikt. De kadernotitie wordt de komende jaren uitgewerkt door nog beter in kaart te brengen wat er beschikbaar en nodig is per gebied en door een uitwerkingsplan per gebied op te stellen. Zo komt er per gebied een plan op maat voor de benodigde voorzieningen en accommodaties. Ondertussen wordt momenteel ook het integraal huisvestingsplan onderwijs afgerond, waarin de benodigde renovatie en nieuwbouw van scholen in kaart wordt gebracht en een planning wordt vastgesteld voor de komende jaren. Schoolbesturen, zorgorganisaties, welzijnswerk en de gemeente Epe werken in het integraal huisvestingsplan onderwijs samen aan goede onderwijsvoorzieningen.

16

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

Focus voor de komende 4 jaar: • We voeren een nulmeting uit voor alle accommodaties op financiële exploitatie, duurzaamheid, toegankelijkheid, gezondheid en multifunctioneel gebruik • Per gebied maken we een uitwerkingsplan maatschappelijke accommodaties • We stellen het integraal huisvestingsplan onderwijs vast en voeren het uit, met als resultaat renovatie en nieuwbouw van scholen.

TOEGANG TOT ZORG EN ONDERSTEUNING De gemeente regelt dat inwoners die dat nodig hebben, toegang hebben tot zorg en ondersteuning vanuit de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Schuldhulpverlening. Dat noemen we de toegang. De toegang is er om te zorgen dat inwoners die zorg of ondersteuning nodig hebben die ook kunnen vinden en de meest passende zorg of ondersteuning krijgen, waarbij zij zelf de regie houden. Daarbij bieden we maatwerk: ongelijke situaties behandelen we ongelijk. Kennisinstituut Movisie, cliëntorganisaties en de VNG hebben nagedacht over het verbeteren van de toegang vanuit het perspectief van de inwoner. Hun zeven uitgangspunten voor een merkbaar verbeterde toegang nemen we over: 1. De ondersteuning is passend en samenhangend. 2. De ondersteuning is toekomst- en levensloopbestendig. 3. Inwoners hebben regie en zeggenschap in het proces. 4. Toegangsmedewerkers zijn deskundig. 5. Toegangsmedewerkers hebben handelingsruimte om te doen wat nodig is. 6. Het toegangsproces is transparant en eenvoudig. 7. Er wordt gewerkt aan het voorkomen, tijdig signaleren en doorgeleiden van problemen van inwoners. Samen met inwoners, hun vertegenwoordigers en professionals uit de toegang hebben we onderzocht welke van de zeven uitgangspunten in de gemeente Epe het meeste aandacht verdienen.

Hieruit zijn gezamenlijke verbeteropgaven voortgekomen: • De online, telefonische en fysieke vindbaarheid van de toegangen (Jeugd, Wmo, Schuldhulpverlening, en werk en inkomen). Dit betekent dat het voor inwoners gemakkelijk te vinden moet zijn bij welke toegang zij terecht kunnen met hun vraag. Informatie over de toegangen moet in de taal van de inwoner geschreven zijn en de toegang moet goed bereikbaar zijn voor vragen, waarbij inwoners hun verhaal niet hoeven te herhalen. Ook kan gedacht worden aan laagdrempeligere fysieke vindbaarheid, bijvoorbeeld met inloopspreekuren.

G EMEEN TE EPE

17

• De vindbaarheid van algemene voorzieningen en de samenwerking tussen algemene voorzieningen en de toegangen. Inwoners kunnen vaak geholpen worden met een algemene voorziening. Dat is een voorziening die toegankelijk is zonder indicatie van de toegang. Deze voorzieningen moeten ook goed vindbaar zijn, bijvoorbeeld met een sociale kaart. Als een algemene voorziening niet meer de benodigde ondersteuning kan bieden, moeten inwoners warm doorverwezen worden naar de toegang voor zorg en ondersteuning. Het is belangrijk dat de toegang en algemene voorzieningen beter samenwerken en elkaar weten te vinden, zodat inwoners de meest passende ondersteuning krijgen • Ontschotten en beter samenwerken tussen toegangen en overige gemeentelijke afdelingen. Er zijn verschillende toegangen voor verschillende vormen van zorg en ondersteuning: Jeugdzorg, Wmo, Schuldhulpverlening en Participatiewet. Het is goed dat professionals in de toegang kennis hebben en deskundig zijn in hun vakgebied. Maar het is ook belangrijk dat de professionals van de verschillende toegangen meer gaan samenwerken, zodat er voor inwoners of gezinnen met meerdere vragen, deze problemen en dilemma’s worden gedeeld, zodat ook samen naar oplossingen gezocht wordt. Als er belemmeringen zijn, wordt gezocht naar het opheffen daarvan.

Soms is ook goede samenwerking met andere gemeentelijke afdelingen nodig, bijvoorbeeld als er vergunningen nodig zijn voor woningaanpassingen of voor nieuwe zorginitiatieven. Focus voor de komende vier jaar: • We verbeteren de online, telefonische en fysieke vindbaarheid van de toegangen en algemene voorzieningen • We versterken de samenwerking tussen de toegangen, algemene voorzieningen en andere gemeentelijke afdelingen

INCLUSIE EN DIVERSITEIT

UITGANGSPUNT SOCIALE AGENDA:

IEDEREEN KAN MEEDOEN We willen een inclusieve samenleving zijn, waarin alle verschillen gerespecteerd worden en iedereen zichzelf mag zijn. Ongeacht geaardheid of gender, culturele of religieuze identiteit, beperking of kwetsbaarheid. Iedereen mag zijn stem laten horen en krijgt de kans om mee te doen. We gaan er niet vanuit dat meedoen voor iedereen vanzelfsprekend is. Als het nodig is, steunen wij onze inwoners hierbij. We communiceren in duidelijke en begrijpelijke taal voor al onze inwoners.

18

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

We vinden het belangrijk dat iedereen in de gemeente Epe de kans heeft om mee te doen en dat de samenleving toegankelijk is voor iedereen. Dat noemen we inclusie. Inclusie is onder andere belangrijk voor mensen met een beperking, omdat zij vaak veel drempels ervaren om mee te kunnen doen. Sinds juli 2016 geldt in Nederland het VN-Verdrag rechten voor mensen met een handicap, gericht op inclusie en toegankelijkheid. De samenleving moet ervoor zorgen dat de achterstanden die mensen met een beperking ervaren om volwaardig mee te kunnen doen, worden weggenomen. Het verdrag is een mensenrechtenverdrag: het beschrijft de rechten van mensen met een beperking of chronische ziekte op gelijke behandeling en participatie. Om deze (mensen)rechten te realiseren, is het belangrijk dat de toegankelijkheid van onderwijs, werk, wonen, omgeving, informatie, gebouwen, openbare ruimte, mobiliteit, culturele activiteiten, passende zorg en ondersteuning, participatie en dienstverlening goed geregeld zijn. Voor gemeenten betekent dit dat zij passende maatregelen moeten nemen zodat personen met een handicap zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk kunnen leven. Gemeenten zijn verplicht om in een integraal plan te stellen hoe ze uitvoering geven aan het verdrag: de Lokale Inclusie Agenda.

Het VN-verdrag is van toepassing op alle soorten handicaps die mensen kunnen beperken in het meedoen in de samenleving. Het gaat om zowel lichamelijke als mentale (psychische en verstandelijke) beperkingen en chronische ziekten. Met ‘inclusie’ bedoelen we een bredere doelgroep. Niet alleen de groep mensen met een beperking, maar ook andere groepen kunnen discriminatie of uitsluiting ervaren. Bijvoorbeeld vanwege hun geaardheid, gender, culturele of religieuze identiteit. Daarom stellen we een brede Lokale Inclusie Agenda op voor al deze doelgroepen. Dat betekent ook dat de inclusie-agenda over allerlei onderwerpen kan gaan, van toegankelijkheid van gebouwen en openbare ruimte tot inclusie in onderwijs en vrijetijdsbesteding. We stellen de inclusie-agenda samen met inwoners en organisaties op. De gemeente faciliteert inwoners en organisaties bij het opstellen en uitvoeren van de agenda. Daarbij staat ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid centraal, vanuit het uitgangspunt ‘niks over ons zonder ons’. Zo bevat de inclusie-agenda ook echt de acties die voor de mensen over wie het gaat het meest belangrijk zijn. De gemeente helpt daarbij met het aanbrengen van focus, omdat niet alle gewenste acties tegelijkertijd opgepakt kunnen worden, en met een integrale aanpak door het verbinden van de betrokken gemeentelijke afdelingen en organisaties.

Focus voor de komende vier jaar: • Samen met inwoners stellen we een brede Lokale Inclusie Agenda op en voeren deze uit

G EMEEN TE EPE

19

Hoofdstuk 4. Opgroeien in Epe

Dit hoofdstuk gaat over jeugd. Van voorzieningen voor alle jeugdigen, zoals kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidzorg en jongerenwerk, tot Jeugdzorg, voor als er zorg en ondersteuning nodig is bij het opvoeden en opgroeien. Al onze voorzieningen moeten eraan bijdragen dat kinderen en jongeren zich maximaal kunnen ontplooien.

KINDEROPVANG EN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE We willen dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en gelijke kansen hebben. Daarom vinden we kinderopvang, en dan met name de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), erg belangrijk. De gemeente heeft de wettelijke taak om toezicht uit te voeren op de kinderopvang en geeft daarnaast een VVE programma vorm binnen de kaders van het Rijk. Het doel van VVE is om kinderen met een risico op een achterstand beter voor te bereiden op de basisschool en ervoor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. Voorschoolse educatie vindt plaats op de kinderopvang en vroegschoolse educatie in groep 1 en 2 van de basisschool. VVE draagt bij aan de ontwikkeling van peuters en verkleint onderwijsachterstanden, waarmee de kansengelijkheid in het onderwijs groter wordt. Vooral jonge kinderen met een risico op een leerachterstand in de Nederlandse taal hebben die goede voorbereiding nodig, voordat ze de stap maken naar de basisschool. Juist dán is extra aandacht nodig. Voor deze kinderen zijn verschillende maatregelen getroffen die allemaal moeten bijdragen aan het versterken van een rijke speelleeromgeving waarin deze kinderen opgroeien. Gemeenten moeten iedere vier jaar een programma voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) opstellen.

We willen daarbij alle kinderen met een risico op een achterstand bereiken, werken met professionele begeleiders en samenwerken met ouders. Ook vinden we het belangrijk dat er een doorgaande lijn is van de kinderopvang naar het basisonderwijs en dat er goede kwaliteit geboden wordt waarbij doelgericht gewerkt wordt aan resultaten. In een jaarlijks activiteitenprogramma geven we daar vorm aan. Daarbij houden we ook rekening met landelijke ontwikkelingen, zoals personeelstekorten in de kinderopvang en een nieuw financieringsmodel voor kinderopvang. De Rijksoverheid speelt hierop in bij opstellen van de landelijke doelen en voorwaarden van het VVE programma. Wij volgen het landelijk beleid en passen ons lokale activiteitenprogramma daarop aan. Focus voor de komende vier jaar: • We stellen jaarlijks een activiteitenprogramma onderwijsachterstandenbeleid op voor Voor- en Vroegschoolse Educatie. We spelen daarbij in op landelijk beleid

20

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

ONDERWIJS EN LEERPLICHT Naast kinderopvang speelt ook onderwijs een cruciale rol in de ontwikkeling van kinderen. Kinderen hebben recht op onderwijs zodat zij zich kunnen ontwikkelen en vaardigheden kunnen leren om mee te kunnen doen in de samenleving. Onderwijs is in eerste instantie een taak van de Rijksoverheid en van het onderwijs zelf. De gemeente heeft een expliciete rol op het gebied van onderwijshuisvesting, leerlingenvervoer, leerplicht en de aansluiting tussen onderwijs en zorg (van uit de wet Passend onderwijs). Het hoofddoel van de wet Passend onderwijs is dat voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften toegankelijk onderwijs dichtbij wordt gerealiseerd, waarbij zij gericht worden ondersteund in het behalen van onderwijsdoelen.

VISIE: KOERS DUURZAME KINDVOORZIENINGEN Het realiseren van duurzaam en kwalitatief en goed onderwijs en zorg voor 0-23 jarigen in onze krimpregio en met inachtneming van de diversiteit in het basisonderwijs wat betreft richting en identiteit- te komen tot meer school bestuurlijke samenwerking ter versterking van een stevig onderwijskundig netwerk. Uiteindelijk is het streven te komen tot ‘Epe onderwijsgemeente’ • waarbij dicht bij huis en passend onderwijs wordt geboden • waarbij onderwijs (PO, VO en MBO), kinderopvang, welzijn, CJG en zorg samenwerken en ondernemen • om te komen tot een voor kinderen doorlopende ontwikkelingslijn tussen 0-23 jaar, • waarbij ouders iets te kiezen hebben en • waar expertise aanwezig is om een doorgaande leer- en ontwikkellijn te realiseren voor ieder kind

Uitgangspunt van de wet Passend onderwijs is dat het onderwijs zijn doelstellingen realiseert in nauwe verbinding met andere sectoren, zoals met gemeenten voor jeugdhulp en de kinderopvang. In de gemeente Epe vinden we het daarom heel belangrijk om samen te werken met scholen, kinderopvang, welzijnsorganisaties en het CJG om tot een gezamenlijke visie te komen. Dit is tot stand gekomen in de het gezamenlijke koersdocument ‘Duurzame kindvoorzieningen’ (2020).

G EMEEN TE EPE

21

In het koersdocument ‘Duurzame kindvoorzieningen’ staat de gedeelde visie ‘Epe onderwijsgemeente’ (inclusief Passend Onderwijs). Per gebied staan de situatie en wensen opgenomen voor de (ver)bouw van schoolgebouwen en de ontwikkeling van integrale kindcentra, waar onderwijs, kinderopvang en andere voorzieningen voor kinderen samenkomen. Dit onderdeel van het koersdocument is uitgewerkt in het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (zie hoofdstuk ‘overkoepelende thema’s’, paragraaf ‘maatschappelijke accommodaties’). Daarnaast zijn in het koersdocument twee gebiedsoverstijgende doelen opgenomen: • Doorontwikkeling van de samenwerking tussen het Eper primair en voortgezet onderwijs. De overgang van leerlingen van het primair naar het voortgezet onderwijs kan worden verbeterd. Daarvoor wil het RSG samenwerken met alle basisscholen om onderwijs te ontwikkelen voor kinderen op de basisschool dat de aansluiting op het voortgezet onderwijs verbetert. • Doorontwikkeling van de samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, de welzijnsorganisatie en het CJG. Deze samenwerking krijgt vorm in een Expertisecentrum, waarin zo inclusief mogelijk gewerkt met kinderen vanuit de brede expertises van alle betrokkenen.

Vanuit ‘passend onderwijs voor ieder kind’ ondersteunen wij het streven naar een inclusieve samenleving waarbij alle kinderen binnen het reguliere onderwijs zowel onderwijs als noodzakelijke zorg krijgen, ongeacht hun achtergrond en/of beperking. Daar draagt het Expertisecentrum aan bij door expertise te delen en ontwikkelen door samenwerking en de expertise voor alle betrokken organisatie beschikbaar te stellen. Het Expertisecentrum is van alle deelnemende schoolbesturen en het CJG en is bedoeld om de samenwerking tussen ouders, school en andere betrokkenen (zoals o.a. samenwerkingsverband, welzijn en kinderopvang) te bevorderen. Vanuit onderwijs is leren in de praktijk een belangrijke voorbereiding de arbeidsmarkt voor scholieren en studenten. Ondernemers bieden daarvoor leerwerkplekken aan. Door de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en lokale werkgevers te stimuleren kan gewerkt worden aan meer leerwerkplekken. Onderwijs is onlosmakelijk verbonden met leerplicht en het uiteindelijk bereiken van een startkwalificatie. Een startkwalificatie is een havo of vwo-diploma, of een diploma mbo-niveau 2 of hoger. Sommige jongeren, zoals jongeren in het voortgezet speciaal onderwijs die een uitstroomprofiel dagbesteding of arbeid volgen, jongeren met een beperking en jongeren die

22

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

een diploma van een praktijkschool hebben, kunnen worden vrijgesteld van de kwalificatieplicht. De kwalificatieplicht duurt tot de dag dat de startkwalificatie is behaald, of tot de achttiende verjaardag. De kwalificatieplicht is geregeld in de leerplichtwet. Jongeren van 18 tot 24 jaar zonder kwalificatieplicht, zijn voortijdig schoolverlaters. Zij vallen niet meer onder de leerplichtwet, maar wel onder de regelgeving Regionaal meld- en coördinatiepunt (RMC). Het RMC heeft deze jongeren zonder startkwalificatie in beeld en activeert deze groep om weer terug te gaan naar school. Op het gebied van RMC werken we als gemeente Epe in regionaal verband (Stedendriehoek), in de subregio Apeldoorn. Doel de komende jaren is om de afstand tussen RMC en jongere te verminderen, zodat de drempel verlaagd wordt om ondersteuning te vragen/krijgen. Geen enkele jongere zou op de reservebank moeten zitten. Succes voor de jongere gaat niet alleen over het behalen van een diploma (startkwalificatie) maar ook over het optimaliseren van passende en duurzame arbeidsplekken bij de kwaliteiten en talenten van de jongere. Hoe meer er preventief gewerkt wordt des te beter, want voorkomen is beter dan genezen. Daarbij is de samenwerking tussen onderwijs en jeugdbeleid van belang. Het perspectief en de mogelijkheden van de jongere zijn daarbij het vertrekpunt.

Samen met de jongeren en hun ouders kijken we naar een oplossing op maat. De doelgroep van het RMC wordt vanaf 2024 wettelijk uitgebreid met jongeren tot 27 jaar, waardoor preventief werken en lokaal maatwerk nog belangrijker worden. Focus voor de komende 4 jaar: • We versterken de samenwerking tussen het Eper primair en voortgezet onderwijs rondom de doorgaande leerlijn en de overgang naar het voortgezet onderwijs • We werken aan een expertisecentrum om de samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, de welzijnsorganisatie en het CJG te versterken • We stimuleren de samenwerking tussen onderwijs en lokale werkgevers om leerwerkplekken voor studenten te realiseren • We benaderen voortijdig schoolverlaters actief om te zoeken naar een oplossing op maat

PREVENTIE EN JEUGDGEZONDHEIDSZORG Kinderen en jongeren moeten gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien binnen onze gemeente. We willen zo veel mogelijk voorkomen dat kleine problemen groter worden en dat gezinnen intensieve hulp nodig hebben. Dat noemen we preventie. We willen daarom dat kinderen en jongeren terecht kunnen bij stevige, beschermende netwerken om hen heen. Daar investeren we in. Dat doen we door lichte hulp en steun te organiseren in de buurt van kinderen en jongeren, op de plekken waar kinderen en jongeren te vinden zijn. Bijvoorbeeld schoolmaatschappelijk op school en op de kinderopvang en jongerenwerk op straat en met activiteiten in buurtcentra. En door te investeren in de signalerende werking die het eigen netwerk van kinderen en jongeren kan hebben, bijvoorbeeld de sportvereniging. Gemeenten hebben ook de wettelijke taak om jeugdgezondheidszorg te organiseren. De Jeugdgezondheidszorg ondersteunt ouders door de groei en ontwikkeling van hun kinderen te volgen en eventuele afwijkingen te signaleren. Daarvoor is er een consultatiebureau en zijn er schoolartsen. In de gemeente Epe werken alle organisaties voor kinderen en jongeren samen in het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Dat zijn alle preventieve voorzieningen inclusief jeugdgezondheidszorg én Jeugdzorg.

Zo weten jeugdigen en gezinnen altijd waar ze terecht kunnen met vragen en werken de organisaties zo goed mogelijk samen.

G EMEEN TE EPE

23

Omdat veel gemeenten grote tekorten hadden op de Jeugdzorg en moesten bezuinigen op andere voorzieningen, is er door het Rijk extra geld beschikbaar gesteld voor Jeugdzorg. De gemeente Epe hoeft dit geld naar verwachting maar gedeeltelijk in te zetten voor de Jeugdzorg, omdat er momenteel nog geen tekorten zijn in het sociaal domein. Daarom is het ‘Kader uitwerking van besteding extra middelen jeugdzorg’ (2022) vastgesteld, waarin wordt beschreven dat het geld wordt ingezet voor de transformatie in de Jeugdzorg en preventie. Met dit geld kunnen de volgende preventieve activiteiten de komende jaren worden uitgebreid, opgestart of voortgezet: - Uitbreiden van jongerenwerk, schoolmaatschappelijk werk en steunouder. Hierdoor wordt in een zo vroeg mogelijk stadium laagdrempelige hulpverlening en opvoedondersteuning geboden aan kinderen en hun gezinnen. - Structureel voortzetten van het programma Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). Door een gezonde leefstijl te stimuleren bij opgroeiende kinderen en hen op te laten groeien in een gezonde omgeving, blijft gezond leven ook in hun latere leven normaal. - Opzetten van een relatie- en scheidingsloket. Dit is een coördinerende functie om ouders bij relatie- en scheidingsproblematiek eerder in beeld te krijgen en te helpen om problemen voor de kinderen (bijvoorbeeld door de gevolgen van vechtscheidingen) te voorkomen.

- Uitbreiden van het programma Kansrijke Start met Voorzorg. Voorzorg betreft intensieve verpleegkundige prenatale huisbezoeken voor aanstaande moeders in risicovolle omstandigheden. - Opstarten van nieuwe preventieve voorzieningen, zoals een anti-pestprogramma met een signalerende werking in het netwerk van kinderen en jongeren en een voorliggende voorziening op individuele begeleiding vanuit de Jeugdzorg. Jongeren hebben behoefte aan samenkomen. Uit gesprekken met jongeren en bij jongeren betrokken inwoners en jongerenwerkers blijkt dat een groep jongeren de behoefte heeft aan een eigen plek in Epe; een locatie waar zij terecht kunnen om activiteiten te ondernemen gericht op ontplooiing. Ook kunnen ze terecht voor hulp en ondersteuning bij het oplossen van problemen en het opzetten van initiatieven om op een positieve manier het contact met andere jongeren te kunnen leggen. In Vaassen en Emst zijn al locaties van waaruit het jongerenwerk werkt, maar in Epe ontbreekt nog een plek voor jongeren en het jongerenwerk. We willen hiervoor een locatie vinden, zodat het jongerenwerk ook in Epe goed kan werken. Daarnaast is er soms behoefte aan ontmoetingsplekken voor jongeren in de gemeente, zogenaamde JOPs (Jongeren Ontmoetings Plek). Een JOP kan overlast van jongeren op straat voorkomen en kan daarom vanuit de gemeentelijke afdeling veiligheid worden geplaatst.

Focus voor de komende 4 jaar: • We investeren meer in preventieve, algemeen toegankelijke voorzieningen zoals jongerenwerk, schoolmaatschappelijk werk, Steunouder, Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) en een scheidingsloket • We zoeken een locatie voor het jongerenwerk in Epe

24

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

JEUGDZORG De Jeugdwet geeft het kader voor zorg of ondersteuning aan jeugdigen (en hun gezin) voor wie ondersteuning vanuit het netwerk of preventieve hulp niet toereikend is. Het gaat bijvoorbeeld om hulp bij psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren, hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook zorg als het thuis niet goed gaat (zoals pleegzorg en jeugdbeschermingszorg). De toegang tot Jeugdzorg vindt plaats door jeugdconsulenten bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). In de toegang tot Jeugdzorg willen we de werkwijze van ‘de nieuwe route’ vaker gaan toepassen. Dat betekent dat een gezin samen met alle betrokkenen rondom een hulpvraag een plan maakt, binnen de gestelde kaders. We maken hiervoor extra tijd vrij bij de toegang, die nodig voor de extra voorbereiding die voortkomt uit ‘de nieuwe route’ en het voorbespreken met alle betrokkenen. Niet alleen het CJG, maar ook andere professionals zoals huisartsen kunnen doorverwijzen naar Jeugdzorg. De samenwerking tussen huisartsen en het CJG is heel belangrijk, zodat de best passende oplossing (preventieve hulp of Jeugdzorg) voor het kind of de jongere gevonden kan worden. De afgelopen jaren heeft een psycholoog vanuit het CJG bij de huisartsen gewerkt om de samenwerking vorm te geven. In overleg met de huisartsen gaan we deze werkwijze nu veranderen.

De jeugdconsulenten worden gekoppeld aan huisartsenpraktijken en zijn hiermee de verbinders in de samenwerking. Hiermee komt er meer tijd per huisartsenpraktijk. Elke jeugdige heeft recht op een liefdevolle en stabiele omgeving om in op te groeien. We willen geen enkele jeugdige uit huis plaatsen. Onze insteek is om bij problemen allereerst te kijken naar oplossingen in het eigen gezin en het netwerk en het gezin hierbij zoveel mogelijk thuis (ambulant) te ondersteunen. Er wordt alles aan gedaan om de onveilige situatie op te heffen, zodat de jeugdige thuis kan blijven wonen. Mocht de jeugdige echt niet thuis kunnen blijven wonen dan is een pleeggezin of een gezinshuis de beste plek. Of, als dat niet mogelijk is, een kleinschalige, gezinsgerichte voorziening, waar veel ruimte is voor contact met ouders en het eigen netwerk, liefst zo dicht mogelijk in de buurt van de dagelijkse leefomgeving. Dat noemen we ‘zo thuis mogelijk’. We willen de zware residentiële instellingen in de toekomst zoveel mogelijk afbouwen en zorgen voor voldoende kleinschalige aanbod in de leefomgeving van de jongere. Hiermee wordt gewaarborgd dat het ‘normale’ leven van een jeugdige zo veel mogelijk voortgezet wordt. We stimuleren daarom gezinshuizen en kleinschalige opvang en dragen bij aan de werving van pleegouders.

Als het thuis onveilig is en het ouders (tijdelijk) niet lukt hun kind de zorg en opvoeding te geven die het nodig heeft, komt Jeugdbescherming in beeld.

G EMEEN TE EPE

25

De Jeugdbescherming staat landelijk onder druk, vanwege onder andere personeelstekorten, wachtlijsten en werkdruk. Met de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming leveren we bovenregionaal (op provinciaal niveau) een bijdrage aan het structureel beter organiseren van de bescherming van jeugdigen in Gelderland. De Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde Instellingen (GI’s), Veilig Thuis en de gemeenten in Gelderland werken hierin samen vanuit een gezamenlijk gedragen visie en kernwaarden. Het perspectief waarmee gekeken wordt naar veiligheid is ‘eerst samenwerken voor veiligheid, en dan samenwerken voor risico gestuurde zorg’. De Gelderse Verbeteragenda moet verder doorontwikkeld worden in de praktijk. De komende jaren worden hiervoor regionaal pilots genaamd Toekomsttuinen opgestart. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat het huidige landelijke jeugdstelsel niet houdbaar is. Niet alleen stijgen de kosten zo hard dat de betaalbaarheid van de jeugdhulp onder druk komt te staan, ook de kwaliteit van zorg en ondersteuning staat onder druk. Er is urgente problematiek in de jeugdzorg zoals wachtlijsten voor specialistische hulp, de afbouw van residentiële jeugdzorg (jeugdzorg in instellingen) naar meer huiselijke opvang en de verbetering van zorg aan gezinnen waar veiligheid in het geding is.

Daarnaast hebben we momenteel te maken met een groot tekort aan (jeugd)zorgmedewerkers en dit tekort zal in de toekomst verder toenemen. Dat vraagt om een breed gedragen plan voor de verbetering van de jeugdzorg. Het Rijk en de VNG hebben daarom afgesproken een hervormingsagenda op te stellen met als doel betere en tijdige zorg en ondersteuning te bieden en een beheersbaar en duurzaam financieel stelsel te creëren. Samen met zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers) en professionals werken zij aan de hervormingsagenda, die eind 2022 verwacht wordt. We willen volop inzetten op de hervormingsagenda in de gemeente Epe, om zowel de kwaliteit van de Jeugdzorg te verhogen als de kosten in de toekomst beheersbaar te houden. Daarom hebben we in het ‘Kader uitwerking van besteding extra middelen Jeugdzorg’ (2022) extra geld gereserveerd voor de uitvoering van de hervormingsagenda. Ook het werken volgens ‘de nieuwe route’ en daarvoor versterken van de toegang (onderdeel van het ‘Kader uitwerking van besteding extra middelen Jeugdzorg’) en de extra inzet op preventie (zie kopje ‘preventie en jeugdgezondheidszorg’) dragen bij aan de hervormingsagenda. Normaliseren is namelijk één van de thema’s in de hervormingsagenda. Onder normaliseren verstaan we het versterken van de kracht van gezinnen, het verstevigen van hun sociale netwerk en het niet onnodig problematiseren van opvoedvragen.

Het versterken van het gewone leven van jeugdigen moet meer centraal komen te staan, ook wanneer er sprake is van een complexe situatie. Dat doen we door extra in te zetten op preventie en vanuit de toegang met ‘de nieuwe route’ bij te dragen aan normaliseren. Met de zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe (gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen) worden maatwerkvoorzieningen Wmo, Jeugdzorg en Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen ingekocht. We zetten in op inkoop van kwalitatief goede en betaalbare maatwerkvoorzieningen. Voor zorgorganisaties is er één regionale werkwijze, om de administratieve lasten te verlagen. Waar mogelijk passen we de inkoop aan om bij te dragen aan de transformatie van de Jeugdzorg. De Hervormingsagenda heeft mogelijk gevolgen voor de grootte van de regio waarmee we moeten samenwerken en welke producten we nog regionaal mogen blijven inkopen. Indien nodig, passen we onze regionale inkoop en samenwerking daarop aan. Om hier goed op voorbereid te zijn, werken we al met een Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd. Met de Norm voor Opdrachtgeverschap erkennen gemeenten dat voor sommige vormen van zorg regionale en bovenregionale samenwerking vereist is.

26

B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN

Focus voor de komende 4 jaar: • We zetten de samenwerking tussen de huisartsen en het CJG voort en bouwen deze uit • De toegang werkt volgens het gedachtengoed van ‘de nieuwe route’ bij gezinnen met complexere hulpvragen • We stimuleren pleegzorg, gezinshuizen en kleinschalige opvang om jeugdigen zo thuis mogelijk te laten opgroeien • We zetten in op de transformatie van de Jeugdzorg door uitvoering van onder andere de Hervormingsagenda en Gelderse verbeteragenda

OVERGANG VAN JEUGD NAAR VOLWASSENHEID Voor jongeren verandert er bij het ouder worden veel: je gaat zelfstandig wonen, eigen geld verdienen en steeds meer beslissingen zelf nemen. De jongeren tussen de 16 en 27 die niet in staat zijn om zelfstandig en met steun van hun eigen netwerk de overgang naar volwassenheid te maken, hebben extra aandacht nodig. Vooral voor jongeren met Jeugdbeschermingszorg verandert er veel als ze 18 worden: de betrokkenheid van voogden en instanties vanuit de jeugdhulp eindigt bij volwassenheid. Plotseling zit de jongere ‘aan het stuur’ en moet hij zijn eigen hulpvraag formuleren en eigenlijk ook zijn eigen problemen oplossen. Met de inzet van de (nieuwe) kwikstart-app proberen we alle jongeren op een laagdrempelige manier te helpen in hun overgang van jeugd naar volwassenheid. Voor sommige jongeren is dat echter niet voldoende. Bovendien zitten jongeren die lang hulpverlening hebben gehad, soms niet meer te wachten op hulpverlening als ze 18 worden en willen ze het juist graag zelfstandig redden. Jongeren die Jeugdzorg krijgen zouden met hun zorgverleners een plan moeten maken ter voorbereiding op hun 18e verjaardag. We zien echter dat dit niet altijd goed gebeurt en niet altijd voldoende is. Daarom gaan we in kaart brengen welke acties we verder kunnen uitvoeren die de meest kwetsbare jongeren het meest helpen in hun overgang naar volwassenheid.

Daarbij hebben we ook aandacht voor de behoefte aan zelfstandig wonen en kamertraining. Hiervoor zijn in de gemeente Epe nu weinig mogelijkheden, terwijl er wel behoefte aan is onder jongeren. Focus voor de komende vier jaar: • We onderzoeken en implementeren acties om de overgang naar volwassenheid van jongeren in Jeugdzorg te ondersteunen

G EMEEN TE EPE

27

Hoofdstuk 5. Actief in Epe

Er zijn veel manieren waarop inwoners actief zijn in de gemeente Epe, van sporten en bewegen, kunst en cultuur tot vrijwilligerswerk en mantelzorg. Ook zijn er allerlei voorzieningen in de wijk waar inwoners kunnen meedoen met activiteiten en ondersteuning kunnen krijgen. We willen dat er voor al onze inwoners activiteiten en voorzieningen in de buurt zijn en dat inwoners in aanraking komen met sport, kunst en cultuur. Inwoners die voor een ander zorgen, worden zo nodig ondersteund zodat ze dat op een goede manier kunnen blijven doen.

SPORTEN EN BEWEGEN Hoe, hoe vaak, waar en wanneer we ook sporten, één ding is zeker: sport heeft een grote maatschappelijke waarde. Door te sporten en bewegen worden en blijven we gezond. Door te sporten en bewegen komen we in contact met anderen. Door te sporten en bewegen dagen we onszelf en elkaar uit. De afgelopen jaren zien we allerlei ontwikkelingen op het gebied van sport. Kinderen, jongeren en jongvolwassenen bewegen minder. Ouderen hebben hun eigen wensen en behoeften, zoals meer behoefte aan begeleiding en advies. Anderen sporten vaker individueel. Of ze sporten wel samen, maar niet in verenigings- of clubverband. Ook wandelen, fietsen en rennen we wat af in onze mooie, groene gemeente. Zo wordt de openbare ruimte steeds meer ook een sportpark. Voor sport is een sport- en beweegplan 2020-2024 opgesteld. Dit plan is samen met verenigingen en inwoners opgesteld en is nog actueel. De doelen uit dat plan nemen we daarom over. Sporten en bewegen heeft in verschillende levensfases een andere betekenis. Binnen verenigingsverband leer je als jongere om te gaan met vreugde en teleurstellingen, autoriteit en allerlei andere competenties die in het leven belangrijk kunnen zijn. Voor ouderen zijn de ontmoetings- en gezondheidsaspecten ook belangrijk. Jongvolwassenen zoeken vaak juist meer flexibiliteit, zodat het sporten kan worden ingepast in een druk leven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13411958/1