CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

892003 Ontwerp Camping De Helfterkamp Toelichting incl bijlagen

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Camping De Helfterkamp31.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

•

beperkte mate van verlichting (max. 1 verlichtingspunt).

4. Te realiseren recreatieverblijven Type eco-verblijf: ecologdes, glamping, trekkershutten Typologie ‘eco-verblijf’ •

Naast de permanente voorzieningen zal het nodig zijn in te spelen op trends en specifieke wensen. Deze moeten voortkomen uit de natuurlijke inrichting van het terrein en hebben het karakter van een eco-verblijf: een survival-achtige sfeer of ecologisch getinte voorzieningen als safaritenten, woodlogdes, woonwagens, trekkershutten, enzovoort. Deze voorzieningen zijn tijdelijk en worden na 5 `a 15 jaar vervangen door nieuwere verblijven.

•

In vorm en omvang is de tijdelijkheid af te lezen: het zijn niet-permanente, niet-grondgebonden kampeermiddelen. De impact op het terrein is beperkt, daarom ongefundeerd, met vlonders of onverharde ruimte eromheen.

•

Het materiaalgebruik is zo dat de voorzieningen opgaan in het landschap, met natuurlijke kleuren. Van een afstand zijn de voorzieningen niet of nauwelijks te zien.

•

Referenties: safari-tenten, vlondertenten, houtlogdes, woonwagen, paalwoning, eco-logde: 4 tot 6 personen.

5. Realisatie flexibiliteit LEGENDA Ontwikkeling in stappen en flexibiliteit

De veldschuur-verblijven zijn permanente voorzieningen. Afhankelijk van de vraag en behoeft worden er meer of minder geplaatst. Dit kan zijn 6 stuks of maximaal 16 stuks. De locatie is gebonden aan de bosrand. Mogelijkerwijs worden twee verblijven gecombineerd tot een groepsgebouw of familiehuis, uiteraard van dezelfde typologie.

Type eco-verblijf

groepsgebouw

STARTFASE

•

De eco-verblijven hebben een min of meer tijdelijk karakter: sommige echter zijn een meer permanente voorziening. Het is in dit type verblijven waar de meeste flexibiliteit nodig is en waar in de loop der tijd de vraag sterk zal wijzigen.

campers/tenten bosrand

fasering

ONTWIKKELFASE

•

Type veldschuur

De Helfterkamp wil in kleine stappen invulling geven aan de uitbreiding; waarschijnlijk realiseert ze in de startfase van de uitbreiding slechts enkele verblijven. In de naaststaande schema is de fasering uitgebeeld.

MOGELIJKE VERVOLGFASE

•

6. Terreinvoorzieningen Typologie inrichtingselementen, verhardingen en voorzieningen •

Hout en andere natuurlijke materialen zijn de basis. Waar dit niet haalbaar is, zijn de voorzieningen in een houten omhulsel ingepakt. Zo zijn bovengrondse watervoorzieningen verborgen in boomstammen, zoals van de leverancier Timberlab en zitplekken op houtstammen of in een houten bouwsel. Afbakeningen/afscheiding zijn met standaard weideraster met hekwerk en staanders van inlands hout.

•

Paden en parkeren vindt plaats op halfverharding, zand of als onverhard maaipad. Hekwerken zijn van inlands hout en met een agrarische uitstraling. Cunet van grof zand of gebroken puin (max 15 cm dikte) en dan een dunne zandlaag als toplaag.

•

Water wordt geborgen in de vegetatie, op het maaiveld zelf. Er zijn geen specifieke voorzieningen om hemelwater te bergen. De hoogteligging van het maaiveld moet zo zijn dat spontaan afvloeiing plaatsvindt richting de lager gelegen weilanden. Lichte regen kan eenvoudig wegzakken in de zandige bodem en doorsijpelen naar het grondwater.

Natuurpotentieonderzoek camping de Helfterkamp

Natuurpotentieonderzoek camping de Helfterkamp Gortelseweg 24 te Vaassen

Opdrachtgever

Dhr. B. Looijmans Gortelseweg 24 8171 RA Vaassen

Status

Definitief

Datum

19 juni 2020

Auteur

drs. ing. J.J.Ernst

E-mail

info@woestland.nl

Telefoon

06-21689693

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 2 Gebiedsanalyse..................................................................................................................................... 5 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 5 2.2 Ligging projectgebied .................................................................................................................... 5 2.3 Abiotische beschrijving .................................................................................................................. 6 2.3.1 Ondergrond ............................................................................................................................ 6 2.3.2 Reliëf en expositie .................................................................................................................. 8 2.3.3 Bodem ....................................................................................................................................

9 2.3.4 Hydrologie ............................................................................................................................ 11 2.4 Historische natuurwaarden en cultuurhistorie ........................................................................... 13 2.5 Biotische beschrijving .................................................................................................................. 15 2.5.1 Vegetatie en flora ................................................................................................................. 15 2.5.2 Fauna .................................................................................................................................... 15 2.5.3 Huidig beheer ....................................................................................................................... 15 4 Inrichting en beheertypen .................................................................................................................. 16 4.1 Synthese ...................................................................................................................................... 16 4.2 Kansen, knelpunten en consequenties voor natuurontwikkeling ...............................................

17 4.3 Inrichtingsmaatregelen ............................................................................................................... 18 Literatuur en Bronnen ........................................................................................................................... 19

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Gortelseweg 24 te Vaassen bevindt zich camping de Helfterkamp. Het betreft een camping van circa 6 hectare met 220 standplaatsen, waarvan 190 toeristische plaatsen (inclusief een beperkt aantal huurcaravans). Camping de Helfterkamp betreft een karakteristieke groene camping op een toeristische locatie op de Veluwe. De Helfterkamp is een door de ANWB erkende 4-sterrencamping. Ten behoeve van de instandhouding van de huidige hoge kwaliteit en de verbreding van het bestaande accommodatie-aanbod is een toekomstvisie opgesteld om het recreatiebedrijf marktconform te kunnen ontwikkelen. Hierbij neemt de oppervlakte aan bebouwing toe en is tevens voorzien in een uitbreiding van de camping in noordoostelijke richting. Voor de gewenste uitbreiding is een natuurcompensatie vereist. Het uitgevoerde onderzoek heeft zal de natuurpotenties en bijhorende inrichtingsmaatregelen aan de hand van een landschapsecologische systeemanalyse in beeld gebracht. Het doel is om het historisch agrarische landschap te versterken en om de biodiversiteit een impuls te geven binnen het onderzoeksgebied (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Impressie van het westelijke perceel van het onderzoeksgebied.

4

2 Gebiedsanalyse 2.1 Inleiding Aan de hand van een beknopte landschapsecologische systeemanalyse is het onderzoeksgebied geanalyseerd. Hierbij is onder andere gekeken naar geologie, geomorfologie, reliëf, hydrologie, historisch landgebruik en bestaande ecologische waarden. Door middel van veldbodemkundig onderzoek is onder andere gekeken naar bodemprofielopbouw, verstoring van de bodem en historische- en actuele grondwaterstanden. Deze velddata is geïntegreerd met de bureaustudie om een inschatting te kunnen maken welke natuurpotenties voor het onderzoeksgebied haalbaar zijn en welke inrichtingsmaatregelen hiervoor nodig zijn.

2.2 Ligging projectgebied Het onderzochte perceel ligt ten noordwesten van Vaassen, direct ten noorden grenzend aan de bestaande camping de Helfterkamp (afbeelding 2). In het zuidelijke deel van camping stroomt de Hartense Molenbeek.

Afbeelding 2: Locatie onderzoeksgebied.

5

2.3 Abiotische beschrijving 2.3.1 Ondergrond Een geologische dwarsdoorsnede maakt inzichtelijk hoe de opbouw van de diepe ondergrond eruit ziet. Er is een lijn getrokken vanaf de stuwwal (A) naar het rivierengebied (AI) om de verschillende afzettingen (formaties) inzichtelijk te maken (afbeelding 3 + 4).

I

Afbeelding 3: Locatie geologische dwarsdoorsnede A (stuwwal) en A (rivierengebied).

Hieruit blijkt dat het onderzoeksgebied op een overgangszone van de stuwwal en het rivierengebied ligt (afbeelding 4). Met gestuwde afzettingen (DT) en rivierafzettingen (KR, formatie van Kreftenheye) afgedekt met dekzanden met een dikte van circa 12 m. die door wind zijn afgezet (BX, formatie van Boxtel).

Stuwwal

onderzoeksgebied (overgangszone)

rivierafzettingen

Afbeelding 4: Geologische dwarsdoorsnede (DGM v2.2).

6

Het onderzoeksgebied ligt op de flank van de Veluwse stuwwal (afbeelding 5 + 6), deze stuwwal is ontstaan in de voorlaatste ijstijd door gletsjertongen. Deze stuwden de bevroren bodem op tot wel honderd meter waardoor het huidige reliëf ontstaan is. Hierdoor kunnen de afzettingen in de ondergrond zeer divers zijn, van ondoorlatende keileemlagen tot grofzandige en kiezelrijke afzettingen waar het water snel weg kan zakken. Daarnaast kan er grondwater vanaf de stuwwal uittreden op de flank van de stuwwal doordat hier grofzandige afzettingen aanwezig zijn.

Afbeelding 5: Actueel Hoogtebestand Nederland 2 (AHN2) met landschapstypen (oranje is hoog gelegen, groen is overgangszone, paars is laag gelegen).

Afbeelding 6: Geomorfologische kaart schaal 1:50.000 met landschapstypen.

7

2.3.2 Reliëf en expositie Als we meer inzoomen naar het onderzoeksgebied aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) en de geomorfologische kaart (afbeelding 7 + 8), is te zien dat het onderzoeksgebied in een lager gelegen slenk (paars) in het landschap ligt.

Afbeelding 7: AHN2 (oranje is hoog, groen/paars = laag). Linkerzijde AHN2 hoogte 5-40 m. +NAP en rechts AHN2 hoogte 1420 m. +NAP.

De geomorfologische kaart schaal 1:50.000 geeft deze slenk als een droog dal weer (afbeelding 8). Een droog dal is gevormd toen het landijs smolt en het ijswater zijn weg naar lager gelegen delen van het landschap zocht. Het restant hiervan is in het huidige landschap als een laagte in het landschap waar te nemen.

Afbeelding 8: Geomorfologische kaart schaal 1:50.000.

8

Als afbeelding 7 en 8 gecombineerd worden (afbeelding 9), is duidelijk te zien dat het onderzoeksgebied aan de rand van een stuwwalglooiing ligt in een laagte (paars) en op overgang ligt van een stuwwalglooiing naar een droog dal.

Afbeelding 9: Geomorfologische kaart schaal 1:50.000 (transparant) met als ondergrond de AHN2.

2.3.3 Bodem Op de bodemkaart schaal 1:10.00 (afbeelding 10) zijn twee bodemtypen beschreven; een zwarte beekeerdgrond (pZg23) en een gooreerdgrond (pZn23). Beide bodemtypen zijn geclassificeerd met aanwezigheid van lemig zand. De beekeerdgronden zijn grondwater gevoed, de gooreerdgronden kunnen zowel regenwater gevoed zijn maar kunnen ook onder invloed staan van lokaal grondwater.

Afbeelding 10: Detailbodemkaart schaal 1:10.000.

9

Met het veldbodemkundig onderzoek is meer detailinformatie verzamelend van de bodem (afbeelding 11). Met behulp van een Edelmanboor zijn twintig boringen gezet tot circa 120cm –mv. aangezien hiermee de reductiezone werd bereikt.

Afbeelding 11: grondboringen (B1 t/m B20) ondergrond AHN2.

Uit de grondboringen komt naar voren dat er binnen het onderzoeksgebied broekeerdgronden, broekveen en bruine beekeerdgronden aanwezig zijn (afbeelding 12). Dit wijkt af van de bodemkartering schaal 1:10.000 die in 1997 is uitgevoerd ten behoeve van de ruilverkaveling EpeVaassen Oost. Deze bodemkartering is gedaan om de agrarische gebruikswaarde te bepalen en niet zozeer als een reconstructie van de historische bodemtypen ten behoeve van natuurontwikkeling. De aangetroffen broekeerdgronden en het broekveen zijn onder zeer natte omstandigheden gevormd. Het veen stond permanent onder water en de broekeerdgronden stonden grote delen van het jaar onder water. Het grondwater stond met name in de winter en voorjaar op maaiveld bij de bruine beekeerdgronden.

Afbeelding 12: Reconstructie verspreiding bodemtypen.

10

2.3.4 Hydrologie De bodemkaart schaal 1:10.000 geeft de grondwaterstanden (afbeelding 13) weer ten tijde van het bodemkundig veldwerk ten behoeve van de ruilverkaveling (november 1997). De gemiddelde hoogste grondwaterstanden liggen tussen de 20-35 cm. – mv en de gemiddeld laagste grondwaterstanden zijn 65-90 cm. –mv. Dit zou betekenen dat de grondwaterstanden flink gezakt zijn en een flinke verdroging van de bodemtypen heeft plaatsgevonden door de ontwatering.

Afbeelding 13: Detailbodemkaart schaal 1:10.000 met grondwaterstanden GHG en GLG in november 1997.

Tijdens het veldbezoek (14 november 2019) zijn de actuele grondwaterstanden opgenomen en is een inschatting gemaakt van historische grondwaterstanden (afbeelding 14). Hieruit blijkt dat het grondwater niet uit kan treden (kwel) in het maaiveld. Daarnaast is ook (waar mogelijk) het elektrisch geleidingsvermogen (EGV) opgenomen wat iets zegt over het type/herkomst van het water (afbeelding 15). Met het type water wordt grondwater, regenwater of een mengwatertype van beide bedoeld. De aanwezige sloten liggen relatief diep in het landschap en hebben een drainerende werking en voeren niet alleen regenwater maar ook grondwater af, dit blijkt uit de EGV metingen. De HEN sloot (aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied, afbeelding 16) heeft de gehele zomer 2019 gestroomd (persoonlijke mededeling dhr. Looijman).

Afbeelding 14: Reconstructie verspreiding bodemtypen met actuele grondwaterstanden en historische grondwaterstanden (h..).

11

Afbeelding 15: Reconstructie verspreiding bodemtypen met elektrisch geleidingsvermogen (microS/cm).

Afbeelding 16: HEN sloot met zeer ijzerrijke omstandigheden op de linkeroever veldrus (Juncus acutiflorus).

12

2.4 Historische natuurwaarden en cultuurhistorie De kadastrale kaart 1832 geeft aan dat de percelen gebruikt vroeger als weiland in gebruik waren. (afbeelding 17). De gronden waren in bezit van Frederik Carel Theodorus Baron d’Isledoorn à Blois kamerheer van zijne majesteit de Koning te Vaassen. De weilanden werden gescheiden door opgaande bomen. Gezien de belasting van f 0,91 vallend in belastingklasse 4 is dit geen kwaliteitshout geweest. Het weiland aan de westzijde werd voor f 3,89 aangeslagen maar het oostelijke perceel voor f 23,89. Het mag duidelijk zijn dat het oostelijk perceel schijnbaar kwalitatief beter hooi produceerde. Ten zuiden lagen de bouwlanden die hoger gelegen waren. Ten noorden van het onderzoeksgebied lagen de heidegronden die grotendeels in bezit waren van de gemeenschap van Vaassen, de zogenaamde markegronden.

Afbeelding 17: Kadastrale kaart 1832 met type landgebruik.

Om een beeld te krijgen van de landschappelijke ontwikkeling van het onderzoeksgebied zijn een aantal historische kaartbladen bekeken. De geselecteerde historische kaarten zijn zo gekozen dat er veranderingen in het landschap zijn te herkennen (afbeelding 18).

13

1850

1900

1850: ‘weiland’ omzoomd met opgaand hout, ten noorden heidevelden, beek aan noordzijde. 1900: westelijk deel heide met opslag van bomen, het witte strookje lijkt en ontginning van de heide, beek aan noordzijde.

1910

1920

1910: heide in het westelijk deel is bijna helemaal ontgonnen en omgezet in weiland, beek aan noordzijde. 1920: het gehele perceel in gebruik als weiland, de houtsingel lijkt robuuster, beek aan noordzijde.

1933

1910

1933: heide aan westzijde is bos geworden, houtsingel op perceel is omgezet in een toegangsweg naar de boerderij. 1960: landbouwkavels zijn groter geworden in de omgeving, toegangsweg is verdwenen. .

1985

2010

1985: bos aan zuidzijde omgezet in bouwland, nieuwe sloot aan zuidzijde. 2010: poel aangelegd in weiland. Afbeelding 18: Historische kaartbeelden periode 1850 - 2010. . .

14

2.5 Biotische beschrijving 2.5.1 Vegetatie en flora Er zijn geen vegetatiegegevens beschikbaar voor het onderzoeksgebied in de Landelijke Vegetatie Database. Het grasland kan gekarteriseerd worden als een soortenarme rompgemeenschap van gestreepte witbol en echte koekoeksbloem (Holcus lanatus – Silene flos-cuculi). In de slootkant zijn een aantal exemplaren van veldrus ( Juncus acutiflorus ) aangetroffen die als indicator van grondwater gebonden vegetatie gelden. 2.5.2 Fauna In het nabij gelegen Amerikaanse eikenbos is een dassenburcht die actief in gebruik is, in de singel met onder andere oude krentenboompjes ( Amelanchier lamarckii ) is een vossenhol aanwezig dat actief in gebruik is. In de ‘Quickscan Natuurwaardenonderzoek Gortelseweg 24 Vaassen’ (6-11-2017) door Natuurbank Overijssel wordt nader ingegaan op wettelijk beschermde soorten in het gebied en de mogelijk te nemen maatregelen hiervoor in het kader van de Wet Natuurbescherming. 2.5.3 Huidig beheer Het grasland wordt jaarlijks gehooid en er vindt nabegrazing met koeien plaats.

15

4 Inrichting en beheertypen 4.1 Synthese Het onderzoeksgebied ligt op de overgang van de stuwwal naar het rivierengebied. In de diepe ondergrond treffen we zowel afzettingen van gestuwde materialen als afzettingen van oude riviersystemen (formatie van Kreftenheye). Als we in meer detail naar het gebied kijken ligt het onderzoeksgebied in een dekzand- en beekdallandschap. Het circa 12 meter dikke dekzandpakket is hier in de laatste ijstijd neergelegd onder invloed van de wind. Er heerste toen een poolklimaat met grootschalige zandverstuivingen in Nederland. Het onderzoeksgebied ligt in een droog dal dat ontstaan (uitgeschuurd) is door het smelten van het landijs in de voorlaatste ijstijd en in de laatste ijstijd weer bedekt met dekzanden (formatie van Boxtel). Er is een klein relict met broekveen aangetroffen, daarnaast zijn er broekeerdgronden en bruine beekeerdgronden aangetroffen tijdens het veldbodemkundig onderzoek. Dit zijn van oudsher zeer natte gronden. Het broekveen stond permanent onder water, de broekeerdgronden die net iets hoger in het gradiënt lagen waren iets droger. De beekeerdgronden waren nat in de winter en voorjaar, maar in de zomer zakten hier de grondwaterstanden iets verder onderuit. Het perceel waar de poel ligt is gediepploegd, de bodems op het oostelijke perceel zijn minder verstoord door menselijke activiteit.

Er liggen drie sloten die voor de ontwatering van het perceel zorgen die niet alleen regenwater maar ook grondwater afvoeren. De sloten werken verdrogend op het onderzoeksgebied. De HEN sloot is zeer ijzerrijk. De EGV waarden die zijn aangetroffen in het grondwater duiden op grondwater van een korte verblijftijd tot grondwater met matig lange verblijftijd. Wat opvallend is dat grondwater met matig lange verblijftijd zich vooral in de bruine beekeerdgronden bevindt. Het grondwater met langere verblijftijd komt voor in de broekeerdgronden en broekveen. Dit is mogelijk te verklaren door omdat de doorlatendheid van de bodemtypen en ondergrond verschillend zijn. De historische analyse brengt naar voren dat de gronden lange tijd als weiland / hooiland in gebruik zijn geweest. Dit komt overeen met de aangetroffen bodemtypen en historische grondwaterstanden, het gebied is altijd te nat geweest voor akkerbouw. Een deel van de recent aangeplante elzensingel is een historisch groenelement dat al vanaf 1832 in het landschap aanwezig was. Voor zover bekend is de huidige vegetatie soortenarm, de beweiding door vee zorgt voor vertrapping van het perceel wat niet ten goede komt aan de bodemstructuur. In het bos aan de zuidzijde ligt een actief gebruikte dassenburcht. De afrastering met schapengaas kan een belemmering vormen voor de das om zich vrij door het gebied zich te verplaatsen.

16

4.2 Kansen, knelpunten en consequenties voor natuurontwikkeling Er liggen kansen om aan de oostzijde van het onderzoeksgebied inrichtingsmaatregelen te treffen om vochtig hooiland te ontwikkelen (afbeelding 19). Om de exacte ontgravingsdieptes te kunnen bepalen is een zogenaamd biogeochemisch onderzoek wenselijk (door bv. BWARE). De bodem op het perceel aan de westzijde (met poel) is te sterk aangetast (gediepploegd) om hier een vochtig hooiland te ontwikkelen. Het mogelijk aanwezige fosfaat kan diep in de bodem terecht zijn gekomen. Een kruiden- en faunarijk grasland is door middel van verschraling (maaien en afvoeren) te ontwikkelen, maar er is geen inzicht in de voedselrijkdom van de bodem. Het is te overwegen om de grasmat op een aantal locaties te plaggen om op deze wijze het soortenarme karakter te doorbreken. Het gevaar wat hierin schuilt, is dat fosfaat mobiel gaat worden waardoor Pitrus zich sterk kan ontwikkelen. Daarnaast kan de bosrand van een mantelzoom met struiken worden voorzien om een mooie gradiënt aan te brengen richting het aangrenzende bos. Deze mantelzoom zal een impuls geven aan de biodiversiteit. Om een deel van het perceel staat een schapengaas raster wat de doorgang van de das naar andere percelen moelijker maakt. Het opruimen van het raster of het passeerbaar maken voor de das is aan te bevelen voor de gehele camping.

De aanwezige poel is 2018-2019 niet is drooggevallen. Ook staat er in de rand van de poel een flink aandeel pitrus (Juncus effusus) wat duidt op voedselrijkdom en/of verdichting de bodem en stagnatie van regenwater. Er is geen vis aanwezig in de poel (persoonlijke mededeling Dhr. Looijmans) waardoor de insectenfauna zich kan ontwikkelen. Door een natuurvriendelijke oever bij de HEN sloot te realiseren zal er mogelijke een soortenrijkere vegetatie kunnen ontstaan. Daarnaast zal één interne sloot verondiept worden (en mogelijk ook een aangrenzende sloot) waardoor het grondwater langer in het perceel aanwezig kan blijven.

Afbeelding 19: Sfeerbeeld vochtig hooiland.

17

4.3 Inrichtingsmaatregelen

Afbeelding 20: Inrichtingsplan

De inrichting van het onderzoeksgebied bestaat uit de volgende onderdelen: -

Raster verwijderen (lengte 85m) aan de westzijde van het perceel ten behoeve van de passeerbaarheid van de das met het omliggende gebied. Aanplant van struweel (oppervlakte 2800m2) met 1400 stuks bosplantsoen, hierbij zal autochtoon bosplantsoen gebruikt worden van Staatsbosbeheer https://www.staatsbosbeheer.nl/overstaatsbosbeheer/dossiers/zaden-en-plantmateriaal/bestellen-zaden-en-plantmateriaal

-

-

-

Sortiment: Gelderse roos 15% (Viburnum opulus), hondroos 10% (Rosa canina), eenstijlige meidoorn 60% (Crataegus monogyna), wegedoorn 10% (Rhamnus cathartica), gewone vogelkers 5% (Prunus padus) planten in driehoeksverband, 2 meter afstand. Sloot tegen de bestaande elzensingel zal verontdiept worden tot maximaal 20 cm –mv. De bestaande elzensingels zal blijven staan, het is een optie om deze als hakhout af te zetten. Aanplant elzen-/wilgenstruweel (lengte 120m), 120 stuks bosplantsoen, 2 rijen onderlinge afstand rijen 2m. afstand in de rij 2m. Sortiment: zwarte els 50% (Alnus glutinosa), grauwe wilg 25% (Salix caprea), geoorde wilg 25% (Salix aurita).(sortiment op basis van voorkomen van autochtone bronbestanden https://www.landschapinnederland.nl/kaart-groen-erfgoed ) Verondiepen sloot tegen perceel agrariër, in overleg met de agrariër zal bekeken worden of de sloot verondiept kan worden omdat deze grondwater afvoert. Zoekgebied plaggen (oppervlakte 0,93ha) perceel met poel, een aantal plagplekken van minimaal 500m2. Mogelijk ontgraven (oppervlakte 0,92 ha, advies: nader onderzoek voedselrijkdom door BWARE) Verondiepen sloot icm natuurvriendelijke oever (lengte 480m) Een deel van de knotwilgen aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied zal gehandhaafd blijven ten behoeve van de steenuil. Waar knotbomen verdwijnen zal zwarte els aangeplant worden.

Het beheer zal bestaan uit hooilandbeheer, geen begrazing met vee. Hiervoor is gekozen om verrijking door uitwerpselen en vertrapping van de grond te voorkomen. 18

Literatuur en Bronnen Geraadpleegde bronnen https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapslvddata.aspx?meta=info www.dinoloket.nl www.geologievannederland.nl https://www.landschapinnederland.nl/kaart-groen-erfgoed www.pdok.nl www.topotijdreis.nl

19

Legenda bos/bosrand

Camping De Helfterkamp - inrichtings- en beheerplan uitbreiding

struweel zoom/ruigte met broedhoop poel/beekloop/sloot met talud natuurweide, vochtig hooiland

0 cm mv

h natuurweide, kruidenrijk grasland

-25 cm mv

+ 50 cm mv

g

houtsingel

f

recreatieveld met -verblijf

j paden, onverhard/zand 0 cm mv

h toegangsweg en parkeerplaats

t

0 cm mv

-15 cm mv

q

speelplek boom: landschappelijk a

d

e

j

boom: els/elzengroep boom: knotwilg/knotwilgenrij

- 25 cm mv

c

c

j

- 25 cm mv

b

c - 25 cm mv

b n a

0 cm mv

s

0 cm mv 0 cm mv 0 cm mv

o

i

o

p

l 0 cm mv

k 0 cm mv

m

m r

m j

j

u

u

inrichting a. sloot, bestaand b. duiker, te handhaven c. te verondiepen beekloop met stuw d. te verondiepen sloot met bestaande elzen e. poel, bestaand f. broedhoop ringslang, nieuw aan te leggen g. dassenheuvel, nieuw aan te leggen h. vochtig laagte, af te plaggen i. struweelbosjes j. dassenroutes en -doorgangen k. vlechtraster (wilgentenen) l. in te richten zitplek. incl. boomstam m. struweel-afscherming parkeerplaats n. vlonder-/knuppelpad, natuurpad o. laden/lossen recreatieverblijven p. speelplek, incl. boomstammen q. ooievaarsnest (vervallen 31-05-2020) r. parkeerplaats met vleermuisverlichting s. insectenhotel/stapelmuurtje t. rust-/uitkijkpunt natuurweide u. historische houtwal Colofon Opdr.gvr: Fam. Looijmans, Camping De Helfterkamp. Opgesteld: Ruimte voor Advies/Harleman Natuur & Landschap te Vaassen Datum: 23-04-2020/31-05-2020/18-01-2021 Tekening: v1.3. Blad 1/7. Formaat A3

Camping De Helfterkamp - inrichtings- en beheerplan uitbreiding

A

AA

Afbeelding: het ontwerp gesitueerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland waarin te zien is hoe de terreinhoogten bepalend zijn voor de terreininrichting. Bron: AHN3, 2019, Pdok.

Afbeelding: het ontwerp gesitueerd op de luchtfoto van 2018 en de Basisregistratie Kadaster. Bron: Luchtfoto, BRK Pdok. Aanplant bos, laat het natuurlijk ontwikkelen, met veel interne structuren Plaats een dode stam, of breng liggend dood hout aan, schors en een bladlaag

Geen aanlegwerkzaamheden, maar laat langs de poel spontane begroeiing toe.

Behoud van enkele (knot)wilg. Laten uitgroeien tot een fraaie ‘steenuil’-boom.

Afplagen beekzone, verlagen maaiveld. Voer een extensief hooilandbeheer in de natuurweide

Aanleg van een onverhard struinpad

Aanleg van een natuurlijke boszoom met veel kruidengroei en een enkele struik

zicht

Afb.: Schets van de gewenste situatie in de noordzijde van het terrein (doorsnede A-AA).

Datum: 23-04-2020/31-05-2020/18-01-2021 Tekening: v1.3. Blad 2/7. Formaat A3

Camping De Helfterkamp - inrichtings- en beheerplan, aanleg beplantingen, waterloop en (half)verhardingen 7

9 1

Aanleg beplantingen: zie plant- en zaailijst blad 4 1 • Bos/bosrand: inheemse bosgemeenschappen: 4.856 m2 2 • Struweel, losse groepen: inheems, 1,5 - 3 m hoogte: 1.900 m2 3 • Houtwal: inheems, 3 - 6 m met overstaanders 1.145 m2 4 • Bomen: inheems, elzen, losse groepen lang beekloop: 33 stuks 5 • Bomen: bestaande knotwilgen langs beekloop: 16 stuks (te handhaven) 6 • Bomen: ingeburgerde soorten, individueel bij recr.verblijven: 16 stuks 7 • Zoom/ruigte, in te zaaien: 1.107 m2 8 • Struweel, afscherming parkeren, inheems 2-3 m hoogte: 309 m2 9 • Bos-/bosrand: inheemse bosgemeenschappen, maar met hoog aandeel Sleedoorn, t.b.v. zomerburcht Das: 1.195 m2

7 3 5 4

5 4 7

6 2 8

Aanleg natuurlijke vegetaties: zie zaailijst blad 4 1 • Natuurweide vochtig hooiland, laagste deel (Broekveen) af te plaggen bouwvoer laagste deel tot max. -25 cm: 10.415 m2 2 • Natuurweide kruidenrijk grasland, huidig maaiveld te handhaven, geen inzaai, maar een verschralend beheer: 10.168 m2 3 • Berm (nabij parkeerplaatsen), geen inzaai, spontane ontwikkeling van de kruidengroei: 148 m2

1

2

2

3

4 1

5

1

5

3

3

6

2

Aanleg watergang, zie schets blad 5 1 • Beekloop en zijsloten, te verondiepen, nieuwe bodemhoogte +10 tot 25 cm t.o.v. de huidige bodemhoogte. Zijsloot +40 cm: 508 m2. Let op: locaties met bijzondere/te beschermen flora en fauna ontzien. Uitvoer buiten kwetsbare periode van soorten en met ecologische begeleiding 2 • Stuw, inheems hout (eik/els/lariks, instelbaar, klein model : 1 stuk 3 • Beekoever, af te flauwen oever, van maaiveld tot -25 cm:3.500 m2 Let op: locaties met bijzondere/te beschermen flora en fauna ontzien. Uitvoer buiten kwetsbare periode van soorten en met ecologische begeleiding 4 • Poel water en oever, te handhaven: 652 m2 5 • Duikers, beton, te handhaven: 2 stuks 6 • Duiker, beton, te verwijderen: 1 stuk (zie bij 1)

Aanleg paden en parkeren 1 • Aanleg toegangspad halfverhard, incl. puinondergrond: 434 m2 2 • Aanleg parkeerplaatsen en toegang recreatievelden, halfverhard, 20 stuks, 6 x 3 m, incl. puinondergrond: 865 m2 3 • Aanleg beheerpad natuurweiden, onverhard/zand, geen graafwerkzaamheden: 327 m2 4 • Aanleg struinpad 0,7 m breed, onverhard/zand, geen graafwerkzaamheden: 843 m2 5 • Aanleg vlonder-knuppelpad, inheemse rondhouten palen en dekplanken/rondhout: 83 m2 Let op: locaties met bijzondere/te beschermen flora en fauna ontzien. Uitvoer buiten kwetsbare periode van soorten en met ecologische begeleiding. 6 • Bestaande toegangspaden en doorgangen tot het te ontwikkelen perceel.

6 4 4

4 3 2 6

2 1

6

Datum: 23-04-2020/31-05-2020/18-01-2021 Tekening: v1.3. Blad 3/7. Formaat A3

Camping De Helfterkamp - inrichtings- en beheerplan, natuurtypen, cultuurhistorie, beekdallandschap Gewenste natuurtypen en landschapselemententypen: 1 • Bos en bosrand: N15.02 Dennen-, eiken en beukenbos 2 • Houtsingels: N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos, L01.02 Houtwal en houtsingel 3 • Natuurweide: N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland 4 • Natuurweide: N10.02 Vochtig hooiland 5 • Beekloop: N03 Beek en bron 6 • Poel: L01.01 Poel, klein historisch water

2 1 4

3

6 5 3

2

Behoud beekdallandschap, elementen: 1 • Behoud centrale gedeelte van open weidegronden beekdal met natte, schrale gras-/hooilanden 2 • Behoud huidige waterloop (loop vanaf ca. 1930), zijloop/a-watergang Nijmolense Beek inclusief vroegere lopen en kavelsloten

2

Afb.: Historische kaart, circa 1900 met het plangebied omkaderd. De ligging omvat heide met struweel/boomopslag, bouwland (ontgonnen strook heidegrond aan de westzijde), beekloop en weidegrond. Bron: twww.topotijdreis.nl, 2021.

1 1

2 2

1

1 2 1

3

Behoud cultuurhistorische elementen: 1 • Behoud historische grens met greppel/grondwal en vroegereperceelsgrens heidegrond/bouwland en beekdal (ca. 1900); Tevens locatie vroegere beekloop (historische loop) 2 • Bomenrij en beekloopbegeleidende beplantingen (vanaf ca. 1850 te zien op historische kaarten) 3 • Bomenrij/singel (ca. 1850) 4 • Houtsingel en bosrand (deels buiten plangebied), historisch object, te beschermen object 5 • Hoogte langs beekdal met vroegere bouwland (ca. 1900 en 1920) historische houtwal, te beschermen

5

nieuw struweel, aan te planten

5 4

4

Afb.: Schets van de historische houtwal en aan te brengen struweelvakken. Zie ook: foto’s blad 5.

afstand 2 m

Datum: 23-04-2020/31-05-2020/18-01-2021 Tekening: v1.3. Blad 4/7. Formaat A3

Camping De Helfterkamp - inrichtings- en beheerplan uitbreiding Bos/bosrand (alle vakken) aanplantlijst:

Bomen aanplantlijst:

Bomen (10-30%)* Zomereik Winterlinde Gewone es Fladderiep Ruwe berk Zoete kers Boswilg

aandeel* 10% 05% 03% 03% 03% 03% 03%

menging 5 st/groep 3 st/groep individueel 3 st/groep 3 st/groep individueel individueel

maat bospl.+ 20% veer bospl.+ 20% veer bospl. bospl. bospl. bospl. bospl.

locatie grotere vakken grotere vakken vochtige locaties grotere vakken zonnige locatie zonnige locatie zonnige locatie

Struiken (70-90%)* Hazelaar Wilde lijsterbes Gew. vogelkers Hulst Sleedoorn Grauwe wilg Hondsroos Gelderse roos

aandeel* 10% 10% 10% 10% 10%** 10% 05% 05%

menging 3 st/groep individueel 3 st/groep 5 st/groep 5 st/groep 5 st/groep 5 st/groep 5 st/groep

maat bospl. bospl. bospl. bospl. bospl. bospl. bospl. bospl.

locatie schaduwrijke zone zonnige locatie schaduwrijke zone zonnige locatie + dassenheuvel zonnige, natte locatie zonnige locatie zonnige, vochtige locatie

Beekloop Zwarte els Zomereik

menging 1-3 st/groep 1-2 st/bijeen

maat veer (50%), 14-16 (50%) 14-16

Recreatieterrein* Notenboom Krimlinde Robinia Boswilg

aantal 4 stuks 4 stuks 4 stuks 4 stuks

menging geen geen geen geen

maat 16-18 16-18 16-18 16-18

• = geen overlast door bloei of vrucht i.v.m. recreatieve functie, maar wel met functie voor bijen/vlinders of zoogdieren. Uitgangspunten: - maat 16-18, bij voorkeur geveerd - planten in goed losgemaakt plantgat, geen grondverbetering - aanbrengen minimaal 1 boompaal, kniepaal (40-60 cm hoogte)

Kruidenmengsels zaailijst * = percentage wisselt al naar gelang de vakgrootte en de bodemomstandigheden. Dit in het veld te bepalen. ** = dassenheuvel: aandeel 50% Struweel (alle vakken, inclusief afscherming parkeerplaats) aanplantlijst: Struiken (100%) Sleedoorn Gelderse roos Geoorde wilg Hondsroos

aandeel* 25% 25% 25% 25%

menging 3 st/groep 3 st/groep 3 st/groep 5 st/groep

maat bospl. bospl. bospl. bospl.

* aandeel varieert al naar gelang de bodem/waterhuishouding ter plekke. Dit in het veld te bepalen. Let op: struweel mag geen aantasting veroorzaken van aangrenzende houtwal, d.w.z. alertheid bij uitvoer en geen ontwikkeling van boomvormers of hoog opgroeiende soorten.

Houtsingel (gehele singel) aanplantlijst: Bomen (30%) Zachte berk Zwarte els

aandeel 05%* 25%*

menging individueel individueel

maat bospl.+ 20% veer bospl.+ 20% veer

Struiken (70%) Vuilboom Wilde lijsterbes Gew. vogelkers Eenst. meidoorn Trosvlier Grauwe wilg

aandeel 10%* 10% 10% 10%* 10% 10%

menging 3 st/groep individueel 3 st/groep 3 st/groep 3 st/groep 3 st/groep

maat bospl. bospl. bospl. bospl. bospl. bospl.

Locatie zoom/ruigte poel/beekloop/sloot natuurweide - vochtig hooiland natuurweide - kruidenrijk grasland berm

mengsel 30% inzaai Cruydt Hoeck B1 - ruderaal mengsel geen, spontane kieming 30% inzaai Cruydt Hoeck G3 - nat/vochtig mengsel 50% inzaai Cruydt Hoeck WV - weidevogelmengsel geen, spontane kieming

hoeveelheid 1gr/m2 1gr/m2 1gr/m2 -

Uitgangspunten - maat bosplantsoen: 60 - 80, maat veren: 175 -200 - plantafstand 1,00 x 1,50m, maar variabel toe te passen - planten in rijen, bomen in middelste rijen, willekeurige menging (groepsgewijs) - planten in de vorm van het plantvak (rondgaand), willekeurige menging (groepsgewijs) - geen grondbewerking, alleen toplaag scheuren Uitvoeringsaspecten • Voorafgaand aan de uitvoer is een gedetailleerde terreinopname t.b.v uitzetwerk en definitieve bepaling van de hoeveelheden. • Biologisch geteelt plantmateriaal van autochtone herkomst heeft de voorkeur • Voor het planten van bomen en singels buiten het erf kan een aanlegvergunning vereist zijn. Dit moet afgestemd worden met de gemeente. • Voer vooraf een klic-melding uit en melding graafwerkzaamheden. • Bij de aanlegwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de natuurwetgeving en specifiek met de bijzondere soorten die mogelijk in het terrein aanwezig zijn. Voer de werkzaamheden uit onder ecologische begeleiding. • Voer aanlegwerkzaamheden natuurtechnisch uit, onder andere door met licht materieel te werken, geen insporing te veroorzaken of losse grond achter te laten.

* aandeel varieert al naar gelang de bodem/waterhuishouding ter plekke. Dit in het veld te bepalen.

Datum: 23-04-2020/31-05-2020/18-01-2021 Tekening: v1.3. Blad 5/7. Formaat A3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13040148/1