CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

892003 Ontwerp Camping De Helfterkamp Toelichting incl bijlagen

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Camping De Helfterkamp31.273 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

26

Camping de Helfterkamp ontwerp

uitoefening van het recreatiebedrijf. Door in het bestemmingsplan de aanduiding 'opslag' ter plaatse te leggen, wordt de locatie van de opslag planologisch vastgelegd. De uitbreiding van de camping is gelegen op gronden die zijn aangeduid als Groene ontwikkelingszone. Binnen de Groene ontwikkelingszone is er ruimte voor verdere economische ontwikkelingen in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Het gaat in dit geval om een uitbreiding van een bestaande functie met minder dan 30 procent (circa 22 procent). In dit geval is de uitbreiding mogelijk indien deze gecombineerd wordt met een substantiële versterking van de kernkwaliteiten. Gezien het gaat om een ontwikkeling welke jaarrond economisch in gebruik is, geldt een compensatieplicht van 100%. In voorliggend initiatief wordt hierin voorzien middels compensatie van 3,3 hectare aan natuur. Deze natuurcompensatie wordt aan de noord- en oostzijde van de uitbreiding gerealiseerd, zie hiervoor ook de planbeschrijving in Hoofdstuk 3 en het natuurpotentieonderzoek en inrichtingsplan, respectievelijk opgenomen in Bijlage 3 en Bijlage 4. Met deze compensatie worden de kernkwaliteiten van de natuur versterk en verankerd.. Tevens is er met het voornemen geen sprake van een aantasting van de aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden.

Voor een nadere toetsing hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.7. Gezien vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema’s. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval betreft het een uitbreiding van verblijfsrecreatie. Tevens gelden er binnen het gebied verschillende natuurlijke waarden. Hierdoor zijn de volgende artikelen van toepassing: Artikel 2.38: Instructieregel bestemmingsplan intrekgebied 1.

Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk.

Toetsing aan artikel 2.38: Door middel van dit plan worden enkel de recreatieve mogelijkheden uitgebreid. Er is geen sprake van de mogelijkheid tot de winning van fossiele energie. Artikel 2.40: Uitbreiding van bestaande bestemming 1.

Een bestemmingsplan voor gronden die geheel omsloten worden door het Gelders natuurnetwerk kan uitbreiding van bestaande functies mogelijk maken als in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. verplaatsing naar een locatie buiten het Gelders natuurnetwerk bedrijfseconomisch niet mogelijk is; b. de kernkwaliteiten van het gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo worden versterkt, en; c. deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.

Toetsing aan artikel 2.40: BJZ.nu Bestemmingsplannen

27

Camping de Helfterkamp ontwerp

De uitbreiding is grotendeels omsloten door het GNN. Het gaat echter om een bestaande camping. Uitbreiding op een andere locatie of verplaatsing is niet logisch. De uitbreiding is gesitueerd op de enige locatie waar uitbreiding realistisch gezien mogelijk, gezien aan de andere zijden natuur danwel stedelijke functies gelegen zijn. De kernkwaliteiten worden per saldo versterkt door landschappelijke inpassing en forse natuurcompensatie. Dit is middels de regels (een voorwaardelijke verplichting) van dit bestemmingsplan geborgd. Artikel 2.53: Nieuwe ontwikkelingen in bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone 1.

2.

In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, tenzij: a. geen reële alternatieven aanwezig zijn; b. sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; en d. de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd; In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de GO kunnen nieuwe kleinschalige ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, mits: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; en b. deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.

Artikel 2.56: Ontwikkeling in Nationaal landschap 1.

2.

Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap en buiten de GO, het GNN en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken. Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in bijlage 6 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen van deze verordening. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn activiteiten die afbreuk doen aan de kernkwaliteiten of deze kernkwaliteiten niet versterken mogelijk: a. als er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; en c. er compenserende maatregelen worden getroffen ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage 6 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen

Toetsing aan artikel 2.53 en 2.56 In dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt binnen gebieden aangemerkt als Groene Ontwikkelingszone en Nationaal Landschap. Wat betreft de watergangen en bossen die onderdeel uitmaken van het Gelders Natuur Netwerk kan worden gesteld dat deze in het plan zal worden behouden. Voor wat betreft de uitbreiding van een camping, kan worden gesteld dat deze geheel landschappelijk wordt ingepast. Het verlies aan natuurlijke waarden wordt, conform het beleid omtrent de Groene Ontwikkelingszone, gecompenseerd en zelfs versterkt. Deze compensatie is gelegen direct aansluitend aan de gewenste uitbreiding van de camping. Omdat de uitbreiding wordt gerealiseerd aansluitend op de camping, en aan alle overige zijden bosgebieden met hoge natuurlijke waarden gelegen zijn, wordt gesteld dat er geen reële alternatieven voor uitbreiding mogelijk zijn. De uitbreiding is noodzakelijk om de toekomstbestendigheid en belevingswaarde van de camping te waarborgen. Dit draagt ook bij aan het behoud en de ontwikkeling van een vitale recreatiesector op de Veluwe. Er is daarom sprake van een groot openbaar belang. Door een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en compensatie van verlies aan natuurlijke waarden, worden de negatieve effecten beperkt, door de compensatie worden de natuurlijke BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

Camping de Helfterkamp ontwerp

waarden zelfs versterkt. 4.2.3

Conclusie toetsing aan provinciaalbeleid

Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op provinciaal niveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Landschapsontwikkelingsplanvan Veluwe tot IJssel (gemeente Epe, Heerde en Voorst)

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Epe heeft samen de gemeenten Heerde en Voorst is het landschapsontwikkelingsplan (LOP) Van Veluwe tot IJssel opgesteld. Met het LOP willen de gemeenten in de autonome ontwikkeling van het landschap sturen op behoud en op ontwikkeling van landschappelijke samenhang. Onder autonome ontwikkeling wordt in dit LOP de geleidelijke verandering van het landschap verstaan. Het landschap reageert vaak traag op veranderingen in gebruik. Deze veranderingen in gebruik zijn uiteindelijk wel de motor achter veranderingen in het landschap. Tevens willen de drie gemeenten verdere 'verstening' beperken en de karakteristieke kenmerken van het landschap verder ontwikkelen. Het LOP beoogt zo het inbrengen van het landschapsbelang in alle ruimtelijke veranderingsprojecten. 4.3.1.2 Droge bos- en heideontginningen Het plangebied is gelegen in een gebied aangeduid als 'Droge bos- en heideontginningen'. De droge bos- en heide-ontginningen liggen hoofdzakelijk op de hoge delen van de stuwwal en vallen grotendeels binnen het Centraal Veluws Natuurgebied (CVN). Sommige liggen in de gebieden die al langere tijd voor landbouw gebruikt worden. De droge bos- en heideontginningen bestaan uit gebieden die relatief recent (voornamelijk in de 19e eeuw) zijn ontgonnen.

Het zijn gebieden die door de ongunstige landschappelijke situatie (het zijn zeer droge en arme zandgronden) lang onontgonnen en onbebouwd zijn gebleven. Op deze hoog gelegen gronden en de overgang naar de randen van de stuwwal zijn wel veel sporen te vinden van vroege menselijke activiteit, teruggaand tot de prehistorie. Voorbeelden zijn Celtic Fields, grafheuvels en drie soorten oude wegen: hessenwegen, Hanzewegen en koningswegen. Voor dit landschapstype gelden de volgende doelstellingen: ondersteunen van de rijks- en provinciale natuurdoelstellingen; het meer zichtbaar maken van cultuurhistorische kenmerken; behoud van de droge bosontginningen door het behoud van ontginningspatronen; benadrukken van de ontginningsassen op de overgang van de bosrand naar de Veluweflank; zichtbaar maken van cultuurhistorische elementen (o.a. grafheuvels en leemkuilen); zichtbaar houden van de scherpe overgangen tussen de bosrand en de oude ontginningen bij Gortel en Niersen; de overgang van de oude bouwlanden naar laag gelegen gebieden op landschappelijke wijze versterken door aanplanting; akkerbouw stimuleren; 4.3.1.3 Beekdalen Het plangebied is deels gelegen in een gebied aangeduid als 'beekdalen'. Een zeer kenmerkend onderdeel van de (relatief) lager gelegen en natte gebieden, zijn de beekdalen.

Binnen het landschap van Veluwe tot IJssel komt een rijke schakering van west naar oost lopende beken en beekdalen voor. Ten noorden van Apeldoorn liggen vooral door de mens aangelegde sprengenbeken, die uitmonden in de Grift of het Apeldoorns Kanaal. Ten zuiden van Apeldoorn zijn er naast sprengenbeken ook natuurlijke (laagland-)beken, die als belangrijk kenmerk hebben dat zij van nature uitmonden in de IJssel. BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

Camping de Helfterkamp ontwerp

Uitzondering daarop zijn de beken die zijn ontstaan in het dekzandgebied rond Twello. Deze beken stromen evenwijdig aan de IJssel en wateren af in de weteringen. Voor dit landschapstype gelden de volgende doelstellingen: Hoge prioriteit heeft het zichtbaar en beleefbaar maken van sprengen en beken die stromen op de directe overgang met hoge dekzandruggen en bouwlanden. Er wordt alleen nieuwe bebouwing in de beekdalen toegestaan op voormalige molenlocaties en de omvang van bestaande bebouwing wordt indien mogelijk beperkt. Onder voorwaarden worden nieuwe landgoederen in de beekdalen toegestaan. De openheid in brede beekdalen moet waar mogelijk worden behouden, met als eindbeeld (schrale) graslanden of eventueel een moerasachtige omgeving.

4.3.1.4 Thema: recreatie Al lange tijd is de Veluwe, en dan vooral het bos- en natuurgebied, een zeer gewilde vakantiebestemming. Er zijn dan ook vele campings, speeltuinen, uitzichttorens, wandelroutes, trimbanen, bezoekerscentra, maneges, vakantiewoningen, groepsaccommodaties, etc. In de afgelopen decennia worden natuurwaarden en natuurbeleving steeds belangrijk gevonden en dat gaat niet altijd goed samen met intensieve vormen van recreatie. Er is daarom binnen het kader van ‘Veluwe 2010’ een groei- en krimpbeleid geformuleerd, dat onder andere tot doel heeft om, waar mogelijk, intensieve- en verblijfsrecreatie uit de bossen te verplaatsen en deze onder te brengen buiten het Centraal Veluws Natuurgebied (CVN). De druk van inplaatsing van intensieve- en verblijfsrecreatie komt nu vooral te liggen op de flanken van de Veluwe, daar waar ook de druk van wonen, werken en vervoer al hoog is. Een andere ontwikkeling die plaatsvindt is het groeiende besef dat vooral mensen die in de steden wonen, door de snelle groei van de stad het contact met natuur en buitengebied dreigen te verliezen. Bovendien verliest het landschap rond de stad in het groeiproces aan kwaliteit. Daarom zijn rond de steden projecten gaande van versterking van landschap in combinatie met vergroting van het recreatieve netwerk en recreatieve voorzieningen.

Een laatste ontwikkeling, die al lange tijd gaande is, is de landelijke toename van dagrecreatie op het platteland en in natuurgebieden. In het landschap van Veluwe tot IJssel is dat niet anders. In toenemende mate zijn bestaande netwerken voor fietsers en voetgangers en ook voor gemotoriseerd verkeer niet meer toereikend. Vooral op het platteland worden lokale wegen recreatief gebruikt, wat kan leiden tot conflicten met andere weggebruikers. Overheden richten zich dan ook steeds meer op het versterken van het netwerk van paden, zowel in noord-zuidrichting als in oost-westrichting. Om recreatie bovendien enigszins te bundelen (te zoneren) en autoverkeer buiten het gebied te houden worden steeds vaker transferia aangelegd, zoals in Heerde bij het Heerderstrand. 4.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan het Landschapsontwikkelingsplan De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de kenmerken en kwaliteit van het droge bos- en heideontginningslandschap. De gewenste uitbreiding wordt namelijk op een landschappelijke manier ingepast. Het verlies aan natuurlijke waarden wordt gecompenseerd. Voor recreatie geldt dat er rond de steden projecten gaande zijn voor versterking van het landschap in combinatie met vergroting van het recreatieve netwerk en recreatieve voorzieningen. Voorliggende initiatief sluit hierop aan.

Het gaat om de uitbreiding van een camping op relatief korte afstand van de stad Apeldoorn, nabij de kern Vaassen. 4.3.2

Programma Vitale Vakantieparken

4.3.2.1 Algemeen In het programma Vitale Vakantieparken werken elf gemeenten op de Veluwe (waaronder Epe), de provincie Gelderland, recreatieondernemers en andere partijen samen. Doel van de samenwerking is het realiseren van een divers en kwalitatief goed aanbod van vakantieparken. Daarmee draagt het programma bij aan de gezamenlijke ambitie 'Veluwe op 1': de meest gastvrije vakantiebestemming van Nederland blijven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Camping de Helfterkamp ontwerp

4.3.2.2 Opgaven Innovatie Vakantieparken revitaliseren en (helpen) doorontwikkelen. De innovatieopgave is gericht op vernieuwing en versterking van het product vakantiepark én versterking van de samenwerking in de keten (tussen ondernemers, onderwijs en overheden, ofwel: de O3). Herstructurering Bedrijven (helpen te) transformeren als er geen realistisch perspectief meer is op een recreatieve exploitatie. De herstructureringsopgave is gericht op het samenvoegen, herverkavelen en het begeleid omvormen van (voormalige) vakantieparken waar een duurzame recreatieve exploitatie niet meer mogelijk is. Veiligheid & Leefbaarheid Ongewenste ontwikkelingen op sociaal gebied aanpakken. De veiligheids- en leefbaarheidsopgave is gericht op het actief aanpakken van ongewenste ontwikkelingen en op het voorkomen van nieuwe probleemsituaties. Hierbij gaat het om het vraagstuk van niet-recreatief gebruik van de parken, openbare orde vraagstukken, criminele activiteiten, maar ook om oplossingen voor de sociale problematiek. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan het programma Vitale Vakantieparken Camping de Helfterkamp was een pilotproject in het programma Vitale Vakantieparken (2016), omdat het bedrijf model staat voor het streefbeeld van een vitaal vakantiepark van hoge kwaliteit op de Veluwe.

Voor camping de Helfterkamp geldt primair een innovatieopgave: zorgen dat de huidige marktpositie in de top van de markt gehandhaafd blijft en versterkt wordt door middel van productontwikkeling (verbetering en vernieuwing) en permanente kwaliteitszorg. Met de ontwikkelingen die voorzien zijn in onderhavig bestemmingsplan wordt hier naadloos op aangesloten. Gezien vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met het programma 'Vitale Vakantieparken'.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurplan Epe

4.4.1.1 Algemeen Het structuurplan Epe is een uitwerking van de Toekomstvisie Epe 2010. In het plan staan in hoofdlijnen de gewenste sociaal-maatschappelijke en ruimtelijk-economische ontwikkelingen voor de gemeente Epe. Het plan doet uitspraken over waar gebouwd kan worden voor de bewoners en bedrijven. Ook wordt er een perspectief geschetst voor de ontwikkeling van landbouw, recreatie en natuur. Met name het beleid omtrent verblijfsrecreatie is in dit kader van belang. 4.4.1.2 Verblijfsrecreatie Diverse verblijfsrecreatiebedrijven zijn verouderd en kleinschalig. Dit aanbod sluit niet aan op de vraag. De bedrijven liggen op een relatief korte afstand van elkaar. Hierdoor is het in veel gevallen niet mogelijk om op de huidige locatie de gewenste kwaliteitsslag te maken. Bovendien wordt verwacht, dat de aanwezige clusters van verblijfsrecreatie op het Centraal Veluws Natuurgebied (buiten de gemeente) geherstructureerd moeten worden. Dit levert meer “Veluwe kwaliteit”. Epe kan deze bedrijven opvangen. De IJsselvallei is wellicht een gebied, waar nieuwe of te verplaatsen kampeerbedrijven kunnen worden gesitueerd. Bedacht dient echter te worden, dat de toerist vooral wordt aangetrokken door de attractieve oostrand van het Centraal Veluws Natuurgebied.

Het op afstand plaatsen van verblijfsaccommodatie verkleint de commerciële kansen op een succesvolle exploitatie, tenzij het product op zichzelf markttechnisch sterk is. Om deze reden achten zowel de gemeente als de lokale recreatieondernemers de verplaatsing van de eigen bedrijven vanuit de flank van het natuurgebied naar de IJsselvallei weinig kansrijk. Voor de flanken van het Centraal Veluws Natuurgebied richt de gemeente zich op de handhaving en bij voorkeur kwaliteitsverbetering van deze bedrijven. Redenen daarvoor zijn dat juist hier de structureel goede

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

Camping de Helfterkamp ontwerp

bedrijven met toekomstperspectief zijn gesitueerd. Deze bedrijven zijn op de rand van cultuurland en natuur uit recreatief oogpunt ideaal gesitueerd. Wel stelt de gemeente eisen aan eventueel noodzakelijk uitbreiding van bedrijven. Deze kan alleen plaatsvinden in combinatie met landschaps- en natuurbouw en zo nodig aanvullende compensatie, verbetering van de recreatieve toegankelijkheid en verbreding van het recreatieve product voor zowel toeristen als inwoners van de gemeente Epe. 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan het structuurplan Epe Het beleid van de gemeente is erop gericht om verblijfsrecreatie op de flanken van het Centraal Veluws Natuurgebied te handhaven en hier toekomstperspectief te bieden. Uitbreiding is mogelijk, wel worden hier eisen aan gesteld. Voorliggend initiatief voorziet in de uitbreiding van een camping gelegen op de flanken van het Centraal Veluws Natuurgebied, het sluit hiermee aan bij de doelstellingen de gemeente. Bij de uitbreiding zal voldaan worden aan de eisen omtrent landschappelijke inpassing en natuurbouw. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met het Structuurplan Epe. 4.4.2

Toekomstvisie Epe 2030

4.4.2.1 Algemeen De 'Toekomstvisie Epe 2030' is een koersdocument en geeft richting aan de keuzes die de gemeente in de komende jaren gaat maken bij tal van maatschappelijke opgaven. De visie geeft een ambitie weer, geeft richting aan, maar geen concrete stappen. De visie gaat uit van de opgaven waar de gemeente nu voor staat, de kansen die er liggen, de ambities die we het heeft en de unieke kwaliteiten die Epe in huis heeft. De toekomstvisie nodigt uit tot herijking of vernieuwing van beleid of bevestigt de al ingezette koers. Het is zeker geen blauwdruk voor de komende twintig jaar, daarvoor is de toekomst te onzeker. Periodieke actualisering is daarom wenselijk. Met betrekking tot dit initiatief is met name het beleid omtrent recreatie en toerisme van belang. 4.4.2.2 Recreatie en toerisme Door de natuurlijke ligging van Epe op de Veluwe, de leefbaarheid in de dorpen en de demografische samenstelling van de bevolking is de sector recreatie/toerisme een speerpuntsector. Activiteiten in de sector recreatie/toerisme hebben een toenemende belangstelling van senioren maar ook van werkenden, zeker in een aantrekkelijk gebied als de Veluwe. De toeristen komen graag naar Epe omdat de verblijfsmogelijkheden divers zijn en er een voortdurend ruim aanbod is van activiteiten en evenementen. Onderscheidend voor toeristisch Epe zijn de onderwerpen water en cultuurhistorie.

Het trekken van meer toeristische bezoekers, met specifieke aandacht voor senioren, is van grote betekenis voor de werkgelegenheid. De verbinding recreatie/toerisme en zorg wordt gemaakt door in te spelen op minder mobiele personen en hun eisen op het vlak van verzorging en beperkte mobiliteit. Voor recreatie en toerisme wordt ingezet op een concepten waar een compleet aanbod wordt gegeven, waarbij de specifieke elementen water en cultuurhistorie van belang zijn. 4.4.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie Epe 2030 Met het voorliggend initiatief wordt er bijgedragen aan een verbetering van de kwaliteit van de camping en de verblijfsmogelijkheden. Door het vergroten van de kwaliteit wordt tevens voldaan aan de ambitie op een compleet aanbod te geven. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de Toekomstvisie Epe 2030.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

Camping de Helfterkamp ontwerp

4.4.3

Structuurvisie Veluweflank Epe

4.4.3.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de grenzen van het gebied waarvoor de structuurvisie 'Veluweflank Epe' is opgesteld. Deze structuurvisie is door de gemeenteraad van Epe vastgesteld op 25 maart 2010. De structuurvisie dient verschillende doelen: Integraal kader voor ambities; de gemeente Epe wil met deze visie laten zien hoe zij haar ambities voor het buitengebied tussen Apeldoorns Kanaal en Veluwemassief ruimtelijk vorm wil geven. Waarborg en toetsingskader; de gemeente Epe wil met deze visie de landschappelijke overgangen tussen Veluwemassief en randgebieden beschermen en versterken. Daarbij hoort een visie op balans tussen enerzijds de gewenste openheid en andere kwaliteiten van het landschap en anderzijds gewenste (nieuwe) economische dragers in het gebied. Ruimtelijk kader en ontwikkelingsrichtingen; de visie geeft al met al een beeld van de ruimtelijke hoofdstructuur van het gebied, van de gewenste ontwikkeling en van de na te streven kwaliteiten. Daarbij hoort een opsomming van randvoorwaarden en condities voor nieuwe ontwikkelingen. De structuurvisie biedt zo mede houvast voor kwaliteitsbeleid en welstand. Overzicht bestaand beleid; ter onderbouwing van de ambitie en de visie moet er voorts ook een goede weergave zijn van de gevolgen van bestaand beleid dat relevant is voor het plangebied.

Realisatie ambities; in een structuurvisie moet worden aangegeven hoe de gemeente denkt haar ambities te realiseren. In voorliggend geval is met name het beleid omtrent toerisme en recreatie van belang. In figuur is bijbehorende visiekaart weergegeven.

Figuur 4.1: Ligging van het plangebied binnen de Structuurvisie Veluweflank Epe (Bron: Gemeente Epe) 4.4.3.2 Toerisme en recreatie Het toeristisch aanbod in Epe is over het algemeen kleinschalig van karakter, en wordt gekenschetst als compleet en traditioneel. In het plangebied bevindt zich het grootste deel van het aanbod aan voorzieningen in de westelijke helft, in de directe nabijheid van de Veluwe. In de oostelijke helft domineert het Kievitsveld. De sector toerisme en recreatie levert Epe 6 tot 8% van de totale werkgelegenheid. In het plangebied ligt dit vermoedelijk hoger. Volgens Recron groeit de vraag naar hoogwaardige verblijfsaccommodatie en daalt de vraag naar kampeervoorzieningen. De CBS-cijfers voor Gelderland lijken dit beeld te ondersteunen (zie grafiek). De markt voor toerisme en vrije tijd is vooralsnog te kenschetsen als groeimarkt, met name op het gebied van BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

Camping de Helfterkamp ontwerp

gemakservaringen zoals “plattelandsarrangementen, cultuurtoerisme, citybreaks, wellness weekenden en dergelijke. De variatie in het aanbod moet daarbij toenemen, ook om in de vraag van de steeds individualistischere recreant te kunnen voorzien.” Voor wat betreft toerisme en recreatie kunnen de volgende sterke punten worden opgesomd: Natuurbeleving, agrotoerisme, welbevinden en hippische ontwikkeling worden steeds belangrijker; De behoefte aan kwaliteitscampings, uitstekende restaurants en recreatieparken stijgt; Particuliere initiatieven kunnen diversificatie opleveren van het toeristische product; De groep kapitaalkrachtige 40+ ers met behoefte aan rust en ruimte stijgt. Dit biedt volop kansen voor het hogere segment; Er bestaat een toenemende behoefte aan integrale arrangementen, waarbij de samenwerking tussen diverse aanbieders noodzakelijk is; De stormachtige ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie biedt steeds meer en betere mogelijkheden om gericht met - potentiële - toeristische gebruikers te communiceren.

De zwakke punten en bedreigingen die genoemd worden zijn: Recreatie en toerisme is kwetsbaar en weinig innovatief, dit leidt tot kwalitatieve neergang; De samenwerking tussen diverse partijen is niet optimaal of afwezig; De infrastructuur die Oost en West verbindt is beperkt; Routegebonden structuren sluiten slecht op elkaar aan en zijn beperkt aanwezig; Onbalans in de demografische samenstelling (vergrijzing en ontgroening); 4.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Veluweflank Epe Voorliggend initiatief voorziet in de uitbreiding van een camping, waarbij de nadruk meer komt te liggen op kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie. Dit sluit aan bij de doelstellingen om de kwaliteit te verhogen. Het initiatief kan worden gezien als een vorm van innovatie, waardoor kwalitatieve neergang wordt voorkomen. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de Structuurvisie Veluweflank Epe. 4.4.4

Nota vitale verblijfsrecreatie in Epe

4.4.4.1 Algemeen De gemeente Epe heeft in 2010 de Nota verblijfsrecreatie opgesteld. De beleidsnota geeft het gemeentelijk beleid voor de verblijfsrecreatie. De gemeente heeft geen rol in de uitvoering van het beleid, maar stelt zich voorwaardenscheppend op. Doel van het beleid is om het aantal overnachtingen in de gemeente en de kwaliteit van de voorzieningen te verbeteren. Beleidsdoelstellingen verwoord in deze visie zijn: Verhoging van het aantal toeristische overnachtingen, door middel van kwaliteitsimpulsen binnen de voorzieningen; Stimuleren van toeristische overnachtingen in, naast het hoofdseizoen ook, het voor- en naseizoen; Productdifferentiatie en productkwaliteit als uitgangspunt voor het toeristisch product in de gemeente Epe; Zonering als instrument om verblijfsrecreatie in te passen; 4.4.4.2 Grootschalige voorzieningen - reguliere kampeerterreinen Onder kampeerterreinen wordt verstaan: de reguliere campings. Veel campings zijn in de loop van de jaren gegroeid van eenvoudige terreinen voor tenten tot in sommige gevallen moderne recreatieparken met een gevarieerd aanbod en voorzieningen. Binnen de reguliere kampeerterreinen wordt onderscheid gemaakt naar gemende en niet-gemengde kampeerterreinen. In Epe valt het merendeel van de campings onder de gemengde kampeerterreinen.

Op gemengde terreinen is een mix van onder meer standplaatsen voor kampeermiddelen, stacaravans en trekkershutten, aangevuld met voorzieningen. Niet-gemengde kampeerterreinen bevatten uitsluitend seizoensplaatsen voor toeristisch kamperen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

34

Camping de Helfterkamp ontwerp

In de gemeente Epe is het beleid omtrent kampeerterreinen verdeeld over 3 zones. Het plangebied is gelegen in de zone ten westen van de Dorpenweg. Dit gebied wordt beschouwd als kwetsbaar gebied, Natuurwetgeving is hiervoor maatgevend. In het Gelders Natuur Netwerk geldt nog steeds het nee-tenzij principe. In de Groene Ontwikkelingszone wordt het ja, mits principe gehanteerd. de geringe mogelijkheden worden ingezet voor kwaliteitsimpulsen van bestaande bedrijven. Om in dit gebied te kunnen innoveren wordt in beperkte mate ruimte geboden voor maatwerkoplossingen. 4.4.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Nota vitale verblijfsrecreatie Epe Voorliggend initiatief voorziet in de een kwaliteitsimpuls van een camping, dit sluit aan bij de beleidsdoelstellingen. Door hoogwaardige ontwikkelingen (luxe verblijfsrecreatie) wordt tevens aangesloten bij het doel om productkwaliteit als uitgangspunt te nemen. Het gebied is gelegen in een kwetsbaar gebied, delen zijn aangemerkt als GNN en delen zijn aangemerkt als GO. De geringe mogelijkheden die hier zijn worden ingezet voor kwaliteitsimpulsen voor bestaande bedrijven, voorliggend initiatief voorziet in een kwaliteitsimpuls van een bestaand bedrijf. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Nota vitale verblijfsrecreatie Epe.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

35

Camping de Helfterkamp ontwerp

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. In voorliggend geval worden er geen geluidsgevoelige objecten gerealiseerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt er wel kort ingegaan op de aspecten 'industrielawaai', 'railverkeerslawaai' en 'wegverkeerslawaai'. 5.1.2

Verantwoording geluidsaspecten

5.1.2.1 Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai De dichtstbijzijnde spoorweg is op een zeer ruime afstand van het plangebied gelegen, namelijk circa 9,5 kilometer. Er hoeft niet nader op het aspect railverkeerslawaai worden ingegaan. 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai De vergunningsvrije bouwwerken voor recreatief verblijf zijn gelegen op een ruime afstand (165 meter) van de dichtstbijzijnde weg, te heten de Cannenburghweg. De Cannenburghweg betreft een relatief smalle weg in het buitengebied, die naar verwachting met name zal worden gebruikt door bestemmingsverkeer. Redelijkerwijs kan niet worden verwacht dat er ter plaatse van de recreatieve eenheden geen aanvaardbaar leefklimaat aanwezig zal zijn. De recreatieve eenheden zullen als gevolg van de extra verkeersgeneratie een extra geluidsbelasting met zich meebrengen over ontsluitingswegen van de camping. Op dit aspect zal in paragraaf 5.5 nader worden ingegaan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

36

Camping de Helfterkamp ontwerp

5.1.3

Conclusie

De wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Ter plaatse van de uitbreiding van de camping, op de plaats waar de nieuwe verblijfseenheden worden gerealiseerd, is door Sigma Groep uit Emmen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden hierna kort beschreven. Voor de complete onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 6 van deze toelichting. Voor de realisatie van de overige gebouwen ten behoeve van de recreatie zal tevens een verkennend bodemonderzoek benodigd zijn. Dit onderzoek zal in een later stadium in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen worden uitgevoerd. 5.2.2

Resultaten

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken: In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan cadmium aangetroffen. Het verhoogde gemeten gehalte in de bovengrond overschrijdt de tussenwaarde niet en geeft daardoor uit milieuhygiënische overweging geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek; In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen; In het grondwater zijn geen verhoogede gehalten aangetroffen; In verband met de mogelijke aanwezigheid van arseen in de bodem is het lab. verzocht om aanvullend het gehalte arseen in de grond en het grondwater te rapporteren. Deze parameter wordt standaard gemeten tijdens de analyses en kan derhalve achteraf op het certificaat worden toegevoegd. Hierdoor staat er op de analysecertificaten een rapportagedatum van 31-05-2018. Het gehalte aan arseen overschrijdt zowel de bovengrond, ondergrond als grondwater de achtergrondwaarde niet. 5.2.3

Conclusie

Voor het aspect Bodem is een onderzoek uitgevoerd en beoordeeld. Hieruit blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogd gebruik. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

37

Camping de Helfterkamp ontwerp

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM1 0). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekende mate bijdragen. de bijdragen aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Verantwoording luchtkwaliteit

Het project voorziet in de realisatie van verblijfsrecreatieve eenheden. Als dit wordt vergeleken met de genoemde ontwikkelingen in paragraaf 4.3.1.1 kan worden gesteld dat er sprake is van een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. De ontwikkeling leidt tot een toename van circa 43 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het zal hierbij nagenoeg uitsluitend om personenauto's gaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de mate van luchtverontreiniging door invloed van het wegverkeer ingeschat met behulp van de NIBM-tool. Deze gaat uit van een worstcase situatie: bij de berekening van de concentratietoename zijn de kenmerken van het verkeer, de straat en de omgeving zo gekozen dat een situatie ontstaat met een maximale luchtverontreiniging. In de berekening is uitgegaan van 43 extra verkeersbewegingen (zie ook paragraaf 3.2). Aangezien het gaat om recreatieve eenheden is het aandeel van vrachtverkeer op 0% gezet.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

38

Camping de Helfterkamp ontwerp

Figuur 5.1: NIBM Tool (Bron: Ministerie van Infrastructuur en Milieu / Kenniscentrum InfoMil) Uit de berekening blijkt dat de toename van het verkeer niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling 5.3.3

Conclusie

Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPGtankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

39

Camping de Helfterkamp ontwerp

5.4.2

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. 5.4.3

Circulaire effectafstand LPG-tankstations

In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. 5.4.4

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg)

Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. 5.4.5

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen

Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. 5.4.6

Beleidsvisie Externe veiligheid Epe (2013)

In september 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat nieuwe risicobronnen alleen nog zijn toegestaan indien het gaat op een verplaatsing van een bestaande risicobron naar een bedrijventerrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan 1 maal de oriëntatiewaarde. In de visie is tevens vastgelegd dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten (objecten met verminderd zelfredzame personen zoals scholen en zorginstellingen) mogelijk worden gemaakt binnen het invloedsgebied van een risicobron de besluitvorming op dit punt expliciet bij de gemeenteraad en het college van B&W wordt voorgelegd. 5.4.7

Verantwoording externe veiligheid

Met de uitbreiding van het recreatiebedrijf worden er nieuwe kwetsbare objecten toegevoegd, namelijk de 16 verblijfseenheden. Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In figuur 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

40

Camping de Helfterkamp ontwerp

Figuur 5.1: Uitsnede van de risicokaart (Bron: Risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de circulaire effectafstand van een PG-tankstation. Daarnaast wordt voldaan aan hetgene gesteld is in de beleidsvisie Externe veiligheid van de gemeente Epe. Aandachtspunt is wel dat het recreatieterrein zich in een gebied bevindt waar er een hoger risico voor natuurbranden is. Dit is relevant voor de eis met betrekking tot realisatie van de secundaire bluswatervoorziening. Om hierop in te spelen zullen er voldoende bluswatervoorzieningen worden gerealiseerd. 5.4.8

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van BJZ.nu Bestemmingsplannen

41

Camping de Helfterkamp ontwerp

gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. De locatie bevindt zich in het buitengebied, zodat sprake is van een rustig omgevingstype. milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6 5.5.3

Richtafstandentot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstandentot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Verantwoording milieuzonering

5.5.3.1 Algemeen Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, ins strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. Op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' wordt de camping aangemerkt als 'Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)'. Dergelijke inrichtingen vallen onder milieucategorie 3.1, waarbij de grootste richtafstand geldt voor geluid (50 meter). Voor de aspecten geur en gevaar geldt een richtafstand van 30 meter en voor het aspect stof 0 meter. BJZ.nu Bestemmingsplannen

42

Camping de Helfterkamp ontwerp

Woningen (Gortelseweg 16, 17, 19 en 22 en Emmalaan 12 en 14) Ten zuiden van de camping zijn verscheidene woningen gelegen (Gortelseweg 16, 17, 19 en 22 en Emmalaan 12, 14 en 16). Onderstaand staat weergegeven wat de afstand tussen de woningen en de camping is: Gortelseweg 16 (25 meter); Gortelseweg 17 (30 meter): Gortelseweg 19 (10 meter); Gortelseweg 22 (25 meter); Emmalaan 12 (10 meter); Emmalaan 14 (30 meter); Emmalaan 16 (10 meter). De uitbreiding van de camping bevindt zich echter aan de noordoostzijde. Het gaat met betrekking tot het bestaande campingterrein enkel om de wijziging van het aantal vierkante meters aan bebouwing. Met betrekking tot deze woning is er dan ook geen sprake van negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling, deze worden niet verder belemmerd door de camping dan in de huidige situatie reeds het geval is. Wel kan worden gesteld dat de te realiseren recreatieve eenheden een extra verkeersgeneratie met zich meebrengen. Dit zou voor een toename van geluidsoverlast over de ontsluitingswegen met zich mee kunnen brengen. De camping wordt ontsloten op de Gortelseweg. De extra verkeersgeneratie als gevolg van de uitbreiding bedraagt 43 verkeersbewegingen per etmaal (zie ook paragraaf 3.2). Dit zijn gemiddeld 3,6 voertuigen per uur.

De Gortelseweg is reeds een relatief verkeersintensieve weg, aangezien het een belangrijke verbindingsweg richting de verschillende natuurgebieden van de Veluwe betreft. De extra verkeersgeneratie zal dan ook nauwelijks te merken zijn. Overigens liggen de woningen allemaal op minimaal 12 meter uit de as van de Gortelseweg. Redelijkerwijs wordt daarom gesteld dat het de geluidsoverlast als gevolg van de extra verkeersgeneratie beperkt zal zijn. Woningen (Cannenburgherweg) Ten noorden van de camping, aan de Cannenburgherweg, zijn verscheidene woningen gelegen. Door de gewenste uitbreiding komt de camping dichter bij deze woningen gelegen. Met de uitbreiding wordt hiermee rekening gehouden. De richtafstand van 50 meter voor geluid wordt gerespecteerd. Ter plaatse van de woningen blijft hierdoor sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wel dient te worden vermeld dat de woningen op een korte afstand van de gronden bestemd voor de natuurcompensatie komen te liggen. Gronden bedoeld voor natuurdoeleinden zijn echter niet milieubelastend, waardoor er ten alle tijde sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie hinder ondervindt van bestaande functies (in de omgeving).

De recreatieve activiteiten (uitbreiden bebouwing en de realisatie van verblijfseenheden) zijn in het kader van milieuzonering niet aan te merken als milieugevoelig (met uitzondering van het aspect geur), waardoor er geen hinder wordt ondervonden van bestaande functies in de omgeving. Wel zijn de verblijfsrecreatieve eenheden aan te merken als geurgevoelige objecten. Op het aspect 'geur' wordt in paragraaf 5.6 nader ingegaan. 5.5.4

Conclusie

Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

43

Camping de Helfterkamp ontwerp

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Op grond van het bepaalde in artikel 1 van de Wgv is een geurgevoelig object als volgt gedefinieerd: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruik. 5.6.2

Activiteitenbesluit

Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden. 5.6.3

Verantwoording geuraspecten

Er is diverse uiteenlopende jurisprudentie over de vraag of verblijfsrecreatieve inrichtingen geurgevoelige objecten zijn. De definitie van een 'geurgevoelig object' luidt: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. Gezien de definitie, en ter bescherming van agrarische bedrijven, wordt er in dit geval van uitgegaan dat recreatieverblijven moeten worden aangemerkt als geurgevoelige objecten. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele grondgebonden agrarische bedrijven, waarvoor een vaste afstand van 50 meter geldt. Binnen de vaste afstand van 50 meter bevindt zich geen agrarische bedrijvigheid. Geconcludeerd wordt dat agrarische bedrijven niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering

BJZ.nu Bestemmingsplannen

44

Camping de Helfterkamp ontwerp

als gevolg van de planologische wijziging en dat ter plaatse van de camping sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.6.4

Conclusie

Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Vanaf 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: De Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. 5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Natura 2000-gebieden Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied 'Veluwe'. In figuur 5.2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

45

Camping de Helfterkamp ontwerp

Figuur 5.2: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied 'Veluwe' (Bron: Provincie Gelderland) Natura 2000-gebied 'Veluwe' De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden natte (o.a. Leemputten bij Staverden) of droge (o.a. Harskamp) heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. Het gedeelte van de camping dat tot Natura 2000-gebied is aangemerkt, betreft enkel een watergang. Met dit plan worden er met betrekking tot deze watergang geen veranderingen mogelijk gemaakt.

De gewenste ontwikkelingen bevinden zich allen op ruime afstand van deze watergang. De gewenste uitbreiding van de camping is gelegen op circa 50 meter van het Natura 2000-gebied. Stikstofberekening BJZ.nu Bestemmingsplannen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13040148/1