865903 Zienswijze RES Regio Stedendriehoek-wijzigingsplan 2023
Tekst van het document
Provincie Gelderland T.a.v. college van Gedeputeerde Staten Postbus 9090 6800 GX Arnhem
Deventer, 22 juni 2023 Behandeld door: A.W. Roest Telefoon: 06 82530234
Kenmerk: Uw referentie: 2023-002626
Onderwerp: Zienswijze ‘wijzigingsplan 2023’ zaaknummer 2023-002626
Geacht college van Gedeputeerde Staten van Gelderland, Op 12 mei jongstleden heeft u het ‘wijzigingsplan 2023’ gepubliceerd waarin u de wijzigingen voorstelt op de Omgevingsverordening Gelderland. Partijen hebben tot en met 23 juni 2023 de mogelijkheid om daarop een zienswijze in te dienen. Vanuit de RES Regio Stedendriehoek maken we als stuurgroep RES, namens de betrokken gemeenten, waterschappen en netbeheerder, graag gebruik van die mogelijkheid. De samenwerkende besturen in onze RES-regio Stedendriehoek hebben de ambitie om in 2030 het bod te realiseren van 1,07 TWh elektriciteitsopwekking via zonne- en windenergie. Dit doel is in de RES 1.0 eind 2021 vastgesteld en is het resultaat van 2,5 jaar samenwerking, onderzoek, participatie, inspraak en besluitvorming. De samenwerkende besturen, waaronder de provincie Gelderland, hebben de inspanningsverplichting op zich genomen om de doelstellingen van de RES 1.0 te borgen in hun eigen omgevingsbeleid. Definitieve besluiten worden op lokaal niveau gemaakt in afweging met andere ruimtelijke opgaven. U wilt nu de bestuurlijke afspraken uit de RES 1.0 borgen in het provinciale beleid van Gelderland. Daarop wilt u o.a. de provinciale omgevingsverordening aanpassen.
Wij verwachten dat u de uitgangspunten van de bestuurlijke samenwerking binnen de RES-regio en de door bestuursorganen vastgestelde RES 1.0 in onze regio daarin respecteert. Om die reden uiten wij op een viertal specifieke punten onze zorg. Regionale Energie Strategie vs. Regionaal programma energiestrategie In de toelichting op artikel 5.73a eerste lid, geeft u aan dat de regionale energiestrategie kan worden aangemerkt als een programma net als de regionale woonagenda en regionaal programma werklocaties. U spreekt in artikel 5.73 vervolgens structureel over een regionaal programma energietransitie. Deze vertaalslag van een regionale energiestrategie naar een regionaal programma energietransitie maakt u in onze ogen te snel. Een vrijwillig programma onder de Omgevingswet is vormvrij en kan ingezet worden op de wijze waarop de samenwerkende partijen dat wensen. Een programma is zelfbindend en bindt gemeente pas op het moment dat gemeenten het programma ook vaststellen. De RES regio’s, waaronder de Regio Stedendriehoek, verkennen nog op welke schaal een vrijwillig regionaal programma onder de Omgevingswet het meest behulpzaam of effectief is. Dit kan o.a. sectoraal via de RES, integraal in combinatie met andere ruimtelijke opgaven of gebiedsgericht bijvoorbeeld rondom de Veluwe inclusief de 8-km zone.
Voor de regio staat niet de borging in provinciaal omgevingsbeleid en de verbinding met andere cycli voorop, maar wat er nodig is om ons bod te halen. Een RES zoals we die kennen met daarnaast een programma onder de Omgevingswet op een andere schaal (gebiedsgericht) of in combinatie met andere ruimtelijke opgaven (integraal) behoort daarmee nog steeds tot de mogelijkheden. De verplichting om eenmaal in de vier jaar de RES te actualiseren betreft geen landelijke en/of regionale afspraak In artikel 5.73a tweede lid bent u voornemens om te verplichten het regionaal programma energiestrategie eenmaal in de vier jaar te actualiseren. In de toelichting schrijft u de uitgangspunten van het Nationaal
Programma RES (NPRES) is dat periodiek de samenwerking wordt geëvalueerd en zo nodig herzien. Het NPRES vergt een tweejaarlijks ‘Voortgangsdocument’ (monitoring) en een ‘RES Herijking’(aanpassing van de eerder gemaakte strategische keuzes). Voor de cyclus van herijking wilt u – in aansluiting bij de regionale woonagenda en regionaal programma werklocaties – een cyclus van vier jaar voorschrijven met als eerstvolgende deadline 1 juli 2025. U noemt dit in uw toelichting een landelijk kader. Wij brengen u graag onder de aandacht dat het NPRES geen cyclus voorschrijft voor de RES herijking. NPRES geeft aan dat in het geval van herijking ‘Er kan ook sprake zijn van nieuwe lokale, regionale en landelijke doelen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Of van nieuwe technieken of bronnen. Dit kan leiden tot het aanpassen van plannen en het vaststellen van nieuwe kaders voor toekomstige ontwikkelingen. Dit is in elke regio maatwerk en kent dus geen vast ritme.’ Met artikel 5.73a wijkt u daarmee af van de landelijke afspraken en lijkt u voorbij te gaan aan de regionale samenwerking waarbij partijen op basis van gelijkwaardigheid en consensus besluiten over het aanpassen van plannen en voorstellen van nieuwe kaders. Tevens herinneren wij u er aan dat de RES 1.0 Regio Stedendriehoek door u en alle andere partners in de RES samenwerking in december 2021 is vastgesteld.
De Regio Stedendriehoek is voornemens om in 2024 een RES Herijking uit te voeren. Wel houdt de regio zich het recht voor om in gezamenlijke afstemming in het kader van nut, noodzaak en doelmatigheid te bepalen wanneer de herijking wordt opgeleverd en/of een tweede herijking voor 2030 noodzakelijk is. Dit mede in het licht van onze samenwerking binnen de ‘ruimtelijke puzzel’ waarin we onderzoeken of en op welke wijze we de verschillende ruimtelijke opgaven in onze regio het beste kunnen borgen. Een goede balans tussen energieopwekking van zon en wind is maatwerk In artikel 5.73a, lid 2 onder b. schrijft u voor dat bij het ontstaan van een onevenwichtige verhouding in de bijdrage van zonne- en windenergie aanleiding is voor actualisatie van de RES afspraken. In artikel 5.73c, lid 1, onder b. herhaalt u dat het programma tenminste afspraken moet bevatten over een evenwichtige verhouding tussen het benodigde aandeel wind- en zonne-energie. De RES Regio Stedendriehoek onderschrijft het belang van deze evenwichtige verhouding. Om die reden hebben wij meerdere malen aangegeven dat bij blijvende onzekerheid dan wel het uitblijven van nieuwe ruimte voor windenergie rondom de Veluwe, de verhouding tussen zonne- en windenergie in onbalans komt.
Om die reden wil de RES-regio Stedendriehoek de mogelijkheid om nader onderzoek te doen naar mogelijkheden voor Wind op de Veluwe + 1 km en het gebied 1 km tot 8 km in stand houden, volgens de bestuurlijke afspraken in de RES 1.0. Daarin hebben we als RES-regio ook afgesproken dat de gemeente Lochem in afwachting van het nieuwe ‘nationale windturbinebepalingen leefomgeving’ zelf een gebiedsproces organiseert om te komen tot mogelijke zoekgebieden voor wind. Wij vinden het belangrijk om deze bestaande afspraken gestand te doen. We herhalen hier dat indien de potentie voor windenergie op en rond de Veluwe lager uitpakt naar aanleiding van het handelingsperspectief, wij geen alternatieven zien ter compensatie elders binnen de regio; we willen geen ‘waterbed effect’. In uw brief: “Reactie handelingsperspectief wind op de Veluwe” van 14 juli 2022, zaaknummer 2020-003059, bevestigt u dat u het met ons eens bent dat er geen sprake kan zijn van alternatieven ter compensatie elders in de regio (waterbedeffect) of het aanrekenen van onze RES-regio op het achterblijven van de opgestelde ambities als gevolg van het handelingsperspectief. Het streven naar een evenwichtige balans tussen wind en zonne-energie betreft dus maatwerk en kan per regio verschillen.
De inhoud van het regionaal programma energiestrategie wordt in bestuurlijke afstemming en samenwerking bepaald In artikel 5.73c, lid 2, schrijft u voor dat het programma energiestrategie tenminste inzicht moet geven in concrete zoekgebieden of locaties die geschikt en gezamenlijk in ruime mate toereikend zijn voor de aanleg van zonne- en windparken. In de toelichting schrijft u bij Artikel 5.73b dat de regionaal gemaakte afspraken over zoekgebieden voor zonne- en windenergie onder meer verankerd dienen te worden in het gemeentelijk omgevingsplan. De RES Regio Stedendriehoek is van mening dat de RES niet leidt tot wijzigingen in de bestaande taken en bevoegdheden van overheden. Tegelijkertijd werken de overheden wel intensief samen aan de energietransitie. Op basis van bestuurlijke afspraken zijn we gekomen tot een zorgvuldig geformuleerde strategie en bod in de RES 1.0 op basis van het maximale laadvermogen van ons landschap. De samenwerkende besturen hebben, zoals door alle RES partners vastgesteld, een inspanningsverplichting deze te verankeren in het lokale omgevingsbeleid. De wijze waarop deze verankering wordt gerealiseerd vindt plaats binnen het lokale bevoegd gezag in samenhang met andere ruimtelijke opgaven.
De inhoud van een eventuele herijkte RES wordt bepaald door de samenwerkende partners binnen de RES voortbordurend op de afspraken zoals we die gezamenlijk in de RES 1.0 gemaakt hebben. Het kan dus zijn dat – op basis van de bestaande afspraken in de RES 1.0 – in de
RES Herijking 2.0 nog geen concrete zoekgebieden voor wind worden opgenomen in afwachting van de ‘nationale windturbinebepalingen leefomgeving’. Of de zoekgebieden voor zonne-energie in de RES Herijking 2.0 opgenomen dienen te worden, of dat deze al voldoende geborgd zijn in het lokale omgevingsbeleid, is een van de vragen die de Stuurgroep RES zal beantwoorden in het herijkingsproces. Constructieve bestuurlijke samenwerking De RES 1.0 is zorgvuldig tot stand gekomen op basis van bestuurlijke samenwerking, onderzoek, participatie, inspraak en bestuurlijke besluitvorming. Onze RES partners, participanten en inwoners moeten met de vaststelling van de RES 1.0 kunnen vertrouwen op de gemaakte afspraken. Vanzelfsprekend begrijpen wij dat de uitvoering en afstemming in de RES een doorlopend proces is tot 2030 en er gaandeweg nieuwe inzichten en ontwikkelingen zijn die kunnen leiden tot een nieuw bestuurlijk gesprek. Wij zijn van mening dat het aan de RES-stuurgroep is om te besluiten hoe zij willen omgaan met nieuwe inzichten. Indien dit leidt tot nieuwe gezamenlijke bestuurlijke afspraken is het aan het bevoegd gezag om hierover te besluiten. Deze constructieve samenwerking op basis van gelijkwaardigheid met respect voor elkaars werkwijze zetten we graag voort.
We zijn ervan overtuigd dat we alleen in goede afstemming tussen alle bestuurslagen komen tot succesvolle transities en de realisatie van grootschalige opwek van energie. Onze gedeelde motivatie is en blijft behoud van onze brede welvaart voor komende generaties.
Met vriendelijke groet, Namens de gemeenten, waterschappen, netbeheerder en Board vertegenwoordigd in de Stuurgroep RES-regio Stedendriehoek,
J.W. Wiggers Voorzitter Stuurgroep RES regio Stedendriehoek