CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

835678 Bijlage 6 Quickscan natuur

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Hoofdstraat 117 Epe3.231 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologische quickscan Hoofdstraat 117 te Epe Projectgegevens Opdr. gvr.: van Vemde Projectontwikkeling Noord-West B.V. Contactpersoon opdrachtgever: Dhr. van Vemde, harm@vanvemde.eu Betreft: Ecologische quickscan in het kader van sloop en herontwikkeling Locatie: Hoofdstraat 117 te Epe Datum: 30-06-2020 (versie 2) Contactpersoon Ruimte voor Advies: Koen Wegerif, 06 39 71 35 09, wegerif@ruimtevooradvies.nl

1. Aanleiding, doel en beschrijving locatie De initiatiefnemer heeft het voornemen om de bestaande bebouwing aan de Hoofdstraat 117 te Epe te slopen. Hiervoor in de plaats wordt nieuwbouw gerealiseerd. De onderzoekslocatie omvat een pand aan de Hoofdstraat 117 dat voorheen in gebruik geweest als kantoor-/boekenhandel. De onderzoekslocatie is gelegen in de bebouwde kom van Epe en is onderdeel van het centrum van Epe. Het pand bestaat uit een winkel aan de straatkant en een woning aan de achterzijde en boven de winkel. De bebouwing is opgetrokken uit baksteen en bevat een pannendak. De winkel evenals de dakkapellen aan de achterzijde bevatten kunststof gevelbeplating. Ook heeft de gevel aan de zuidzijde (boven voordeur) en de meest oostelijke gevel kunststof gevelbeplating. Het westelijke deel van de bebouwing betreft garageboxen en heeft een plat dak met grind. De planlocatie is afgesloten door middel van een hekwerk en steensmuur. Er is binnen het plangebied geen tuin aanwezig, het plangebied is geheel bestraat. Alle werkzaamheden vallen onder de noemer ‘ruimtelijke ontwikkeling en inrichting’.

Afb. 1: Begrenzing onderzoeksgebied (rood kader). Bron ondergrond: pdok.nl/viewer.

[1]

Afb. 2: Luchtfoto onderzoeksgebied (rood kader), het plangebied ligt in het centrum van het dorp Epe. Bron: GoogleMaps, Aerodata International Surveys 2020

Epe

Afb. 3: Globale ligging onderzoeksgebied ten opzichte van het dorp Epe. Bron: GoogleMaps, Aerodata International Surveys 2020

[2]

De ingreep is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’. Dit is een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een ecologisch deskundige een inschatting maakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden houden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. Naast de soortbescherming is er een inschatting gemaakt van de ecologische gevolgen van de voorgenomen ingreep ten aanzien van Natura 2000-gebieden en het Gelders Natuurnetwerk.

2. Methode Voorafgaand aan het locatiebezoek zijn bronnen geraadpleegd zoals NDFF, overige relevante verspreidingsgegevens en kaartmateriaal. Het projectgebied is vervolgens visueel met behulp van een verrekijker, ladder en zaklamp onderzocht op aanwezigheid van beschermde flora en fauna en geschiktheid van het onderzoeksgebied en de directe omgeving voor beschermde soorten. Het veldbezoek is op dinsdag 19 juni uitgevoerd door K. Wegerif BSc, ecoloog van bureau Ruimte voor Advies. Aan de hand van bronnenonderzoek en veldbezoek is voorliggende rapportage met bevindingen en advies opgesteld. Tabel 1. Overzicht omstandigheden veldbezoek quickscan Hoofdstraat 117 te Epe

Datum

Omstandigheden

19-06-2020

22°C, zonnig, 1-2 Bft.

[3]

3. Resultaten en effectbeoordeling 3.1 Gebiedsbeleid Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt in het centrum van Epe, in de bebouwde kom. Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikelingszone (GO) en het dichtsbijzijnde GNN-gebied ligt op ca. 1 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied. Er worden geen effecten verwacht op de ecologische doelstellingen en kernkwaliteiten van het GNN door de afstand, de huidige uitstraling van het onderzoeksgebied, het ontbreken van verbinding en tussenliggende bebouwing. Natura 2000-gebieden Het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied, ‘Veluwe’, ligt op ongeveer 1 kilometer in noordelijke richting. Gezien de aard en schaal van het project en het ontbreken van verbinding met het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten op aangewezen doelsoorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten. Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden wordt groot materieel ingezet die stikstof uitstoten en leiden tot een toename van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied. Ook in de gebruiksfase is er mogelijk sprake van een toename van stikstofemissie en -depositie ten opzichte van de referentiesituatie door een toename van het aantal verkeersbewegingen. Stikstofgevoelige habitattypen liggen op circa 1000 meter van het plangebied.

Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet voldoet. Sindsdien is iedere toename van stikstof op gevoelige habitattypen vergunningplichtig. Het is noodzakelijk om een stikstofberekening met de online-rekentool AERIUS Calculator uit te voeren. Deze rekentool geeft weer of de maximale stikstofdepositie overschreden wordt en dus een vergunning noodzakelijk is.

Afbeelding 4: Globale ligging van het onderzoeksgebied (rode cirkel) ten opzichte van het GNN (groen) en de GO (lichtgroen). Het plangebied ligt op ca. 1 kilometer afstand van het GNN en de GO. Bron: Provincie Gelderland (https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/ webappviewer/index.html?id=92d4c54aed8147ae8aa704c312f719bc)

[4]

Afbeelding 5: Globale ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Het Natura 2000-gebied ligt op ca. 1 km afstand van het plangebied. Bron: Provincie Gelderland. (https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/ index.html?id=cf084cb64bd349298e6f69a3d0937400)

Afbeelding 6: De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van stikstofgevoelige habitattypen (paars). Het onderzoeksgebied ligt op ca. 1 kilometer afstand tot stikstofgevoelige habitattypen. Door de werkzaamheden is er mogelijk sprake van een toename van stikstofdepositie op gevoelige habitattypen. Een Aerius-berekening kan duidelijk maken of er sprake is van een overschrijding van de maximale stikstofdepositie en daarmee vergunningplicht. Bron: Aerius Calculator, https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl#

[5]

3.2 Waarnemingen NDFF In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn de afgelopen vijf jaar binnen een straal van 500 meter 124 waarnemingen van onder de Wnb beschermde soorten bekend. Een groot deel van de waarnemingen betreffen vleermuizen. Van deze soortgroep is de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, dwergvleermuis (onbepaald) en laatvlieger waargenomen. Daarnaast zijn binnen een straal van 500 meter waarnemingen bekend van: appelvink, bosmuis, eekhoorn, egel, ekster, gaai, gierzwaluw, groenling, grote bonte specht, heggenmus, houtduif, huismus, kauw, koolmees, merel, pimpelmees, roodborst, spreeuw, tjiftjaf, Turkse tortel, vink, winterkoning, witte kwikstaart, zanglijster, zanglijster, zanglijster, zwarte roodstaart en zwartkop. 3.3 Flora Het gehele plangebied is verhard, er is geen siertuin of onverhard terrein aanwezig binnen het plangebied. Tussen de bestrating komt op sommige plekken biggenkruid voor. Ook zijn geen muurplanten of varens waargenomen binnen het plangebied. In de NDFF zijn ook geen waarnemingen bekend van beschermde of bijzondere vegetatie. Negatieve effecten op beschermde soorten zijn niet te verwachten. 3.4 Grondgebonden zoogdieren De steenmarter wordt niet verwacht binnen het plangebied. Er is in de bebouwing geen grote openingen waardoor deze soort het pand kan binnentreden en gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats.

Daarnaast zijn er ook geen overlast meldingen bekend van de steenmarter en is de soort niet bekend binnen de NDFF. Hierdoor wordt een negatief effect niet verwacht. Andere beschermde zoogdieren, zoals de das, boommarter of ree zijn uitgesloten door de grote mate van verstoring, de ligging en de grote hoeveelheid verharding van het plangebied. Er is veel verstoring door de menselijke activiteiten. Rondom het plangebied is supermarkt aanwezig die zorgt voor veel verstoring. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals veldmuis, bosmuis, huismuis, huisspitsmuis, bruine rat komen vrijwel zeker voor binnen het onderzoeksgebied. Voor de mogelijk aanwezige soorten (kleine, algemene knaagdieren en insecteneters) geldt een algemene ontheffing van de Wet natuurbescherming in geval van ruimtelijke ingrepen. Gezien de kleinschaligheid van de ingreep hebben kleine zoogdieren voldoende mogelijkheid om te vluchten bij aanvang van de werkzaamheden en zijn vanuit de zorgplicht geen specifieke maatregelen vereist. 3.5 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop en renovatie zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen.

Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd.

[6]

Het pand bevat meerdere gaten en openingen waardoor vleermuizen het pand kunnen binnen treden. Zo zijn aan de voorzijde openingen aanwezig tussen de muur en de gevelplaten. Hierdoor kunnen de vleermuizen de ruimte achter de gevelplaten gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats. Ook zijn de kopgevels overstekend en is er ruimte tussen de gevelpannen en de gevel waardoor vleermuizen de spouw kunnen betreden. De schoorsteen aan de westzijde van het plangebied bevat open stootvoegen die leiden naar de luchtspouw. Vleermuizen kunnen door middel van de verschillende openingen de luchtspouw bereiken en het pand gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats. De openingen in het pand zijn geschikt voor gebouwbewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis, ruge dwergvleermuis en laatvlieger. Boombewonende vleermuizen worden niet verwacht binnen het plangebied door het ontbreken van opgaande begroeiing. Door de sloopwerkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen verstoord, beschadigd en vernietigd worden en kunnen exemplaren gedood worden. Het verstoren/vernietigen van verblijfplaatsen en het doden van exemplaren is verboden conform de Wet natuurbescherming atrikel 3.5 lid 1, 2 en 4. Nader onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen in het pand aanwezig zijn.

De te onderzoeken functies zijn zomer-, kraam- en paarverblijven. Daarnaast is het pand geschikt als winterverblijfplaats van kleine aantallen vleermuizen. Binnen het plangebied is geen lijnvormige beplanting aanwezig die kan dienen als vliegroute voor vleermuizen. Boven het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door vleermuizen. Echter is deze met zekerheid geen onderdeel van een essentieel foerageergebied. In de wijde omgeving zijn genoeg alternatieven voorhanden om te kunnen dienen als jachtgebied. Het plangebied blijft geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Wel dient lichtverstoring op foeragerende vleermuizen voorkomen te worden. Mogelijke effecten op de vleermuizen doen zich alleen voor in de actieve periode van vleermuizen: globaal de periode april t/m oktober tussen zonsondergang en zonsopkomst. Voorkom lichtverstoring tijdens deze actieve periode om effecten door lichtverstoring uit te kunnen sluiten. Wanneer negatieve effecten voorkomen worden door aan bovenstaande voorwaarden (m.b.t. lichtverstoring) te voldoen zijn nader onderzoek naar vaste vliegroutes en essentiele foerageergebieden van vleermuizen en een eventuele ontheffingsaanvraag niet aan de orde. 3.6 Vogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen.

Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Tijdens het veldbezoek is één mussenpaar waargenomen in de beplanting van de bloemist aan de westzijde van het plangebied. Het mussenpaar vertrok snel weer in noordoostelijke richting over het naastgelegen appartementencomplex boven de Mitra/Jumbo. Het pand van het plangebied heeft een pannendak waardoor het pand in theorie geschikt is voor huismussen. Met behulp van een ladder is gekeken of er voldoende ruimte min. 8 cm) aanwezig is voor huismussen tussen het dakbeschot en de pannen om te nestelen en of sporen aanwezig zijn in de vorm van nestmateriaal of veren. Het achterste (oostelijke) dak is ongeschikt voor huismussen, de dakgoot in dit deel staat te ver van de pannen af waardoor huismussen het dak niet goed binnen kunnen treden. De overige delen zijn ongeschikt doordat er te weinig ruimte aanwezig is tussen de pannen en het

[7]

dakbeschot. Er is maximaal 5 cm ruimte beschikbaar. Meerdere pannen zijn opgetild om op sporen en nesten te controleren. Er is geen nestmateriaal, veren of andere sporen aangetroffen. Ook zijn er tijdens het nader onderzoek (gierzwaluw en vleermuis) geen huismussen gezien of gehoord. Met zekerheid is te zeggen dat het pand niet in gebruik is door huismussen als vaste rust- en verblijfplaats. Het pand is door zijn ligging en de overstekende pannen geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gierzwaluwen. De vogels kunnen door de overstekende nokpannen het dakbeschot betreden en gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats. De nesten van gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd, het is daarom noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren. Het nader onderzoek moet vaststellen of gierzwaluwen daadwerkelijk gebruik maken van het pand. Het naderonderzoek bestaat uit 3 veldbezoeken van 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang tussen 1 juni en 15 juli waarvan minimaal 1 veldbezoek tussen 20 juni en 7 juli. De locatie heeft geen potentie voor de overige broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen. Binnen het plangebied zijn geen bomen die horsten bevatten van roofvogels of andere nesten bevatten van roeken of ransuilen. Voor de overige uilen is het plangebied ook ongeschikt als voortplantingslocatie.

Er zijn geen uilenkasten aanwezig binnen het plangebied en donkere, rustige en beschutte plekken ontbreken. Beschermde gebiedsfuncties van overige broedvogels met jaarrond beschermde nesten en leefgebied kan worden uitgesloten gezien de ligging binnen de bebouwde kom en het ontbreken van mogelijke nestplaatsen of andere interessante landschapselementen. Het uitvoeren van nader onderzoek of treffen van mitigerende maatregelen is, met uitzondering van de gierzwaluw, niet aan de orde wat betreft vogels met jaarrond beschermde rust- en voortplantingsplaatsen. Algemene broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn geen broedvogels waargenomen. Wel kunnen spreeuwen en kauwen broeden in het pand. Wanneer er sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten worden beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor ouders het nest permanent verlaten. Het platte dak aan de achterzijde van het pand is welliswaar bedekt met grind maar is ongeschikt voor broedvogels (voornamelijk scholekster), het dak is voor broedvogels niet hoog genoeg. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen.

Voer bij start in de periode half maart - augustus een broedvogelcheck uit kort voorafgaand aan start van de werkzaamheden om verstoring of vernieling van nesten uit te kunnen sluiten of dicht voorafgaand aan het broedseizoen de mogelijke openingen af om broedgevallen te voorkomen. Let er hierbij op dat mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen behouden blijven wanneer deze in gebruik zijn. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is. 3.7 Amfibieën, vissen en reptielen Reptielen komen niet in de omgeving van de projectlocatie voor. Hiervoor heeft het plangebied een te stedelijke uitstraling. Geschikt leefgebied ontbreekt voor reptielen. Door het ontbreken van oppervlakte water is het plangebied ongeschikt als voortplantingswater van amfibieën en leefgebied voor vissoorten. Als landhabitat is het plangebied ongeschikt door het ontbreken van begroeiing. Negatieve effecten op amfibieën, vissen en reptielen worden niet verwacht.

[8]

3.8 Overige soortgroepen (dagvlinders, libellen, kevers, weekdieren) Er zijn geen waarnemingen van onder de Wnb beschermde ongewervelden bekend uit de omgeving van de onderzoekslocatie. Het plangebied biedt bovendien geen habitats die voldoen aan de eisen van beschermde soorten uit de overige soortgroepen. Beschermde ongewervelden komen niet voor waardoor effecten op dergelijke soorten zijn uitgesloten.

[9]

Afbeelding 7: Plangebied gezien vanaf de Hoofdstraat. Het plangebied heeft een sterk stedelijke uitstraling.

Afbeelding 8: Onder de gevelbeplating zijn ruimte aanwezig waardoor vleermuizen het pand kunnen betreden en gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats.

Afbeelding 9: Het pand bevat welliswaar een pannendak echter is deze na nadere inspectie ongeschikt voor huismussen.

Afbeelding 10: Door overstekende gevelpannen en de ligging is het pand geschikt voor de gierzwaluw.

Afbeelding 11: De schoorsteen binnen het plangebied bevat open stootvoegen waardoor vleermuizen de luchtspouw kunnen betreden en kunnen gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats.

Afbeelding 12: Onder de pannen is niet genoeg ruimte aanwezig voor huismussen ook ontbreken sporen van de soort.

[10]

Afbeelding 13: Er zijn meerdere gaten en spleten waardoor vleermuizen het gebouw kunnen betreden.

Afbeelding 14: Het plangebied is geheel verhard waardoor beschermde soorten zijn uitgesloten. Ook muurplanten komen niet voor. Alleen biggenkruid is waargenomen.

Afbeelding 15: Het achterste deel van het pand is ongeschikt voor huismussen doordat er niet genoeg ruimte aanwezig onder de pannen én de gootsteen te ver van de pannen af ligt.

Afbeelding 16: Het noordelijke deel heeft een plat dak met grof grind. Dit platte dak is te laag voor een scholekster.

[11]

4. Conclusie en advies 4.1 Vleermuizen • Het pand is geschikt voor vleermuizen om te dienen als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Door de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden verstoord, beschadigd of vernietigd. • Nader onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of vleermuizen daadwerkelijk het gebouw gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats. Het onderzoek bestaat uit twee/drie nachtelijke inventarisaties in de periode 15 augustus - 30 september en twee/drie nachtelijke inventarisaties in de periode 15 mei - 15 juli onder de juiste omstandigheden. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2017. Wanneer vleermuizen aanwezig zijn dient er ontheffing te worden aangevraagd en een activiteitenplan te worden opgesteld; • Tijdens werkzaamheden dient lichtverstoring voorkomen te worden. Voorkom uitstraling van eventuele bouwlampen en andere verlichting in de actieve periode van vleermuizen (globaal tussen zonsondergang en zonsopkomst in de periode april - november); • Bij de nieuwe inrichting moet vanuit de zorgplicht lichtverstoring van eventuele passerende en foeragerende vleermuizen naar redelijkheid voorkomen worden.

Dit betekent dat de plaatsing, de intensiviteit en de stralingsrichting van buitenlampen zodanig moet zijn dat verstoring van vleermuizen door strooilicht naar redelijkheid geminimaliseerd wordt. 4.2 Vogels met jaarrond beschermde nesten • Binnen het plangebied zijn huismussen kort waargenomen. De bebouwing is na nadere inspectie niet geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen. Sporen van huismussen ontbreken ook. Het plangebied vervult geen functie voor de soort; • Het plangebied is geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor de gierzwaluw. Om vast te stellen dat de soort daadwerkelijk gebruik maakt van het pand is vervolgonderzoek noodzakelijk. • Nader onderzoek naar gierzwaluwen bestaat uit drie veldbezoeken van 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang tussen 1 juni en 15 juli waarvan minimaal één veldbezoek tussen 20 juni en 7 juli.

[12]

4.3 Broedvogels • Tijdens het broedseizoen bestaat de kans op broedgevallen van algemene broedvogels, voornamelijk spreeuw of kauw. Negatieve effecten kunnen worden voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. Van belang is of broedgevallen daadwerkelijk aanwezig zijn in de begroeiing wanneer deze niet aanwezig zijn worden negatieve effecten niet verwacht en kan gewerkt worden in het broedseizoen. Om vast te stellen of broedgevallen aan- of afwezig zijn is een broedvogelcheck noodzakelijk. Deze check dient maximaal 3 dagen voor de start van de werkzaamheden te worden uitgevoerd. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is. 4.3 Overige Wnb-soorten • Met mogelijke uitzondering van vleermuizen, gierzwaluwen en broedvogels zijn geen effecten op beschermde soorten te verwachten. Nader onderzoek of het nemen van mitigerende/compenserende maatregelen voor soorten anders dan vleermuizen, huismussen en broedvogels is niet nodig. • Voor alle in het wild levende wezens geldt de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten (beschermd of onbeschermd) naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen dienen te worden.

Werk per talud in één richting om eventuele kleine zoogdieren en andere fauna de kans te geven om te vluchten.

4.5 Gebiedsbescherming • Directe significante effecten op het GNN en Natura 2000-gebieden zijn redelijkerwijs uitgesloten. • De ontwikkelingen leiden mogelijk tot een toename van stikstofdepositie. Voer een berekening uit in AERIUS Calculator (versie september 2019) om de toename van stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase en gebruiksfase te berekenen. Wanneer er een toename van stikstofuitstoot aanwezig is dient een vergunning te worden aangevraagd.

- Einde rapportage -

[13]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12870777/1