835678 Bijlage 11 Archeologisch bureauonderzoek (met opmerkingen)
Tekst van het document
Hoofdstraat 117 te Epe gemeente Epe Bureauonderzoek
Opdrachtgever
Projectleider
OnzeBouwmeester
M. Stoll, MA
H. W. Iordensweg 7391KA Twello Projectnummer
Autorisatie
Datum
Synthegra Rapport S220042
drs. F. Stevens
29-07-2022
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
COLOFON
Opdrachtgever
: OnzeBouwmeester te Twello
Project
: Hoofdstraat 117
Projectnummer
: S220042
Titel
: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek
Datum
: 29-07-2022
Projectleider
: M. Stoll, MA
Auteurs
: M. Stoll, MA
Autorisatie
: drs. F. Stevens Senior KNA archeoloog/-prospector
Druk
: Synthegra B.V., Leusden
Afbeeldingen
: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld
ISSN
: 1874-9771
Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems)
Synthegra B.V. Olmenlaan 6a NL-3833 AV Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl
© Synthegra B.V., 2022
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
2 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
4
SAMENVATTING
5
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
7 7 7 8 8
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Historische ontwikkeling Archeologische waarden in en rondom het plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting
10 10 10 14 17 20
3 3.1 3.2 3.3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
21 21 21 22
BRONNEN
23
Bijlage 1: Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken.
Afbeelding voorblad: Het plangebied in maart 2022 (bron Google Maps)
.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
3 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Administratieve gegevens Toponiem
Hoofdstraat 117
Plaats
Epe
Gemeente
Epe
Provincie
Gelderland
Projectnummer
S220042
Bevoegde overheid
Gemeente Epe. Deskundige namens de bevoegde overheid drs. Harry Pape
Opdrachtgever
OnzeBouwmeester
Uitvoerende instantie
Synthegra B.V.
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
5278385100
Datum onderzoeksmelding
19-07-2022
Kaartblad
27D
Periode
Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe tijd
Oppervlakte
Circa 0,11 ha / 1100 m2
Perceelnummer(s)
Kadastrale gemeente Epe en Oene, sectie U, perceelnummer(s): 8460, 8461, 8451
Grond eigenaar / beheerder
OnzeBouwmeester
Grondgebruik
Woningbouw
Geologie
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven
Geomorfologie
Droogdal of glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen
Bodem
Verharding / dekzand en eventueel löss
Depot
Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Gelderland, te Nijmegen.
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Noord:
x 195682
y 484461
Oost:
x 195716
y 484459
Zuid:
x 195671
y 484432
West:
x 195664
y 484458
Centrum:
x 195692
y 484449
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
4 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van OnzeBouwmeester een archeologisch bureauonderzoek 1 uitgevoerd op een terrein aan de Hoofdstraat 117 te Epe. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van 22 appartementen en 98 m2 winkelruimte, met een parkeerkelder. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt ca. 1100 m2 met een diepte van 3 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord, ca. 3 m onder maaiveld. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.
Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied ligt op een stuwwal (formatie van Boxtel, laagpakket van Singraven). Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Op basis van de bevindingen van onderzoek in de omgevingis de verwachting dat ook binnen de planlocatie een antropogeen eerddek te verwachten is (tussen 80 en 100 cm -mv), met hieronder gefossiliseerde middeleeuwse akkers. De verwachting is hoog voor de Middeleeuwen t/m de Nieuwe Tijd, en vondsten kunnen zich in het eerddek bevinden (tot ca. 80 cm -Mv), terwijl sporen tussen 80 en 100 cm -Mv te verwachten zijn.
De verwachting van sporen en vondsten van het neolithicum t/m de vroege middeleeuwen is middelhoog, aangezien de aanwezigheid van vindplaatsen uit het neolithicum en de late bronstijd op circa 300 meter ten zuiden van het plangebied is aangetoond. De verwachting voor het laat-paleolithicum t/m het mesolithicum is laag vanwege de ligging in het droogdal. Als er sporen of vondsten van deze periodes aanwezig zijn, dan zal dit in de top van het dekzand zijn, direct onder de eerdlaag, naar verwachting tussen 80 en 100 cm -Mv.
Op basis van de huidige bebouwing, is de kans groot dat het aanleggen van de kelder onder het gebouw de sporen zal hebben vernietigd. Onder de rest van het pand is een kruipruimte aanwezig van ca. 80 cm. Het is mogelijk dat, als de eerdlaag de verwachte dikte van 80 centimeter heeft, hieronder nog archeologische sporen bevinden. De garage en parkeerplaats zijn hoogstwaarschijnlijk op zand gestort, dus de kans is groot dat hieronder nog archeologische sporen aanwezig zijn.
Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd. In eerste instantie wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd om de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het verwachtingsmodel te toetsen. Aangezien de ingrepen voornamelijk op de delen plaats gaat vinden die nu bestraat is en een middelhoge tot hoge verwachting voor archeologische resten vertegenwoordigt dient hier het onderzoek zich op te richten.
1
BO, protocol 4002
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
5 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Op basis van het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare aanbevolen. Aangezien het plangebied circa 1100 m 2 groot is, dienen in totaal 6 boringen worden gezet.
Er wordt geadviseerd te boren met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm, eventueel aangevuld met guts van 3 cm doorsnede. De boringen worden uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment dient te worden verbrokkeld en/of versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen worden lithologisch beschreven conform de NEN 5104 2 en bodemkundig3 geïnterpreteerd.
Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Epe). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra B.V. wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
2
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
3
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
6 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van OnzeBouwmeester een archeologisch bureauonderzoek4 uitgevoerd op een terrein aan de Hoofdstraat 117 te Epe. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van 22 appartementen en 98 m2 winkelruimte, met een parkeerkelder. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt ca. 1100 m2 met een diepte van 3 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord, ca. 3 m onder maaiveld. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanprocedure. Op basis van het bestemmingsplan, waarin het vigerende beleid van de gemeente Epe is verwoord, dient voor het plangebied een rapport overhandigd te worden waarin de aan- of afwezigheid van archeologische waarden wordt aangetoond.
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Centrum Epe dat is vastgesteld door de gemeente Epe op de datum 20-06-20135. Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Voor terreinen met een Waarde Archeologie 1 geldt, dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 100 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 30 centimeter beneden maaiveld. De bevoegde overheid, de gemeente Epe, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 6 en de handreiking van de gemeente Epe. 7
De bevoegde overheid, gemeente Epe, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden.
De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: •
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?
4
BO, protocol 4002
5
www.ruimtelijkeplannen.nl
6
SIKB 2018
7
Paape (2019)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
7 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
•
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? o
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de (verwachte) archeologische waarden?
o
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de (verwachte) archeologische resten?
In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 0,11 ha / 1100 m2 en is gelegen aan de Hoofdstraat 117 te Epe (afbeelding 1), tussen de Hoofdstraat (westen), de Gildenweg (zuiden) en het Gruttersplein (oosten). Het plangebied is in gebruik als detailhandel en is bebouwd met een aantal gebouwen en een parkeergarage. De zuidelijke en zuidoostelijke delen van het perceel zijn op dit moment niet bebouwd, en zijn verhard om als parkeerplaats te kunnen functioneren. De locatie bevindt zich in het centrum van Epe, ca. 300 m ten zuiden van de Markt, binnen de historische kern van de stad. Het gebouw is gedeeltelijk van een kelder voorzien en
Afbeelding 1: Het plangebied, rood omkaderd, op de Open Topografische Kaart van Nederland (Bron: www.Pdok.nl).
1.4
Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. De huidige gebouwen zullen worden gesloopt en vervangen voor nieuwbouw (afbeelding 2). De oppervlakte van het plangebied bedraagt 0,11ha (1100 m2), en de parkeergarage zal de bodem tot ca. 3 m -mv verstoren.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
8 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: OnzeBouwmeester)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
9 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.
2.2
Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •
Geomorfologische Kaart 1:50.000 (Afbeelding 3)
•
Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Afbeelding 4)
•
Bodemkaart 1:50.000 (Afbeelding 5)
•
Relevante achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst)
Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe Ondergrond.8 Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1.
Het landschap rondom Epe is vooral gevormd door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd (het Saalien; ca. 370.000-130.000 jaar geleden). Dit landijs bewoog zich vanuit Scandinavië naar Nederland, en langs de randen van deze ijskap ontstonden de stuwwallen. Tijdens het Weichselien (ca. 115.000 tot 10.000 jaar geleden) ontdooiden de bovenste delen van dit ijs gedurende de zomerse maanden. Dit water liep over de permafrost naar lagere delen van het landschap, waardoor diepere wallen ontstonden binnen de stuwwallen. De grofzandige afzettingen van de stuwwallen, meegenomen door het smeltwater, zijn vaak aan het einde van deze dalen gedeponeerd, en vormen de zogenaamde uitspoelingswaaiers.
Tegenwoordig staan deze dalen als droogdalen bekend, vanwege het feit dat er na het einde van de ijstijd geen water meer doorheen stroomde. Het klimaat was tijdens het Midden Weichselien (het Pleniglaciaal; ca. 73.000 tot 13.000 jaar geleden) zeer koud en droog. Deze droogte had als oorzaak dat er weinig vegetatie stond, en dat de rivierbedden grotendeels droog stonden, waardoor het fijnzandig materiaal uit de rivierbedden is gaan verstuiven. Dit fijnere zand, het dekzand, is afgezet in de luwte van de stuwwallen en in de droogdalen.
In het Holoceen (dit geologisch tijdperk is 10.000 jaar geleden begonnen) kwam er verbetering in het klimaat, en het permafrost verdween tijdens het Vroeg Holoceen, waardoor vegetatie ontstond. De verstuiving van zand werd hierdoor tot stilstand gebracht.
8
De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
10 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Geo(omorfo)logie en landschap Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied, en bevindt zich op een stuwwal. Wegens de ligging in een bebouwd gebied is voor het plangebied geen directe geomorfologische informatie beschikbaar. Ten westen van Epe is het terrein geomorfologisch getypeerd door de eerdergenoemde droogdalen (2R3) en sneeuwsmeltafwaterzettingen
(2M7),
versluierd
door
dekzand.
In
het
oosten
bevinden
zich
daluitspelingswaaiers (4H4) en droogdalen (3R3). Extrapolatie van omliggende eenheden, en de gelijke hoogteligging op het AHN, maakt dat het plangebied te plaatsen is in een droog dal, wellicht in een daluitspoelingswaaier. Dit is in ieder geval wat het onderzoek in de Hoofdstraat / Korte Kuiperseweg aanduidt9, aangezien hier duidelijke smeltwaterafzettingen of fluvioperiglaciale afzettingen zijn aangetroffen (formatie van Boxtel, laagpakket van Singraven).
Afbeelding 3: Het plangebied, rood omkaderd, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).
Bodem Wegens de ligging in een bebouwd gebied zijn voor het plangebied geen directe bodemeenheden bekend. Uit extrapolatie van de bodemeenheden rondom het gebied is het waarschijnlijk dat het plangebied op een laarpodzolgrond (cHn 30) ligt bestaand uit weinig leem en zwak lemig fijn zand, of op een beekeerdgrond (pZg23) bestaand uit lemig fijn zand. Laarpodzelgronden zijn gevormd in grof zand, waar langdurig plaggenbemesting heeft plaatsgevonden. Deze gronden hebben een dikke donkere bovengrond (meestal dunner dan 50 cm) met daaronder een zogenaamde humuspodzol. Beekeerdgronden zijn gevormd op een lemig fijn zand, en komen voor in laag gelegen en vocthige terreinen. Ze hebben meestal een humusrijke
9
Vanderhoeven et al. (2020).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
11 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
bovengrond, en het contrast tussen de humusrijke bovenlaag en de humusarme onderdrond is makkelijk te onderschijden.
Afbeelding 4: Het plangebied, rood omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).
AHN Op basis van het digitale hoogtemodel zoals weergegeven in het AHN kan men zien dat de hoogte van het maaiveld varieert van circa 11,8 tot 12,4 m +NAP.10 Gezien de relatief lagere ligging ten opzichte van de omgeving kan dit overeen komen met het eerder genoemde droogdal.
10
Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil)
geraadpleegd op www.ahn.nl © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
12 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Afbeelding 5: Het plangebied, rood omkaderd, op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (Bron: www.ahn.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
13 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
2.3
Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is divers kaart- en beeldmateriaal (Afbeelding 6 t/m 10) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst). Het plangebied ligt binnen de stadskern van Epe, op ca. 400 meter afstand van de huidige kerk. Deze kerk was centraal binnen het ambt Epe, bestaand uit de kerkdorpen Epe, Vaassen en Oene. De kerk in Epe was tot 1176 was de moederkerk voor de kapellen van Hattem, Heerde, Vorchten, Oene en Vaassen, en was dus een belangrijk centrum in het lokale landschap. De planlocatie bevind zich binnen deze oude kern van de stad. Vanaf de eerste helft van de 19e eeuw en het ontstaan van preciezere cartografische bronnen in de gemeente (afbeelding 6) is het mogelijk om te zien dat hier bebouwing heeft gestaan. Volgens de verschillende kadasters van de laatste twee eeuwen is het mogelijk om te zien dat hier bebouwing stond, en aangezien het onderzoek in de buurt (bijvoorbeeld het onderzoek in de Hoofdstraat/ Korte Kuipersweg11) is het aannemelijk dat dit deel van de gemeente sinds de middeleeuwen is bewoond, minstens sinds de 11e/12e eeuw. Het gaat hier voornamelijk om agrarische nederzettingen, en het oostelijke deel van het perceel is niet bebouwd tot in de tweede helft van de 20e eeuw.
Het moderne gebouw is in 1950 gebouwd, en eerdere bebouwingen zijn gesloopt.
Afbeelding 6: Het plangebied, rood omkaderd, op het kadastrale minuutplan12 uit het begin van de 19e eeuw. (Bron: beeldbank van de RCE).
11
Vanderhoeven et al. (2020).
12
Kadastrale Minuutplans zijn ten behoeve van de belastingheffing vervaardigde kaarten. De opnames zijn gestart in 1811, ten tijde van Frans bestuur en gecontinueerd tot 1832 (vanaf 1815 onder Nederlands bewind. Het zijn grondbeschrijvingen van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
14 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Afbeelding 7: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 1880 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 8: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 1935 (Bron: www.topotijdreis.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
15 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Afbeelding 9: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1955-1965 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Bekende bodemverstoring Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen grondroeringen veroorzaakt door saneringen van munitie, bodemverontreinigingen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan.13 Wel is het zo dat het noordwestelijk deel van het perceel minstens sinds de 19e eeuw is bebouwd, en de funderingen kunnen eventueel de archeologische sporen hebben verstoord. Het noordoostelijke en oostelijke deel van het perceel is bedekt door een parkeerplaats, en de kans is dus zeer klein dat hier verstoringen hebben plaatsgevonden. Eventuele archeologische sporen kunnen hier goed bewaard zijn gebleven. Volgens het onderzoek in de Hoofdstraat / Korte Kuipersweg 14 is het mogelijk dat de oorspronkelijk podzolbodem niet meer aanwezig is, met hooguit resten van een BC horizont, en vooral een C horizont met een pakket opgebracht of gevormd humeus sediment. De conclusie die toen getrokken is dat 40 tot 50 cm van de bodem is verdwenen, en dat alleen de onderste archeologische sporen nog aanwezig zijn15. Op basis van eerder onderzoek, wordt gesteld dat deze bodemopbouw op grote schaal rondom Epe aanwezig is. Desondanks de verstoringen is het mogelijk om vlak boven het C-horizont sporen aan te treffen, en het antropogeen eerddek kan vondsten bevatten. Dit wordt ook voor het plangebied verwacht.
Onder het bestaande gebouw is een fundering aanwezig met met kruipruimte en is deels een kelder aanwezig (zie afbeelding 10). Op de locatie van de kelder zal de bodemopbouw verstoord zijn.
13
www.bodemloket.nl, http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
14
Vanderhoeven et al. (2020).
15
Ibid.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
16 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Afbeelding 10. Het bestaande gebouw met in het geel de ligging van de kelder.
2.4
Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS III) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd en in aanvulling daarop de archeologische beleidskaart van de gemeente Epe, Achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst) en gegevens van de regioarcheoloog Stedendriehoek Harry Pape-Luijten.
Voor het plangebied geldt op basis van de archeologische waarde- en verwachtingskaartkaart van de gemeente Epe voor het plangebied een waarde archeologie 3, aangezien het volgens de gemeentelijke verwachtingskaart wordt geïdentificeerd als een “historische nederzettingslocatie” (Afbeelding 11).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
17 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Afbeelding 11: Het plangebied, rode kader, geprojecteerd op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Epe, (Bron: gemeente Epe).
2.4.1 Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen in (de nabijheid van) het plangebied Er zijn in (de nabijheid van) het plangebied, binnen een straal van ca. 300 m, in ARCHIS III een aantal gegevens bekend aangaande archeologische monumenten, waarnemingen en/of onderzoeksmeldingen (afbeelding 12). Het meeste onderzoek in Epe bevindt zich in de nabijheid van de kerk, bij de markt, waar in 2013 een opgraving plaats heeft gevonden (2413916100)16.
Langs de Hoofdstraat hebben onlangs ook een paar onderzoeken plaatsgevonden, nota bene de opgraving van een middeleeuws erf aan de kruising tussen de Hoofdstraat en de Korte Kuipersweg 17, op ca. 150 meter van de planlocatie. Booronderzoek binnen op ca. 300 meter ten zuiden van het plangebied (247588210018 en 241391610019) wijzen aan dat hier mogelijk sporen te vinden zijn van de Late Bronstijd tot de Nieuwe Tijd. De resultaten van de recente boringen in 2021 (5132098100) aan de Hoofdstraat 90-94 door Econsultancy zijn nog niet bekend20.
16
Diependaal et al. (2014).
17
Vanderhoeven et al. (2020).
18
Spanjaard (2016).
19
Diependaal et al. (2014).
20
Holl (2021).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
18 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Afbeelding 12: Overzicht van de monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 200 m van het plangebied, (Bron:Archis3).
Monument
Afstand
Waarde
Complextype/
Datering
15328
ca. 400 m
Kerk (grote herv. Kerk)
Vanaf 12de eeuw
522655
ca. 600m
Gemeenschapshuis
1912
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Bevindingen
Aanbeveling
4643669100
ca. 150m
BO – IVO-O - opgraving
Middeleeuws erf
opgraving
5132098100
ca. 200m
BO – IVO-O
Niet beschikbaar
Niet beschikbaar
2475882100
ca. 250m
BO – IVO-O
Late
Omschrijving
middeleeuwen
/
IVO-K / IVO-P
nieuwe tijd Fossiele akkerlaag onder antropogeen eerdek 2413916100
ca. 300m
BO – IVO-O – IVO-P - DO
Late bronstijd / nieuwe tijd
opgraving
18e-20e eeuw
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
19 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
2.5
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De essentie hiervan is weergegeven in tabel 1.
Het plangebied ligt op een stuwwal (formatie van Boxtel, laagpakket van Singraven). Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Op basis van de bevindingen van onderzoek in de omgevingis de verwachting dat ook binnen de planlocatie een antropogeen eerddek te verwachten is (tussen 80 en 100 cm -mv), met hieronder gefossiliseerde middeleeuwse akkers. De verwachting is hoog voor de Middeleeuwen t/m de Nieuwe Tijd, en vondsten kunnen zich in het eerddek bevinden (tot ca. 80 cm -Mv), terwijl sporen tussen 80 en 100 cm -Mv te verwachten zijn.
De verwachting van sporen en vondsten van het neolithicum t/m de vroege middeleeuwen is middelhoog, aangezien de aanwezigheid van vindplaatsen uit het neolithicum en de late bronstijd op circa 300 meter ten zuiden van het plangebied is aangetoond. De verwachting voor het laat-paleolithicum t/m het mesolithicum is laag vanwege de ligging in het droogdal. Als er sporen of vondsten van deze periodes aanwezig zijn, dan zal dit in de top van het dekzand zijn, direct onder de eerdlaag, naar verwachting tussen 80 en 100 cm -Mv.
Op basis van de huidige bebouwing, is de kans groot dat het aanleggen van de kelder onder het gebouw de sporen zal hebben vernietigd. Onder de rest van het pand is een kruipruimte aanwezig van ca. 80 cm. Het is mogelijk dat, als de eerdlaag de verwachte dikte van 80 centimeter heeft, hieronder nog archeologische sporen bevinden. De garage en parkeerplaats zijn hoogstwaarschijnlijk op zand gestort, dus de kans is groot dat hieronder nog archeologische sporen aanwezig zijn.
Periode
Verwachting
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen
laat-
laag
Bewoningssporen: tijdelijke
vanaf 80 tot 100 cm -Mv
paleolithicum –
kampementen
mesolithicum
Mobilia: vuursteen artefacten, haardkuilen
neolithicum -
middelhoog
Bewoningssporen: (semi permanente)
vroege
nederzettingen, sporen van
middeleeuwen
agrarisch/industrieel landgebruik,
vanaf 80 tot 100 cm -Mv
percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen late
hoog
middeleeuwen -
vanaf maaiveld tot 100 cm Mv
nieuwe tijd Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachting.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
20 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
3
Conclusies en aanbevelingen
3.1
Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied geldt een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum, een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen, en een hoge verwachting van de Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd.
3.2
Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Op basis van het bureauonderzoek kunnen de volgende vragen worden beantwoord: •
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De opbouw van de ondergrond bestaat vermoedelijk uit een laag antropogeen eerddek dat op dekzand is aangebracht. De top van het dekzand met de bodemhorizonten zal waarschijnlijk verstoord zijn.De verwachting is dat het bodemprofiel grotendeels intact is onder de parkeerplaats en de garage intact zijn. De kelder onder het pand heeft de sporen hoogstwaarschijnlijk grotendeels vernietigt. De kruipruimte onder de rest van het pand heeft een groot deel van het eerddek verstoord, maar er kunnen nog vondsten en sporen aanwezig zijn.
•
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing) o
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de (verwachte) archeologische waarden? De meeste vondsten en sporen zullen zich direct onder het eerddek bevinden in de top van het dekzand, tussen 80 en 100 cm -Mv, voornamelijk in het zuiden en oosten van het perceel.
o
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de (verwachte) archeologische resten? Er worden voornamelijk sporen van de middeleeuwse agrarische nederzettingen verwacht, en sporen van de bewoning in de Nieuwe Tijd. Mogelijk kunnen hier ook sporen aanwezig zijn uit het Neolithicum en de late Bronstijd.
•
In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachte archeologische sporen worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied, voornamelijk door het aanleggen van de parkeerkelder. De eventuele sporen onder de kruipruimte kunnen ook verstoord worden door de afbraak van het gebouw, en eventuele funderingen. Het vermoedelijk intacte eerddek onder de parkeerplaats en garage wordt bedreigt door de funderingen.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
21 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
3.3
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd. In eerste instantie wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd om de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het verwachtingsmodel te toetsen. Aangezien de ingrepen voornamelijk op de delen plaats gaat vinden die nu bestraat is en een middelhoge tot hoge verwachting voor archeologische resten vertegenwoordigt dient hier het onderzoek zich op te richten.
Op basis van het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare aanbevolen. Aangezien het plangebied circa 1100 m2 groot is, dienen in totaal 6 boringen worden gezet.
Er wordt geadviseerd te boren met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm, eventueel aangevuld met guts van 3 cm doorsnede. De boringen worden uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment dient te worden verbrokkeld en/of versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen worden lithologisch beschreven conform de NEN 510421 en bodemkundig22 geïnterpreteerd.
Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Epe). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra B.V. wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
21
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
22
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
22 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
Bronnen Literatuur
Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.
Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen.
Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen.
Diependaal, S., ten Broeke, E. M., Wemerman, P. J. L., 2014: Archeologische opgraving Markt te Epe in de gemeente Epe. E-consultancy rapport 13065728.
Holl, J., 2021: Archeologisch bureauonderzoek Hoofdstraat 90-94 te Epe. E-consultancy rapport.
Moerman, S., Vossen, N., 2017: Korte Kuipersweg, Epe. Gemeente Epe. IDDS Archeologie rapport 1987.
Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten
Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (aanvulling op de KNA 3.1). SIKB, Gouda.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda.
Spanjaard G.W.J., 2016: Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek; Doorsteek Brinklaan te Epe in de gemeente Epe. E-consultancy rapport 15025168.
Vanderhoeven, T., Grothe, K., Hendrinksen, M., Kars, E., Kreuning, J., van der Laan, J., Mittendorff, E., de Moor, J., de Rijk P. T. A., 2020: Een erf uit de Volle Middeleeuwen. Archeologisch onderzoek in de Hoofdstraat/Korte Kuipersweg te Epe d.m.v. een proefsleuvenonderzoek en een definitief archeologisch onderzoek. EARTH Integrated Archaeology-rapport 135.
Internet (geraadpleegd juli 2021) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
23 van 24
Project: Hoofdstraat 117 te Epe. Bureauonderzoek Projectnummer: S220042 versie 1
http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ topotijdreis.nl pdok.nl
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
24 van 24
Bijlagen:
Bijlage 1:
Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).