CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

826465 BB02 Bijlage Bestedingsplan BDUR in VNOG 2023 ev 30mrt23

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente EpeBij agendapunt: (Hamerstuk) Jaarstukken 2022, Conceptbegroting 2024 VNOG en wijziging GR8.178 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestedingsplan Ophoging BDUR 2023 e.v.

Vastgesteld door algemeen bestuur van VNOG op 30 maart 2023

Inhoudsopgave

1. Aanleiding ophoging BDUR

3

2. Hoogte ophoging en verdeling over de doelstellingen en verdeling over de veiligheidsregio’s

3

3. Bedrag 2023 voor VNOG

5

4. Besteding VNOG

5

Totaaloverzichten

16

Aandachtspunten

19

Pagina 2 van 20

1. Aanleiding ophoging BDUR Het Rijk gaat de komende jaren stapsgewijs de bijdrage aan de veiligheidsregio’s structureel verhogen. Dit betreft de BDUR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding). Er liggen hier voornamelijk twee ontwikkelingen aan ten grondslag. Evaluatie Wet veiligheidsregio’s Ten eerste is in 2020 de Wet veiligheidsregio’s geëvalueerd. De minister heeft bepaalde aanbevelingen van de externe onderzoekscommissie verwerkt in de ‘Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’. Deze Contourennota is eind 2022 aan de Kamer aangeboden. De Contourennota beoogt om verbeteringen aan te brengen. Op termijn moet de Contourennota leiden tot een aanpassing van de Wet veiligheidsregio’s. Ervaringen tijdens recente crises Ten tweede is op basis van de ervaringen tijdens de corona- en asielcrisis gebleken dat veiligheidsregio’s zich fors hebben moeten inspannen voor de crisisbestrijding. Met het oog op rampen en crises van de toekomst, die zich kenmerken door toenemende complexiteit, duur, grensoverschrijding en onvoorspelbaarheid, is het nodig om dit te behouden en te versterken. Daarom is besloten om als Rijk en veiligheidsregio’s te investeren in het verder professionaliseren van de crisisbeheersing, inclusief informatievoorziening. Dit is ook geconstateerd in de Contourennota.

De minister zal in nauw overleg met onder andere het Veiligheidsberaad gezamenlijke landelijke doelstellingen op het gebied van de crisisbeheersing afkondigen. Deze hangen mede samen met de Contourennota. De veiligheidsregio’s kunnen de extra financiële middelen aanwenden voor de uitvoering van deze gezamenlijke landelijke doelstellingen binnen hun regio.

2. Hoogte ophoging en verdeling over de doelstellingen en verdeling over de veiligheidsregio’s De ophoging van de BDUR is structureel en bedraagt oplopend € 46 miljoen in 2023, € 57 miljoen in 2024 (+ 11 mln t.o.v. 2023), € 73 miljoen in 2025 (+ 16 mln t.o.v. 2024) tot € 83 miljoen in 2026 (+ 10 mln t.o.v. 2025). De bedragen voor 2024 e.v. zijn nog niet zeker. Jaar 2023 2024 2025 2026

Bedrag (structureel) 46 miljoen 57 miljoen (+ 11 mln. t.o.v. 2023) 73 miljoen (+ 16 mln. t.o.v. 2024) 83 miljoen (+ 10 mln. t.o.v. 2025) 83 miljoen structureel

De volgende onderwerpen zijn door het Rijk en de veiligheidsregio’s aangedragen: 1. Versterking crisisbeheersing: Veiligheidsregio’s moeten beter in staat worden gesteld zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) rampen en crises door het fundament te versterken en te investeren in het netwerk, platform, flexibiliteit, preparatie op en waarborgen bij langdurige crises, (langdurig) bemensen en ondersteunen van crisisteams, interregionale en Rijk-regio samenwerking en risico-en crisiscommunicatie. Daarnaast dient professionalisering plaats te vinden door te investeren in capaciteiten, onderzoek, opleiden, trainen en oefenen. Het zwaartepunt van de aanpak van recente en toekomstige crises bevindt zich op het bovenregionale landelijke en nationale niveau, daar dienen de veiligheidsregio’s, het Rijk en andere partners zich gezamenlijk beter op voor te bereiden. Hiertoe zal in flexibele netwerksamenwerking worden geïnvesteerd. Pagina 3 van 20

2. Informatiepositie (2a. per regio èn 2b. gezamenlijk): De informatiepositie van de veiligheidsregio’s wordt versterkt en gewaarborgd door het inrichten van gegarandeerde Veiligheids Informatie Knooppunten per veiligheidsregio. Dit stelt veiligheidsregio’s in staat om gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld, de besluitvorming tijdens crises te ondersteunen en informatie uit te wisselen met netwerkpartners. De gezamenlijke informatiepositie wordt versterkt via het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en het Rijk. Voor de ontwikkeling en het beheer van informatiesystemen is een impuls nodig. Vanwege de verbinding tussen Regio’s en Rijk en de behoefte om hier eenheid in te organiseren wordt dit gezamenlijk door de veiligheidsregio’s (via het NIPV) en het Rijk georganiseerd. 3. Informatie-uitwisseling (inrichten KCR-2): De bovenregionale en landelijke coördinatie op de voorbereiding en aanpak van crises vraagt om de inrichting van het Knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk (KCR-2). Dit knooppunt biedt 24/7 landelijke ondersteuning in coördinatie en informatiemanagement tussen veiligheidsregio’s, Rijk en crisispartners.

Het Veiligheidsberaad heeft met het ministerie afgesproken om de ophoging van de BDUR in 2023 als volgt over de onderwerpen te verdelen: 50% voor crisisbeheersing, 40% voor informatiepositie (waarvan op zijn beurt 70% voor regionale informatievoorziening, 25% voor NIPV en 5% voor Rijk) en 10% voor het inrichten van KCR-2. Het Veiligheidsberaad heeft bovendien op 10 oktober 2022 besloten hoe de verdeling over de veiligheidsregio’s gaat: Verdeling 50%

2023 € 23 mln.

40%

€ 18,4 mln.

10% 100%

€ 4,6 mln. € 46 mln.

Doel 1. Versterking crisisbeheersing Informatievoorziening, waarvan: > 2a. 70% (€ 12,88 mln.) voor de 25 regio’s > 2b. 25% (€ 4,6 mln.) voor NIPV > 2b. 5% (€ 0,92 mln.) voor Rijk 3. Landelijke voorziening KCR-2

Verdeling over regio’s te verdelen over de 25 veiligheidsregio’s via de gebruikelijke BDUR-verdeelsleutel gelijkelijk te verdelen over de 25 veiligheidsregio’s (elk 4%) middelen blijven voorlopig op de begroting van het ministerie staan en worden voor nu direct door het ministerie verrekend met het NIPV, Rijk en KCR-2.

Vanaf 2024 komen t/m 2026 ieder jaar de volgende tranches beschikbaar. De exacte verdeling van die middelen staat nog niet vast in verband met de benodigde flexibiliteit met het oog op lopende ontwikkelingen. Hier is een procesafspraak over gemaakt met het ministerie. Afspraak is dat uiterlijk 31 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar dat de aanvullende extra middelen beschikbaar komen, afspraken tussen de veiligheidsregio’s en het ministerie zijn gemaakt over de verdeling van die middelen. Als deze afspraken niet tijdig zijn gemaakt, geldt voor dat jaar dat de middelen ook in de drieslag 50%/40%/10% structureel worden toegewezen. Dus uiterlijk 31 juli 2023 wordt duidelijk wat het bedrag en de verdeling voor 2024 zal zijn, etc. In de concept VNOG begroting 2024 die begin april 2023 verschijnt, wordt het bestedingsplan voor 2024 al wel vast verwerkt. Mocht het ministerie in juli met aanpassingen komen, dan wordt de begroting 2024 door middel van een begrotingswijziging hierop aangepast. Tevens vindt in de loop van 2023 evaluatie plaats op de voortgang van de versterking/besteding, daarbij wordt ook gekeken naar de actualiteit (o.a. actuele crises), waarbij ook bezien wordt hoe de andere veiligheidsregio’s hiermee zijn omgegaan en de ontwikkelingen bij de landelijke voorziening en het Rijk.

Waar nodig kan de voorgenomen besteding van 2024 daarop dan ook nog worden bijgesteld in genoemde begrotingswijziging. Verder vindt t.z.t. ook tussentijds evaluatie plaats voordat de tranches voor 2025 en 2026 worden ingezet.

Pagina 4 van 20

3. Bedrag 2023 voor VNOG VNOG heeft op basis van de voorgaande paragraaf en de beschikking BDUR van december 2022 het volgende bedrag gekregen voor 2023: VNOG Doelstelling 1. Crisisbeheersing Doelstelling 2. Informatievoorziening waarvan: 2a. Regionale informatievoorziening Totaal

2023 1.029.000

515.200 1.544.200

Een inschatting van de bedragen voor VNOG voor 2024 t/m 2026 staat in onderstaande meerjarige overzicht. Het zijn structurele bedragen; ieder jaar komt de volgende tranche er dus extra bij bovenop. Zoals hiervoor aangegeven: de exacte hoogte en verdeling van de tranches voor 2024 e.v. staat nog niet vast.

Crisisbeheersing Informatievoorziening (o.a. VICC) Totaal

2023

2024

2025

2026

Totaal

1.029.000

246.100

357.900

223.700

1.856.700

515.200

123.200

179.200

112.000

929.600

1.544.200

369.300

537.100

335.700

2.786.300

4. Besteding VNOG In het navolgende bestedingsplan is steeds ook een doorkijk met een meerjarige planning t/m 2026 opgenomen, waarbij onderwerpen over meerdere jaren logisch opvolgend zijn ingepland, zodat er een geleidelijke, op elkaar afgestemde opbouw plaatsvindt. Vergroting van flexibiliteit is een belangrijk thema in de Contourennota en daarmee ook in het bestedingsplan. Het is immers niet te voorspellen wat de toekomstige crisis precies zal zijn en welke prestaties dan van de veiligheidsregio verwacht gaan worden. Het is daarom zaak om wendbaar te zijn en snel te kunnen inspelen op onverwachte omstandigheden. Dat is in het bestedingsplan meegenomen. Hier staat tegenover dat VNOG de huidige grootste risico’s natuurlijk wel in beeld heeft (bijv. natuurbrand) en hier is rekening mee gehouden bij het opstellen van het bestedingsplan. Tevens is bekend op welke onderdelen van crisisbeheersing en informatievoorziening op dit moment doorontwikkeling nodig is. Het bestedingsplan richt zich daar op, zodat in de eerste jaren op die onderwerpen de meeste winst behaald kan worden. Elk onderdeel van het bestedingsplan heeft een nummer gekregen. De 1-serie betreft flexibiliteit, de 2-serie crisisbeheersing en de 3-serie informatievoorziening. Er is ingezet op synergie over afdelingsen teamgrenzen heen.

Bij formatie-uitbreiding is gerekend met een gemiddeld bedrag van € 100.000 per fte; in dit bedrag zit circa € 15.000 aan overheadkosten (ICT, telefonie, licenties, abonnement, huisvesting, meubilair, facilitair, etc. en ondersteuning (HRM, Financiën, secretarieel, etc.)). Omdat het bestedingsplan pas in de loop van 2023 is vastgesteld, de werving daarna pas kan starten en de wervingsprocedure enige maanden zal vergen, is voor 2023 gerekend met 75% van de formatiekosten (9 maanden mensen in dienst in 2023). Als laatste volgt een totaal doorrekening.

Pagina 5 van 20

1.1. Noodfonds crisisbeheersing (tevens egalisatie-instrument) en flexibel exploitatiebudget Het versterken van flexibiliteit is één van de doelstellingen binnen het onderdeel crisisbeheersing van de BDUR-ophoging. Veiligheidsregio’s worden geacht om flexibeler te worden en sneller te kunnen handelen als een crisis om actie vraagt. Wat de volgende crisis precies gaat vragen, is nu echter niet te voorspellen. Het is daarom nodig om te kunnen beschikken over een flexibel inzetbaar budget, in de vorm van snel inzetbare exploitatie-gelden en een Noodfonds crisisbeheersing (voorziening). Ten tweede heeft de inzet van VNOG bij de afgelopen langdurige crises geleerd dat VNOG soms materialen moet aanschaffen die niet voorzien zijn in de begroting, denk bijvoorbeeld aan de inrichting van de zorghotels. De afgelopen crises hebben verder geleerd dat er op bepaalde momenten een (aanzienlijke) hoeveelheid extra uitvoerende mankracht nodig is en er op andere momenten juist behoefte is aan experts. Hiervoor dient externe inhuur te kunnen plaatsvinden. Inhuur vindt soms ook plaats om de reguliere organisatie te ontlasten en ter vervanging van interne medewerkers die bij een crisis worden ingezet en daardoor niet hun reguliere taken kunnen uitvoeren. Om deze kosten achteraf te kunnen verhalen bestonden er in de vorige crises declaratieregelingen, bijvoorbeeld bij het Rijk.

De verwachting is dat deze regelingen geheel of ten dele komen te vervallen als de BDUR stijgt. Ook om deze reden is een flexibel budget benodigd. Het totaal benodigde bedrag voor flexibiliteit is als volgt bepaald. Op basis van de ervaringen bij corona (kosten € 1.000.000 in twee jaar) en Oekraïne (€ 900.000 in één jaar) wordt vooralsnog gedacht aan een beperkt bedrag van circa € 700.000 (bedrag in het midden van de ervaringscijfers), indien declaratieregelingen van het Rijk nog doorlopen. Dit wordt via twee lijnen ingeregeld: een Noodfonds crisisbeheersing voor onvoorziene uitgaven (in 2023 storting hierin van € 454.200) en een structureel flexibel exploitatiebudget (van ieder jaar € 150.000). In totaal is er dan € 150.000 + € 454.200 = € 604.200 beschikbaar. Het exploitatiebudget is snel inzetbaar; wanneer nodig kan VNOG direct handelen. Voor de inzet van het Noodfonds crisisbeheersing is steeds een besluit van het bestuur nodig. Het Noodfonds staat meerjarig vast, het exploitatiebudget is ieder jaar structureel opnieuw beschikbaar. Het Noodfonds crisisbeheersing wordt ingesteld door een storting in 2023 in deze voorziening. Het AB stelt het plafond van de voorziening vast, het doel (namelijk bekostiging van onvoorziene materialen, diensten en inhuur bij (langdurige) crises) en de looptijd van de voorziening (namelijk voor onbepaalde tijd).

De voorziening kent ook nog een derde doel: het is een financieel-administratief instrument om in enig jaar niet gebruikte BDUR-middelen in te parkeren, zodat ze geoormerkt beschikbaar blijven en indien nodig in volgende jaren kunnen worden ingezet ter egalisatie van de kosten. Vandaar dat het plafond van de voorziening op € 2,5 miljoen staat. Op die manier wordt voorkomen dat gemeenten moeten bijpassen. De meerjarige doorkijk geeft nu aan dat er komende jaren twee onttrekkingen aan de voorziening voorzien zijn en ook weer stortingen aan het einde van het BDUR-ophogingstraject, om de voorziening op peil te houden (zie ook toelichting verderop in dit bestedingsplan bij het totaaloverzicht van de meerjarige doorkijk). Na een beroep op het Noodfonds bij een crisis moet hij op enig moment weer worden aangevuld; zeker als het exploitatiebudget ook is ingezet; het is cruciaal dat hij op peil blijft, maar wat precies het beste peil is, is niet bekend en afhankelijk van de langdurige crises waar we op dat moment mee van doen hebben en de toekomstige opstelling van het Rijk omtrent declaratiemogelijkheden. De hoogte is nu gebaseerd op eerdere ervaringen en in de veronderstelling dat er nog wat bij het Rijk gedeclareerd kan worden, maar het Noodfonds kan bij volgende crises te laag (of te hoog zijn). Hoe Pagina 6 van 20

het Noodfonds (weer) op peil wordt gebracht, wordt afgewogen in het algemeen bestuur bij de behandeling van de planning en control documenten (bijv. bij de jaarrekening). Op termijn moet het flexibele budget wellicht, als declaratiemogelijkheden gaan verdwijnen, verder groeien. Besteding 2023: Storting in Noodfonds crisisbeheersing van € 454.200 Invoering exploitatiebudget € 150.000, structureel 1.2. Coördinatie flexibele inzet Bij een langdurige crisis is er behoefte aan uitvoerende capaciteit en specialistische capaciteit. Recente voorbeelden waarbij er hiervan sprake was, zijn de Covid- en vluchtelingen crisis. Extern personeel inhuren is lastig, want de capaciteit is beperkt, en iedereen vist in dezelfde vijver. Bovendien is ingehuurd personeel vaak niet ingewerkt. Tijdens een ramp of crisis kan VNOG haar eigen personeel inzetten. Bij werving van nieuw personeel zal VNOG expliciet opnemen dat mensen flexibel inzetbaar moeten zijn voor de crisisorganisatie. Een deel van het VNOG personeel zal vanuit een neventaak (ROF) of hoofdtaak (repressie) al ingezet worden. Voor een langdurige inzet is het nodig om het reguliere werk af te schalen en te bepalen welk regulier werk altijd doorgang moet vinden. En daarmee ook mensen vrij te stellen van de inzet voor de ramp.

Dan kan naast personeel met een neventaak ook ander personeel vrijgemaakt worden en onderdeel worden van de flexibele schil. Die flexibele schil is VNOG uiteindelijk met al het personeel. Dit vereist continuïteitsplannen op team niveau en de durf om het reguliere werk af te schalen. Hierdoor kan VNOG interne wendbaarheid creëren. Daarbij is het ook goed om medewerkers voor te bereiden op een inzet voor een crisis en hier dus al het personeel over voor te lichten, te trainen en betrokken te houden. Ook is het goed om in kaart te hebben welke medewerkers niet inzetbaar zijn of wel inzetbaar zijn om de afgeschaalde organisatie door te zetten. Naast het vaste personeel zijn er ook verbonden partijen en vrijwilligers waar VNOG mogelijk een beroep op kan doen. Bij een langdurige inzet zullen (ROF) medewerkers als eerste ingezet worden. Op dit moment doet iedereen de ROF taak naast zijn reguliere werk. Dit stapelen van taken is een risico, te overwegen valt om voor bepaalde functies structureel tijd in te ruimen voor de extra taken en hiervoor ook geld of formatie beschikbaar te stellen. Dit alles vergt coördinatie, het vooraf maken van plannen, matchen van medewerkers op taken, etc. Formatie hiervoor is nu niet beschikbaar. Voor deze interne mobiliteitscoördinatie en het matchingsproces (samenwerking HRM/RCB) is 0,2 fte benodigd.

Deze formatie gaat zich ook bezighouden met wervingsbeleid voor nieuw personeel en beleid voor het vasthouden van bestaand personeel. Besteding 2023: Uitbreiding met 0,2 fte, € 20.000 structureel, voor 2023 75% = € 15.000 2.1. Inrichting Crisisbeheersing In het kader van de versterking van crisisbeheersing conform de Contourennota wordt nieuw personeel aangetrokken; het team Crisisbeheersing gaat uiteindelijk bijna verdubbelen. Het is daarom verstandig om tegen het einde van het traject te beschouwen of de huidige inrichting nog voldoet of dat hier aanpassingen nodig zijn. Op basis van de ervaringen die komende jaren worden opgedaan zal duidelijk worden hoe de organisatiestructuur voor Crisisbeheersing verder moet worden vormgegeven en aangestuurd. In de planning is vooralsnog per 2025 al wel vast een bedrag gereserveerd voor eventuele aanpassingen, zowel voor formatie als voor exploitatie voor ontwikkeling en ondersteuning van medewerkers. Als het nodig is om aanpassingen te doen, dan is hier in ieder geval financieel Pagina 7 van 20

alvast rekening mee gehouden. Als dan mocht blijken dat er geen aanpassingen nodig zijn, kunnen de middelen anders worden ingezet. Besteding 2023: Geen Doorkijk komende jaren: 2025: uitbreiding met 1 fte € 100.000 structureel 2025: uitbreiding exploitatiebudget € 20.000 structureel 2.2. Bevolkingszorg In de huidige situatie worden in de koude fase de taken voor Bevolkingszorg uitgevoerd door de gemeenten, waarbij de afspraak is dat elke gemeente een evenredige bijdrage levert. Dit gaat bijv. om het volgen van nieuw beleid en dit doorvertalen, het deelnemen aan regionale werkgroepen, het organiseren van regiobrede activiteiten op het gebied van Bevolkingszorg (met name opleiden trainen en oefenen van functionarissen Bevolkingszorg en de ondersteuning van de expertteams). In de praktijk leveren gemeenten uiteenlopende inspanningen; het zorgt voor een extra belasting voor de gemeentelijk medewerkers voor wie dit niet hun core business is en die het erbij moeten doen. Dit leidt tot versnippering. Vanuit VNOG is nu een beperkt bureau Bevolkingszorg beschikbaar. Een mogelijke oplossing hiervoor zou een uitbreiding van het Bureau Bevolkingszorg kunnen zijn. Het wordt dan mogelijk om de taken die nu (versnipperd) in de gemeenten worden uitgevoerd, centraal te beleggen en daarmee efficiënter en effectiever te werken.

Het zou hierbij gaan om enerzijds beleidsmatige taken (uitbreiding met 1 fte) en anderzijds om uitvoerende taken (uitbreiding met nogmaals 1 fte). In de warme fase zijn de gemeenten belast met de invulling van de Bevolkingszorgtaken voor de betreffende ramp of crisis. Gemeenten hebben behoefte aan ondersteuning vanuit het VNOG Bureau Bevolkingszorg bij langdurige crises waarbij meerdere of alle gemeenten betrokken zijn (bv Corona en vluchtelingen) en bij een ramp / incident waarvoor veel capaciteit nodig is die de gemeente op dat moment niet kan leveren bijv. omdat sprake is van uitval van eigen personeel (langdurige ziekte). Met de versterking van 2 fte zou verder ook al kunnen worden geanticipeerd op mogelijke aanvullende eisen op het gebied van kwaliteit Bevolkingszorg en op het proces ‘herstel & nazorg’ in de herziene Wet veiligheidsregio’s. In de herziene Wet veiligheidsregio’s wordt naar alle waarschijnlijkheid daarnaast tevens een regiorol neergelegd bij het AB van de veiligheidsregio, waarbij de uitvoering bij de Coördinerend Functionaris Gemeenten (CFG) komt te liggen. Dit is een nieuwe taak waarvoor op dit moment geen formatie is. Voor het uitvoeren van deze regierol en de ondersteuning van de CFG (als dit doorgaat in de herziene Wet) wordt 0,5 fte beleidscapaciteit voorzien. Totale uitbreiding komt daarmee dus op 2,5 fte.

Het CSO wil bovengenoemde denkrichtingen in 2023 eerst nader onderzoeken, alvorens het daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Voor het onderzoek wordt in 2023 eenmalig € 30.000 ingezet (exploitatie) voor inhuur. In de berekening voor 2023 en de doorkijk is overigens vooralsnog al wel vast rekening gehouden met de gefaseerde uitbreiding van 2,5 fte. Mocht dit toch niet doorgaan dan komen de middelen beschikbaar voor andere onderwerpen. Besteding 2023: Uitbreiding exploitatiebudget, eenmalig, € 30.000

Pagina 8 van 20

Uitbreiding met 1 fte, € 100.000 structureel, voor 2023 75% = € 75.000 (onder voorbehoud van uitkomsten onderzoek in 2023) Doorkijk komende jaren (onder voorbehoud van uitkomsten onderzoek in 2023): 2024: uitbreiding met 1,0 fte, € 100.000 structureel 2025: uitbreiding met 0,5 fte, € 50.000 structureel 2.3. Multi Operationele Organisatie (MOO) (koude fase) De Multi operationele crisisorganisatie (MOO) evalueert incidenten, rapporteert over de staat van de rampenbestrijding, zorgt voor de inrichting van operationele ruimten (ook bij verhuizing), ontwikkelt het kwaliteitsmanagementsysteem, organiseert leerbijeenkomsten bijv. omtrent de werkwijze van crisisteams, organiseert functiebijeenkomsten, werft en beziet de kwaliteit van de ontkleurde functionarissen (OL/LC/IM’ers/Beleidsondersteuners/Loggers/Plotters, ongeveer 40 personen). Momenteel is hiervoor 1,5 fte beschikbaar. Het MOO proces wordt op onderdelen door gebrek aan reguliere capaciteit onvoldoende uitgevoerd. De capaciteit is onvoldoende om de komende jaren een goede invulling te geven aan het organiseren en verbeteren van de kwaliteit en inbedding van de flexibele crisisorganisatie conform de Contourennota en komende herziening van de Wet veiligheidsregio’s. Uitbreiding is daarom noodzakelijk voor de doorontwikkeling van de (flexibele) crisisorganisatie en kwaliteitszorg voor de multidisciplinaire crisisorganisatie.

De uitbreidingscapaciteit wordt gefaseerd ingevoerd. Deze fasering is nodig om nieuwe collega’s voldoende te kunnen inwerken (kost bestaande capaciteit) en in het overdragen van kennis vanuit bestaande capaciteit. Daarnaast is extra exploitatiebudget nodig voor bijeenkomsten en systemen. Ook dit budget wordt gefaseerd ingevoerd, oplopend met de uitbreiding van de formatie. De volgende resultaten worden beoogd: − Ontwikkeling en beheer kwaliteitszorgsysteem voor de multi-crisisorganisatie in samenhang met Brandweer en GHOR − Het voorbereiden en ondersteunen van de flexibele inzet van de crisisorganisatie conform landelijke ontwikkelingen − Multidisciplinaire procedures opstellen, geïmplementeerd voor de flexibele crisisorganisatie Besteding 2023: Uitbreiding exploitatiebudget, € 15.000 structureel Doorkijk komende jaren: 2024: uitbreiding met 0,5 fte, € 50.000 structureel 2024: uitbreiding exploitatiebudget, € 25.000 structureel 2025: uitbreiding met 1 fte, € 100.000 structureel 2025: uitbreiding exploitatiebudget, € 10.000 structureel 2026: uitbreiding exploitatiebudget, € 10.000 structureel 2.4. Multi Operationele Organisatie (MOO) (scenario) Het opstellen en analyseren van scenario’s wordt op dit moment ad hoc ingevuld. Er is geen gedegen onderzoek gedaan naar methodieken en in welke situaties welke methodiek toe te passen voor de lauwe en responsfase.

Scenario’s kunnen bijdragen in de beeldvorming en welke impactmaatregelen kunnen worden genomen, zowel in de lauwe als responsfase. Door de hier voorgestelde uitbreiding met 1 fte wordt invulling gegeven aan het gestelde in de Contourennota waarin wordt aangegeven dat risico-inventarisatie en analyses voor zowel de inventarisatie als voorbereiding op de responsfase verder moeten worden geïntensiveerd en geharmoniseerd. Op die manier kan VNOG beschikken

Pagina 9 van 20

over scenarioteams met voorspellende waarde met voldoende specifieke kennis voor ROVT, ROT of RBT. Besteding 2023: Uitbreiding met 1 fte, € 100.000 structureel 2.5. Planvorming De (langdurige) crises en nieuwe type crises houden zich niet aan regiogrenzen en vragen meer aandacht voor de afstemming met buurregio’s, landelijk maar ook grensoverschrijdend. Denk hierbij aan ontwikkelingen in het kader van klimaatverandering, energietransitie en cyberveiligheid. De VNOG werkt steeds meer samen in Oost-5 verband, mede ten gevolge van de samenvoeging van de meldkamers in Oost-Nederland. De samenwerking levert verbeteringen op, maar vraagt ook een tijdsinvestering. Deze zelfde lijn is door te trekken naar landelijke planvorming. Gewerkt wordt aan nationale plannen waarvoor regionale bijdragen worden gevraagd. Daarnaast heeft de VNOG een ambitie op landsgrensoverschrijdende samenwerking. Hiervoor is ook onlangs een convenant afgesloten met de naastgelegen Kreis. Een netwerk opbouwen en in stand houden kost tijd en om dit structureel te borgen is ophoging van de formatie nodig ter grootte van 1,5 fte, gefaseerd in te voeren. Besteding 2023: Geen Doorkijk komende jaren: 2024: uitbreiding met 1 fte, € 100.000 structureel 2026: uitbreiding met 0,5 fte, € 50.000 structureel 2.6.

Versterking methodische aanpak risicoanalyse In VNOG wordt steeds meer gekeken naar risico’s, analyse daarvan etc. als basis voor de voorbereiding en het handelen. Ook in de Contourennota ligt daar de focus op. Hiervoor worden risico-analisten ingezet. Vanuit een brede risico-inventarisatie werken risico-analisten (met vakinhoudelijke expertise) met behulp van wetenschappelijk onderbouwde rekenmethodieken aan de duiding van risico’s. De risicoanalist onderzoekt, benoemt en becijfert risico’s met behulp van softwaremodellen en digitale tools, via een methodische aanpak van het monitoren, analyseren en voorspellen van risico’s (en de impact hiervan) en het adviseren over mogelijkheden om veiligheid te vergroten of te waarborgen (risicobeleid). Het is de bedoeling dat de methodische aanpak een generiek proces wordt voor alle risicotypen in VNOG, zowel mono als multi. Momenteel beschikt VNOG hier niet over. De aan te trekken expertise kan ingezet worden voor de trends die worden waargenomen in de fysieke leefomgeving: − Klimaatverandering (specifiek natuurbrandrisico) − Energietransitie − Demografische ontwikkelingen − Technologische ontwikkelingen − Moedwillig handelen Dit onderwerp hangt samen met de ontwikkeling van het VICC en R!sq (3.1. en 3.2.); de plannen versterken elkaar.

Pagina 10 van 20

Besteding 2023: Uitbreiding met 1 fte, € 100.000 structureel, voor 2023 75% = € 75.000 2.7. Crisiscommunicatie De ervaringen met Covid-19 en de opvang van ontheemden Oekraïne bevestigen nog maar weer eens dat crisiscommunicatie een eigen vak is. Binnen VNOG is momenteel 1 fte begroot voor crisiscommunicatie. De praktijk heeft laten zien dat de senior communicatie voor haar volledige tijd ingezet is op deze crises en in enkele weken zelfs meer dan volledig, met daarnaast de ondersteuning van het team Communicatie en externen. De gemeenten hebben de inzet van de VNOG enorm gewaardeerd. De VNOG pakt haar rol om als één overheid over rampen en crises naar buiten te treden. Daarnaast is de vraag naar crisiscommunicatie incl. handelingsperspectieven in de afgelopen tijd enorm gestegen. De hoeveelheid kanalen is divers en doelgroepen verwachten op hun eigen wijze te worden aangesproken. Tevens zijn er diverse middelen en technieken. Dit vraagt een investering in menskracht en de benodigde kennis en materialen om hierop te kunnen inspelen. Om dit robuuster in te richten wordt de capaciteit voor crisiscommunicatie uitgebreid met 2 fte en wordt daarnaast een budget te gereserveerd voor crisiscommunicatiemiddelen (hiervan kunnen dan o.a. bijeenkomsten worden georganiseerd).

Besteding 2023: Uitbreiding met 1 fte, € 100.000 structureel, voor 2023 75% = € 75.000 Uitbreiding exploitatiebudget, € 30.000 structureel Doorkijk komende jaren: 2026: uitbreiding met 1 fte, € 100.000 structureel 2.8. GHOR Om aan te kunnen sluiten op de landelijke Visie Versterking Crisisbeheersing Witte Kolom, zal GHOR VNOG de komende jaren de vakbekwaamheid van crisisfuncties GHOR en zorgpartners op een hoog niveau moeten houden. Voor zover we dit nu kunnen overzien, moet geïnvesteerd worden in een aantal innovaties zoals: ontwikkeling van e-learnings voor crisisfunctionarissen, ontwikkeling van trainingsvormen in het kader van opschaling en taken en rol GHOR-organisatie ( ‘Hoe lopen de lijnen’), intensivering van de multidisciplinaire samenwerking binnen crisisbeheersing en vakbekwaamheid, doorontwikkeling vakbekwaamheid nieuwe zorgpartners (ook niet acute zorgpartners), doorontwikkeling Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB)-oefeningen, doorontwikkeling samenwerking en oefeningen met o.a. GGB in het kader van internationale samenwerking. Voor het uitvoeren van al deze taken is een uitbreiding met 0,5 fte noodzakelijk, alsmede een exploitatiebudget. Besteding 2023: Uitbreiding met 0,5 fte, € 50.000 structureel, voor 2023 75% = € 37.500 Uitbreiding exploitatiebudget, € 25.000 structureel 2.9.

MOTO (multi opleiden, trainen, oefenen) Het opleiden, trainen en oefenen op bestaande en langdurige crises is een van de hoofdprocessen van VNOG. VNOG investeert met de pijler ‘vakbekwaam en deskundig’ op een operationele crisisorganisatie die vakbekwaam is om haar werk adequaat uit te voeren. Om dit te realiseren is het nodig om meer vakbekwaamheidsmomenten aan te bieden en ook andere, innovatieve manieren van trainen en oefenen. Denk aan e-learnings, serious gaming en ook virtual reality. De insteek is een divers

Pagina 11 van 20

en modern aanbod op zowel individueel als teamniveau. Waar mogelijk kan hierbij worden samengewerkt met bijv. de GHOR (zie voorgaande onderwerp), Brandweerzorg en/of Bevolkingszorg. Momenteel worden met name de individuele crisisteams geoefend. De behoefte vanuit de operationele functionarissen is om dit uit te breiden met een ketenoefening om de interactie tussen de teams te beoefenen. Tevens zal MOTO haar aanbod uitbreiden met trainingsmogelijkheden voor de flexibele schil die bij langdurige crisis zou kunnen worden ingezet. Daarnaast wordt de komende jaren aandacht besteed aan landelijke, interregionale en internationale oefeningen. Dit is nodig om te leren van crises die zich in Nederland en internationaal voordoen. Het oprichten van een kennis- en oefenbank zal hierin ondersteunen. Besteding 2023: Uitbreiding met 1,5 fte, € 150.000 structureel, voor 2023 75% = € 112.500 Doorkijk komende jaren: 2024: uitbreiding met 1 fte, € 100.000 structureel 2024: uitbreiding exploitatiebudget, € 50.000 structureel 3.1. VICC/R!sq (formatie) Het versterken van de informatiepositie is één van de hoofddoelstellingen van de ophoging van de BDUR en wordt uitgebreid beschreven in de Contourennota. Dit is een opgave voor de veiligheidsregio’s individueel, maar ook gezamenlijk en van het Rijk.

Een deel van de BDUR-ophoging blijft dan ook vooralsnog op de begroting van het Ministerie staan en geeft het Ministerie aan het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), het Rijk en het Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk (KCR2). Een deel van de inspanning voor het verbeteren van de informatiepositie wordt dus door het NIPV, Rijk en KCR-2 opgepakt. Een deel van de inspanning moeten de regio’s echter ook zelf individueel gaan oppakken. Het Veiligheidsinformatie en coördinatiecentrum (VICC) en de applicatie R!sq zijn daarbij belangrijke ontwikkelingen in VNOG: − Het VICC is één faciliteit binnen de veiligheidsregio waarin alle processen rondom multidisciplinair informatiemanagement en het faciliteren van de crisisorganisatie bijeen komen. Met de inrichting van een VICC wordt invulling gegeven aan de landelijke verplichting uit de Contourennota om in elke regio een veiligheidsknooppunt te hebben en om dat aan te sluiten op de landelijke voorziening KCR-2 (Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk). Het VICC past ook in de regionale ambitie om te beschikken over een informatie-gestuurde crisisorganisatie. Het team Crisisbeheersing werkt reeds aan een VICC in opbouw. Voor het VICC is momenteel beperkt formatie beschikbaar. Door vanuit de BDUR hiervoor middelen te reserveren, kan het VICC verder worden ingericht en kan worden voldaan aan de landelijke verplichtingen (o.a.

24/7 monitoring en gegarandeerde technische ondersteuning). Daarbij kan direct ook een goede aansluiting tussen het VICC en de meldkamer worden ingericht, alsook het gebruik van moderne actuele digitale mogelijkheden worden meegenomen. − R!sq is een innovatieve interactieve website voor inwoners, partners en eigen collega’s. De gebruiker krijgt op basis van allerlei filters, die hij zelf kan aangeven, gerichte informatie over het brandrisiconiveau in de eigen omgeving en concrete tips. R!sq gaat nu alleen nog over brandrisico’s in woningen en woongebouwen, maar in de toekomst wil VNOG meer risicotypen uit het regionaal risicoprofiel aan R!sq toevoegen, zodat het een multi-applicatie wordt. Het is een waardevol instrument in het duiden van de risico’s, de voorbereiding op de risico’s en het risicogerichte gesprek voor zowel professionals, partners en publiek. Het stimuleert de interdisciplinaire samenwerking. Het project R!sq heeft incidentele middelen gekregen, in afwachting op de Pagina 12 van 20

resultaten. Door vanuit de BDUR structurele middelen beschikbaar te stellen, kan het structureel worden geborgd. De doelstellingen van R!sq passen binnen de hoofdlijnen die in de Contourennota en de ophoging van de BDUR worden geschetst. Voor het inrichten van VICC en om te kunnen voldoen aan de landelijke vereisten omtrent het VICC is extra capaciteit benodigd. Dit betreft zowel vaste medewerkers als een flexibele schil. Deze capaciteit kan in deze fase vervolgens ook worden ingezet om vraagstukken voor R!sq op te pakken. Dit is mede van belang omdat R!sq een belangrijke tool voor het VICC is. Daarmee wordt synergie bereikt alsmede efficiënte inzet van middelen. De volgende capaciteit is voor het VICC benodigd: Vaste medewerkers − Coördinator VICC 1,0 FTE − Data-analist VICC 1,0 FTE (reeds ingevuld voor 2 jaar, per 2024 t.l.v. BDUR) − Vakspecialist risicoinformatie & geodata 1,0 FTE − Facilitator/beheerder 1,0 FTE − Coördinerend informatiemanager, CIM 1,0 FTE Totaal: 5,0 fte Flexibele schil − Hoofden informatie van de kolommen − Data-analisten van de kolommen − Vakspecialisten − BI-specialisten − ICT-specialisten − Beleidsmedewerker − Jurist − Planvormer − Evenementen adviseur − Communicatie adviseur − OTO-specialist − Vormgever De lijst van flexibele schil medewerkers is niet uitputtend.

Afhankelijk van de ontwikkelingen en type incident waar aan gewerkt wordt, worden andere medewerkers en/of partner organisaties benaderd om samen te werken in het VICC. De leden van het team Crisisbeheersing zijn allemaal inzetbaar voor de flexibele schil. Met name in de acute fase kan hierdoor snel een slag geslagen worden in het opzetten van de crisisorganisatie. Ook daarna zijn de medewerkers inzetbaar en wordt dit vaak gecombineerd met andere medewerkers van binnen en buiten de VNOG. Om VICC/R!sq in te richten en draaiend te houden is er ook (extra) ICT-technische ondersteuning nodig vanuit team Informatie. Om te bepalen hoe groot deze ondersteuning moet zijn, moest van een aantal aannames worden uitgegaan. Zo is ervan uitgegaan dat de analisten vooral overdag nieuwe analyses maken, en er in de avond/nacht minder wordt gebouwd aan analyses. Het gros van het zware nieuwe ontwikkelwerk gebeurt dan gedurende reguliere werktijden. Op grond van deze aannames is voor de ondersteuning op hoofdlijnen het volgende benodigd: − − −

Database specialist (queries, geo, koppelingen maken): Technisch infraspecialist (advies over inrichten koppeling etc.): Datawarehouse specialist: Pagina 13 van 20

1 fte 0,2 fte 1 fte

− −

Extra Power BI beheer: 0,5 fte Specialist voor monitoren van dashboards/koppelingen/systemen: 0,5 fte Totaal: 3,2 fte

Uitzonderlijke specialistische kennis die bij een specifieke crisis nodig is, kan via het flexibele budget worden ingehuurd, zie 1.1. Te denken valt bijvoorbeeld aan functies als een wiskundige/onderzoeker, een UIX designer/grafisch specialist, etc. Besteding 2023: Uitbreiding met 2 fte VICC, € 200.000 structureel, voor 2023 75% = € 150.000 Uitbreiding met 1 fte ondersteuning VICC/R!sq, € 100.000 structureel, voor 2023 75% = € 75.000 Doorkijk komende jaren: 2024: uitbreiding met 1 fte VICC, € 100.000 structureel 2024: uitbreiding met 1 fte ondersteuning VICC/R!sq, € 100.000 structureel 2025: uitbreiding met 1 fte VICC, € 100.000 structureel 2025: uitbreiding met 1,2 fte ondersteuning VICC/R!sq, € 120.000 structureel 2026: uitbreiding met 1 fte VICC, € 100.000 structureel 3.2. Exploitatie VICC/R!sq Dit betreft de exploitatie voor VICC/R!sq (middelen, tools). Het is verbonden met 2.6. (Risicoanalyse, de vakkennis), en 3.1. (formatie voor VICC/R!sq). Informatiegestuurd werken is één van de organisatiepijlers van VNOG en hier wordt aan gewerkt via het VICC en het wordt onder andere doorontwikkeld middels de applicatie R!sq. Voor R!sq heeft het bestuur € 185.000 beschikbaar gesteld (incidenteel). Deze middelen worden in 2022 en 2023 ingezet.

Het project R!sq sluit af met een implementatieparagraaf waarin beschreven staat wat nodig is om R!sq blijvend te onderhouden en welke mogelijkheden bestaan om R!sq verder te ontwikkelen op multi thema’s (verwacht voorjaar 2023). Om het project R!sq controleerbaar en realiseerbaar te laten verlopen wordt eerst gefocust op een R!sq Brandweer voor de gebouwde omgeving. De ambitie is om dit door te ontwikkelen naar een R!sq voor multi thema’s. R!sq wordt daarbij in samenhang met het VICC opgepakt. R!sq Brandweer heeft een belangrijke meerwaarde voor de VNOG inzake het informatiegestuurd werken. R!sq is namelijk een platform waarin gebruikers kunnen filteren op risicotypen waarna de risico’s die zich in het geselecteerde gebied kunnen voordoen in beeld komen. Deze informatie kan gebruikt worden voor het informeren (bijv. publiekscampagnes), adviseren (bijv. omgevingsvisies, plannen, vergunningen) en oefenen (bijv. brandweerposten en crisis oefeningen). Deze meerwaarde is er ook voor Crisisbeheersing wanneer R!sq verder wordt doorontwikkeld. De basis voor R!sq ligt in het regionaal risicoprofiel (RRP). Met R!sq multi worden zo mogelijk alle incidenttypen en scenario’s die beschreven zijn in het RRP gevisualiseerd op een kaart. De wens is om de scenario’s uit het risicoprofiel te combineren met doelgroep kenmerken van inwoners uit de regio.

Met R!sq multi wordt voldaan aan een wens van de gemeenten om de risico’s meer lokaal in beeld te krijgen. Daarnaast is het een waardevol instrument in het duiden van de risico, de voorbereiding op de risico’s (daarmee ook een link met het VICC dat het instrument zal gebruiken) en het risicogerichte gesprek voor zowel professionals, partners en publiek. Het geeft intern verbondenheid omdat R!sq een middel is dat interdisciplinaire samenwerking stimuleert. Het inzicht in de risico’s wordt Pagina 14 van 20

samen met de partners in ons netwerk opgebouwd en ook met hen gedeeld (denk hierbij aan GGD/Politie/Ambulancedienst/Rijkswaterstaat). Met R!sq multi wordt een modern risicoprofiel gerealiseerd voor de volgende beleidsperiode (2025-2028) en verder. De inzet van de gevraagde middelen is deels voorzien in exploitatie, deels in het projectmatig begeleiden van de doorontwikkeling van R!sq (inhuur van een deskundige projectleider). Een ander deel is voorzien voor inhuur van een softwareontwikkelaar voor de front- en back end doorontwikkeling van R!sq. En een deel is voorzien voor technisch en functioneel beheer van de applicatie R!sq. Zoals hiervoor aangegeven is de exacte verdeling van deze kosten bekend in het voorjaar 2023. Besteding 2023: Uitbreiding exploitatiebudget, € 150.000 structureel Doorkijk komende jaren: 2024: uitbreiding exploitatiebudget, € 50.000 structureel 2025: uitbreiding exploitatiebudget, € 50.000 structureel NB bedragen zijn nog een inschatting. Het is mogelijk dat, na verdere uitwerking, (een deel van) het bedrag toch voor formatie moet worden ingezet, of als kapitaallast t.b.v. een investering, of dat ingeschatte middelen onvoldoende blijken. In dat geval zal de planning/besteding van de BDUR voor de volgende jaren worden bijgesteld.

Pagina 15 van 20

Totaaloverzicht bestedingsplan 2023 Beschikbaar 2023 BDUR-ophoging Crisisbeheersing Informatievoorziening Totaal

1.029.000 515.200 1.544.200 Kosten in 2023

Voorstellen: 1.1. Voorziening Noodfonds (mutaties) 1.1. Flexibel exploitatiebudget 1.2. Coördinatie flexibele inzet

Voorziening Exploitatie Formatie

454.200 150.000 15.000

2.1. 2.1. 2.2. 2.2. 2.3. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.7. 2.8. 2.8. 2.9. 2.9.

Formatie Exploitatie Exploitatie Formatie Formatie Exploitatie Formatie Formatie Formatie Formatie Exploitatie Formatie Exploitatie Formatie Exploitatie

0 0 30.000 75.000 0 15.000 75.000 0 75.000 75.000 30.000 37.500 25.000 112.500 0

Formatie Formatie Exploitatie

150.000 75.000 150.000

Inrichting CB Inrichting CB-exploitatie Bevolkingszorg-eenmalig Bevolkingszorg MOO-formatie (koude fase) MOO-exploitatie (koude fase) MOO (scenario) Planvorming RB risicoanalyse Crisiscommunicatie-formatie Crisiscommunicatie-exploitatie GHOR-formatie GHOR-exploitatie MOTO-formatie MOTO-exploitatie Subtotaal 1 en 2-serie in 2023: 1.169.200

3.1 VICC/Risq (formatie) 3.1 Ondersteuning VICC/Risq 3.2 Exploitatie VICC/Risq Subtotaal 3-serie in 2023: 375.000 Totaal

1.544.200

Samenvatting: Besteding verdeeld over kostensoorten: Besteding 2023 Flexibiliteit - voorziening Noodfonds crisisbeheersing Formatie Exploitatie Flexibiliteit - exploitatiebudget

Besteding verdeeld over de te versterken onderwerpen:

454.200 690.000 250.000 150.000 1.544.200

Besteding 2023 Versterking crisisbeheersing Versterking informatievoorziening Versterking flexibiliteit

550.000 375.000 619.200 1.544.200

NB zoals aangegeven: bij de formatie-uitbreiding is voor 2023 gerekend met 75% van de kosten, omdat nieuwe collega’s pas in de loop van 2023 zullen starten en niet het hele jaar in dienst zullen zijn. Vanaf 2024 tellen nieuwe collega’s uiteraard voor 100% in de kosten mee, zie ook meerjarige doorkijk hierna. Pagina 16 van 20

Totaaloverzicht doorkijk t/m 2026 Beschikbaar 2023 BDUR-ophoging Crisisbeheersing Informatievoorziening Totaal

2024 mutatie

1.029.000 515.200 1.544.200 Kosten in 2023

Kosten na 2023

Voorstellen: 1.1. Voorziening Noodfonds (mutaties) 1.1. Flexibel exploitatiebudget 1.2. Coördinatie flexibele inzet

Voorziening Exploitatie Formatie

454.200 150.000 15.000

0 150.000 20.000

2.1. 2.1. 2.2. 2.2. 2.3. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.7. 2.8. 2.8. 2.9. 2.9.

Formatie Exploitatie Exploitatie Formatie Formatie Exploitatie Formatie Formatie Formatie Formatie Exploitatie Formatie Exploitatie Formatie Exploitatie

0 0 30.000 75.000 0 15.000 75.000 0 75.000 75.000 30.000 37.500 25.000 112.500 0

0 0 0 100.000 0 15.000 100.000 0 100.000 100.000 30.000 50.000 25.000 150.000 0

Formatie Formatie Exploitatie

150.000 75.000 150.000

200.000 100.000 150.000

1.544.200

1.290.000

Inrichting CB Inrichting CB-exploitatie Bevolkingszorg-eenmalig Bevolkingszorg MOO-formatie (koude fase) MOO-exploitatie (koude fase) MOO (scenario) Planvorming RB risicoanalyse Crisiscommunicatie-formatie Crisiscommunicatie-exploitatie GHOR-formatie GHOR-exploitatie MOTO-formatie MOTO-exploitatie Subtotaal 1 en 2-serie in 2023: 1.169.200

3.1 VICC/Risq (formatie) 3.1 Ondersteuning VICC/Risq 3.2 Exploitatie VICC/Risq Subtotaal 3-serie in 2023: 375.000 Totaal

2025

2026

cumulatief

mutatie

cumulatief

mutatie

246.100 1.275.100 123.200 638.400 369.300 1.913.500

357.900 179.200 537.100

1.633.000 817.600 2.450.600

223.700 1.856.700 112.000 929.600 335.700 2.786.300

2024

2025

cumulatief

2026

mutaties totaal mutaties totaal mutaties totaal -51.500 -64.400 75.700 11.300 0 150.000 0 150.000 0 150.000 0 20.000 0 20.000 0 20.000

0 0 100.000 50.000 25.000 0 100.000 0 0 0 0 0 100.000 50.000

0 0 0 200.000 50.000 40.000 100.000 100.000 100.000 100.000 30.000 50.000 25.000 250.000 50.000

100.000 20.000 0 50.000 100.000 10.000 0 0 0 0 0 0 0 0 0

100.000 20.000 0 250.000 150.000 50.000 100.000 100.000 100.000 100.000 30.000 50.000 25.000 250.000 50.000

0 0 0 0 0 10.000 0 50.000 0 100.000 0 0 0 0 0

100.000 20.000 0 250.000 150.000 60.000 100.000 150.000 100.000 200.000 30.000 50.000 25.000 250.000 50.000

100.000 100.000 50.000

300.000 200.000 200.000

100.000 120.000 50.000

400.000 320.000 250.000

100.000 0 0

500.000 320.000 250.000

1.913.500

2.450.600

2.786.300

In de meerjarige doorkijk wordt in 2024 en 2025 een onttrekking gedaan uit de voorziening ter egalisatie van de kosten. In 2026 vindt weer een storting plaats in de voorziening. In totaal (in 2026) blijven de voorziene uitgaven binnen de totale beschikbare middelen van de BDUR-ophoging. Het laatste kleine positieve saldo (€ 11.300) kan in de voorziening worden gestort. Het nu voorziene verloop van de voorziening (als alle plannen komende jaren doorgaan zoals nu voorzien en bijv. alle werving succesvol is), is als volgt: Verloop voorziening Noodfonds Toevoeging 2023 Onttrekking 2024 Ontrekking 2025 Toevoeging 2026 Storting eindsaldo in voorziening Geraamde stand voorziening eind 2026

454.200 -51.500 -64.400 75.700 11.300 425.300

Pagina 17 van 20

Totaaloverzicht doorkijk verdeeld naar structurele formatie- en exploitatie-uitbreiding 1.2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 3.1. 3.1.

1.1. 2.1. 2.3 2.7. 2.8. 2.9. 3.2.

Formatie-uitbreiding Coördinatie flexibele inzet Leiding CB Bevolkingszorg MOO-formatie MOO (scenario) Planvorming RB risicoanalyse Crisiscommunicatie-formatie GHOR-formatie MOTO-formatie VICC/R!sq (formatie) Ondersteuning VICC/R!sq Totaal

2023 0,20

2024

2025

1,00

1,00 0,50

1,00 0,50 1,00

Exploitatie-uitbreiding Flexibel exploitatiebudget Leiding CB exploitatie MOO-exploitatie (koude fase) Crisiscommunicatie-exploitatie GHOR-exploitatie (structureel) MOTO-exploitatie Exploitatie VICC/R!sq

2026

1,00 1,00 1,00 1,00 0,50 1,50 2,00 1,00 9,20

0,50 1,00

1,00 1,00 1,00 5,50

1,00 1,20 4,70

2,50

2023 150.000

2024

2025

2026

15.000 30.000 25.000

25.000

20.000 10.000

10.000

50.000 50.000 125.000

50.000 80.000

10.000

150.000 370.000

Pagina 18 van 20

1,00

totaal 0,20 1,00 2,50 1,50 1,00 1,50 1,00 2,00 0,50 2,50 5,00 3,20 21,90

totaal 150.000 20.000 60.000 30.000 25.000 50.000 250.000 585.000

Aandachtspunten Er zijn een aantal onderwerpen geïdentificeerd waarvan momenteel niet duidelijk is hoe ze zich precies gaan ontwikkelen en of ze de komende jaren van invloed zijn op de besteding van de BDUR-ophoging. Bij de komende implementatie van het bestedingsplan wordt hierop teruggekomen, indien van toepassing. En uiteraard worden bij de implementatie van het bestedingsplan ook de actualiteit en de ervaringen uit 2023/2024 meegenomen. 1. Back up communicatiesysteem voor crisisorganisatie Er is geen alternatieve communicatiestructuur beschikbaar voor de crisisorganisatie als back up bij langdurige stroomuitval, uitval van (mobiele) telefonie en/of ICT storingen. Het bestaande Nationale noodnet is alleen geschikt voor spraakcommunicatie. Daarbij is het reëel om aan te nemen dat een deel van het noodnet bij langdurige stroomuitval niet voldoende functioneert. Dit komt omdat de noodnetaansluiting soms via de aanwezige telefooncentrale loopt die alleen functioneert wanneer er stroom is. Zonder een betrouwbaar (alternatief) communicatiesysteem zijn de crisisorganisaties erg kwetsbaar bij uitval.

De prioriteit ligt in eerste instantie bij het regelen van een back up voor de communicatie ten behoeve van de aansturing en besluitvormingsprocessen van de crisisbeheersing (kern RBT, gemeenten en grensoverschrijdende besluitvorming), de (bestuurlijke) beeldvorming, aansturing en besluitvorming van de regionale multi crisisorganisatie. Het gaat hier dus in eerste instantie niet om de communicatie voor de uitvoering van de crisisbeheersingsprocessen. De communicatie tussen Meldkamer en hulpdiensten en bevolkingszorg valt buiten de scope. Er moet een back up worden georganiseerd, bij voorkeur landelijk; dit kan gefaseerd worden ingevoerd. Hiermee wordt bijgedragen aan het continuïteitsplan van VNOG. Afhankelijk van het gekozen backup systeem is mogelijk technische en/of ICT capaciteit nodig. Er zullen structurele kosten zijn, zoals beheerskosten (abonnementen, onderhoud en keuringen) en kosten voor periodieke (bij) scholing en training. Bij een investering moet rekening worden gehouden met een afschrijving van 3 tot 7 jaar. Daarnaast zijn er mogelijk incidentele kosten (bijv. voor aanschaf back up communicatiemiddelen en energievoorziening). Het is mogelijk dat er een landelijke voorziening komt (al dan niet bekostigd vanuit het BDUR-deel dat aan NIPV, Rijk of KCR-2 is toegekend). 2.

Verbinding met Brandweerzorg De afdeling Brandweerzorg had vooralsnog geen voorstellen voor de besteding van de BDUR-ophoging, maar heeft een aantal aandachtspunten die waar nodig nader uitgewerkt worden en dan bij de besteding van de volgende tranches kunnen worden meegewogen: − (Laten) onderzoeken welk soort crisisbeheersing-vrijwilliger er nodig is voor welke type rampen en/of crisissen. Vervolgens onderzoeken of deze vrijwilligers te vinden zijn in de eigen organisatie. Mochten deze vrijwilligers niet of onvoldoende binnen de eigen organisatie aanwezig zijn, dan onderzoeken waar deze vrijwilligers wel te vinden zijn. Dit met als doel het organiseren van wendbaarheid en schaalbaarheid, inzichtelijk hebben van de benodigde kwaliteiten en kwantiteiten en het werken aan een sterke positionering en uitvoering. − Brandweerzorg robuust organiseren als onderdeel van de crisisbeheersing. Een crisis of ramp vergt vaak het hebben van een lange adem. Door het robuust organiseren van brandweerzorg kan de langdurige inzetbaarheid worden gegarandeerd en de belasting voor de medewerkers worden beperkt. − Het organiseren van een robuuste vakbekwaamheid voor zowel brandweerzorg als crisisbeheersing. Flexibiliteit in de uitvoering vraagt een goede borging van kennis en kunde. Door de steeds veranderende omgeving vraagt dit een continue (door) ontwikkeling van de vakbekwaamheid.

− Borging van het lerend vermogen VNOG. Na elke ramp en/of crisis zijn er leer- en verbeterpunten. Een robuuste en juiste borging van het lerend vermogen is hierbij een must. Opgedane ervaring en kennis kan verwerkt en meegenomen worden in de verdere doorontwikkeling van vakbekwaamheid en procedures/protocollen. Pagina 19 van 20

−

Een goede onderlinge uitwisseling van informatie. Niet alleen tussen de verschillende knooppunten maar ook met de operatien. De juiste informatie op de juiste manier beschikbaar hebben voor stakeholders.

3. Informatiegestuurd werken Oost-5 Zoals in 2.5. aangegeven wordt er veel samengewerkt met de veiligheidsregio’s in Oost-5. Dit kan zich komende jaren ook verder uitbreiden op het vlak van het informatiegestuurd werken. Vooralsnog kiezen de regio’s in het oosten ervoor om eerst in eigen huis op een basisniveau te komen, waarbij wel veel wordt afgestemd, met elkaar gedeeld en van elkaar geleerd. Op enig moment kan dit overgaan naar een intensievere samenwerking, wat invloed kan hebben op de besteding van de tranches de komende jaren. 4. Herkenbaarheid en profilering van Crisisbeheersing Door het hanteren van de twee merken ‘Brandweerzorg’ en ‘GHOR’ naast het merk ‘Veiligheidsregio’ is afdeling RCB minder herkenbaar en minder in staat zich te profileren zowel intern binnen de veiligheidsregio als naar externe partijen. Ook Crisisbeheersing is minder herkenbaar terug te vinden in communicatie-uitingen. In diverse veiligheidsregio’s wordt Crisisbeheersing als sterk merk gepositioneerd, soms ook met eigen dienstkleding en herkenbare vervoermiddelen. In VNOG is deze discussie (nog) niet gestart. 5. Stijgende overheadkosten Zoals aangegeven is er in het bestedingsplan nu uitgegaan van een vast bedrag per fte aan overheadkosten (ICT, telefonie, licenties, abonnement, facilitair, ondersteuning (HRM, Financiën, etc.).

Als komende jaren de overheadkosten mogelijk stijgen, gaat het aandeel aan overheadkosten een groter beslag leggen op de beschikbare tranche, wat ten koste zal gaan van de vakinhoudelijke invulling (bijv. minder fte mogelijk, of minder exploitatiebudget). Bij de implementatie van het bestedingsplan zal dit een aandachtspunt zijn.

Pagina 20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12870474/1