823330 PPN 2427 - rapportage raad (aangepast)
Tekst van het document
Perspectiefnota 2024-2027 Rapportage over relevante ontwikkelingen. “Externe ontwikkelingen die van belang zijn in meerjarenperspectief, die ofwel actie verlangen bij de nieuwe programmabegroting ofwel waarvoor actie op termijn nodig is.”
1
1. Inleiding Opzet van de perspectiefnota De perspectiefnota is in de planning en control cyclus het document waarin de maatschappelijke, bestuurlijke en financiële ontwikkelingen geschetst worden in relatie tot de begroting. Het gaat om ontwikkelingen die actie verlangen bij de nieuwe programmabegroting of waarvoor op termijn actie nodig is, zowel inhoudelijk als financieel. Op basis van deze ontwikkelingen kan de raad richtinggevende uitspraken doen voor de opzet en invulling van de programmabegroting die door het college wordt opgesteld. De perspectiefnota wordt aangeboden in de vorm van een rapportage. Raads- en coalitieakkoord versus perspectiefnota De kern van het politiek handelen is de uitwerking van het raads- en coalitieakkoord via het collegeprogramma. Deze twee akkoorden geven een verdere invulling aan en uitwerking van de visie en ambities van de gemeente in de betreffende bestuursperiode. Met deze twee akkoorden geven de partijen aan welke speerpunten van beleid voor de betreffende raadsperiode van belang zijn. Via het collegeprogramma vindt er een nadere concretisering plaats naar de activiteiten en de aanpak. Zo nodig geeft het college bij de perspectiefnota aan welke elementen een nadere kaderstelling behoeven.
De activiteiten uit het collegeprogramma worden opgenomen in de programmabegroting waarin het te ontwikkelen en uit te voeren beleid in meerjarenperspectief beschreven staat. Afhankelijk van wet- en regelgeving, het financiële perspectief en de personele capaciteit kunnen zaken aangepakt worden en kan er ingespeeld worden op actuele zaken als die zich voordoen.
2. Richtinggevende uitspraken programmabegroting 2024-2027 In de twee hierna volgende hoofdstukken leest u de inhoudelijke en financiële verkenningen voor de periode 2024-2027. Van belang bij de perspectiefnota is of de beschreven ontwikkelingen acties verlangen gericht op aanpassing/bijstelling van bestaand beleid of inzet van nieuw beleid. Uit de voorliggende beschreven ontwikkelingen komen 3 richtinggevende uitspraken in beeld die betrokken dienen te worden bij de voorbereiding van de nieuwe begroting. De overige besluitvorming van de raad vindt fasegewijs plaats in de verdere inhoudelijke ontwikkeling van de beleidsonderwerpen of bij volgende begrotingen, omdat zaken nog niet duidelijk zijn.
Conclusies en richtinggevende uitspraken 1. Uitwerking accommodatiebeleid De vastgestelde visie op “Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties” krijgt de komende jaren een uitwerking via gebiedsgerichte uitvoeringsplannen. Voor de realisering van de plannen is een projectorganisatie nodig. Daarnaast vragen bestaande urgente huisvestingsmaatregelen acties. Voor beide zaken zijn financiële middelen benodigd. De nog op te stellen gebiedsgerichte uitwerkingsplannen vragen voor de uitwerking ook financiële middelen. Een in te stellen reserve kan dat ondersteunen. Uitspraak raad: De uitwerking van de visie op “Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties” vraagt om voldoende financiële middelen voor de benodigde projectorganisatie, de bestaande urgente huisvestingsmaatregelen bij maatschappelijke accommodaties en voor de benodigde toekomstige investeringen op basis van de gebiedsgerichte uitwerkingsplannen. Het is wenselijk om de financiering daarvan te betrekken bij de integrale afweging in de voorbereiding van de programmabegroting 20242027.
2
2. Versnelling woningbouw De gemeente Epe heeft een opgave om circa 1800 woningen te bouwen voor 2030. Om de plannen voor dat aantal te bouwen woningen te ontwikkelen en ook te realiseren vraagt het extra personele capaciteit. Die extra capaciteit is nodig voor de begeleiding van de planontwikkeling en in de realisatiefase voor het beheer van de openbare ruimte en handhaving. Uitspraak raad: Het realiseren van de gemeentelijke woningbouwopgave van circa 1800 woningen voor 2030 vraagt om extra personele capaciteit. Het is wenselijk om de financiering van deze extra personele capaciteit te betrekken bij de integrale afweging in de voorbereiding van de programmabegroting 2024-2027. 3. Nationale en regionale ontwikkelingen ruimtelijke omgeving Nederland staat voor forse opgaven op het gebied van woningbouw, energietransitie, klimaat, water en natuur. In de integrale uitwerking van deze opgaven heeft het Rijk de provincies en de regio’s een belangrijke rol gegeven. Voor een goede uitvoering vraagt dat om extra personele capaciteit bij de Regio Stedendriehoek. Ook om een goede aansluiting te kunnen maken met de lokale uitwerking van de Omgevingsvisie. Uitspraak raad: De Regio Stedendriehoek, waarvan de gemeente Epe deel uit maakt, heeft extra personele capaciteit nodig om ruimtelijke opgaven te kunnen realiseren.
Het is wenselijk de financiering van de extra personele capaciteit bij de Regio Stedendriehoek te betrekken bij de integrale afweging in de voorbereiding van de programmabegroting 2024-2027.
3
3. Inhoudelijke verkenningen 2024-2027 3.1 Pijler Sociaal Transformatie Sociaal Domein
Pijler: Sociaal
Korte beschrijving ontwikkeling. Binnen het Sociaal Domein/het zorglandschap is op diverse onderdelen sprake van een transformatie door het Integraal Zorg Akkoord en het Gezond en Actief Leven Akkoord. Dit leidt tot een herijking van de regionale samenwerking, op inhoud en structuur. Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) is de werkagenda van alle zorgpartijen voor de komende 4 jaar op basis waarvan zij samenwerken aan de maatschappelijke uitdagingen in de zorg. Het organiseren van de juiste zorg op de juiste plek, een sterkere nadruk op preventie en versterking van de rol van de 1e lijn zijn enkele belangrijke onderdelen die ervoor moeten zorgen dat de zorg ook in de toekomst bereikbaar en betaalbaar blijft. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), gericht op een gezonde leefstijl, sportbeoefening/ beweging sluit op de doelstellingen van het IZA aan. Jeugd: Het huidige jeugdstelsel is niet houdbaar. Het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten (vertegenwoordigers), professionals en de VNG stellen daarom samen de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028 op. De Hervormingsagenda Jeugd heeft 2 doelen: betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is; een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel.
Gezondheid/Sport/Bewegen: Deze brede regeling specifieke uitkering (SPUK) is voor alle gemeenten beschikbaar gesteld voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis. De stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040. De verbinding tussen de verschillende programma’s en akkoorden moet het fundament vormen voor gerichte wijk-, lokale- en regionale aanpakken van preventie, gezondheid en sociale basis. Van ziekte en zorg, naar gezondheid en preventie: de ‘Beweging naar de voorkant’. Aandachtspunten voor de gemeente. Jeugd: De Hervormingsagenda zal effect hebben op ons huidige beleid en de manier waarop we regionaal samenwerken. Er komt in elk geval een verplichting tot samenwerking in een Gemeenschappelijke Regeling, zoals bijvoorbeeld bij de Regio Stedendriehoek en bij de GGD Noord-Oost Gelderland. In de vormgeving hiervan zijn voor gemeenten keuzes mogelijk. Gezondheid/Sport/Bewegen: Voor onze gemeente betekent dit dat we totaal € 2.319.931,28 hebben aangevraagd voor de jaren 2023 tot en met 2026. Sommige onderdelen zijn nieuwe programma’s, zoals valpreventie (aangevraagde subsidie ca. € 100.000). Voor de onderdelen die nieuw zijn of waarvoor we substantiële extra middelen ontvangen, kan dit om nieuw beleid vragen voor de komende jaren.
Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) De ontwikkelingen zijn in lijn met het beleidsplan sociaal domein 2023-2027. De hervormingsagenda jeugd is nog steeds niet vastgesteld. Medio april is er wel een principeakkoord bereikt tussen het Rijk en de VNG. Onderdeel hiervan is dat de besparingsopgave wordt bevroren tot en met 2025. Dat heeft een positief effect op de kosten voor de gemeente. Inhoudelijk kunnen er dus nog steeds aanpassingen worden gedaan. Gelukkig sluit ons beleid wel aan op het gedachtengoed van de Hervormingsagenda. Zo hebben we bijvoorbeeld al extra geïnvesteerd in preventieve voorzieningen en hebben we al ingezet op een goede samenwerking met huisartsen. Besluit van de raad nodig: Ja
4
Het Rijk zet in op transformatie van zorg en ondersteuning. De inzet is een beheersbaar financieel stelsel en meer inzet op preventie. Het beleidsplan Sociaal Domein speelt daar al op in. De transformatie vraagt op termijn nadere besluitvorming over inhoud en financiën. Daarnaast volgt een voorstel voor het deelnemen in een verplichte Gemeenschappelijke Regeling die voortkomt uit de plannen van het Rijk.
Opvang statushouders, asielzoekers en ontheemden (Oekraïne)
Pijler: Sociaal
Korte beschrijving ontwikkeling. De gemeente heeft naast een wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders ook een verantwoordelijkheid voor de opvang van ontheemden afkomstig uit Oekraïne. De Nieuwe Asielwet, de “Spreidingswet”, kan naast de bovengenoemde taakstellingen een behoorlijke impact hebben op de gemeenten. Kern van het wetsvoorstel is dat gemeenten gedwongen kunnen worden om asielzoekers binnen hun gemeente te huisvesten. Aandachtspunten voor de gemeente. Afhankelijk van de opgaven en de regionale verdeling is de impact voor de gemeente Epe op dit moment onzeker. Met name als het gaat om de opvang van asielzoekers en/of een uitbreiding van op te vangen Oekraïners. Voor de opvang/begeleiding van (extra) Oekraïners kan worden aangesloten bij de bestaande maatschappelijke infrastructuur. Voor asielzoekers zal een groot deel van de taken worden uitgevoerd door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). Er moet rekening gehouden worden met de noodzaak voor aanvullend beleid. Als gevolg van deze wet, die naar verwachting in 2024 zal ingaan, moeten er op Provinciaal niveau (De Provinciale Regietafels) concrete afspraken worden gemaakt over de opvang van asielzoekers, de huisvestingtaakstelling statushouders en kan ook de opvang van Ontheemde Oekraïners daarin worden meegenomen.
Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) Vooruitlopend op de komst van de ‘Spreidingswet’ heeft de gemeente in haar aanpak al rekening gehouden met een zeker surplus aan opvang/huisvestingsvoorzieningen (locaties). Die zijn, uitgaande van tot nu toe bekende ontwikkelingen, toereikend. Er is geen zekerheid dat dit ook na invoering van deze wet het geval zal zijn. Besluit van de raad nodig: Ja De gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor de huisvesting van statushouders en voor de opvang van ontheemden afkomstig uit Oekraïne. De opgaven daarvoor zijn nog onzeker. Nieuwe wetgeving leidt mogelijk ook tot een verantwoordelijkheid voor opvang van asielzoekers. Er dient rekening mee gehouden te worden dat aanvullend beleid noodzakelijk is op ons bestaande beleid.
Accommodatiebeleid
Pijler: Sociaal
Korte beschrijving ontwikkeling. De ambitie is om een betaalbaar, reëel en toereikend aanbod van maatschappelijke accommodaties te hebben dat past bij de vraag naar en het aanbod aan voorzieningen. Daarnaast willen we ook dat alle maatschappelijke accommodaties streven naar financiële zelfstandigheid, bijdragen en voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente, multifunctioneel worden gebruikt, gezondheid stimuleren en toegankelijk zijn. Aandachtspunten voor de gemeente.
5
De raad heeft in februari 2023 de visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties vastgesteld. De hierin geformuleerde ambitie en uitgangspunten moeten binnen de komende 15 tot 20 jaar gerealiseerd zijn. De uitwerking richt zich op twee sporen: het gebiedsgericht en participatief vormgeven van uitvoeringsplannen en het oppakken van urgente en nieuwe projecten conform de uitgangspunten. Om toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties te realiseren zijn voldoende financiële middelen nodig. Enerzijds voor de projectorganisatie van beide sporen. Anderzijds voor de uitvoering van concrete huisvestingsmaatregelen, waarvoor op dit moment een noodzakelijk concreet meerjarig inzicht in de te verwachten investeringen ontbreekt. Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) Voor maatschappelijke accommodaties is de visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties richtinggevend. De ambitie is een betaalbaar, reëel en toereikend aanbod van maatschappelijke accommodaties dat past bij de vraag naar en het aanbod aan voorzieningen. Hierdoor wordt het voor alle inwoners mogelijk om op een laagdrempelige manier deel te nemen aan de samenleving. Denk aan ontmoeten, sporten, activiteiten binnen verenigingen, cultuur en ontwikkeling.
Deze deelname van inwoners aan het maatschappelijke leven draagt bij aan welbevinden, ontwikkeling, sociale samenhang en leefbaarheid in onze dorpen. Om een betaalbaar, reëel en toereikend aanbod van maatschappelijk accommodaties te behouden, moeten onze accommodaties financieel levensvatbaar, zo duurzaam mogelijk en toegankelijk zijn, gezondheid stimuleren en multifunctioneel worden gebruikt. Er is een routekaart voor gemeentelijk vastgoed in voorbereiding. Dit levert een strategie op voor de verduurzaming van de panden die in eigendom van de gemeente zijn en een maatschappelijke betekenis hebben. Deze routekaart laat aan de hand van natuurlijke vervangingsmomenten, gecombineerd met de volgorde van de transitievisie energie en warmte zien hoe we als gemeente het vastgoed meekrijgen in de energietransitie. Financieel betekent dit dat er geld vrijgemaakt moet worden om direct aan de slag te kunnen met de programmering uit de routekaart. In het kader van het bovenstaande zijn er dwarsverbanden met het programma energie en warmte, het gezondheids-, sport en cultuurbeleid, het nog op te stellen inclusiebeleid, het beleidskader herstel en stimulering energiecrisis en het integraal huisvestingsplan onderwijs. Besluit van de raad nodig: Ja Bij ja: aangeven van de keuzemogelijkheden/richting voor uitwerking.
De visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties krijgt een vertaling naar gebiedsgerichte uitwerkingsplannen. Voor de op te zetten projectorganisatie hiervoor en de realisatie van bestaande urgente huisvestingsmaatregelen zijn financiële middelen nodig. Op termijn is er een besluit van de raad nodig over de benodigde financiële middelen in meerjarenperspectief voor de uitvoering van de op te stellen gebiedsgerichte plannen. Het voorstel is om daarvoor een reserve voor toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties in te stellen met een noodzakelijke(structurele) storting van financiële middelen.
6
3.2 Pijler Ruimte Versnelling Woningbouw
Pijler: Ruimte
Korte beschrijving ontwikkeling. Aanvullend aan de woningbouwopgave vanuit de regionale Woonagenda Cleantech Regio 20182023 is op 8 maart 2023 de woningbouwopgave van de Regionale Woondeal toegevoegd, ca 450 woningen meer voor Epe. Dat houdt in dat Epe aan de lat staat om voor 2030 ca. 1800 woningen te realiseren. Aandachtspunten voor de gemeente. De recente Regionale Woondeal leidt er toe dat meer ambtelijke capaciteit nodig is om de afspraken en ambities uit te voeren. De uit deze ontwikkeling voortkomende activiteiten raakt de capaciteit van de gehele afdeling Ruimte. Voor zowel de begeleiding van de planontwikkeling als ook de begeleiding in de vervolgfase vanuit beheer en handhaving is meer capaciteit benodigd. Dit betref bijvoorbeeld voorbereidingen voor de inrichting van de openbare ruimte, maar ook het handhaven van afspraken bij realisatie. Een extra risico hierbij vormt de krapte op de arbeidsmarkt voor de gevraagde vakgebieden. Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) De Omgevingsvisie voorziet in de locaties en ambities voor deze woningbouw. In de begroting 2023-2026 zijn middelen opgenomen voor de plannen van de Woonagenda. Voor realisatie van de Regionale Woondeal en een goede doorgeleiding van woningbouwontwikkelingen naar de realisatiefase is extra capaciteit nodig. Dit is extra bovenop de capaciteit voor de Woonagenda.
Besluit van de raad nodig: Ja De gemeente Epe heeft een opgave om voor 2030 circa 1800 woningen te bouwen. Om deze opgave te realiseren vraagt het extra ambtelijke capaciteit. Het gaat om begeleiding van planontwikkeling, beheer van de openbare ruimte en handhaving. Dat vraagt extra financiële middelen.
Energietransitie
Pijler: Ruimte
Korte beschrijving ontwikkeling. Het Klimaatakkoord geeft de gemeenten een belangrijke opgave in de transitie van energiegebruik en opwek van fossiel naar duurzaam voor de gebouwde omgeving (waaronder ook haar eigen vastgoed). De gemeente Epe heeft deze opgave uitgewerkt en vastgesteld in de Transitievisie Warmte en Energie (TVEW). Om deze energietransitie mogelijk te maken is, naast een forse uitbreiding van duurzame opwekmogelijkheden, een verzwaring van het energienet benodigd en de ontwikkeling van nieuwe (collectieve) warmtesystemen. Aandachtspunten voor de gemeente. 1.Als gevolg van o.a. de overschakeling op duurzame energie is het huidige energienet overbelast (netcongestie). Deze netcongestie levert voor bedrijven, maar ook voor verdere overschakeling op duurzame energie grote problemen op. 2.Een alternatief voor aardgas zijn warmtenetten. Aanleg, beheer en exploitatie van deze warmtenetten komen mogelijk deels bij de gemeente terecht. Hiervoor is bijstelling van beleid nodig, zowel inhoudelijk als financieel. 3. Het gemeentelijk vastgoed moet worden verduurzaamd. De verduurzaming betekent een forse investering in de betreffende gebouwen. Bij het onderzoek naar verduurzaming komt de keus naar voren voor verkoop of behouden of in een enkel geval om nieuw te ontwikkelen. Een voorbeeld van dat laatste is de gemeentewerf aan de Kweekweg.
Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) Onze ambitie en doelen voor de energie- en warmtetransitie hebben we vastgesteld in onze Transitievisie Energie en Warmte (TVEW). Hiervoor wordt in 2023 een uitvoeringsprogramma 7
opgesteld. Om de opgaven te realiseren is een nauwe afstemming en samenwerking met stakeholders, waaronder o.a. de netbeheerder Liander, benodigd. Nu al is duidelijk dat bij deze uitvoering beleid moet worden ontwikkeld of bijgesteld. Tevens is duidelijk dat deze opgave kansen biedt voor integrale gebiedsaanpak, bijvoorbeeld bij de verduurzaming van het huurwoningenbestand en de klimaataanpak van de openbare ruimte. Hiervoor zijn op termijn extra financiële middelen benodigd. Besluit van de raad nodig: Ja De gemeente draagt verantwoordelijkheid voor de overgang naar duurzaam energiegebruik voor warmte en elektriciteit. De gemeentelijke ambitie en doelen liggen vast in de Transitievisie Energie en Warmte. Deze visie krijgt een uitwerking in een uitvoeringsprogramma. Dat programma geeft inzicht in de activiteiten en vraagt op termijn extra financiële middelen voor de uitvoering daarvan.
Nationale en regionale ontwikkelingen ruimtelijke omgeving
Pijler:Ruimte
Korte beschrijving ontwikkeling. Nederland staat voor een ingrijpende ruimtelijke transitie. We staan voor forse opgaven op het gebied van woningbouw, energietransitie, klimaat, water en natuur. De Rijksoverheid geeft provincies en Regio’s een belangrijke rol in de integrale uitwerking van deze ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw, aanleg van bos en natuur, waterberging, robuust maken van watersystemen, transitie van de landbouw en de opgave voor opwek van duurzame energie, Om invulling te geven aan de genoemde opgaven heeft de Regio een Strategische Agenda vastgesteld, waarin zij haar ambitie uitspreekt op de thema’s wonen, werken en bereikbaarheid. Thema’s die met elkaar zijn verweven en die belangrijk zijn voor de toekomst van de regio. Binnen deze thema’s staan duurzaamheid, digitaal vooruitstrevend zijn en de kwaliteit van ons mooie landschap voorop. En vindt de uitwerking plaats van de Regionale Uitvoeringsagenda in drie programma’s; slimme groene verstedelijking, vitaal landelijk gebied en werkplek van de toekomst. Aandachtspunten voor de gemeente. De ruimtelijk opgave verlangt naast een versterking van de Regionale organisatie van de Stedendriehoek ook een directe aansluiting van de gemeentelijke organisatie aan de Regio Stedendriehoek op inhoudelijk niveau. Dit heeft gevolgen voor de inzet van ambtelijke capaciteit.
Een belangrijk risico voor de realisatie van deze opgaven vormt de stikstofproblematiek, zeker gezien de ligging van de gemeente nabij het kwetsbare Natura 2000-gebied de Veluwe. Daarvoor is de voorgestelde integrale aanpak vanuit het “Ruimtelijk regioverhaal”, maar ook vanuit onze eigen gemeentelijke Omgevingsvisie van groot belang. Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) De gemeente Epe heeft in zijn Omgevingsvisie de contouren van de genoemde transitie opgenomen. Voor de toekomstige integrale gebiedsgerichte uitwerkingen van deze visie is aansluiting bij de ontwikkelingen in de Regio, waaronder “Ruimtelijk regioverhaal” (een integraal beeld van de ruimtelijke opgaven voor de regio), en de Uitvoeringsagenda van groot belang. Daarnaast is integrale afstemming en samenwerking met gebiedspartners zoals het Waterschap Vallei en Veluwe een must. Om deze opgaven van de gezamenlijke gemeenten in de Regio Stedendriehoek op te kunnen pakken is een versterking van de organisatie van de Regio benodigd met extra personele capaciteit. Besluit van de raad nodig: Ja Provincies en regio’s krijgen van het Rijk een belangrijke rol in de integrale uitwerking van ruimtelijke opgaven op het gebied van woningbouw, energietransitie, klimaat, water en natuur.
Om deze opgaven goed te kunnen uitvoeren vraagt de Regio Stedendriehoek financiële middelen voor de inzet van extra personele capaciteit. Ook om hiermee een goede verbinding met de lokale uitwerking van de Omgevingsvisie te maken.
8
4. Financiële verkenningen 2024-2027 1. Inleiding In dit onderdeel wordt het resultaat weergegeven van een verkenning van het financieel meerjarenperspectief voor de periode 2024-2027. De basis voor deze verkenning is de in november 2022 door de gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting (incl. meerjarenbegroting) 2023-2026. Dit uitgangspunt wordt vervolgens aangevuld met de belangrijkste financiële ontwikkelingen die impact hebben op het financieel meerjarenperspectief. Het gaat hierbij om belangrijke (autonome) ontwikkelingen in de uitgaven en inkomsten en relevante financiële risico's, inclusief de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. 2. Uitgangspunt: Programmabegroting en meerjarenbegroting 2023-2026 In de huidige (in november 2022 in de raad behandelde) meerjarenbegroting heeft het financiële beeld zich duidelijk gunstig ontwikkeld. Er was aanzienlijke incidentele en structurele financiële ruimte voor ‘nieuw beleid’. Dit gaf mogelijkheden om in deze begroting invulling te geven aan een groot aantal ontwikkelingen en ambities die opgenomen zijn in het raads- en coalitieakkoord. Dit leidde tot een begroting met een hoog niveau aan nieuwe uitgaven en investeringen. Het beeld werd beïnvloed door een aantal onzekerheden en de daarmee samenhangende risico’s.
Enkele voorbeelden zijn: - het effect van de herijking van de algemene uitkering is nog niet uitgekristalliseerd; - het kabinet heeft extra financiële middelen beschikbaar gesteld voor de problematiek in de jeugdzorg, echter de invulling hiervan na 2023 is nog afhankelijk van de invulling en ondertekening van de hervormingsagenda; - de economische en politieke ontwikkelingen maken dat de ontwikkeling van de prijzen (met name de energietarieven), de lonen en de rente nogal onzeker zijn; in de begroting is voor de loon- en prijsontwikkeling op de gebruikelijke wijze gerekend met de indices die het CPB afgeeft (juni 2022) en die bij de bepaling van de algemene uitkering (meicirculaire) worden gebruikt; - op het gebied van onderwijshuisvesting zullen de komende jaren hoge investeringen nodig zijn om aan de verplichting te kunnen voldoen die we als gemeente hebben; - hoge noodzakelijke uitgaven voor huisvesting van asielzoekers, statushouders en vluchtelingen waarvan de ontwikkeling nog onzeker is; In de vastgestelde begroting zijn (financiële) maatregelen opgenomen om deze risico’s af te dekken, voor zover we deze konden inschatten. De vastgestelde meerjarenbegroting en de beleidsmatige invulling hiervan, vormen de basis voor de nieuwe bestuursperiode 2022-2026. 3.
Financiële ontwikkelingen Ten opzichte van het beeld in de meerjarenbegroting 2023-2026 worden de volgende ontwikkelingen genoemd die invloed hebben op het financieel meerjarenperspectief voor de periode 2024-2027. Algemene uitkering gemeentefonds De financiële positie van de gemeente wordt sterk bepaald door de onzekerheid over de ontwikkeling van de algemene uitkering. Ontwikkeling t/m 2025 De meicirculaire 2022 van de algemene uitkering liet een positieve ontwikkeling zien in het ‘accres’. Het rijk heeft deze ontwikkeling voor de jaren t/m 2025 ‘vastgeklikt’, waardoor voor de gemeenten meer zekerheid ontstaat over het verloop. Onderdeel hiervan is dat voor de jaren 2022 t/m 2025 incidenteel een voordeel ontstaat door het schrappen van de zgn. ‘opschalingskorting’. Met deze voordelen is in de huidige begroting rekening gehouden. Vanaf 2026 daalt de algemene uitkering sterk.
9
Extra prijsbijstelling 2022 In de Najaarsnota 2022 heeft het kabinet aangekondigd een extra prijsbijstelling over 2022 uit te keren in verband met de uitzonderlijke prijsstijgingen voor 2022. Het Rijk heeft dit in de Voorjaarsnota 2023 opgenomen, echter deze is aanzienlijk lager dan eerder aangekondigd. De verdeling wordt naar verwachting in de meicirculaire 2023 bekend gemaakt. Tot die tijd blijft het onzeker in welke mate Epe het hogere accres voor loon- en prijsontwikkeling van uitkeringsjaar 2022 krijgt. Aanpassing financieringssystematiek Op landelijk niveau wordt gewerkt aan een aanpassing van de financieringssystematiek van de algemene uitkering uit het gemeentefonds vanaf 2026. Daardoor is er nu onduidelijkheid over de hoeveelheid geld die gemeenten op de langere termijn krijgen uit het gemeentefonds: in de Voorjaarsnota (28 april 2023) kondigde het Kabinet aan dat per 2026 van de ‘trap-op-trap-afsystematiek’ wordt afgestapt. Deze systematiek bepaalt dat wanneer het Rijk meer geld uitgeeft, gemeenten en provincies meer geld krijgen (en andersom). Vanaf 2027 wordt het Gemeentefonds volgens de Voorjaarsnota geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product.
De ontwikkeling van het bbp is volgens het Kabinet een objectieve en onafhankelijke maatstaf voor zowel volumecomponenten, die een kostenverhogende werking hebben (zoals bevolkingsgroei), als voor de loon- en prijsontwikkeling. Eenmalige bijdrage voor 2026, vanaf 2027 ook structureel beschikbaar In aanloop naar de nieuwe financieringssystematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 eenmalig een bedrag voor Epe van ongeveer € 1,5 mln. voor 2026 voor de algemene uitkering beschikbaar gesteld. In de Voorjaarsnota heeft het Kabinet nu aangegeven dat het eenmalige bedrag voor 2026 vanaf 2027 structureel beschikbaar zal komen. Hierdoor ontstaat voor gemeenten naar verwachting meer (structurele) ruimte op de begroting om bijvoorbeeld investeringen te doen, want deze drukken ook ná 2026 nog op de begroting. Nadere analyse financiële positie gemeenten in Nederland De VNG heeft door een adviesbureau een nadere analyse laten maken van een eerdere benchmark van gemeentelijke jaarrekeningen 2021. Deze nadere analyse bevestigt het beeld dat gemeenten in 2026 met grote tekorten te maken krijgen en geeft inzicht in de onderliggende financiële trends. In het rapport komt op twee belangrijke onderdelen een zorgwekkend beeld naar voren: zowel de structurele exploitatieruimte als het solvabiliteitsratio laten een dalende trend zien.
De structurele exploitatieruimte laat zien of gemeenten voldoende middelen hebben om de eigen jaarlijkse lasten te dragen. De solvabiliteitsratio geeft aan of gemeenten voldoende buffers hebben om tegenvallers op te vangen. Met relatief kleine verschillen is deze dalende trend in het hele land en in alle provincies terug te zien. De VNG waarschuwt al sinds het verschijnen van het coalitieakkoord in 2021 dat de aanpak van het rijk grote gevolgen gaat hebben voor de financiële positie van gemeenten. Deze cijfers laten zien dat als het kabinet niet snel met een structurele en adequate oplossing komt investeringen op alle fronten gaan teruglopen. Ook op voor het kabinet belangrijke dossiers als woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie. Jaarrekening 2022 De concept jaarrekening van Epe laat voor boekjaar 2022 - naar het zich nu laat aanzien - een aanzienlijk positief financieel resultaat zien. Het college zal aan de raad een voorstel doen over de bestemming van het financiële resultaat. Ontwikkeling prijzen, lonen en rente ▪ Er is sprake van sterke stijging (indexering) van prijzen (o.a.
energie) en lonen (cao 2023); voor 2024 moet rekening worden gehouden met een prijsstijging van 7,5% (inclusief het effect van de niet begrote extra toename voor 2023) en een loonkostenstijging van 9,4% (voor de helft veroorzaakt door het effect van de nieuwe cao voor 2023); dit werkt (structureel) door in de begroting voor 2023 en 2024 en verder; verwacht wordt dat het rijk hiervoor (gedeeltelijke) compensatie zal geven in de algemene uitkering. ▪ De sterke stijging van de bouwkosten (incl. materialen) heeft aanzienlijke gevolgen voor investeringsprojecten zoals mobiliteitsprojecten en huisvesting van onderwijsvoorzieningen. Het maakt keuzes noodzakelijk over hoe om te gaan met de nu beschikbare budgetten.
10
▪ ▪ ▪ ▪
Na jaren van lage rentestanden brengt de stijgende rente van de laatste tijd het risico met zich mee van structureel hogere rentelasten in de gemeentebegroting. Met betrekking tot de hoge energiekosten is er nog geen duidelijkheid over compensatie door het rijk voor het opzeggen van het contract met Gazprom; in de huidige begroting is een stelpost opgenomen voor 2023-2025 voor het risico van de hoge energiekosten. Ook in 2023 wordt naar verwachting voor huishoudens een energietoeslag van € 1.300 toegekend aan minima. Er blijft onzekerheid over de verdere ontwikkeling van de energieprijzen. Uitvoering van het beleidskader aanpak energiecrisis (in voorbereiding): voor 2024 en verder zullen voor de uitvoering van het kader, afhankelijk van te maken keuzes in de uitgaven, nog de financiële middelen moeten worden aangewezen.
Ontwikkelingen vanuit beleidsmatige onderwerpen ▪ Hervormingsagenda jeugdzorg: zeer recent is een principeakkoord over de financiën hervormingsagenda jeugdzorg bereikt tussen de VNG en het rijk. In Epe is al wel een beleidskader vastgesteld waarmee invulling wordt gegeven aan de lijnen uit de eerdere concept-hervormingsagenda. ▪ Hoge uitgaven voor onderwijshuisvesting: De komende jaren zullen conform het IHP hoge uitgaven gedaan moeten worden voor huisvesting van het onderwijs. Hiervoor is gestart met het opbouwen van een flinke reservering. De komende jaren zal het echter noodzakelijk blijven om aanvullend hierop forse bedragen opzij te zetten. ▪ Om vanuit de door de raad vastgestelde visie toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties te kunnen realiseren, zijn voldoende financiële middelen nodig voor de projectorganisatie en voor de uitvoering van concrete huisvestingsmaatregelen; het noodzakelijke meerjarig inzicht in de te verwachten investeringen hiervoor moet nog worden opgesteld. ▪ Voor de uitgaven voor huisvesting en opvang van statushouders, asielzoekers, vluchtelingen en overige doelgroepen zijn door de raad middelen beschikbaar gesteld. Vooralsnog lijken deze middelen, aangevuld met de middelen die van het rijk worden ontvangen, toereikend.
▪ Ontwikkelingen op het gebied van de Omgevingswet (invoering nu 1-1-2024), aanpassing aan de klimaatveranderingen en de overschakeling op andere energiebronnen (klimaat- en energietransitie) brengen een grote opgave met bijbehorende kosten voor de gemeente met zich mee. Hier staan ook inkomsten van het rijk tegenover. ▪ Coronasituatie: met een forse gemeentelijke reserve konden tot en met 2022 uitgaven voor acute problematiek, overbrugging en herstel worden opgevangen; afbouw van de laatste verplichtingen vindt plaats in 2023. Daarnaast zijn er nog specifieke stimuleringsmaatregelen opgenomen die ten laste van deze middelen worden bekostigd. Van de resterende middelen in de reserve wordt voorgesteld deze in te zetten ter bestrijding van de energiecrisis. Budget raadsinitiatieven Bij de begrotingsbehandeling 2023-2026 (november 2022) is door het college toegezegd om op dit onderwerp terug te komen bij de Perspectiefnota 2024-2027. Het college ziet vooralsnog onvoldoende aanleiding om het initiatief te nemen voor het instellen van een specifiek budget voor raadsinitiatieven. Voor de uitvoering van het beleid ziet het college voldoende mogelijkheden binnen de huidige opzet van de begroting. Binnen het nieuwe subsidiebeleid hebben we een budget beschikbaar voor (onvoorziene) aanvragen die lopende het jaar binnen komen.
Gebruik maken van de bestaande subsidieregelingen heeft als voordeel dat op deze manier voor iedereen de regels voor aanvragen helder zijn en het past binnen de geldende werkprocessen, waardoor ook de rechtmatigheid geborgd is. Daarnaast is ook de algemene post ‘onvoorzien’ beschikbaar voor uitgaven die onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn. Bijsturing kan zo nodig plaats vinden binnen de mogelijkheden van de planning en controlcyclus.
Doorlichting/herijking gemeentebegroting In het coalitieakkoord is vastgelegd dat het de bedoeling is om het bestaande beleid te laten herijken/doorlichten. In de begroting is deze actie opgenomen voor 2024.
11