819965 Toelichting BP Waeghuys
Tekst van het document
Gebiedstype Het plangebied ligt in een gebied dat wordt gekenmerkt door verschillende functies. Langs de Stationsstraat bevinden zich verschillende percelen bestemd voor functies behorend tot de
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
26
categorieën ‘Gemengd’ en ‘Maatschappelijk’. Daarnaast grenst het plangebied aan bedrijventerreinen, die zich centreren rondom de Kweekweg en de Lange Veenteweg. De omgeving van het plangebied kan daarmee worden getypeerd als een ‘gemengd gebied’. Dit betekent dat bij de beoordeling van het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ de richtafstanden uit de VNG-procedure met één afstandsstap kunnen worden verlaagd (met uitzondering voor het aspect ‘gevaar’). Hinder als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling Geconstateerd wordt dat er tussen de woning Stationsstraat 35 en de perceelgrens van het woonzorgcentrum de richtafstand van 10 meter niet kan worden voldaan. Een akoestisch onderzoek is hierdoor noodzakelijk. Voor de omliggende overige woningen wordt voldaan aan de richtafstand. Hinder van bedrijvigheid op de ontwikkeling Voor de gronden van het parkeerterrein op de hoek Sint Antonieweg/Oenerweg en de Stationsstraat 27 wordt niet voldaan aan de richtafstanden volgend uit de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan. Voor beide percelen geldt dat wel wordt voldaan aan de richtafstanden voor de feitelijke situatie. Daarmee wordt geacht dat nader onderzoek niet noodzakelijk is.
Voor al de overige gronden/functies geldt dat deze omliggende gronden/functies niet worden geschaad in hun ontwikkelingsmogelijkheden en ter plaatse van de ontwikkellocatie een goed woonen leefklimaat is gewaarborgd. Nader onderzoek op het gebied van bedrijven en milieuzonering is daarmee niet noodzakelijk. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt op basis van de richtafstanden uit de VNG-brochure geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Geluid - industrie Op basis van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen gemeente Epe’ geldt de aanduiding ‘geluidzone - industrie’ ter plaatse van de ontwikkellocatie. Op basis van deze aanduiding zijn enkel geluidgevoelige objecten toegestaan, indien een omgevingsvergunning met inachtneming van de Wet geluidhinder is verleend. Om deze reden dient met een akoestisch onderzoek aangetoond te worden dat aan deze voorwaarde kan worden voldaan. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op het aspect 'industrielawaai'. 4.3.3 Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Vanwege de ligging van het plangebied binnen de 'geluidszone - industrie' uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen gemeente Epe' is nader onderzoek naar het aspect 'industrielawaai' noodzakelijk.
4.4 Verkeer en parkeren 4.4.1 Verkeer De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de wijziging van de bestemming 'Kantoor' in de bestemming 'Maatschappelijk' en 'Wonen' en voorziet in de realisatie van 32 zorgeenheden en twee vrijstaande woningen. Als gevolg hiervan zal de verkeersaantrekkende werking toenemen. Gezien de ligging van het plangebied aan de hoofdontsluitingsstructuur van Epe, zal een toename van het verkeer geen problemen opnemen voor de bestaande verkeersstructuur. Het plangebied is met een afzonderlijke in- en uitrit aangesloten op de Sint Antonieweg. Vanuit het oogpunt verkeersveiligheid zijn in principe zo min mogelijk aansluitingen gewenst. Als er twee aansluitingen worden gemaakt, is éénrichtingsverkeer hierop gewenst. Het ontwerp met een gescheiden in- en uitrit dichtbij elkaar, heeft in vergelijking met een situatie met één gecombineerde in- en uitrit hetzelfde effect op de verkeersveiligheid. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid wordt geadviseerd om de uitrit aan de noordzijde van het perceel te situeren, omdat hier het uitzicht het beste is en het oprijden dus het veiligste kan plaatsvinden. In aanvulling daarop wordt geadviseerd om de struiken zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van het perceel terug te snoeien, om
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
27
het uitzicht te verbeteren. In een memo is deze verkeersoplossing nader uitgewerkt en onderbouwd. De memo is als bijlage 6 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. 4.4.1.1 Conclusie verkeer Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 4.4.2 Parkeren De gemeente Epe heeft parkeerbeleid vastgesteld dat is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeren' en de Nota parkeernormen 2018, die onderdeel is van het parapluplan. De Nota parkeernormen 2018 is als bijlage bij het paraplu bestemmingsplan opgenomen. In het bestemmingsplan is het plangebied aangeduid als 'overige zone - parkeernormen rest bebouwde kom'. Zorginstelling De in voorliggend bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling voorziet in de wijziging van de bestemming 'Kantoor' in de bestemmingen 'Maatschappelijk' en 'Wonen'. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' wordt een woonzorginstelling met 32 zorgeenheden gerealiseerd. Op basis van de Nota Parkeernormen 2018 dient per wooneenheid/zorgeenheid te worden voorzien in 0,6 parkeerplaats. Voor 't Waeghuys geldt een toekomstige parkeerbehoefte van 19,2 parkeerplaatsen. In het inrichtingsplan voor het perceel is aan de Sint Antonieweg voorzien in een parkeerterrein met 18 parkeerplaatsen aan de voorzijde en twee parkeerplaatsen langs de Dominee Prinsweg.
Hiermee wordt op eigenterrein voldaan aan de toekomstige parkeerbehoefte. Woningen Conform de Nota parkeernormen 2018 worden er twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Voor deze woningen geldt in het gebied rest bebouwde kom een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. De percelen van woningen bieden voldoende ruimte om te voorzien in de toekomstige parkeerbehoefte eigen terrein. 4.4.2.1 Conclusie parkeren Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 4.4.3 Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.5 Geluid 4.5.1 Beoordelingskader Met de nieuwbouw van de woonzorginstelling en de twee vrijstaande woningen worden er geluidsgevoelige functies toegevoegd aan de omgeving. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat langs wegen geluidszones liggen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Het plangebied ligt in stedelijk gebied. De breedte van de geluidszones is als volgt: • • •
één of twee rijstroken: 200 meter; drie of vier rijstroken: 350 meter; vijf of meer rijstroken: 350 meter.
De afstand wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook van de weg tot de gevel van het gebouw.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
28
4.5.2 Onderzoek Geluidsbelasting vanuit de omgeving Met als doel de geluidsbelasting van de omliggende wegen en het bedrijventerrein Kweekweg op de gevels te berekenen, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het rapport van het akoestisch onderzoek is als bijlage 8 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Op basis van het akoestisch onderzoek worden de volgende conclusies worden getrokken: •
• •
• •
De geluidbelasting vanwege de Sint Antonieweg bedraagt maximaal 58 dB. Dit is hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, maar lager dan de maximaal te ontheffen geluidsbelasting. Maatregelen dienen derhalve te worden onderzocht. De geluidbelasting vanwege de Dominee Prinsweg en de overige wegen is lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Maatregelen zijn hiervoor niet nodig; De geluidsbelasting ten gevolge van het industrieterrein Kweekweg overschrijdt tevens de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 50 dB(A). De maximaal te ontheffen geluidsbelasting van 55 dB(A) wordt niet overschreden; Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, financieel niet doelmatig zijn en verkeerskundig niet mogelijk zijn. Ook kleven er bezwaren van landschappelijk en stedenbouwkundige aard aan overdrachtsmaatregelen. Er dienen derhalve maatregelen aan de ontvanger zijde te worden getroffen; Ten gevolge van het wegverkeer over de Sint Anthonieweg dienen voor 18 zorgwoningen hogere waarden te worden vastgesteld. Ten gevolge van het industrieterrein Kweekweg dienen voor 8 zorgwoningen hogere waarden te worden vastgesteld; Hierdoor blijkt dat er maatregelen aan de gevel getroffen moeten worden. De binnenwaarde van 33 dB dient te worden gewaarborgd. De maximale gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt 63 dB.
De geluidswering van de gevel dient 30 dB te bedragen.
Ten behoeve van het verlenen van een ontheffing hogere waarden is een akoestisch onderzoek naar de geluidswering van de gevels uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat voor een aantal appartementen in aanvullende akoestische maatregelen genomen moeten worden om te voldoen aan de voorwaarden uit het Bouwbesluit ten behoeve van goed binnenklimaat. Het rapport van het akoestisch onderzoek is als bijlage 8a opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Geluidsbelasting op de omgeving Met als doel de geluidsbelasting als gevolg van het functioneren van de woonzorginstelling op de gevel kunnen bepalen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport van het akoestisch onderzoek gevelwering is als bijlage 9 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Op basis van het akoestisch onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: • • •
Het plangebied ligt binnen de geluidszone van wegen en een industrieterrein (Kweekweg). Het gebied wordt dus als een gemengd gebied getypeerd; Ten gevolge van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van het zorgcentrum worden er geen grenswaarden overschreden; Ten gevolge van het maximale geluidsniveau wordt op de woning Stationsstraat 35 alleen in de avondperiode de grenswaarde van stap 2 overschreden. De oorzaak is het sluiten van autoportieren. Dit is een omgevingseigen geluid. De overschrijding is door middel van een scherm met een hoogte van 2 meter weg te nemen.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
29
Locatie van het geluidsscherm •
Ten gevolge van de indirecte hinder blijkt dat er geen grenswaarden worden overschreden.
4.5.3 Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, mits de gemeente een hogere grenswaarde vaststelt als gevolg van het wegverkeerslawaai en het industrielawaai.
4.6 Luchtkwaliteit 4.6.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • • •
Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (Luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (Luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.
Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg;
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
30
• •
woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerzijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling zijn criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: • • • •
CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).
4.6.2 Onderzoek De voornomen ontwikkeling bestaat uit de bouw van een woonzorginstelling bestaande uit 32 zorgeenheden en twee vrijstaande woningen. Deze ontwikkeling valt onder de Regeling NIBM. Een nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.6.3 Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.7 Water 4.7.1 Watertoets Het doel van de watertoets is om in vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. De watertoets is uitgevoerd op www.dewatertoets.nl. Op basis hiervan heeft het waterschap Vallei en Veluwe een wateradvies uitgebracht. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt de korte procedure. Een samenvatting van de watertoets en het wateradvies van het waterschap zijn als bijlage 10 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Met deze watertoets is uw plan naast het beleid van het waterschap gelegd. Hieruit is de conclusie naar voren gekomen dat het plan invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Deze beoordeling heeft plaats gevonden vanuit het beleid van het waterschap. Voor het waterschap leidt een toename van verharding alleen tot een watercompensatieopgave (noodzaak tot waterberging) als er een toename is van 1.500 m² of meer. Als gevolg hiervan geldt de normale procedure.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
31
4.7.2 Advies Waterschap Op basis van de uitkomsten van de watertoets heeft het waterschap een advies uitgebracht. Het advies is als bijlage 11 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Waterinclusieve bebouwde omgeving Stedelijke in- en uitbreiding, ten behoeve van de groeiende bevolking, moet worden gekoppeld aan klimaat- en duurzaamheidsopgaven. Dit biedt enorme kansen om de stad aantrekkelijker te maken. Idealiter wordt overal waar wordt gebouwd, rekening gehouden met het aspect water (waterinclusief bouwen) en wordt de buffercapaciteit van de bodem verbeterd: de stad als spons. Groenblauwe dooradering in de openbare ruimte en op de daken houdt de stad bovendien leefbaar bij toenemende hittestress en heftige regenval. Dit vraagt om zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik en de garantie op voldoende ruimte bij binnenstedelijke verdichting. Algemene aandachtspunten Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.
Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Om verontreiniging van bodem, gronden/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Toename verhard oppervlak Het verhard oppervlak in het plangebied neemt toe. Bij nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak op oppervlaktewater geldt dat de hoeveelheid te lozen water geen nadelig effect mag hebben op het ontvangende watersysteem. Bij een substantiële toename van verhard oppervlak stelt het waterschap eisen aan de berging. Wanneer er meer dan 1.500 m² toename van verhard oppervlak wordt gerealiseerd dient in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen te worden met hoeveel het verhard oppervlakte toeneemt en hoe in het plan voorzien is in waterberging om negatieve gevolgen en wateroverlast te voorkomen.
Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied raakt een grondwaterfluctuatiezone. In deze zone dient er rekening gehouden te worden met een verwachtte stijging van de grondwaterstanden. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. 4.7.3 Waterhuishoudkundig plan Met als doel te voldoen aan de eisen van het waterschap met betrekking tot het bergen van hemelwater is een waterhuiskundig plan opgesteld. In het waterhuishoudkundig plan is een ontwerp geschetst voor de afvoer van het afvalwater en de berging, infiltratie en afvoer van het hemelwater. Het waterhuishoudkundig plan is als bijlage 12 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. 4.7.4 Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
32
4.8 Ecologie 4.8.1 Beoordelingskader Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Verder zijn in de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland regels opgenomen ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. 4.8.2 Onderzoek Het doel van dit verkennend onderzoek is het inzichtelijk maken van de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het plangebied en de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien beschermde natuurgebieden. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. Het ecologisch onderzoek is als bijlage 13 opgenomen in de bijlagen bij toelichting.
Beschermde plant- en diersoorten Kleine marterachtigen Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de kleine marterachtigen bunzing, wezel en hermelijn. De takkenhopen en houtstapels binnen het projectgebied zijn geschikt als verblijfplaats voor deze soorten. Nader onderzoek naar kleine marterachtigen is noodzakelijk. Op basis van het nader onderzoek kan het noodzakelijk zijn een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Vleermuizen De bomen en bebouwing binnen het projectgebied hebben geen holtes of scheuren die geschikt zijn als habitat voor vleermuizen. Er is geen spouw aanwezig. Het gebouw had enkele luiken, deze zijn inmiddels niet meer aanwezig. Het bestaande pand heeft als gevolg van het achterwege blijven van periodiek onderhoud al jaren geen houten getimmerde goten meer. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het projectgebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten. In een atlasceder in het perceel ten noorden van het projectgebied zitten spechtengaten die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Wanneer werkzaamheden aan de noordkant van het projectgebied zonder nachtelijke verlichting uitgevoerd worden, is een negatief effect op vleermuizen die eventueel deze boom gebruiken als verblijfplaats uitgesloten.
Het projectgebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, maar vanwege de ruime aanwezigheid van alternatief, hoogwaardig foerageergebied in de directe omgeving, is er geen sprake van een functie als essentieel foerageergebied. De binnen het projectgebied aanwezige bomen vormen geen duidelijke, robuuste lijnvormige structuur die voor vleermuizen belangrijke landschapselementen verbindt. De bomen aan de Sint Antonieweg vormen wel een robuuste lijnvormige structuur die mogelijk een functie als vliegroute voor vleermuizen heeft. Deze bomen worden niet gekapt waarmee een mogelijke functie als vliegroute behouden blijft. Wanneer werkzaamheden aan de noordkant van het projectgebied zonder nachtelijke verlichting uitgevoerd worden is een nader onderzoek naar vleermuizen en mogelijk ontheffingsaanvraag is niet benodigd. Vogels Het plangebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het plangebied gebruiken als broedlocatie. Verstoring van
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
33
broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten. Indien dat niet mogelijk is, kan verstoring voorkomen worden door de bosschages niet te beschadigen tijdens het broedseizoen, voorafgaand aan de start van de werkzaamheden aan te tonen dat er geen broedvogels aanwezig zijn of mitigerende maatregelen te nemen. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Beschermde gebieden Natura 2000 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Veluwe op ca. 950 m afstand van het plangebied. Gelet op de aard van de werkzaamheden en de afstand tot Natura 2000-gebied kan verstoring van soorten in Natura 2000gebieden door licht, geluid en optische verstoring op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is mogelijk en dient nader onderzocht te worden middels een AERIUS berekening. AERIUS-berekening Een mogelijk substantieel negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is door middel van een AERIUS-berekening nader onderzocht.
Uit deze berekening blijkt dat bij de aanlegfase en de toekomstige gebruiksfase de stikstofdepositie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op deze Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. De AERIUS-berekening is als bijlage 14 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Voor de aanlegfase wordt gebruik gemaakt van de vrijstelling voor tijdelijke stikstofdepositie zoals opgenomen in de Wet stikstofreductie en natuurherstel. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 500 m afstand van het projectgebied. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. 4.8.3 Nader onderzoek kleine marterachtigen Uit het ecologisch onderzoek is gebleken dat het plangebied mogelijk geschikt is als leefgebied voor kleine marterachtigen. Om de aanwezigheid van deze soort nader te onderzoeken is een nader onderzoek kleine marterachtig uitgevoerd. Het nader onderzoek kleine marterachtigen is als bijlage 15 opgenomen in de bijlagen bij toelichting.
Aanwezige soorten Het gebruik van het projectgebied door kleine marterachtigen is beperkt tot gebruik van wezel als foerageergebied en mogelijk rust- en/of nestplaats. Aanwezige functies De aanwezigheid van rust- en/of nestplaatsen is niet waarschijnlijk, maar kan niet worden uitgesloten. Van essentiële rust- en/of nestplaatsen is geen sprake. Het gebied bevat geen structuren die duidelijke verbindingsroutes vormen voor kleine marterachtigen, zodat de aanwezigheid van deze functie niet aannemelijk is. De wezel gebruikt het projectgebied als foerageergebied, maar van een essentiële functie is geen sprake. Effectenbeoordeling De voorgenomen werkzaamheden resulteren niet in een negatief effect op functies van het gebied voor de wezel. In de toekomstige situatie is het gebied nog steeds geschikt als foerageergebied,
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
34
rust- en/of nestplaats. Indien de werkzaamheden buiten de voor wezel gevoelige (kraam)periode (15 maart tot 1 september) worden uitgevoerd, is van doden of beschadigen van exemplaren geen sprake. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet benodigd. Advies Geadviseerd wordt de werkzaamheden uit te voeren buiten de kraamtijd van de kleine marterachtigen (en het broedseizoen van broedvogels). Deze periode loopt van 15 maart tot 1 september. Ontheffing Wet natuurbescherming Omdat de aanwezigheid van rust- en/of nestplaatsen van de wezel niet kan worden uitgesloten en niet kan worden uitgesloten dat de werkzaamheden ook in de periode van 15 maart tot 1 september worden uitgevoerd is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd bij de provincie Gelderland. 4.8.4 Conclusie In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Op grond van de zorgplicht dient ten alle tijde rekening gehouden te worden met aanwezige plant- en diersoorten. Uit de quickscan volgt dat het plangebied mogelijk geschikt is als verblijf- of foerageerplaats voor vleermuizen en dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied van vogels.
Op grond van de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming geldt dat voor- en tijdens het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden rekening moet worden gehouden met het eventueel voorkomen van vleermuizen en vogels. Dit betekent dat schade aan in het plangebied aanwezige bomen en andere bosschages moet worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is dient op grond van de zorgplicht aangetoond te worden dat er geen vleermuizen of vogels aanwezig zijn of dat mitigerende maatregelen zijn genomen. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.9.1 Archeologie 4.9.1.1 Beoordelingskader Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2023 in werking. In het kader van een ruimtelijk plan is het noodzakelijk te onderzoeken in hoeverre de betreffende gronden van archeologische waarde kunnen zijn. De uitkomsten hiervan worden door het bevoegde gezag meegenomen in de belangenafweging. 4.9.1.2 Onderzoek Met als doel te onderzoeken of er in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft bestaan uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Bij toekomstige bodemingrepen kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord of vernietigd. Conform het beleid van de gemeente Epe dient hier archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het archeologisch onderzoek is als bijlage 16 opgenomen in de bijlagen bij toelichting.
Bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek kan worden gesteld dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Op basis van historisch kaartmateriaal en
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
35
gekeken naar de huidige situatie is er binnen het hele plangebied sprake geweest van bouw en sloop van diverse gebouwen. Veldonderzoek Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodem in het plangebied bestaat uit een esdek op een podzolrestant. Er zijn in het opgeboorde materiaal geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen. Het esdek kan als archeologisch relevant beschouwd worden. Eventuele archeologische resten kunnen hieronder goed bewaard gebleven zijn. Advies Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is vervolgonderzoek noodzakelijk. De kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten wordt groot geacht. Er wordt geadviseerd om voor aanvang van grondroerende werkzaamheden die dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Het doel hiervan is het in kaart brengen van eventueel archeologische waarden en het bepalen van de behoudenswaardigheid ervan. Voorafgaand aan het vervolgonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat moet worden getoetst door het bevoegde gezag. 4.9.1.3 Vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven Uit het inventariserend archeologisch onderzoek is gebleken dat vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven noodzakelijk is. Binnen het plangebied is historische bebouwing aanwezig.
Voorgaand onderzoek heeft uitgewezen dat binnen het plangebied een esdek op een podzolrestant aanwezig is. Dit kan als archeologisch relevant beschouwd worden aangezien eventueel aanwezige archeologische resten hieronder goed bewaard kunnen zijn gebleven. Het proefsleuvenonderzoek is als bijlage 17 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Veldonderzoek Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd op 4 mei 2021. In totaal zijn vier werkputten aangelegd. Vastgesteld kon worden dat de bodemopbouw bestaat uit een esdek met daaronder de Pleistocene, natuurlijke ondergrond afwisselend bestaande uit fluvio(peri)glaciale afzettingen en dekzand. Dit komt overeen met hetgeen tijdens het verkennend booronderzoek is geïnterpreteerd. Er werden tijdens het onderzoek geen archeologische sporen, vondsten of andere indicatoren aangetroffen in de grond op een klein cluster glaswerk en keramiek na uit een onbekende context (datering circa 1875 – 1950, vlakaanleg werkput 2) en een waterleiding waarschijnlijk uit dezelfde periode (werkput 3). Advies Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten wordt klein geacht. De voorgenomen ingrepen kunnen ons inziens zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd.
Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. 4.9.1.4 Conclusie Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 4.9.2 Cultuurhistorie 4.9.2.1 Beoordelingskader Volgens artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in de ontwikkelingslocatie en moeten aangeven
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
36
welke conclusies ze daar aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. De gemeente Epe heeft een bijzonder rijk verleden en wil zich dan ook inzetten om de cultuurhistorische waarden te behouden en waar mogelijk te benutten. Om hier inhoud en vorm aan te geven heeft de gemeente een cultuurhistorisch beleidskader met een uitvoeringsprogramma opgesteld. Het kader is vastgelegd in het rapport 'Epe, historisch centrum van de Veluwe (20102015)'. 4.9.2.2 Aanwezige cultuurhistorische waarden Het plangebied en omgeving zijn vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk perspectief waardevol voor Epe. Het gebied is representatief voor een periode (eind negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw) uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het dorp. De komt tot uiting in de stedenbouwkundige opzet, bestaande uit groen omzoomde wegen met daaraan relatief grote kavels met vrijliggende bebouwing. Op diverse plekken dringt het omliggende landschap ver het bebouwde gebied van Epe binnen. Het gebied kent een afwisseling van historische en hedendaagse bebouwing. 't Waeghuys betreft een voormalig hotel tegenover het voormalige treinstation van Epe. Van de historische bebouwing zijn enkele panden aangewezen als Rijksmonument (Stationsstraat 25) en gemeentelijk monument (Sint Antonieweg 2 en 14).
Het gebied is niet aangewezen of maakt geen deel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. De in het plangebied aanwezige bebouwing is aangewezen als een gemeentelijk monument. Het bouwplan voorziet in de renovatie van de monumentale onderdelen van het gebouw en de vestiging van een woonzorginstelling in het gebouw. Het bouwplan is gemaakt op basis van een bouwhistorischeverkenning en met respect voor het gemeentelijke monument. Door de herontwikkeling van 't Waeghuys worden de monumentale onderdelen behouden en waar mogelijk versterkt. Het behoud van het gemeentelijke monument is hiermee gewaarborgd. Het bouwplan is besproken met de erfgoedcommissie van de gemeente Epe. De commissie heeft handreikingen gegeven voor het bouwplan en aangegeven akkoord te zijn met de voorgenomen plannen. Door een nieuwe functie toe te kennen aan het gebouw en de hiermee samengaande renovatie wordt ’t Waeghuys als cultuurhistorische waardevol en monumentaal pand behouden voor Epe en wordt invulling gegeven aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van cultuurhistorie. 4.9.2.3 Conclusie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.10 Externe veiligheid 4.10.1 Beoordelingskader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
37
werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations.
In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie gemeente Epe Met de Beleidsvisie Externe Veiligheid zet de gemeente in op een duurzame en veilige ontwikkeling van de gemeente Epe. Enerzijds moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven, terwijl tegelijkertijd de gemeente zorg draagt voor een veilige woon-, werk- en leefomgeving. Deze visie gaat in op de samenhang tussen ruimtelijke ordening enerzijds en beheersing en verantwoording van risico's anderzijds.
Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Epe aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s dient te worden omgegaan. Het toetsingskader voorkomt afwegingen en besluiten op ad hoc basis en brengt consistentie door heldere uitgangspunten en reële ambities. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het in dit document weergegeven externe veiligheidsbeleid in acht. De uitgangspunten uit deze visie worden verder toegepast bij alle gemeentelijke activiteiten en ontwikkelingen waarbinnen externe veiligheid een rol speelt (o.a. vergunningverlening en handhaving, routering gevaarlijke stoffen, ruimtelijk beleid, rampenbestrijding en risicocommunicatie). De voorgenomen ontwikkelingen dienen afgewogen te worden in het kader van de externe veiligheid. De woonzorginstelling en de vrijstaande woningen vormen een nieuw kwetsbaar object (conform artikel 1, lid 1 sub b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen).
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
38
4.10.2 Inrichtingen Aan de Paasvuurweg 9 in Epe, op circa 225 meter ten noorden van het plangebied, is een verkooppunt van motorbrandstoffen gevestigd, met de mogelijkheid voor het verkopen van LPG. Voor het vulpunt, het reservoir en de afleverinstallatie zijn een plaatsgebonden risicocontour van respectievelijk 35 meter, 25 meter en 15 meter van toepassing. Voor het vulpunt en het reservoir geldt een invloedsgebied van 160 meter rondom de inrichting. Deze contouren liggen ruim buiten de grenzen van het plangebied.
Uitsnede van de risicokaart met daarop de ligging van het verkooppunt van motorbrandstoffen ten opzichte van het plangebied. 4.10.3 Transportroutes gevaarlijke stoffen In de omgeving van het plangebied komen geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen voor. 4.10.4 Buisleidingen In de omgeving van het plangebied komen geen buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen voor. 4.10.5 Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.11 Besluit Milieu-effectrapportage 4.11.1 Beoordelingskader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (verder Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn onderverdeeld in: 1. activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.);
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
39
2. activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een m.e.r.-beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden, maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Gevolg van dat laatste is dat in een bestemmingsplan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D, maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.
beoordeling dient dan voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure plaats te vinden. 4.11.2 Verantwoording vormvrije m.e.r.-beoordeling Het realiseren van een woonzorginstelling is geen activiteit welke opgenomen is in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Of de activiteit wel onder categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r. (stedelijk ontwikkelingsproject) valt is volgens de Raad van State (201601015/1/R10) afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als locatie, de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Het plan voorziet in de renovatie en vernieuwing van een bestaand monumentaal gebouw. Achter dit gebouw wordt een nieuw gebouw gerealiseerd. In beide gebouwen worden gezamenlijk 32 woonzorgeenheden gerealiseerd. Verder worden twee vrijstaande woningen gebouwd. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied. De omvang van het project is beperkt, hoewel er sprake is van een toevoeging van bebouwing op het perceel, vindt een wezenlijk deel van de ontwikkelingen plaats binnen een bestaand, in slechte bouwkundige staat verkerend, monumentaal gebouw. Ten behoeve van deze ontwikkelingen wordt het bestaande gebouw gerenoveerd en worden de monumentale onderdelen van het gebouw hersteld.
De uitstraling van het gebouw en het plangebied als geheel wordt daarmee weer passend in de voor Epe waardevolle omgeving. In de aanlegfase van het project is er geen sprake van cumulatie met andere ontwikkelingen. Voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkelingen worden uitsluitend reguliere bouwmaterialen gebruikt, waarbij wordt gestreefd zoveel mogelijk circulair te bouwen. De voorgenomen ontwikkelingen zorgen voor een normale productie van afvalstoffen, die via de reguliere normen worden ingezameld en verwerkt. Het afvalwater wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering, die hiervoor voldoende capaciteit heeft. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot verontreiniging en hinder. Een uitzondering hierop wordt gevormd door het aspect geluid. Het akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat er als gevolg van het parkeerterrein er sprake is van enige geluidhinder op de ten zuiden van het plangebied gelegen woning. Deze hinder wordt beperkt door het plaatsen van een geluidscherm. Voorts zijn er als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen geen risico's op ongevallen of rampen en negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid. Het plangebied kent geen specifieke natuurlijke waarden. Het plangebied ligt niet in of in de directe nabijheid van een Natura2000-gebied of in of nabij Natuurnetwerk Nederland.
Met ecologisch onderzoek is aangetoond dat er als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen geen sprake is van negatieve effecten op beschermde plant- en diersoorten. Met een archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen sprake is van archeologische waarden. Het bestaande gebouw is aangewezen als gemeentelijk monument. De bouwkundige staat van het monument is slecht, mede doordat het gebouw jarenlang heeft leeggestaan. Met de voorgenomen ontwikkelingen krijgt het gebouw een nieuwe functie. Ten behoeve hiervan wordt het gebouw geheel gerenoveerd en worden de monumentale onderdelen hersteld. Met een bouwhistorisch onderzoek is
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
40
aangetoond om welke onderdelen van het gebouw het gaat. Met de voorgenomen ontwikkelingen wordt het behoud van het gemeentelijke monument gewaarborgd. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de locatie die niet in of bij beschermde natuurgebieden ligt en het juist gunstige effect op de leefomgeving, maakt dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Zodoende is het niet noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren. 4.11.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-((vormvrije)beoordeling)plichtig. Het Besluit Milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.12 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten De relevante milieu- en omgevingsaspecten vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
41
5 Toelichting op de regels 5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan ''t Waeghuys Epe' wordt de huidige bestemming gewijzigd, zodat de bouw van een woonzorginstelling met 32 appartementen en twee vrijstaande woningen mogelijk worden gemaakt. Dit bestemmingsplan is mede gebaseerd op het bestemmingsplan 'Centrum Epe' en opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
De regels zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • • •
Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.
5.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 5.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • •
artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
42
Op de verbeelding zijn bouwhoogten en soms bebouwingspercentages aangegeven. Als er geen percentages zijn aangegeven, mag het hele bouwvlak worden bebouwd. De aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke). Uitgangspunt is dat alleen gebouwd mag worden binnen de bouwgrenzen. 5.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: • • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, bedrijvigheid etc.); Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage etc.); Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels; Verboden gebruik: welke vormen van gebruik zijn uitgesloten.
In paragraaf 5.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. Daarnaast wordt, indien gekozen wordt af te wijken van de bestemming uit het geldende bestemmingsplan, aangeven waarom daarvoor is gekozen. 5.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
•
• •
•
•
artikel 7 Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen, indien een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom - nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel - wordt betrokken; artikel 8 Algemene bouwregels: in de algemene bouwregels zijn bepaalde, kleine overschrijdingen van bestemmingsvlakken en bouwregels beschreven die zonder afwijkingsprocedure toegestaan zijn. In het verleden waren voor zulke geringe overschrijdingen wel afwijkingsprocedures nodig. Maar in de praktijk bleken de in dit artikel opgesomde overschrijdingen altijd een omgevingsvergunning te krijgen. Daarom zijn ze in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt 'bij wijze van recht'. Dat komt de helderheid vooraf ten goede en kan de proceduredruk verminderen; artikel 9 Algemene gebruiksregels: in de algemene gebruiksregels is aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan; artikel 10 Algemene afwijkingsregels: op basis van de algemene afwijkingsregels kunnen Burgemeester en wethouders omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van onderdelen van bestemmingsbepalingen, mocht dat in die bepalingen zelf niet geregeld zijn.
Bedoeld worden onder meer geringe afwijkingen van bouw- of bestemmingsgrenzen; artikel 11 Algemene procedureregels: bij het stellen van nadere eisen, zoals bedoeld in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening, dient aan belanghebbenden de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen te worden geboden. Hiertoe wordt in de algemene procedureregels een procedure voorgeschreven; artikel 12 Overige regels: in de regels wordt een enkele keer verwezen naar andere wettelijke regelingen. Landelijke wettelijke regelgeving kan gedurende de looptijd van het bestemmingsplan veranderen. Om die reden wordt in het artikel overige regels aangegeven dat daar waar wordt verwezen naar landelijke wettelijke regelingen, die regelingen zijn
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
43
bedoeld zoals deze luidden op het moment waarop het ontwerp bestemmingsplan ter visie is gelegd. 5.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 13 Overgangsrecht is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 14 Slotregels geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer en de datum van vaststelling door de gemeenteraad.
5.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de keuzes die zijn gemaakt nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Tuin' en 'Wonen' opgenomen. De regels voor deze bestemmingen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan 'Centrum Epe'. De bestemming 'Maatschappelijk' is opgenomen ten behoeve van het realiseren van de beoogde woonzorginstelling. Ten behoeve van het bestaande gebouw en de nieuwbouw is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen deze gebouwen zijn toegestaan. Verder is er voor het parkeerterrein een functieaanduiding opgenomen.
De bestemming 'Tuin' is opgenomen ten behoeve van tuinen en erven bij de op de aangrenzende gronden gelegen woning en staat enkel het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe met een maximum bouwhoogte van 1 meter. De bestemming 'Wonen' is opgenomen ten behoeve van de bouw van twee vrijstaande woningen, uitsluitend binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Verder zijn regels opgenomen ten behoeve van het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
44
6. Financiële uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.
6.2 Exploitatie De Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening) gaat ervan uit dat bij het bestemmingsplan een exploitatieplan wordt vastgesteld tenzij het kostenverhaal anders verzekerd is. De voor dit bouwplan en bestemmingsplan te maken kosten, waaronder eventuele tegemoetkoming in schade, zijn voor rekening van de betrokken initiatiefnemer. Met hem zijn hierover bindende afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Om die reden maakt een exploitatieplan geen deel uit van dit bestemmingsplan.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
45
7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).
7.2 Participatie Initiatienemer heeft op verschillende manieren omwonenden en belanghebbenden betrokken bij de voorbereiding van het bouwplan en het bestemmingsplan. Op 27 januari 2021 is een informatiebijeenkomst voor omwonenden georganiseerd. Tijdens de informatieavond is het bouwplan nader toegelicht door de architect en de procedure voor het wijzigen van het bestemmingsplan door de initiatiefnemer. Omwonenden werden in de gelegenheid gesteld vragen te stellen. Verder zijn omwonenden in de afgelopen periode geïnformeerd over de diverse (onderzoeks)werkzaamheden in het plangebied. Van de betrokkenheid van omwonenden bij de planvorming is een rapportage gemaakt. De rapportage buurtconsultatie 't Waeghuys Epe is als bijlage 18 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Uit de buurtconsultatie is gebleken dat omwonenden positief zijn over de herbestemming van 't Waeghuys.
7.3 Overleg Conform artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is wordt het ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de vaste overlegpartners. De reacties en de beantwoording daarvan zal in deze paragraaf worden opgenomen.
7.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingplan wordt door de gemeente Epe voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan inbrengen. De zienswijzen en de beantwoording daarvan zal in deze paragraaf worden opgenomen.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
46