797395 Projectopdracht toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties - definitief
Tekst van het document
UITWERKING VISIE OP TOEKOMSTBESTENDIGE MAATSCHAPPELIJKE ACCOMMODATIES Projectopdracht Uitvoering geven aan de visie op toekomstbestendige, maatschappelijke organisaties door participatief locatiegerichte plannen voor maatschappelijke accommodaties op te stellen en urgente projecten uit te voeren.
Projectgegevens Bestuurlijk opdrachtgever
Gert van den Berg
Ambtelijk opdrachtgever
Marlies Hombergen
Projectleider
Ivo Nienhuis
Datum en versie
2024-02-27 - definitief
Zaaknummer
702787
Samenvatting Met dit project werken we integraal en samen met onze verenigingen, stichtingen en inwoners aan toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties. Dit is een proces van jaren met als resultaat dat alle maatschappelijke accommodaties duurzaam zijn, multifunctioneel worden gebruikt, toegankelijk zijn, gezondheid stimuleren, en streven naar financiële zelfredzaamheid. Bovendien is het aanbod van maatschappelijke accommodaties afgestemd op de vraag naar en het aanbod van voorzieningen.
Integraliteit: maatschappelijke accommodaties en IHP De projecten toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties en het Integraal HuisvestingsPlan onderwijs (IHP) worden integraal opgepakt. Deze integrale aanpak wordt geleid door een stuurgroep waarin zowel de portefeuillehouder accommodaties als de portefeuillehouder onderwijs en sport zitten. De portefeuillehouder ruimtelijke ordening is agendalid. In deze stuurgroep worden alle projecten besproken en wordt gestuurd op integraliteit. Integraliteit is het uitgangspunt: er wordt altijd integraal naar een accommodatie en de omgeving gekeken en waar mogelijk worden combinaties van onderwijshuisvesting en andere accommodaties gerealiseerd. In sommige gevallen wordt ervoor gekozen een project niet integraal op te pakken. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor kleine, urgente projecten binnen het project toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties (bijvoorbeeld: het plaatsen van zonnepanelen bij buurthuis Triton). Financiën worden eveneens in de stuurgroep besproken, ter voorbereiding op college- en raadsvoorstellen. Dit zorgt ervoor dat integraal naar de reserve IHP en maatschappelijke accommodaties wordt gekeken, passend bij de doelstellingen van dit project en de programmabegroting 2024-2027. Om de integrale aanpak in de praktijk te waarborgen, werken we met een kerngroep die wekelijks bijeenkomt.
Deze kerngroep bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van alle relevante beleidsterreinen voor het project toekomstbestendige accommodaties, maar ook uit de projectleiders van het IHP. Hierin staat integraliteit centraal en wordt per project gekeken hoe dit gerealiseerd kan worden. Voorbeelden van hoe integraliteit in de praktijk wordt gebracht zijn tot nu toe onder meer: Het nieuw te ontwikkelen IKC Epe Zuidwest gaat plaats bieden aan onderwijs, kinderopvang en de CJGlocatie in Epe. Bij de verkenning naar de toekomst van het sportpark Wachtelenberg wordt ook gekeken naar een mogelijke samenwerking met het onderwijs en het verbeteren van buitengymvoorzieningen. Bij de oriëntatie op de verbouwing van basisschool het Mosterdzaadje is breed geïnventariseerd of er groepen, verenigingen of stichtingen in de omgeving zijn die de school zouden kunnen gebruiken. Dit
1
-
blijkt helaas niet het geval, maar toch wordt meegenomen dat de school multifunctioneel gebruikt kan worden in de toekomst voor bijvoorbeeld bijeenkomsten van buurtbewoners. Bij de mogelijke verplaatsing en nieuwbouw van de Anne de Vriesschool naar de nieuwbouwwijk Zuukerenk is vanaf het begin gekeken naar een multifunctionele accommodatie met ruimte voor bijvoorbeeld een wijkgebouw.
Projectomschrijving Op 23 februari 2023 heeft de raad de Visie op Toekomstbestendige Maatschappelijke Accommodaties vastgesteld. De ambitie is om een betaalbaar, reëel en toereikend aanbod van maatschappelijke accommodaties te hebben en te houden dat past bij de vraag naar en het aanbod aan voorzieningen. Daarnaast willen we dat alle maatschappelijke accommodaties: 1. Streven naar financiële zelfstandigheid → We willen dat maatschappelijke accommodaties goed te exploiteren zijn. Accommodaties zijn bij voorkeur zonder gemeentelijke financiële bijdrage financieel levensvatbaar, waarbij exploitatieopbrengsten worden gebruikt voor onderhoud en verbeteringen aan de accommodatie. Voor het gebruik van accommodaties die eigendom zijn van de gemeente, wordt een kostprijs dekkende huur in rekening gebracht bij de gebruikers. 2. Bijdragen en voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente → We willen dat maatschappelijke accommodaties duurzaam zijn: het streven is om in 2050 CO2-neutrale en gasloze accommodaties te hebben. Dit is, zeker op korte termijn, echter niet voor alle accommodaties mogelijk. Daarom geldt: zo duurzaam mogelijk. Dat betekent dat er per situatie wordt gekeken naar zo duurzaam mogelijke oplossingen en wordt een doorkijk gemaakt naar de taakstelling om in 2050 energieneutraal te zijn.
Vooruitlopend op het gemeentelijke Klimaatadaptatiebeleid (verwacht najaar 2024) houden we zoveel mogelijk rekening met de gevolgen van klimaatverandering bij nieuwbouw of renovatie van maatschappelijke accommodaties. Dit doen we door te beoordelen of een voorziening gevoelig is voor risico’s zoals wateroverlast, hitte en droogte. Waar mogelijk nemen we maatregelen om deze risico’s te verkleinen. De risicobeoordeling kan worden gebaseerd op de Klimaateffectatlas en ervaringen van gemeentemedewerkers en gebruikers van de voorziening. 3. Multifunctioneel worden gebruikt → Dat wil zeggen dat accommodaties worden gebruikt door meerdere verenigingen / organisaties. Dit leidt tot stimulering van ontmoeting tussen de gebruikers van de verschillende voorzieningen. Maar ook tot versterking van de verbinding tussen de gehuisveste voorzieningen, wat bij kan dragen aan de ontwikkeling van een breed, sector overstijgend aanbod. Daarnaast is bij multifunctioneel gebruik een efficiëntere inzet van accommodaties mogelijk door een hogere bezetting. 4. Gezondheid stimuleren → We willen dat maatschappelijke accommodaties een gezonde omgeving voor hun gebruikers zijn . Dat wil zeggen dat ze zoveel als mogelijk voldoen aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot het binnenklimaat (ventilatie) en een prettige omgeving zijn door een prettige verlichting, akoestiek en temperatuur .
Maar ook dat er een rookverbod geldt in en in de directe (openbare toegankelijke) omgeving/buitenruimte van de accommodatie. Daarnaast worden gezondere keuzes ten aanzien van eten en drinken gepromoot, wordt er geen alcohol geschonken aan minderjarigen en zijn er geen reclame-uitingen in relatie tot alcohol, rookwaren en ongezonde voeding. 5. Toegankelijk zijn → Maatschappelijke accommodaties en de activiteiten die daarin plaatsvinden zijn toegankelijk voor iedereen ongeacht leeftijd, afkomst, geloofsovertuiging of geaardheid, tenzij dat niet passend is bij de aard van de activiteit. Daarnaast zijn accommodaties zoveel als mogelijk toegankelijk voor mensen met een beperking. Dit in lijn met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, dat op 14 juli 2016 in Nederland in werking is getreden. Dat betekent o.a. dat de publiekstoegankelijke ruimten in de accommodaties rolstoeltoegankelijk zijn en dat de akoestiek en verlichting van dusdanige kwaliteit is, dat mensen met een auditieve of visuele beperking deze ruimten als prettig en behaaglijk ervaren. De maatschappelijke accommodaties worden zo veel mogelijk identificatie arm (het objectief inrichten van een ruimte waarbij (sport)cultuur en/of geloof niet duidelijk geuit worden) ingericht om bij te dragen aan de sociale toegankelijkheid. Dit project heeft tot doel om bovenstaande ambitie en
2
uitgangspunten om te zetten in uitvoeringsplannen voor het renoveren / (ver)nieuwbouwen van maatschappelijke accommodaties. Actuele ontwikkelingen centraal Wanneer ruimte is om een nieuw project aan te nemen wordt allereerst aangehaakt bij actuele ontwikkelingen waarbij we de volgorde van de planning afstemmen op de behoefte van initiatieven in onze gemeente. Andere ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ zoals de start van wijkuitvoeringsplannen om van het gas te gaan en nieuwbouw van scholen vanuit het IHP zijn hier ook onderdeel van. Vervolgens lopen we twee parallelle sporen: a. Het locatiegericht vormgeven van integrale uitvoeringsplannen in de nabije omgeving van de desbetreffende accommodatie; b. Oppakken van urgente en nieuwe projecten conform de uitgangspunten van de visie, al dan niet vooruitlopend op een integrale locatiegericht uitvoeringsplan. Locatiegericht vormgeven van integrale uitvoeringsplannen Het uitgangspunt bij een actuele ontwikkeling is dat onderzocht wordt of er in de directe omgeving een locatiegerichte, integrale aanpak meerwaarde op kan leveren. Zo grijpen we nieuwbouw of renovatie van een clubgebouw van een sportvereniging of school aan om te sturen op het verplaatsen/toevoegen van nieuwe voorzieningen.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het onderbrengen van een wijkgebouw in een nieuwe school of een gezamenlijk clubgebouw van sportverenigingen waar overdag dagbesteding, kinderopvang en/of gymlessen van basisscholen plaatsvinden. Daarbij wordt de urgentie van maatregelen in ogenschouw genomen en wordt gestuurd op het verzilveren van koppelkansen. Het mogelijk kern overstijgend aanbod van voorzieningen wordt daarbij op elkaar afgestemd. Hierbij wordt gekeken naar de voorzieningen (locatie ten opzichte van doelgroep, geschiktheid accommodatie) maar ook naar de doelstelling om de totale voorzieningen zo betaalbaar mogelijk te accommoderen. Hiertoe vindt ook een 0-meting* voor de betrokken maatschappelijke accommodaties plaats zodat we in één oogopslag per accommodatie de (gebouw)prestatie weer kunnen geven op het gebied van multifunctioneel gebruik, exploitatie, duurzaamheid, gezondheid en toegankelijkheid. De score per accommodatie is het vertrekpunt voor de verkenning van (her)huisvestingsmaatregelen van accommodaties en voorzieningen. Per gebied wordt in samenspraak eigenaren, beheerders en gebruikers een locatiegericht uitvoeringsplan gemaakt, waarbij nadrukkelijk gezocht wordt naar synergie. Naast de resultaten uit de 0-meting is hiervoor ook een inventarisatie nodig of het huidige aanbod aan voorzieningen nu en in de toekomst toereikend is.
Afhankelijk van het gewenste, realistische aanbod van voorzieningen kan een vertaling worden gemaakt naar de spreiding van voorzieningen en gewenste locaties. * Op het gebied van duurzaamheid brengen we wel alle maatschappelijke accommodaties in kaart omdat we hiermee synergie kunnen bereiken met de aanpak van de energiecrisis en de verduurzamingsopgave (programma energie en warmte). Urgente en nieuwe projecten Tegelijkertijd zijn er ook accommodaties die niet kunnen wachten op het moment dat we in het desbetreffende gebied aan de slag gaan. Denk bijvoorbeeld aan noodzakelijke vervanging of groot onderhoud aan sportvelden of installaties. Dit geldt ook voor nieuwe initiatieven. Ook deze urgente en nieuwe projecten moeten doorgang hebben. De wereld is immers geen laboratorium waar de tijd even stil kan worden gezet. Wel worden deze projecten aangevlogen vanuit de ambitie en uitgangspunten van de Visie op Toekomstbestendige Maatschappelijke Accommodaties. Tegelijkertijd wordt bij deze urgente en nieuwe producten gekeken welke mogelijkheden er zijn voor omliggende accommodaties, zowel ‘nu’ als later in de tijd. Door deze accommodaties ook vanuit het project op te pakken, kunnen we op korte termijn concrete resultaten laten zien en daarmee ook bij partners de energie en het enthousiasme voor het project behouden en vergroten.
Regierol gemeente In de visie is opgenomen dat de gemeente een regierol in het voorzieningenbeleid (inhoud) en accommodatiebeheer (gebouwen en terreinen) heeft. Dit uit zich o.a. in het invullen van een ‘makelaarsrol’ tussen aanbieders van voorzieningen en exploitanten van accommodaties en het voeren van jaargesprekken met beide groepen, samenwerking met accommodaties en voorzieningen vanuit onze kerntaken (sturen en faciliteren), en het beheer van accommodaties zoveel als mogelijk overlaten aan de exploitanten van accommodaties. Bij zowel het locatiegericht vormgeven van de uitvoeringsplannen als de urgente/nieuwe projecten gaan we deze regierol proefondervindelijk verder vormgeven: wat werkt wel/niet? Om te komen tot locatiegerichte uitvoeringsplannen en de uitvoering van urgente en nieuwe projecten zijn de volgende activiteiten noodzakelijk:
3
1.
2.
3.
Algemeen: a. Communicatie en participatieplan b. Concretisering / verdere uitwerking 0-meting c. 0-meting alle gebouwen op het gebied van duurzaamheid d. Opstellen afwegingskader voor investeringen & prioritering uitwerken o.b.v. visie e. Invulling geven aan de regierol van de gemeente f. Inventariseren actuele ontwikkelingen g. Analyseren actuele ontwikkelingen naar kansen / mogelijkheden voor locatiegerichte integrale uitwerkingsplannen & urgente/nieuwe projecten Urgente en nieuwe projecten a. Prioriteren op basis van afwegingskader b. Inventariseren subsidies voor uitvoering c. Jaarlijks benodigde middelen in kaart brengen + aanvragen Locatiegericht vormgeven van integrale uitvoeringsplannen a. Prioriteren op basis van urgentie per gebied opstellen communicatie- en participatieplan op basis van factor c b. Stakeholdersanalyse op basis van factor c c. Overlegstructuur met betrokken partijen opstellen d. Voorzieningenbehoefte in beeld brengen e. Uitvoeren 0-meting f. Stimuleren samenwerking tussen verenigingen, stichtingen en andere betrokken organisaties
Rol gemeenteraad De gemeenteraad is intensief geconsulteerd in de totstandkoming van de visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties. Het is nu aan het college om hier uitvoering aan te geven. De raad wordt onder andere middels nieuwsbrieven (met verwijzing naar een projectpagina op onze website) geïnformeerd over de voortgang. Per project wordt steeds bekeken of besluitvorming door de raad wenselijk en/of noodzakelijk is. Grotere projecten qua financiële en/of maatschappelijke impact – zoals nieuwbouw scholen en de toekomst van de Wieken en de Wachtelenberg – worden steeds ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Bij kleinere projecten – zoals het herinrichten van de bibliotheek of het plaatsen van zonnepanelen – is het college aan zet. Daarnaast heeft de raad een bepalende stem in het aanvullen van de reserve voor onderwijshuisvesting en maatschappelijke accommodaties (zie hieronder bij het kopje ‘financiën’).
Resultaat van het project De gemeente Epe heeft en houdt een betaalbaar, reëel en toereikend aanbod van maatschappelijke accommodaties dat past bij de vraag naar en het aanbod aan voorzieningen. Deze maatschappelijke accommodaties zijn duurzaam, toegankelijk, zoveel mogelijk financieel zelfredzaam, dragen bij aan gezondheid en worden multifunctioneel gebruikt. Er is een duidelijke lijn/afwegingskader om te komen tot daadwerkelijke conclusies voor toekomstbestendigheid van maatschappelijke accommodaties op het gebied van duurzaamheid, multifunctioneel gebruik, financiële zelfredzaamheid, gezondheid en toegankelijkheid. Verenigingen en stichtingen werken meer samen, wat zich o.a. uit in multifunctioneel gebruik van maatschappelijke accommodaties.
Afbakening en relaties met andere projecten Er zijn een aantal andere projecten die niet bij dit project horen, maar wel een relatie dan wel overlap hebben. Daar waar mogelijk proberen we werkzaamheden zo af te stemmen dat ze gelijk oplopen. Niet alleen vanuit financiële overwegen, maar ook omdat we zo belanghebbenden minder belasten. Het gaat in ieder geval om de volgende projecten: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) → De uitvoering van het IHP is geen onderdeel van dit project. Tegelijkertijd, echter, zijn er wel de nodige koppelkansen. Zo biedt renovatie of nieuwbouw van een school ook mogelijkheden voor het huisvesten van voorzieningen. Deze ontwikkelingen nemen we mee in het opstellen van de locatiegerichte uitwerkingsplannen. Lokaal plan van aanpak dempen gevolgen energiecrisis → Hoewel veel maatschappelijke accommodaties (stevig) last hebben van de gestegen energieprijzen, zijn het opstellen van het lokale plan van aanpak om de
4
gevolgen van de energiecrisis te dempen, inclusief de maatregelen, geen onderdeel van dit project. Tegelijkertijd, echter, zijn er wel de nodige koppelkansen. Zo zijn energiescans onderdeel van beide projecten. Transitievisie energie en warmte →Hoewel vanuit de transitievisie energie en warmte diverse initiatieven en projecten worden ontplooid die een raakvlak hebben met dit project, zijn deze initiatieven en projecten geen onderdeel van dit project. Tegelijkertijd, echter, zijn er wel de nodige koppelkansen. Zo loopt er op dit moment de ‘Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed’, waarbij energiescans worden uitgevoerd bij diverse accommodaties, waarna duurzaamheidsmaatregelen worden gepland dan wel genomen. Ook wordt er wijk voor wijk begonnen met ‘gasloos wonen’. Nieuwbouwprojecten → Nieuwbouwprojecten, zoals Oosterhof Zuid, zijn geen onderdeel van dit project. Tegelijkertijd, echter, kunnen nieuwbouwprojecten wel tot een andere voorzieningenbehoefte leiden en kan de spreiding van accommodaties suboptimaal worden. In het vormgeven van locatiegerichte uitwerkingsplannen houden we hier voor zover mogelijk rekening mee. Vastgoedbeleid → In ons vastgoedbeleid zijn keuzes gemaakt hoe wij omgaan met onze eigen maatschappelijke accommodaties. Deze zijn randvoorwaardelijk voor de huisvestingsmaatregelen van deze accommodaties.
De sociale agenda / Het beleidsplan sociaal domein in het algemeen, en beleid op het gebied van wijkgericht werken, sport, cultuur en welzijn in het bijzonder → Locatiegericht werken is één van onze uitgangspunten in de sociale agenda: We kijken wat er nodig is op het gebied van voorzieningen in een gebied (dorp, wijk, buurt of buurtschap) en leveren zo per gebied maatwerk. De behoefte van de inwoner staat daarbij centraal. Daarmee is het locatiegericht uitwerken van uitvoeringsplannen een invulling van locatiegericht werken. Locatiegericht werken gaat echter ook over het faciliteren van inwonerinitiatieven: dat valt buiten dit project.
Randvoorwaarden Een integrale stuurgroep maatschappelijke accommodaties en IHP borgt de noodzakelijke integraliteit voor deze onderwerpen en de voortgang op de mijlpalen van dit project. Dit project valt of staat met het vermogen om als gemeentelijke organisatie integraal samen te werken. De diversiteit in doelen (van duurzaamheid tot inclusie), het proces van planvorming tot uitvoering en de vele relaties met andere projecten maken dat veel vakgebieden binnen onze organisatie betrokken (moeten) zijn. Om dit te borgen is een kerngroep met de beleidsontwikkelaars en beleidsuitvoerders van de meest betrokken vakgebieden samengesteld (accommodaties, vastgoed, cultuur, sport, gezondheid, duurzaamheid, onderwijs) die wekelijks bijeenkomt. Daarnaast is het de taak van de stuurgroep maatschappelijke accommodaties en IHP om integraliteit te bewaken en aan te jagen. Tegelijkertijd, echter, moet integraal werken niet leiden tot het verzanden in eindeloze overleggen: enige vorm van pragmatisme is noodzakelijk om ook daadwerkelijk resultaat te boeken. Uiterlijk eind Q3/begin Q4 2023 is er in één gebied gestart met de locatiegerichte uitwerking. Een einddatum van het project is op dit moment niet te geven omdat de ervaring in andere gemeenten leert dat toewijding van de betrokken stakeholders voor de definitieve uitvoeringsplannen cruciaal is.
Tijd om het proces goed te doorlopen om draagvlak te vinden bij de meerderheid van de betrokkenen is dan ook een randvoorwaarde. Een Participatie- en communicatiestrategie en plan waarin een evenwicht wordt gezocht tussen de representatieve en participatieve democratie is noodzakelijk. Enerzijds omdat het onderwerp als speerpunt in het raadsakkoord staat benoemd. Anderzijds omdat er veel stakeholders – intern en extern – zijn die elk hun eigen belang en agenda hebben. Voor de 0-meting is expertise nodig op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en toegankelijkheid. Reden hiervoor is dat dit specifieke kennis betreft die we niet zelf in huis hebben. Voor het begeleiden van de locatiegerichte uitwerkingsplannen is een externe onafhankelijke procesbegeleider / projectleider noodzakelijk. Reden hiervoor is dat de gemeente zelf één van de stakeholders is. Voldoende ambtelijke capaciteit is noodzakelijk om de resultaten te behalen. De projectgroep is de motor van het project. De leden van de projectgroep moeten voldoende tijd hebben om de diverse activiteiten uit te voeren,
5
maar dit geldt ook voor de fase wanneer we van planvorming overgaan naar realisatie. Hierover moeten heldere afspraken worden gemaakt met de betrokken teams en teamleiders. Om zo weinig mogelijk / onnodig beslag te leggen op de beschikbare tijd van betrokkenen, worden waar het kan zoveel mogelijk combinaties gemaakt met reguliere werkzaamheden of werkzaamheden die het reguliere werk ten goede komen. Daarnaast vraagt een nieuw project (‘locatiegericht’ of ‘urgent/nieuw’) steeds een tijdsafweging met andere werkzaamheden van de betrokkenen. Voor zowel de projectorganisatie als realisatie van projecten zijn voldoende financiële middelen noodzakelijk. Voor de komende twee jaar is dit geborgd (zie hieronder). Daarna, echter, blijft dit vraagstuk actueel en ene harde randvoorwaarde om de resultaten te behalen. Tot slot is toewijding van het management en het college noodzakelijk. Het is zowel een politiek gevoelig project als een project met veel stakeholders in de gemeentelijke organisatie en de lokale samenleving. Tegenwind is dan ook te verwachten. Toewijding van de ambtelijke top en politiek kan dit grotendeels ondervangen.
Financiën
Eenmalige kosten Structurele kosten (per jaar)/benodigde investering
2023: €100.000,- voor de uitvoering van de 0-meting, de opstart van het proces van het eerste locatiegerichte uitwerkingsplan, externe projectleider, projectsecretariaat. Dit is in de begroting 2023 opgenomen (605003). In de begroting 2024 is voor 2024 en 2025 ieder jaar € 150.000 opgenomen. Daarna wordt geëvalueerd om te kijken wat daadwerkelijk nodig is. Er is een meerjarige reservering met een jaarlijkse storting nodig door de realisatie van huisvestingsplannen uit de locatiegerichte uitvoeringsplannen en t.b.v. urgente projecten die niet kunnen wachten op een uitvoeringsplan. In de begroting 2024-2027 is voor de dekking van deze benodigde investeringen een combinatie gezocht met het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Voor het IHP is een reserve aanwezig. In de begroting 2024-2027 is vastgesteld dat dit een gezamenlijke reserve voor maatschappelijke accommodaties en het IHP is. Hierdoor kan het deel van deze reserve dat nog niet is gelabeld voor zowel onderwijshuisvesting als maatschappelijke accommodaties worden ingezet. Hierbij mag onderwijshuisvesting waar al een besluit over is genomen niet in het geding komen. De middelen in deze reserve zijn niet oneindig en moeten gezien de verwachte investeringen in onderwijshuisvesting en maatschappelijke accommodaties op een gegeven moment weer worden aangevuld.
Waar het college het bevoegde orgaan is om een besluit te nemen over het onttrekken van middelen uit deze reserve, is de raad dit voor het aanvullen van de middelen. Het aanvullen van deze middelen voor maatschappelijke accommodaties gebeurt steeds op basis van concrete plannen die aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Daarnaast wordt een financieel beleid opgesteld om in het proces een zo gelijk mogelijke afweging te kunnen maken in de mate van financiering vanuit de gemeente. Deze zijn gebaseerd op de eigendomsregelingen maar ook de eerder ontvangen subsidies, functie van het gebouw en de initiatiefnemers.
Budget
6
Zie hierboven