766969 Bijlage 3 Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe 2023 (wijzigingen bijhouden)
Tekst van het document
Respijtopvang en crisisopvang Wmo
Inleiding In artikel 2.2.2 van de Wmo staat dat het college algemene maatregelen treft ter bevordering van mantelzorg en vrijwilligerswerk en ter ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, die noodzakelijk zijn ter uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 2.1.2, tweede lid. Dit betreft met name respijtopvang. Artikel 2.3.3. van de Wmo bevat een opdracht aan gemeenten om in spoedeisende gevallen een tijdelijke maatwerkvoorziening te verstrekken. Het kan gaan om een breed scala van verzoeken om acute ondersteuning. Het college moet onverwijld beslissen tot het vertrekken van de tijdelijke maatwerkvoorziening, in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Afwegingskader Toelichting Om in aanmerking te komen voor een individuele maatwerkvoorziening voor crisisopvang en/of begeleiding, respijtopvang of een time-out voorziening worden er een aantal afwegingen gemaakt. • Allereerst wordt er gekeken of er andere eigen mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld opvang in een zorghotel; • Daarna wordt beoordeeld of er sprake is van gebruikelijke zorg. Hiervan is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht voor de opvang te zorgen. Dit is een persoon die ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt.
Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonende jeugdige, maar zijn ook inwonende ouders; • Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem wordt er gekeken naar een individuele maatwerkvoorziening. De hulp wordt door het college toegekend in de vorm van Zorg in natura (Zin). Voorliggende voorzieningen Tijdens het gesprek wordt er als eerst afgewogen of er voorliggende voorzieningen zijn waar de inwoner gebruik van kan maken, zoals de wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zo is de Wlz van toepassing bij verblijf met langdurige zorg of bij iemand die al een Wlz indicatie heeft. Of de zorgverzekering bij opvang van ouderen die vanwege medische redenen tijdelijk niet thuis kunnen wonen (eerstelijns verblijf). Voor spoedzaken bij jeugd wordt de spoedeisende zorg van Jeugdbescherming Gelderland ingeschakeld. Collectieve en individuele maatwerkvoorzieningen Respijtopvang (thuis / basis / hoog) Respijtzorg is zorg ter ontlasting van de informele zorg rond een cliënt en wordt ingezet in het belang van de mantelzorger en de zorgvrager. Er zijn diverse vormen van respijtzorg: bij de cliënt thuis, op locatie van een opdrachtnemer en in een logeergezin. Respijtopvang (thuis of buitenshuis) kan worden ingepland en kan ook zo nodig structureel worden ingezet voor een aantal weekenden per jaar, of voor enkel dagen per week of langer.
• Respijtopvang Thuis: de cliënt is aangewezen op zorg die gepaard gaat met toezicht (geen 24 uur). De ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg levert aan de cliënt is 34/47
•
•
noodzakelijk. Deze hulp wordt in de thuissituatie geboden. De cliënt kan met inzet van dit product in de thuissituatie functioneren. Het product wordt ingezet als aanvulling op het wonen in de thuissituatie. Als de cliënt al beschikt over een indicatie begeleiding individueel wordt deze tijdens de respijtopvang gecontinueerd. Mocht er meer begeleiding individueel noodzakelijk zijn, dan dient dit te worden bekostigd op basis van het product Respijtopvang thuis. Respijtopvang Basis: de cliënt is (tijdelijk) aangewezen op zorg die gepaard gaat met permanent toezicht (24 uur). De ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg levert aan de cliënt is noodzakelijk. Deze hulp kan zowel op een locatie als in de thuissituatie of in een logeergezin worden geboden. Er is (nog) geen sprake van zware problematiek, de cliënt heet individuele begeleiding nodig en kan functioneren in een groep. De zorgaanbieder die respijtopvang levert zorgt voor permanent toezicht op de locatie, thuissituatie of in het logeergezin. Begeleiding individueel is onderdeel van dit product en hoeft niet apart te worden beschikt. Respijtopvang Hoog: de cliënt is door zijn of haar zorgbehoefte aangewezen op zorg die gepaard gaat met toezicht (24 uur). De ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg levert aan de cliënt is noodzakelijk.
Deze hulp kan zowel op een locatie als in de thuissituatie of in een logeergezin worden geboden. Er is sprake van zware problematiek, de cliënt heeft veel individuele begeleiding nodig en kan functioneren in een groep. De zorgaanbieder die respijtopvang levert zorgt voor permanent toezicht op de locatie, thuissituatie of in het logeergezin. Begeleiding individueel is onderdeel van dit product en hoeft niet apart te worden beschikt.
Er is bij opvang geen geneeskundige of verpleegkundige zorg nodig (dan is het namelijk zorgverzekering of WLZ). Er geldt een eigen bijdrage voor deze opvang. Crisisopvang (Basis / Hoog / begeleiding crisis) Bij crisis heeft de cliënt een niet uitstelbare hulpvraag met acute problematiek. Dit is niet uitstelbare hulp bij ondersteuning als gevolg van: plotselinge wijzigingen in de gezondheidssituatie van personen, beëindiging van opname in ziekenhuis of zorginstelling of de uitval van informele hulp vanuit sociale verbanden. • Wonen/verblijf Crisis Basis: er is sprake van acute problematiek op 2 tot 3 leefgebieden. Er is sprake van regieverlies met name op het gebied van huisvesting en financiën en/of sprake van onveiligheid in de thuissituatie. De cliënt is 7x24 uur aangewezen op de bereikbaarheid van hulp. Opname is noodzakelijk, deze hulp kan niet in de thuissituatie worden geboden. De zorgaanbieder levert opvang en begeleiding. De acute situatie is binnen maximaal 8 weken weggenomen. • Wonen/verblijf Crisis Hoog: er is sprake van acute problematiek op 4 of meer leefgebieden. Er is sprake van regieverlies en/of sprake van onveiligheid in de thuissituatie. De cliënt is 7x24 uur aangewezen op de bereikbaarheid van hulp. Opname is noodzakelijk, deze hulp kan niet in de thuissituatie worden geboden. De zorgaanbieder levert opvang en begeleiding.
De acute situatie is binnen maximaal 8 weken weggenomen. • Begeleiding Crisis: er is sprake van acute problematiek en de cliënt heeft direct begeleiding nodig in de thuissituatie. De cliënt is niet in staat om deze acute problematiek zelfstandig te beslechten. Er is sprake van regieverlies en/of sprake van onveiligheid in de thuissituatie. De zorgaanbieder levert integrale op aan de cliënt en zijn omgeving in de thuissituatie. De zelfregie van de cliënt kan voor een korte tijd worden overgenomen met als doel deze zo snel mogelijk weer terug te leggen bij de cliënt of diens omgeving. Mantelzorgers Middels bovengenoemde maatwerkvoorzieningen worden mantelzorgers ontlast. Artikel 18
Wijziging en handhaving
Nieuwe feiten en omstandigheden die leiden tot een herziening of het herroepen of intrekken van een individuele maatwerkvoorziening in natura en/of pgb, moeten door de cliënt worden gemeld. Zie hiervoor tevens artikel 8 van de verordening. 1. Tot maximaal vijf jaar na uitbetaling van het pgb moet de cliënt rekening houden met controle door het college van de besteding van het pgb en moet de cliënt hiervoor van belang zijnde stukken beschikbaar houden. 2. Het pgb voor hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere eenmalige voorzieningen kanwordt door het college rechtstreeks aan de leverancier of aanbieder uitbetaald worden. 3. Voor zover het een pgb voor een periodieke voorziening als hulpverlening betreft, controleert het college de besteding van het budget na afloop van een kalenderjaar of anders steekproefsgewijs.
35/47
4. De cliënt mag tot 10 weken van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover verantwoording moet worden afgelegd, betalingen vanuit het pgb doen die betrekking hebben op het te verantwoorden jaar. 5. De besteding van het pgb moet, tenzij hierover schriftelijke afwijkende afspraken zijn gemaakt, binnen 6 maanden zijn gestart. Indien dit niet het geval is, kan het recht op pgb worden ingetrokken. 6. Bij het overlijden van de cliënt eindigt de periodieke uitkering van het pgb op de dag na de overlijdensdatum. 7. In geval van spoed, crisis en dwang treft het college direct een tijdelijke voorziening. Het college beschikt achteraf. 8. Bedragen tot € 50,- worden niet teruggevorderd of verrekend. 9. Indien de cliënt het terug te vorderen pgb niet of niet volledig binnen de schriftelijk gestelde termijn terugbetaald, kan overdracht aan de gerechtsdeurwaarder plaatsvinden. De openstaande vordering wordt in dat geval verhoogd met buitengerechtelijke en eventuele gerechtelijke kosten. Specifiek ten aanzien van de Wmo 10. Nadat het door de cliënt terug te betalen bedrag door het college is ontvangen, meldt het college het aangepaste periodebedrag bij het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het CAK voert vervolgens een herberekening van de eigen bijdrage uit en informeert de cliënt over de uitkomst hiervan. Overgangsregeling 11.
Wanneer nieuwe afspraken met het college leiden tot aanpassing van de zorgovereenkomst van de informele hulp, en deze door de nieuwe gemeentelijke pgb-regels er qua inkomen op achteruitgaat, kan afhankelijk van de situatie, de omvang van de inkomensdaling en de duur van de periode dat de hogere inkomen is ontvangen een overgangsperiode van minimaal 1 maand en maximaal een half jaar worden geboden. Artikel 19 Intrekking 1. Gelijktijdig met het inwerking treden van deze beleidsregels, worden de huidige Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe 2021 ingetrokken. Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe 2023. Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders d.d. (datum) Epe, Burgemeester en wethouders van Epe, de burgemeester, de secretaris, dhr. T. Horn mw. C. Kats Dhr. N. Dusink
36/47
Bijlage 1: Overzicht individuele maatwerkvoorzieningen Binnen de bouwstenen ondersteuning, behandeling en wonen/verblijf wordt een onderscheid gemaakt in basis, middel en complex. Daarnaast is begeleiding en behandeling zowel individueel als in groepsverband mogelijk. Verder onderscheiden we begeleiding crisis, behandeling crisis en wonen/verblijf crisis. De hulpvraag van jeugdigen en volwassenen is uniek en onderling verschillend. De duur van de hulpvraag kan kort of juist lang zijn. Maar deze kan ook verschillen in de intensiteit van de zorgvraag: de ene hulpvraag is lichter of juist zwaarder dan de andere hulpvraag. Dit betekent dat een hulpvraag lang kan zijn, maar een licht karakter hebben. Een hulpvraag kan ook kort duren, maar in die korte tijd juist zwaar zijn. Op deze manier zijn 4 combinaties mogelijk tussen de duur van de zorg en ondersteuning en de intensiteit van de hulpvraag. Die combinaties en de benaming ervan staan hieronder:
Deze combinaties tussen duur en intensiteit kunnen gelden voor elke ondersteuning op individueel of groepsniveau, wonen/verblijf en behandeling. Binnen de bouwsteen bepaalt de toegang of de jeugdhulpaanbieder samen met de jeugdige of zijn ouders welke jeugdhulp precies nodig is binnen de daarvoor door de gemeente gestelde kaders. • • • •
•
• •
De gezamenlijke inkoop Wmo, Jeugdhulp en Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen heeft geleid tot een aantal integrale bouwstenen die voor zowel volwassenen als jeugdigen beschikbaar zijn. Behandeling is een specifieke bouwsteen jeugdhulp. De behandeling voor jeugdigen is onderdeel van de Jeugdwet. Vanaf 18 jaar valt behandeling onder de Zorgverzekeringswet. Pleegzorg en gezinshuizen is een bijzondere vorm van wonen/verblijf van jeugdigen. De plaatsing van jeugdigen in een pleeggezin of gezinshuis heeft de voorkeur boven plaatsing in een residentiele setting. Dyslexiezorg betreft de behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie bij jeugdigen in de basisschoolleeftijd. Dyslexiezorg wordt alleen vergoed voor kinderen op de basisschool die maximaal 12 jaar oud zijn bij aanvang van de behandeling. De behandeling kan wel op de middelbare school afgerond worden. Gesloten jeugdhulp omvat de zorg en behandeling voor jeugdigen met ernstige gedragsproblemen, waarbij gevaar bestaat voor de gezondheid en veiligheid van de jeugdige en/of zijn omgeving, in een gesloten accommodatie op basis van een machtiging, spoedmachtiging of voorwaardelijke machtiging van de rechter.
Specialistische Geestelijke Gezondheidszorg (SGGZ): naast behandeling basis en complex is sprake van specialistische vormen van GGZ voor basale stoornissen, stabilisatie, ernstig psychische aandoeningen en in crisissituaties. Activiteiten in het preventief justitieel kader betreffen de inzet van de deskundigheid van jeugdbescherming of jeugdhulp ter voorkoming van een maatregel of in het proces ter 37/47
• •
voorbereiding van een aanvraag van een maatregel bij de kinderrechter. Een maatregel voor jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt door de kinderrechter opgelegd. Naast de maatregel kan de rechter ook beslissen dat jeugdhulp nodig is. De gemeente i.c. het CJG is gehouden deze jeugdhulp in te zetten, binnen de voorwaarden die daarvoor zijn vastgelegd in de Jeugdwet, de verordening Jeugd en Wmo, en deze beleidsregels en de Gelderse Verbeteragenda. Kindergeneeskunde is de zorg door een medisch specialist om een integraal traject te bevorderen als er zowel medische als psychische problemen zijn bij jeugdigen. Het betreft dan een arts uit het ziekenhuis. Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het vervoer van de jeugdige naar de jeugdhulp. Er kan bij ouders sprake zijn van zodanige beperkingen dat zij niet instaat zijn hun kind de jeugdhulp te laten bezoeken. De gemeente kan dan een vervoersvoorziening afgeven. Een besluit hiertoe wordt altijd door het CJG genomen.
38/47
Bijlage 2: Richtlijnen Gebruikelijke Hulp Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen verwacht mag worden van de echtgenoot, ouders, inwonende jeugdigen of andere huisgenoten. Het gaat veelal om mensen die ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Bij gebruikelijke hulp wordt een onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties. - Bij kortdurende situaties is er uitzicht op een dusdanig herstel van beperkingen en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. - Er is sprake van een langdurige situatie als het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp langer dan drie maanden nodig zal zijn. Algemeen aanvaarde maatstaven: • In kortdurende situaties moet alle persoonlijke verzorging en hulpverlening door de gebruikelijke hulpverlener worden geboden. • In langdurige situaties is de hulp, waarvan kan worden gezegd dat deze op basis van algemeen aanvaarde maatstaven door de sociale omgeving (ouders, partners, volwassen inwonende kinderen en andere volwassen huisgenoten) aan de cliënt moet worden geboden gebruikelijke hulp.
• Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan jeugdigen is tot een leeftijd van 18 jaar gebruikelijke hulp, zowel in kortdurende als langdurige situaties. Hulp door twee hulpverleners Bij de cliënt met een complexe hulpvraag kan het noodzakelijk zijn dat deze door twee hulpverleners geleverd wordt. Is er sprake van gebruikelijke hulp, dan wordt dit toegepast op de te leveren hulp door de eerste persoon. Voor de door de tweede persoon te leveren hulp wordt de (gemiddelde) tijd volledig toegekend. Voor de aanwezigheid van een tweede hulpverlener ter ondersteuning van bijvoorbeeld een fysiotherapeut is de cliënt niet aangewezen op ondersteuning vanuit de Wmo of Jeugdwet, de verantwoordelijkheid voor de adequate hulpverlening ligt bij de therapeut zelf.
Algemeen beoordelingskader bij jeugdigen Het onderzoek door het CJG naar de aanspraak op een individuele maatwerkvoorziening op grond van de Jeugdwet in relatie tot gebruikelijke hulp van ouders aan kinderen wordt als volgt beoordeeld: • Wat is de situatie? Hoe is de ontwikkeling van het kind en is er sprake van voorgaande hulpverlening? • Is er sprake van opgroei-, opvoed-, of psychische problematiek? • Is er een oplossing mogelijk via eigen mogelijkheden of het sociale netwerk van de ouders? Indien er geen oplossingen zijn via eigen mogelijkheden of het sociale netwerk en de ouders kunnen de benodigde inspanning niet leveren, kan er worden gekeken naar een maatwerkvoorziening. Om vast te stellen op welke hulp de jeugdige is aangewezen, wordt door het CJG beoordeeld welke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging en hulpverlening uitgaat boven de hulp die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Bij die beoordeling worden de leeftijd van de jeugdige, de aard van de zorghandelingen, de frequentie van deze zorghandelingen en de omvang van de daarmee gemoeide tijd betrokken (ECLI:NL:RBROT:2018:5884). Deze thema’s worden hieronder uitgelegd. Ook wordt beoordeeld of sprake is van één of meer uitzonderingen die van invloed kunnen zijn bij het bepalen van de gebruikelijke hulp van ouders aan jeugdigen.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met die situaties waarbij ouders voortdurend in de nabijheid moeten zijn om onplanbare hulp en toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en beperkingen van de jeugdige. A. Leeftijd Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met verschillen die tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Bij de beoordeling van wat tot gebruikelijke hulp van ouders voor hun kinderen behoort, past daarom een zekere marge. Ook bij gezonde jeugdugen van dezelfde leeftijd kan de hulp die de ene jeugdige nodig heeft meer of minder zijn dan de hulp die een andere jeugdigenodig heeft. De ene jeugdige is nu eenmaal gemakkelijker of sneller zelfstandig dan de andere jeugdige. Voorbeeld: Veel jeugdigen van 4 jaar zijn overdag zindelijk en gaan zelf naar het toilet, maar het is niet ongewoon dat een jeugdige van deze leeftijd hier stimulans, hulp of toezicht bij nodig heeft. 39/47
B. Aard van de zorghandelingen Gebruikelijke hulp bij jeugdigen kan handelingen omvatten die niet standaard bij alle jeugdigen voorkomen. Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke hulphandeling vervangen, zoals het geven van sondevoeding in plaats van eten. Of om handelingen die in samenhang met reguliere zorgmomenten kunnen worden geboden, zoals het geven van medicijnen. Voorbeelden van handelingen die gebruikelijke hulphandelingen vervangen kunnen zijn: het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen; bij een jeugdige met een verstandelijke beperking oefenen met het gebruik van pictogrammen in plaats van oefenen met topografie. C. Frequentie en patroon van de zorghandelingen Zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse hulp aan een jeugdige, zoals drie keer eten per dag, kunnen als gebruikelijke hulp worden aangemerkt. Voorbeeld: Als een jeugdige bij het ontbijt en het naar bed gaan medicatie aangereikt moet krijgen, loopt dit mee in de het normale patroon van dagelijkse hulp aan een jeugdige en wordt dit als gebruikelijke hulp aangemerkt. Hetzelfde geldt voor het aanreiken van spullen of speelgoed na afloop van de maaltijd of na een drinkmoment, bij jeugdigen met een lichamelijke beperking.
Een voorbeeld van zorghandelingen die niet meelopen in het normale patroon van dagelijkse hulp van ouders aan een jeugdige, is het meerdere malen per nacht bieden van hulp van ouders aan een jeugdige. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met die zorgsituaties waarbij ouders voortdurend in de nabijheid moeten zijn om onplanbare hulp en toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en beperkingen van de jeugdige. D. Omvang van de met de zorghandelingen gemoeide tijd De omvang van de tijd die met de zorghandelingen is gemoeid, kan meebrengen dat niet langer van gebruikelijke hulp sprake is. Voorbeeld: alle jeugdigen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en aankleden, maar als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege bijvoorbeeld spasticiteit, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijke hulp gezien. E. Samenhangende beoordeling De hiervoor genoemde criteria moeten telkens in samenhang en gelet op de omstandigheden van de jeugdige worden beoordeeld. Een concrete uitwerking: het geven van medicatie (aard) bij een jeugdige van 9 jaar (leeftijd) is gebruikelijke hulp. Als de medicatie elke nacht (meerdere malen) moet worden toegediend, loopt dit niet mee in het dagelijkse patroon en moet beoordeeld worden of ouders hierdoor zodanig belast worden dat het niet meer redelijk is dit als gebruikelijke hulp te beschouwen.
Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen die zijn opgenomen in deze bijlage. Het uitgangspunt van gebruikelijke hulp is dat dit de hulp betreft die ouders volgens heersende maatschappelijke opvattingen moeten bieden aan jeugdigen zonder beperkingen, rekening houdend met verschillen die bij jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Beoordelingskader bij een schoon huis Als duidelijk is welke activiteiten die onder de huishoudelijke ondersteuning vallen, niet door de aanvrager uitgevoerd kunnen worden, wordt gekeken of er huisgenoten zijn die deze taken kunnen overnemen. Van huisgenoten wordt verwacht dat zij primair verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de huishoudelijke taken ongeacht of de huisgenoot een baan heeft, een studie volgt of het vanuit cultureel oogpunt niet bij zijn of haar taken vindt horen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten kunnen de niet-uitstelbare taken overgenomen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het overigens veelal om uitstelbare taken. Huisgenoten kunnen ook huurders zijn, met uitzondering van eerste en tweedegraads familieleden. Van huurders wordt verwacht dat zij zorg dragen voor het schoonhouden van de gemeenschappelijke ruimtes.
Van huisgenoten jonger dan 23 jaar is een leeftijdsgebonden verwachting welke huishoudelijke taken zij kunnen uitvoeren: Jeugdigen tot 5 jaar Van jeugdigen tot 5 jaar wordt geen bijdrage in het huishouden verwacht. Kinderen van 5 tot 13 jaar Van jeugdigen van 5 tot 13 jaar wordt verwacht dat zij naar hun eigen mogelijkheden betrokken worden bij lichte huishoudelijke taken zoals opruimen, tafel dekken/opruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien. 40/47
Jeugdigen van 13 tot 18 jaar Van jeugdigen van 13 tot 18 jaar wordt verwacht dat zij, naast de activiteiten die benoemd zijn voor jeugdigen van 5 tot 13 jaar, hun eigen kamer op orde kunnen houden (rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen). Huisgenoot van 18 tot 23 jaar Van een 18 tot 23 jarige wordt verwacht dat hij of zij een éénpersoonshuishouden kan voeren. De huishoudelijke taken van een éénpersoonshuishouden zijn: schoonhouden van de sanitaire ruimte, keuken en een kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen, eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden Beoordelingskader bij persoonlijke Verzorging Partners onderling, in kortdurende situaties Van partners wordt in kortdurende situatie verwacht dat zij elkaar alle persoonlijke verzorging bieden. De zorgplicht van partners onderling betreft persoonlijke, lichaamsgebonden zorg in de vorm van assistentie en overname bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen, maar ook aandacht en begeleiding bij een aandoening. Bijvoorbeeld als de partner een been breekt. Cliëntsoevereiniteit behoort bij partners onderling niet tot de categorie uitzonderingen en is daarom hier niet van toepassing, ook niet vanwege geloofsovertuiging, culturele achtergrond of binnen een gezinssituatie waarin partners ruzie hebben.
Partners onderling, in langdurige situaties Als vanaf de start van de zorgsituatie duidelijk is dat deze een langdurig karakter heeft, is er geen sprake van gebruikelijke hulp. Er hoeft dan niet eerst drie maanden ‘gebruikelijke hulp’ door partners geleverd te worden, alvorens een individuele maatwerkvoorziening kan worden toegekend. Volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling Persoonlijke verzorging door volwassen inwonende kinderen en andere volwassen huisgenoten, anders dan partners onderling, is geen gebruikelijke hulp. Ouders aan jeugdigen, in kortdurende situaties Alle persoonlijke verzorging door de ouder aan de jeugdige is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat een Individuele voorziening op grond van de Jeugdwet daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Voorbeeld: het (extra) verschonen bij buikgriep. Ouders aan jeugdigen, in langdurige situaties Ouders hebben een verantwoordelijkheid om voor hun kinderen te zorgen (gebruikelijke hulp). Ook als de zorg en ondersteuning aan hun kind vanwege een beperking meer tijd en inspanning kost dan de zorg en ondersteuning voor een kind zonder beperking.
Zodra ouders de benodigde inspanning niet kunnen leveren wegens overbelasting of dreigende overbelasting of als er specialistische hulp nodig is, kan er worden gekeken naar een (maatwerk)voorziening. Gebruikelijke hulp bij jeugdigen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle jeugdigen voorkomen. Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke hulphandeling vervangen, zoals het geven van sondevoeding in plaats van eten, of om handelingen die in samenhang met reguliere zorgmomenten kunnen worden geboden zoals het geven van medicijnen. Voorbeeld: het toedienen van eten en drinken door een ouder aan een kind van 2 jaar is gebruikelijke hulp, ook als het om sondevoeding gaat. Als het voeden van dit kind via de sonde meer tijd kost, of vaker moet gebeuren dan de normale dagelijkse eet- en drinkmomenten, kan er een aanspraak op een individuele maatwerkvoorziening zijn. Als een jeugdige een handeling zelf kan uitvoeren, is er op grond van het begrip ‘redelijkerwijs’ geen aanspraak op een individuele voorziening, zoals het legen of wisselen van een katheterzakje. Aanleren Het aanleren van handelingen op het gebied van persoonlijke verzorging aan derden (familie, vrienden) is gebruikelijke hulp.
Als anderen dan de gebruikelijke hulpverlener de handelingen uitvoeren als de gebruikelijke hulpverlener niet aanwezig is, wordt van de gebruikelijke hulpverlener verwacht dat hij die handelingen zelf aan de desbetreffende persoon aanleert. Persoonlijke verzorging tijdens kinderopvang De opvang/zorg die instanties voor kinderopvang plegen te bieden is gebruikelijke hulp. Alleen voor de hulp die aanvullend nodig is aan de opvang/zorg, zoals instanties voor kinderopvang die plegen te bieden, is er aanspraak op een individuele maatwerkvoorziening op grond van de Jeugdwet. De niet41/47
uitstelbare persoonlijke verzorging en verpleging kan tijdens kinderopvang geïndiceerd worden. Voorbeeld: een baby krijgt bij de kinderopvang drie keer per dag een flesje. Voor een baby valt het geven van een flesje onder normale dagelijkse zorg, zoals kinderopvang die biedt, dat is dus geen hulpverlening die onder de Jeugdwet valt. Nu kost het bij deze baby, vanwege ernstige slikproblemen, extra tijd om dat flesje te geven. Voor het geven van een flesje staat gemiddeld 20 minuten per keer en bij deze baby kost het 35 minuten per keer. De minuten meer tijd komen voort uit aandoening gerelateerde stoornissen en beperkingen. De extra tijd die het kost om het flesje te geven, valt wel onder de Jeugdwet, dus: drie keer 15 minuten = 45 minuten per dag dat het kind gebruik maakt van de kinderopvang. Wanneer de baby geen flesje zou krijgen maar sondevoeding, dan is de volledige tijd voor het toedienen van de sondevoeding tijdens de kinderopvang hulpverlening die valt onder de Jeugdwet. Het geven van sondevoeding valt niet onder hulp zoals instanties voor kinderopvang die bieden. Om deze reden kan het geven van sondevoeding gedurende de kinderopvang volledig worden toegekend. Persoonlijke verzorging tijdens onderwijs De school biedt gangbare en normale dagelijkse hulp, zoals het strikken van veters, het aantrekken van een jas en hulp bij toiletgang bij kleuters.
Voor deze gangbare en normale dagelijkse hulp kan geen individuele maatwerkvoorziening worden ingezet. Gedurende de tijd dat een jeugdige de school bezoekt, is er voor de niet-uitstelbare hulp geen verplichting voor de ouders om deze gebruikelijke hulp op school te leveren. Deze hulp kan dus worden toegekend. De onderwijsregelgeving is voorliggend op een individuele maatwerkvoorziening vanuit de Jeugdwet tijdens schooltijd. Beoordelingskader bij Begeleiding Partners onderling, ouders en volwassen inwonende jeugdigen en/of andere volwassen huisgenoten onderling Kortdurende situaties Alle begeleiding van de cliënt door de partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie. Langdurige situaties Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een volwassen cliënt gebruikelijke hulp wanneer die begeleiding naar algemeen aanvaarde maatstaven door partner, ouder, inwonende jeugdige en/of andere huisgenoot in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een cliënt: • Het geven van begeleiding aan een cliënt op het terrein van de maatschappelijke participatie.
• Het begeleiden van de cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort. • Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie, regie voeren over het huishouden of het uitvoeren van huishoudelijke (schoonmaak)taken zoals schoonmaak. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte cliënt werd uitgevoerd. Ouders aan jeugdigen, in kortdurende situaties Alle begeleiding door de ouder aan de jeugdige is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat een individuele maatwerkvoorziening daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Ouders aan jeugdigen, in langdurige situaties Ouders hebben een verantwoordelijkheid (ook op grond van het Burgerlijk Wetboek) om voor hun kinderen te zorgen (gebruikelijke hulp). Ook als de zorg en ondersteuning aan hun kind vanwege een beperking meer tijd en inspanning kost dan de zorg en ondersteuning voor een kind zonder beperking.
Zodra ouders de benodigde inspanning niet kunnen leveren, kan er worden gekeken naar een voorziening. Aanleren Het leren omgaan van derden (familie/vrienden) met de cliënt is gebruikelijke hulp. Uitzonderingen 42/47
1. Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke hulp ten behoeve van cliënt uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren wordt van hen geen bijdrage verwacht. 2. Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen huisgenoot overbelast is of dreigt te raken wordt van hem of haar geen gebruikelijke hulp verwacht, totdat deze dreigende overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt het volgende: a. Wanneer voor de partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen huisgenoot eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen, dienen deze eigen mogelijkheden hiertoe te worden aangewend. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van hulpverlening of een andere individuele maatwerkvoorziening, dient men die overbelasting op te heffen door deze hulp door (andere) hulpverleners uit te laten voeren/in te kopen. b. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke begeleiding, wel of niet in combinatie met een fulltime werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten. 3.
Voor zover de cliënt zich in de terminale levensfase bevindt, wordt geen bijdrage vereist van een partner, ouder, kind en/of andere huisgenoot. Aandachtspunten Ouderlijk toezicht aan jeugdigen is gebruikelijke hulp. Jeugdigen (met of zonder ziekte of handicap) hebben ouderlijk toezicht nodig. Dit toezicht wordt anders van aard naarmate een kind ouder wordt en zich ontwikkelt. Bij een cognitief beperkte jeugdige met gedragsproblemen kan het zijn, dat er meer dan gebruikelijk correctie en aansturing van gedrag en vaak ook meer aandacht voor vaste structuur nodig is. Begeleiding naar ziekenhuis: als een kind vanwege bijvoorbeeld nierdialyse meerdere keren per week naar het ziekenhuis moet, is het gebruikelijk dat een ouder meegaat. Hiervoor is geen individuele maatwerkvoorziening mogelijk. Deze uren worden wel meegewogen in de weging van de (over)belasting van ouders voor de zorg van hun kind vanwege de aandoening. Begeleiding naar zwemles: hiervoor is geen individuele maatwerkvoorziening mogelijk. Het is gebruikelijk dat ouders met hun kind meegaan naar zwemles. Begeleiding tijdens kinderopvang Wanneer ouders werken, zijn/blijven zij verantwoordelijk voor de opvang/verzorging van hun kinderen. De begeleiding die buiten dit werk/onderwijs om als gebruikelijke hulp wordt beschouwd, kan gedurende de tijd dat de ouders werken/onderwijs volgen niet worden toegekend.
Beoordelingskader bij Beschermende woonomgeving en jeugdigen Ouders aan jeugdigen 1. Het door de ouders aan de jeugdigebieden van een beschermende woonomgeving moet afhankelijk van de levensfase van het kind als gebruikelijke hulp worden aangemerkt, ook als er sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. In de bijlage bij dit onderdeel zijn per levensfase richtlijnen ten aanzien van de Gebruikelijke hulp van ouders voor jeugdigen met een normaal ontwikkelingsprofiel opgenomen. 2. Als een jeugdige niet bij (een van) de ouder(s) kan wonen, vanwege de onmogelijkheden van de ouder(s) om een veilig thuis te bieden en/of vanwege opvoedingsonmacht van de ouder(s), is verblijf op grond van de Jeugdwet aan de orde. Daarnaast kan er in deze situaties bij jeugdigen met een aandoening, stoornis of beperking aanspraak zijn op verblijf op grond van de Wet Langdurige zorg als de zorg noodzakelijkerwijs gepaard gaat met een therapeutisch leefklimaat en/of permanent toezicht. Het bieden van een beschermende woonomgeving waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden, is gebruikelijk tot een leeftijd van 18 jaar. Dit betekent dat jeugdigen (tot 18 jaar) alleen in aanmerking komen voor Verblijf als er een noodzaak is voor een therapeutisch leefklimaat en/of permanent toezicht.
Algemene richtlijn bij (dreigende) overbelasting van partner, ouder, volwassen kind en/of andere huisgenoten De zorg voor een ziek kind of een zieke partner, kan zo zwaar worden dat van overbelasting sprake is. Soms blijkt een individuele maatwerkvoorziening niet voldoende te zijn. In zulke gevallen kan de gebruikelijke hulp opnieuw beoordeeld worden en zo nodig leiden tot een gewijzigd besluit. Voor het 43/47
bieden van een beschermende woonomgeving blijven ouders, ook bij overbelasting, zelf verantwoordelijk. Beoordeling van overbelasting Aan het indiceren van bovengebruikelijke hulp gaat het beoordelen van de overbelasting vooraf. Overbelasting wijst op een verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en belastbaarheid, waardoor fysieke en/of psychische klachten ontstaan. Naast de aard en ernst van de overbelasting wordt onderzocht of de gebruikelijke hulpverlener de zorg nog zelf kan verlenen of niet (draagkracht) en/of de ernst van de ziekte van de jeugdige of partner is vergroot (belastbaarheid). De vraag is of in individuele situaties van een uitzondering sprake is op grond waarvan toch gebruikelijke hulptaken moeten worden overgenomen. Eén van de redenen daarvoor kan zijn dat degenen van wie wordt verwacht dat zij taken overnemen, overbelast zijn (geraakt) en niet meer in staat zijn de gebruikelijke hulp te leveren. Steeds moet duidelijk zijn hoe de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De met de overbelasting gepaard gaande klachten moeten duidelijk beschreven worden. Hiervoor kan om advies worden gevraagd van een onafhankelijk medisch adviseur. Soms is het duidelijk dat de ouder, partner of huisgenoot overbelast is, maar soms ook niet. Er bestaat niet één, simpel af te nemen test, die hierover direct uitsluitsel geeft.
Wel gebruiken behandelaars en hulpverleners vragenlijsten waarmee overbelasting (mede) onderbouwd kan worden. Niet alleen de omvang van de planbare zorgtaken, maar ook de mate van de noodzaak tot het continu aanwezig zijn om onplanbare hulp te leveren is van invloed op de belastbaarheid van de gebruikelijke hulpverlener. Met andere woorden: het uitvoeren van enkele zorgtaken op vooraf afgesproken momenten is vaak minder belastend dan het uitvoeren van dezelfde zorgtaken, waarbij continue aanwezigheid en alertheid van de gebruikelijke hulpverlener noodzakelijk is. Klachten en symptomen die bij een aanpassingsstoornis optreden, kunnen op overbelasting wijzen zonder dat van een stoornis in psychiatrische zin sprake hoeft te zijn. Het gaat om klachten en symptomen zoals: • angst of gespannenheid: nervositeit, onrust, rusteloosheid, slecht slapen; • depressie: hopeloosheid, huilbuien, somberheid; • gedragsproblemen: negeren van normen en regels, onaangepast gedrag; gecombineerd emotioneel en gedragsgestoord: depressie en/of angst gecombineerd met een gedragsstoornis of onaangepast gedrag; • lichamelijke klachten, verminderde prestaties of concentratieproblemen. De werksituatie kan ook van invloed zijn op de belastbaarheid van de gebruikelijke hulpverlener. Mogelijk zijn ouders ziek gemeld bij de werkgever of onder behandeling bij een arts.
Dit kan duiden op (dreigende) overbelasting. Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg die iemand (aan partner of jeugdige) biedt. Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk. Steeds zal daarom in het besluit worden aangegeven dat, wanneer de overbelasting bijvoorbeeld door het herinrichten van het huiselijk leven en/of werk kan worden teruggedrongen, dit dan ook van een ouder, partner of huisgenoot wordt verwacht. Wanneer de geldigheidsduur van het besluit verlopen is en een nieuwe aanvraag wordt gedaan, wordt gekeken of en welke inspanningen zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen.
De volgende richtlijnen kunnen gebruikt worden ten aanzien van gebruikelijke hulp van ouders voor jeudgigenjeugdigen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van de jeugdige in relatie tot individuele maatwerkvoorzieningen op grond van Wmo en Jeugdwet: Jeugdigen van 0 tot 3 jaar • hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig; • ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; • zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Jeugdigen van 3 tot 5 jaar
44/47
• • • • • • • • •
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang; hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; hebben een beschermde woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Jeugdigen van 5 tot 12 jaar • Jeugdigen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijvoorbeeld jeugdige kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); • hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen; • hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; • zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Jeugdigen van 12 tot 18 jaar • hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; • kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; • hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; • hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; • hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben tot 18 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
45/47
Bijlage 3: Zelfredzaamheidsmatrix Met deze matrix wordt de situatie van de cliënt op verschillende levensdomeinen beoordeeld.
Toelichting: Score 5: volledig zelfredzaam, Score 4: voldoende zelfredzaam, Score 3: beperkt zelfredzaam, Score 2: niet zelfredzaam, Score 1: acute problematiek (crisis). Een minimale score van 2 op het gebied van Geestelijke gezondheid is leidend. Score 1, acute problematiek, komt daarom ook niet voor in bovenstaande tabel. Score 1 bij geestelijke gezondheid is een acute fase, waarbij intramurale behandeling in een instelling nodig is. Score 1 in de andere levensdomeinen is ook een contra-indicatie voor Beschermd Wonen. Score 1 impliceert acute problematiek en deze heeft prioriteit. De crisis moet eerst voorbij zijn. Er moet enige stabiliteit op alle levensdomeinen zijn, pas dan is Beschermd Wonen passend.
46/47
Bijlage 4: Puntbestemmingen Collectief Vraagafhankelijk Vervoer Ziekenhuizen Gelre Ziekenhuizen, Albert Schweitzerlaan 31, 7334 DZ Apeldoorn Diagnostisch Centrum, Sprengenweg 70, 7314 ET Apeldoorn Deventer Ziekenhuis, Nico Bolkesteinlaan 75, 7416 SE Deventer Ziekenhuis Sint Jansdal, Wethouder Jansenlaan 90, 3844 DG Harderwijk Isalaklinieken Zwolle, ingangen: Dr van Heesweg 2 (hoofdingang) Dr. Spanjaardweg 1 (dialyse) en 29 (behandelcentrum) Dr. Van Thienenweg Dr. Stolteweg 92-94 (Harthuis, Gebouw L.) Revalidatiecentra Klimmendaal Revalidatiespecialisten, Arnhemseweg 11, 7331 BA Apeldoorn Revalidatiecentrum De Vogellanden, Hyacinthstraat 66a, 8013 XZ Zwolle Verpleeghuizen Verpleeghuis Casa Bonita, Anklaarseweg 91, 7316 MC Apeldoorn Verpleeghuis Heemhof, Beatrijsgaarde 5, 7329 BK Apeldoorn Verpleeghuis Randerode, Zuster Meyboomlaan 10, 7334 DV Apeldoorn Verpleeghuis Zandhove, Hollewandseweg 17, 8014 BE Zwolle Verpleeghuis Zonnehuis, Nijenhuislaan 175, 8043 WB Zwolle Stations Station Zwolle, Stationsplein 16, 8011 CW Zwolle Station Apeldoorn, Stationsplein 8, 7311 NZ Apeldoorn Centra Centrum Diezerstraat, Zwolle Centrum Grote Markt, Zwolle Centrum Hofstraat, Hofstraat 1, 7311 KN Apeldoorn
47/47