CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

695193 Uitwerkingskader zon en wind

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Beleidskader zon en wind (is van de agenda afgevoerd)12.545 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

OOK DORPSMOLENS Erfmolens zijn straks te vinden op erven in het buitengebied. De enige plek waar een windturbine dicht tegen het bebouwd gebied aan kan komen te staan, is als er sprake is van een dorpsmolen. Een dorpsmolen wordt gedefinieerd als: een lokale duurzame energiebron geïnitieerd door en met bewoners van de dorpen van gemeente Epe met als voornaamste doel, energie opwekken voor lokaal gebruik. Een dorpsmolen in de gemeente Epe heeft een ashoogte van maximaal 40 meter, een tiphoogte van maximaal 75 meter en staat in of dichtbij de kern waar de energie wordt gebruikt. Er zijn mogelijkheden voor een dorpsmolen, indien er sprake is van voldoende draagvlak en iedereen die wil de kans krijgt om mee te doen. Het bepalen van een locatie, passend in het landschap, met oog op het beperken van overlast, moet in samenspraak met de gemeente en potentiële grondeigenaren gezocht worden en is altijd maatwerk. 30

UITWERKINGSKADER ERFMOLENS Een erfmolen biedt uitkomst als aanvulling op de energiebehoefte van (agrarische) bedrijven in het buitengebied. Grofweg kan gezegd worden, als de zon schijnt waait het bijna nooit en als het hard waait, is er vaak geen zon. Om op die momenten toch duurzame stroom op te wekken kan op kleine schaal een erfmolen uitkomst bieden. Dit is nog niet eerder in ruimtelijk beleid van de gemeente aan de orde geweest. Er heeft een haalbaarheidstudie plaatsgevonden over kleine windturbinesbij (agrarische) bedrijven. Belangrijke aspecten daarbij zijn mogelijkheden voor het opzetten van onderlinge uitwisseling en opslag van energie. Daarnaast zijn de principes uit de omgevingsvisie voor het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen ook voor erfmolens goed toepasbaar.

Legenda Ja, mits Extra aandachtsgebied • •

Groene ontwikkelzones Rustgebieden winterganzen

Niks mogelijk • • •

Gelders Natuur Netwerk Natura 2000 Bebouwd gebied

31

Mogelijkheden erfmolens In veel gevallen worden er bij (agrarische) bedrijven en recreatieparken in het buitengebied mogelijkheden geboden voor het plaatsen van een erfmolen als aanvulling op de energievoorziening. Hier worden wel voorwaarden aan gesteld, om de impact op het (open) landschap te beperken. In de omgevingsvisie wordt gewerkt met een lagen benadering. De voorwaarden die we stellen aan erfmolens volgt deze zelfde benadering. Dit houdt in dat de eerste voorwaarden aansluiten bij de waardevolle leefomgeving. Het landschap in gemeente Epe is divers en kent vele verschillende landschapstypes. Ten alle tijden blijft het landschap leidend bij het realiseren erfmolens. Dit is het canvas waarop we werken. Daarnaast gaat het bij de randvoorwaarden over de ruimtelijke keuzes die gemaakt worden. Hoe en waar gaan de ontwikkelingen plaatsvinden. De gestelde voorwaarden gelden voor alle

‘Ja, mits’ gebieden. Daarnaast kent de gemeente ‘extra aandachtsgebieden’ en ‘niks mogelijk gebieden’. Onder de extra aandachtsgebieden vallen Groene ontwikkelzones en Rustgebieden winterganzen. Hier zal uit de natuurtoets moeten blijken of een erfmolen schadelijk is voor het gebied. Onder ‘niks mogelijk gebieden’ vallen de Natura 2000 gebieden, het Gelders Natuur Netwerk en de bestaande bebouwde gebieden. Impact op het landschap Kleine windturbines zijn vaak te zien vanuit de omgeving, al is dit niet te vergelijken met de grote windturbines (tot 270 m tiphoogte). Daarnaast trekt het sneller draaien van de wieken van een erfmolen de aandacht. Aan de andere kant worden, afhankelijk van de locatie, kleine windturbines door de beperkte ashoogte (tot 30 meter) al snel onttrokken aan het zicht door bomen en bebouwing.

DE WAARDEVOLLE LEEFOMGEVING 1. Aantasting van het landschap voorkomen Het plaatsen van erfmolens kan leiden tot verrommeling van het landschap. In een open landschap kan verrommeling makkelijker ontstaan en is dit ook op grotere afstand waar te nemen. Er dient voorkomen te worden dat landschappelijke- en cultuurhistorische waarden worden aangetast. Daarom is het van belang dat erfmolens bij de (agrarische) bedrijven in het buitengebied geplaatst wordt. Hier is al sprake van een vorm van verstoring van het open landschap. Bij plaatsing van de erfmolens op boerenerven is het belangrijk dat er een duidelijke visuele relatie is tussen de turbine en de gebouwen en beplanting op dat erf. Daarnaast is er per landschapstype sprake van een verschil in setting. In open landschappen gaan de turbines horen bij het al bestaande gebouwde/groene ensemble van het boerenerf, dat als een eiland in de open ruimte ligt. Omdat in een open landschap verrommeling makkelijker ontstaat en dit ook op grotere afstand waar te nemen is, is hier een duidelijke connectie

32

met de agrarische bouwstede van extra groot belang. Bij een kleinschalig en intiemer landschap gaan de turbines ook bij het boerenerf horen. In deze meer besloten landschapstypen worden de turbines vaak beter onttrokken aan het zicht door houtopstanden en wegbeplanting. 2. Natuur Kleine windturbines kunnen impact hebben op de natuur en diersoorten verstoren. Op grond van de Wet

WAAROM EEN ERFMOLEN? BIJDRAGEN AAN DUURZAME ENERGIE/ ENERGIETRANSITIE Kleine windturbines leveren slechts een kleine bijdrage aan de doelstellingen van de gemeente Epe om te verduurzamen. Ze leveren evenwel een kwalitatieve en een meer symbolische bijdrage aan duurzame energie. Het gaat hierbij vooral om bedrijfsgebonden verduurzaming RENDEMENT De ontwikkelingen op het gebied van kleine windturbines gaan hard waardoor het rendement steeds beter wordt. De verwachting is dat een investering in een kleine windturbine binnen 10 jaar wordt terugverdiend. RUIMTEBESLAG Vergeleken bij zonnepanelen is het ruimtebeslag van kleine windturbines zeer beperkt. Hierdoor is dubbel ruimtegebruik mogelijk en hoeft het opwekken van energie niet ten koste te gaan van agrarische activiteiten. De impact op de ruimte van kleine windturbines is klein, zeker als ze gekoppeld zijn aan erven, bedrijfsbebouwing en (erf)beplanting.

natuurbescherming geldt een verbod voor het verstoren van beschermde soorten. De erfmolens dienen op voldoende afstand te staan van Natura-2000 gebieden en het Gelders Natuur Netwerk. Voor het plaatsen van een erfmolen is het laten uitvoeren van de natuurtoets verplicht. In gebieden met een beschermingsstatus dient hier extra aandacht voor te zijn.

RUIMTELIJKE KEUZES Voorwaarden om aan de ruimtelijke keuzes te voldoen:

Een natuurtoets kan voor een specifieke locatie aangeven of mogelijk sprake is van verstoring van beschermde soorten. Met een verplichte natuurtoets wordt onderzocht welk effect de windturbine heeft. Dan kan het reden zijn om de windturbine niet toe te staan.

3. Aantal, vormgeving en maatvoering Erfmolens in de gemeente Epe mogen uitsluitend van het types HAT zijn, waarbij het ontwerp in principe vrij is. Wel dient een erfmolen te voldoen aan de volgende uitgangspunten; Op elk (boeren) erf in het buitengebied kunnen afhankelijk van de schaalgrootte en het eigen energieverbruik maximaal 2 erfmolens worden geplaatst. Een erfmolen heeft een maximale tiphoogte van 40 meter, een maximale as-hoogte van 30 meter en een wiek van maximaal 10 meter. Terughoudend kleurgebruik.

Er is een verschil tussen zichtbaarheid van erfmolens op de Veluweflank en in de IJsselvallei. Plaatsing en erfbeplanting kan hier op verschillende wijze bijdragen aan inpassing van erfmolens.

Er zijn per bouwstede/bouwvlak maximaal 2 erfmolens toegestaan, binnen de gegeven maximale maatvoering. Dit kan zijn als onderdeel van het bebouwingscluster of in de rand van het omliggende groene groensingel.

De erfmolen is in principe onderdeel van bebouwing op het erf

Er staan te veel erfmolens op het erf

As-hoogte max 30 meter

De erfmolen is onderdeel van bebouwing op het erf

De erfmolen is opgenomen in de omliggende groene groensingel

4. Plaatsing In eerste instantie wordt een erfmolen binnen het bestaande bouwvlak geplaatst als onderdeel van het bebouwingsensemble of de groene rand. Indien vanwege ruimtelijke beperkingen plaatsing op het bestemmingsvlak niet mogelijk is, kan met maatwerk worden afgeweken en op korte afstand (25-50 meter) van het bestemmingsvlak een passende plaats worden bepaald. 5. Hinderaspecten Slagschaduw bij kleine windturbines is beperkt. Kleine windturbines met een korte en smalle wiek (maximale wieklengte 2,5 meter) en een hoog aantal omwentelingen per minuut (150 tot 400) veroorzaken geen slagschaduw. Windturbines met een wieklengte tussen de 4,5 en 10 meter veroorzaken mogelijk wel slagschaduw. In het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen voor hinder door slagschaduw en lichtschittering. 6. Geluid Kleine windturbines produceren geluid, het ene type meer dan het andere. Voor nabijgelegen woningen kan er hierdoor hinder optreden. Wat betreft geluid moet voldaan worden aan de landelijke eisen en de eisen uit het activiteitenbesluit (afdeling 2.8). Dit betekent bij geluidsgevoelige objecten dat overdag maximaal 47 dB en ’s nachts maximaal 41 dB geluid mag worden geproduceerd. In de vergunningverlening dient hiermee rekening gehouden te worden en te worden voldaan aan de geldende normen. De afstand tot woningen van derden bedraagt minimaal 5 keer de ashoogte. 7.

Behoefte en eigengebruik Kleine windturbines zijn vooral wenselijk bij bedrijven die op andere tijdstippen energie nodig hebben dan dat zonnepanelen kunnen leveren. De energiebalans op het eigen bedrijf of mogelijk met een cluster van bedrijven kan zo veel mogelijk worden gesloten. Een initiatiefnemer moet altijd kunnen aantonen dat de op te leveren energie nodig is voor de eigen energiebehoefte. Het is niet de bedoeling

dat een erfmolen wordt gerealiseerd met als doel stroom terug leveren aan het net. Erfmolens zijn bedoeld voor het voorzien van de eigen energiebehoefte.

UITZONDERING: WIND OP DAK Aaneengesloten bedrijventerreinen vallen binnen de bebouwde kom. Hier zijn geen mogelijkheden voor een erfmolen. Dit terwijl windenergie een goede aanvulling kan zijn op de energiebehoefte van bedrijven. Wind op dak is een innovatie die voor bedrijven uitkomst kan bieden. Enkel op de bedrijventerreinen binnen de gemeente Epe zijn er mogelijkheden om wind op dak in te zetten als aanvulling op de energievoorzieningen. Door de plaatsing van een windturbine op het dak mag geen onevenredige afbreuk ontstaan aan het architectonische geheel. Bij de vergunningsaanvraag zal aangetoond moeten worden dat het type windturbine geen onevenredige inbreuk doet op het architectonische en stedenbouwkundige geheel.

RUIMTELIJKE KEUZES

Overzicht

MAATSCHAPPELIJKE BEHOEFTE

Een erfmolen is toegestaan mits.....

DE WAARDEVOLLE LEEFOMGEVING

DE WAARDEVOLLE LEEFOMGEVING 1. Aantasting van het landschap voorkomen

1. 2.

2. Natuur

Landschappelijke- en cultuurhistorische waarden worden niet aangetast. Erfmolens worden bij erven van (agrarische) bedrijven en op recreatieparken in het buitengebied geplaatst.

Uit de natuurtoets moet blijken of de plaatsing van een erfmolen nadelige effecten heeft op de natuurwaarden. Mogelijk is het plaatsen van een erfmolen dan niet mogelijk.

RUIMTELIJKE KEUZES 3. Aantal, vormgeving en maatvoering

• • • • • •

Er zijn per bouwstede/bouwvlak maximaal 2 erfmolens toegestaan. Erfmolens in de gemeente Epe mogen uitsluitend van het types HAT zijn. Een erfmolen heeft een maximale tiphoogte van 40 meter Een erfmolen heeft maximale as-hoogte van 30 meter Een erfmolen heeft een wiek van maximaal 10 meter. Een erfmolen heeft terughoudend kleurgebruik passend in het landschap.

4. Plaatsing

•

Een erfmolen wordt binnen het bestaande bouwvlak geplaatst als onderdeel van het bebouwingsensemble of de groene rand. De afstand tot woningen van derden bedraagt minimaal 5 keer de ashoogte. Indien vanwege ruimtelijke beperkingen plaatsing op het bestemmingsvlak niet mogelijk is, kan met maatwerk worden afgeweken en op korte afstand (25-50 meter) van het bestemmingsvlak een passende plaats worden bepaald

• •

5. Hinderaspecten

In het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen voor hinder door slagschaduw en lichtschittering.

6. Geluid

Er moet voldaan worden aan de landelijke eisen en de eisen uit het activiteitenbesluit (afdeling 2.8).

7. Behoefte en eigengebruik

Een initiatiefnemer zet een erfmolen neer om in de eigen energiebehoefte te voorzien.

UITZONDERING - WIND OP DAK Wind op dak is een innovatie die voor bedrijven uitkomst kan bieden. Enkel op de bedrijventerreinen binnen de gemeente Epe zijn er mogelijkheden om wind op dak in te zetten als aanvulling op de energievoorzieningen. Door de plaatsing van een windturbine op het dak mag geen onevenredige afbreuk ontstaan aan het architectonische geheel.

35

DEEL

B

EIGENAARSCHAP EN PARTICIPATIE 36

EIGENAARSCHAP EN PARTICIPATIE

Een zonnepark of windmolen verandert het landschap en heeft impact op de omgeving: het bouwen van windturbines of van stellages met zonnepanelen en de behuizingen voor transformatoren: het gaat om

In de gemeente Epe hebben we spelregels gemaakt om de samenwerking tussen initiatiefnemer, omwonenden, organisaties en de gemeente Epe te ondersteunen. De spelregels moeten bij ruimtelijke initiatieven in acht

een ‘nieuwe’ verschijningsvorm in het landschap. Veel mensen vinden een zonnepark bijvoorbeeld een stads en industrieel uiterlijk hebben. Dit maakt het belangrijk om over het opwekken van energie in het landschap in gesprek te gaan met de omgeving. Daarnaast is het wenselijk om te kijken of mensen kunnen participeren bij de realisatie, zodat de lokale betrokkenheid bij de ontwikkeling wordt vergroot. Op die manier kunnen tegenover de lasten ook voordelen – lusten – staan.

worden genomen. Zij maken deel uit van het vooroverleg: ‘het omgevingsoverleg’. In dit overleg wordt de wenselijkheid van het initiatief onderzocht en de stappen die daarin gevolgd worden beschreven. Participatie is één van die stappen. Tegelijk doet het beleid een oproep aan initiatiefnemers om al in een vroegtijdig stadium het gesprek met de omgeving aan te gaan. Bij voorkeur voordat het vooroverleg bij de gemeente Epe start.

Door meerdere vormen van participatie ontstaat er acceptatie en draagvlak voor de energietransitie Dit is noodzakelijk voor de grote veranderingen die de transitie met zich mee brengen.

Bij dit participatiebeleid hoort een stroomschema: Deze is als bijlagen toegevoegd. Hierin wordt de route beschreven hoe de participatie bij ruimtelijke initiatieven zoals een zonnepark en een windmolen werkt.

FINANCIËLE PARTICIPATIE PROCESPARTICIPATIE - ZEGGENSCHAP Een zonnepark of windmolen is een ruimtelijk initiatief waarvoor uiteindelijk misschien een omgevingsplan gewijzigd moet worden en in ieder geval een vergunning nodig is. Deze initiatieven hebben impact op de omgeving en kunnen gevolgen hebben voor omwonenden. Ook kunnen deze initiatieven van invloed zijn op belangen die bepaalde organisaties vertegenwoordigen. Het is belangrijk dat over alle ruimtelijke initiatieven op tijd het gesprek wordt aangegaan met de omgeving en belanghebbenden en dat dit zo vroeg mogelijk gebeurt. Dus ruim voordat een officiële aanvraag wordt ingediend, waarop door de gemeente Epe een beslissing moet worden genomen.

37

De impact van het opwekken van energie op de omgeving is aanleiding om ook beleid te ontwikkelen om de omgeving mee te laten profiteren. Dit wordt ook vanuit het klimaatakkoord en de RES 1.0 als opdracht meegegeven: Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (bewoners en bedrijven). Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook mee-investeren en risico

lopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken. Het feit dat ontwikkelaars van buiten de gemeente geld verdienen aan zonneparken en windturbines, wordt door direct omwonenden van energie installaties met lede ogen aangezien. Des temeer reden om inwoners van gemeente Epe te laten meeprofiteren. Zo worden de lusten en lasten van energie opwek beter verdeeld. Vanwege de impact wordt gestreefd naar financiële participatie voor de bouwstenen ‘zon op land’ en ‘windturbines’. Onder financiële participatie wordt de mogelijkheid van omwonenden verstaan om (risicodragend) mede-eigenaar te worden en/of wordt er een aantal locatie specifieke vergoedingen gehanteerd.

De initiatiefnemer doorloopt tevens een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van financiële participatie. Om de baten bij commercieel opgezette zonne- en windparken in belangrijke mate terug te laten vloeien in de directe omgeving kan worden gekozen uit een aantal mogelijkheden: • Vergoeding voor de direct omwonenden, afhankelijk van de afstand en het type (windturbines, zon op land) wordt een compensatieregeling opgesteld • Aanbieden gereduceerd tarief voor stroomafname (is niet waarschijnlijk, initiatiefnemer is meestal niet de energieleverancier) • Afname van opgewekte stroom door grootverbruikers • Sociale grondvergoeding •

• Lokaal eigendom Bij lokale initiatieven is lokaal eigendom al geborgd. Hier hoeven door de gemeente geen aanvullende randvoorwaarden worden gesteld. Bij commercieel opgezette parken is dit echter geen vanzelfsprekendheid. Daarom wordt gestreefd naar zowel procesparticipatie als financiële participatie bij de ontwikkeling van grootschaliger energie opwekking. Bij energieprojecten (zonnepark > 7 ha en windturbines geen erfmolens zijnde) die meer energie opwekken dan voor eigen verbruik nodig is, is minimaal 50% lokaal eigendom een streven. Dit betekent risicodragend meeparticiperen door bewoners van de gemeente Epe of een lokale energiecoöperatie. De initiatiefnemer stelt een rapportage op waarin zij aangeeft op welke wijze lokaal eigendom is georganiseerd en wordt gefinancierd. Locatie specifieke vergoedingen

38

Financiële participatie middels aandelen (dit kan een goed alternatief zijn als er onvoldoende draagkracht is voor risicodragend meeparticiperen) Instellen gebiedsfonds, duurzaamheidsfonds of omgevingsfonds. In dit geval gaat een deel van de opbrengst naar een fonds. Omwonenden beslissen mee over doelen. Voor het instellen van een gebiedsfonds is een zekere omvang van het park nodig.

De gemeente bepaalt aan de hand van een door de initiatiefnemer op te stellen rapportage of aan de voorwaarden voor lokaal eigendom en locatiespecifieke vergoedingen is voldaan. De gemeente maakt, in samenspraak met de omgeving, over de vorm van de financiële participatie aanvullende afspraken met de initiatiefnemer. Alleen indien er in de directe omgeving, ondanks afdoende en aantoonbare inzet van de initiatiefnemer, onvoldoende belangstelling is voor de hierboven beschreven (participatie)modellen kan hiervan worden afgeweken. In dat geval dient een initiatiefnemer met een (representatieve) vertegenwoordiging van omwonenden en de gemeente overeenstemming te

bereiken over een andere wijze waarmee een project ten gunste komt aan de directe omgeving.

•

Bij de start van een project wordt de initiatiefnemer gevraagd een voorstel te doen voor het uitwerken van de financiële participatie. Het plan voor financiële participatie vormt een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning. De gemaakte afspraken worden in anterieure overeenkomsten vastgelegd. Samengevat betekent dit: • Bij commerciële initiatieven wordt gestreefd naar lokaal eigendom: omwonenden moeten –direct of indirect- een financieel voordeel hebben bij het opwekken van energie.

•

39

•

Bij de start van een project wordt de initiatiefnemer gevraag een voorstel te doen voor het uitwerken van de financiële participatie. Het plan voor financiële participatie vormt een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning. De gemaakte afspraken worden in anterieure overeenkomsten vastgelegd.

Overzicht

Participatie en eigenaarschap

PROCESPARTICIPATIE 1.

2.

Lokale initiatieven: erfmolens, kleine oppervlakte zonnepark (<7ha)

Initiatieven vanuit ontwikkelaars

1.

Initiatiefnemer bespreekt initiatief met omwonenden volgens participatiebeleid ‘Samen werken aan een plan’.

2.

Initiatief (zonnepark (< 7 ha) wordt gestreefd naar 100% lokaal eigendom, bewoners participeren risicodragend of lokaal eigendom wordt door een lokale energiecooperatie gevormd.

3.

Uitgesloten hiervan zijn initiatieven passend binnen het beleid ‘Kleinschalige initiatieven grondgebonden zonnestroomsystemen’.

1.

Vooraf wordt een (participatie)plan van aanpak met de gemeente besproken, waarin de initiatiefnemer aangeeft hoe de omgeving wordt meegenomen in het voorbereidingstraject. Initiatiefnemer bespreekt initiatief met omwonenden volgens participatiebeleid ‘Samen werken aan een plan’.

2.

Omwonenden en dorpsbelangen worden zo vroeg mogelijk in het proces bij keuzes ten aanzien van locatie, inpassing, schaal, etc betrokken. De initiatiefnemer organiseert daartoe minimaal 2 bijeenkomsten waarbij de omwonenden worden uitgenodigd.

3.

De gemeente bepaalt aan de hand van een door de initiatiefnemer op te stellen rapportage in hoeverre voldoende maatschappelijk draagvlak is verkregen.

FINANCIËLE PARTICIPATIE 3.

Lokaal eigendom

Bij energieprojecten (zonnepark > 7 ha en windturbines geen erfmolens zijnde) die meer energie opwekken dan voor eigen verbruik nodig is, wordt gestreefd naar minimaal 50% lokaal eigendom. Dit betekent risicodragend meeparticiperen door bewoners van de gemeente Epe of een lokale energiecoöperatie. • Initiatiefnemer stelt een rapportage op waarin zij aangeeft op welke wijze gestreefd wordt naar financiering van lokaal eigendom.

4.

Locatiespecifieke vergoedingen

De initiatiefnemer doorloopt tevens een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van financiële participatie zoals: • vergoeding voor de direct omwonenden. • aanbieden gereduceerd tarief. • afname van opgewekte stroom door grootverbruikers. • sociale grondvergoeding • financiële participatie middels aandelen. • instellen van een gebiedsfonds, duurzaamheidfonds of omgevingsfonds. De gemeente bepaalt aan de hand van een door de initiatiefnemer op te stellen rapportage of aan de voorwaarden voor lokaal eigendom en locatiespecifieke vergoedingen is voldaan.

40

DEEL

C

STAPPENPLAN

In dit hoofdstuk wordt per bouwsteen toegelicht welke stappen doorlopen moeten worden voordat een initiatief gerealiseerd kan worden. In onderstaande tabel een samenvatting met per stap omschreven wat de bedoeling is en wat er nodig is om een stap 41 af te ronden.

STAPPENPLAN Zon op dak, zon op land en erfmolens

Is uw meter geschikt?

1. Om energie terug te leveren is het belangrijk dat uw meter geschikt is voor terugleveren en uw aansluiting het vermogen van de zonnepanelen aankan. Controleer daarom voor het aanschaffen van de zonnepanalen of uw huidige aansluiting geschikt is. 2. Door veel drukte op het stroomnet is terugleveren op zonnige dagen niet altijd mogelijk. Bekijk of er terugleverproblemen op uw adres bekend zijn.

Installatie

3. Kies een geschikte installateur. 4. Bespreek eventuele uitdagingen (dakconstructie, verzekering, opstelling enz.) en kies de juiste installatie. Een adviseur van de gemeente kan u hierbij helpen. Vraag energieadvies aan via: Energieadvies - Gemeente Epe

Subsidie

5. Kleinschalige zonnesystemen: Vraag eventueel een subsidie aan. Wie wil investeren in een duurzaam energiesysteem, maar dat niet in één keer kan doen, kan daarbij gebruik maken van het al bestaande Nationaal Energiebespaarfonds, waarbij tegen lage rente geld geleend kan worden. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van de Stimuleringslening Duurzaamheid en/of de Toekomstbestendig Wonen Lening. Voor meer informatie check: https://www.svn.nl/gemeente/Epe. Erfmolens: Wie in een erfmolen wil investeren kan gebruik maken van de ISDE subsidie Kleinschalige windturbine zakelijke gebruikers via https://www.rvo.nl/ subsidies-financiering/isde/zakelijke-gebruikers/kleinschalige-windturbine Grootschalige projecten: Vraag bij RVO de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) aan. Ga naar: Aanvragen SDE++ (rvo.nl) en volg de stappen 1 t/m 6 van het Aanvraagproces. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van de Stimuleringslening Duurzaamheid. Voor meer informatie check: https://www.svn.nl/gemeente/Epe.

Aanmelden energieleveren

6. Meld uw installatie aan via de landelijke website energieleveren.nl. Dit kan al voordat de installatie geplaatst is.

Aansluiting aanvragen / wijzigen

7. Vraag de nieuwe of gewijzigde aansluiting bij uw netbeheerder aan. Ga naar: Aanvragen/wijzigen aansluiting | Liander en volg de stappen ‘Aanvragen / wijzigen aansluiting’.

Installatie plaatsen

8. Nadat de nieuwe aansluiting is geplaatst of gewijzigd, kunt u de installatie laten plaatsen. wijzigen aansluiting’.

Controleer teruglevering

9. Controleer of u teruglevert via het maandelijkse verbruiksoverzicht van uw energieleverancier. U hebt waarschijnlijk recht op teruggave van de btw over de aanschaf én installatie van uw zonnepanelen. U vraagt de belasting terug bij De Belastingdienst

42

STROOMSCHEMA ZON OP DAK START

43

STROOMSCHEMA ZON OP LAND START

44

ERFMOLEN

45

UITWERKINGSKADER

ZON EN WIND 46

BIJLAGEN Kaart

ZON OP LAND Kaart

ERFMOLENS Appart document

PARTICIPATIEPROCES

47

Zon op land

Legenda Ja, mits Nee, tenzij Niks mogelijk • • • • • •

Gelders Natuur Netwerk Natura 2000 Stuwwal Rustgebieden winterganzen Sprengen en beken Bebouwd gebied

Groene ontwikkelzones

Erfmolens

Legenda Ja, mits Extra aandachtsgebied • •

Groene ontwikkelzones Rustgebieden winterganzen

Niks mogelijk • • •

Gelders Natuur Netwerk Natura 2000 Bebouwd gebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12536214/1