695193 Inspraakreacties en beantwoording op ontwerp Uitwerkingskader zon en wind
Tekst van het document
Geen aanpassing
3. Indieners zienswijze merken op ervoor te zorgen dat het netwerk meer capaciteit krijgt om de benodigde energie te kunnen transporteren
De gemeente Epe deelt de zorgen. Liander heeft als netbeheerder in de regio de taak om het net te onderhouden en ontwikkelen. De netbeheerder zorgt voor veilig en continu transport van gas en/of elektriciteit. De netbeheerder is daarnaast verantwoordelijk voor het onderhoud en de uitbreiding van het energienet, inclusief de aansluitingen daarop. De economie van Nederland en de regio groeit door en de energietransitie versnelt verder. De toename van de vraag naar elektriciteit en de snelle opkomst van duurzame energie zorgen ervoor dat het druk is op het elektriciteitsnet. Zelfs zo druk dat er gebieden zijn waar het elektriciteitsnet vol raakt. Om aan de toenemende elektriciteitsvraag te voldoen, breidt Liander het elektriciteitsnet op veel plaatsen fors uit. Daarnaast past zij nieuwe technologieën toe in onze netten om het energienet zo optimaal mogelijk te benutten. Gemeente Epe, de Regio Stedendriehoek en Liander hebben overleg over uitbreiding van het net en slim benutten van het bestaande net. Om te voorkomen dat het net straks weer ruimte biedt maar er, vanwege het ontbreken van beleid, geen zon en windenergie in de gemeente Epe opgewekt kan worden is het ruimtelijk beleid (zoals beschreven in het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind) noodzakelijk.
Geen aanpassing
In het Ontwerp Uitwerkingskader beschrijven wij ook dat, om elektriciteit op het elektriciteitsnet te kunnen brengen, twee aspecten van belang zijn: de capaciteit van het netwerk en de afstand tot het netwerk. Kleinere zonneparken (tot zo’n 6 ha/6 MW) kunnen in de regel worden aangesloten op een middenspanningsstation (MS-station), grotere zonneparken mogen niet worden aangesloten op het middenspanningsnet. Per initiatief zal de initiatiefnemer voor een netwerkaansluiting moeten zorgen. Dit moet worden aangevraagd bij de netbeheerder. De netbeheerder is verplicht om hierin te voorzien. Binnen de gemeente Epe is er in het algemeen sprake van te weinig ruimte op het elektriciteitsnetwerk. Dit wordt congestie genoemd. Praktisch zou het kunnen betekenen dat het lang duurt voordat een zonnepark of windturbine op het elektriciteitsnet aangesloten kan worden. Bij de voorbereiding van dit uitwerkingskader hebben we via een
21
innovatie atelier een aantal mogelijkheden verkend om hiervoor op korte termijn oplossingen te bieden. De initiatiefnemer kan daarbij (eventueel in overleg met de gemeente en de netbeheerder) aan de volgende mogelijkheden denken: Buffering of opslag van energie in een accu, directe levering van energie aan een grootverbruiker in de directe omgeving, conversie van energie naar een vorm die makkelijker kan worden opgeslagen (waterstof, warmte) en eventueel ook in de omgeving kan worden gebruikt. 12. Zienswijze-indiener 10 1. Inspreker geeft aan dat zijn inbreng bij de participatieavonden onjuist is verwerkt en geleid heeft tot het tegengestelde van wat beoogd was.
We hebben informatieavonden georganiseerd waarin ruimte werd geboden om op een serieuze manier de opvattingen van inwoners te vernemen. Bedankt dat u hier tijd voor heeft genomen. Er is per avond een verslag gemaakt van de belangrijkste conclusies, deze zijn niet terug te voeren op individueel niveau. Participatie betekent in onze optiek niet dat alle inbreng gehonoreerd kan worden, maar dat deze meegenomen wordt in de algehele afweging van het college van B&W.
Geen aanpassing.
2. Inspreker betoogt dat er door plannen in de gemeente Apeldoorn een overmaat aan zonneparken in het broeklandengebied ontstaat. Inspreker heeft ingebracht om een deel van het gebied binnen de gemeente Epe te vrijwaren van toekomstige zonneparken. Ook heeft inspreker aangegeven minimaal 500 meter afstand te houden tussen zonneparken danwel het hele gebied rond de Gatherweg uit te sluiten voor zonneparken
Met ons kader geven we aan binnen welke gebieden we kansen zien voor zonneparken (en windmolens) en welke voorwaarden daarbij horen. Het klopt dat in het zuiden van onze gemeente onder voorwaarden projecten gestart kunnen worden. Het gebied rondom de Gatherweg waar u op doelt hebben we in ons kader als ‘ja mits’ aangeduid. Dat betekent dat dit voor ons een gebied is dat wij op basis van het landschapstype geschikt achten voor zon op land. Echter u geeft terecht aan dat aansluitend op dit gebied in de gemeente Apeldoorn reeds enkele grootschalige zonneparken zijn gerealiseerd. Vanwege de impact die deze parken reeds hebben op dit gebied en de agrarische betekenis van dit gebied wijzigen wij de 'ja mits’ benadering in dit gebied in een 'nee tenzij' benadering. Volledig uitsluiten van het betreffende gebied in ons kader willen we echter niet doen, omdat in dit gebied ook kansen liggen om zonneparken te koppelen aan andere gebiedsopgaven zoals landbouwtransitie en waterberging. Uw voorstel om een afstand van minimaal 500 meter aan te houden tussen zonneparken nemen wij niet over. Met de voorgestane landschappelijke inpassing menen wij dat voldoende rekening kan worden gehouden met de ruimtelijke impact van een park op de omgeving. Wel menen wij dat een minimale afstand tussen panelenpark en woningen dient te worden opgenomen.
Wij nemen hiervoor een afstand van tenminste 50 meter op tussen woning en de grens van het panelenpark. Met ons uitwerkingskader en de afspraken die bij een concreet project in een anterieure overeenkomst worden vastgelegd met een ontwikkelaar hebben we voldoende zekerheid dat het verplichte inrichtingsplan wordt uitgevoerd. Hier kunnen we wel degelijk op handhaven mocht dit niet worden nageleefd.
Aanpassing; Gebied rond de Gatherweg en Geerstraat ten oosten van A50 verandert van 'ja mits' naar 'nee tenzij'. Er wordt een minimale afstand van 50m tussen panelenparken en woningen opgenomen.
3. Inspreker geeft aan dat van landschappelijke inpassing weinig terechtkomt bij zonneparken
Geen aanpassing.
22
4. Zonnepanelen hebben invloed op de bodemgesteldheid, waardoor biodiversiteit en bodemleven achteruit gaat. Er zijn alternatieve locaties voorhanden voor energie-opwek.
Onze inzet gaat uit van én-én. We zetten de komende jaren vol in op het stimuleren van zon-op-objecten zoals daken en geluidsschermen. Bedrijventerreinen zijn daarin het meest gewenst, omdat hier vraag en aanbod het dichtst bij elkaar komen. Locaties die u noemt staan bovenaan op onze voorkeursladder voor zon. Echter enkel en alleen inzetten op deze locaties is niet voldoende voor onze totale energiebehoefte. Daarnaast levert realisatie van duurzame opwek op deze locaties nog veel knelpunten op die een voortvarende aanpak frustreren, weten wij dat dit soort locaties niet genoeg opleveren voor onze totale energiebehoefte, deze ontwikkelingen niet snel genoeg gaan en we kunnen hier als lokale overheid beperkt op sturen. Dat is de reden dat we gelijktijdig ook ruimte bieden voor grotere ontwikkelingen. De lange termijn effecten van zonneparken op bodem, water en biodiversiteit zijn nog moeilijk te voorspellen. Conclusies die op het moment worden getrokken liggen genuanceerd. Inrichting van het veld, de tussenruimte tussen de panelen en het beheer van het park zijn factoren die de uitkomst bepalen op lange termijn. Dat is de reden dat we in ons uitwerkingskader vragen om een inrichtingsplan én een beheerplan.
Voldoende ruimte tussen de panelen kan op lange termijn bijvoorbeeld juist positief uitpakken voor bodem, water en biodiversiteit, zeker bij percelen die momenteel voor intensieve landbouw in gebruik zijn. De minimale norm, waar landelijk mee gewerkt wordt bij de ruimte tussen panelen, is 75-25%. Het technische veld van een zonnepark bestaat dus altijd uit minimaal 25% onbebouwd oppervlak. Voor erfmolens vragen we een natuurtoets waaruit blijkt welke effecten de gewenste locatie heeft op diersoorten in de omgeving. Bij de bepaling van de locatie op het erf wordt slagschaduw en overlast voor de omgeving meegenomen in de overwegingen.
Geen aanpassing.
5. Windmolens leiden tot laagfrequent geluid. 6. Windturbines leiden tot geluidsoverlast. 7. Windturbines veroorzaken slagschaduw. 8. Er zijn alternatieve locaties voorhanden voor energie-opwek.
Zie antwoord 5.1 en verder.
.
Zie antwoord 5.4. De gemeente Epe zet in op én-én.
Geen aanpassing.
9. Inspreker is van mening dat er waardevermindering van woningen optreedt waar schadeloosstelling bij past. 10. Kringlooplandbouw wordt bemoeilijkt door de opwek van energie. Er zijn alternatieve systemen die in de toekomst worden afgeremd
Zie antwoord 10.1. Inspreker kan gebruik maken van bestaande juridische instrumenten om een beroep te doen op planschade bij eventuele toekomstige projecten. Dit is niet anders dan bij andere ruimtelijke ontwikkelingen die niet rechtstreeks binnen het bestemmingsplan passen. Voorliggend kader maakt niet rechtstreeks projecten mogelijk. Hoogwaardige landbouwgebieden willen we zoveel mogelijk ontzien. Dat werkt via de landelijke zonneladder ook door in ons uitwerkingskader. Inspreker heeft gelijk dat in de toekomst meer opgaven ruimtebeslag kennen in het buitengebied, waaronder kringlooplandbouw. Tegelijk kan één van de pijlers voor kringlooplandbouw, of verbrede
Geen aanpassing.
Zie antwoord 5.1 en verder. Zie antwoord 5.1 en verder.
Geen aanpassing.
23
door in te zetten op wind- en zonneenergie
bedrijfsactiviteiten in het buitengebied, ook het opwekken van energie zijn. In ons kader gaan we uit van het combineren van opgaven zoals opwek van zonne-energie en kringlooplandbouw, zodat toekomstige projecten altijd andere doelen in zich hebben. Het doel van de gemeente is niet om het hele buitengebied te benutten voor energie-opwek, maar heeft een afgebakende hoeveelheid hectares voor de komende jaren voor ogen. De gemeente Epe is van mening dat te wachten op alternatieve systemen niet helpend is voor de energietransitie waar we mee zijn begonnen. Wel is een slimmer energienetwerk nodig om de benodigde energie van aanbod naar vraag te brengen. Zie ook antwoord 11.
11. Inspreker verzoekt om rekening te houden met maatschappelijk draagvlak in de omgeving van het bestaande park Bloemenkamp. 12. Er zijn gezondheidsrisico’s bij het plaatsen van zonnepanelen en windturbines. 13. Inspreker voorziet problemen bij het ontmantelen van zonneparken vanwege hoge kosten, capaciteit en duurzaamheidsvraagstukken. 14. Inspreker verzoekt het college dringend om het kader te herzien door zonneparken uit te sluiten in het gebied rond het bestaande park Bloemenkamp.
Draagvlak en participatie is voor de gemeente een belangrijk thema, zowel bij het maken van nieuw beleid als bij toekomstige projecten. In ons kader gaan we hier uitgebreid op in (deel B).
13. Zienswijze-indiener 11
In de beantwoording is de alfabetische volgorde zoals inspreker heeft gebruikt overgenomen. Gemeente gaat hiermee aan de slag in de definitieve versie. Een uitwerkingskader hoort voor iedereen duidelijk te zijn en misverstanden te voorkomen.
A. Inspreker geeft aan dat er redactionele onzorgvuldigheden zijn
Geen aanpassing.
Zie antwoord 5.2. Bij een project worden in een anterieure overeenkomst afspraken vastgelegd met de ontwikkelaar. Opruimplicht en recyclen van materialen is daarin één van de verplichtingen. De gemeente kan handhavend optreden en schadeverhalen wanneer niet aan de afspraak wordt voldaan zodra het zonnepark uit gebruik wordt genomen. De gemeente heeft met het uitwerkingskader een afweging gemaakt welke gebieden en landschapstypen geschikt dan wel minder geschikt zijn voor grootschalige opwek. Ook is in het uitwerkingskader aangegeven hoe een project zich ten opzichte van de omwonenden en het landschap dient te verhouden. Hoogwaardige landbouwgebieden willen we zoveel mogelijk ontzien. Daarom is dit gebied in het zuiden als ‘nee, tenzij’ aangeduid. Ons kader is bedoeld om aan de ene kant duidelijkheid te bieden aan partijen die iets willen met nieuwe projecten en tegelijk duidelijk te maken welke verwachtingen we als gemeenschap hebben. Van het college van B&W mag verwacht worden dat bij nieuwe projecten een afweging wordt gemaakt tussen belangen van inwoners en gebruikers van het gebied enerzijds en de ambitie om minder CO2 uit te stoten door schonere vormen van energie te gebruiken anderzijds. Op voorhand gebieden uitsluiten omdat het landschap ontsiert zou worden door toekomstige projecten doen we liever niet.
Wat we wel uit de inbreng van de inspreker aangepast hebben is de wens om een minimale afstand tussen projecten toe te passen
Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Enkele teksten worden verduidelijkt.
24
aangetroffen in de tekst in de vorm van tegenstrijdigheden, ontbreken van duiding, vrijblijvendheid, verschillen in waarden en ontbreken van informatie. Inspreker verzoekt dit aan te passen. B. Inspreker mist een duiding van de hiërarchie tussen beleid van verschillende overheden bij beleidsvorming. C. Inspreker wijst op gebruik van data uit 2019.
We hebben een tekstuele aanpassing gemaakt zodat de volgordelijkheid van eerdere besluitvorming bij andere overheidslagen duidelijk wordt.
Tekstuele aanpassing
Data over energie is nog niet altijd actueel te maken. Voor 2022 zijn gelukkig al wel veel gegevens beschikbaar. We passen het figuur op pagina 8 aan.
Bestaande actuele data worden opgenomen Geen aanpassing
D. Waar staat het toetsingskader voor kleine zonnestroomsystemen. Geldt dit ook voor opslag?
Dit kader bevat de spelregels voor grootschalige opwek via zon. In het Uitwerkingskader is de beleidsregel kleinschalige initiatieven grondgebonden stroomsystemen vermeld op pagina 9. Deze beleidsregel is van toepassing voor kleinschalige zonnestroomsystemen en maakt geen onderdeel uit van dit Uitwerkingskader.
E. Op pagina 9 staan drie kaarten. Over welke energiebronnen gaan deze kaarten. Voeg ook de 8kilometerkaarten van de provincie toe voor eenduidigheid.
De drie kaarten verwijzen naar gemaakte gebiedskeuzes uit de Omgevingsvisie. We passen de tekst op pagina 9 aan, zodat duidelijk wordt dat hier al een voortraject heeft gelopen. De 8-kilometer zone wordt op pagina 27 behandeld bij het kader voor windenergie en komt terug in het provinciale windbeleid dat op pagina 6 is weergegeven. Deze zone heeft geen invloed op hoe ons landschap eruitziet.
Geen aanpassing
F. Hoe wordt getoetst en gehandhaafd op slechtere bodemkwaliteit of afname biodiversiteit. Adresseer geluidsoverlast door zonnepanelen ook.
Van een initiatiefnemer wordt een inrichtingsplan en een beheerplan gevraagd. Hierin staan ook de beginwaarden van bodemkwaliteit, hoe de groenstructuur op peil wordt gehouden en hoe met monitoring wordt omgegaan. Daarnaast leggen we dit ook vast in een anterieure overeenkomst, waardoor er een juridische basis ontstaat. Voor de gemeente is dit voldoende geborgd in het huidige kader. Als aangenomen kan worden dat geluidshinder kan ontstaan door een initiatief zal gevraagd worden om hier onderzoek naar te laten verrichten. Dit is maatwerk en heeft vooral betrekking op plaatsen langs de snelweg/grote infrastructuur. Zie pagina 22 onder 11 in het kader.
Geen aanpassing
G. Hoe wordt omgegaan met het zonnepark wanneer deze uit gebruik wordt genomen. Dient landschappelijke inpassing ook verwijded te worden? Behouden van landschappelijke inpassing belemmert landbouw in de toekomst, dat is onredelijk.
Landschappelijk inpassing blijft nadat het zonnepark uit gebruik wordt genomen wél in stand. Hiermee hebben we de gelegenheid om naast energie-opwek te bouwen aan nieuwe landschappelijke elementen en biodiversiteit. In het inrichtingsplan dient rekening te worden gehouden met het toekomstige gebruik van de kavel nadat het zonnepark uit gebruik wordt genomen. We vinden het redelijk om dit op te nemen in ons kader, omdat hiermee inclusieve of multifunctionele landbouw in de toekomst wordt gestimuleerd.
Geen aanpassing
25
H. Hou ook rekening met archeologie en cultuurhistorie bij kwaliteitstoetsing. I. Zonnepanelen op daken bij monumenten en cultuurhistorische objecten ook toetsen door erfgoedcommissie. J. Formuleer ambitie in het bereik en gebruik binnen de gemeente Epe, dus opgewekte energie is voor lokaal gebruik. Noem optionele scenario's om dit te bereiken.
Zie reactie onder 18.
Hoewel we in de Transitievisie Energie en Warmte redeneren vanuit het huidige en toekomstige energiegebruik in onze gemeente betekent dat niet dat alle opgewekte energie ook daadwerkelijk lokaal gebruik dient te worden. Installaties worden aangesloten op een landelijk/internationaal netwerk waar vraag en aanbod de productie bepaalt. Op dit moment is het vaak niet mogelijk om de totale opwek van bijvoorbeeld een groter zonnepark integraal ter plaatse te benutten. Met opslag gaat dit beter. Waar we met ons uitwerkingskader naar toewerken is dat we als gemeente een bijdrage leveren aan de nationale energie-opgave. Uiteraard is een directe link tussen vraag en aanbod wel het effectiefst. Hier zullen we in het kader explicieter naar verwijzen, maar niet verplichten. Op pagina 16 staat dit overigens al benoemd als direct gebruik óf levering aan het net.
Geen aanpassing
K. Grootschalig zon lijkt zich te beperken tot landbouwgebied, maar ook plekken als parkeergebieden dienen genoemd te worden.
Panelen op bijvoorbeeld parkeerplaatsen of geluidsschermen scharen we onder zon op object (hfst 1). De reden hiervoor is dat landschap bij dit soort opstellingen minder een rol speelt, maar juist bestaande bebouwing of infrastructuur wordt gevolgd. Uiteraard zien we hier de meerwaarde van in, vandaar dat deze onder trede 1 wordt geplaatst op onze zonneladder.
Geen aanpassing
L. Het benoemen van geluidsoverlast door omvormers en weerkaatsing van geluid ontbreekt. M. Heroverweeg percentage landschappelijke inpassing, boven de 30% van een kavel is het plan niet haalbaar. Ook afhankelijk van afstand tot netwerk.
Geluid kan een rol spelen bij zonneparken. In een regel tekst op pagina 22 onder 11 is dit benoemd.
Geen aanpassing
Welk percentage gevraagd wordt en wat haalbaar is zal per locatie verschillen, afhankelijk van het type landschap. Wel gaan we er van uit dat de haalbaarheid van plannen in het gebied met een 'ja mits' benadering niet in gevaar komt. Hier hanteren we een inpassingspercentage dat 10% lager ligt dan in 'Nee tenzij’ gebieden. Inpassing en werken aan een toekomstbestendig landschap vinden we wel belangrijk bij het toestaan van een zonnepark.
N. De figuren op pagina 20 lijken niet afgestemd op de tekst. Wat wordt met 50% inpassing bedoeld als meer dan
Het percentage is bedoeld ten opzichte van de hoeveelheid hectare zonneveld (technische installatie plus paden). Bij 10 hectare zonneveld wordt dan bij een norm van 30% 3 hectare inpassing gevraagd. In totaal beslaat het totale park in dit voorbeeld dan 13
Aanpassing ekst over landschappelijke inpassing wordt aangepast: "De percentages voor inpassingsdoelen zijn voor 'Nee tenzij' gebieden 10% hoger dan voor 'ja mits ' gebieden" Aanpassing
Zie reactie onder 18.
26
50% van een kavel voor zonnepanelen wordt gebruikt?
hectare. De figuren onderaan de pagina geven schematisch aan wat de verhouding binnen het totale zonnepark wordt. We passen de figuren onderaan de pagina iets aan om dit duidelijker te maken.
Figuren op pagina 20 worden aangepast
O. Op pagina 20 worden criteria benoemd per landschapstype. Licht dit beter toe.
Met de landschapstypen is aangesloten bij ons Landschapsontwikkelingsplan en de gebiedsaanduiding die in de RES 1.0 Cleantech Regio is gebruikt. Op pagina 19 en 20 geven we de karakteristieken van de huidige landschappen aan en onderwerpen die van belang kunnen zijn. Dit is geen uitputtende lijst en ook niet bedoeld als checklist. Een ontwikkelende partij zal in zijn inrichtingsplan altijd een verwijzing moeten maken naar het landschap waar de ontwikkeling betrekking op heeft en hoe hierop wordt aangesloten. In het genoemde voorbeeld: als een park binnen Broeklanden wordt gestart dient rekening te worden gehouden met de huidige vorm van grootschalig open landschap waar veel veehouderijen te vinden zijn.
Geen aanpassing
P. Wat zijn de toetsingscriteria bij dubbel landgebruik voor de vergunningverlener? Maak duidelijk welke criteria er in de praktijk in onze gemeente gelden.
Dit is maatwerk en dient door de ontwikkelende partij aangetoond te worden welke vormen van dubbel ruimtegebruik of koppelkansen met overstijgende gebiedsopgaven worden gezien. Ditzelfde geldt voor geluid, licht en reflectie. Het gaat te ver om dit uitputtend in een kader uit te werken. Van het college van B&W mag bij een initiatief verwacht worden dat de locatie en impact op de omgeving wordt afgewogen bij vergunningverlening. Hiervoor hebben we ruimtelijke instrumenten ter beschikking die bijvoorbeeld nu ook gelden voor vergunningverlening bij woningbouw.
Geen aanpassing
Q. Het is belangrijk dat er gemeentelijke instrumenten beschikbaar zijn om maatschappelijke meerwaarde af te dwingen. Noem ook op pagina 23-25 en 38 50% streven naar lokaal eigendom.
In ons kader is benoemd dat maatschappelijke meerwaarde verplicht is per project. Hoe dit eruit ziet willen we niet vastleggen, maar overlaten aan de markt. Dat er een vorm van meerwaarde moet ontstaan staat wel vast en is een reden om geen medewerking aan een initiatief te verlenen. Financiële participatie is niet verbonden aan de ruimtelijke afweging of een zonnepark of windturbine gewenst is, maar is een verplichting die we in hoofdstuk B beschrijven. En die dus ook van toepassing is op alle zonneparken of windturbines. Afdwingbaar is financiële participatie overigens niet; om die reden hebben we in hoofdstuk B de termen ‘verplichting en moeten’ omgezet in 'streven naar’. Dit is conform de landelijke gedragscode Zon op Land waar de meeste ontwikkelaars zich aan hebben gecommitteerd.
Geen aanpassing
R. Bij turbines van 270 meter is kan niet gesproken worden van clustering, daarvoor staan ze te ver uit elkaar. Turbines in het zoekgebied past dus niet binnen de clustergedachte. Daaraan toegevoegd de 8kilometerzone van de provincie maakt
De gemeente Epe gaat vooralsnog niet verder met het uitwerken van het zoekgebied voor windenergie, omdat hier landelijk en provinciaal/regionaal te veel in restricties zijn. Pas als hier duidelijkheid over is (na 2030 is de verwachting) wordt gekeken in hoeverre het ingetekende zoekgebied haalbaar is voor een cluster of dat er andersoortige opstellingen mogelijk zijn.
Geen aanpassing
27
dat het onmogelijk is om een cluster te maken op dit moment. Geef dit aan. S. Op pagina 28 de gezamenlijke ontwikkeling van windturbines dan wel zonneparken met de provincie Overijssel openhouden voor efficiëntie.
Via de RES-regio Stedendriehoek, waar de gemeente Epe onder valt, is er contact met de ambities en processtappen die de provincie Overijssel/ RES West-Overijssel heeft. Vooralsnog werken we ons kader niet verder uit. Uiteraard is gezamenlijke ontwikkeling met gemeenten binnen die provincie een mogelijkheid, maar deze gemeenten hebben vooralsnog dezelfde restricties waar de provincie Gelderland tegenaan loopt.
Geen aanpassing
T. Een algemene voorwaarde voor alle opwekinstallaties zou moeten zijn voor lokaal gebruik, tenzij... U. Financiële participatie op pagina 37-38 is niet SMART geformuleerd en moet eenduidiger.
Zie antwoord onder J. Dit is niet het doel van het uitwerkingskader en is ook niet op te sturen, maar stimuleren we als gemeente wel.
Geen aanpassing
We hebben de tekst hiervoor aangepast. Lokaal eigendom en participatie is niet afdwingbaar onder de inwoners van de gemeente Epe. We gaan daarom uit van ‘streven naar’, in lijn met het Klimaatakkoord, de RES en de gedragscode Zon op Land. Wel ligt er een aantoonplicht bij ontwikkelaars dat hier serieuze inzet op is gepleegd en toetsen we het plan van aanpak dat hiervoor op maat wordt gemaakt. Dat geldt zowel voor participatie tijdens het planvormingsproces als deelname in de financiële zin. In onze ogen is dit voldoende duidelijk neergezet.
Aanpassing Opnemen streven naar lokaal eigendom
V. Welke instrumenten hanteert de gemeente voor handhaving van het financiële plan, omgevingsparticipatie en lokaal eigendom.
Van ontwikkelaars wordt gevraagd aan te tonen dat er optimale inzet is gepleegd. Handhaving vindt plaats op basis van afspraken die gemeente anterieur vastlegt voorafgaand aan de vergunningverlening. Dat is de laatste punt op pag 39 en is niet anders dan we nu kennen bij andere ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw. In onze optiek is dit voldoende helder neergezet.
Geen aanpassing
Zie reactie bij zienswijze nummer 9.
Geen aanpassingen.
De bedoeling van de RES is om procesafspraken tussen overheden te maken en gezamenlijk de opgave te definiëren van de regio. Individuele gemeenten zijn echter zelf verantwoordelijk voor hun eigen doelen en vertalen de RES-opgave naar de lokale situatie en leggen dit vast in lokaal beleid. De gemeente Epe heeft in de Transitievisie Energie en Warmte een inschatting gemaakt wat de komende jaren de energiebehoefte is. Omdat warmte hierin ook is meegenomen heeft de gemeente gemeend dat het voor de berekening duidelijker is om in Joules te werken.
Geen aanpassingen.
14. Zienswijze-indiener 15, 21, 52, 53 1. Er zijn aanpassingen gedaan door gemeente Epe ten opzichte van de RES. 2. Inspreker verzoekt om zelfde waarden als de RES aanhouden voor wattuur.
28
3. Zon land pag 16, uitgaande van de RES is het aandeel zon op land voor de gemeente Epe lager dan het college voorstelt. Inspreker stelt een tekstuele aanpassing voor en wijst op het gebruik van voorkeurslocaties.
De RES gaat uit van wat minimaal in de regio wordt gedaan om bij te dragen aan een landelijk bod. De gemeente Epe heeft in de Transitievisie Energie en Warmte beschreven welke behoefte aan energie in de toekomst in onze gemeente gaat ontstaan. We kunnen hopen dat er ergens voldoende energie elders wordt geproduceerd, maar daarmee wentelen we mogelijk af in tijd en ruimte en blijven we afhankelijk van andere landen. Daarom maakt de gemeente Epe nu als uitwerking op de Transitievisie een uitwerkingskader waarin onder voorwaarden mogelijkheden worden geboden voor energie-opwek. In combinatie met het gebruik van daken kunnen we daarmee grote stappen gaan maken. Om de vijf jaar wordt de Transitievisie geactualiseerd door de gemeenteraad. Het uitwerkingskader wordt over 2 jaar geactualiseerd. Een zonneladder is niet bedoeld om een volgordelijkheid aan te brengen, maar voorkeur uit te spreken tussen locaties. De gemeente Epe volgt de gangbare landelijke, provinciale en regionale voorkeuren waarbij de voorkeur ligt op daken/bouwwerken en restlocaties zoals zandwinlocaties, stortlocaties en restgronden langs infrastructuur etc. Als zich binnen onze gemeente hiervoor een initiatief meldt dan werken we hier dus graag aan mee en stimuleren we dit. Ook werken we waar mogelijk samen met buurgemeenten om hiervoor initiatieven te starten.
Tegelijk gaan we ook met grootschalige locaties aan de slag zoals deze in ons uitwerkingskader zijn toegelicht. Hier stellen we wel meer voorwaarden aan dan bij voorkeurslocaties.
Geen aanpassingen.
4. Wind, pag. 26. Het aantal turbines is niet onderbouwd.
Zie reactie bij antwoord 9. Vooralsnog werken we ons windkader niet verder uit, totdat meer duidelijk is over provinciale en landelijke onderzoeken. Randvoorwaarden voor windenergie over stilstandsvoorzieningen en dergelijke zijn dus ook nog niet aan de orde.
Geen aanpassingen.
5. Neem voorkeursposities in voor windenergie en betrek inwoners in een forum. 6. Maak ook andere molens dan type HAT mogelijk. Stel extra eisen aan molens boven 20 meter ashoogte voor natuur en geluid.
Zie reactie bij 4. hierboven. De gemeente werkt het windkader nog niet verder uit en onderzoekt vooralsnog dus ook niet grondposities.
Geen aanpassingen.
In het buitengebied maakt de gemeente met dit kader onder voorwaarden alleen erfmolens van het type HAT mogelijk. Met maatwerk zou bij bedrijventerreinen ook type VAT meegewerkt kunnen worden, maar de vergunningverlening verloopt dan buiten dit kader. Binnen een woonomgeving zien we vooralsnog geen geschikte omstandigheden voor VAT-turbines. Als het gaat om onderzoeken wordt per locatie van de erfmolen een inschatting gemaakt door de gemeente welke toetsen nodig zijn en wie overlast kunnen ervaren. Dit zal vaak maatwerk zijn, waardoor we in dit kader alleen de uitgangspunten willen voorschrijven. Een natuurtoets is nodig om de effecten op omliggende natuurwaarden te kunnen vaststellen. Voor erfmolens geldt geen eis voor 50% eigenaarschap, omdat deze enkel voor eigen gebruik bedoeld is.
Geen aanpassingen.
7. Inspreker concludeert dat het uitwerkingskader aangepast dient te
Zie antwoord bij 4. hierboven en 6. hierboven.
.
29
worden naar de uitgangspunten van de RES 1.0 en ziet graag meer vastgelegd worden over belangen van inwoners bij het plaatsen van windturbines. 15. Zienswijze-indiener 20, 56, 59, 63 1. Inspreker wil weten welke reductie al behaald is ten opzichte van 1990. 2. Inspreker verwacht van de gemeente dat eerst congestie wordt opgelost. 3. Inspreker wil dat eerst daken in de gemeente worden benut, als eerste trede op de zonneladder.
4. Inspreker wijst erop dat zonneenergie niet erg efficiënt is in relatie tot grondgebruik.
5. Inspreker wil weten hoe het college in ‘nee, tenzij’ gebieden biodiversiteit
Zie antwoord onder nummer 9.
Geen aanpassingen.
Zie antwoord onder nummer 11.
Geen aanpassingen.
De gemeente Epe gaat uit van én-én. De gemeente zet al in op het benutten van daken van inwoners en bedrijven voor de opwek van energie. In 2022 was dit 75 TJ. De komende jaren blijven we hier sterk op inzetten en verwachten we ook meer sturingsmogelijkheden te krijgen van het Rijk. Maar soms zijn constructies van daken niet geschikt, is de ligging van een pand nadelig of wil de eigenaar niet. Vooralsnog kan een gemeente gebouweigenaren niet dwingen om met zonne-energie aan de slag te gaan. In gesprek gaan uiteraard wel, dat doen we nu al veel bij bedrijventerreinen. Daken worden als no-regret maatregelen beschouwd, net als restlocaties langs infrastructuur, stortplaatsen en bedrijventerrein. De zonneladder is niet bedoeld om een volgordelijkheid aan te brengen (eerst trede 1, daarna 2, daarna pas 3 bijvoorbeeld) maar om voorkeurslocaties te duiden. Met ons uitwerkingskader bieden we meer ruimte en minder randvoorwaarden voor locaties die lager op de ladder staan. Maar omdat we nu stappen willen zetten om CO2-reductie te bereiken kunnen we niet wachten totdat alle daken bezet zijn of bijvoorbeeld locaties langs infrastructuur. Dat is de reden dat we ook ruimte bieden voor zonneparken op land. De voorwaarden die we stellen nemen toe afhankelijk van het soort landschap en huidige gebruiksmogelijkheden.
Hoogwaardige landbouwgrond heeft daarin de minste voorkeur en proberen we te vermijden, tenzij een zonnepark een duidelijke link heeft met andere opgaven ter plaatse. Zie antwoord onder 11. De gemeente Epe maakt gebruik van een energiemix op basis van de technieken die nu voorhanden zijn. Dit geldt uiteindelijk voor heel Nederland; niet alle energie wordt uit zonne-energie op land betrokken en we zijn internationaal verbonden. Zonnevelden kennen zeker een groot ruimtegebruik, maar in onze gemeente altijd in combinatie met andere opgaven. De voorgestelde berekening lijkt daarmee wat overdreven. ‘Nee, tenzij’-gebieden zijn gebieden waar ook andere opgaven of gebiedskwaliteiten relevant zijn. Dit zijn bijvoorbeeld hoogwaardige landbouwgronden, beekdalen of cultuurhistorische landschappen. De lange termijn-effecten van zonneparken op bodem,
Geen aanpassingen.
Geen aanpassingen.
Geen aanpassingen.
30
en bodemkwaliteit aan zonneparken wil koppelen.
6. Percentage voor inpassing moet lager zijn volgens inspreker
7. Inspreker maakt zich zorgen over bodemvervuiling.
8. Inspreker wil graag dat eis voor maatschappelijke meerwaarde wordt aangepast. 9. Inspreker wil graag de minimale eis van 10 meter om een park bijstellen naar 5. 10. Dubbel gebruik bij zonneparken werkt in de praktijk niet.
water en biodiversiteit zijn nog moeilijk te voorspellen. Conclusies die op het moment worden getrokken liggen genuanceerd. Inrichting van het veld, de tussenruimte tussen de panelen en het beheer van het park zijn factoren die de uitkomst bepalen op lange termijn. Dat is de reden dat we in ons uitwerkingskader vragen om een inrichtingsplan én een beheerplan. Voldoende ruimte tussen de panelen kan op lange termijn bijvoorbeeld juist positief uitpakken voor bodem, water en biodiversiteit, zeker bij percelen die momenteel voor intensieve landbouw in gebruik zijn. De minimale norm waar landelijk mee gewerkt wordt bij de ruimte tussen panelen is 75-25%. Het technische veld van een zonnepark bestaat dus altijd uit minimaal 25% onbebouwd oppervlak. Vervuiling door de technische installatie zelf lijkt vooralsnog niet aan de orde. De gemeente maakt afspraken met ontwikkelaars over opruimen van de installatie zodra deze uit gebruik wordt genomen. De gemeente wil meerdere doelen of opgaven terugzien bij een zonnepark-ontwikkeling. Inpassing én toevoegen van nieuwe structuren in het landschap is daar een belangrijk onderdeel van. Dat is de reden dat per gebiedstype een percentage is vastgesteld voor inpassingsdoelen. Daarbij houdt de gemeente voor gebieden met een 'Nee tenzij benadering' een 10% hoger percentage aan dan bij gebieden met een 'ja mits' benadering'.
De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het beheer van een zonnepark. De gemeente maakt aan de voorkant afspraken over het beheer en het opruimen van de installatie zodra deze uit gebruik wordt genomen. Er is nog weinig bekend over de risico’s op bodemvervuiling op lange termijn. Wat we afspreken is dat gronden weer hun oorspronkelijke functie terugkrijgen, waardoor hier op gehandhaafd kan worden indien er toch sprake blijkt van vervuiling naderhand. Deze eis geldt alleen voor grotere (wind)ontwikkelingen en niet voor particuliere die iets willen. Vooralsnog maken we geen grote windturbines mogelijk en werken we de voorwaarden ook nog niet verder uit. Zie antwoord onder 6 hierboven. Inpassing is een vereiste bij een park en een minimale maat helpt om een robuuste landschapsstructuur op te bouwen. Uiteindelijk is de projectlocatie leidend in hoe de inpassing er daadwerkelijk uitziet. De gemeente wil wel vasthouden aan een minimale maat van 10 meter. Zonneparken worden inderdaad afgesloten door hekwerk. Mensen kunnen een park over het algemeen dus niet gebruiken, hoewel recreatieve mogelijkheden wel bestaan. Dubbelgebruik zit dus meer in andere doelen zoals verhogen biodiversiteit en waterberging, maar ook agrarische functies zijn mogelijk. Locatie is hierin bepalend. De
Aanpassing: Tekst over landschappelijke inpassing wordt aangepast: "De percentages voor inpassingsdoelen zijn voor 'Nee tenzij' gebieden 10% hoger dan voor 'ja mits ' gebieden" Geen aanpassingen.
Geen aanpassingen.
Geen aanpassingen.
Geen aanpassingen.
31
inrichting en et beheer is bepalend wat er uiteindelijk kan groeien op een zonnepark en welke dieren daar baat bij hebben. Dit dient dus veel aandacht te krijgen en daar stuurt de gemeente Epe op met dit kader. 11. Inspreker verwijst naar de uitkomsten van de respondenten bij het opstellen van de Transitievisie Energie en Warmte waarin inwoner aangeven het behoud van het bestaande landschap belangrijk te vinden.
Tijdens de enquête die uitgezet is onder inwoners bij het opstellen van de Transitievisie Energie en Warmte kwam naar voren dat behoud van het bestaande landschap belangrijk is. Dit Uitwerkingskader stelt ook voorwaarden aan zonnevelden waarbij de kwaliteiten van het landschap juist leidend zijn, herkenbaar is en wij werken aan een toekomstbestendig landschap. Het landschapsontwikkelingsplan, dat ook aan de basis staat van dit Uitwerkingskader zon en wind, geeft sturing aan de ontwikkeling van het landschap in de gemeente Epe. Hierin zijn de (kern)kwaliteiten van verschillende landschapstypen omschreven en wordt aangegeven op welke onderdelen het landschap kan worden versterkt. De identiteit van het landschap bepaalt de ontwikkelingen.
Geen aanpassingen.
12. Inspreker pleit ervoor dat landschappelijke elementen om een park naderhand weer weggehaald moeten worden.
De komst van een zonnepark biedt de kans om te werken aan een robuust, herkenbaar en toekomstbestendig landschap. Veel landschappelijke structuren zijn in de afgelopen decennia in onze gemeente verdwenen, onder andere door schaalvergroting. Met het ontwikkelen van zonneparken ontstaat een kans om structuren terug te brengen, die na ontmanteling van de zonnepanelen wél blijven bestaan. Dat is, naast het ontnemen van zicht, de reden waarom we een percentage aan landschappelijke investering hebben ingebracht in ons kader. Vooraf leggen we niet precies vast welke vorm de inpassing heeft, omdat dit afhankelijk is van de locatie en het landschapstype waar het onderdeel van uitmaakt. Onze gemeente kent zowel kleinschalige als grootschalige landschappen en gesloten en open landschappen. Daarom zijn minimale percentages vastgesteld per type. In sommige gevallen kan een struweelhaag van 10 meter breed volstaan, op andere locaties zal meer inzet gevraagd worden. Door een percentage voor inpassing op te nemen ontstaat er ruimte om het gesprek met initiatiefnemer, omwonenden en andere partijen te voeren toegespitst op het project en over ruimte voor andere voorwaarden. Wegnemen van deze elementen is in onze ogen niet wenselijk omdat dit juist nieuwe kwaliteiten aan ons buitengebied toevoegt.
Het is wel van belang om aan de voorkant goed na te denken op welke manier inpassing wordt vormgegeven om toepasbaar te blijven met het toekomstige gebruik.
Geen aanpassingen.
13. Inspreker ziet geen waarde in een natuurtoets voor erfmolens bij agrarische bedrijven.
De overheid is verantwoordelijk voor de instandhouding van natuur. Een natuurtoets (een wettelijke toets) is over het algemeen nodig als er redenen zijn om aan te nemen dat natuurbelangen worden geschaad door een functie, in dit geval een erfmolen. Een NBvergunning geeft niet inzicht in welke schade een erfmolen kan aanrichten aan dieren in de omgeving. De gemeente stelt dit dus verplicht bij een nieuwe erfmolen.
Geen aanpassingen.
32
14. Inspreker pleit voor minder beperkingen bij het plaatsen van erfmolens.
De gemeente kiest ervoor om een maat van maximaal 40 meter tiphoogte aan te houden. Deze schaal is al best fors ten opzichte van veel andere gemeenten, maar nog passend bij ons landschap. Het bied ondernemers in het buitengebied de kans om op beperkte schaal windenergie toe te passen in de bedrijfsvoering. We willen het buitengebied herkenbaar laten blijven. Dat is de reden dat erfmolens moeten aansluiten bij bestaande bebouwing, en alleen bij bedrijven in het buitengebied. Tussen de bomen plaatsen is uiteraard niet het doel. Het vinden van de juiste plek op het erf kan een uitdaging zijn en een erfmolen zal ook niet voor elke ondernemer geschikt zijn. Meer molens of buiten het erf molens plaatsen zien we niet als een goede ontwikkeling in relatie tot een herkenbaar landschap.
Geen aanpassingen.
15. Inspreker ziet graag dat de gemeente verder gaat met kaders voor grote windturbines.
Vooralsnog maakt de gemeente de keuze om niet verder te gaan met het vormgeven van kaders voor grote windturbines. Hiervoor zijn landelijk en provinciaal te veel onzekerheden en moet nog veel onderzocht worden. De verwachting is dat dit in ieder geval tot 2030 mogelijkheden belemmert. Zodra hier verandering in komt zal de gemeente in samenspraak met provincie en RES-regio verder gaan onderzoeken welke mogelijkheden er zijn en welke kaders daarbij horen. Dan kan ook concreter worden bepaald of en welke locaties in onze gemeente in aanmerking kunnen komen en zal het verdere participatietraject met inwoners en belanghebbenden worden voortgezet.
Geen aanpassingen.
16. Inspreker wijst op ontbrekende aandacht voor zoogdieren en verlies van biodiversiteit door zon op land.
De gemeente Epe acht het belang en behoud van diersoorten niet ondergeschikt aan de opwek van energie. Mensen, planten en dieren zijn samenhangende levensvormen. Dat betekent dus ook dat niet in elk gebied energie opgewekt kan worden. In de optiek van de gemeente kunnen zonneparken een kans bieden om biodiversiteit te verhogen. Inpassing leidt bijvoorbeeld tot nieuwe (teruggebrachte) landschapsstructuren waar dieren kunnen schuilen en zoeken naar eten.
Geen aanpassingen.
1. Zorg voor meer capaciteit op het stroomnet 2. Zorg voor efficiente inzet van het net en focus niet op 1 vorm van energie 3. Goed dat er gefocust wordt op zonop-dak, moedig grote locaties aan tot meer zonne-energie
Zie antwoord onder 11.
Geen aanpassingen.
Zie antwoord onder 11.
Geen aanpassingen.
Zon-op-dak heeft onze voorkeur en zetten we al een aantal jaren op in. Zowel voor inwoners als bedrijven heeft dit effect. De komende jaren moet dit aandeel verder gaan groeien in onze energiemix. De gemeente heeft hier voor een deel invloed op.
Geen aanpassingen.
4. Zonnevelden zijn onacceptabel; er is ruimte te kort, het leidt tot verrotting en voedselonzekerheid
Zie antwoord onder 13.
Geen aanpassingen.
16. Zienswijze-indiener 36, 55
33
5. Zet in op windturbines op verschillende voorgestelde plekken in gemeente, daardoor blijft landschap intact
Zie voor uitgebreid antwoord over windenergie nummer 9. Vooralsnog heeft de gemeente niet de mogelijkheid om windenergie verder uit te werken. Dit wil de gemeente wel graag, omdat windenergie een belangrijk onderdeel is van onze beoogde energiemix. Zodra er meer mogelijkheden zijn en provincie en Rijk klaar zijn met voorwaarden zal de gemeente verder onderzoek verrichten naar de kansrijkheid van windenergie in onze gemeente.
Geen aanpassingen.
6. Maak erfmolens eenvoudiger en geef ondernemers in buitengebied meer mogelijkheden. 17. Zienswijze-indiener 41
Zie antwoord onder 15.14
1. Inspreker wenst meer inzet van de gemeente om netcongestie aan te pakken.
Zie ook antwoord 11. Het beheer en aanleggen van het energienetwerk is niet een directe taak van de gemeente. Uiteraard zijn we wel in gesprek met netbeheerder Liander om een toekomstbestendig decentraal energienet mogelijk te maken. Niet alleen energie-opwek maar ook een hoger elektriciteitsgebruik door vervanging van gas door alternatieven is een aandachtspunt. Ons kader gaat niet over het energienet maar over ruimtelijke beleidsafwegingen om lokale opwek mogelijk te maken. Duidelijkheid over waar nieuwe projecten kunnen landen zorgt ervoor dat de netbeheerder gerichter kan investeren in verzwaring.
Geen aanpassingen.
2. Inspreker heeft bezwaren bij het gebruik van goede landbouwgrond voor energie-opwek
Zie ook antwoord onder 15. De gemeente ziet zon-op-object als voorkeursoptie en zet hier ook op in om dit te stimuleren. Maar niet alle daken zijn geschikt en niet alle eigenaren willen of kunnen investeren in zonne-energie. Om voldoende energie op te wekken zetten we daarom gelijktijdig in op zon-op-land, mits er aantoonbare kwaliteit en dubbel ruimtegebruik ontstaat. Er komt dus een echte ruimtevraag bij in onze gemeente. Goede landbouwgrond behouden we het liefst voor agrarische doeleinden. Daarom is in ons kader kwalitatieve landbouwgrond meestal ‘nee, tenzij’. Tegelijk wil de gemeente Epe niet afwentelen in tijd en ruimte; we moeten nu stappen zetten in de transitie naar schone energie. Zonneparken zien we als een tijdelijke maatregel en gezien de ambitie van de gemeente Epe is de hoeveelheid benodigde grond beperkt in relatie tot het bestaande landbouwareaal. De gemeente is van mening dat voedselzekerheid daarmee niet in gevaar komt.
Geen aanpassingen.
3. Er zijn ecologische bezwaren bij het gebruik van weilanden voor zonnevelden
Beschermen en behouden van biodiversiteit is belangrijk en is naast energietransitie een opgave in deze tijd. Daar werken gemeenten en provincies actief aan mee. De afgelopen decennia zijn onder meer door schaalvergroting veel landschappelijke structuren verdwenen die voorheen zorgden voor voedsel en beschutting voor dieren. Dat is de reden dat we inpassing bij zonneparken voorschrijven én vragen om dubbel ruimtegebruik bij zonneparken toe te passen. Hiermee kan ook aan natuurdoelstellingen worden
Geen aanpassingen.
34
gewerkt. Per project wordt op basis van lokale kenmerken een passend inrichtingsplan gemaakt. 4. Opbrengst van energie gaat naar buitenlandse investeerders.
De gemeente Epe streeft bij energieprojecten naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap, juist om rendement binnen de gemeenschap te houden. Bij kleine projecten voor eigen gebruik geldt dit niet. Zie verder antwoord 5.4
5. Gebruik de zonneladder uit de NOVI
Zie antwoord 15.3
6. Geef inwoners panelen
Het idee van inspreker is sympathiek. De gemeente ziet op dit moment echter geen aanleiding om zonnepanelen weg te geven aan inwoners. Zonnepanelen zijn voldoende rendabel om af te nemen van marktpartijen en ook verhuurders nemen maatregelen om huurders mogelijkheden aan te bieden. Praktische bezwaren rondom staatssteun en financiële positie komen dan ook voorbij. Waar de gemeente wel een rol in wil spelen is het samenbrengen van geïnteresseerde inwoners en financiële dienstverleners, bijvoorbeeld via leningen via de SvN.
7. Neem als gemeente initiatief in het uitbreiden van het netwerk
Zie antwoord hierboven onder 17.1
8. Geef subsidie op zonnepanelen met hoog rendement 9. Geef eisen bij nieuwe bedrijven over zon-op-dak
Zie antwoord hierboven onder 17.6.
10. Maak al kaders voor windturbines
Zie antwoord onder 15.15
11. Geef meer ruimte voor kleine windturbines
Zie antwoord onder 15.14
12. Maak werk van participatie.
Zie antwoord onder 6
De gemeente heeft op dit moment die mogelijkheden niet, omdat bouwvoorwaarden zijn vastgelegd in het landelijke Bouwbesluit. Stimuleren kan de gemeente wel, en doet dit ook al veel bij ondernemers op onze bedrijventerreinen.
Geen aanpassingen.
Geen aanpassingen.
Geen aanpassingen.
18. Zienswijze-indiener 42 1. Inspreker geeft aan dat in tegenstelling tot landschap cultuurhistorische waarden onvoldoende worden benoemd en verzoekt om op te nemen in het kader.
Erfgoed komt inderdaad niet zo stevig naar voren in het kader. Dit heeft primair te maken met het feit dat we vooral uitgegaan zijn van ‘landschap is leidend’ en minder van andere thema's. In de RES en ook ons uitwerkingskader is wel stil gestaan bij de waarde van cultuurhistorie en erfgoed als het gaat om duiding van gebieden; waardevolle locaties vallen onder ‘niks mogelijk’ of ‘nee, tenzij’- gebieden. De aanwezigheid van erfgoed in de
Aanpassing Toevoegen passage over erfgoed in relatie tot energieopwek.
35
2. Inspreker zou graag een rol zien bij het beoordelen van initiatieven bij cultuurhistorisch waardevolle locaties.
brede zin vereist wel extra aandacht bij zonne- en windparken. We stellen daarom voor een algemene passage hierover op te nemen in ons uitwerkingskader. We begrijpen de wens van de inspreker. Echter handhaven wij graag onze huidige manier van adviesverzoeken met de deelcommissie erfgoed als het gaat om aanpassingen bij cultuurhistorische/monumentale locaties.
Geen aanpassing.
3. Inspreker stelt voor om erfgoed op te nemen in de zonneladder en te laten toetsen door een adviescommissie.
Zie onder 18.1. In de beoordeling van gebieden in de RES en ons uitwerkingskader is de aanwezigheid van relevante en bekende waarden van cultureel erfgoed al wel verwerkt. Projecten in de buurt van erfgoed hebben minder voorkeur, maar zijn onder voorwaarden wel mogelijk. Uiteindelijk zal bij een concreet project door de ontwikkelende partij altijd een onderbouwing worden gegeven hoe aangesloten wordt bij de omgeving. Wanneer sprake is van een project nabij waardevol cultureel erfgoed dan zal de adviescommissie hier een rol in krijgen.
Geen aanpassing.
4. Inspreker stelt voor om de fijnmazigere kaarten te gebruiken die recent zijn gemaakt.
De kaart die we hebben gebruikt komt voort uit de RES 1.0 Cleantech regio, waarin onder andere het Landschapsontwikkelingsplan in is verwerkt. Het is niet onze bedoeling geweest om op perceelniveau verschillen aan te duiden. Op projectbasis zal een onderbouwing wordt gemaakt naar welke landschapskenmerken het project zich dient te voegen. We verwachten dat daarmee de inventarisatie waar u op doelt wel van pas kan komen.
Geen aanpassing.
5. Inspreker stelt een aantal tekstuele aanpassingen voor
Voorstel om naast gebouw ook beeldbepalend pand of dorpsgezicht op te nemen op pagina 15. Akkoord. Voorstel om het woord ‘minimaal’ toe te voegen bij erfmolens op pagina 35. Akkoord. Voorstel om in het schema op pagina 43 en 44 zon op monument niet direct onder nee te scharen maar te laten toetsen door erfgoedcommissie. Akkoord. Voorstel om schema op pagina 43 vollediger te maken. Akkoord in die zin dat we het niet als uitputtende lijst zullen noemen.
Aanpassing Tekstuele aanpassingen op benoemde pagina's akkoord.
19. Zienswijze-indiener 43 1. Inspreker wijst op het gebruik van de zonneladder door daken en incourante locaties voor opwek te prioriteren. 2. Er is niets met de inbreng van inwoners in het voortraject van dit kader gedaan.
Zie antwoord 15.3.
We trekken het ons aan dat u zich niet gehoord voelt in het voortraject om te komen tot dit uitwerkingskader. De inbreng en aanscherping van inwoners en organisaties is juist nodig om tot een gemeenschappelijk uitgangspunt te komen. Tegelijkertijd begint dit uitwerkingskader niet blanco; er zijn al veel keuzes gemaakt door het Rijk, provincie en regionale afspraken. Het voorliggende uitwerkingskader kent een spanning tussen ons landschap behouden en nieuwe ruimtegebruikers toelaten voor energie-opwek; alles bij
Geen aanpassingen
36
het oude laten en werk maken van schone energie. Van het college van B&W en de gemeenteraad mag u verwachten dat de belangen van inwoners worden meegewogen in de besluitvorming. Maar u mag ook verwachten dat er een afweging wordt gemaakt op welke manier de gemeente verwacht ruimte te bieden voor onze toekomstige energiebehoefte zonder gebruik te maken van fossiele brandstoffen. 3. De grenzen van gemeenten worden opgezocht bij het kiezen van zoekgebieden, net als in Apeldoorn.
In ons uitnodigingskader is voor windenergie een zoekgebied gedefinieerd in de buurt van bedrijventerrein Eekterveld. Bij zonneparken volgen we de lijn van de RES, waarin ‘landschap is leidend’ is vastgelegd als primaire afweging. Op basis van landschappelijke kenmerken en de zonneladder zijn gebieden geschikter of minder geschikt voor toekomstige projecten. Locaties leggen we nu dus niet vast, maar we bieden randvoorwaarden aan waarbinnen projecten gestart kunnen worden.
4. Goede landbouwgronden dienen niet gebruikt te worden door zonneparken omdat dit de flora en fauna, bodem en watersystemen schaadt
Zie antwoord onder 12.
5. Aanleggen van windparken en zonneparken leidt tot waardevermindering van woningen.
Zie antwoord onder 10.
6. Inspreker verzoekt het college om het uitnodigingskader te herzien of in te trekken.
Zie antwoord hierboven onder 19.2.
Geen aanpassingen
20. Zienswijze-indiener 48 1. Gebruik daken van boerderijen in plaats van schaarse landbouwgrond om landelijk karakter te blijven behouden.
Zie antwoord onder 15.3. Zon-op-dak zien we het liefst en stimuleren we als gemeente ook actief. Veel inwoners en bedrijven hebben inmiddels gekozen voor eigen zonneenergie. We verwachten dat het aandeel zon-op-dak/object de komende jaren blijft toenemen. Dit zal niet voldoende zijn als we het gebruik van fossiele brandstoffen afbouwen en CO2 willen reduceren. Dat is reden dat de gemeente nu een uitwerkingskader maakt waarmee duidelijk wordt onder welke voorwaarden ook kansen zijn voor grotere zonneparken. Ons landschap staat daarin voorop.
Geen aanpassingen.
37
2. Zet coöperatieve vormen op om financiering van zon-op-dak te organiseren.
Dat is zeker een mogelijkheid. De gemeente ondersteunt bijvoorbeeld nu al de Energie coöperatie Epe. Dit is een goed voorbeeld van een initiatief door inwoners waarin daken van bedrijven worden ingezet voor energie-opwek. De opbrengst blijft binnen de samenleving en ongebruikte daken worden hiermee benut. De gemeente staat open voor meer van dit soort initiatieven.
Geen aanpassingen.
3. Zet boer in om schakel te worden in de energietransitie.
Veel opgaven van deze tijd maken aanspraak op het buitengebied. In ons uitwerkingskader zijn projecten voor zonne-energie, en later wellicht ook windenergie, mogelijk. Voorwaarde is wel dat er altijd dubbelgebruik plaatsvindt of dat er gewerkt wordt aan gebiedsopgaven. Er ontstaat daarmee een kans voor sommige agrariërs om daarin een sleutelpositie in te nemen.
Geen aanpassingen.
4. Het is de moeite waard om te kijken naar coöperatieve vorm voor agrariërs. 21. Zienswijze-indiener 51
Zie antwoord onder 20.2.
1. Waar komt ambitie CTR en zelfvoorzienendheid gemeente Epe vandaan, voedselzekerheid moet voorop staan. Windturbines leiden tot gezondheidsschade 2. Uitsluiting van Veluwe en ganzengebied vanwege natuurdoelen onjuist, wek hier ook energie op. Inwoners buitengebied mogen niet gediscrimineerd worden.
Zie antwoord onder 9. Zie antwoord onder 5 voor de effecten van windturbines op de gezondheid.
Geen aanpassingen
In ons uitwerkingskader zijn in navolging van de RES 1.0 Cleantech regio gebieden waar natuurdoelstellingen gelden onder ‘nee’ of ‘nee, tenzij’ geplaatst voor wind en zon. Hier liggen wettelijke doelen aan ten grondslag. Hoewel er mogelijkheden bestaan om natuur en energie te combineren zijn bestaande natuurgebieden niet een geschikte plek om met opwek aan de slag te gaan. Dit is ook omdat deze gebieden ver van de plekken liggen waar de energie wordt gebruikt. En omdat wij mensen degene zijn die deze energie nodig hebben in onze woningen, bedrijven en tijdens recreëren. In feite wentelen we onze behoefte dan af op diersoorten die niet voor zichzelf op kunnen komen en verder onder druk komen te staan. De Veluwe is ons grootste natuurgebied, waar veel beschermde diersoorten leven. Windenergie is daar nu wettelijk niet mogelijk, maar wordt wel verder verkent door de provincie en de RES-regio. Uiteindelijk ligt de voorkeur in ons kader bij de opwek van energie op of in de buurt van de gebouwde omgeving, waarbij gezondheid van inwoners en behoud van landschap leiden tot gebieden die zijn uitgesloten.
Geen aanpassingen
3. Stimuleer zon-op-dak door dit interessanter te maken, bijvoorbeeld grotere huisaansluitingen en opslag.
De gemeente stimuleert inwoners en bedrijven om met zon-op-dak aan de slag te gaan. Op onze bedrijventerreinen bijvoorbeeld met smart-grid-oplossingen. In de toekomst verwachten we dat er ook mooie oplossingen gaan ontstaan voor (collectieve) opslag. We bevinden ons nog aan het begin van de transitie, waarin nog niet alle ontwikkelpaden uitgekristalliseerd zijn. Vooralsnog is het aan de markt om met innovaties te komen om
Geen aanpassingen
38
energie op te slaan. Als lokale overheid voeren we het gesprek met de netbeheerder om meer capaciteit mogelijk te maken. 4. Zon-op-land op vergeten gronden is mogelijk, niet op landbouwgebieden. Na gebruik van gronden moet het weer agrarische bestemming krijgen.
Zie antwoord 17.2. Zodra een zonnepark uit gebruik wordt genomen worden de zonnepalen verwijderd en krijgt het perceel (exclusief de inpassing) weer de oude functie terug.
Geen aanpassingen
5. Er is geen veilige plek in onze volle gemeente voor windturbines.
Zie antwoord onder 5.
6. De natuurtoets moet worden geschrapt bij een erfmolen. Er is te veel bemoeienis bij het plaatsen van een erfmolen op het erf.
Zie antwoord onder 15.13. En 15.14.
7. Inspreker vraagt zich af of er mogelijkheden zijn om als gemeente te participeren in landelijke projecten.
Voor agrariërs is het nu al mogelijk om een bijdrage te leveren aan biobrandstoffen. Daar wil de gemeente graag in faciliteren. Participeren als gemeente in grote energieprojecten op zee is niet mogelijk en lost bovendien het energievraagstuk niet op omdat hier eveneens ruimtelijke knelpunten zijn. Vanuit het Rijk zijn er twee sporen; energie op zee en energie op land. In 2030 moet 84 TWh aan elektriciteit opgewekt worden, waarvan 49 TWh van zee komt. De rest komt dus van wind op land of zon op land. Met deze aantallen is dan 70% van ons energiegebruik gedekt.
Geen aanpassingen
8. Er is bereidheid bij agrariërs met zon-op-dak en erfmolens, maar het platteland moet verder blijven zoals het is. Zet in op verlagen energiegebruik en weer mensen van buiten de regio
Agrariërs krijgen met dit uitwerkingskader extra mogelijkheden voor erfmolens danwel zonneparken. Zon-op-dak was al toegestaan. De gemeente Epe is zuinig op het bestaande landschap. Het uitwerkingskader is een afweging tussen behoud van landschap enerzijds en het toelaten van nieuwe functies om te voorzien in elektriciteit anderzijds. Het verminderen van energiegebruik is zeker een belangrijk thema, omdat hiermee de opwek-kant lager kan zijn. Met warmte gaan we hier de komende jaren bijvoorbeeld intensief mee aan de slag door het isoleren van woningen. Het weren van mensen van buiten de regio zien we niet als een passende of helpende mogelijkheid in dat verband
Geen aanpassingen
Zie antwoord onder 15.3. De zonneladder duidt niet op volgordelijkheid, maar op voorkeur. Uiteraard wil de gemeente ook graag aan de slag met zon-op-dak en minder bruikbare gronden langs infrastructuur en stortplaatsen etc. Tegelijk, en dat staat ook in de RES, gaan we ook ruimte bieden voor grote projecten omdat we beide nodig hebben in de transitie. Voor het kunnen terugleveren en transporteren is de netbeheerder aan zet. De
Geen aanpassingen.
22. Zienswijze-indiener 59 1. Inspreker wijst op de zonneladder waardoor grootschalig op zon-op-dak moet worden ingezet. Dit is ook in de RES afgesproken en blijkt ook behoefte van inwoners en eigenaren.
39
Leg eerst alle daken vol voordat met gronden wordt gestart. Leveren op net moet altijd mogelijk zijn.
gemeente, regio en provincie voeren regelmatig overleg met Liander om het netwerk uit te breiden.
2. Inspreker is tegen zon op land. Grond is te waardevol, er bestaat kans op schade, panelen tasten biodiversiteit aan en belemmeren verbindingszone herten, niet bevorderlijk voor recreatie en het net kan de panelen niet aan.
Zie antwoord onder 12.4 en 15.7. Wat betreft de verbindingszone; de gemeente is niet van plan om alle ‘ja, mits’ of ‘nee, tenzij’ gebieden vol te gaan leggen met zonneparken. Met de indicatie van het terrein geven we aan hoe kansrijk een project in dit gebied is en waar rekening mee gehouden dient te worden. Er kunnen wel een aantal projecten worden gestart. Wanneer een ontwikkeling binnen de verbindingszone wordt voorgesteld dient hier rekening mee gehouden te worden in het ontwerp en beheer. Herten zullen wel om het park heen moeten vanwege afrastering, tenzij hier op een goede manier invulling aan wordt gegeven. Het grootste deel van het buitengebied blijft echter bij het oude.
Geen aanpassingen.
3. Inspreker stelt voor om 1 of 2 grote windturbines goed te keuren, daarmee voldoen we en is het probleem opgelost. 4. Erfmolens horen thuis op een boerenerf. In het uitwerkingskader staan te veel regels over erfmolens. Erfmolens horen vrij te staan, buiten het bouwblok, een tiphoogte van 60 meter. Als gemeente energie wil opwekken moeten er ook mogelijkheden zijn
Zie antwoord onder 15.15 en 5. Er zijn nu geen mogelijkheden voor grote windturbines door provinciale belangen.
Geen aanpassingen.
Zie antwoord onder 15.14. Wij zien erfmolens ook als een goede toevoeging aan erven, maar willen dit niet ten koste laten gaan van een herkenbaar landschap. Vandaar de restricties. Om de 2 jaar herzien we ons kader, waarmee eventuele nieuwe ontwikkelingen op de markt meegenomen kunnen worden.
Geen aanpassingen.
Vanuit het Klimaatakkoord wordt er gewerkt aan 5 herkenbare tafels om tot CO2-reductie en energiebesparing te komen. Dit zijn de Gebouwde Omgeving, Industrie, Elektriciteit, Mobiliteit en Landbouw & Landgebruik. Via verschillende sporen komen deze thema's uiteindelijk op het schaalniveau van inwoners terecht. Gebouwde omgeving bijvoorbeeld betekent dat er gewerkt gaat worden om woningen van het gas af te halen en hier specifieke isolatieprogramma's per wijk voor op te stellen. Het uitwerkingskader dat we hebben gemaakt gaat in op het thema energie, en dan met name grootschalige energie. Kleinschalige energie is nu al mogelijk (daken, gebruik van percelen bij huis etc). Van inwoners wordt met dit kader dus wat minder verwacht (behalve project-participatie), het zet vooral in op de toename van zon- en windenergie in onze gemeente door grote projecten. Tot op heden waren grootschalige projecten niet mogelijk binnen onze