CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

676977 1- Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW)

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Vaststellen Convenant MOBW 20234.493 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MO/BW) Oost-Veluwe Bijlagen Bijlage a Bijlage b Bijlage c Bijlage d Bijlage e Bijlage f Bijlage g Bijlage h

Overzicht regionale algemene voorzieningen Overzicht maatwerkvoorzieningen (zorg-en ondersteuningsproducten) Overzicht rijksvergoedingen per gemeente voor Beschermd Wonen vanaf 1 januari 2024 Rijksvergoeding Maatschappelijke Opvang Regionaal kaderdocument Beschermd Thuis 2022-2030 Regionaal ontwerp Beschermd Thuis 2030 Norm voor Opdrachtgeverschap MO & BW: Routekaart VNG DVO

Ondergetekenden: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst, hierna gezamenlijk te noemen regionale gemeenten, verklaren en besluiten een convenant te sluiten voor regionale samenwerking op het gebied van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen op grond van de Wmo 2015. Dit convenant beschrijft de regionale samenwerking tussen de deelnemende gemeenten in het kader van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en in het bijzonder de verhouding en afspraken tussen de budgethouder en de regiogemeenten in het kader van taken, financiële verantwoordelijkheden, inspanningen, de beheersing van financiële middelen, eventuele besparingen of aanvullende kosten, de verevening van risico’s en monitoring en evaluatie. In overweging nemende dat: -

de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) alle individuele gemeenten opdraagt om zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen, waaronder voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen;

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe deze verantwoordelijkheid onderschrijven en gezamenlijk willen dragen;

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe hun regionale samenwerking eerder hebben vastgelegd in het convenant “Regionale samenwerking Maatschappelijk Opvang en Beschermd Wonen (MO/BW) Oost-Veluwe 2019” en zich bij heroverweging hebben gecommitteerd aan de uitgangspunten van hun visie op deze samenwerking, het regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis 2022-2030, het regionaal Ontwerp Beschermd Thuis 2030 en de Norm voor Opdrachtgeverschap Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen;

-

de invoering van het objectieve verdeelmodel als onderdeel van de doordecentralisatie van beschermd wonen opnieuw is uitgesteld, maar dat de regio Oost-Veluwe er voor kiest om per 1 januari 2023 op basis van de onderliggende uitgangspunten van de doordecentralisatie en het objectief verdeelmodel samen te werken en het regiobudget te vullen.

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe het belang van lokale ondersteuning van kwetsbare inwoners onderschrijven en in dat kader de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties in regioverband willen borgen. Dit betekent dat de ondersteuning van cliënten in de

Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen door alle gemeenten uitgevoerd zal worden; -

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe een regionale inkoop en lokale toegang tot de voorzieningen in het kader van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen kennen, wat inhoudt dat de inkoop door de gemeenten gezamenlijk wordt gedaan en in direct verband staat met de lokale toegang;

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe overeenkomen dat er met het oog op financiële herverdeling, vermoedelijk per 1 januari 2024, prioritering zal plaatsvinden in het aantal regionale projecten waarbij lokale gemeenten meer eigen verantwoordelijkheid zullen nemen;

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe de ambitie hebben om cliënten zoveel mogelijk ‘thuis nabij’ zorg aan te bieden;

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe zich uitspreken voor blijvende financiële solidariteit voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en daartoe gezamenlijk een regionaal budget vormen waarbij een bepaald percentage van het individuele budget voor beschermd wonen van elke individuele gemeente wordt overgeheveld naar een regionaal budget.

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe zich uitspreken om gezamenlijk tekorten in dit regionaal budget te dragen en overschotten te delen;

-

het wenselijk is nadere afspraken te maken over de beheersing van de financiële middelen en verevening van eventuele voor- en nadelen;

-

de gemeente in de regio Oost-Veluwe het budgethouderschap van het regionaal budget voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen beleggen bij de gemeente Apeldoorn;

-

met dit budgethouderschap wordt beoogd dat de budgethouder zich maximaal inspant voor de continuïteit en kwaliteit van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en daartoe zijn taken en bevoegdheden uit artikel 5 van dit convenant uitvoert;

-

met het budgethouderschap nadrukkelijk geen budgetrecht over het regiobudget bij de gemeenteraad van de Gemeente Apeldoorn in juridische en/of fiscale en/of financiële zin wordt beoogd;

-

de gemeente Apeldoorn de rijksvergoedingen voor Maatschappelijke Opvang voor de regio ontvangt en daardoor een verantwoordelijkheid heeft in de uitvoering van het budgethouderschap;

-

de gemeente Apeldoorn namens de regio Oost-Veluwe overleg voert met de VNG en de rijksoverheid;

-

er vanaf 1 januari 2023 een regionale subsidieregeling Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen van kracht zal gaan voor de regionale algemene voorzieningen. De gemeente Apeldoorn ontvangt als centrumgemeente in ieder geval tot 2026 het budget voor Maatschappelijke Opvang namens de regiogemeenten. Dit budget wordt toegevoegd aan het regionaal budget MO/BW.

-

de gemeente in de regio Oost-Veluwe overleg hebben gevoerd over de planmatige, organisatorische en financiële inspanningen en verplichtingen in het kader van hun samenwerking op het gebied van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en in dit kader wensen hun overeenstemming ter zake vast te leggen in dit Convenant.

2

Artikel 1. Begripsbepalingen a. Budgethouder: De gemeente Apeldoorn. De budgethouder regelt de financiën en voert hierover een ordelijke boekhouding. Zij is hierover verantwoording verschuldigd aan de regiogemeenten. Daarnaast voert zij de taken uit zoals vastgelegd in artikel 5 van dit Convenant. b. Convenant: Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Oost-Veluwe. c. Beschermd Wonen: wonen in een accommodatie van een instelling waar toezicht en begeleiding zich richten op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Deze accommodaties zijn bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. d. Beschermd thuis: het uitgangspunt dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel als mogelijk zelfstandig in de wijk wonen, waar zij ook welkom zijn, met zorg en ondersteuning dichtbij de eigen leefomgeving georganiseerd, dat gericht is op herstel. Intramuraal verblijf ( 7x 24 uur woonvoorziening) is niet meer het uitgangspunt, maar blijft beschikbaar voor wie dat nodig heeft. e.

Dienstverleningsovereenkomst (DVO): in de DVO staan taken en bijhorende voorwaarden die de gemeente Apeldoorn binnen haar budgethouderschap uitvoert namens de regio gemeenten. f. Integrale hersteltrajecten: een afgestemd en samenhangend geheel van zorg- en ondersteuning (interventies) gericht op herstel op alle leefgebieden dat dichtbij de leef- en woonomgeving van de inwoner is georganiseerd g. Maatschappelijke Opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. h. Openbare geestelijke gezondheidszorg (Oggz): bemoeizorg aan zorgwekkende zorgmijders. i. Regiogemeenten: Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst j. Regionale gemeenten: Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst. k. Verdeelmodel: in de circulaire voor het gemeentefonds gepubliceerde verdeling van de rijksvergoeding per gemeente volgens een vastgesteld rekenmodel. l. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Artikel 2. Convenant 1. De Bijlagen bij dit Convenant vormen een integraal deel van dit Convenant met dien verstande dat indien naar delen van een Bijlage wordt verwezen uitsluitend het betreffende deel tot dit Convenant behoort. 2.

In geval van tegenstrijdigheden tussen het bepaalde in dit Convenant en het bepaalde in de daaruit behorende Bijlagen en/of annexen, prevaleert het bepaalde in dit Convenant. Artikel 3. Doel en samenwerking 1. De deelnemende gemeenten zetten hierbij een samenwerking voort die er op gericht is om gezamenlijk, met inachtneming van elkaars belangen en in goed overleg met andere belanghebbenden, de regionale voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in de regio Oost-Veluwe te faciliteren. 2. In navolging op de eerder overeengekomen en uitgesproken financiële solidariteit kiezen alle zes de regionale gemeenten ervoor om de financiële risico’s en verantwoordelijkheden gezamenlijk te dragen. 3. Dit Convenant beschrijft de verhouding tussen de budgethouder en de regiogemeenten en legt deze vast met als doel de continuïteit van regionale voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in de regio Oost-Veluwe te borgen en om verplichtingen, verantwoordelijkheden, inspanningen en taken voor de deelnemende gemeenten inzichtelijk te maken. 4. Voorts worden in dit Convenant concrete afspraken gemaakt over financiële solidariteit en het dragen van financiële verantwoordelijkheid en risico’s met betrekking tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 4.

3

Artikel 4. Regionale cliënten 1. De regionale gemeenten spreken met elkaar af dat cliënten, woonachtig in de regio Oost-Veluwe, die passen binnen de volgende cliëntsituaties regionale cliënten zijn waarvoor zij gezamenlijk de financiële verantwoordelijkheid en financiële risico dragen middels het regiobudget: a. klassiek beschermd wonen waarbij cliënten geen huur betalen; b. klassiek beschermd wonen waarbij cliënten wel zelf huur betalen (ook wel scheiden van wonen en zorg); c. tussenvormen van beschermd wonen waarbij cliënten huur of een vergelijkbare vergoeding voor het wonen betalen, bijvoorbeeld waarbij: i. de huur (tijdelijk) wordt overgenomen door de aanbieder; ii. de aanbieder een woning huurt van een woningcorporatie voor de cliënt of voor deze cliënt garant staat; iii. de cliënt een woning huurt van de aanbieder; iv. de cliënt op een andere manier zelfstandig woont met een beschermd wonen indicatie. d. Inwoners die dak- en thuisloos raken en hiervoor een beroep moeten doen op de regionaal georganiseerde dak- en thuislozenvoorzieningen. 2. Wie een maatwerkvoorziening uit het domein Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen toegewezen krijgt wordt bepaald door de gemeentelijke toegangen. Op basis van de WMO 2015 zijn de gemeentelijke toegangen gebonden aan het doen van een zorgvuldig onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte. 3.

Een overzicht van de maatwerkvoorzieningen BW en van de regionale algemene voorzieningen is volledigheidshalve als Bijlage toegevoegd aan dit Convenant. Artikel 5. Taken en bevoegdheden budgethouder 1. De budgethouder spant zich maximaal in voor de continuïteit en kwaliteit van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 2. Dat doet de budgethouder in overleg met de regiogemeenten als volgt; a. De budgethouder draagt zorg voor subsidierelaties met aanbieders van regionale algemene voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Deze aanbieders wijst de budgethouder aan. Met hen worden prestatieafspraken gemaakt. b. De budgethouder stelt persoonsgebonden budgetten voor cliënten Beschermd Wonen in de regio Oost-Veluwe administratief beschikbaar. De budgethouder is verder verantwoordelijk voor de uitvoering door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van trekkingsrechten voor het persoonsgebonden budget. Dat geldt ook voor de inning van de eigen bijdrage en het doorvoeren van mutaties (ZIN en PGB) in cliëntgegevens door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). c. De budgethouder initieert regionaal beleid en spant zich in voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 3. De budgethouder voert op ordentelijke wijze de boekhouding.

Door deze boekhouding maakt de budgethouder periodiek regionale inkomsten en uitgaven voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen inzichtelijk. De budgethouder legt hierover verantwoording af aan de regiogemeenten. 4. De budgethouder neemt het initiatief in het ontwerpen van regionaal beleid voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en van eventuele criteria en beleidsregels voor de toegang tot Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 5. Voor een adequate uitvoering van zijn taken overlegt de budgethouder namens de regio OostVeluwe desgewenst met andere regio’s, cliëntenorganisaties, het Zorgkantoor, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het CAK, de SVB en met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en andere relevante regionale en landelijke partijen. 6. Waar nodig maken de regionale gemeenten nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen van de budgethouder. 7. De deelnemende gemeenten wensen nadere afspraken te maken over welke (hoofd)taken de budgethouder uitvoert en tegen welk uurtarief. Deze afspraken leggen zij zo spoedig mogelijk vast in een Dienstverleningsovereenkomst.

4

8. Over de uitvoering van haar werkzaamheden en de gemaakte kosten is de budgethouder verantwoording verschuldigd aan de regiogemeenten. Artikel 6. Taken en bevoegdheden van de regionale gemeenten 1. De regionale gemeenten spannen zich maximaal in om zorg te dragen voor lokale continuïteit en kwaliteit van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en voor de lokale toegang daartoe. 2. Lokaal doen de regionale gemeenten dat als volgt. 1 a. Zij dragen zorg voor adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten voor onder meer werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp) 2, jeugdhulp en wonen. Deze voorzieningen en activiteiten vormen een aanvulling op de regionale voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. b. Regionaal en/of lokaal contracteren zij doelmatig en rechtmatig voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bij aanbieders in de regio Oost-Veluwe.3 c. Zij zorgen voor voldoende, goed gespreide, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente , met in achtneming van de vastgestelde afbouwopgave waar de regio voor staat in de komende 10 jaar.

Dat doen ze bijvoorbeeld door hiervoor prestatieafspraken te maken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit voorzieningen van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen geen of minder belemmeringen ondervindt. d. Zij scheppen een lokale sociale infrastructuur om mogelijke maatschappelijke uitval en multi-problematiek vroegtijdig te signalen en om psychosociale- en psychische problemen te herkennen. Zo kunnen ze proactief handelen. Deze infrastructuur omvat ook de OGGZtaken, indien nodig inclusief specialistische ggz-expertise en/of ervaringsdeskundigheid. e. Zij zorgen voor toegang tot voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in samenhang met toegang tot Wmo-begeleiding, jeugdhulp, werk/participatie en inkomensondersteuning. f. Overig regionaal en lokaal beleid voeren zij uit. Daarnaast spannen ze zich in om dak- en thuisloosheid en de noodzaak tot Beschermd Wonen zo veel mogelijk te voorkomen. 3. De regionale gemeenten dragen ieder zorg voor alle uit dit convenant voortvloeiende werkzaamheden voor de uitvoering van deze taken, voor de implementatie van het regionaal kaderdocument beschermd thuis 2022-2030 en het regionaal ontwerp beschermd thuis 2030 4.

De regionale gemeenten dragen, zowel gezamenlijk op regionaal niveau, als ook individueel op lokaal niveau, zorg voor een zorginfrastructuur, ‘ggz in de wijk’, die dichtbij, gevarieerd en compleet is om te voldoen aan de transformatie naar een beschermd thuis. 5. De regionale gemeenten dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en overige middelen om de taken en bevoegdheden zoals hierboven genoemd adequaat uit te voeren. 6. Waar nodig maken de regionale gemeenten nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen. Artikel 7. Financiering volgens het objectieve verdeelmodel 1. De invoering van het nieuwe objectieve verdeelmodel gaat vermoedelijk in op 1 januari 2024. Vanaf de invoering ontvangt iedere gemeente de rijksvergoeding voor Beschermd wonen rechtstreeks in plaats van via de budgethouder (voorheen centrumgemeente). De rijksvergoeding voor Maatschappelijke Opvang blijft Apeldoorn ontvangen voor de regio. 2. De regionale gemeenten kiezen ervoor om vooruitlopend op de invoering van het objectieve verdeelmodel, op basis van de daaraan ten grondslag liggende verdeling/systematiek, het regiobudget te vullen per 1 januari 2023. 3. Ook na de doordecentralisatie van beschermd wonen blijven de regionale gemeenten financieel solidair met elkaar, en dragen zij daarmee gezamenlijk de financiële verantwoordelijkheid en risico’s, 1

Er komt een regionale toezichthouder voor calamiteiten en incidenten, die ook toeziet op de kwaliteit van de voorzieningen voor MO en BW. In overleg met de overige regiogemeenten wordt dit buiten dit convenant geregeld. 2 Daaronder vallen voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 2.2.1 t/m 2.2.4 en 2.3.1 t/m 2.3.6 Wmo 2015 anders dan opvang en beschermd wonen. 3

Alle gemeenten zijn gelijkwaardige partners bij de inkoop.

5

en vormen zij één regiobudget voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 4. De regionale gemeenten storten een deel van het individuele budget voor BW in het regiobudget Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Voor het eerste jaar na invoering van het objectief verdeelmodel is afgesproken dat alle regionale gemeenten 85% van hun individuele budget (rijksvergoeding volgens het objectieve verdeelmodel) voor beschermd wonen storten in het regiobudget Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Dit percentage kan jaarlijks bijgesteld worden voorafgaand aan het betreffende jaar. 5. Apeldoorn stort 100% van het historisch budget in het regiobudget zolang zij deze rijksvergoeding nog ontvangt. 6. De regionale gemeenten spreken met elkaar dat zowel de rijksvergoeding voor maatschappelijke opvang, waar gemeente Apeldoorn nog de centrumfunctie voor heeft, samen met de rijksvergoeding voor beschermd wonen in één regiobudget voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen komt. 7. De regionale gemeenten dragen bij naar rato van de rijksvergoeding voor Beschermd Wonen volgens het nieuwe objectieve verdeelmodel (bedrag in de circulaire voor gemeentefonds); 8. Vanuit het volgens dit convenant gevormde regiobudget bekostigt de budgethouder de volgende zaken voor de doelgroep zoals beschreven in artikel 4 a.

de regionale algemene voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, zoals vastgesteld in bijlage A; b. de regionale maatwerkvoorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, zoals vastgesteld in bijlage B; c. regionale uitvoeringskosten, waaronder de kosten voor de budgethouder op basis van een DVO waarin de hoofdtaken staan beschreven alsmede ook een uurprijs. 9. De budgethouder legt hiertoe periodiek vooraf en achteraf verantwoording af. Deze informatie kan desgewenst lokaal worden gedeeld. 10. Deelnemende gemeenten bezien periodiek of het percentage dat alle gemeenten van hun individuele budget overhevelen naar het regiobudget volstaat of dat deze bijgesteld moet worden. Artikel 8. Verdeling van overschot of tekort 1. Budgettaire voor- en nadelen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen berekent de budgethouder tijdens en na afloop van het boekjaar. De regionale gemeenten verevenen deze volgens een gezamenlijk vastgestelde systematiek. 2. Voor het verdelen van de overschotten of het verrekenen van tekorten dient te geschieden op basis van de percentuele verdeling van het objectief verdeelmodel welke gepland staat voor invoering op 1 januari 2024.

In de jaren dat deze nog niet is ingevoerd wordt jaarlijks op peildatum 1 juni van het betreffende jaar het aantal cliënten Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen op basis van de gemeente van inschrijving vastgesteld. Op basis van de prognose in de Turap van de budgethouder krijgen de regionale gemeenten hun deel van het overschot bevoorschot. Achteraf vindt een eindafrekening plaats volgens het werkelijke resultaat voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, conform de vastgestelde jaarrekening van de budgethouder. 3. De regionale gemeenten hebben de intentie om uitbetaalde overschotten te besteden binnen het sociaal domein. Over de besteding van deze middelen leggen zij jaarlijks tijdens een regionaal bestuurlijk overleg verantwoording af. Deze uitbetaalde overschotten kunnen ook worden gereserveerd voor toekomstige risico’s binnen het sociaal domein. 4. Elke gemeenteraad heeft budgetrecht en bepaalt zelf wat zij met het overschot doen, maar zijn individueel verantwoordelijk om de noodzakelijke investeringen voortvloeiend uit artikel 6 van dit convenant te realiseren. Artikel 9. Overleg 1. Minimaal eens per kwartaal overleggen de regionale gemeenten ambtelijk en bestuurlijk over Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 2.

Deelnemende gemeenten dragen zorg voor een passende vertegenwoordiging in het ambtelijk en bestuurlijk overleg, met oog voor de continuïteit ervan.

6

3. De budgethouder draagt zorg voor adequate en tijdige informatie en voor de voorbereiding van het regionale overleg. 4. Het bestuurlijk overleg is gericht op overeenstemming. Komt overeenstemming niet tot stand dan besluiten de gemeenten bij meerderheid van stemmen, waarbij elke gemeente één stem heeft. Artikel 10. Monitoring en evaluatie van projecten en resultaten 1. De deelnemende gemeenten zijn zich bewust van het belang en de noodzaak van monitoring (zie Bijlage Regionaal Kaderdocument) van de lopende projecten en de behaalde resultaten. Daarnaast is het van belang dat kennis uit de projecten wordt geborgd en met elkaar in verbinding wordt gebracht, een en ander binnen de kaders van en met inachtneming van de geldende privacy wetgeving. 2. De deelnemende gemeenten komen daartoe overeen dat er twee jaarlijks regionale en lokale uitvoeringsplannen worden opgesteld en uitgewerkt. De projecten uit deze plannen worden vervolgens tijdens de uitvoering gevolgd, geëvalueerd en geactualiseerd. 3. De gemeente uit de regio Oost-Veluwe zetten een volgsysteem op om de verschillende lokale en regionale projecten, resultaten en ontwikkelingen systematisch te monitoren en analyseren. In de regionale samenwerking zal hiervoor minstens een ambtelijk en bestuurlijk overleg worden gereserveerd als ‘meetmoment’.

Op basis van de analyse van de gegevens uit de monitoring kan het beleid vervolgens waar nodig worden aangepast. Artikel 11. Monitoring en evaluatie taken en inspanningen budgethouder en convenant 1. Periodiek monitoren de regionale gemeenten de taken en inspanningen van de budgethouder en de resultaten daarvan. Desgewenst maken ze hierover nadere afspraken. 2. Dit convenant evalueren de gemeenten na inwerkingtreding minimaal eens per drie jaar. 3. De budgethouder neemt het initiatief voor de evaluatie. Artikel 12. Tussentijds toetreden 1. Tussentijds kunnen nieuwe gemeenten toetreden tot dit convenant, indien zij instemmen met alle in dit convenant overeengekomen voorwaarden. 2. Een tussentijds verzoek daartoe kan de betrokken gemeente indienen bij de budgethouder. 3. De regionale gemeenten besluiten in meerderheid van stemmen over de toetreding waarbij elke deelnemende gemeente één stem heeft. Artikel 13. Opzegging 1. Opzegging binnen vijf jaar na ondertekening van dit convenant is uitgesloten. 2. Na deze vijf jaar kunnen deelnemende gemeenten dit convenant te allen tijde schriftelijk opzeggen bij de budgethouder met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf maanden en een opzegdatum van 31 december van het betreffende jaar, een en ander volgens de regels vastgelegd in dit artikel. 3. Een gemeente besluit tot uittreding nadat zijn raad hiertoe toestemming heeft verleend.

4. De regio draagt geen verantwoordelijkheid over de cliënten van de vertrekkende gemeente na uittreding. 5. Opzegging kan niet eerder geschieden dan een jaar na afloop van het jaar waarin het besluit tot opzegging is genomen. 6. De uitgetreden gemeente ontvangt bij opzegging een eindafrekening. 7. Wanneer een gemeente dit convenant opzegt, zullen de overige deelnemers in gezamenlijk overleg bezien of zij het convenant willen voortzetten of beëindigen. Artikel 14. Wijzigingen 1. Deelnemende gemeenten bezien periodiek of wijzigingen of aanvullingen op dit convenant wenselijk zijn. 2. Deelnemende gemeenten besluiten tot tussentijdse wijziging of aanvulling van dit convenant indien gemeenten unaniem hiertoe aanleiding zien. 3. Tussentijdse wijzigingen en aanvullingen zijn geldig nadat alle partijen deze hebben ondertekend en

7

worden als addendum toegevoegd aan dit convenant. Artikel 15. Geschillenregeling 1. Een deelnemende gemeente die meent dat er een geschil over de uitvoering van het convenant bestaat overlegt hierover met de andere deelnemende gemeenten. Leidt dit niet tot overeenstemming, dan deelt deze gemeente dat schriftelijk mee aan de andere deelnemende gemeenten. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil. 2. Binnen twee weken na dagtekening van de mededeling stuurt elke gemeente haar zienswijze op het geschil en een oplossingsgericht voorstel aan de andere gemeenten. Gemeenten overleggen met elkaar en proberen tot overeenstemming over een oplossing te komen. 3. Bereiken zij geen overeenstemming, dan besluiten zij in een bestuurlijk overleg bij meerderheid van stemmen, waarbij elke gemeente één stem heeft. Artikel 16. Inwerkingtreding en looptijd 1. Dit convenant treedt inwerking op 1 januari 2023. 2. Dit convenant eindigt van rechtswege 10 jaar na het jaar waarin het objectief verdeelmodel is vastgesteld.

Aldus overeengekomen en ondertekend Gemeente Apeldoorn op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Brummen op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Epe op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

8

Gemeente Hattem op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Heerde op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Voorst op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

9

Bijlage a: overzicht regionale algemene voorzieningen Het overzicht per 1 jan 2023 is nog niet beschikbaar. Deze komt na afronding van de subsidietender beschikbaar. Hieronder zijn de huidige regionale algemene voorzieningen weergegeven:

Regionale Algemene Voorzieningen

Huidig subsidiebedrag op jaarbasis

Looptijd subsidie

Tendersubsidies € 14.921 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Art Blanche (onderdeel MO) € 35.770 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Citypastoraat (onderdeel MO) € 60.688 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Menorah (onderdeel MO) GGNet KOPP/KVO (onderdeel mantelzorgondersteuning) GGNet IMH Tactus KOPP/KVO (onderdeel mantelzorgondersteuning) Tactus preventie (onderdeel MO)

€ 99.884 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022* € 47.986 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 € 41.084 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022* € 185.137 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022

Chris & Voorkom (onderdeel MO) Stichting de Ontmoeting (onderdeel vrijwilligersondersteuning)

€ 37.048 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 € 58.867 Subsidie is verlengd tot en met 2021, daarna + in 2021 een incidentele subsidie van wordt deze subsidie gestopt en zijn gemeenten €29.640 zelf verantwoordelijk voor de activiteiten die voorheen door Stichting de Ontmoeting werden uitgevoerd.

Maatschappelijke Opvang Jongeren Leger des Heils (onderdeel MO)

€415.811 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022. De + in 2021 een indicentele subsidie van verwachting is dat het Leger des Heils ook voor €52.000 2022 het incidentele subsidiebedrag zal aanvragen.

Begrotingssubsidies Omnizorg toeleiding en klachtafhandeling

€ 21.387 Wordt voortgezet t/m 2024

Omnizorg gebruikersruimte

€ 587.630 Wordt voortgezet t/m 2024

Omnizorg dag en nachtopvang

€ 1.004.368 Wordt voortgezet t/m 2024

Omnizorg Medische heroineverstrekking

Omnizorg Vastgoedsubsidie Herstelplein Korak

Totaal

€ 433.418 Wordt voortgezet t/m 2024 € 339.960 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 + een jaarlijks bedrag van € 60.000 voor de kosten van de host (Tactus)

€ 3.525.599

*omdat de huidige subsidieregeling komt te vervallen, wordt hier voor het jaar 2022 een begrotingssubsidie van gemaakt.

10

Bijlage b: overzicht maatwerkvoorzieningen (zorg- en ondersteuningsproducten) Na afronding van de inkoop (medio 2023) komt het nieuwe overzicht met de maatwerkvoorzieningen beschikbaar. Hieronder zijn de huidige maatwerkvoorzieningen weergegeven: Productnaam

Productcode iWmo - BW

Begeleiding Crisis* Begeleiding Groep Licht* Begeleiding Groep Basis* Begeleiding Groep Complex* Begeleiding Individueel Licht* Begeleiding Individueel Basis* Begeleiding Individueel Complex* Opslag kindplaats (per kind, per etmaal) Time-Out Voorziening Vervoer* Vervoer Plus* Wonen/verblijf Crisis Basis Wonen/verblijf Crisis Hoog Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief - partnerplaats Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Groep met begeleiding Duurzaam Wonen/verblijf Groep met begeleiding Duurzaam - partnerplaats Wonen/verblijf groep met begeleiding Duurzaam (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Groep met begeleiding Perspectief Wonen/verblijf Groep met begeleiding Perspectief - partnerplaats Wonen/verblijf groep met begeleiding Perspectief (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Individueel met begeleiding Perspectief Wonen/verblijf Individueel met begeleiding Perspectief - partnerplaats Wonen/verblijf individueel met begeleiding perspectief (scheiden wonen/zorg) Werkt mee op trede 3* Werkt mee op trede 4* Werkt mee ontwikkeling naar trede 3* Werkt mee ontwikkeling naar trede 4* Werkt mee ontwikkeling naar trede 5* Zorgcoördinatie (gemiddeld 1 per week, max 52 per jaar)* Huurbetaling* ZZP 5 Verpleging 1,36 ZZP 4 Verpleging 1,45 ZZP 6 Verpleging 4,74 Tijdelijke opvang basis*

Respijtopvang Thuis* Respijtopvang Basis* Respijtopvang Hoog* * Situationeel: Wanneer het MO/BW cliënt betreft kan de BW-code gebruikt worden. Wanneer het lokale cliënt betreft gelden de WMO-codes zoals die zijn opgenomen in de productcodetabel van de zorgregio.

11

15C01 15G01 15G02 15G03 15G04 15G05 15G06 15G07 15G08 15511 15512 15C02 15C03 15T01 15T02 15T03 15D01 15D02 15D03 15P01 15P02 15P03 15P04 15P05 15P06 15A63 15A64 15A53 15A54 15A55 15A75 15S04 15527 15528 15529 15T05 15S01 15S02 15S03

Bijlage c: Overzicht rijksvergoedingen per gemeente voor Beschermd Wonen vanaf 1 januari 2024 Nog niet beschikbaar. Wordt na publicatie toegevoegd. Voor 2023 ontvangt de gemeente Apeldoorn de rijksvergoeding voor Beschermd Wonen: €40.907.968

12

Bijlage d: Rijksvergoeding Maatschappelijke Opvang Voor 2023 en verder bedraagt de rijksvergoeding voor de Maatschappelijk Opvang € 4.208.017

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12353301/1