660706 TB4 Quickscan flora fauna
Tekst van het document
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120 Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Colofon Titel:
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Projectcode Versie: Datum Auteur:
P03283 Definitief 12-04-2022 L.A. de Meijer
Opdrachtgever:
Haemveste ontwikkeling B.V. Schellingshof 23 6573 DK, Beek
Uitvoerder
Email: Website:
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Michael Witjes 06 55476553 michael.witjes@grasadvies.nl
Controle
Ronald Smit
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Pagina 2 van 9
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 5 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 6
2
Wet natuurbescherming ..................................................................................................................... 7
2.1
Beschermde gebieden ....................................................................................................................... 7
2.2
Beschermde soorten .......................................................................................................................... 8
2.3
Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming .............................................................................. 8
2.4
Invasieve soorten ............................................................................................................................... 8
3
Projectgebied ..................................................................................................................................... 9
3.1
Gebiedsbeschrijving .......................................................................................................................... 9
3.2
Beoogd projectresultaat ................................................................................................................... 10
4
Onderzoeksopzet ............................................................................................................................. 11
5
Resultaten ........................................................................................................................................ 12
5.1
Beschermde gebieden ..................................................................................................................... 12
5.2
Beschermde soorten ........................................................................................................................ 13
6
Conclusie en aanbevelingen............................................................................................................ 16
6.1
Beschermde gebieden ..................................................................................................................... 16
6.2
Beschermde soorten ........................................................................................................................ 16
Bronnen ........................................................................................................................................................... 17
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Pagina 3 van 9
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Bijlagen Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Bijlage 2: Impressie projectgebied Bijlage 3: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Bijlage 4: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Pagina 4 van 9
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Samenvatting De initiatiefnemer is voornemens om het landhuis Kolthoven en het koetshuis aan de Tongerenseweg 118120 te verbouwen. Het landhuis gaat een nieuwe functie krijgen als particuliere ouderenzorg. Als onderdeel van deze verbouwing wordt de linker gevel van het koetshuis aangepast en wordt de achtergevel verbouwd als gevolg van de plaatsing van een lift. Bij het hoofdgebouw wordt er aan de rechterzijde van het hoofdhuis een noodtrap teruggeplaatst en wordt deze in de huidige planning met glas overkapt. Een quickscan flora en fauna is uitgevoerd om het plangebied te controleren op eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: 1. De aanwezigheid van beschermde soorten kan worden uitgesloten. 2. Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels, waaronder de spreeuw. Een spreeuw is gaan broeden in een boomholte tegenover de oostgevel van het hoofdgebouw. Een ontheffing is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat deze niet wordt verstoord of er buiten de broedperiode van de spreeuw om gewerkt wordt. De broedperiode van de spreeuw loopt van april tot in juni. Wanneer er binnen de broedperiode gewerkt wordt moet de ruimte rondom de boom vrijgehouden blijven en het verstoren van de vogel voorkomen worden. 3.
De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur. De informatie uit dit rapport is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Pagina 5 van 9
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
1 Inleiding In opdracht van Haemveste B.V. is een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor landgoed Kolthoven te Epe. De initiatiefnemer is voornemens om het koetshuis en hoofdgebouw om te bouwen tot particulier ouderenzorg. Als onderdeel van deze verbouwing wordt een lift geplaatst aan de buitenkant van het koetshuis en een noodtrap met (glazen) overkapping aan het hoofdgebouw geplaatst. Deze (mogelijke) invloeden zijn beoordeeld op basis van de resultaten uit een verkennend onderzoek, de quickscan. Tijdens deze quickscan is de huidige en potentiële aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten in en in de directe omgeving van het projectgebied inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie zijn uitspraken gedaan over mogelijke effecten van het voorgenomen project. Deze vindt u terug in de voorliggende rapportage. De quickscan is, met een enkel locatiebezoek, een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Zodoende kan er slechts in beperkte mate uitsluitsel geven worden op de aanwezigheid hiervan. Wanneer wij redelijkerwijs verwachten dat het uitvoeren van het project een negatief effect heeft op beschermde gebieden, houtopstanden en/ of beschermde flora en/ of fauna, kan nader onderzoek gewenst zijn.
Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze rapportage benoemt het relevante wettelijke kader. Hoofdstuk 3 beschrijft het projecten onderzoeksgebied en het voorgenomen project. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksopzet opgenomen, gevolgd door de resultaten hiervan in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 vindt u de conclusies, adviezen en eventuele vervolgstappen.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Pagina 6 van 9
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
2 Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving, bestaande uit de ‘Natuurbeschermingswet 1998’, de ‘Boswet’ en de ‘Flora- en Faunawet’, is per 1 januari 2017 vervangen door de ‘Wet natuurbescherming’. Het bevoegd gezag ligt bij de provincies. Dit hoofdstuk licht de inhoud van de Wet natuurbescherming toe. De Wet natuurbescherming is gericht op het beschermen van: • Beschermde gebieden • Beschermde soorten • Houtopstanden Omdat het projectgebied geen effect heeft op bestaande houtsopstanden is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.
2.1
Beschermde gebieden
2.1.1
Natura 2000
De bescherming van de ruim 160 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Er wordt bij ieder project (activiteit of handeling), zowel binnen als buiten Natura-2000 gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. De volgende verboden gelden ingevolge artikel 2.7, 2e lid: • De kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren; of • Een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen Wanneer een project één of beide verboden dreigt te overtreden, kan het bevoegde gezag een vergunning verlenen. Hiervoor dient een groter maatschappelijk belang aanwezig te zijn en een vergunningsprocedure te worden doorlopen.
Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’.
2.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. De provincies zijn sinds 2014 verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling hiervan. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen. Projecten worden getoetst aan de hand van de ‘Spelregels EHS’ (uitwerking van gemeenschappelijk opgesteld beleidskader). Deze spelregels zijn verweven in het provinciaal beleid. Het compensatiebeginsel voor de EHS is het sluitstuk van het ‘nee, tenzij’ beschermingsregime. Volgens dat regime zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen, die afwijken van het bestemmingsplan, in het NNN met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang én het ontbreken van reële alternatieven. Het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke ordening (Barro, 2.10) voorziet juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid.
In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: ● Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) ● Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd ● Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer ● Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, Nederlandse deel Noordzee en Waddenzee ● Alle Natura 2000-gebieden Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Pagina 7 van 9
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
2.2
Beschermde soorten
De wet natuurbescherming heeft als doelstelling het beschermen en in standhouden van de Nederlandse natuurgebieden en bescherming van de Nederlandse Flora & Fauna (bijlage 1). De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: • Soorten van de Vogelrichtlijn (alle van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten) • Soorten van de Habitatrichtlijn • Andere soorten Daarnaast zijn er: • Vrijgestelde soorten (bepaald per provincie en landelijk) • Jaarrond beschermde vogelnesten En bestaat er: • De zorgplicht
2.3
Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming
Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan middels een ontheffing of vrijstelling. Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling, is er een stappenplan opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria worden voldaan: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5a); • In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5b3); en • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5c).
2.4
Invasieve soorten
Per 3 augustus 2016 is het verboden (EU-exotenverordening 1143/2014) om schadelijke exotische planten en dieren te: • Bezitten • Verhandelen • Kweken • Gebruiken • Transporteren • Vrijlaten Verder geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op de sporen en te verwijderen. Als dat niet lukt, moeten er maatregelen worden getroffen om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding zoveel mogelijk wordt voorkomen. In Nederland zijn de provincies verantwoordelijk voor de aanpas van de invasieve exoten die in 2016 en 2017 op de lijst zijn geplaatst, uitgezonderd de wolhandkrab, de Amerikaanse rivierkreeft (Rijk is verantwoordelijk) en de beverrat (waterschappen zijn verantwoordelijk). Op de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) is de (dynamische) lijst te vinden van soorten die op de Unielijst staan (NVWA 2022). Deze invasieve soorten brengen schade toe, of zullen dat ik de toekomst waarschijnlijk gaan doen, aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. Daarnaast kunnen ze nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Pagina 8 van 9
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
3 Projectgebied Tijdens een quickscan wordt onderscheid gemaakt tussen het projectgebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) en het onderzoeksgebied (directe omgeving van het projectgebied). Het onderzoeksgebied wordt bepaald aan de afstand tot de werkzaamheden waarbinnen beschermde diersoorten verstoring kunnen ondervinden.
3.1
Gebiedsbeschrijving
Het projectgebied is gelegen in de provincie Gelderland aan de Tongerenseweg 118-120 (Afbeelding 1). Het is gelegen in het buitengebied van Epe en is omgeven door een bosrand, rustige weg en een grote tuin met grotendeels gazon (Afbeelding 2).
Afbeelding 1 Ligging van het projectgebied (rood kader) – (PDOK)
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Pagina 9 van 9
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Afbeelding 2 Afbeelding van het hoofdgebouw en koetsgebouw landgoed Kolthoven. – Funda.nl
3.2
Beoogd projectresultaat
Het landhuis gaat een nieuwe functie krijgen als particuliere ouderenzorg. De initiatiefnemer is voornemens om als onderdeel van de verbouwing de linker gevel van het koetshuis aan te passen en de achtergevel te verbouwen als gevolg van de plaatsing van een lift. Bij het hoofdgebouw wordt er aan de rechterzijde van het hoofdhuis een noodtrap teruggeplaatst en wordt deze in de huidige planning met glas overkapt (Afbeelding 3).
Afbeelding 3. Locatie terug te plaatsen noodtrap hoofdgebouw landhuis Kolthoven. Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
4 Onderzoeksopzet Bij het uitvoeren van deze quickscan is onderzocht of het voorgenomen project mogelijk effect heeft op beschermde gebieden, plantensoorten en diersoorten en houtopstanden. Hiervoor is zowel een voor- als een locatieonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een effectenbeoordeling. Tijdens het vooronderzoek is informatie verzameld over: • Het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (hoofdstuk 5.1) • Waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (hoofdstuk 5.2). Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (NDFF, Verspreidingsatlas). Tijdens het locatieonderzoek is gekeken naar: • Aanwezigheid van beschermde plantensoorten • Aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten • Aanwezigheid van leefgebieden/ soort-specifieke functies voor beschermde soorten (oppervlaktewater, schuilgelegenheden, specifieke plantensoorten/ lijnvormige elementen) Het onderzoeksgebied is ter plaatse bepaald door de verwachtte invloed van het project en de inschatting van de onderzoeker. Het bezoek is uitgevoerd tijdens droge weersomstandigheden met weinig wind (max 3 Bft). De ecoloog van GRAS advies spant zich maximaal in om het onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren.
Desondanks zal nooit een 100% volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. Zij kunnen derhalve geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Bij de effectenbeoordeling zijn de resultaten van het vooronderzoek, het locatiebezoek en het voorgenomen project in overweging genomen. Hierdoor is het mogelijk om een goed inschatting te maken van de invloed van het voorgenomen project op beschermde natuurgebieden, (potentieel) aanwezige beschermde soorten en al dan niet aanwezige houtopstanden. Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het terrein voor vleermuizen en is gelet op sporen (geluiden wanneer het locatiebezoek in de avonduren plaatsvindt). Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2021) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast.
Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
5 Resultaten 5.1
Beschermde gebieden
5.1.1
Natura-2000
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied (Afbeelding 4). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op ca. 0,95 km afstand van het projectgebied. Het wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en wegen.
Afbeelding 4 Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natura 2000-gebied de Veluwe (grijs vlak) – PDOK.
5.1.2
Gelders Natuurnetwerk
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland of Gelders Natuurnetwerk (zie afbeelding 4). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Gelders natuurnetwerk (GNN) ligt op ca. 0,95 km afstand. Het projectgebied wordt van dit NNN-gebied gescheiden door agrarisch gebied en wegen. Ook valt het projectgebied buiten de omgevingsvisie Gelders natuurnetwerk en groene ontwikkelingszone. Het projectgebied valt in de omgevingsverordening Gelderland (februari 2022) onder nationaal landschap, buiten de groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Ruimtelijkeplannen.nl). Dit houdt in dat ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: 1. er geen reële alternatieven zijn; 2. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; 3. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN/GNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie geen bepalingen kent ten aanzien van externe werking, is nadere toetsing niet noodzakelijk. Verstoring van het NNN-gebieden kan bovendien op voorhand worden uitgesloten, gelet op de beperkte impact van de ingreep en de afstand tot het projectgebied.
Afbeelding 5 Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Gelders natuurnetwerk (groene vlakken). – Provincie Gelderland.
5.2
Beschermde soorten
5.2.1
Bekende waarnemingen
Alvorens het plangebied te bezoeken, is een vooronderzoek uitgevoerd. Dit is gedaan om een indicatie te krijgen van de te verwachten beschermde soorten binnen het plangebied. Hiervoor is met name de Nederlandse Database Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Hierin staan alleen gevalideerde waarnemingen, dit geeft een beeld van wat de bekende aanwezigheid is van soorten binnen het plangebied en de omgeving. NDFF is echter een hulpmiddel, wanneer een soort niet geregistreerd staat in de omgeving in NDFF houdt niet in dat deze daar ook afwezig is. Met behulp van NDFF is in een straal van 500 meter de waarnemingen van beschermde soorten in de afgelopen 10 jaar verzameld. Vleermuizen: Gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Overige zoogdieren: Mol, konijn, egel, eekhoorn, bosmuis en das. De das betreft een aangereden dier waargenomen in 2018 op ongeveer 360 meter van het plangebied. Vogels: Appelvink, beflijster, blauwe reiger, boomklever, boomkruiper, ekster, glanskop, goudvink, grauwe vliegenvanger, groene specht, groenling, grote gele kwikstaart, havik, heggenmus, houtduif, merel en ooievaar. Amfibieën: Bastaardkikker.
Insecten: Appeltak, azuurwaterjuffer, bont zandoogje, bruin zandoogje, citroenvlinder, distelvlinder, grote keizerlibel, grote roodoogjuffer, kleine wintervlinder, koolwitje, koraaljuffer, lantaarntje, oranjetipje, populierenpijlstaart, veldhommel, viervlek, vijfstippelig lieveheersbeestje, vliegend hert, volgeling, weidehommel, wekkertje en zwartsprietdikkopje. Het vliegend hert is een beschermde soort onder de habitatrichtlijn van de wet Natuurbescherming en aangetroffen op 250 meter van het plangebied. Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Vaatplanten: Reuzenberenklauw.
5.2.2
Resultaten veldbezoek
Tabel 1 Gegevens locatiebezoek. Controleur Datum Weer
L.A. de Meijer 07-04-2022 Regen, bewolkt, wind 5 bft
Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de aanwezige plant- en diersoorten in en rondom het plangebied. Naast de aanwezige soorten is er ook gezocht naar sporen zoals nesten, poot afdrukken, wildwissels, uitwerpselen, etc.). Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook zijn er geen exoten vallend onder de Unielijst exoten waargenomen. Gezien de afwezigheid van vegetatie op de locatie van de werkzaamheden aan het koetshuis en hoofdgebouw kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten voorkomen. Zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) zoogdieren aangetroffen. Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als egel, haas, konijn, algemene muizensoorten, eekhoorn en eventueel das worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar deze soorten staan, met uitzondering op das en eekhoorn, ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’ (Hunnink 2022). Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling geldt voor deze soort. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. De soorten das en eekhoorn vallen niet onder de categorie ‘vrijgestelde soorten’.
Gezien de beperkte impact en ingreep in het plangebied, en het feit dat er geen bosschages worden verwijderd kunnen negatieve effecten op deze soorten op voorhand worden uitgesloten. Zoogdieren: vleermuizen De grasvelden en omringende bomen binnen het projectgebied kan geschikt zijn als foerageerlocatie voor vleermuizen. De geplande ontwikkelingen hebben geen betrekking op de vegetatie. Van het verdwijnen van potentieel foerageergebied van de vleermuis is zodoende geen sprake. De bomenrij en bebossing vormen de lijnvormige structuren binnen het projectgebied. Een functie als vliegroute voor vleermuizen is daarom wel aanwezig binnen het plangebied. De geplande ontwikkelingen hebben echter geen betrekking op de lijnvormige structuren binnen het projectgebied. Van het verdwijnen van potentiële vliegroutes van de vleermuis is zodoende geen sprake. Binnen het projectgebied/in het gebouw zijn geen openingen aangetroffen groot genoeg voor verblijfplaats van vleermuizen. Ook zijn er geen sporen van vleermuizen aangetroffen die duiden op een verblijfplaats. De aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het projectgebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn de bomen en bosschages gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten. Er zijn in de bomen geen nesten aangetroffen van jaarrond beschermde soorten.
In het hoofdgebouw en koetshuis zijn geen holtes aangetroffen die het gebouw geschikt maken als broedlocatie voor gierzwaluw. De daken en dakpannen zijn niet erg geschikt voor huismussen. Binnen het projectgebied en in de directe omgeving is gekeken naar de aanwezigheid van huismus, deze is niet waargenomen. Ook zijn uit NDFF geen waarnemingen bekend van huismus binnen het projectgebied of in de omgeving. Aanwezigheid van broedlocatie huismus kan daarmee redelijkerwijs worden uitgesloten. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied gaan gebruiken als broedlocatie. In de boom tegenover de Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
oostgevel van het hoofdgebouw is een holte aangetroffen die huidig in gebruik is als broedlocatie van de spreeuw (Afbeelding 6). Om te voorkomen dat de broedvogel wordt verstoord is aan te raden buiten het broedperiode van de spreeuw te werken (april-juni) met name in de vestigingsfase en vroege broedseizoen is de soort verstoringsgevoelig. Wanneer er binnen de broedperiode gewerkt wordt moet de ruimte rondom de boom vrijgehouden blijven en moet het verstoren van de vogel voorkomen worden.
Afbeelding 6. Locatie spreeuwennest tegenover de oostgevel.
Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn er geen (sporen van) beschermde reptielen waargenomen. Aangezien er binnen het projectgebied geen geschikte (voortplantings-)biotopen voorkomen voor beschermde soorten uit deze categorie, kan de aanwezigheid van beschermde reptielen redelijkerwijs worden uitgesloten. Vissen en Amfibieën Binnen het projectgebied, en in de directe omgeving, zijn geen plassen of wateren aanwezig. De aanwezigheid van vissen en amfibieën kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde ongewervelden waargenomen. Vanwege de beperkte impact van de werkzaamheden, en het ontbreken van de voor beschermde ongewervelden benodigde specifieke habitats op en langs de plangevels, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten ongewervelden aanwezig zijn.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
6 Conclusie en aanbevelingen 6.1
Beschermde gebieden
Het project gebied ligt buiten zowel het Natura 2000 als het Natuurnetwerk Nederland gebieden. Gezien de beperkte impact van de ontwikkeling en de afstanden tussen het de projectlocatie en deze gebieden, wordt verstoring hiervan uitgesloten.
6.2
Beschermde soorten
6.2.1
Flora
Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde vegetatie en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
6.2.2
Zoogdieren
Tijdens het veldbezoek zijn geen landzoogdieren of sporen van daarvan aangetroffen. Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als egel, haas, konijn, algemene muizen-soorten, eekhoorn en eventueel das worden verwacht. Gezien de beperkte impact en ingreep in het plangebied, en het feit dat er geen gazon of bosschages worden verwijderd kunnen negatieve effecten op deze soorten op voorhand worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
6.2.3
Zoogdieren: vleermuizen
Er is geen sprake van verstoring of het verwijderen van een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute binnen het plangebied. Ook zijn er geen geschikte openingen waardoor de aanwezigheid van een verblijfplaats binnen het projectgebied op voorhand kan worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
6.2.4
Vogels
Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels waargenomen binnen het projectgebied. Wel is er een broedende spreeuw tegenover de oostgevel van het hoofdgebouw aangetroffen. Deze heeft de broedplaats in een boomholte zitten. Om te voorkomen dat de spreeuw wordt verstoord is aan te raden buiten het broedperiode van de spreeuw te werken (april-juni) met name in de vestigingsfase en vroege broedseizoen is de soort verstoringsgevoelig. Wanneer er binnen de broedperiode gewerkt wordt moet de ruimte rondom de boom vrijgehouden blijven en moet het verstoren van de vogel voorkomen worden. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd mits de broedende spreeuw niet verstoord wordt/er buiten de broedperiode april-juni gewerkt wordt.
6.2.5
Overige diersoorten
In het projectgebied liggen geen geschikte voortplantingsbiotopen voor beschermde amfibieën, reptielen en vissen. Ook zijn er geen beschermde ongewervelden waargenomen. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden benodigde specifieke habitats, kan de aanwezigheid redelijkerwijs worden uitgesloten.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Bronnen Funda.nl. Tongerenseweg 118. https://www.funda.nl/koop/epe/huis-41008309-tongerenseweg-118/. Datum geraadpleegd: 05-04-2022. Hunnink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Kadviewer – versie 1.8. https://kadviewer.map5.nl/. Datum geraadpleegd: 12-04-2022. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). https://ndff-ecogrid.nl/. Datum geraadpleegd: 12-04-2022. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (2022). Unilijst. https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten. Datum geraadpleegd: 12-04-2022. Overheid.nl. Officiële bekendmakingen. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/uitgebreidzoeken. Datum geraadpleegd: 12-04-2022. Patronale Dienst voor Organisatie en Kontrole van de Bestaanszekerheidstelsels (PDOK). https://app.pdok.nl/viewer/?origin=pdoknl. Datum geraadpleegd: 12-04-2022. Provincie Gelderland. Gelderse natuurgebieden. https://www.gelderland.nl/themas/natuur/gelderse-natuurgebieden. Datum geraadpleegd 05-04-2022. Ruimtelijkeplannen.nl. Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022). https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view?planidn=NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc08. Datum geraadpleegd: 06-04-2022. Wet natuurbescherming (2015). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Datum geraadpleegd: 12-04-2022.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Soorten van de Vogelrichtlijn De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1: lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten van de Habitatrichtlijn Dit zijn soorten genoemd in de Habitatrichtlijn in bijlage IV, het verdrag van Bern in bijlage I en II en het verdrag van Bonn, bijlage II. Lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5 Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten in Nederland.
lid 1 Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Vrijgestelde soorten Er zijn een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten wanneer de Minister van Economische Zaken bevoegd gezag is. De lijst met deze soorten is te vinden via beschemdesoorten.nl onder provinciale vrijstellingen. Jaarrond beschermde vogelnesten De lijst met jaarrond beschermde nesten van vogels is een beleidsdocument dat is voortgevloeid uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. Wanneer er een activiteit plaatsvindt die de nestlocatie kan beschadigen en/ of de gunstige staat van instandhouding van de soort lokaal in gevaar kan brengen, moeten er voor deze nesten mitigerende maatregelen worden getroffen. Een recente lijst met jaarrond beschermde nesten is te vinden via rvo.nl. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Bijlage 2: Impressie projectgebied
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Bijlage 3: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000 netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verkennend onderzoek. Voorbereidend onderzoek ● Verzamelen van gebiedsinformatie ● Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied ● Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen ● Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onderzoek. ● Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en gebouwen (vleermuizen).
Onderzoek van dergelijke objecten en plekken vereist in elk geval aanvullend onderzoek door een deskundige. ● Indien tijdens het verkennend veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastgesteld, en/of plekken zijn aangetroffen die kunnen fungeren als habitat voor beschermde soorten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien een watervoerende watergang / sloot wordt aangetroffen (in verbinding staand met andere watergangen), en de kans bestaat dat er beschermde soorten in voorkomen is altijd een nader onderzoek noodzakelijk. ● Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de betreffende (mogelijk) aanwezige soort(en) en geeft uitsluitsel over welke beschermde soorten aanwezig zijn, in welke aantallen, op welke locaties en welke functie die locaties hebben. ● Aanvullend onderzoek maakt geen onderdeel uit van een verkennend onderzoek (quickscan). Aanvullend onderzoek kan als meerwerk verrekend worden bovenop het verkennend onderzoek. Advies en rapportage ● De resultaten van het verkennend onderzoek worden gepresenteerd in een rapportage. ● In de rapportage wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en indien dit noodzakelijk is, voor welke soortgroep(en). ● In de rapportage wordt een advies gegeven met betrekking tot het vervolgtraject.
● In het geval aanvullend onderzoek noodzakelijk is, kunnen wij u adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken.
Projectcode: P03283 Versie: Definitief
Rapportage quickscan ecologie Wet natuurbescherming Tongerenseweg 118-120
Bijlage 4: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P03283 Versie: Definitief