556822 Bijlage 6 Annex4 Administratieprotocol 2022 Concept per 1-1-23
Tekst van het document
14.2. WERKWIJZE BUDGETPLAFONDS De toenemende tekorten op de jeugdhulpbudgetten vragen van gemeenten meer regie op de zorguitgaven. Voor de financiële sturing kunnen gemeenten op basis van artikel 8 uit de raamovereenkomst het instrument budgetplafonds inzetten. Het budgetplafond is één van de instrumenten die deze gemeenten willen inzetten om de groei van (specifiek) hulpaanbod te beïnvloeden. Ook draagt het bij aan het kostenbewustzijn van verwijzers en aanbieders. Gemeenten bepalen zelf om al dan niet het instrument van budgetplafonds te gebruiken. Gemeenten kunnen dus ook besluiten geen plafonds in te stellen. Er wordt niet gewerkt met regionale plafonds, dat betekent dat het plafond geldt voor de dienstverlening binnen een specifieke gemeente. De voorwaarden en verantwoordelijkheden rond budgetplafonds zijn vastgelegd in Annex 1. Indien een gemeente besluit tot het inzetten van budgetplafonds zullen zij hierover contact met u op nemen. 14.3.
WERKWIJZE VERBETEREN VAN TIJDIGHEID DECLARATIES WMO EN JEUGD
Sinds 2015 werken gemeenten met Wmo- en jeugdhulpaanbieders aan een goed lopend declaratieproces. Gemeenten hebben belang bij een tijdige declaratie om daarmee goed zicht te houden op de actuele ontwikkeling van het budget. Onderstaand stappenplan wordt doorlopen bij aanbieders die structureel niet declareren volgens de afspraken in het administratieprotocol. •
Periodiek monitoren gemeenten de binnengekomen declaraties: hoe verhouden deze zich tot voorgaande periodes. (o.a. aantal cliënten; gedeclareerd bedrag / cliënt en totaalbedrag).
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
28
•
Bij afwijkingen in het declaratiegedrag neemt contractmanagement/relatiebeheer van de gemeente contact op met de zorgaanbieder en achterhaalt de oorzaken van de afwijkingen.
•
Wanneer sprake is van herhaaldelijk te laat binnengekomen declaraties die de termijn overschrijden, schrijft de gemeente de aanbieder aan. Deze aanschrijving bevat een termijn van twee weken waarbinnen de aanbieder een SMART plan van aanpak moet overleggen waarin de acties staan beschreven die de aanbieder gaat uitvoeren om het declaratieproces te verbeteren.
•
Indien de termijn voor aanlevering van een plan van aanpak wordt overschreden, wordt de aanbieder op dit punt in gebreke gesteld en treed een verrekenbare boete in werking op basis van Annex 1: 4.2.3.
•
De boeteclausule wordt opgeheven op het moment dat een plan van aanpak wordt goedgekeurd. De gemeenten neemt voor deze beoordeling ten hoogste twee weken de tijd.
•
Indien de termijnen in het plan van aanpak worden overschreden, treedt na een in gebreke stelling, een verrekenbare boete in werking op basis Annex 1: 4.2.3.
•
De boeteclausule wordt opgeheven indien aan de afspraken en termijnen in het plan van aanpak is voldaan.
•
Bij geen verbetering van het declaratieproces volgt een ingebrekestelling op basis van Annex 1 artikel 3.1
•
Mocht dit niet leiden tot verbetering, dan kan het contract worden ontbonden op basis van Annex 1 artikel 3.2. lid 2 onder b.
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
29
BIJLAGEN BIJLAGE 1.1 ROUTE GEMEENTELIJKE TOEGANG
Route gemeentelijke toegang Uiterlijk 3 werkdagen na ontvangst JW301/Wmo301
Uiterlijk 3 werkdagen na ontvangst JW305/Wmo305
JW302 / Wmo302
Cliënt meldt zich bij toegang
Toegang verwijst & gemeente verstuurt toewijzing
JW301 / Wmo301
Uiterlijk 5 werkdagen na verwijzing
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
JW306 / Wmo306
Zorgaanbieder start zorg
JW305 / Wmo305
Uiterlijk 5 werkdagen na de datum waarop de ondersteuning gestart is (eerste dag waarop uitvoering gegeven wordt aan activiteiten volgens het ondersteuningsplan van cliënt).
30
Start monitoring gemeente
BIJLAGE 1.2 ROUTE EXTERNE WETTELIJKE VERWIJZER
Route externe wettelijke verwijzer* Uiterlijk 3 werkdagen na ontvangst JW315/Wmo315
Uiterlijk 3 werkdagen na ontvangst JW301/Wmo301 JW302 / Wmo302
JW316 / Wmo316
Cliënt meldt zich bij externe wettelijke verwijzer
Externe wettelijke verwijzer verwijst naar zorgaanbieder
Zorgaanbieder doet verzoek om toewijzing
JW315/ Wmo315
Uiterlijk 5 werkdagen na intake
Toegang wijst toe op basis van de gegevens in JW315/Wmo315 & gemeente verstuurt toewijzing Indien afwijzing obv Woonplaatsbeginsel binnen 5 werkdagen JW319/WMO319 Indien onderzoek binnen 5 werkdagen JW319/WMO319 (Doorlooptijd 8 weken)
JW319 / Wmo319
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
Uiterlijk 3 werkdagen na ontvangst JW305/Wmo305
31
JW301 / Wmo301
Uiterlijk 5 werkdagen na ontvangst JW315/ Wmo315
JW306 / Wmo306
Zorgaanbieder start zorg
JW305 / Wmo305
Start monitoring gemeente
Uiterlijk 5 werkdagen na de datum waarop de ondersteuning gestart is (eerste dag waarop uitvoering gegeven wordt aan activiteiten volgens het ondersteuningsplan van cliënt).
BIJLAGE 1.3 UITZONDERING 1 – ROUTE VERWIJZING NAAR SGGZ
Route verwijzing naar sGGZ
Voor de werkwijze JW319 zie bijlage 1.2 Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
32
BIJLAGE 1.4.1. UITZONDERING 2 – CLIËNT MELDT ZICH BIJ EEN WETTELIJKE VERWIJZER (DYSLEXIE APELDOORN, BRUMMEN, EPE, HATTEM EN VOORST)
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
33
BIJLAGE 1.4.2. UITZONDERING 2 – CLIËNT MELDT ZICH BIJ EEN WETTELIJKE VERWIJZER (DYSLEXIE HEERDE, LOCHEM, ZUTPHEN)
Voor de werkwijze JW319 zie bijlage 1.2
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
34
BIJLAGE 1.5 UITZONDERING 3 – CLIËNT MELDT ZICH BIJ ZORGAANBIEDER I.G.V. CRISIS
Route via zorgaanbieder i.g.v. Crisis
Voor de werkwijze JW319 zie bijlage 1.2
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
35
BIJLAGE 2: DECLAREREN
JW323 / WMO 323
Noot: * Binnen de behandelproducten van de s-GGZ is het mogelijk dat niet op korte termijn de behandelcategorie kan worden bepaald. De toewijzing mag in dit geval later dan vijf dagen na intake worden aangevraagd. De diagnostiek en behandeling die geleverd is voor het ontvangen van de toewijzingen, mag in dat geval met terugwerkende kracht worden gedeclareerd, nadat de toewijzing is ontvangen.
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
36
BIJLAGE 3: WIJZIGING VAN DE TOEWIJZING
Annex 4 Regionaal Administratieprotocol
37