541461 bestemmingsplan Suikerbrink, Vaassen ontwerp 31 mei 2022
Tekst van het document
Gezien de beperkte verkeersintensiteit van de Meester Tiemanstraat en de Suikerbrink kan worden gesteld dat deze toename kan worden opgevangen. Parkeren Ter plaatse van het plangebied geldt Parapluplan Parkeren (vastgesteld 8 november 2011). Hierin is voorgeschreven dat bij bouwplannen de parkeernormen dienen te worden gevolgd uit de Nota Parkeernormen 2018 van de gemeente Epe. Voor onderhavig plangebied geldt dat het plangebied is gelegen in de rest bebouwde kom van Vaassen. Voor de categorie 'Huurhuis, sociale huur' geldt een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning. Gezien het feit dat het hier appartementen betreft en gezien de grootte van de appartementen, is de afspraak tussen de gemeente en de initiatiefnemer gemaakt dat een norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning geldt. Derhalve dient voorliggende ontwikkeling te voorzien in 33 parkeerplaatsen. Onderstaande afbeelding toont de positionering van de parkeerplaatsen.
Toekomstige positionering van parkeerplaatsen in plangebied (bron: Beltman Architecten).
Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling worden 28 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied, zie bovenstaande illustratie. Onderhavig plan maakt gebruikt van 5, reeds aanwezige, parkeerplaatsen aan de Suikerbrink. Deze parkeerplaatsen werden in het verleden ook gebruikt door bewoners en bezoekers van de woningen die in het plangebied aanwezig waren. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling.
30
Suikerbrink, Vaassen
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In en rondom het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig die door deze ontwikkeling in gevaar komen. De bebouwing in het plangebied is reeds gesloopt. Bestaande stedenbouwkundig waardevolle structuren, zoals de lintbebouwing langs de Apeldoornseweg, blijven gehandhaafd. Archeologie Ter plaatse van het plangebied is in de cultuurhistorische waarde kaart van de gemeente de verwachting 'Laag'. De bijbehorende regels stellen dat een archeologisch onderzoek nodig is bij bouwwerkzaamheden groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm. Voorliggende ontwikkeling voorziet geen werkzaamheden die de gestelde grens overschrijdt. Derhalve is nader onderzoek niet van toepassing. Op het gebied van cultuurhistorie en archeologie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Suikerbrink, Vaassen
31
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
32
Suikerbrink, Vaassen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Groen, waarbij de functie van openbare groenvoorzieningen wordt neergelegd, al dan niet voorzien van speelvoorzieningen, hekwerken, etc. Wonen, waarbij de woonfunctie wordt neergelegd; op de verbeelding worden enkele maatvoeringsaanduidingen opgenomen die gestapelde woningbouw mogelijk maakt. Dit plan kent geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Suikerbrink, Vaassen
33
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door het college wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het bestemmingsplan zal in het kader van het wettelijk vooroverleg worden toegestuurd aan de belanghebbende instanties. Het Waterschap Vallei en Veluwe is middels de digitale watertoets op de hoogte gesteld van het plan.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro & participatie
Via fysieke en digitale informatiebijeenkomsten zijn alle omwonenden over het voorgenomen project geïnformeerd. Het betrof hier zowel huurders van Triada in omliggende woningen als ook andere bewoners nabij het ontwikkelgebied. Vertegenwoordigers van Triada en de architect waren tijdens deze bijeenkomsten aanwezig. Ook de gemeente Epe was als toehoorder aanwezig. Over de uitkomsten van de informatiebijeenkomsten is men vervolgens zowel per brief als via de website van Triada geïnformeerd over de verdere planvorming en de inhoud van het plan. Met diverse omwonenden zijn individuele gesprekken gevoerd om hun vragen en opmerkingen te bespreken. Dit heeft er o.a. in geresulteerd dat met de omwonenden van enkele achterliggende woningen afgesproken is om middels een groenplan de privacy extra te waarborgen. Door een plaatselijke hovenier is hiervoor in overleg de betreffende bewoners een groenplan opgesteld. In bijlage 7 zijn de documenten opgenomen die toebehoren aan het participatieproces van voorliggend plan.
6.4
Verslag zienswijzen
In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.
34
Suikerbrink, Vaassen
Bijlagen bij de toelichting
Suikerbrink, Vaassen
35
Bijlage 1
36
Impressies toekomstige situatie
Suikerbrink, Vaassen
Bijlage 2
Suikerbrink, Vaassen
Bodemonderzoek
37
Bijlage 3
38
Akoestisch onderzoek
Suikerbrink, Vaassen
Bijlage 4
Suikerbrink, Vaassen
Watertoets
39
Bijlage 5
40
Quickscan flora en fauna
Suikerbrink, Vaassen
Bijlage 6
Suikerbrink, Vaassen
Onderzoek stikstofdepositie
41
Bijlage 7
42
Participatieaanpak project Suikerbrink
Suikerbrink, Vaassen
Regels
Suikerbrink, Vaassen
43
44
Suikerbrink, Vaassen
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Suikerbrink, Vaassen met identificatienummer NL.IMRO.0232.VAA030SuikerbrinkZ-OBP1 van de gemeente Epe; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen; 1.3 plankaart de analoge en digitale verbeelding van de bestemming(en) bij dit bestemmingsplan. 1.4 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.7 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep en/of ambachtelijk beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8 aanpijling een op de plankaart blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemming/aanduiding van toepassing is op de aangepijlde gronden; 1.9 agrarisch bedrijf een veehouderij, productiegerichte paardenhouderij, akkerbouw- of tuinbouwbedrijf niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, een champignonkwekerij, een bosbouwbedrijf of een gebruiksgerichte paardenhouderij; 1.10 ander-werk een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.12 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen;
Suikerbrink, Vaassen
45
1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming; 1.15 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij
direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen, aan personen die die goederen kopen en/of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel vallen geen afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten;
46
Suikerbrink, Vaassen
1.25 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.26 dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; 1.27 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.28 eerste verdieping de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen; 1.29 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30 geluidgevoelige functies bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder dan wel het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.31 geluidgevoelige gebouwen gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder, dan wel het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.32
gestapelde woning een woning in een gebouw, dat meerdere geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat; 1.33 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, constructie, afmetingen of functie, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.34 maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaalmedische, sociaalculturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie - met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren - en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.35 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming;
1.36
peil
Suikerbrink, Vaassen
47
a. b. c.
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; het door of namens burgemeester en wethouders bepaalde peil;
1.37 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.38
seksinrichting het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen of het vertonen van erotisch-pornografische aard. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar, alsmede thuisprostitutie met een uitstraling naar buiten.
1.39 standplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; 1.40 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.41 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.42 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.43 woonwagen een voor bewoning bestemde ruimte die is geplaatst op een standplaats en die in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.
48
Suikerbrink, Vaassen
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 Gebouwen en bouwwerken a. de breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren; b. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; c. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; d. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; e. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; f. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; g.
de bruto vloeroppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, gemeten over alle bevloerde verdiepingen van het bouwwerk, inclusief onderkeldering; h. de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens: vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 0,75 m, respectievelijk overstekken van meer dan 0,75 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel. Bij het meten op de kaart wordt gemeten uit het hart van de op de kaart aangegeven lijn. 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
Suikerbrink, Vaassen
49
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en beplantingen; b. (fiets)paden; c. speelvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbijbehorende: f. bouwwerken, geen bouwwerken zijnde. 3.2 Bouwregels Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1 Bouwwerken, geen bouwwerken zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de sociale veiligheid; g. de externe veiligheid.
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, tot het maximum aantal woningen als aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b. de waterhuishouding; met daarbijbehorende: c. gemeenschappelijke ruimten d. gebouwen; e. bouwwerken, geen gebouw zijnde; f. andere-werken, tuinen en erven. met dien verstande dat: g. voor de voorziening in de parkeerbehoefte wordt voorzien in voldoende parkeer- of stallingsruimte.
50
Suikerbrink, Vaassen
4.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1 Hoofdgebouwen in casu woningen a. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding gestapeld mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gerealiseerd; c. de breedte van een woning mag niet minder dan 5 m bedragen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de op de plankaart aangegeven bouwhoogte; e. afwijkingen in maten en afmetingen zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, ook in geval van nieuwbouw, mogen gehandhaafd worden; 4.2.2 Bouwwerken, geen bouwwerken zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2 m bedragen. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f.
de sociale veiligheid; g. de externe veiligheid. 4.4 aan huis verbonden beroep Een aan huis verbonden beroep is toegestaan, met dien verstande dat: a. ten hoogste 40% van de oppervlakte van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat nimmer meer dan 50 m 2 mag worden gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden beroep; b. de uitstraling als woning intact blijft; c. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en gaan nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; e. geen detailhandel is toegestaan.
Suikerbrink, Vaassen
51
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
6.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. b. het gebruik van gronden voor de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voertuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, vuil- en afvalstoffen, behoudens de opslag die geschiedt in het kader van het normale gebruik.
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
7.1 Afwijkingsbevoegdheid Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. b.
c.
d. e.
f.
g.
h.
52
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein mits de structuur van het plan niet wordt aangetast en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere-bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere-bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; de bestemmingsregels en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3.
(hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden; het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek-)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,50 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen.
Suikerbrink, Vaassen
7.2 Afwegingskader Een in 7.1 genoemde afwijking kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
Artikel 8
Overige regels
8.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
Artikel 9
Algemene procedureregels
9.1 Wijziging Voor een besluit tot wijziging van het plan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging omtrent wijziging besluiten. 9.2 Afwijking of nadere eis Voor een besluit tot afwijken of het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
Suikerbrink, Vaassen
53
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
10.1 Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag mits de bestaande afwijkingen naar de aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na hde dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1 en toestaan dat een eenmalige vergroting plaatsvindt van de inhoud van de in 10.1 toegelaten bouwwerken met niet meer dan 10%. 10.3 Gebruik Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestaat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijn inzake het behoud van de vogelstand en de Richtlijn inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik.
10.3.1 Verbod Het is verboden het met het plan strijdige gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik als bedoeld in 10.3 na het van kracht worden van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik te hervatten of te laten hervatten. 10.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 10.3 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 10.4 Afwijking a. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in 10.3.1 onder a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. b. Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen, kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken. 10.4.1 Procedure Voor een besluit tot afwijken geldt de in 9.2 vermelde voorbereidingsprocedure.
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Suikerbrink, Vaassen'.
54
Suikerbrink, Vaassen
Suikerbrink, Vaassen
55