CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

522766 (E) Memo haalbaarheid Slath archeologie v2 - 05-04-2022

Gemeenteraad 13 oktober 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Haalbaarheid woningbouw in 't Slath750 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Betreft: Door: Datum:

haalbaarheid woningbouw ’t Slath vanuit het aspect archeologie H.G. Pape-Luijten, regio-archeoloog Stedendriehoek 05-04-2022

Voorgeschiedenis Om toekomstige woningbouw in ’t Slath mogelijk te maken werd in de periode 2007-2009 voor het eerst archeologisch vooronderzoek uitgevoerd middels boringen en proefsleuven, om te kijken of en waar er zich eventueel vindplaatsen uit het verleden zouden bevinden. Dit onderzoek was uiteindelijk niet toereikend om uitspraken te kunnen doen over het complete plangebied, wat ervoor heeft gezorgd dat de niet-onderzochte delen in de periode 2020-2021, daar waar noodzakelijk, middels aanvullende boringen en proefsleuven in kaart zijn gebracht. Het meest recente onderzoek heeft geresulteerd in een advieskaart voor het gehele plangebied, op basis waarvan door de gemeente Epe – als bevoegd gezag – een selectiebesluit is genomen. Stand van zaken en beleidslijn De huidige stand van zaken is als volgt. De zeven advieszones zoals afgebeeld in figuur 1 zijn aangemerkt als behoudenswaardige onderzoeksgebieden. Dit betekent dat er archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving noodzakelijk zal zijn, voorafgaand aan bodemingrepen binnen deze onderzoeksgebieden. Daarbij is in het selectiebesluit de volgende risicoklassering aangehouden, zoals bezien vanuit de gemeente Epe als bevoegde overheid in termen van beleidskeuzes: • •

Risicoklasse I: onderzoeksgebieden Bronstijd, IJzertijd en Middeleeuwen; Risicoklasse II: onderzoeksgebieden Nieuwe Tijd (tabaksschuren en -bedden).

Figuur 1: Advieszones vindplaatsen (Derks, 2021).

De eerste risicoklasse bevat vindplaatsen uit periodes die direct aansluiten bij speerpunten uit het huidige én toekomstige Eper erfgoedbeleid, veelal (delen van) nederzettingen waarvan het van belang is dat deze waar mogelijk in diens geheel worden behouden – ofwel in situ (in de bodem), ofwel ex situ (middels opgraving). De vindplaatsen uit de Nieuwe Tijd (d.w.z. van 1500 tot heden) in de tweede risicoklasse betreffen sporen van tabaksteelt, waarvan het niet noodzakelijk wordt geacht om gehele vindplaatsen met betrekking daartoe te behouden. Als voorbeeld: ettelijke honderden vierkante meters aan tabaksbedden opgraven gaat niet meer informatie opleveren dan een steekproef binnen het gebied. Risicoanalyse Om grip te krijgen op de financiële gevolgen van vervolgonderzoek is door Hamaland Advies in 2022 een risicoanalyse uitgevoerd in opdracht van de gemeente Epe. Daarbij zijn de vindplaatsen op basis van het wetenschappelijk belang aan een driedeling onderworpen: hoge, middelhoge en lage prioriteit. Deze verdeling komt goed overeen met de risicoklasses vanuit het selectiebesluit, waarbij de eerste risicoklasse met hoge en middelhoge prioriteit gelijk te stellen is en de tweede risicoklasse met de lage prioriteit. Met andere woorden: de Eper beleidslijn en de wetenschappelijke waardering komen goed met elkaar overeen.

Vervolgens heeft Hamaland Advies drie varianten uitgewerkt, elk met een eigen kostenplaatje, waarbij de archeologische vindplaatsen zijn vergeleken met de meest recente stedenbouwkundige schets (om te zien waar verstoringen gaan plaatsvinden ten gevolge van de toekomstige bouwwerkzaamheden): • Minimumvariant; hierbij is ervoor gekozen om de vindplaatsen met de meeste prioriteit de meest aandacht te geven en van de geselecteerde vindplaatsen alleen de kern op te graven en niet de periferie. Inclusief specialistisch onderzoek en kosten voor conservering en restauratie (35% toeslag) bedragen de verwachtte kosten € 275.007,00 excl. BTW. • Tussenvariant; hierbij is ervoor gekozen om van alle vindplaatsen naar gelang de prioriteit volledig of deels te onderzoeken. De vindplaatsen met de meeste prioriteit worden volledig

•

onderzocht. Van de vindplaatsen met een lagere prioriteit worden alleen die delen onderzocht waar zich de (grootste) sporenconcentraties bevinden. Inclusief specialistisch onderzoek en kosten voor conservering en restauratie (35% toeslag) bedragen de verwachtte kosten € 433.863,00 excl. BTW. Maximale variant; hierbij wordt uitgegaan van het volledig vlakdekkend opgraven van alle aanwezige vindplaatsen voor zover deze zich in het nieuwbouwgebied bevinden, ongeacht de prioriteit die aan de vindplaats is toegekend. Inclusief specialistisch onderzoek en kosten voor conservering en restauratie (35% toeslag) bedragen de verwachtte kosten € 918.203,85 excl. BTW.

Hierbij moet in het achterhoofd worden gehouden dat het zogenaamde specialistische onderzoek (denk aan bepaalde laboratoriumanalyses, dateringsmethoden, etc.) in bovenstaande begrotingen is geschat. Dit is volledig gangbaar in de Nederlandse archeologie, omdat je pas weet wat je wilt/kunt uitwerken als je het hebt gevonden. Het betreft dus verwachte kosten. Aanbevelingen Met zowel het selectiebesluit alsook de risicoanalyse indachtig, adviseert de regio-archeoloog om in te zetten op de tussenvariant. Middels een goed onderbouwd, slim en flexibel Programma van Eisen (PvE) voor de opgraving kunnen de kwalitatief beste wetenschappelijke resultaten worden behaald, terwijl ook de kosten beheersbaar blijven en mogelijk nog besparingen kunnen worden gerealiseerd. Het daadwerkelijke onderzoek kan gefaseerd worden uitgevoerd, op basis van archeologische periodes (inhoudgestuurd), of op basis van te ontwikkelen delen binnen het plangebied (ontwikkelingsgestuurd).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11830396/1