CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

515377 Overzicht wijzigingen in de Algemene Subsidie Verordening 2017

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Eerste wijziging Algemene Subsidieverordening Gemeente Epe 20176.388 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht eerste wijziging van de Algemene Subsidie Verordening 2017 Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe;

- De-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352), verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

- De - minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);

-Eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van te voren bepaalde tijd van

-Eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van te voren

-College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe;

1/19

maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken; - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; -Jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal (boek)jaren aan een instelling voor maximaal vier jaar wordt verstrekt; - onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; -Raad: raad van de gemeente Epe; - Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken; - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr.

1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); -Jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal (boek)jaren aan een instelling voor maximaal vier jaar wordt verstrekt; - Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; -Raad: raad van de gemeente Epe; - Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);

2/19

- Wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 2. Reikwijdte

Artikel 2. Reikwijdte

1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de programma’s in de volgende pijlers van de begroting, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is): a. Sociaal; b. Ruimte; c. Economie; d. Bestuur.

1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de programma’s in de volgende pijlers van de begroting, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is): a. Sociaal; b. Ruimte; c. Economie; d. Bestuur.

2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3. Subsidieregelingen

Artikel 3. Subsidieregelingen

Het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen

Het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen 3/19

worden uitbetaald.

worden uitbetaald.

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 4. Europees steunkader

Artikel 4. Staatssteunregels

1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

4/19

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen.

1. Het college kan subsidieplafonds vaststellen.

2. In dat geval bepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

2. In dat geval bepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

3. De raad kan een subsidieplafond verlagen als:

3. Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

a. het wordt vastgesteld voordat de begroting

a. het plafond wordt vastgesteld voordat de

voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en

begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en

b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

5. Een subsidie ten laste van een begroting die

5. Een subsidie ten laste van een begroting die

nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen

nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

5/19

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 6. Aanvraag

Artikel 6. Aanvraag

1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder

2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:

geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor

de subsidie wordt aangevraagd; 3. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. Bij subsidies hoger dan € 50.000 die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van aanvraag. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande

leden worden afgeweken.

6/19

Artikel 7 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7. Aanvraagtermijn

Artikel 7. Aanvraagtermijn

1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 8 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 8. Beslistermijn

Artikel 8. Beslistermijn

1. Het college beslist op een aanvraag om een

1. Het college beslist op een aanvraag om een

subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

2. Het college beslist op een aanvraag om een

2. Het college beslist op een aanvraag om een

subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de

4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de 7/19

Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval:

1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Wet weigert het college de subsidie in ieder geval:

a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.

a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of

b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of

a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of

b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:

3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:

a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de

a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de 8/19

gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

f. als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet;

f. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

g. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 4. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Artikel 10 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 10.Verantwoording

Artikel 10.Verantwoording

9/19

Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 11 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.

1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.

2. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op

de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en

organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat

aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het

betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

2. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op

de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en

organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat

aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het

betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

10/19

Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

1 Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

1 Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voordoet. Daarbij wordt tevens

4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Wet voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de 11/19

aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

vergoeding wordt bepaald.

Artikel 12a word gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 12a. Egalisatiereserve

Artikel 12a. Egalisatiereserve

1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vormt.

1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de Wet vormt.

2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de Wet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 13. Wijze van verstrekken en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000

Artikel 13. Wijze van verstrekken en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000

1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door

1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door

het college direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen dertien weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.

het college direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen dertien weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.

2. Als bij verleningsbeschikking de

2. Als bij verleningsbeschikking de

subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de

subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de 12/19

activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen vindt de vaststelling plaats binnen dertien weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen vindt de vaststelling plaats binnen dertien weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst (wat schuin gedrukt is, wijzigt)

Nieuwe tekst (de dikgedrukte tekst geeft de wijziging weer)

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000

1. Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch ten hoogste € 50.000 dient de subsidie-ontvanger uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

1. Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidie-ontvanger uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

Artikel 15 wijzigt niet: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000

1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling

1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling 13/19

in:

in:

a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;

a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;

b. in andere gevallen uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

b. in andere gevallen uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

2. De aanvraag bevat:

2. De aanvraag bevat:

a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 16 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 16. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000

Artikel 16. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000

1. Het college stelt een subsidie van meer dan €

1. Het college stelt een subsidie van meer dan €

5.000 vast binnen dertien weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

5.000 vast binnen dertien weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste

14/19

3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën

subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet

voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

vier weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën

subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet

voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 17 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze.

1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze.

2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de

2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de

berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities.

berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities.

3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

15/19

Artikel 18 wijzigt niet. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 18. Hardheidsclausule

Artikel 18. Hardheidsclausule

1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen.

1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen.

2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 19 wijzigt niet: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 19. Slotbepalingen

Artikel 19. slotbepalingen

1. Deze verordening treedt in werking 1 januari 2018.

1. Deze verordening treedt in werking 1 januari 2018.

2. Gelijktijdig wordt de Algemene subsidieverordening Gemeente Epe 2015 ingetrokken.

2. Gelijktijdig wordt de Algemene subsidieverordening Gemeente Epe 2015 ingetrokken.

3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het in werking treden van deze verordening zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Epe 2015 van toepassing.

3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het in werking treden van deze verordening zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Epe 2015 van toepassing.

16/19

4. Nadere regels die zijn vastgesteld op basis van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Epe 2010 en de Algemene subsidieverordening Gemeente Epe 2015 worden geacht te zijn vastgesteld op basis van de Algemene subsidieverordening Gemeente Epe 2017.

4. Nadere regels die zijn vastgesteld op basis van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Epe 2010 en de Algemene subsidieverordening Gemeente Epe 2015 worden geacht te zijn vastgesteld op basis van de Algemene subsidieverordening Gemeente Epe 2017.

5. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Gemeente Epe 2017.

5. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Gemeente Epe 2017.

17/19

Toelichting Artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel worden een aantal begrippen aangepast of komen niet meer terug. Dit laatste omdat het begrip niet meer als zodanig terugkomt in de verordening. De omschrijving van de begrippen ‘Europees steunkader’ en ‘Verdrag’ is aangepast om beter aan te geven waar het om kan gaan. Verder is het begrip ‘wet’ toegevoegd, daarmee verwijzend naar de Algemene wet bestuursrecht. Artikel I, onderdelen B, F t/m I, van het wijzigingsbesluit In deze onderdelen worden geen inhoudelijke, maar tekstuele en technische aanpassingen voorgesteld die bovendien grotendeels voor zich spreken. Zo is bijvoorbeeld ‘de Algemene wet bestuursrecht’ telkens vervangen door ‘de Wet’ (zie bijvoorbeeld de onderdelen B en H. Artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit Met dit onderdeel is het opschrift van artikel 4 gewijzigd. Artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit Er vindt een inhoudelijke wijziging van de verordening plaats ter bevordering van het praktisch, efficiënt en slagvaardig kunnen besturen. De bevoegdheid om het subsidieplafond van een onderliggende subsidieregeling vast te stellen wordt aan het college gedelegeerd (eerste lid). Het snel en tijdig kunnen vaststellen van een subsidieplafond voorkomt financiële risico's en schept duidelijkheid voor de aanvragers.

Het doel van een subsidieplafond is op de eerste plaats om open einderegelingen te voorkomen. Dat wordt bereikt doordat artikel 4:25, tweede lid, van de Awb voorschrijft dat een aanvraag om subsidie moet worden afgewezen als het subsidieplafond is bereikt. Een inhoudelijke toets is dan verder overbodig. Het ontbreken van geld op de begroting is op zichzelf geen voldoende motivering om een aanvraag af te wijzen. Als er geen subsidieplafond is vastgesteld en op de juiste manier is bekendgemaakt, zou iedere aanvraag die voldoet aan de inhoudelijke criteria moeten worden toegewezen. Verder geeft een bekendgemaakt subsidieplafond duidelijkheid aan de eventuele aanvragers. Zij weten daardoor immers hoeveel geld er in een bepaald tijdvak beschikbaar is. Vanuit de praktijk is er behoefte om snel(ler) een subsidieplafond vast te stellen. Mede, maar niet alleen, vanwege de coronapandemie is het noodzakelijk gebleken om subsidieregelingen voorspoedig in het leven te kunnen roepen. Op grond van de ASV heeft het college al de bevoegdheid om een dergelijke nadere regeling ('subsidieregeling') op basis van de ASV vast te stellen (artikel 3 ASV). Vervolgens is het dan nu de Raad die dan een subsidieplafond vaststelt voor een dergelijke nadere regeling. Deze procedure is tijdrovend en daardoor niet praktisch en doelmatig.

Vaak popt een behoefte zich (ineens) op en dan is het prettig om hier snel op in te kunnen spelen zonder onnodig financiële risico's te lopen. Daarom wordt voorgesteld om het college (in 18/19

plaats van de raad) de bevoegdheid te geven om voor de nadere regelingen het subsidieplafond vast te stellen. De raad stelt uiteraard nog steeds de financiële kaders vast (in de begroting). Het is binnen die kaders dat het college vervolgens de subsidieplafonds kan vaststellen. In dit onderdeel is ook een tekstuele verbetering doorgevoerd. In het derde lid, onder a van artikel 5 is ‘plafond’ toegevoegd. Artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel wordt in de tekst van artikel 6 een aantal inhoudelijke en redactionele aanpassingen gedaan. De noodzakelijke informatie die de aanvrager per aanvraag moet overleggen, wordt hier vastgelegd. In de praktijk wordt deze informatie altijd uitgevraagd, vandaar dat dit artikel is uitgebreid. Dit schept voor (toekomstige) aanvragers vooraf duidelijkheid over welke informatie aangeleverd moet worden. Artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel wordt in de tekst van artikel 9 een aantal redactionele aanpassingen gedaan. Volgens ABRvS 05-07-2017, ECLI:NL:RVS:2017:1774 is het niet toelaatbaar het betalen van salarissen die de norm van de Wet normering topinkomens te boven gaan als weigeringsgrond te hanteren. De in artikel 9, derde lid, onder f, opgenomen weigeringsgrond vervalt. Verder is op 1 juli 2018 de Wet terugvordering staatssteun in werking getreden, waardoor artikel 9, vierde lid, vervalt.

Artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel wordt in de tekst van artikel 12 een aantal redactionele aanpassingen gedaan. Ter verduidelijking wordt in het tweede lid ingevoegd ‘bij de subsidieregeling’ en in het derde lid ingevoegd ‘In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan’.

19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12063554/1