510492 BBV Beslisnota raad herijking subsidiebeleid
Tekst van het document
Beslisnota voor de raad Onderwerp
Herijking subsidiebeleid
Programma
4 - Leefbaar en veilig
Portefeuillehouder
Mw. C.M. de Waard - Oudesluijs MSc
Zaaknummer
510492
Adviseur
Verbeeten
Afdeling
Samenleving
E-mail adres
josje.verbeeten@epe.nl
TE BESLUITEN OM 1.
Vaststellen van de nota 'herijking subsidiebeleid pijler Sociaal, het subsidiekader' waarin een nieuw subsidiekader voor de subsidies in het sociale domein is uitgewerkt op basis van scenario 4, onder voorbehoud van besluitvorming van de raad over de begroting voor het extra benodigde budget.
INLEIDING Op 15 maart 2018 heeft de gemeenteraad de motie “rechtvaardige verdeling van subsidies voor alle verenigingen en vrijwilligers” aangenomen. Daarin wordt uitgesproken dat er een rechtvaardige verdeling moet zijn van de subsidies voor alle verenigingen en vrijwilligers. Dit heeft gestalte gekregen door een plan van aanpak op basis waarvan het subsidiebeleid herijkt is. Via een uitgebreid participatietraject zijn de samenleving, organisaties en de raad betrokken bij de herijking van het subsidiebeleid.
BEOOGD EFFECT Een nieuw subsidiekader waarin is vastgelegd op welke inhoudelijke gronden subsidies in het sociaal domein verstrekt worden en waarin voor vrijwilligersorganisaties een nieuw verdeelmodel is gemaakt dat eenvoudig, rechtvaardig en transparant is.
ARGUMENTEN 1.1 Het nieuwe subsidiekader is een vertaling van de motie "rechtvaardige verdeling van subsidies voor alle verenigingen en vrijwilligers". De nota is een uitwerking van de gesprekken die gevoerd zijn met als doel de subsidieverlening voor vrijwilligersorganisaties transparanter, rechtvaardiger en eenvoudiger te maken. Het beleidskader dat hiervoor is opgesteld bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste een inhoudelijk kader en uitgangspunten waaraan subsidies geacht worden een bijdrage te leveren. Dit inhoudelijk kader is gebaseerd op de recent vastgestelde Sociale Agenda en daarmee voor een lange periode actueel. Het inhoudelijk kader is van toepassing op zowel professionele organisaties als vrijwilligersorganisaties. Het tweede onderdeel is het verdeelmodel dat de basis vormt voor de subsidieverstrekking. Dit verdeelmodel is alleen van toepassing op de vrijwilligersorganisaties en zorgt ervoor dat de gewenste transparantie en rechtvaardige verdeling van de vrijwilligerssubsidies uitgevoerd kan worden. Op bladzijde 11 van de nota zijn de verschillen met het “oude” systeem nader toegelicht. 1.2 Voor het verdeelmodel zijn vier scenario’s verkend. Omdat bij een herverdeling van middelen er altijd partijen zijn die erop vooruitgaan, maar vooral ook partijen die er op achteruit gaan, zijn er vier scenario’s in de conceptnota opgenomen.
Het eerste scenario is budgetneutraal. In dit scenario gaan er een heel aantal organisaties op achteruit in het subsidiebedrag dat zij kunnen ontvangen op basis van de nieuwe systematiek. De volgende drie scenario’s vragen steeds meer
structurele aanvullende middelen op het bestaande budget voor subsidies met als gevolg dat de pijn voor de organisaties/verenigingen die er op achteruit gaan steeds kleiner wordt. 1.3 Het voorgestelde verdeelmodel komt het meest tegemoet aan ondersteuning van de samenleving Het college heeft voor het verdeelmodel de voorkeur uitgesproken voor het scenario dat partijen niet onnodig in de problemen brengt. Scenario 1 is budgetneutraal en past daarmee bij de opdracht van de raad om de subsidieplafonds leidend te laten zijn bij de subsidieverstrekking en toekenning. Dit scenario leidt echt bij een gedeelte van de partijen tot flink lagere subsidies dan de huidige subsidie, waardoor financiële problemen en ongewenste situaties kunnen ontstaan. Hierop hebben de partijen die een zienswijze hebben ingediend ook gewezen. Vrijwilligersorganisaties zijn de ruggengraat in de lokale samenleving zijn en een financiële bijdrage is daar de waardering van. Daarom heeft het college de voorkeur voor scenario 4 omdat deze het best passend is bij de motie, zonder dat er sprake is van verschraling van het verenigingsleven. Deze keuze vraagt een extra structureel budget en een budget voor de overgangsregeling zoals bij het onderdeel financiën vermeld. De aanvullende middelen worden betrokken bij de begrotingsvoorbereiding 2023-2026.
Het beleidskader krijgt een verdere uitwerking naar subsidieregelingen. Die beschrijven voor welke activiteiten subsidie verstrekt kan worden. De Algemene Subsidieverordening (ASV) vormt de basis voor subsidieverstrekking en is voor alle vormen van subsidieverstrekking door de gemeente van toepassing. Een nadere regeling is nodig om te duiden welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Een ASV in combinatie met een subsidieregeling voor bepaalde activiteiten vormt samen een wettelijk voorschrift op basis waarvan de subsidies kunnen worden versterkt. Er is gekozen voor vijf subsidieregelingen, namelijk: Jeugdwet, Wmo, Participatiewet, Welzijnswerk en integratie Lokaal onderwijsbeleid Sport Kunst en Cultuur Gezondheid. Deze vijf regelingen sluiten aan bij de werkwijze en de begroting van de gemeente. Het vaststellen van een subsidieregeling is de bevoegdheid van het college. De definitieve vaststelling van de subsidieregelingen kan daarom pas na besluitvorming van het beleidskader door de raad. Wel zijn de vijf subsidieregelingen al ter inzage gelegd omdat dit de uitwerking is van het beleidskader en partijen konden zien welke uitwerking het voor hen heeft. Inspraak heeft dus al plaatsgevonden.
De subsidieregelingen zijn ter informatie meegezonden zodat u kunt zien hoe de uitvoering van het nieuwe beleidskader wordt. 1.4 Het nieuwe beleidskader is actueel voor een langere periode Doordat in het nieuwe beleidskader de visie van de Sociale Agenda is verwerkt is er een afwegingskader dat voor een langere periode actueel is. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om nieuwe partijen toe te laten treden als subsidieontvanger, is het transparant en zorgt het voor een eerlijke verdeling van de financiële middelen.
KANTTEKENINGEN 1.1 De vaststelling van dit beleidskader vraagt in de uitwerking om aanvullende middelen. De keuze van het in het beleidskader opgenomen scenario voor het verdeelmodel vraagt extra middelen voor de uitvoering. Het doel is het voorkomen van financiële problemen bij organisaties door het aanpassen van het subsidiekader. 1.2 Verenigingen en organisaties kunnen er op achteruit gaan. Ook bij scenario 4 zijn er partijen die er (iets) op achteruit gaan, dat is onvermijdelijk bij een herverdeling. Dit betekent dat er partijen zijn die hier pijn van kunnen voelen. Zij zullen op zoek moeten gaan naar een andere wijze van organisatie, andere financieringsbronnen of samenwerking zoeken waarmee er goedkoper gewerkt kan worden. Maar het betekent ook dat onrechtvaardige situaties uit het verleden worden rechtgezet.
FINANCIËN Het totale budget voor het subsidieprogramma betreft afgerond € 7,1 miljoen. Van dat budget is een bedrag van afgerond € 185.000 bestemd voor vrijwilligersorganisaties. Het beleidskader met het verdeelmodel leidt tot extra benodigde middelen. Deze extra kosten worden betrokken bij de begrotingsvoorbereiding 2023-2026. De structurele kosten betreffen € 54.047 en de incidentele kosten voor de overgangsregeling van € 25.811 verdeeld over drie jaar te betrekken.
COMMUNICATIE Er zijn diverse bijeenkomsten geweest waarin vrijwilligersorganisaties, professionele organisaties, het college van B&W hebben kunnen meedenken. De opmerkingen uit het participatietraject zijn meegenomen en verwerkt in het nieuwe subsidiebeleid en de vijf concept subsidieregelingen. In januari 2019 is er een eerste bijeenkomst met de raadscommissie geweest. Hierin is afgesproken dat de raad in een later stadium opnieuw geconsulteerd zal worden. Daarom is er op 8 maart 2021 een consulterende bijeenkomst met de gemeenteraad geweest op basis van een presentatie van het nieuwe subsidiebeleid. Van 23 december 2021 tot 3 februari 2022 hebben de concept beleidsnota en de concept subsidieregelingen ter inzage gelegen. Van zeven partijen hebben we een zienswijze ontvangen. Deze reacties gingen veelal over de financiële consequenties. Deze zienswijzen zijn van invloed geweest op het voorkeursscenario van het college.
UITVOERING Na vaststelling van het nieuwe subsidiekader en het gekozen scenario kan het college besluiten over de definitieve subsidieregelingen. Aansluitend worden alle betrokken partijen geïnformeerd over het besluit en de wijze waarop ze de subsidieaanvraag 2024 kunnen doen. Dit wel onder voorbehoud van de besluitvorming van de raad over de begroting. Scenario 4 vraagt extra budget. De concept subsidieregelingen zijn bijgevoegd ter informatie. De subsidieregelingen dienen als invulling van het beleid. In de uitvoering worden aanvraagformulieren aangepast aan het nieuwe beleid.