483761 Bijlage 2 Regionaal kaderdocument Beschermd Thuis 2022-2030
Tekst van het document
Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................3 Leeswijzer......................................................................................................................5 1. Inleiding, aanleiding en doel ......................................................................................6 Van Transformatie-agenda naar Regionaal Kaderdocument ..................................................7 Scope .......................................................................................................................................7 De opgave van Beschermd Thuis.............................................................................................9
2. Startpunt .................................................................................................................10 Visie en uitgangspunten ........................................................................................................11 Herstel in de eigen omgeving ................................................................................................12 Waar staan we nu?................................................................................................................14
3. Thema’s en evaluatie ...............................................................................................20 Zorginfrastructuur in de wijk .................................................................................................21 Welkom in de woonomgeving...............................................................................................22 Wonen ...................................................................................................................................23 Werk en dagbesteding...........................................................................................................24 Financiële mogelijkheden......................................................................................................25
4. Doorontwikkeling van de thema’s............................................................................27 Aanvullingen bij de thema’s ..................................................................................................28 Zorginfrastructuur in de wijk .................................................................................................29 Welkom in de woonomgeving...............................................................................................30 Wonen ...................................................................................................................................31 Werk en dagbesteding...........................................................................................................32 Financiële mogelijkheden......................................................................................................33
5. Regionale samenwerking en randvoorwaarden .......................................................35 Regionale samenwerking.......................................................................................................36 Bovenregionale samenwerking .............................................................................................37 Monitoring.............................................................................................................................37 Financieel kader.....................................................................................................................38
6. Verantwoording.......................................................................................................41 Inspraak van belanghebbenden ............................................................................................42
Bijlage .........................................................................................................................43 Afkortingenlijst ......................................................................................................................44
2
Samenvatting De regio Oost-Veluwe kiest ervoor om cliënten te laten herstellen in hun eigen omgeving. We richten ons op ondersteuning om hen zelfstandiger te laten worden, de kwaliteit van hun leven te vergroten en meer te laten deelnemen aan de samenleving. Deze visie vraagt om een transformatie. Die hebben we tussen 2016 en 2020 ingezet met de Transformatie-agenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MO/BW) 2016-2020. Het voorliggende Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis 2022 tot en met 2030 gaat hiermee verder. In het Kaderdocument evalueren we de Transformatie-agenda en ontwikkelen deze door. De scope is breder: we slaan een brug tussen verschillende beleidslijnen. Deze beleidslijnen zijn: - de sluitende aanpak voor mensen met verward gedrag; - het ondersteunen van inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA); - het beschermd wonen; - de maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen. Deze beleidslijnen hebben één gemene deler: ze moeten ervoor zorgen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zelfstandig kunnen wonen, met een sterk ondersteuningsnetwerk om zich heen. Het gaat bij de verschillende beleidslijnen veelal om dezelfde kwetsbare burgers. De gemeenten in de regio Oost-Veluwe – Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Hattem en Voorst – hebben daarom besloten om de verschillende beleidslijnen samen te voegen in een gezamenlijke aanpak.
Dit wordt gedaan onder de noemer Beschermd Thuis.
Vijf thema’s als uitgangspunt Er zijn veel landelijke ontwikkelingen waarop regionaal steeds moet worden ingespeeld. Voor de Transformatie-agenda 2016-2020 wilden we daarom structuur en prioritering aanbrengen in de landelijke ontwikkelingen, de visie van de regio Oost-Veluwe en de acties die uitgevoerd moesten worden. Daarvoor werden vijf thema’s vastgesteld als uitgangspunt om cliënten te helpen – waar mogelijk – weer zelfstandig te gaan wonen. Deze vijf thema’s zijn: 1. Zorginfrastructuur in de wijk 2. Welkom in de woonomgeving 3. Wonen 4. Werk en dagbesteding 5. Financiële mogelijkheden Deze vijf thema’s komen terug in dit Regionaal Kaderdocument. Nieuw is het concept van ‘hersteltrajecten’. Hierbij werkt een cliënt op individueel niveau aan al deze vijf thema’s. De hersteltrajecten hebben hun oorsprong in het Ontwerp Beschermd Thuis.
Resultaten van de Transformatie-agenda De afgelopen jaren zijn veel stappen gezet in de transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. In vervolg op de Transformatie-agenda is regionaal gewerkt aan zeventien projecten. Zo hebben alle gemeenten in de regio een opstapregeling geïntroduceerd, waarbij cliënten een passende woning wordt aangeboden door de woningcorporatie. Ook is overal een lokale toegang voor Beschermd Wonen beschikbaar. Wel is er bij verschillende thema’s nog doorontwikkeling nodig.
3
Regionale samenwerking De gemeenten van de regio Oost-Veluwe beoordelen de regionale samenwerking positief. Er is wel een aandachtspunt: het verschil in schaalgrootte en cliëntaantallen per gemeente. Hierop moet worden gelet in de uitvoering van de doelen. Dit speelt met name vanwege de verwachte gevolgen van de landelijke objectieve herverdeling van het budget voor Beschermd Wonen. Uitvoeringsplannen Aan de hand van dit Regionaal Kaderdocument worden regionale en lokale uitvoeringsplannen opgesteld. Hierin worden de doelen en aandachtspunten uit dit document concreet uitgewerkt in actiepunten. Zo nodig wordt daarbij ook fasering aangebracht.
4
Leeswijzer Hoofdstuk 1 start met een inleiding en licht toe hoe we de Transformatie-agenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen uit 2016 hebben doorontwikkeld tot dit Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis. Ook geeft dit hoofdstuk informatie over de scope van het Kaderdocument en de opgave voor de komende jaren. In hoofdstuk 2 beschrijven we de visie en uitgangspunten van de regio Oost-Veluwe, om daarna door te gaan op de huidige stand van zaken. In dit hoofdstuk bespreken we ook het cijfermatige overzicht en evalueren we de regionale projecten. Verder gaan we in op de landelijke ontwikkelingen waarmee we te maken hebben of nog krijgen. Ook geven we de resultaten weer van het woononderzoek dat de regio Oost-Veluwe heeft laten uitvoeren. In hoofdstuk 3 evalueren we de vijf thema’s die in 2016 zijn vastgesteld in de Transformatieagenda. De doorontwikkeling van deze thema’s komt aan de orde in hoofdstuk 4. Daarnaast beschrijven we in dit hoofdstuk verschillende nieuwe doelen bij de thema’s. In hoofdstuk 5 wordt de regionale samenwerking besproken. We geven aan hoe de gemeenten invulling willen geven aan de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Ook bevat dit hoofdstuk een financieel kader en wordt beschreven hoe we de voortgang monitoren. Het Regionaal Kaderdocument wordt afgesloten met hoofdstuk 6.
Hierin wordt toegelicht hoe we belanghebbenden hebben betrokken bij het opstellen van het Kaderdocument.
5
1. Inleiding, aanleiding en doel
6
Van Transformatie-agenda naar Regionaal Kaderdocument Vanaf 1 januari 2015 zijn de Maatschappelijke Opvang en het Beschermd Wonen (MO/BW) voor mensen met psychische of psychosociale problemen een verantwoordelijkheid van elke gemeente. Dit is conform de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In de regio Oost-Veluwe wordt deze verantwoordelijkheid gezamenlijk gedragen door de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Hattem en Voorst. Hierbij treedt de gemeente Apeldoorn op als budgethouder. Deze positie zal veranderen vanaf 1 januari 2023 als gevolg van de doordecentralisatie. Alle gemeenten ontvangen dan afzonderlijk van elkaar de financiële middelen voor Beschermd Wonen van het Rijk.
Van Startnotitie naar Transformatie-agenda In 2015 hebben de colleges van B&W Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde en Voorst de ‘Startnotitie Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen GGz’ vastgesteld. Deze notitie vormde de basis voor het formuleren van de Transformatie-agenda. De gemeenten in de regio Oost-Veluwe besloten om één regionale Transformatie-agenda voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen op te stellen. Deze Transformatie-agenda vormde het beleidskader voor de regionale gemeenten en is in 2017 vastgesteld door de betrokken gemeenteraden. Vanaf 2019 heeft de gemeente Hattem zich voor Beschermd Wonen aangesloten bij de regio Oost-Veluwe. Deze gemeente viel eerst onder regio IJssel-Vecht. Voor Maatschappelijke Opvang is Hattem vooralsnog aangesloten bij regio IJssel-Vecht; in deze regio wordt dezelfde transformatiebeweging gemaakt voor Maatschappelijke Opvang als in de regio Oost-Veluwe.
Doorontwikkeling naar Regionaal Kaderdocument De Transformatie-agenda MO/BW gold voor de jaren 2016 tot en met 2020. In deze periode hebben zich veel landelijke ontwikkelingen voorgedaan. Daarom wordt de Transformatieagenda nu doorontwikkeld naar een Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis. Dit Kaderdocument evalueert de Transformatie-agenda en ontwikkelt deze verder. De scope is breder: we slaan een brug tussen verschillende beleidslijnen. Tussen de sluitende aanpak voor mensen met verward gedrag, het ondersteunen van inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) en de beleidslijnen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Deze beleidslijnen hebben één gemene deler: ze zijn opgesteld om ervoor te zorgen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zelfstandig kunnen wonen, met een sterk ondersteuningsnetwerk om zich heen. Het gaat veelal om dezelfde kwetsbare burgers. De gemeenten in de regio Oost-Veluwe hebben daarom besloten om de verschillende beleidslijnen samen te voegen in een gezamenlijke aanpak. Dit wordt gedaan onder de noemer Beschermd Thuis.
Scope Elke gemeente van de regio Oost-Veluwe heeft een eigen beleidsdocument opgesteld voor de sluitende aanpak voor mensen met verward gedrag. Deze beleidsdocumenten bestaan los van de Transformatie-agenda MO/BW. Op projectniveau was er echter al een koppeling met het regionale uitvoeringsplan MO/BW. In dit Regionaal Kaderdocument wordt deze koppeling ook gelegd op beleidsniveau. Dat doen we niet alleen vanwege de landelijke ontwikkelingen, maar vooral omdat het onderdelen zijn van ondersteuning aan dezelfde kwetsbare doelgroep. Door deze koppeling te maken, kunnen we de doelgroep beter ondersteunen.
7
We leggen daarnaast nauwe verbindingen met het aangrenzende domein Zorg & Veiligheid. Binnen dit domeinen wordt gewerkt aan zaken die de doelgroep van Beschermd Thuis raken. In de volgende tabel is te zien welke beleidslijnen we samenvoegen. De donkergroene beleidslijnen zijn geïntegreerd in dit Kaderdocument. Daarbij bespreken we per thema ook de doelen en acties. De lichtgroene domeinen aan de zijkanten worden niet geïntegreerd in dit Kaderdocument. Wel maken we hier steeds verbinding mee.
Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis
Sluitende keten van Zorg & Veiligheid
Zorg voor mensen met verward gedrag1
Document: Sluitende aanpak ‘Personen met Verward Gedrag’
EPA-Taskforce 2
Document: Werkprogramma ‘Ggz in de wijk’
Ontwikkeling Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis
Vernieuwing Maatschappelijke Opvang
Document: Regionaal Ontwerp Beschermd Thuis 2030
Document: Plan van Aanpak Dak- en Thuisloosheid
Landelijke ontwikkelingen
Uitwerking: Regionale en lokale uitvoeringsplannen3
Tabel 1: De onderdelen van het Kaderdocument Beschermd Thuis en de aangrenzende domeinen
Vooruitlopend op dit nieuwe Kaderdocument zijn in 2020 een aantal nieuwe projecten gestart die voortkomen uit de doorontwikkeling van de Transformatie-agenda. Twee van deze projecten zijn, mede door de ontwikkelingen op financieel gebied, richtinggevend voor de inhoudelijke doorontwikkeling in de regio Oost-Veluwe: het Ontwerp Beschermd Thuis en het Plan van aanpak Dak- en Thuislozen. Deze twee documenten geven al een meer concrete uitwerking aan de doelen uit dit Kaderdocument en hoe ze uitgevoerd kunnen worden. Het beleid zal nog concreter uitgewerkt worden in actiepunten. Dat gebeurt in de regionale en lokale uitvoeringsplannen, die worden opgesteld aan de hand van het Kaderdocument. In dit Regionaal Kaderdocument blikken we terug op de Transformatie-agenda, maar kijken we daarnaast ook vooruit. We geven richting aan de periode 2022 tot en met 2030. Daarmee houden we rekening met de complexiteit van de transformatie om een Beschermd Thuis voor kwetsbare inwoners te realiseren.
De acties in de lokale uitvoeringsplannen lopen nog door tot en met 2021. Het beleid dat hieraan ten grondslag ligt, past in de koers van het Regionaal Kaderdocument. De doelen en acties uit de oorspronkelijke stukken worden aan het eind van de looptijd geëvalueerd. 2 De EPA-Taskforce is onderdeel van de ggz-inspanningen uit de samenwerkingsovereenkomst met zorgverzekeraar Zilveren Kruis. In dit Kaderdocument komen alleen de gemeentelijke inspanningen voor de EPA-Taskforce aan de orde. 3 Zie hoofdstuk 2 voor de evaluatie van de regionale projecten. 1
8
De opgave van Beschermd Thuis Focus op maatschappelijk herstel in de eigen omgeving in alle situaties waarbij dit mogelijk is. Dat is de duidelijke opgave voor de komende jaren voor Personen met Verward Gedrag, Personen met een Ernstige Psychiatrische Aandoeningen en (potentiële )bewoners van de Maatschappelijke Opvang en het Beschermd Wonen. Mensen met psychiatrische of psychosociale problemen kunnen moeite hebben om zelfstandig deel te nemen aan de maatschappij. En soms kunnen mensen dakloos raken of zulke ernstige problemen hebben dat zij niet meer zelfstandig kunnen wonen. Zij moeten dan verblijven in een beschermde woonomgeving, via de Maatschappelijke Opvang of het Beschermd Wonen. We spreken in dat geval over mensen met psychische kwetsbaarheid. Inwoners met psychische kwetsbaarheid kunnen hulp krijgen van familie en hun sociale netwerk om zo goed mogelijk (weer) zelfstandig thuis te wonen. Maar naast informele zorg is het ook belangrijk dat ze terug kunnen vallen op de kracht van de stad of het dorp. Inwoners van de regio Oost-Veluwe moeten, als zij dit nodig hebben, ook kunnen rekenen op passende professionele zorg en ondersteuning die wordt georganiseerd door de gemeente. Als regio Oost-Veluwe willen de zelfredzaamheid en participatie van onze inwoners stimuleren, zodat ze zo lang en goed mogelijk zelfstandig wonen.
We stemmen de ondersteuning (vanuit de Wmo), de behandeling (vanuit de Zorgverzekeringswet) en de individuele thuissituatie zo goed mogelijk op elkaar af. Is zelfstandig wonen niet (meer) mogelijk en moeten cliënten tijdelijk gebruikmaken van Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen? Dan zet de regio Oost-Veluwe zich in om de terugkeer naar zelfstandig wonen te bevorderen. Om dit te bereiken is de komende jaren een doorontwikkeling nodig van de ondersteuning en (medische) zorg in de wijk. Ook de beschikbaarheid van geschikte huisvesting is een vereiste. Voor cliënten waarvoor zelfstandig wonen geen haalbaar toekomstperspectief is, is er een blijvende waarborg om beschermd te wonen.
9
2. Startpunt
Visie en uitgangspunten In de Transformatie-agenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is een duidelijke visie geformuleerd, die gericht is op de ondersteuning van inwoners met psychische kwetsbaarheid. Het doel van de ondersteuning is om hen zelfstandiger te laten worden, de kwaliteit van hun leven te vergroten en hen meer te laten participeren in de maatschappij. Deze visie onderschrijven wij nog steeds. Daarom wordt deze visie doorgetrokken in dit Regionale Kaderdocument. De visie is opgebouwd aan de hand van drie bewegingen: 1. Herstelgedachte in de geestelijke gezondheidszorg 2. Beschermd Thuis in het sociaal domein 3. Juiste zorg op de juiste plek We lichten deze drie bewegingen kort toe.
Herstelgedachte in de geestelijke gezondheidszorg In de huidige zorg is veel aandacht voor medisch herstel bij cliënten in de ggz. Dit gaat uit van de gedachte dat ziekte en gebrek teruggedrongen moeten worden. Herstelondersteunende zorg daarentegen richt zich daarnaast ook op persoonlijk en maatschappelijk herstel van een cliënt. Deze drie dimensies zijn niet los van elkaar te zien, maar beïnvloeden elkaar voortdurend.4 Medisch herstel is een belangrijke factor, maar het gaat er tegelijk ook om dat iemand het eigen leven opnieuw kan vormgeven en hierbij de eerder opgedane ervaringen verwerkt en integreert. Door ook aandacht te besteden aan persoonlijk en maatschappelijk herstel wordt meer nadruk gelegd op het leren omgaan met de aandoening en het ontwikkelen van nieuwe zingeving. De driedeling bij de herstelgedachte is als volgt: - Medisch herstel houdt goede medisch-psychiatrische en psychologische behandeling in en het leren van zelfmanagement van symptomen. - Maatschappelijk herstel draait om het (opnieuw) vervullen van sociale rollen, bijvoorbeeld door te participeren in werk- en dagbesteding en ontmoetingsactiviteiten in de wijk. Ook stigmabestrijding valt hieronder.
- Persoonlijk herstel betekent hoop hervinden en moed verzamelen, een positief zelfgevoel ontwikkelen, een betekenisvol bestaan opbouwen en de controle over het eigen leven hernemen, onder andere met behulp van begeleiding en financiële ondersteuning. De herstelgedachte wordt besproken in het rapport ‘Over de brug’.5 In dit rapport wordt gepleit voor ambulantisering van de ggz: mensen met (ernstige) psychische aandoeningen moeten zo veel mogelijk kunnen deelnemen aan en wonen in de maatschappij. Dit doel is overgenomen door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), door gemeenten, zorgverzekeraars en zorgaanbieders. De regio Oost-Veluwe ondersteunt het uitgangspunt om evenveel aandacht te besteden aan de drie dimensies van herstel. Zo kunnen we de doelstellingen behalen van ‘Over de brug’ en de herstelgedachte.
GGNet ,’Actieplan: Herstel voor iedereen!’, werkdocument (versie 3 juni 2016). ‘Over de brug; Plan van aanpak voor de behandeling, begeleiding en ondersteuning bij ernstige psychische aandoeningen’, onder auspiciën van Kenniscentrum Phrenos geschreven door de ‘Projectgroep Plan van aanpak ernstige psychische aandoeningen’ (2014). 4 5
11
Beschermd Thuis in het sociaal domein De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft laten onderzoeken hoe beschermd wonen het best georganiseerd kan worden in de toekomst. Dit onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijke commissie onder leiding van Erik Dannenberg. In 2015 verscheen het rapport ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. In de visie van de Commissie Dannenberg staan sociale inclusie en het normaliseren van beschermd wonen centraal. Er wordt uitgegaan van acht randvoorwaarden om tot sociale inclusie te komen. De regio Oost-Veluwe omarmt de visie van de Commissie Dannenberg op hoofdlijnen met de volgende uitgangspunten: - Focus op herstel en participatie - Zo goed mogelijk zelfstandig wonen in de wijk - Zo veel mogelijk samenwerken met belangrijke partners zoals zorgverzekeraars, aanbieders en woningcorporaties - Lokaal wat kan, regionaal wat moet
De acht randvoorwaarden van Dannenberg 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg versterken Langdurige begeleiding met flexibele intensiteit garanderen Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie Een breed arsenaal van woonvarianten Beschikbare en betaalbare wooneenheden Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars Kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning borgen
Juiste zorg op de juiste plek Iedereen verdient zorg van de beste kwaliteit. Het liefst zo dicht mogelijk bij huis. De essentie van de Juiste Zorg op de Juiste Plek is het voorkomen van (duurdere) zorg, het verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis) en het vervangen van zorg (door andere zorg, zoals e-health). Dit helpt mensen beter te lezen en functioneren met hun ziekte of beperking. Het dagelijks functioneren van de mensen staat centraal. Voor de regio Oost-Veluwe is hierbij het uitgangspunt: zorg zo licht mogelijk en ambulant wat kan.
Herstel in de eigen omgeving De regio Oost-Veluwe kiest ervoor om cliënten te laten herstellen in hun eigen omgeving. We leggen daarbij de focus op herstel en participatie. Het model in figuur 1 over het doorbreken van de vicieuze cirkel vormt hierbij de kern. Het is cruciaal dat blokkades worden weggenomen die de zelfredzaamheid van cliënten belemmeren. Deze blokkades moeten in samenhang worden aangepakt, zodat de vicieuze cirkel doorbroken kan worden. Daarvoor moet aan integraal herstel worden gewerkt: wonen, werk/inkomen en zelfvertrouwen/zelfredzaamheid. Ontbreekt één van deze facetten? Dan gaat het ook op de andere terreinen niet goed. De gemeenten in de regio Oost-Veluwe willen werken aan integraal herstel en de vicieuze cirkel doorbreken. Daarvoor is een effectief samenspel van lokale en regionale inzet nodig.
12
Doorbreken van de vicieuze cirkel
Figuur 1: Doorbreken van de vicieuze cirkel
- Stabiliteit in het wonen is nodig als randvoorwaarde om te kunnen werken - Werk/inkomen is nodig om een huis te kunnen huren - Betaald werk en/of dagbesteding is nodig om de eigenwaarde en zelfredzaamheid te bevorderen - Zelfvertrouwen is nodig om succesvol te kunnen solliciteren - Een startkwalificatie is nodig om werk te kunnen vinden - Werk/werkend leren is nodig voor het bevorderen van persoonlijke groei
We bieden ondersteuning aan in de eigen omgeving. Hierbij wordt de cliënt niet langer toegeleid naar bepaalde ondersteuning, maar is het andersom: de ondersteuning wordt juist naar de cliënt toegeleid. Deze visie past bij de brede ontwikkeling van de Wmo en het streven naar een inclusieve samenleving. We doen dit lokaal waar het kan, en regionaal waar het moet. Lokaal zijn gemeenten verantwoordelijk voor preventie en Beschermd Thuis: cliënten blijven zo lang mogelijk zelfstandig wonen met ambulante ondersteuning. Ook lokaal belegd is de toegang tot Beschermd Wonen voor inwoners die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen. Het intramuraal Beschermd Wonen zelf wordt regionaal belegd, net als de Maatschappelijke Opvang. Vervolgens zorgen we lokaal weer voor de uitstroom naar zelfstandig wonen. Iedere gemeente is verantwoordelijk voor passende ondersteuning in de eigen omgeving van de cliënt. Hiervoor is een adequate zorginfrastructuur in de wijk nodig. Evaluatie Transformatie-agenda: “Een pad gelopen en een weg te gaan” Vanuit de Transformatie-agenda hebben we ingezet op een transformatie van het systeem en ook op een andere benadering van mensen en een verandering van gedrag. We willen veel bereiken en hebben een hoog ambitieniveau. Het is een complexe uitdaging qua problematiek en er zijn veel betrokkenen.
Dat kunnen we niet bereiken met een project of zelfs in een programma van vier jaar. De doelen en ambities uit de Transformatie-agenda worden daarom voortgezet in dit Kaderdocument. We hebben gevraagd aan verschillende stakeholders hoever we zijn in deze transformatie. Aan gemeenten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, woningcorporaties en cliëntvertegenwoordigers. De meerderheid gaf aan dat we op de goede weg zitten ten opzichte van waar we naartoe willen in 2030. Ook werd aangegeven dat er op de verschillende thema’s zeker nog doorontwikkeling nodig is. Dit benadrukt de lange weg die we nog moeten lopen, maar ook de stappen die we tot nu toe hebben gezet.
13
Waar staan we nu?
Cijfermatig overzicht
Tabel 2: Verwachte vraag naar woningen onder uitstromers uit Beschermd Wonen van 2020 - 2032 (Woononderzoek Companen, 2020)
Gemeente
2020
2021
2024
2027
2032
Apeldoorn
101 - 107
101 - 107
88 - 94
78 - 85
62 - 68
Brummen
7 - 10
7 - 10
6-8
5-8
4-5
Epe
11 - 14
11 - 14
11 - 14
11 - 14
10 - 13
Hattem
0-1
0-1
1-3
1-3
3-4
Heerde
2-3
2-3
3-4
4-5
4-5
Voorst
5-6
5-6
5-6
5-6
4-5
Figuur 2: Verwachte vraag naar woningen onder uitstromers uit Beschermd Wonen van 2020 - 2032 (Woononderzoek Companen, 2020)
14
Evaluatie regionale projecten In de Transformatie-agenda zijn vijf thema’s geformuleerd: 1. Zorginfrastructuur in de wijk 2. Welkom in de woonomgeving 3. Wonen 4. Werk en dagbesteding 5. Financiële mogelijkheden In de regionale en lokale uitvoeringsplannen zijn deze thema’s uitgewerkt. Regionaal is in de afgelopen periode gewerkt aan zeventien projecten.6 Om de voortgang van de Transformatie-agenda te evalueren, is een overzicht gemaakt van de stand van zaken per project. Dit overzicht is te zien in figuur 3. Er is onderscheid gemaakt tussen projecten die gerealiseerd zijn, projecten die nu doorontwikkeld worden, projecten die (nog) niet zijn opgepakt en nieuwe projecten als gevolg van regionale of landelijke ontwikkelingen.
Figuur 3: Evaluatie van regionale projecten
Regionale successen - De samenwerking tussen de gemeenten in de Oost-Veluwe - Herstelacademie Korak - Alle gemeenten hebben een opstapregeling. - Alle gemeenten hebben een lokale toegang voor Beschermd Wonen
6 Kamerbrief, ‘De aanpak van dak- en thuisloosheid. Een (t)huis, een toekomst’ (3 juni 2020).
15
Landelijke ontwikkelingen We moeten continu bijstellen vanwege landelijke ontwikkelingen. Dit is een vertragende factor voor het opzetten en uitvoeren van regionale projecten. Deze landelijke ontwikkelingen zijn deels gericht op een verdere realisatie van de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Soms gaat het om een landelijke ambitie. Daarbij kan de regio een keuze maken of zij hierin meegaat. Soms gaat het ook om een verplichting zoals bijvoorbeeld de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). In alle gevallen gaat het om grote bewegingen die impact hebben op de toekomst van het regionale zorglandschap. Er zijn verschillende landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de lopende regionale projecten en op dit Regionaal Kaderdocument. In onderstaande tabel bespreken we deze ontwikkelingen kort.7 Ook lichten we toe hoe wij met deze ontwikkelingen omgaan.
Tabel 3: Overzicht landelijke ontwikkelingen
Ontwikkeling
Toelichting
Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren
Het Actieprogramma streeft ernaar de uitvoeringspraktijk continu te verbeteren. Dit moet zorgen voor een forse vermindering van het aantal daken thuisloze jongeren (18 - 27 jaar). Het Actieprogramma zet nadrukkelijk in op het voorkomen van nieuwe dak- en thuisloze jongeren. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: nazorg en regie, financiële bestaanszekerheid, persoonlijke ontwikkeling en scholing, opvang en wonen en helpende regels.8 Regio Oost-Veluwe participeert niet actief in het landelijke project.
Vernieuwing Maatschappelijke Opvang naar aanleiding van Aanpak Dak- en Thuisloosheid
De aanpak van Dak- en Thuisloosheid ‘Een (t)huis, een toekomst’ is erop gericht om dak- en thuisloze mensen zo snel mogelijk toe te leiden naar een passende woonplek, al dan niet met begeleiding. Deze aanpak kent drie thema’s: preventie, vernieuwing van de opvang en wonen met begeleiding. De ambitie is om uiterlijk eind 2021 landelijk circa 10.000 extra woonplekken met passende begeleiding voor de doelgroep te realiseren.9 Regio Oost-Veluwe heeft hiervoor een plan opgesteld en gehonoreerd gekregen. Dit is een van de vier beleidslijnen van dit Kaderdocument, zoals weergegeven in tabel 1.
Verdeelmodel Beschermd Wonen
Het budget voor Beschermd Wonen wordt nu nog toegekend aan de regio’s via een historisch verdeelmodel. Vanaf 2023 wordt een objectief verdeelmodel ingevoerd. 10 De verwachting is dat de regio Oost-Veluwe vanaf dan beduidend minder financiële middelen zal ontvangen.
Dit is de stand van zaken op het moment van schrijven van dit Kaderdocument (peildatum: eind 2020). Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ‘Actieprogramma Dak- en Thuisloze jongeren 2019 - 2021’ (maart 2019). 9 Kamerbrief, ‘De aanpak van dak- en thuisloosheid. Een (t)huis, een toekomst’ (3 juni 2020). 10 Rijksoverheid, ‘Herziening financiële verhoudingen’. Geraadpleegd via www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiengemeenten-en-provincies/herziening-financiele-verhouding 7 8
16
Dit betekent een opgave voor de regio om in de komende jaren Beschermd Wonen af te bouwen, of op zo’n manier te transformeren dat dit mogelijk is binnen de resterende middelen. Met het Ontwerp Beschermd Thuis willen we anticiperen op dit financiële risico. Dit is een van de vier beleidslijnen van dit Kaderdocument.
Financiële decentralisatie
De middelen voor Beschermd Wonen worden nu nog aan centrumgemeenten toegekend, maar zullen vanaf 2023 toegekend worden aan alle individuele gemeenten. De middelen voor Maatschappelijke Opvang worden in ieder geval tot en met 2026 via centrumgemeenten toegekend. In hoofdstuk 5 geven we aan hoe wij hiermee omgaan in de regionale samenwerking.
Aanpak verward gedrag
In 2016 zijn handvatten opgesteld voor goede zorg en hulp voor mensen met verward gedrag. Het zijn negen bouwstenen, die nauw met elkaar samenhangen: inbreng mensen met verward gedrag en hun omgeving, preventie en levensstructuur, vroegtijdige signalering, melding, beoordeling en risicotaxatie, toeleiding, passend vervoer, passende ondersteuning, zorg en straf en informatievoorziening.11 Dit is een opgave voor alle gemeenten. Maar voor een sluitende aanpak is regionale samenwerking nodig. Alle gemeenten van de regio Oost-Veluwe hebben lokaal een sluitende aanpak vastgesteld. Deze aanpak wordt in de komende periode geëvalueerd. Het vervolg vindt plaats onder de paraplu van Beschermd Thuis. Dit is een van de vier beleidslijnen.
Wvggz
De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is sinds 1 januari 2020 van kracht. De Wvggz vervangt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). De nieuwe wet biedt meer instrumenten voor zorg op maat: verplichte zorg zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk.12 De implementatie van de Wvggz hebben we vormgegeven in NOG-verband (Noord- en Oost-Gelderland).
Wachtlijsten in de ggz
Landelijk en ook in onze eigen regio zijn er wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. Daardoor moeten cliënten te lang wachten tot zij behandeling krijgen. Zonder de benodigde behandeling kan hun problematiek verergeren. Er is vanuit landelijk beleid ook druk om het verblijf in de kliniek zo kort mogelijk te houden. Daarna worden cliënten die nog niet zelfstandig kunnen wonen eerst tijdelijk in Beschermd Wonen opgenomen. De aanpak van de wachtlijsten in de ggz is belegd bij de EPA-Taskforce. In oktober 2020 is in onze regio een ‘versneller’ gestart om een impuls te geven aan het terugdringen van de wachttijden voor behandeling in de GGz.. Gemeenten nemen deel in de werkgroep die hiervoor is ingesteld.
11 ZonMw, ‘9 bouwstenen voor een sluitende aanpak van verward gedrag’. Geraadpleegd via www.zonmw.nl/nl/onderzoek-
resultaten/geestelijke-gezondheid/verward-gedrag/9-bouwstenen-voor-een-sluitende-aanpak-van-verward-gedrag/ 12 VNG, ‘Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg’. Geraadpleegd via vng.nl/rubrieken/onderwerpen/wet-verplichtegeestelijke-gezondheidszorg
17
Openstelling Wlz
Met ingang van 1 januari 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) gewijzigd. Ook mensen die vanwege een psychische stoornis blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg nabij hebben nu toegang tot de Wlz.13 De regio Oost-Veluwe verwacht dat ongeveer de helft van de huidige cliënten Beschermd Wonen verschuift naar de langdurige zorg in de Wlz. De gemeenten zijn dan niet meer verantwoordelijk voor de zorg aan deze cliënten, maar wel voor inclusieve wijken voor deze inwoners. Er is een regionaal implementatieproject ingericht om de doorstroom naar de Wlz soepel te laten verlopen voor cliënten in de regio Oost-Veluwe. Daarbij wordt aandacht gegeven aan het bieden van voldoende cliëntondersteuning.
Wetsvoorstel Woonplaats-beginsel Beschermd Wonen
Het wetsvoorstel Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen sluit aan op de breed ondersteunde toekomstvisie op Beschermd Wonen van de Commissie Dannenberg. Het doel is om een prikkel te geven voor het vormgeven van voldoende passende lokale of regionale ondersteuning. Uitgangspunt is dat de gemeente van herkomst van een cliënt (tijdelijk) de kosten gaat dragen van diens verblijf in Beschermd Wonen.14 De wet Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen gaat naar verwachting op 1 januari 2023 in.
Visie zorgverzekeraars op de ggz in 2025
Zorgverzekeraars geven in ‘De ggz in 2025. Vergezicht op de geestelijke gezondheidszorg’ hun gezamenlijke visie op de toekomst van de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg. De zorgverzekeraars presenteren hierin zes ambities voor de ggz voor betere behandeling, bekostiging en samenwerking met onder meer huisartsenzorg en het sociaal domein.15 De regio Oost-Veluwe gaat in de EPA-Taskforce in gesprek met de verzekeraar over de visie, omdat deze visie ook impact heeft op de rol van gemeenten.
voor ggz-cliënten per 1 januari 2021’ (3 juli 2020). Geraadpleegd via vng.nl/nieuws/openstelling-wlz-voor-ggz-clienten-per-1-januari-2021 13 VNG, ‘Openstelling Wlz.
14 VNG, ‘Invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen’ (12 juni 2020). Geraadpleegd via vng.nl/nieuws/invoering-
woonplaatsbeginsel-beschermd-wonen 15 Zorgverzekeraars Nederland, ‘Gezamenlijke visie zorgverzekeraars op de ggz in 2025’ (17 juli 2020). Geraadpleegd via www.zn.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht?newsitemid=5163548672
18
Woononderzoek We zien landelijk een tekort aan betaalbare woningen voor kwetsbare inwoners. In de regio Oost-Veluwe is in alle gemeenten een opstapregeling opgezet. Zo geven we invulling aan de behoefte naar deze betaalbare woningen voor onder andere uitstromende Beschermd Wonencliënten. Het was echter onduidelijk of het aantal beschikbare woningen afdoende is. Daarom is door Companen onderzoek gedaan naar het aantal beschikbare en benodigde plekken Beschermd Wonen en het aantal zelfstandige woningen.16 Uit het onderzoek van Companen blijkt dat er ongeveer 824 plekken beschikbaar zijn voor BW-cliënten in de regio Oost-Veluwe. Dit aantal ligt veel hoger dan het landelijk gemiddelde. De vraag van cliënten komt uit op 810 BW-bedden. Vraag en aanbod zijn daarmee ongeveer in balans. In figuur 2 lieten we al zien hoe deze cliënten zijn verdeeld over de regio. Het aantal BW-cliënten zal de komende jaren dalen, omdat een substantieel deel van de regionale cliënten verschuift naar de Wet langdurige zorg. Daarnaast is bekend dat de financiering vanuit het Rijk omlaag zal gaan. In combinatie met de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis moet daarom het aantal plekken worden afgebouwd. Het risico hierbij is dat op dit moment veel capaciteit bezet wordt door instroom van buiten de regio. Met oog op de toekomstige financiering moet deze instroom beperkt worden.
Companen stelt dat zonder interventies de bovenregionale functie van Beschermd Wonen zal leiden tot een fors financieringstekort binnen de regio Oost-Veluwe. In het onderzoek worden hiervoor enkele aanbevelingen gedaan, die nadere invulling krijgen in de regionale en lokale uitvoeringsplannen: - Instroom van buiten de regio beperken - Eenmalig extra uitstroom faciliteren. Dit kan worden gedaan door ambulantisering van een deel van de huidige Beschermd Wonen-cliënten, door hen (intensieve) ambulante begeleiding te bieden in een zelfstandige woonsituatie - Financieringsafspraken maken met herkomstgemeenten - Gemiddelde verblijfsduur verkorten
16
Companen, ‘Regionale woonopgave Beschermd Wonen’ (november 2020).
19
3. Thema’s en evaluatie
20
In de Transformatie-agenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn vijf thema’s vastgesteld. Deze thema’s zijn bedoeld voor ordening en prioritering van de landelijke ontwikkelingen, de visie van de regio Oost-Veluwe en de acties die hiervoor uitgevoerd moeten worden. De thema’s bevatten de noodzakelijke ingrediënten voor cliënten om – waar mogelijk – weer zelfstandig te gaan wonen: 1. Zorginfrastructuur in de wijk 2. Welkom in de woonomgeving 3. Wonen 4. Werk en dagbesteding 5. Financiële mogelijkheden Aan de hand van deze thema’s is de afgelopen jaren gewerkt aan de essentiële randvoorwaarden voor de transformatie in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in de regio Oost-Veluwe. In dit hoofdstuk lichten we deze thema’s toe en gaan we in op de doelen die we hierbij hebben gesteld in de Transformatie-agenda. In het volgende hoofdstuk schetsen we vervolgens hoe we de thema’s de komende jaren verder willen ontwikkelen.
Zorginfrastructuur in de wijk We moeten zorgen voor voldoende preventieve ondersteuning en medische zorg op lokaal niveau, in de wijk. Daarmee voorkomen we dat mensen een beroep moeten doen op de Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen. Bij de uitstroom van een intramurale setting naar zelfstandig wonen in de wijk moet de lokale zorginfrastructuur op zo’n manier zijn ingericht, dat terugval zo veel mogelijk wordt voorkomen. Hierbij moeten we een integrale aanpak gebruiken die alle leefgebieden omvat: wonen, werk- en dagbesteding, inkomen en/of schuldhulpverlening, ondersteuning en medische zorg. Deze aanpak overstijgt diverse wettelijke domeinen, waaronder de Wmo, de Participatiewet en de Zorgverzekeringswet. Voor de aanpak is een intensieve samenwerking nodig van alle partners in de wijk.
“Ik zou het mooi vinden als Dannenberg wordt doorvertaald naar nóg eerder in het proces: we moeten zorgen dat mensen niet vertrekken uit de wijk.” Wethouder gemeente Apeldoorn
De doelen uit de Transformatie-agenda - Ambulante opbouw intensiveren (2017 - 2019), geïntegreerde ggz in de wijk implementeren (2020) - Convenant sluiten met woningcorporaties om uithuiszettingen te voorkomen - Voldoende terugvalvoorzieningen realiseren
Evaluatie: wat is er tot nu toe gedaan? Vanuit de gemeenten in de regio Oost-Veluwe komt een gemengd beeld. Sommige gemeenten zijn met veel zaken bezig en hebben het gevoel dat alles goed loopt. Anderen vinden dat er nog een impuls gegeven mag worden aan dit onderwerp. Er is tot nu toe lokaal bijvoorbeeld ingezet op signalering en doorverwijzing, algemene inloopvoorzieningen en ketenregie. Het algemene beeld is dat de Herstelacademie Korak in Apeldoorn goed loopt, maar dat deze nog bekender moet worden en beter moet gaan lopen in de andere regiogemeenten.
21
Woningcorporaties geven aan dat de ontmoetingsplekken goed lopen. Wat hen betreft moeten deze zo veel mogelijk behouden worden. Lokale successen - Ontmoetingsgroep voor mensen met en zonder een beperking - NAH-café opgericht - Buurtpunten waar inwoners terechtkunnen voor ontmoetingen en activiteiten - Loket 0 - 100 - Trainingen voor toegangsmedewerkers over verward/onbegrepen gedag
Alle stakeholders zijn het erover eens dat Zorginfrastructuur in de wijk één van de belangrijkste thema’s is van de Transformatie-agenda. In het Ontwerp Beschermd Thuis komt dit daarom prominent als een van de drie pijlers terug: zorglandschap dichtbij, gevarieerd en compleet. Mensen met een hulpvraag moeten op wijk- of gemeenteniveau terechtkunnen voor begeleiding en behandeling. Dat is het doel dat in het Ontwerp wordt beschreven. Begeleiding en behandeling maken deel uit van dezelfde aanpak en is domeinoverstijgend. Het maakt hierbij dus niet uit of de zorg wordt verleend vanuit de Wmo of vanuit de Zorgverzekeringswet. Met het oog op de doelen in de Transformatie-agenda vinden de stakeholders dat de geïntegreerde ggz nog beter in de wijk geïmplementeerd kan worden. Bijvoorbeeld door meer in te zetten op preventie. We moeten de huidige projecten uit de regionale en lokale uitvoeringsplannen doorontwikkelen om meer resultaat te behalen. Daarnaast geven de cliëntenraden aan dat zij behoefte hebben aan meer lokale terugvalof time-outvoorzieningen. Dit was ook een doel in de Transformatie-agenda. Daarom is er regionaal een product time-outvoorzieningen opgenomen in de raamovereenkomst voor de inkoop van maatwerkvoorzieningen. Dit product wordt door aanbieders echter niet voldoende aangeboden. Er moet onderzoek gedaan worden naar de achterliggende redenen.
Welkom in de woonomgeving Iedere inwoner moet zich welkom voelen in de wijk. Zeker wanneer mensen uit een intramurale setting zelfstandig wonen gaan wonen, is het belangrijk dat er voldoende rekening wordt gehouden met de draagkracht en draaglast van de cliënt én de omgeving. Er moet daarom aandacht besteed worden aan de toekomstige woonomgeving van cliënten.
De doelen uit de Transformatie-agenda - Opdracht formuleren ter ontwikkeling van een regionale anti-stigmacampagne - Communicatie tussen de samenwerkingspartners dat de cliënt zelf bepaalt of de woonomgeving wordt geïnformeerd en zo ja, op welke manier - In programma’s investeren voor ggz-cliënten die zelfstandig gaan wonen over de opbouw van een eigen sociaal netwerk - Aandacht voor voldoende ondersteuning van mantelzorgers en naastbetrokkenen
Evaluatie: wat is er tot nu toe gedaan? De anti-stigmacampagne is uitgevoerd. Stakeholders geven wel aan dat deze campagne vooral in Apeldoorn speelde en minder in de andere regiogemeenten. Dat komt volgens de regioambtenaren voort uit prioritering en de lokale behoefte. De kennis over de campagne die is gehouden is inmiddels weggezakt: “Het is geen thema waarop je één project kunt doen en dan is het klaar. Je moet het zien als iets dat continu geborgd moet zijn.” Het instrument, een 22
toolkit, is ontwikkeld en kan met enige regelmaat worden ingezet. Daarnaast stellen de cliëntenraden voor om in een stadsblad te communiceren dat er meer mensen vanuit instellingen in de wijk komen wonen. In één gemeente is het spel ‘Welkom in de woonomgeving’ ingezet als een laagdrempelige inloopactiviteit. In andere gemeenten is vooral aandacht geschonken aan het trainen en het verhogen van de deskundigheid van mantelzorgers en vrijwilligers over ggz-problematiek. Dit waren succesvolle activiteiten. Ook in het Ontwerp Beschermd Thuis wordt benadrukt dat de inclusieve samenleving op wijkniveau een nog stevigere basis moet krijgen. Er loopt een aanpak ‘SamenSterkTegenStigma met Korak’ als vervolg op het programma ‘Welkom in de woonomgeving’. Het is belangrijk dat dit programma in alle regiogemeenten actief wordt ingezet.
“De transformatie naar Beschermd Thuis is voor mij geslaagd wanneer we maximaal bereiken wat er te bereiken is qua inclusiviteit en plezierig wonen in de wijken.” Wethouder gemeente Heerde
Wonen Een eigen woning is essentieel. De Transformatie-agenda zoomt in op de woonopgave in de regio Oost-Veluwe als gevolg van de uitstroom uit een intramurale setting naar zelfstandig wonen. Ook is er aandacht voor nieuwe woonvormen en de mogelijkheden om wonen en zorg te scheiden. Daarbij blijft de cliënt wonen in het pand van de aanbieder, maar gaat diegene zelf huur betalen.
De doelen uit de Transformatie-agenda - In gesprek gaan met cliënten, woningcorporaties en zorgpartijen om de regionale vraag te inventariseren en te onderzoeken hoe we kunnen voorzien in passende huisvesting - Concrete afspraken maken hoe deze passende huisvesting gerealiseerd wordt - Voldoende passende en betaalbare huurwoningen realiseren en de uitstroom en doorstroom bevorderen uit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen - Een regionale samenwerkingsovereenkomst opstapregeling opstellen met alle woningcorporaties (vóór 1 januari 2018) - Een helder beeld krijgen van effectieve woonvormen en hoe deze gerealiseerd kunnen worden (vóór 1 januari 2018)
Evaluatie: wat is er tot nu toe gedaan? De afgelopen jaren hebben alle regionale gemeenten samen met woningcorporaties en zorgaanbieders een opstapregeling opgezet. Dit betekent dat een cliënt een passende woning wordt aangeboden door de woningcorporatie, ook als de cliënt zelf niet voldoende woonpunten heeft opgebouwd. De gemeente, cliënt, zorgaanbieder en woningcorporatie stellen een ondersteuningsplan op voor de begeleiding bij het zelfstandig wonen. De regio-ambtenaren zijn overwegend tevreden over de lokale opstapregelingen. Ook de woningcorporaties spreken hun tevredenheid hierover uit. Maar het (landelijke) huisvestingsprobleem zorgt ervoor dat het daadwerkelijke doorstromen naar een zelfstandige woning vaak lastig is. Dit komt ook terug in het woononderzoek van Companen, dat werd besproken in 23
hoofdstuk 2. De toegangsmedewerkers geven aan dat zij soms aanvragen ontvangen voor Beschermd Wonen die eigenlijk een verkapte vraag zijn om huisvesting. Ook tussenvoorzieningen zitten erg snel vol; hier is veel vraag naar. Om een sneller herstel te realiseren voor Maatschappelijke Opvang-cliënten heeft de toegang voorgesteld om een tussenvoorziening MO op te zetten. Vanuit meerdere stakeholders komt de wens naar voren om Skaeve Huse te organiseren.17 De wens voor Skaeve Huse staat al een aantal jaren op de agenda, maar is nog niet gerealiseerd. In 2020 is dit streven opgenomen in het Plan van Aanpak Dak- en Thuisloosheid.
“Ik sta achter de ambitie dat een cliënt zo nabij als mogelijk geholpen moet kunnen worden, maar de mening van de cliënt moet hierin wel leidend zijn.” Wethouder gemeente Hattem Werk en dagbesteding De regio Oost-Veluwe heeft de ambitie om zo veel mogelijk bewoners van de Maatschappelijke Opvang en het Beschermd Wonen aan het werk te krijgen en te houden. Het is belangrijk dat het werk of de dagbesteding past bij de behoeften en talenten van de cliënt en zo veel mogelijk aansluit op zijn of haar individuele wensen. Ook vinden we het belangrijk dat er laagdrempelige voorzieningen zijn om elkaar te ontmoeten.
De doelen uit de Transformatie-agenda - In gesprek gaan met werkgevers om meer waardering te realiseren voor mensen met psychiatrische en psychosociale problematiek en om hen tijdens een sollicitatieprocedure gelijke kansen te geven - Alternatieve mogelijkheden voor werk realiseren in de vorm van ontmoeting, vrijwilligerswerk, talentplekken en (arbeidsmatige) dagbesteding - De wensen en interesses van cliënten als uitgangspunt nemen voor (arbeidsmatige) dagbesteding
“Als betaald werk niet lukt voor iemand, zoek dan samen naar zinvolle dagbesteding. Voor de ene persoon gaat dit meer om ‘halen’. Voor de ander zou het ‘brengen’ kunnen zijn, bijvoorbeeld door het bijdragen als vrijwilliger.” Wethouder gemeente Epe Evaluatie: wat is er tot nu toe gedaan? De resultaten bij dit thema zijn wisselend. Aan de ene kant zijn er successen. Zo zijn er in een aantal gemeenten diverse participatie- en re-integratietrajecten opgezet en ook een algemene dagbestedingsvoorziening. Een flink aantal cliënten heeft een IPS-traject aangeboden
Skaeve Huse zijn bedoeld als tussenvoorziening voor dak- en thuislozen die niet kunnen aarden in een instelling voor opvang, maar ook niet voldoende woonvaardig zijn om regulier te wonen. Soms gaat het om personen die niet in een groep kunnen wonen en/of een hoog risico op woonoverlast geven. Ook kan het gaan om zorgmijders die weigeren gebruik te maken van de opvang. 17
24
gekregen.18 Ook zijn er cliënten die gebruik hebben gemaakt van een Krachtwerk-traject.19 Dit heeft in een aantal gevallen geleid tot succesvolle uitstroom naar betaald werk. Maar er zijn ook gemeenten die aangeven dat hier nog wel een aantal stappen gezet kunnen worden. Zo geven toegangsmedewerkers weliswaar aan dat er veel ontwikkeling is geweest bij dit thema, maar zien zij onder andere op het gebied van ex-gedetineerden nog veel problemen. Vaak wordt deze doelgroep door werkgevers geweigerd, omdat men bang is dat dat niet goed loopt in de werkomgeving. In 2020 zijn de producten ‘Werkt mee’ opgezet. ‘Werkt mee’ bestaat uit het aanbieden van passende werkzaamheden met begeleiding. Daardoor kunnen cliënten een bijdrage leveren aan de maatschappij en stappen zetten op de participatieladder. De producten bevinden zich op het snijvlak tussen de Wmo en de Participatiewet. Vanaf 1 januari 2021 wordt ‘Werkt mee’ geïmplementeerd in Apeldoorn en in de regionale gemeenten die zich hierbij aan willen sluiten. De gewenste resultaten van ‘Werkt mee’ voor de inwoner zijn: - Maatschappelijke (her)integratie - Een bijdrage leveren naar vermogen: waar mogelijk betaald of als vrijwilliger - Ontwikkeling in brede zin: naar vermogen deelnemen aan de samenleving
Financiële mogelijkheden Voor een effectieve doorstroom/uitstroom naar zelfstandig wonen in de wijk moeten voldoende financiële randvoorwaarden aanwezig zijn. De cliënt moet financieel zelfredzaam kunnen zijn en voldoende financiële mogelijkheden hebben om mee te doen in de eigen wijk. Bijvoorbeeld door ontmoetingsactiviteiten, vrijwilligerswerk, sport of andere vrijetijdsbesteding.
“Iemand moet zijn leven kunnen leven, omdat hij inkomsten kan genereren of in ieder geval de zekerheid heeft dat hij inkomsten ontvangt en hiermee om kan gaan.” Wethouder gemeente Epe De doelen uit de Transformatie-agenda - Aanbevelingen uit de Transformatie-agenda20 meenemen in het minima- en schuldenbeleid - Een pilot houden met ondersteuners die sociaal-juridisch gekwalificeerd zijn en die aanvullende ondersteuning geven aan cliënten die van intramuraal wonen doorstromen naar zelfstandig wonen. Dit doel geldt specifiek voor de gemeente Apeldoorn.
De methode Individuele Plaatsing en Steun (IPS) begeleidt mensen met een ernstige psychische aandoening die behandeling en/of begeleiding krijgen en aan het werk willen. 19 Dit is een krachtgericht begeleidingstraject voor mensen in multiprobleemsituaties die in sociaal isolement dreigen te raken. Krachtwerk wordt vooral ingezet in de Maatschappelijke Opvang, in de vrouwenopvang en bij de begeleiding en opvang van zwerfjongeren. 20 De aanbevelingen zijn: 1. Meer inzetten op de vroegsignalering en preventie van schulden 2. Informatie en voorlichting verbeteren over financiële regelingen voor de cliënt 3. Meer aandacht voor de financiële begeleiding van ggz-cliënten 4. Een meedenkpunt en financiële deskundigheidsbevordering voor Wmo-begeleiders realiseren 5. De woonlastenproblematiek bespreken met woningcorporaties 6. Met cliënten en woningcorporaties in gesprek over de energierekening van cliënten 7. Minder bureaucratie bij (het aanvragen van) financiële regelingen 18
25
Evaluatie: wat is er tot nu toe gedaan? Alle gemeenten hebben acties uitgevoerd voor dit thema. Hierbij kan gedacht worden aan: - Het programma Op Ko€rs, waarin voorliggende problematiek wordt opgevangen die eerst moet worden aangepakt voordat begonnen wordt met de aanpak van andere problemen - Voorlichtingen over de mogelijkheden binnen de gemeenten met het minimabeleid - Grip op de Knip - Schuldhulpverlening - Toewerken naar een Loket van 0 - 100, waar een hulpvraag vanuit een breder perspectief wordt bekeken In alle gemeenten is een algemeen minimabeleid of armoedebeleid vastgesteld. Hierin zijn diverse aanbevelingen meegenomen uit de Transformatie-agenda. Cliëntenraden geven aan dat inwoners beter voorbereid moeten worden op weer zelfstandig wonen. Zo krijgen cliënten die weer zelfstandig gaan wonen bij zorgaanbieder Riwis Zorg & Welzijn ook begeleiding bij het thema financiën. De cliëntenraden zouden het wel prettig vinden als de begeleider vanuit de zorgaanbieder en het schuldhulpmaatje niet dezelfde mensen zijn. Dit heeft te maken met het scheiden van de thema’s financiën en wonen: als je bijvoorbeeld slecht nieuws krijgt over je financiën, heeft dit geen invloed op de band met je begeleider.
26
4. Doorontwikkeling van de thema’s
27
Er zijn de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om de vijf thema’s regionaal en lokaal verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd zijn er nog verschillende stappen te zetten. De ambitie waar we aan werken is immers erg groot en niet te realiseren in de vier jaar waar de Transformatie-agenda zich op richtte. Door de verschillende partijen worden de vijf thema’s nog steeds omarmd als de elementen die noodzakelijk zijn voor cliënten om de stap naar zelfstandig wonen te maken. Daarom blijven de thema’s van kracht. Wel is het nodig om de thema’s te actualiseren.21 Zo kunnen we inspelen op de landelijke ontwikkelingen en beter invulling geven aan de tijdsperiode tot en met 2030.
“Op dit moment zijn er allemaal kleine stukjes ondersteuning die vanuit verschillende partijen georganiseerd worden: begeleiding vanuit de gemeente door een zorgaanbieder, dagbesteding door mogelijk een andere zorgaanbieder, de financiën weer ergens anders, et cetera. Je zou dit allemaal in één plan willen hebben.” Wethouder gemeente Voorst Aanvullingen bij de thema’s Om de vijf thema’s te updaten, hebben we enkele aanvullingen gedaan. Zo zijn er ‘hersteltrajecten’ toegevoegd. In 2020 is het Ontwerp Beschermd Thuis opgesteld, waarin deze hersteltrajecten worden voorgesteld. Ze zijn overkoepelend aan de vijf thema’s: in een goed hersteltraject wordt namelijk op individueel niveau aan al deze thema’s gewerkt, omdat ze allemaal nodig zijn voor een cliënt om weer goed zelfstandig thuis te kunnen wonen. Onder de hersteltrajecten scharen we ook twee uitgangspunten van de Commissie Dannenberg: - Langdurige begeleiding met flexibele intensiteit garanderen - Kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning borgen Daarnaast is in gesprekken met stakeholders geconcludeerd dat preventie en digitalisering op dit moment slechts gedeeltelijk zijn meegenomen binnen de thema’s, terwijl deze thema’s wel aandacht nodig hebben. In dit Kaderdocument is ervoor gekozen om preventie en digitalisering nadrukkelijk deel uit te laten maken van de doelen per thema.
Figuur 4 laat zien hoe de hersteltrajecten, preventie en digitalisering deel uitmaken van dit Regionaal Kaderdocument.
Figuur 4: Indeling thema's Regionaal Kaderdocument
In dit hoofdstuk zoomen we verder in op de vijf thema’s. Per thema gaan we in op de doelen voor de komende jaren en geven we aan welk resultaat in 2030 bereikt moet zijn. In dit Regionaal Kaderdocument vermelden we de thema’s, doelen en activiteiten op hoofdlijnen. Daarnaast wordt er tweejaarlijks een gezamenlijk regionaal uitvoeringsplan opgesteld en maken alle gemeenten lokale uitvoeringsplannen. Hierin staat concreet wat we gaan doen en met welke betrokkenen, welke resultaten we willen realiseren, en hoe we de kwaliteit en effectiviteit van de aanpak gaan meten en monitoren om bij te kunnen sturen.
21
De doelen in deze versie van het Regionaal Kaderdocument worden nog SMART geherformuleerd.
28
Zorginfrastructuur in de wijk Stip op de horizon: geïntegreerde ggz in de wijk Centraal bij dit thema staat de expliciete keuze voor een wijkgerichte ggz. Hierin wordt samengewerkt door mensen met psychische aandoeningen, hun sociale netwerken, ggz-professionals, sociale wijkteams, huisartsen, gemeenten, et cetera. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor ervaringsdeskundigheid en een bundeling van de krachten op wijkniveau. De krachtenbundeling gebeurt door samenwerking tussen instanties en betrokken personen in de wijk. De wijkgerichte ggz-infrastructuur maakt persoonlijke contacten en natuurlijke netwerken mogelijk.
Doelen Laagdrempelige toegang tot zorg De gemeenten blijven voor hun inwoners een laagdrempelige toegang tot zorgfuncties bieden. Dat doet elke gemeente via een lokale toegang. Hier kunnen inwoners terecht met hun vragen. Vanuit hier kunnen ze doorverwezen worden naar passende ondersteuning. Domeinoversteigende aanpak In 2030 bieden we de zorg en ondersteuning voor inwoners met psychische en psychosociale problematiek domeinoversteigend aan: begeleiding vanuit de Wmo en behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet maken dan deel uit van dezelfde aanpak. Preventieve voorzieningen In 2030 heeft iedere gemeente preventieve voorzieningen die passen bij de schaalgrootte en de behoefte van inwoners. Daarbij kan gedacht worden aan inloop- en ontmoetingsmogelijkheden, vroegsignalering en voorlichting. In de lokale uitvoeringsplannen wordt per gemeente uitgewerkt om welke voorzieningen het gaat. Dit wordt gedaan in samenspraak met inwoners en stakeholders. Een intramurale plek binnen vijf weken Er is binnen vijf weken na de ingangsdatum van de beschikking van een cliënt uit de regio OostVeluwe een intramurale plek Beschermd Wonen beschikbaar bij een zorgaanbieder binnen de regio. Deze plek moet passen bij de behoefte van de cliënt en aansluiten op de indicatie. Netwerk van cliënten Bij de zorg voor cliënten wordt het netwerk van de cliënt betrokken.
Hiervoor richten de zorgaanbieders in samenspraak met cliëntvertegenwoordigers een werkproces in. Gemeenten faciliteren Gemeenten versterken cliënten in zelfmanagement, de inzet van ervaringsdeskundigheid en van informele zorg. Dit nemen zij op in hun lokale uitvoeringsplannen. Deze ondersteuning moet geborgd zijn vanaf 2026. Terugvalvoorzieningen Er zijn regionaal terugval- of time-outvoorzieningen beschikbaar. Deze sluiten aan bij de behoefte van de cliënten. Hiervoor raadplegen we cliënten. De voorzieningen moeten passen bij de vraag. Dit blijkt uit hoe vaak de terugvalvoorziening gebruikt wordt. In het regionale uitvoeringsplan beschrijven we hoe, waar en wanneer de terugvalvoorziening(en) gerealiseerd worden en wie hierbij betrokken worden.
29
Begeleidingsbehoefte Vanaf 2024 voldoet de regio aan de individuele begeleidingsbehoefte van cliënten binnen de Maatschappelijke Opvang. We verbeteren de doorstroom van de MO naar zelfstandige(re) woonvormen door het inzetten van extra begeleiding binnen of door de MO. Uitstroom vanuit Maatschappelijke Opvang Stroomt een cliënt uit van Maatschappelijke Opvang naar een zelfstandige(re) woonvorm? Vanaf 2023 houden we dan de werkrelatie tussen hulpverlener en cliënt intact. Ook verminderen we de administratieve handelingen. Dat doen we door de ambulante begeleiding vanuit de Maatschappelijke Opvang voort te zetten tijdens het eerste jaar na de uitstroom van een cliënt. Samenwerking tussen partners In 2030 vinden partners elkaar en werken ze samen om efficiënte zorg te realiseren volgens de professionele standaard. Met partners bedoelen we bijvoorbeeld gemeenten, algemene voorzieningen, zorgaanbieders en andere zorgpartijen zoals huisartsen en zorgverzekeraars. In de regionale en lokale uitvoeringsplannen beschrijven we welke activiteiten hiervoor ontwikkeld worden, welke partijen we hierbij betrekken en wat het tijdspad is. Samenwerking tussen financiers De gemeenten, zorgverzekeraars en het zorgkantoor blijven als financiers duurzaam samenwerken. Dit doen ze in de EPA-Taskforce en met een gezamenlijke Samenwerkingsagenda.
Welk resultaat moet behaald zijn in 2030? De infrastructuur in de regio Oost-Veluwe is lokaal en regionaal op zo’n manier geregeld dat er sprake is van geïntegreerde ggz in de wijk voor alle inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Inwoners kunnen gebruikmaken van de voorzieningen die zij nodig hebben voor hun herstel.