432051 Concept Programmabegroting VNOG 2023-2026 v 07apr22a
Tekst van het document
Pagina 51 van 71
Vennootschapsbelasting Voor de aangifte vennootschapsbelasting is de benodigde informatie aangeleverd aan het adviesbureau dat de VNOG hierin ondersteunt. Jaarlijks voert dit bureau voor een aantal veiligheidsregio’s een check uit. Verwachting is dat de aangifte voor 2023 nihil is. Ramingsgrondslagen Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten Het budget voor kapitaallasten berust op de volgende ramingsgrondslagen: • Het MJIP (meerjarig investeringsprogramma) voor de aan te vragen vervangingsinvesteringen. • De staat van investeringen (investeringen die gereed zijn, waarop wordt afgeschreven). • De overlopende investeringen uit voorgaande dienstjaren. • De investeringen zijn onderscheiden naar vervanging en uitbreiding. • De verdeling van investeringen over de jaarschijven 2023 tot en met 2026 is bepalend voor het jaar waarvoor (in de begroting) de kredieten worden aangevraagd. Na het beschikbaar stellen van het krediet worden verplichtingen aangegaan (bijvoorbeeld door het starten van een aanbestedingsprocedure). • Er is gerekend met toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve conform het vastgestelde beleid. • De afschrijvingstermijnen zijn opnieuw vastgesteld per 1 januari 2019. Over materieel/materiaal worden investeringen > € 10.000 lineair afgeschreven conform het beleid.
• De omslagrente bedraagt 0,8% en wordt berekend over de boekwaarde aan het begin van het jaar plus de helft van de voorgenomen investeringen in het begrotingsjaar. • De voorgenomen investeringen zijn geraamd inclusief prijsindex en BTW. Er wordt geen generieke indexering toegepast. Wel wordt rekening gehouden met reëel verwachte (toekomstige) prijsontwikkelingen. • De kapitaallasten tenslotte, zijn geraamd na verwerking van bovenstaande punten, uitgaande van 100% van zowel de bestaande boekwaarden als de voorgenomen investeringen. In de voorliggende meerjarenbegroting is het materieel spreidingsplan opgenomen voor wat betreft de huidige planning van de vervanging van de voertuigen. Na de aanbesteding van het in het kredietenoverzicht genoemde materiaal en materieel, kunnen de geraamde bedragen in het investeringsprogramma aan de uitkomsten van de aanbesteding worden aangepast. Navolgende tabel geeft de geraamde ontwikkeling van de kapitaallasten weer: Programma
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Risico- en crisisbeheersing
41.000
26.000
26.000
26.000
4.806.000
5.369.000
6.719.000
9.482.000
Brandweerzorg GHOR Bedrijfsvoering Toevoeging egalisatiereserve
0
4.000
12.000
12.000
893.000
798.000
895.000
925.000
5.740.000
6.197.000
7.652.000
10.445.000
94.000
1.583.000
4.407.000
6.103.000
6.069.000
6.038.000
170.000
Onttrekking egalisatiereserve Totaal exclusief kazernes
5.910.000
Kazernes in eigendom en overgangsrecht
173.000
173.000
172.000
173.000
Bijdragen van de individuele gemeenten
-173.000
-173.000
-172.000
-173.000
0
0
0
0
Kazernes in eigendom
Pagina 52 van 71
De stand van de egalisatiereserve bij de voorlopige jaarrekening 2021 is € 2.906.528. De huidige berekeningen laten zien dat de egalisatiereserve tot en met 2025 de stijgende kapitaallasten kan dekken. Over 2026 zal het saldo van de reserve niet meer toereikend zijn. De kapitaallasten zullen in de jaren na 2026 op een hoger niveau blijven, dit wordt vooral veroorzaakt door de sterk gestegen prijzen van het aan te schaffen materiaal en materieel. Bij een tijdige aanvulling van de reserve, kan een stijging van de gemeentelijke bijdragen vanaf 2026 worden getemporiseerd. Deze stijging van de kapitaallasten en uitputting van de egalisatiereserve was reeds gemeld in de Kadernota's van de afgelopen jaren. Ramingsgrondslag personeelskosten De ramingsgrondslag voor de personeelsbegroting is de formatie, waarbij wordt gerekend met de laatste bekende gegevens over de CAO-gemeenten, werkgeverslasten e.d. en de laatste trede van de functionele schaal. Doordat de VNOG zich in een transitie bevindt naar een andere organisatievorm is ook de formatie per afdeling aan wijzigingen onderhevig. Daarom is de totale personeelsbegroting aangepast aan de wijzigingen uit de Toekomstvisie en het Implementatieplan; verschuivingen in de formatie tussen de afdelingen zijn verwerkt (budgettair neutraal).
Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor de VNOG en op alle afdelingen vinden innovatieve ontwikkelingen plaats, zie hiervoor ook hoofdstuk 3 bij de respectievelijke programma’s. Een paar ontwikkelingen worden ter illustratie hieronder nader toegelicht. Programma Zelfredzaam & Risicobewust Dit programma is erop gericht om inwoners bewust te maken van mogelijke (brand)veiligheidsrisico’s en te stimuleren preventieve maatregelen te nemen. Innovatieve methodes worden ingezet, zoals voorlichtingscampagnes op basis van gedragswetenschap, adviezen op maat (wijkgericht en adresspecifiek) en uitvoeren van nul- en eindmetingen om de resultaten meetbaar te krijgen. Na de campagnes over veilige ontvluchting in 2022 staat 2023 in het teken van veilig stoken en veilig koken. Project R!SQ Het innovatieve project R!SQ is een interactieve website voor inwoners, partners en eigen collega’s. De gebruiker krijgt op basis van allerlei filters, die hij zelf kan aangeven, gerichte informatie over het brandrisiconiveau in de eigen omgeving en concrete tips. R!SQ gaat nu alleen nog over brandrisico’s in woningen en woongebouwen, maar in de toekomst wil de VNOG meer risicotypen uit het regionaal risicoprofiel aan R!SQ toevoegen.
R!SQ helpt ook de brandweerposten om risicogericht te oefenen, omdat zij met R!SQ beter inzicht krijgen waar de specifieke risico’s zitten om daar vervolgens gericht op te oefenen. Brandbarometer Het idee van de Brandbarometer is gebaseerd op de bestaande Inbraakbarometer. Hiermee kan je met je postcode het inbraakrisico in jouw buurt aflezen; via de Brandbarometer het brandrisico. Inwoners krijgen daarbij specifieke, concrete handelingsperspectieven. In de Brandbarometer worden o.a. de gegevens uit R!SQ gebruikt. De Brandbarometer is een samenwerking van de VNOG met andere externe partijen, namelijk met Interpolis en Hogeschool Utrecht. Als autoriteit op het gebied van veiligheid toont de VNOG zich hiermee als professionele samenwerkingspartner in een nieuwe innovatieve publiek-private samenwerking. Informatiegestuurd werken en datawarehouse Eén van de Opgaven van de VNOG is een sterke informatiepositie. Om dit te bereiken, hebben de verschillende afdelingen binnen de VNOG allerlei plannen opgesteld om beter informatiegestuurd te Pagina 53 van 71
kunnen werken. Hierbij valt te denken aan het oprichten van een VIC (Veiligheids Informatie Centrum) bij Crisisbeheersing, het opstellen van prestatiedashboards bij Brandweerzorg, het dynamisch brandrisicoprofiel en R!SQ bij Risicobeheersing, zorg- en gezondheidsgerelateerde dashboards bij de GHOR en de nieuwe bestuurlijke prestatiekaart. Het is belangrijk dat iedereen hierbij gebruik maakt van dezelfde data, en dat deze data betrouwbaar is. Hiervoor heeft de VNOG een datawarehouse dat zich zal blijven ontwikkelen. De gegevens in het datawarehouse zijn afkomstig van, en worden op geautomatiseerde wijze onttrokken aan, de bestaande bronsystemen/applicaties. Hierin onderscheidt een innovatief datawarehouse zich van een standaard database. Bij alle ontwikkelingen rondom informatie krijgt de informatieveiligheid steeds extra veel aandacht.
Pagina 54 van 71
5.6. Verbonden partijen Inleiding Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de Veiligheidsregio een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Meldkamer Oost Nederland (MON) Voor de VNOG is de ‘gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland (MON)’ een verbonden partij. Twee leden van het algemeen bestuur VNOG nemen deel in het algemeen bestuur van de MON. Met ingang van 1 januari 2020 zijn nagenoeg alle taken van de MON overgegaan naar de Politie onderdeel LMS (Landelijke Meldkamer Samenwerking). Vanuit de MON worden vanaf 1 januari 2020 nog slechts de volgende taken uitgevoerd: a) het algemeen beheer en kwaliteitsbewaking van gemeenschappelijke meldkamerprocessen, inclusief multidisciplinaire intake en opschaling; b) het oefenen van multidisciplinaire procedures, het oefenen van het opschalingsproces, opleiden en actualisering wet- en regelgeving Bovenstaande multi-meldkamertaken worden voortgezet en uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling MON, totdat deze taken op andere wijze geborgd worden door de veiligheidsregio’s in OostNederland. Deze multi-meldkamertaken zullen gedurende de bouwplanfase tijdelijk en grotendeels gefinancierd worden door de politie / LMS, zoals is overeengekomen met de directeur LMS. De verwachte opening van de nieuwe Meldkamer Oost Nederland (MKON) is voorzien in het voorjaar 2023.
Dit betekent dat de GR MON voor 2023 weer een kleine operationele begroting kent. Dekking van deze begrotingsuitgaven vindt niet plaats vanuit een bijdrage van de VNOG aan de GR MON maar uit het gereserveerde exploitatieoverschot van de jaarrekening 2019 van de GR MON dat hiervoor beschikbaar is gehouden. De VNOG participeert samen met de Veiligheidsregio IJsselland, de districten NOG en IJsselland binnen de politie-eenheid Oost en de vergunninghouders ambulancezorg in de regio’s NOG en IJsselland in het bestuur van de MON. De MON heeft een gering eigen vermogen dat bij de opheffing van de gemeenschappelijke regeling aan de deelnemende partijen zal worden uitgekeerd. Relatie met doelstelling Volgens de Wet veiligheidsregio’s is het bestuur van de Veiligheidsregio verantwoordelijk voor het instellen en in standhouden van een gemeenschappelijke meldkamer. Beleidsvoornemens / ontwikkelingen Het invoeren van de Landelijke Meldkamer Samenwerking met tien locaties in Nederland (waaronder Apeldoorn) zorgt voor een grote impact. In 2022 zal het gebouw voor de nieuwe Meldkamer Oost Nederland (MKON) in Apeldoorn worden opgeleverd waarna de verdere inrichting van het gebouw kan worden opgepakt eindigend in het volledig operationeel zijn van de nieuwe MKON in het voorjaar 2023.
De vijf veiligheidsregio’s die deel uit maken van het dekkingsgebied van de nieuwe MKON zijn van plan om de kosten van de exploitatie (personeel en bijkomende kosten) voor zover die voor rekening blijven van een Veiligheidsregio vanuit één begroting te gaan beheren. Deze begroting zal dan onderdeel worden van de begroting van de VNOG waarbij de overige vier veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren aan de VNOG. Zodra de besluitvorming hierover is afgerond zal ook een begrotingswijziging voor het jaar 2023 aan het AB VNOG worden voorgelegd.
Pagina 55 van 71
Het bestuurlijk belang A.J.M. Heerts, AB lid MON. J.N. Rozendaal, AB lid MON. Het financieel belang Bijdrage 2023: € 0,-
Bijdrage 2023: € 0,-
Omvang Eigen- Vreemd vermogen MON Eigen vermogen: 1-1-2023: € 291.283,Vreemd vermogen: 1-1-2023: € 0,-
31-12-2023: € 0,31-12-2023: € 0,-
De omvang van het verwachte resultaat 2023 voor de GR MON bedraagt circa € 45.000,- negatief. Dit tekort wordt gedekt uit de algemene reserve van de GR MON. Het restantsaldo van de algemene reserve zal bij de liquidatie van de GR MON in 2023 worden verdeeld over de participanten zodat er ultimo 2023 geen eigen vermogen meer zal resteren. Wel bestuurlijk belang, maar geen financieel belang Het verdient de aanbeveling om in deze paragraaf ook die partijen te noemen waar de VNOG wel een bestuurlijk belang in heeft, maar geen financieel belang. NIPV (voorheen: IFV) Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV (voorheen: Instituut Fysieke Veiligheid, IFV) is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s.
Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. De burgemeester van Apeldoorn, tevens voorzitter van de VNOG, is de voorzitter van het dagelijks bestuur van het NIPV. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister. BOGO De stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten / directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen.
VBC en SAMIJ De VNOG neemt deel aan het VBC (Veluws Bosbrandweer Comité) en SAMIJ (Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied). Pagina 56 van 71
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) is de eigen zelfstandige werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s. Deze vereniging onderhandelt vanaf 2022 namens de besturen van de veiligheidsregio’s met de werknemersorganisaties over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Het bestuur van de WVSV vormt de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) en een ambtelijk secretaris/adviseur. De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringstaken ondersteund door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Stichting Risicobeheer en Stichting Waarborgfonds Voor de veiligheidsregio’s vergt het verzekeringsdossier steeds vaker specialistische kennis. Daarnaast is het steeds moeilijker om hun risico’s te verzekeren (met name de risico’s van arbeidsongevallen) en is sprake van stijgende verzekeringspremies. Nauwere samenwerking tussen de veiligheidsregio’s is een goede mogelijkheid om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden.
Daarmee is het eveneens mogelijk om aanspraken van repressieve medewerkers, die bij hun werkzaamheden aan vergelijkbare risico’s blootstaan, gelijk te trekken. De veiligheidsregio’s kunnen hun kennis en (in de regel beperkte) personele capaciteit op het gebied van verzekeringen bundelen en een gezamenlijk fonds oprichten. Deze samenwerking tussen de veiligheidsregio’s krijgt vorm in twee stichtingen: de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (opgericht begin 2022) en de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s (waarvan de oprichting naar verwachting in de loop van 2022 zal volgen). De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s.
Pagina 57 van 71
5.7. Openbaarheidsparagraaf Per 1 mei 2022 voldoet VNOG aan de minimale vereisten Op 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. Deze wet vervangt de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Deze nieuwe wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Daarbij moet de informatie in goede, geordende en toegankelijk staat zijn. De VNOG heeft een Woo- contactpersoon benoemd, die vragen kan beantwoorden over de beschikbaarheid van informatie. De VNOG streeft ernaar om per 1 mei 2022 te voldoen aan de minimale vereisten die de Wet open overheid (Woo) stelt. Hiermee wordt de wettelijke fasering van de Woo gevolgd. Voor elke fase worden de documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar gemaakt. Per 1 mei 2022 zullen verzoeken om openbaarmaking van informatie afgedaan worden via de regels van de Woo. Ook zullen documenten actief openbaar gemaakt worden, in eerste instantie via de website. Om dit mogelijk te maken wordt de website geactualiseerd en gebruiksvriendelijker ingericht, waarbij aandacht is voor de verschillende categorieën van informatie die op grond van de Woo actief openbaar gemaakt moeten worden. Ondertussen wordt het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) ontwikkeld. Wanneer PLOOI gereed is, zal hierop worden aangesloten.
Na 1 mei 2022: verbetering informatiehuishouding In de periode na 1 mei 2022 zal onderzocht worden hoe de informatie waar de VNOG over beschikt, beter vindbaar en duurzaam ontsloten kan worden. Daarbij zal zoveel mogelijk aangesloten worden bij het nog te ontwikkelen meerjarenplan van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Door middel van fasering en een stappenplan zal in een aantal jaar de overheidsinformatiehuishouding op orde gebracht worden.
Pagina 58 van 71
Bijlage 1. Kerngegevens Aantal inwoners (per 1 januari 2021). Gemeente 1. Aalten 2. Apeldoorn 3. Berkelland 4. Bronckhorst 5. Brummen 6. Doetinchem 7. Elburg 8. Epe 9. Ermelo 10. Harderwijk 11. Hattem 12. Heerde 13. Lochem 14. Montferland 15. Nunspeet 16. Oldebroek 17. Oost Gelre 18. Oude IJsselstreek 19. Putten 20. Voorst 21. Winterswijk 22. Zutphen Totaal
Inwoners 27.120 164.781 43.846 36.087 20.884 58.270 23.429 33.198 27.016 48.726 12.228 18.776 33.948 36.031 28.021 23.760 29.574 39.346 24.365 24.790 29.022 48.111 831.329
Deze cijfers zijn gebaseerd op de definitieve CBS-gegevens van 1 januari 2021.
Pagina 59 van 71
Bijlage 2. Gemeentelijke bijdragen 2023 Bedrag 48.264.000 1.214.000 49.478.000
Begroting 2022 Effect Kadernota 2023 Begroting 2023
Gemeente
Percentage
Bijdragen gemeenten 2023
Aalten
3,23%
1.598.000
Apeldoorn
21,17%
10.474.000
Berkelland
5,61%
2.775.000
Bronckhorst
4,80%
2.374.000
Brummen
2,42%
1.197.000
Doetinchem
6,60%
3.265.000
Elburg
2,60%
1.287.000
Epe
4,06%
2.008.000
Ermelo
3,35%
1.658.000
Harderwijk
5,13%
2.538.000
Hattem
1,23%
608.000
Heerde
2,02%
1.000.000
Lochem
4,69%
2.320.000
Montferland
4,27%
2.113.000
Nunspeet
3,13%
1.548.000
Oldebroek
2,65%
1.311.000
Oost Gelre
3,60%
1.781.000
Oude IJsselstreek
4,39%
2.172.000
Putten
2,71%
1.341.000
Voorst
3,05%
1.509.000
Winterswijk
3,62%
1.791.000
Zutphen
5,68%
2.810.000
100,00%
49.478.000
Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. Als verdeelsleutel geldt de procentuele verdeling tussen de gemeenten uit het verdeelmodel. Het verdeelmodel is op zijn beurt gebaseerd op de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding. Het verdeelmodel is ingegaan per 2017 en heeft een ingroeipad gekend. Per 2021 is het verdeelmodel volledig van kracht. Verder is het verdeelmodel per 2021, conform de gemeenschappelijke regeling VNOG, nog herijkt. Volgens de gemeenschappelijke regeling VNOG vindt een dergelijke herijking éénmaal per vier jaar plaats. De percentages van het verdeelmodel in voorgaande tabel gelden dus vanaf 2021 voor vier jaren. In 2024 vindt weer een herijking plaats, zodat per 2025 het bijgestelde verdeelmodel van kracht kan worden. De bijdrage voor 2023 is gebaseerd op de bijdrage voor 2022 met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2023.
Pagina 60 van 71
Bijlage 3. Overzicht programma 8 Het programma 8 (‘Kazernes en overgangsrecht’) wordt één op één met alleen de betrokken gemeenten verrekend. Het gaat hier om de kazernes die in eigendom van de VNOG zijn (ApeldoornSaba, Doetinchem). Daarnaast lopen er exploitatiekosten van de kazernes binnen de gemeente Epe en Zutphen over de VNOG-rekening, welke 1:1 aan die gemeenten worden doorberekend. Voorts gaat het om de afwikkeling van de financiële gevolgen van individuele afspraken met gemeenten inzake het overgangsrecht met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend. Individueel per gemeente af te rekenen overgangsrecht kazernes Apeldoorn 958.000 1.011.000 Doetinchem 159.000 Epe 56.000 Zutphen 82.000 Totaal 1.117.000 1.149.000
Gemeente
Pagina 61 van 71
Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen Overzicht reserves en voorzieningen
Voorlopige stand jaarrekening 2021
+ of -/2022
Geraamde stand begroting 2023 (1-1)
+ of -/2023
Geraamde stand begroting 2024 (1-1)
+ of -/2024
Geraamde stand begroting 2025 (1-1)
+ of -/2025
Geraamde stand begroting 2026 (1-1)
+ of -/2026
Geraamde stand begroting 2027 (1-1)
Voorlopig rekeningresultaat 2021 (€ 5.266.036 ) Bestemmingsreserves Algemene Reserve
1.135.114
Jeugdbrandweer Oost-Gelre
5.436
Tijdelijke reserve Egalisatiereserve afschrijvingen Bestemmingsreserve Frictiekosten LMO Bedrijfsvoeringreserve
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
5.436
5.436
5.436
5.436
0
0
0
0
608.000
-608.000
2.906.529
55.000
2.961.529
500.000
169.850
3.131.379
500.000
-94.150
3.037.229
-75.000
0 -125.000
0
0
500.000
-1.583.150
1.135.114 5.436 0
1.454.079
-4.407.400
-2.953.321
500.000
500.000
-500.000
1.979.500
1.979.500
1.979.500
0
0
0
3.000.000
-609.000
2.391.000
-336.500
2.054.500
Reserve incidentele veranderkosten
434.468
-33.000
401.468
-401.468
0
Reserve frictiekosten risicobeheersing
365.000
-120.000
245.000
-120.000
125.000
Reserve bijkomende kosten materieelspreidingsplan
297.517
-50.000
247.517
-40.000
207.517
-40.000
167.517
Reserve vervanging operationeel uniform
100.000
100.000
100.000
-100.000
0
0
0
Egalisatiereserve ‘inzetten (uitruk)’
400.000
400.000
400.000
400.000
400.000
400.000
Reserve zelfredzaamheid en risicobewust totaal bestemmingsreserves Totaal reserves
516.607 10.268.671
-1.365.000
10.268.671
516.607
-516.607
0
8.903.671
-1.244.725
7.658.946
8.903.671
-30.000
0 -434.150
7.658.946
7.224.796
137.517
0 -30.000
0 -1.613.150
5.611.646
107.517
0 -4.937.400
674.246
7.224.796
5.611.646
674.246
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Voorzieningen voor risico's en verplichtingen FLO Stedendriehoek
50.000
Arbeidskostengerelateerde voorziening
70.000
-22.000
50.000
596.772
75.000
532.662
60.000
50.000
48.000
-24.000
671.772
-671.772
592.662
-592.662
24.000
-24.000
0
Voorzieningen door derden beklemde middelen Voorziening onderhoud groot kazerne Doetinchem* Voorziening groot onderhoud kazerne Harderwijk* Totaal voorzieningen
1.249.434
1.362.434
0 0 74.000
50.000
* in 2022 eindigt de periode van 10 jaar, waarbij deze kazernes om fiscale redenen in eigendom van de VNOG zijn. Het eigendom gaat dan weer terug naar de betreffende gemeente.
1. Algemene Reserve − Doel: afdekking van risico’s. De Algemene Reserve vormt het weerstandsvermogen. − Hoogte: de Algemene Reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit, samen met de Bedrijfsvoeringsreserve en de Post Onvoorzien. Voor de benodigde weerstandscapaciteit geldt een weerstandsratio van 1 – 1,4. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten. Een mutatie in de Algemene Reserve dient conform de gemeenschappelijke regeling VNOG ter zienswijze aan de raden te worden voorgelegd. 2. Reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre − Doel: jeugdgroep Oost Gelre van de Jeugdbrandweer VNOG. − Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie Stichting). − Duur: n.t.b. − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 3. Egalisatiereserve afschrijvingen (kapitaallasten) − Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen a.g.v. afstoten van materieel4 (= bestaand beleid). Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten. − Hoogte: geen minimum, geen maximum. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling. 4 verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis
Pagina 62 van 71
4. Bestemmingsreserve frictiekosten Landelijke meldkamer (LMO) − Doel: dekking frictiekosten vorming Landelijke meldkamer (AB 27-6-2019). − Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). − Duur: 2020-2026. − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 5. Bedrijfsvoeringsreserve − Doel: algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. Is onderdeel van de weerstandscapaciteit. − Hoogte: De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB-besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten 6. Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten (organisatieontwikkeling) − Doel: ter dekking van programma “De Expeditie” (organisatieontwikkeling VNOG), zie Toekomstvisie (AB 15-1-2020). − Hoogte: € 500.000 (AB 12-12-2019) + € 540.000 (AB 25-6-2020) = € 1.040.000. − Duur: tot eind 2023. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 7. Reserve frictiekosten Risicobeheersing (frictiekosten Omgevingswet / RB) − Doel: dekken personele frictiekosten transitie Risicobeheersing i.r.t. Omgevingswet. − Hoogte: € 485.000, uit overschot p-budget RB 2020.
− Duur: 2021-2024, onttrekking voor inhuur ter vervanging gedurende opleidingen en tijdelijke overbezetting van nieuwe medewerkers, in te werken door vertrekkende medewerkers. − Mutaties: via AB-besluit door vaststelling van de begroting 2021-2024, waarin voor vier jaar een onttrekking van € 121.000 is opgenomen. 8. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan − Doel: ter dekking van ‘flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan’ (AB 25-6-2020). − Hoogte: € 360.000. − Duur: tot eind 2027. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 9. Reserve vervanging operationeel uniform (dienstkleding) − Doel: dekking vervanging dienstkleding. − Hoogte: € 400.000, uit overschot 2020-2021. − Duur: 2022-2024. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie
Pagina 63 van 71
10. Egalisatiereserve inzetten (uitruk) − Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrotingsbeeld, rustig verloop gemeentelijke bijdrage (AB 25-6-2020). − Hoogte: max. € 400.000. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het budget uitruk binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbepaling. 11. Reserve programma Zelfredzaam & Risicobewust − Doel: De grondslag van het programma is de pijler 'Zelfredzaam en Risicobewust' uit de Toekomstvisie. Het doel is om de zelf- en samenredzaamheid te vergroten door het risicobewustzijn van burgers, instellingen en bedrijven te beïnvloeden en hen te stimuleren tot het nemen van beheersmaatregelen die veiliger gedrag bewerkstelligen. Een ander belangrijk doel is om daar te acteren en te interveniëren waar de risico's zich bevinden. − Hoogte: € 550.000, uit jaarrekeningresultaat 2020. − Duur: 2021-2023. − Mutaties: AB besluit
Pagina 64 van 71
Bijlage 5. Overzicht taakvelden 2022
2023
ta a kvel den
oms chri jvi ng
0.1
bes tuur
0.10
res erves
55.000
398.000
169.850
1.414.575
0.4
overhea d
12.039.222
154.000
13.957.990
178.000
0.5
trea s ury
586.000
586.000
420.300
420.000
0.8
overi ge ba ten en l a s ten
1.1
cri s i s beheers i ng en bra ndweer 46.586.710 59.829.000
44.773.367
59.870.000
60.967.000 60.967.000
61.882.575
61.882.575
l a s ten
ba ten
l a s ten
ba ten
20.000
1.700.068
2.541.068
De transitie binnen de VNOG in nog niet geheel afgerond. Ook moet van alle functies opnieuw bepaald worden of deze volgens de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording onder het taakveld 0.4 Overhead vallen of onder het taakveld 1.1 Crisisbeheersing en brandweer. Dit wordt ter hand genomen als de transitie is afgerond. De verdeling van kosten tussen de taakvelden overhead en crisisbeheersing en brandweer zullen hierdoor veranderen.
Pagina 65 van 71
Bijlage 6. Beleidsindicatoren In de voorschriften van het BBV is een basisset van 39 beleidsindicatoren opgenomen. De beleidsindicatoren zijn niet genormeerd door het rijk. De volgende indicatoren moet de VNOG opnemen: Indicator
begroting 2022
begroting 2023
0,41
0,40
Formatie: aantal FTE per 1.000 inwoners Bezetting: aantal FTE per 1.000 inwoners
onbekend
0,37
Apparaatskosten: kosten per inwoner
€ 14,54
€ 16,58
Externe inhuur: kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
0,82% 24,11%
22,33%
Overhead: % van totale lasten
0,84%
Ook hier zal het percentage overhead wijzigen door de verdeling van salarissen tussen overhead en crisisbeheersing en brandweer.
Pagina 66 van 71
Bijlage 7. Geprognotiseerde meerjarenbalans In het BBV is opgenomen dat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans moet worden opgenomen in de begroting (artikel 22 en 23 – BBV): Begrotingsjaar T
Activa
2023 T-2 31-12-2021
T-1 31-12-2022
T 31-12-2023
T+1 31-12-2024
T+2 31-12-2025
T+3 31-12-2026
(im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
43.110
50.730
49.962
68.004
79.934
92.062
43.110
50.730
49.962
68.004
79.934
92.062
Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
7.146 31 3.451 10.628
5.054 31 2.751 7.836
6.201 31 2.751 8.983
4.747 31 2.751 7.529
2.851 31 2.751 5.633
-1.345 31 2.751 1.437
Totaal Activa
53.738
58.567
58.945
75.533
85.567
93.499
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
15.535 1.249 28.067 44.851
13.570 1.362 35.447 50.380
12.325 74 38.359 50.758
11.891 50 55.405 67.346
10.278 50 67.052 77.379
5.340 50 79.921 85.312
2.231 6.657 8.887
2.231 5.957 8.187
2.231 5.957 8.187
2.231 5.957 8.187
2.231 5.957 8.187
2.231 5.957 8.187
53.738
58.567
58.945
75.533
85.567
93.499
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva
Uit bovenstaande meerjarenbalans blijkt dat de uitzettingen in de schatkist (liquide middelen) in 2026 ontoereikend zijn zonder aanvullende financiële middelen. Dit verloop wordt veroorzaakt door een sterkte toename van de onttrekkingen uit de (in eerdere jaren) gevormde reserves en met name ook de uitputting van de egalisatiereserve afschrijvingen (zie ook de toelichting van de ramingsgrondslagen kapitaalslasten onder de paragraaf Bedrijfsvoering).
Pagina 67 van 71
Bijlage 8. Kredieten 2023-2026 kredietaanvragen (meerjaren) begroting 2023-2026 bedrag in € Soort activa
Materieel
Inventaris
PBM Comm.
Paraat
Kredietomschrijving Voertuigen, aanhangers en boten
Piket
Voertuigen AC/OIV/AGS/FBO/TBO/(H)OvD/CvD
Dienst
Voertuigen en aanhangers (aggregaten)
Overig
Logistieke hulpmiddelen
Tankautospuit HV
(Red)gereedschappen, apparatuur, armaturen e.d.
(H)OvD, CvD, AGS, FBO, TBO
Inventaris AGS, apparatuur
WVD/Vakbekw.heid
jaar 2023 8.850.000
PPMO
Personeel
Pakken, laarzen, helmen
WO
Duikuitrusting en -apparatuur
C2000
Verbindingsapparatuur, schermen e.d.
62.000
0
37.000
209.000
840.000
551.000
574.000
3.764.000
0
0
118.000
0
118.000
446.048
1.343.916
1.683.440
1.138.320
4.611.724
0 0
19.000 0
0 0
0 0
19.000 0
0
0
142.000
0
142.000
766.000
232.000
681.000
49.000
1.728.000
0
21.000
0
19.000
40.000
776.000
1.145.000
27.000
614.000
2.562.000
72.000
63.000
16.000
15.000
166.000
114.000
29.000
0
0
143.000
Slangen(apparatuur)
19.000
19.000
0
0
38.000
Werkstat.
Gebruikersmiddelen ICT
56.000
56.000
56.000
525.000
693.000
Gis.comp.
Apparatuur
Infrastruc./ Server/ Netwerk
GHOR appl.syst.
Facilitair
ICT: infrastructuur, applicatiesoftware e.d. GHOR voertuigen (Citty Giss)
0
24.000
30.000
18.000
72.000
81.000
602.000
469.000
836.000
1.988.000
0
30000 71.000
0
0
30.000
71.000
71.000
284.000
Telefonie
ICT Smartphones GBM
71.000
GHOR C2000
Verbindings(apparatuur)
29.000
0
0
0
29.000
0
626.000
0
155.000
781.000
50.000
100.000
0
250.000
400.000
0
37.000
0
0
37.000
31.000
31.000
31.000
31.000
124.000
Bouw/renovatie Huisvesting
totaal 59.690.000
Ademlucht(apparatuur), was-/droogapparatuur
PBM W atervoeren-de armaturen
Comm. / ICT
jaar 2026 17.573.000
110.000
Auto/ techniek/ metaal Compressoren, hefbrug
Werkplaats
jaar 2025 14.800.000
1.799.000
Apparatuur
PPMO baan
jaar 2024 18.467.000
Aanpassing gebouwen, zeecontainers
Demarcatie
Inrichting/meubilair kazarnes
Tech.install.
Aanpassing installaties
Audio.V.M.
Krediet jaarlijkse vervanging
Meubilair
Jaarlijkse vervanging en overig meubileir
Totaal kredietaanvraag
112.500
50.000
414.000
72.000
648.500
13.382.548
23.867.916
19.089.440
21.977.320
78.317.224
Pagina 68 van 71
Bijlage 9. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s Nr. Risico's en oorzaken
Gekwantificeerde risico's Beheersmaatregelen
Kans in % bedrag
Effect in euro's toelichting berekening
Weerstandscapaciteit € 75.000
1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS) met gevaar voor discontinuïteit meldingen. Tijdig anticiperen, door de medewerkers een plek te geven in de De VNOG raakt de huidige taak en systemen kwijt. Het risico is dat twee medewerkers niet ingepast formatie. De kans dat dat niet lukt (zonder meerkosten) neemt met kunnen worden in de formatie. De zekerheid dat deze winstgevende activiteit uit de begroting valt is de jaren af en wordt ingeschat op gemiddeld 50%. Tegelijk wordt structureel opgenomen bij de autonome ontwikkelingen. daarbij gekeken naar het mogelijk behoud van de informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de Voldoende aandacht geven aan afstemming tussen de VNOG en de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. gemeenten t.a.v. de uit te voeren dienstverlening (tempo en het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG. inhoudelijk). Inhuur extra personeel om (tijdelijk) synchroom oude (preventist) en nieuwe taken uit te voeren en met gemeenten af te stemmen over afbouw/overgang taken. 3 Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwilligers brandbestrijding.
Naast organiseren en participeren in activiteiten en acties die de Door vergrijzing is uitstroom van vrijwilligers te verwachten. Daarnaast is er meer verloop onder binding van vrijwilligers bevorderen, is het opstellen en uitvoeren brandweervrijwilligers, aangezien zij minder lang aan een brandweerkorps verbonden zijn (dit is een van strategisch personeelsplanning (leeftijdsopbouw, gespreksmaatschappelijke trend bij vrijwilligers in het algemeen). cyclus, opleidingsplan), per district en per post, van belang. 4 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding, geeft risico op fouten, uitval Naast sturing op voldoende inzet repressieve capaciteit en sancties (Arbeidstijden). (vrijwilligers); optimaliseren roosteren beroepsme-dewerkers Bij een aantal kazernes (w.o. bij kazernering) is sprake van onvoldoende personele repressieve capaciteit (dagdienst). Ontwikkeling risico houdt verband met uitwerking (m.n.vrijwilligers). bouwsteen Verplichtend Karakter (vrijwilligers). 5 Prijsstijgingen (boven reguliere aanpassing) en beperkte marktwerking brandweermaterieel en -materiaal. Doorrekenen financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) van Wereldwijde ontwikkelingen (in 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van mogelijke prijsstijgingen voor brandstof en kleding (prijsstijgingen aanbod, doen de (grondstof)prijzen van m.n.
energie en katoen, stijgen. Hogere kosten blijven dan voor de vervangingsprogramma blusvoertuigen zijn separaat opgenomen). VNOG, omdat er een geen mogelijkheid is van nacalculatie. De prijsstijgingen kunnen worden versterkt Bij grotere volumes en eigen eisen, kan de VNOG zelfstandig door een gebrekkige marktwerking voor (specifiek) brandweermaterieel en -materiaal. aanbesteden i.p.v. in IFV verband.
50%
150.000
Personele kosten afbouw jaren: € 450.000, rekening houdend met reservering frictiekosten in 2021, opnemen € 150.000
50%
640.000
Inhuur 4 fte (à € 80.000) voor uitvoering synchroon van taken oud en nieuw bij invoering Omgevingswet, voor 2 jaar.
320.000
70%
408.000
Kosten opleiden 10% meer te werven vrijwilligers: 8 per jaar. Opleidings- en bijkomende kosten € 17.000 per jaar, voor 3 jaar.
286.000
30%
50.000
Mogelijke boete i.h.k.v. de arbeidstijdenwet. Berek.: max. 50 medew. , boete € 200 per dag (max. 5 dagen).
15.000
70%
100.000
Stijging prijzen boven reguliere index van alleen brandstof (energie) en kleding. Kosten per jaar 1 mln., berekend stijging 10%, voor 1 jaar.
70.000
6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieelspreidingsplan (MSP) brandbestrijding t.a.v. materiële kosten. Vervangingen in het kader MSP worden vertraagd m.n. door prijsstijgingen en schaarste van grondstoffen. Vertraging vervanging - en voortschrijdende inzichten bij vervanging materieel leiden tot latere besparingen op de exploitatiekosten. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieelspreidingsplan (MSP) brandbestrijding t.a.v. personele kosten (formatie onderhoud, uren vrijwilligers en kosten vakbekw.worden). Vervangingen in het kader MSP worden vertraagd m.n. door prijsstijgingen en schaarste van grondstoffen. Vertraging vervanging materieel leidt tot een vertraagde of minder grote krimp van het repressief beroepspersoneel en/of de vrijwilligers, met gevolgen voor de verwachte besparingen op vergoedingen en kosten van vakbekwaam worden en blijven. 8 Uitval voor repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. Defect materieel kan niet tijdig gerepareerd worden, omdat onderdelen niet voorradig zijn. Heeft verband met schaarste grondstoffen en een beperkt aantal (overgebleven) leveranciers van brandweermaterieel en -materiaal.
Doorrekenen incidentele financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) t.a.v.uitgestelde realisatie besparingsmogelijkheden materiële kosten bij vertraging uitvoering MSP.
50%
160.000
80.000
Doorrekenen incidentele financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) t.a.v. uitgestelde besparingsmogelijkheden personele kosten bij mogelijke verdere vertraging.
50%
770.000
Besparingen op materiële kosten, bij opschuiving vervangingsplan materieel van 2022/2023 naar 2024, ontstaan 2 jaar later. Eenmalig niet gerealiseerde besparing € 160.000 in 2022 en 2023. Besparing op personele kosten, bij opschuiving vervangingsplan materieel van 2022/2023 naar 2024, ontstaan 2 jaar later. Eenmalige niet gerealiseerde besparing € 550.000 in 2022 en 2023 (oplopend in jaren door toename besparingsdoelstelling).
Op voorraad zetten/houden en alloceren van extra (vervangend) materieel (w.o. onderdelen) voor brandbestrijding.
30%
90.000
Pagina 69 van 71
Berekening inhuurkosten benodigd voor vervangend materieel €.30.000 per jaar.
385.000
27.000
9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen van blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
Naast de financiële gevolgen (voor de egalisatiereserve) van de huidige (najaar '21) verwachte prijsstijgingen MSP - welke zijn verwerkt in de Kadernota-/ Begroting 2023 - extra prijstijgingen voor de uitvoering als risico doorrekenen (voor weerstandscapaciteit).
30%
500.000
Berekening kapitaalslasten voor 3 jaar bij een (extra) stijging van 5% van de prijzen voor de vervangingen (50 mln.) i.h.k.v. MSP.
150.000
10 Onvoldoende oefenmogelijkheden voor oefenen onder realistischer omstandigheden voor Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden op VNOG-vakbekwaamheidspleinen worden beperkt bij het niet voldoen aan eisen van RI&E (omissies vastgesteld voor ASK). Bij onvoldoende mogelijkheden om met eigen faciliteiten de vakbekwaamheid op peil te houden, zou gekeken kunnen/moeten worden naar het gebruik externe locaties. Dit brengt extra kosten met zich. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit de RisicoInventarisatie en -Evaluatie (RI&E). De status van de (uitvoering van de) wettelijke vereiste keuringen van de (gemeentelijke) kazernes is onduidelijk, daarbij is onzeker wie de kosten voor noodzakelijke aanpassingen gaat betalen. Extra verhuiskosten tijdelijke huisvesting) en faciliteiten kantoorpersoneel. 12 Onzekerheid termijn overbrugging na vertrek Europaweg ultimo 2023.
Doorvoeren maatregelen waardoor de vakbekwaamheidspleinen voldoen aan de eisen. Waar nodig (tijdelijk) gebruik maken van (andere) externe locaties.
50%
25.000
Incidenteel extra kosten ter overbrugging i.v.m. voldoen vakbekwaamheidslocaties aan eisen.
13.000
Conform bestuurlijke besluitvorming (dec.'21) afspraken maken met gemeenten in het kader van demarcatie. Voor mogelijke spoedeisen kosten, financiële middelen opnemen.
50% en 10%
96.000
Kapitaalslasten: resp. aanpassing routing vervuilde kleding (€ 24.000 per jaar) en aanpassing muren ademluchtwerkplaatsen (€ 8.000 per jaar), voor 3 jaar.
38.000
Uitkomsten onderzoek (toekomstige) huisvesting medewerkers, na vertrek Europaweg ultimo 2023, verwacht in 2022. Alternatieve mogelijkheden, i.s.m. 1-post gedachte in Apeldoorn, niet verwacht voor 2026. Beleid - en mogelijkheden van (toekomstbestendige) huisvesting voor thuiswerken uitwerken en (voorlopig) opnemen risico extra kosten thuiswerken.
90% en 30%
300.000
(1) tijdelijke huisvesting (EW)/dubbele verhuizing 300.000 euro (1e: 90%, 2e: 30%).
360.000
50%
263.250
132.000
Plan van aanpak Baseline informatieveiligheid (BIO) gereed. Voorzien in uitwijkmogelijkheden voor (alternatie) uitvoering kritische ICT processen. N.a.v. de cyberaanval in 2020 wordt de ICTomgeving van de VNOG actief gemonitord, daarmee wordt het risico op en de impact van een volgende hack verminderd. Het risico op een hack blijft echter bestaan, omdat cybercrime zich snel ontwikkelt en steeds vernuftiger wordt. Doorvoeren interne controle -/beheersmaatregelen, procesbewaking, procedurevastleggingen en kennisverbetering medewerkers. Uitsplitsen benoemde (oorzaken) risico's. Voor FLOuitvoering is externe ondersteuning aangetrokken. Beleid en (centrale) sturing op het inkoop(proces) resp. verduidelijken en verbeteren en VNOG-breed inzichtelijk maken bij welke inkopen er sprake is/kan zijn mogelijke aanbestedingsplicht. Gesprekken met de gemeenten over het demarcatievraagstuk, hebben inmiddels meer zicht gegeven op de te maken afspraken daaromtrent. De personele aanspraken na een dienstongeval worden voor alle veiligheidsregio's gelijk getrokken. Onderzocht wordt de mogelijkheid minder te verzekeren en schades als collectief te dragen. Het eigen risico kan dan meer gaan fluctueren.
50%
500.000
Berekening kosten (meer) thuiswerken voor alle (300) medewerkers. Berekening voor 3 jaar: uitgaande van gemiddeld 2 dagen per week, vergoeding € 2 per dag en 45 weken per jaar. Daarnaast eens per 6 jaar een vergoeding per medewerker van € 675. Kosten opheffen gijzeling c.q. gevolgen hacks e.d. (o.b.v. cijfers hack 2020).
30%
350.000
Berekening o.b.v. percentage personele kosten 1% van € 35 mln. (beroeps + vrijwilligers).
105.000
10%
150.000
Berekening o.b.v. percentage en volume inkoop (w.o. investeringen) 0,5% van € 30 mln.
15.000
10%
600.000
60.000
Inbreng in begrotingsproces IFV.
30%
Afhankelijk van de wijze waarop het collectief dragen van schades wordt georga-niseerd, gaat de berekening (nog) uit van de verzekeringsoptie met een risico van premiestijging van € 200.000 p.j., voor 3 jaar. 60.000 Berekend risico: stijging 5% huidige bijdrage € 400.000, voor 3 jaar. 1.500.000 Berekening: verwachte investeringen c.q. (her)financiering in de periode 2022 t/m 2024: €.50 mln. Risico stijging gemiddeld van 0,8% naar 1,8%, voor 3 jr. 300.000 Mogelijk bedrag boete per overtreding € 300.000. Kans relatief gering.
13 Ontwikkelingen m.n. als gevolg van de corona-pandemie, vereisen aanpassingen benodigde faciliteiten voor het werken op kantoor en thuis.
14 Digitale verstoring, onder meer vanwege cybercrime. Belemmerd worden in de uitvoering van crisis- en incidentbestrijdingsactiviteiten en ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door verstoring van de systemen voor de informatie- en telecommunicatietechnologie. ICT omgeving wordt geraakt door defecten infrastructuur of hardware, leverancier kan niet leveren, cybercrime.
15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers). Door onjuiste (aansluiting) basisgegevens; personele wisselingen HRM; onjuiste toepassing cao -/fiscale regelingen en onvoldoende controles/ - kennis, kunnen berekende salarissen/vergoedingen te hoog zijn en/of leiden tot boetes / eindheffing (ATW, WKR, FLO, reiskosten, IKB). 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen). De inkoopdiscipline wordt niet altijd tijdig betrokken in het proces van inkoop en inhuur. Bij de huisvestingsen facilitaire kosten komt hierbij de onduidelijkheid over de demarcatie. De gevolgen hiervan zijn mogelijke claims van leveranciers. Deze zijn, met inzet van externe juristen, tot op heden onterecht gebleken. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel (na dienstongevallen) en stijging verzekeringspremie. Door veranderingen in de verzekeringsmarkt, wijzigen de mogelijkheden van dekking bij (personele) aanspraken/- schades.
18 Stijging reële bijdrage aan IFV door bv. nieuwe taken.
19 Stijging financieringskosten bij aantrekken financiering d.m.v. leningen (vreemd vermogen). Door stijging In de berekende weerstandscapaciteit rekening houden met een van het rentepercentage kunnen de kosten voor (her)financiering toenemen. stijging van de rente.
50%
20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen.
10%
Aan plan van aanpak AVG wordt gewerkt. Bewustzijn voor privacyschendingen scherp houden, de uitvoering - en vastlegging van processen toetsen en waar nodig verbeteren.
Pagina 70 van 71
totaal weerstandscap.
250.000
18.000 750.000
30.000
3.179.000
Niet kwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Beheersmaatregelen
Kans in % bedrag
1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o. relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst van het afgeronde project Taakdifferentiatie -n.a.v. Europese eisen omtrent gelijkschakeling van rechtspositie tussen beroeps - en vrijwillige brandweer- is dat consignatie en kazernering van vrijwilligers t.z.t. niet meer kan en mag. Alternatieven hiervoor, zoals parttime aanstellingen, zullen resulteren in hogere personeelskosten .
In een zgn. bouwsteen Verplichtend Karakter worden de alternatieven voor het afschaffen van consignatie en kazernering bij vrijwilligers, uitgewerkt. De VNOG is nauw betrokken bij het opstellen van een implementatieplan, dat in april 2022 moet worden opgeleverd voor geheel brandweer Nederland.
2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand Vooreerst beoordelen of de financiële gevolgen van de materieel. Bij het later vervangen van bestaande blusvoertuigen, a.g.v. latere levering van de nieuwe, neemt het hogere onderhoudskosten bij latere vervanging risico op hogere onderhoudskosten toe. blusvoertuigen, kunnen worden opgevangen binnen de bestaande begroting. 3 Onzekerheid toekomstbestendige - en efficiënte uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren Opdracht geven voor het (verder) uitvoeren van nadere samenvoeging/-werking kazernes (Toekomstvisie bouwsteen 31 en 31a). onderzoeken van samenvoeging en -werking tussen Uitkomsten (nog op te starten) onderzoeken naar samenvoeging/-werking zijn nog niet bekend, zodat er nog Gendringen en Silvolde en in de grensstreek met Duitsland geen uitspraken kunnen worden gedaan over mogelijke verbeteringen van de uitvoering van de repressieve (Dinxperlo-Suderwick). Hiermee zal inzicht moeten worden activiteiten in en rond de plaatsen Gendringen en Silvolde en in de grensstreek met Duitsland (Dinxperloverkregen zowel in mogelijke verbeteringen als knelpunten (bijv. t.a.v. verschil in verwachtingen, 4 Suderwick). (On)mogelijkheid terugbrengen meerkosten kazernering dagdienst.
De mogelijkheden nader onderzoeken van het uitbreiden Bij de noodzaak van het (moeten) doorvoeren van de zgn. bouwsteen Verplichtend Karakter, valt de van roosteren van beroepspersoneel in de dagdienst en de mogelijkheid van het roosteren van vrijwilligers voor de repressieve (dag)activiteiten af en zijn mogelijke mogelijke flexibele inzet van medewerkers tussen mogelijkheden (van inhuur)Pandemie duurder. n.a.v. COVID-19. De consequenties van een pandamie als kazernes. 5 alternatieve (Nog) geen kwantificering van gevolgen Risicoprofiel vastgesteld op 10 december 2020. Pandemie is COVID -19, zijn voor de VNOG nog niet te kwantificeren.
daarin als risico opgenomen en tevens beleidsprioriteit voor 2021-2024. N.a.v. de ervaringen met COVID-19, wordt een pandemie als worst-case scenario, (opnieuw) tegen het licht gehouden.
Pagina 71 van 71
50%
Effect in euro's toelichting Voor verwachte hogere personeelskosten (bij overgang van vrijwilligheid naar parttime dienstverbanden) wordt voor het generieke landelijke aandeel van vrijwilligers, gerekend op een compensatie vanuit rijks-/ gemeentelijke middelen. Mogelijke toename van de kosten, indien mogelijk, opgevangen binnen de bestaande begroting van M&L.