CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

410772 Evaluatie subsidieregeling jeugd gemeente Epe 2019

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken 7 juli2.980 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Evaluatie subsidieregeling jeugd gemeente Epe 2019 Inleiding De subsidieregeling jeugd is van september 2019 tot en met december 2021 van kracht geweest. Doel van deze regeling was het lokale verenigingsleven in Epe te versterken, door jeugdigen te stimuleren lid te worden van één of meer lokale verenigingen. Met een groter aantal leden werd ook beoogd dat er meer vrijwilligers aan verenigingen werden verbonden. Want niet alleen jeugdigen leveren een bijdrage aan het verenigingsleven, maar ook hun ouders/verzorgers en/of voogden hebben veelal een actieve rol. 1 Om dit maatschappelijk effect te bereiken is met de subsidieregeling jeugd de financiële drempel om lid te zijn van één of meerdere verenigingen verlaagd. Ouders van kinderen tussen 5 en 18 jaar konden per jaar € 100,00 per kind ontvangen als bijdrage in de kosten die verbonden zijn aan het lidmaatschap van een lokale vereniging, zoals de kosten voor het lidmaatschap, voor sport- of culturele lessen die binnen een vereniging worden gegeven, voor kleding of voor andere attributen die samenhangen met de beoefende activiteiten. De looptijd van de subsidieregeling was van september 2019 tot en met december 2021, zijnde 2 jaar en 3 maanden. Deze evaluatie is bedoeld om te beoordelen of dat maatschappelijk effect is behaald.

Heeft de regeling bijgedragen tot meer jeugdleden en tot meer betrokken vrijwilligers? Wat is het oordeel van ouders en van de verenigingen? Hoeveel heeft de subsidieregeling gekost? De evaluatie loopt langs drie lijnen: 1. Analyse van de gegevens uit de gemeentelijk bestanden. 2. Onderzoek onder verenigingen. 3. Onderzoek onder ouders middels een enquête.

1. Analyse gemeentelijke bestanden Over de gehele looptijd van de subsidieregeling is € 387.900 aan toegekende subsidies verstrekt. Dat zijn 3879 lidmaatschappen. Om hoeveel unieke jongeren het gaat, is niet uit het Zaaksysteem te halen. Dat komt omdat de ouders de aanvragers zijn die worden geregistreerd, en niet de jongeren. In totaal zijn er 383 aanvragen afgewezen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de afwijzingsgronden. Tabel 1: Afwijzingsgronden Geen Totaal afwijzingen vereniging

Organisatie elders

Vereniging niet gevestigd in Epe

383

72

220

19 %

57 %

• •

1

Overig*

20

Niet voldoen aan de 12 maandenregeling 61

5%

16 %

2%

10

Geen vereniging. Hiermee wordt bedoeld een organisatie die gevestigd is in Epe maar que rechtspersoon geen vereniging is, maar een éénmanszaak, stichting, bedrijf. Organisatie elders. Hiermee wordt bedoeld dat de organisatie qua rechtspersoon geen vereniging is en bovendien ook niet is gevestigd in Epe

Voor de leesbaarheid wordt in het vervolg alleen ouders genoemd, maar daarmee ook verzorgers, opvoeders en voogden bedoeld.

2 • • •

Vereniging niet (statutaire) gevestigd in Epe. Hiermee wordt bedoeld: een organisatie die qua rechtspersoon wel een vereniging is maar niet is gevestigd in Epe Niet voldoen aan de 12 maanden regeling betreft ouders die niet voldoen aan de eis dat er per kind één keer per jaar een aanvraag wordt toegekend. Overig betreft afwijzingen op grond van: het niet overleggen van een bewijs van inschrijving, het niet woonachtig zijn in Epe en het niet voldoen aan de leeftijdseis.

Uit de tabel 1 Afwijzingsgronden blijkt dat ruim meer dan de helft van de afwijzingen (62 %) betrekking heeft op aanvragen voor het lidmaatschap bij organisaties die geen activiteiten in Epe uitvoeren. 19 % van de afgewezen aanvragen betreft het lidmaatschap bij organisaties die geen vereniging zijn, maar wel activiteiten in Epe uitvoeren. 16 % van de afgewezen aanvragen betreft het niet voldoen aan de 12 maanden regeling. Dit betreft toelichting. We weten dat een groot deel daarvan ouders betreft die te vroeg een aanvraag hebben gedaan voor het lidmaatschap in het tweede jaar van de looptijd van de subsidieregeling. Zij werden daarop gewezen en kregen de aanvraag later alsnog toegekend. Dat betekent dat het aantal afwijzingen lager is dan 383. Financieel overzicht subsidieregeling jeugd Voor de subsidieregeling was meer begroot dan is uitgegeven. In de programmabegroting 2019 2022 is in totaal € 832.000 beschikbaar gesteld. Daarvan is € 355.000 als vrijgevallen budget meegenomen in de jaarrekening 2021. De verdeling van het beschikbare budget € 832.000 zag er als volgt uit. Voor 2019 betrof dit € 412.000 en voor 2020 € 420.000. Hiervan was voor 2019 € 30.000 beschikbaar voor de voorbereiding van de regeling en € 13.000 voor de uitvoering van de regeling. In 2020 was voor de uitvoering € 30.000 beschikbaar en € 15.000 voor de voorbereiding.

Zie onderstaande tabel voor een specificatie van de kostenverdeling. Tabel: Financiële uitgaven subsidieregeling jeugd Totaal ter beschikking gestelde middelen subsidieregeling jeugd

€ 832.000

Toegekend subsidiebedrag Totaal voorbereiding / uitvoeringskosten 2019 Totaal voorbereiding / uitvoeringskosten 2020 Totaal uitvoeringskosten 2021 Ter beschikking gesteld voor de evaluatie in 2022 Vrijgevallen en meegenomen in de jaarrekening van 2021

€ 387.900 € 13.000 € 9.000 € 52.000 € 15.000 € 355.000

Getallen in deze tabel betreft afgeronde bedragen. Het totale bedrag dat is toegekend aan subsidieregeling is € 387.900. Dat is iets minder dan de helft van het totaal ter beschikking gestelde bedrag (€ 821.000). Dit bedrag was gebaseerd op een bereik van 80 % van de doelgroep in het eerste jaar, zijnde 4583 jongeren tussen 5 en 18 jaar. We weten niet hoeveel unieke jongeren lid zijn geworden. Maar uit onderstaande tabel met een overzicht van het aantal toegekende subsidies per maand, kunnen we wel afleiden dat de subsidieregeling niet het bereik heeft behaald dat we aanvankelijk hadden verwacht. Er werden over de gehele looptijd van de regeling immers 3879 lidmaatschappen afgesloten. Omdat het mogelijk was dat een en dezelfde jongere gedurende de looptijd tweemaal een beroep kon doen op de regeling, is het niet aannemelijk dat 3879 unieke jongeren lid zijn geworden. Waarschijnlijk gaat het eerder om de helft, namelijk 1939 jongeren.

3 Onderstaande tabel 2 laat de verdeling van de toegekende subsidies per maand zien. In 2019 werden 1758 aanvragen toegekend (€ 175.800), in 2020 werden 1145 aanvragen (€ 114.500) en in 2021 werden 976 aanvragen toegekend (€ 97.600). Tabel 2: Aantal toegekende subsidies per maand en per jaar

2019 jan feb mrt apr mei jun jul aug sept okt nov dec Totaal

1263 264 144 87 1758

2020 59 46 33 17 24 12 11 17 407 248 170 101 1145

2021 39 23 34 23 42 32 19 20 255 187 183 119 976

Hoeveel van die afgesloten lidmaatschappen waren nieuw? Dit is een belangrijke indicator om te zien of de subsidieregeling een toename van nieuwe leden heeft opgeleverd. Bij de aanvraag van de subsidieregeling hebben we dat geregistreerd. Over de hele periode gaat het om 416 nieuwe lidmaatschappen, dat is iets minder dan 11% van het totaal (3879). De meeste aanvragen voor de regeling hadden dus betrekking op jongeren die al lid waren van een vereniging.

2. Onderzoek onder verenigingen Om inzicht te krijgen of de regeling geleid heeft tot meer jeugdleden én meer betrokken vrijwilligers hebben we 35 verenigingen geselecteerd en per mail gevraagd antwoord te geven op een aantal vragen. Bij de selectie hebben we rekening gehouden met een zo heterogeen mogelijke samenstelling (cultuur, zang en dans, buiten en binnen sport, scouting). Twaalf verenigingen hebben gereageerd. Met vijf verenigingen is een aanvullend telefoongesprek gevoerd. Alle verenigingen waren op de hoogte van de Subsidieregeling. Op verschillende manieren hebben zij daar bekendheid aan gegeven: via de algemene ledenvergadering, bij aanmelding van nieuwe leden, door de Nieuwsbrief, via sociale media en door het verspreiden van de link. Acht verenigingen geven aan dat de regeling niet heeft geleid tot een toename van leden noch tot een toename van meer vrijwilligers. Drie verenigingen geven aan dat er een lichte toename van leden is geweest. Daarbij is opgemerkt dat het moeilijk te meten is of dit aan de subsidieregeling heeft gelegen. Slechts een vereniging heeft een beduidende toename gezien van leden onder de 10 jaar en daarmee ook een toename van vrijwilligers. Ook deze vereniging weet niet of de subsidieregeling van doorslaggevend belang is geweest.

Het feit dat tijdens de corona-periode activiteiten in de eigen vereniging doorgang konden vinden terwijl bij anderen niet, speelde wellicht een grotere rol, zo luidde de analyse.

4 Sommige verenigingen geven aan dat de subsidiemaatregeling er mogelijk toe heeft bijgedragen dat ouders tijdens de coronaperiode de contributie doorbetaalden, terwijl de activiteiten geen doorgang konden vinden. “Of het door de regeling komt dat er leden lid zijn geworden die dat anders niet zouden zijn, is voor

ons niet te meten. Wel waren ouders blij met de regeling, omdat het een bijdrage is in de kosten.” De meeste verenigingen beschouwen de subsidieregeling als een financiële prikkel om de deelname aan sport- en cultuur beoefening mogelijk te maken. “” … het stelt kinderen van ouders met een smalle beurs in staat om te sporten, zeker als het ouders

zijn die niet in aanmerking komen voor hulp van Stichting Leergeld”.” Sommige verenigingen vinden de subsidieregeling te beperkt is voor mensen met een krappe beurs. Anderen wijzen op het voordeel van de regeling voor ouders voor wie de kosten van het lidmaatschap geen probleem zijn.

“Ouders die het kunnen betalen laten hun kinderen sporten, ongeacht de subsidiemaatregel. Voor deze ouders is de subsidiemaatregel een ‘meevaller’. Voor ouders met een smalle beurs is de maatregel gebrekkig. Men moet namelijk eerst lid worden en contributie betalen, en dat kunnen zij niet”. Een vereniging wees op de fraudegevoeligheid van de regeling. Door de subsidieregeling werd deze vereniging geconfronteerd met ”spookleden”: ouders die een inschrijfbewijs vragen om een beroep te kunnen doen op de subsidiemaatregel, en die bij het eerste verzoek om contributie te betalen het lidmaatschap afmelden. Bij continuering van de subsidieregeling moet er ook gedacht worden aan een betere controle, zo luidde het advies. Een aantal verenigingen vinden dat als de regeling wordt gecontinueerd ook andere doelgroepen meegenomen moeten worden, zoals ouderen en mensen met een beperking.

Conclusie De verenigingen zijn kritisch over het effect van de subsidieregeling jeugd. De meesten vinden het geen geschikt middel om het verenigingsleven te versterken. De regeling heeft bij de meeste verenigingen niet duidelijk geleid tot meer leden of meer vrijwilligers. De financiële bijdrage komt bij ouders terecht. Daarmee kunnen de verenigingen niet beleidsmatig en anticiperend op bepaalde ontwikkelingen sturen of vernieuwingen doorvoeren. De verenigingen beseffen dat ouders de regeling als een welkome financiële bijdrage zien en graag willen dat die wordt hervat.

3. Onderzoek onder ouders middels enquête Het is interessant om te weten of de subsidieregeling er toe bij heeft bijgedragen voor ouders om hun kinderen aan te melden bij een vereniging of bij een extra vereniging. Ook willen we van ouders weten of zij meer betrokken zijn geraakt bij de vereniging. Om dit te achterhalen hebben we alle ouders die bij de aanvraag hebben aangegeven mee te willen werken aan een onderzoek naar de subsidieregeling een online vragenlijst gestuurd. Zij kregen 10 dagen de tijd om de vragen te beantwoorden. In bijlage 2 is de enquête en het resultaat te vinden. Hieronder volgt een korte samenvatting van de belangrijkste resultaten.

5 De enquête is uitgezet onder 1366 aanvragers/ouders: 423 ouders hebben de enquête geheel of gedeeltelijk ingevuld. De groep waar het ons om gaat zijn ouders wiens aanvragen zijn toegekend. Dat zijn er 368. Vraag 3: Was uw kind of waren uw kinderen al langer lid van de vereniging waarvoor de subsidie is aangevraagd? Op deze vraag antwoordt 80 % van de 368 ouders met ja en slechts 9 % met nee. Dat betekent dat de subsidieregeling is gebruikt voor bestaande lidmaatschappen. Dit antwoord komt overeen met wat de verenigingen ook opmerkten. Vraag 4: is/zijn uw kind(eren) lid geworden van een vereniging vanwege de subsidieregeling jeugd? Op deze vraag antwoordt ongeveer 10 % van de 344 ouders met ja en ongeveer 90 % met nee. Hieruit blijkt dat voor de meeste ouders de subsidieregeling niet van doorslaggevend belang is voor het lidmaatschap. Vraag 5: Is uw kind of één van uw kinderen lid geworden van een tweede of derde vereniging vanwege de subsidie? Op deze vraag antwoordt iets minder dan 9% van de 368 ouders met ja en ongeveer 91 % met nee. Hieruit blijkt dat slechts voor een kleine minderheid van de ouders de subsidieregeling van belang was voor het afsluiten van een lidmaatschap van meerdere verenigingen.

Vraag 6: Zou uw kind of één van uw kinderen lid zijn geworden van een of meerdere verenigingen zonder de subsidie? Deze sub-vraag stond alleen open voor de 9 % (33) ouders die op vraag 5 met ja hebben geantwoord. Voor iets meer 80 % (27) van de ouders was de subsidie van doorslaggevend belang voor een extra lidmaatschap. Vraag 7: Bent u als ouder/verzorger/voogd door het lidmaatschap van uw kind(eren) de afgelopen 2 jaar actiever geworden in het verenigingsleven? Op deze vraag antwoordt ongeveer 45 % van de 368 ouders met ja en 54 % met nee. Vraag 8: Is uw kind (uw kinderen) op dit moment nog lid van de vereniging waarvoor de subsidie is aangevraagd? Het bureau dat de enquête heeft uitgezet heeft laten weten dat door een instelfout de respons op deze vraag erg laag en niet betrouwbaar is. Conclusie Voor verreweg het grootste deel is de subsidieregeling gebruikt als bijdrage in de kosten van bestaande lidmaatschappen. De gegevens over de betrokkenheid van vrijwilligers zijn niet eenduidig. Ongeveer iets minder dan de helft van de ouders zegt meer betrokken te zijn geworden. Maar we moeten hierbij wel bedenken dat uit het antwoord op vraag 4 blijkt dat het hier gaat om ouders wier kinderen al langer lid zijn.

4. Algehele conclusies De subsidieregeling heeft niet het gewenste bereik en onvoldoende het gewenste doel behaald. De regeling heeft in geringe mate bijgedragen tot meer leden en meer vrijwilligers. Het grootste deel van de aanvragen had betrekking op jongeren en hun ouders die lid waren van de vereniging. Slechts een kleine minderheid heeft de regeling gebruikt om lid te worden van een extra, tweede of derde vereniging.

6 De pandemie kan een rol hebben gespeeld dat er minder lidmaatschappen zijn afgesloten. We weten niet wat het effect is geweest. Bij sommigen verenigingen, zoals de zangvereniging, betekende de pandemie dat de activiteiten niet konden doorgaan, bij anderen waren er nauwelijks beperkingen omdat buitensporten kon doorgaan. Verenigingen zouden liever zelf het geld in handen willen krijgen om beleidsmatig te kunnen sturen. Omdat ouders de bijdrage krijgen zijn de verenigingen onzeker over de inkomsten. Beleidsmatig sturen op nieuwe ontwikkelingen, innovatie of nieuwe doelgroepen is door deze subsidieregeling niet mogelijk. Het doel van de subsidieregeling wordt door de betrokkenen op meerdere manieren uitgelegd. Wat opvalt is dat vaker de financiële component wordt uitgelegd als een steuntje in de rug of een financiële meevaller voor ouders, en veel minder als een middel om het verenigingsleven sterker te maken.

7 Bijlage 1: Evaluatie vragen aan verenigingen Beste bestuursleden/verenigingsleden, Ik ben (naam) en als extern beleidsontwikkelaar tijdelijk werkzaam bij de gemeente Epe. Ik evalueer de subsidieregeling Jeugd. In de periode van 9 september 2019 tot en met 31 december 2021 konden ouders/verzorgers en voogden jaarlijks voor elk kind dat lid was of werd van een lokale vereniging € 100 aanvragen. Doel van de subsidieregeling was het verenigingsleven te stimuleren. De gemeente Epe wil weten welk effect deze regeling had op de verenigingen. Graag zou ik daarom antwoord willen op de volgende vragen. 1. Heeft uw vereniging meer jeugdleden gekregen in die periode? 2. Zijn er in die periode meer vrijwilligers werkzaam geworden in uw vereniging, bijvoorbeeld omdat ouders/verzorgers en/of voogden van nieuwe jeugdleden als vrijwilligers betrokken zijn geworden bij uw vereniging? 3. Was u bekend met de subsidieregeling? 4. Heeft u bekendheid gegeven aan de subsidieregeling? Zo ja, hoe? 5. Speelde Corona in de periode van september 2019 en december 2021 een rol bij het aantal aanmeldingen van nieuwe leden? 6. Bent u van mening dat de subsidieregeling bijdraagt aan het doel? Ik hoop dat u in de gelegenheid bent om mij spoedig antwoord te geven. U kunt mij mailen.

Wilt u in uw antwoord duidelijk de naam van uw vereniging vermelden? Als u van mening bent dat de gemeente bepaalde items (vragen, thema’s) die met dit onderwerp te maken hebben moet weten, dan kunt u dat gerust aangeven. Als er vragen zijn over deze mail dan kunt u mij mailen of bellen. Ik dank u alvast hartelijk voor uw medewerking.

8

Bijlage 2: Resultaten enquête ouders 1. Heeft u subsidie aangevraagd voor één of meerdere kinderen?

428x Antwoorden

3x onbeantwoord Ja Nee

ANTWOORD

ANTWOORDEN

RATIO

Ja Nee

418 10

97,7% 2,3%

ANTWOORD

ANTWOORDEN

RATIO

Ja Nee

368 50

88,0% 12,0%

2. Is de subsidie aanvraag voor uw kind of kinderen toegekend?

418x Antwoorden

13x onbeantwoord Ja Nee

9 3. Was uw kind of waren uw kinderen al langer lid van de vereniging waarvoor de subsidie is aangevraagd?

368x Antwoorden

63x onbeantwoord Ja Nee Één of meerdere kinderen wel, ander(en) niet

ANTWOORD

ANTWOORDEN

RATIO

Ja Nee Eén of meerdere kinderen wel, ander(en) niet

298 34 36

81,0% 9,2% 9,8%

4. Is/zijn uw kind(eren) lid geworden van een vereniging vanwege de subsidieregeling jeugd?

334x Antwoorden

97x onbeantwoord Ja Nee

ANTWOORD

ANTWOORDEN

RATIO

Ja Nee

33 301

9,9% 90,1%

10 5. Is uw kind of één van uw kinderen lid geworden van een tweede of derde vereniging vanwege de subsidie?

368x Antwoorden

63x onbeantwoord Ja Nee

ANTWOORD

ANTWOORDEN

RATIO

Ja Nee

33 335

9,0% 91,0%

6. Zou uw kind of één van uw kinderen lid zijn geworden van een of meerdere verenigingen zonder de subsidie?

33x Antwoorden

398x onbeantwoord Ja Nee

ANTWOORD

ANTWOORDEN

RATIO

Ja Nee

7 26

21,2% 78,8%

11 7. Bent u als ouder/verzorger/voogd door het lidmaatschap van uw kind(eren) de afgelopen 2 jaar actiever geworden in het verenigingsleven?

368x Antwoorden

63x onbeantwoord Ja Nee

ANTWOORD

ANTWOORDEN

RATIO

Ja Nee

166 202

45,1% 54,9%

8. Is uw kind (uw kinderen) op dit moment nog lid van de vereniging waarvoor de subsidie is aangevraagd?

166x Antwoorden

265x onbeantwoord Ja Nee

ANTWOORD

ANTWOORDEN

RATIO

Ja Nee

150 16

90,4% 9,6%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11642874/1