369077 Bijlage Samenwerkingsdocument Zorgregio Midden-IJssel Oost-Veluwe
Tekst van het document
SAMENWERKINGSDOCUMENT UITWERKING VAN DE NORM VOOR OPDRACHTGEVERSCHAP
Datum 3 september 2021 Versie
AANLEIDING VOOR HET SAMENWERKINGSDOCUMENT In juni 2020 stelde de VNG de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) voor zowel Jeugd als voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vast in een resolutie. De NvO bevat een 7-tal afspraken waar Zorgregio’s een samenwerkingsdocument over moeten opstellen. In het samenwerkingsdocument wordt beschreven hoe gemeenten, tenminste voor de looptijd van dit document, in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdfuncties borgen. Daarnaast staat in dit document wat de gewenste ontwikkeling van het zorglandschap is. Dit betreft alleen de beschrijving over hoe de NvO voor jeugd wordt vorm gegeven. De doorvertaling van de NvO voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang wordt in een ander verband opgepakt. De Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe heeft al een groot deel van de afspraken die in het samenwerkingsdocument beschreven staan gerealiseerd of is daarmee bezig. Onder andere door uitvoering te geven aan het Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022. We zitten als zorgregio niet stil. Een krachtige regio kenmerkt zich door doorontwikkeling. Het programmaplan wordt dan ook geactualiseerd met nieuwe ontwikkelingen.
SAMENWERKINGSDOCUMENT NORM VOOR OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGD 2021 - 2022 Inhoud: 1. Inleiding 2. Visie: de gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap 2.1 Het gewone leven van jeugdigen centraal 2.2 Doelen Zorgregio 3. De werkwijze 3.1 Dragers van de transformatie van de Zorgregio 3.2 Voldoende passend aanbod 3.3 Sturing en bekostiging 3.4 Lokale toegang 4 Bovenregionale samenwerking 4.1 Uitgangspunten voor bovenregionale samenwerking 4.2 Uitvoeringsprogramma van de Gelderse Jeugdregio’s 5 Tot slot
1 Inleiding De Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) houdt in dat gemeenten in regionaal verband een samenwerkingsdocument opstellen die door de verschillende gemeenteraden wordt vastgesteld. De inhoud van dit samenwerkingsdocument bevat een samenvatting van bestaand beleid. Dat kwam tot stand in overleg met aanbieders (en met gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis), professionals, (vertegenwoordigers van) jeugdigen en ouders en ketenpartijen. Het samenwerkingsdocument geeft helderheid hoe gemeenten, tenminste voor de looptijd van deze visie, in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdfuncties borgen (waarbij als leidraad de lijst met functies uit de regeling Jeugdautoriteit kan dienen). Daarnaast staat in het samenwerkingsdocument de gewenste ontwikkeling van het zorglandschap. Dit alles is vastgelegd in de vorm van afspraken. Kern is dat in de regio de verbinding tussen lokaal en regionaal, tussen het gewone leven van jeugdigen, het voorliggend veld en de jeugdhulp wordt gemaakt. Het gaat om normaliseren én om het bieden van passende hulp wanneer dat nodig is. Daar zit de grote meerwaarde voor de regionale samenwerking. De afspraken, wat gebeurt er al? In de Zorgregio zijn al veel afspraken uit de NvO gerealiseerd of in proces. • De beschikbaarheid en de continuïteit van de jeugdfuncties zijn geborgd.
De cruciale functies uit de regeling Jeugdautoriteit worden regionaal ingekocht. De Zorgregio koopt voor gemeenten de individuele zorg in. • Toegang. Deze afspraak gaat over de wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de gecontracteerde hulp met de vijf basisfuncties als leidraad. De werkgroep Hoogwaardige Toegang is bezig met de implementatie van de vijf basisfuncties. • De governance is geregeld. Er is sprake van een meerjarige geformaliseerde samenwerking in de gemeenten, waarbij helderheid is over de taakverdeling. Er is één bestuurlijk aanspreekpunt. De gemeenten hebben hiervoor een privaatrechtelijke dienstverleningsovereenkomst afgesloten.
• •
•
•
Op bovenregionaal niveau wordt samengewerkt. Met heldere uitgangspunten die beschrijven wanneer bovenregionale samenwerking gewenst is. Beperken administratieve lasten wordt enigszins vormgegeven doordat er bij de regionale contractering gezamenlijk contractbeheer plaatsvindt. De administratieve lasten nemen echter nog steeds toe in onze regio o.a. door het inzetten van budgetplafonds en geen eenduidige werkwijzen in de backoffice van de 8 gemeenten. Hier zullen we dus extra op moeten gaan inzetten de komende jaren. Zorgvuldigheidseisen voor inkoop. Hier gaat het om tijdigheid en stabiliteit. Er wordt gezamenlijk ingekocht via een raamovereenkomst. Deze raamovereenkomst voldoet aan de eisen die in de NvO beschreven staan: er kan op 2 momenten in het jaar worden aangemeld, overeenkomsten zijn 3 maanden voor ingang getekend. Er is sprake van meerjarige contracten. De looptijd van de raamovereenkomst is 3 jaar met de mogelijkheid meerdere malen te verlengen. En er zijn duidelijke afspraken gemaakt in geval van beëindiging van de overeenkomst om de continuïteit van zorg te waarborgen. Aanbieders en cliënten zijn geconsulteerd. De Zorgregio hanteert reële tarieven. Bij het bepalen van de tarieven zijn zorgaanbieders nauw betrokken geweest. De Zorgregio voldoet aan de AMvB reële prijs.
Een krachtige zorgregio blijft zich verder ontwikkelen als het gaat om de inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap. Visie In het eerste deel beschrijven we de visie van de gemeenten in de Zorgregio. Het gaat dan om de leidende principes, hoe kijken we als zorgregio naar situaties van jeugdigen? Wat hanteren we als leidraad voor ons handelen? Hoe werken we in de Zorgregio aan de transformatie van de jeugdzorg? Wat is de functie van het Expertteam? De werkwijze in de regio Bij de gewenste ontwikkeling van het zorglandschap gaat het ook over de kwaliteit, toegankelijkheid, rechtmatigheid en betaalbaarheid van de jeugdzorg. Hieronder wordt beschreven hoe daar in de regio aan gewerkt wordt. Wat er lokaal gebeurt en wat er op regionaal niveau gebeurt en hoe dit aanvullend is op elkaar. En hoe we dat verbinden met bovenregionale samenwerking. We werken aan strategisch partnerschap met aanbieders.
2 Visie: gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap 2.1 Het gewone leven van jeugdigen centraal. Op welke manier kijken we in deze regio naar het leven van jeugdigen, naar de situaties waarin ze zich bevinden? Zoals ook in het programmaplan staat beschreven staat (het versterken van) het gewone leven van jeugdigen12 centraal, ook wanneer er sprake is van een complexe situatie. Onder het gewone leven verstaan wij dezelfde vriendjes, school,
1 Bouwsteen uit de handreiking Betere zorg voor kinderen, jongeren en gezinnen in de meest
kwetsbare omstandigheden en/of met de meest complexe problemen. NJI, 2020. 2 Figuur: M. Nossin, landelijke ambassadeur wijkgericht werken vanuit de leefwereld; ondersteuningsprogramma Zorg voor de Jeugd
sportclub of bijbaantje behouden. Mensen uit de omgeving van een gezin, zoals familie, buren en vrienden (met een informele rol) en docenten, de voetbalcoach en bijvoorbeeld de jeugdwerker (met een meer formele rol) willen we betrekken bij het opvoeden en opgroeien van jeugdigen: medeopvoeders. It takes a village to raise a child. Ofwel de pedagogische civil society (pcs): gemeenschappelijke activiteiten van burgers rondom het grootbrengen van jeugdigen (De Winter, 2017). Een stevige pedagogische civil society alleen is soms niet genoeg voor het gezond en veilig opgroeien. Daarvoor is nodig dat de pedagogische civil society goed verbonden is met het zorglandschap, liefst in de leefomgeving van de jeugdige. Het zijn communicerende vaten.3 Het gewone leven centraal stellen biedt een handvat voor handelen. Bij alles wat we doen bedenken we wat het betekent voor het leven van een jongere. Daarbij kijken we vanuit drie perspectieven naar de situaties van jeugdigen: vanuit het perspectief van ontwikkelen, opvoeden en vanuit het perspectief van de omgeving.4 In onze visie hebben we bij alle onderdelen ‘Het gewone leven van jeugdigen centraal’ als uitgangspunt genomen.
Veiligheid Met de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming levert de regio een bijdrage aan het structureel beter organiseren van de bescherming van jeugdigen in Gelderland. De Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde Instellingen (GI’s), Veilig Thuis en de gemeenten in Gelderland werken hier samen aan vanuit gezamenlijk gedragen visie en kernwaarden. De gezamenlijke inzet is erop gericht dat iedere jeugdige in veiligheid opgroeit en elke volwassenen in veiligheid kan leven. Ouders en kinderen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. En ouders worden maximaal ondersteund hun hoofdrol te vervullen in het leven van een kind. Als dat onvoldoende lukt worden jeugdigen en hun gezinnen beschermt tegen nog meer onveiligheid. Om de Gelderse Verbeteragenda te laten slagen is nodig dat de gemeenten en de organisaties elkaar echt gaan begrijpen, er is gezamenlijk lef nodig om over de grenzen van de eigen organisatie of gemeente heen naar de jeugdigen en hun gezinnen te kijken. Alleen zo kan vooruitgang worden geboekt. Het perspectief waarmee gekeken wordt naar veiligheid is ‘eerst samenwerken voor veiligheid, en dan samenwerken 3 Kesselring, M (2019). De kracht van verbinding. Een sterke basis als fundamenteel ingrediënt in de
zorg voor jeugd. Ouderschapskennis, 22(3), 15-21.
4
Figuur: CAF-driehoek, bewerking Common Assessment Framework, oktober 2014
voor risico gestuurde zorg’. Door te werken met kernwaarden wordt houvast gegeven aan de medewerkers die vanuit de verschillende organisaties en gemeenten werken. Deze kernwaarden zijn: Wij werken vanuit vertrouwen en partnerschap Wat wij doen met - en voor een gezin is duidelijk, navolgbaar en transparant Wij zien in een gezin alle kinderen en opvoeders met hun geschiedenis Wij leren door samen te reflecteren Normaliseren, demedicaliseren en versterken van het eigen netwerk Onder normaliseren verstaan we het versterken van de kracht van gezinnen, het verstevigen van hun sociale netwerk en het niet onnodig problematiseren van opvoedvragen. Hierbij gaan we uit van de jeugdige en zijn behoeften. Ouders zijn vanzelfsprekend in eerste instantie verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van een jeugdige. Het ondersteunen van ouders bij opvoeding en ontwikkeling, begint bij het eigen netwerk, de mensen in de omgeving van het gezin en in het voorliggende veld zoals het schoolmaatschappelijk werk, de gezinscoaches of de POH bij de huisarts. Als dit niet voldoende is, dan is er professionele ondersteuning beschikbaar. Het is niet de bedoeling dat professionele ondersteuning als een soort van ‘reflex’ ingezet wordt, omdat het nu eenmaal voorhanden is.
Vaak horen problemen (tijdelijk) bij het leven en de ontwikkelingsfase van de jeugdige, ook problemen met opvoeden en opgroeien. Een druk kind is soms gewoon een druk kind. We willen ervoor waken om te snel een etiket op het gedrag van een jeugdige te plakken. We kijken naar wat wel mogelijk is voor een jeugdige en bieden ouders handvatten hoe ze met het gedrag van hun jeugdige om kunnen gaan. Een jeugdige groeit op binnen een gezin. Het is belangrijk bij problemen te kijken naar het hele gezin, het hele systeem, omdat de problemen van de ouders invloed kunnen hebben op de problemen van een jeugdige. Het is dan noodzakelijk om het probleem van de ouders ook aan te pakken. 2.2 Doelen Zorgregio In het Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020 – 2022 staan de doelen van de Zorgregio weergegeven. Met daarbij de inspanningen en de resultaten die we willen bereiken in de regio. Hieronder staat een beknopte weergave van deze doelen weergegeven. Alle jeugdigen de kans bieden zich te ontwikkelen De school speelt een belangrijke rol in het leven en de ontwikkeling van jeugdigen. De school is, omdat het een oefenplaats is en jeugdigen er een aanzienlijk deel van de dag verblijven, een plek waar ander gedrag opvalt. En alle jeugdigen gaan naar school.
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat, wanneer er sprake is van een diagnose, de school vaak als eerste ‘het probleem’ signaleerde.5 Het ligt dan ook voor de hand dat jeugdhulp en onderwijs nauw samen werken. Deze ambitie is zowel in de Wet passend onderwijs als in de jeugdwet opgenomen. Het onderwijs vormt een belangrijke context waarbinnen de jeugdhulpverlener werkzaam is. Ook vormt het een belangrijke context in de ambitie om meer preventief te gaan werken. ‘De beste preventie voor jeugdhulp is goed onderwijs’. Als jeugdigen, ouders en leerkrachten vragen hebben over opvoeden en opgroeien is het 5Écht doen wat nodig is. Pleidooi voor kleinschalige effectieve hulpverlening. 2018, Dorien Gaas et al.
Stichting Beroepseer.
wenselijk dat deze vragen laagdrempelig beantwoord worden. Het versterken van informele netwerken in de scholen is nodig, net als een directe verbinding met het ‘voorliggende veld’ en algemene voorzieningen. Vroeg signalering en (snelle) passende hulp gaat hand in hand met het versterken van het pedagogisch klimaat naar het gedachtegoed van de pedagogische civil society. We zien kansen om de school (daarmee bedoelen we de professionals maar ook de ouders: opvoednetwerken waarin jeugdigen opgroeien) als medeopvoeder te versterken en daarmee de beweging van problematiseren naar normaliseren te versterken. Met drie pilots wordt onderzocht hoe je het pedagogische klimaat op scholen kan versterken, onder andere door een jeugdhulpverlener op school aan te stellen die leerkrachten en ouders van kinderen die wat extra’s nodig hebben observeert, adviseert en ondersteunt. Meer jeugdigen zo thuis mogelijk laten opgroeien Elke jeugdige heeft recht op een liefdevolle en stabiele omgeving om in op te groeien. We willen geen enkele jeugdige meer uit huis plaatsen. Mocht de jeugdige toch echt niet thuis kunnen blijven wonen dan is een pleeggezin of een gezinshuis de beste plek.
In enkele situaties is dat ook geen passende plek dan is een kleinschalige, gezinsgerichte en perspectief biedende voorzieningen geplaatst, waar De pilot #Opladers koppelt veel ruimte is voor contact met ouders en het eigen ouders die wel wat hulp kunnen netwerk en liefst zo dicht mogelijk in de buurt van de gebruiken aan mensen die dat dagelijkse leefomgeving het meest passend. Hiermee handje hulp willen geven. wordt gewaarborgd dat het ‘normale’ leven van een https://mijnopladers.nl/ jeugdige zo veel mogelijk voort gezet wordt. Onze insteek is om bij problemen allereerst te kijken naar oplossingen in het eigen gezin en het gezin hierbij te ondersteunen. Als het eigen gezin het niet met ondersteuning redt, wordt er gezocht naar ondersteuning vanuit het eigen netwerk. De medeopvoeders. Dit netwerk is breder dan opa’s en oma’s, buren en eventueel ouders van vriendjes. Hierbij kan ook gedacht worden aan de kerk, een coach van een voetbalteam, een docent, etc. Als ook het netwerk niet voldoende steun kan bieden, wordt er gekeken naar ondersteuning vanuit ambulante hulpverlening, het netwerk blijft echter betrokken. Er wordt alles aan gedaan om de onveilige situatie op te heffen, zodat de jeugdige thuis kan blijven wonen en een uithuisplaatsing wordt voorkomen. Met een aantal nieuwe initiatieven geven we hier expliciet vorm aan.
Dit zijn #Opladers, Integrale pleegzorg+, Pleegzorg dichtbij, Shelter, Verbindend opvoeden. Daarnaast krijgen de toegangsmedewerkers de opleiding ‘JIM werkt’. Binnen de regio wordt ook samengewerkt met Theater Bint die in hun voorstellingen aandacht hebben voor “gewone” opvoedvraagstukken. Op deze manier wordt het gesprek met toegangsmedewerkers gevoerd over ‘normaliseren’. Ook krijgen toegangsmedewerkers de opleiding van Karakter ‘Psychische kwetsbaarheid en de normale ontwikkeling van het kind’.
Kwetsbare jeugdigen goed op weg naar zelfstandigheid Voor een jongere is de overgang naar zelfstandigheid vaak niet gemakkelijk, zeker niet voor jeugdigen die jeugdhulp ontvangen. Samen met de professional werkt de jongere op tijd aan een toekomstplan voor de overgang naar Move it! is een pilot voor zelfstandigheid. De basis van het toekomstplan is de kwetsbare meiden die door motivatie en de leefwereld van de jongere. Daarbij sporten worden versterkt in hun gaat het om de verschillende leefdomeinen als zelfvertrouwen en hun wereld wonen, school, werk, inkomen, vrienden, relaties, verbreden door nieuwe sporten te vrije tijd en zorg. We zetten erop in dat alle ontdekken/in een nieuwe professionals die bij de jongere betrokken zijn omgeving van een werken met hetzelfde toekomstplan. Daardoor wordt sportvereniging terecht komen. een integrale aanpak gerealiseerd. In onze regio werken we met ervaringsdeskundigen. Zij zijn bij uitstek in staat om jeugdigen die jeugdhulp hebben (gehad) te helpen bij deze overgang naar zelfstandigheid. Met name de jeugdigen die in een instelling hebben gewoond hebben deze ondersteuning hard nodig maar staan vaak niet meer open voor hulpverlening. De ervaringsdeskundige sluit beter aan bij de leefwereld van deze jeugdigen en lukt het in de meeste situaties wel om contact te krijgen en de jeugdige ondersteuning te bieden.
3 Werkwijze Om de visie uit te dragen en de genoemde doelen te bereiken wordt door de 8 gemeenten in de Zorgregio hard gewerkt. Hoe geven we in de Zorgregio de transformatie vorm? Hoe wordt er voldoende passend aanbod ingekocht en hoe vindt sturing en bekostiging plaats? Hoe worden de vijf basisfuncties van de lokale toegang geïmplementeerd? 3.1 Dragers van de transformatie in de Zorgregio Om de hiervoor genoemde doelen te bereiken werken de gemeenten in de Zorgregio samen aan de transformatie van de jeugdhulp onder andere door meer in te zetten op de voorkant. Samen werken we aan een sterke verbinding tussen lokaal en regionaal; tussen vroegsignalering, integraliteit en preventie. Een goed getransformeerd aanbod. Vanuit de Zorgregio zorgen de volgende drie dragers voor transformatie. Keuze voor innovatie: Actieplan zorg voor de jeugd Door middel van 12 pilots6 wordt gewerkt aan het ontwikkelen van innovatieve, creatieve plannen als beter alternatief voor het bestaande. De pilots zijn gericht op normaliseren en ontzorgen in de jeugdhulp. In de beoordelingscommissie zit een vertegenwoordiger van de gemeenten, een ervaringsdeskundige, een zorgaanbieder, de programmamanager en een lid van het ondersteuningsteam van de VNG. De pilots lopen allemaal. De eerste pilots zullen eind 2021 worden afgerond.
Om de ontwikkelde werkwijze ook duurzaam in te zetten is bij de start van iedere pilot de afspraak met de betrokken gemeente(n) gemaakt dat indien de werkwijze de resultaten opleveren die waren afgesproken de werkwijze als reguliere werkwijze op te nemen in het bestaande aanbod. De ontwikkelde werkwijzen zullen beschikbaar worden gesteld aan alle aanbieders en gemeenten van onze regio. Zo zorgen we ervoor dat er een breed nieuw aanbod wordt gerealiseerd. Er wordt namelijk veel geleerd, de werkzame elementen komen beschikbaar (zoals hoe werk je als zorgaanbieders 6 De pilots zijn: Integrale pleegzorg+, #Opladers, versterken pedagogisch klimaat op school, Shelter,
IDEE, Relatiedesk, Move it!, BSO+, Verbindend opvoeden, Pleegzorg dichtbij, Erwelzijn, Een eigen plek.
onderling samen) maar ook de valkuilen/uitdagingen die tijdens de pilots zijn opgedaan zijn leerzaam. Inzet van Ervaringsdeskundigheid in de jeugdhulp Ervaringsdeskundigen zijn een essentiële aanvulling zijn op het reguliere aanbod in de zorg. In onze regio worden ze ingezet op zowel op lokaal niveau met maatjesprojecten, als op regionaal met inzet van de Team ED. Team ED bestaat uit ervaringsdeskundigen die de jeugdige ondersteunen bij de overgang naar zelfstandigheid. De medewerkers van Team ED doen dat vanuit hun eigen ervaring en staan naast de jongere. Ze sluiten goed aan bij de belevingswereld van de jongere. Het contact is laagdrempelig. Vanwege de ervaringskennis zijn de leden van Team ED vaak beter in staat de kloof tussen de systeemwereld en de leefwereld te overbruggen dan professionals. Ze bieden soms een oplossing waar de reguliere hulp dat niet lukt, juist in complexe situaties. Daarnaast is Team ED een gewaardeerde gesprekspartner als het gaat om ontwikkelingen in de Zorgregio. Hiervoor gebruiken ze de input van de jongere7n waarmee gewerkt wordt en de persoonlijke ervaringen van de leden van Team ED. Expertteam In september 2021 start het Regionale Expertteam (RET). Kerntaak is om voor jeugdigen waarbij sprake is van heel complexe en vastgelopen situaties passende zorg te realiseren. Het RET heeft daarnaast ook een belangrijke taak in de transformatie.
Van de situaties die in het expertteam besproken worden wordt met elkaar geleerd. Daarnaast wordt gemonitord wat de oorzaak is geweest van de vastgelopen situatie. Wat voor hiaten hebben we in het zorgaanbod in de regio? Zijn er patronen te ontdekken bij vastgelopen situaties? In het RET worden ook voorgenomen uithuisplaatsingen die via de toegang lopen besproken, met als doel met elkaar te zoeken naar een andere oplossing dan een uithuisplaatsing. Ook hier gaat het om transformeren: kunnen we hulp anders organiseren zodat een uithuisplaatsing voorkomen kan worden? Het RET kijkt niet alleen naar de situatie van de jeugdigen maar naar het hele gezinssysteem, zodat ook domein overstijgend gewerkt wordt. Het gaat in het RET om situaties van jeugdigen tot 23 jaar. De lokale toegang is een belangrijke deelnemer in het RET. Een medewerker van de toegang van de gemeente waar de jeugdige vandaan komt sluit altijd aan én heeft ook mandaat van de desbetreffende gemeente om te handelen naar wat nodig is. Periodiek gaat er samen met de toegangen gereflecteerd worden op wat het expertteam tegen komt. De voorzitter van het RET neemt deel aan het overleg met Bovenregionale Expertisenetwerk genaamd BOEG, met als doel uitwisselen en leren. Voor sommige door BOEG medegefinancierde voorzieningen zal het RET toegangspoort zijn.
BOEG heeft procesregisseurs beschikbaar om de RET’s te ondersteunen bij het vinden van passende hulpverlening. Het ultieme doel van het RET is dat het op een gegeven moment niet meer nodig is, omdat door de transformatie passende zorg in alle situaties geboden kan worden. 3.2 voldoende passend aanbod De NvO gaat in op vraag en aanbod. Wat wordt er gecontracteerd op regionaal niveau? Op welke functies wordt er bovenregionaal samengewerkt/afgestemd? En hoe wordt de
7 https://www.movisie.nl/artikel/toegevoegde-waarde-team-ervaringsdeskundigen-bto;
Kwalitatieve evaluatie TeamEd, maart 2020, Gelijkschap in opdracht van zorgregio midden-IJssel/Oost-Veluwe.
beschikbaarheid en de continuïteit van de jeugdfuncties gewaarborgd? Veel hiervan is geregeld in de raamovereenkomst van de regio. Het inkoopbeleid89 van de gemeenten in de Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe is gestoeld op de uitgangspunten: - het bieden van passende zorg en ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben; - het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid; - het versterken van de zelfredzaamheid en - het bieden van keuzemogelijkheden aan bewoners. Deze uitgangspunten staan beschreven in het Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020 – 2022. Omdat de gemeenten iedere inwoner ondersteuning op maat willen bieden wordt er integraal ingekocht, waardoor bijvoorbeeld de overgang van 18- naar 18+ niet belemmerd hoeft te worden. De raamovereenkomst biedt kansen om op die (integrale) hulpvraag aan te sluiten, waarmee een doorgaande zorglijn ontstaat. De inkoop van zorg is in gezamenlijkheid ingericht met zorgaanbieders en cliënten. Voor de raamovereenkomst 2019 is in de twee jaar daarvoor gekozen voor een dialooggerichte aanpak via Cruciale functies (regeling Jeugdautoriteit) marktconsultaties en ruime inspraakperiodes. Ook - De uitvoering van adviesraden sociaal domein en cliëntenraden hebben kinderbeschermingsmaatr bijgedragen. egelen of jeugdreclassering Voor de Wmo en MO/BW worden regionaal de - Gesloten jeugdhulp maatwerkvoorzieningen ingekocht.
- Zorg voor jeugdigen in Voor jeugd worden alle individuele voorzieningen op orthopedagogische regionaal niveau ingekocht, inclusief de cruciale functies behandelcentra die de jeugdautoriteit heeft geformuleerd (zie kader). - Verplichte zorg zoals Omdat de cruciale functies schaars zijn wordt in de NvO bedoeld in de Wet aangegeven dat daarvoor altijd inkoop op regionaal verplichte geestelijke niveau aan de orde is. De LTA-voorzieningen worden gezondheidszorg voor door de VNG ingekocht. jeugdigen - Pleegzorg - Verslavingszorg voor Op lokaal niveau worden de algemene voorzieningen jeugdigen ingekocht. Gemeenten sturen lokaal op de Forensische zorg doorontwikkeling van de voorliggende/algemene voorzieningen, zodat deze een goed alternatief vormen voor individuele/maatwerkvoorzieningen die regionaal worden ingekocht. Lokaal en regionaal zijn hier communicerende vaten. Iedere gemeente verzorgt lokaal de toegang. Zo wordt op lokaal niveau voor cliënten de verbinding gelegd tussen de algemene voorzieningen en de individuele- en maatwerkvoorzieningen. De Raamovereenkomst heeft een looptijd tot en met 2021 en is met 2 jaar verlengd tot en met 2023. In het kader van de doorontwikkeling wordt op dit moment gewerkt aan de optimalisering van de Raamovereenkomst, om zo de transformatie te versnellen en de 8 https://zorgregiomijov.nl/aanbieders/inschrijven-en-raamovereenkomst/380-inkoopbeleid
9 Jeugdzorg gemeenten inkoop voor alle 8 gemeenten. Wmo inkoop voor de gemeenten Apeldoorn,
Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Voorst en Zutphen. En MO/BW gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst
kosten meer te beheersen. Eén van de onderwerpen waar in dat kader aan gewerkt wordt is strategisch partnerschap, gericht op samenwerking rond thema’s met aanbieders en ervaringsdeskundigen. 3.3 Sturing en bekostiging De gemeenten van de Zorgregio kopen, zoals hiervoor beschreven, samen en integraal in. In de inkoopnota staan de uitgangspunten voor de sturing en de bekostiging: • Samenhang in de zorg- en ondersteuningsproducten tussen de drie domeinen Wmo, jeugdzorg en MO/BW, gelijke voorwaarden binnen de drie domeinen faciliteren hier. • De raamovereenkomst is inspanningsgericht • In 2019 is gestart met het werken met resultaatindicatoren voor de 25 grootste aanbieders van jeugdhulp. • Uitvoering vindt plaats binnen het financieel kader van het sociaal domein. Apeldoorn, Brummen, Hattem, Lochem en Zutphen werken sinds 2020 met budgetplafonds voor de jeugdhulp. • Reële tarieven als basis voor kwaliteit van zorg. Kwaliteit Aanbieders kunnen twee keer per jaar inschrijven op de raamovereenkomst. De inschrijving wordt beoordeeld in de kwaliteitscommissie. Deze commissie beoordeelt inschrijvingen op diverse punten. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan KvK-uittreksels, SKJ/BIGregistraties, het hebben van een kwaliteitsborgingssysteem en diploma’s/VOG’s van het personeel. Bovendien wordt er een korte rechtmatigheidscheck uitvoert op nieuwe inschrijvers.
Daarnaast vindt kwaliteits- en rechtmatigheidsonderzoek plaats door de toezichthouders van de Zorgregio. Ook richten we ons op de aanbieders die van toegevoegde waarde zijn voor onze regio. Daarom wordt met aanbieders die al 12 maanden geen toewijzing hebben gekregen de overeenkomst ontbonden. Verder vindt er contractmanagement en accountmanagement regionaal plaats op het niveau van de Zorgregio voor de jeugdzorg in de raamovereenkomst. Monitor Een regionale monitor is een belangrijk instrument in het krijgen van meer grip en sturing op de kosten en inzicht in de transformatie. In onze regio is dat niet goed georganiseerd. Er wordt gewerkt aan een regionale zorgmonitor op basis van het berichtenverkeer. Hierdoor krijgen we inzicht in de omvang en effectiviteit van de geleverde jeugdhulp, maar kunnen we ook inzichtelijk maken wat de effecten zijn van beleidskeuzes. Daarnaast leert het ons meer over de trends en ontwikkelingen binnen het zorgvolume. Dit gaat ons helpen om het juiste gesprek te voeren, zowel binnen gemeenten als met aanbieders. Administratieve lasten Iedereen wil minder administratieve lasten, en toch blijkt dat in de praktijk best lastig te zijn. Vanuit aanbieders krijgen we veel kritiek op de toename van de administratieve lasten in de regio, dit wordt o.a. veroorzaakt door budgetplafonds en verschillende werkwijzen door backoffice en de toegang.
In onze regio zullen we hier weer mee aan de slag moeten om ook deze opdracht vanuit de NvO waar te maken.
3.3 Lokale toegang De lokale toegangen zijn lokaal georganiseerd. De basisfuncties en de lokale toegang Ten tijde van het opstellen van het Programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020 -2022 in waren de 5 basisfuncties voor de toegang nog niet geformuleerd, maar werd al wel in die geest gewerkt. In de werkgroep hoogwaardige toegang, die door de Zorgregio wordt gefaciliteerd, wordt gewerkt aan de implementatie van de vijf basisfuncties in de lokale teams. In de kwartaalbijeenkomsten voor de lokale toegang wordt aandacht besteed aan kennisdelen en intervisie. Wanneer situaties van jeugdigen zeer complex en vastgelopen zijn, kan de toegang de situatie inbrengen in het RET. De toegangsmedewerker neemt deel aan het RET. Aansluiting met Onderwijs De VSV-regio Stedendriehoek (gemeenten Zutphen, Lochem, Olst-Wijhe, Deventer, Apeldoorn, Voorst, Epe, Brummen) en de Zorgregio werken samen om elkaars programma’s te versterken en te ondersteunen op het snijvlak van onderwijs en jeugdhulp. Met als doel dat jeugdigen zo gewoon mogelijk op school kunnen blijven. De gemeenten Heerde en Hattem werken samen in de VSV-regio IJssel-Vecht aan de verbetering van de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Met de volgende pilots werken we aan betere samenwerking onderwijs en jeugdhulp: versterken van het pedagogisch klimaat op school (meerdere pilots), IDEE innovatieve dyslexiezorg, BSO+.
4 Bovenregionale samenwerking10 Ook in Gelders verband wordt gewerkt aan duurzame en veilige oplossingen voor kwetsbare kinderen en gezinnen, dit is aanvullend op de lokale en regionale oplossingen. Daarvoor hebben de 7 Gelderse jeugdhulpregio’s in 2017 afgesproken dat de regio’s samenwerken waar het noodzakelijk is en het meerwaarde heeft. Voor de samenwerking worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. 4.1 Uitgangspunten voor bovenregionale samenwerking A. Er wordt inhoudelijk samengewerkt als we een gezamenlijk belang hebben dat niet afzonderlijk te organiseren is (noodzakelijk) en we samen sterker staan (meerwaarde). Concreet gaat het om het borgen van de beschikbaarheid, kwaliteit, betaalbaarheid en transformatie van hoogspecialistische zorg waar de regio’s zelf te weinig volume hebben. Het inkopen van hoogspecialistische voorzieningen vergt (schaarse) expertise bij gemeenten, er zijn schaalvoordelen en kennisvoordelen als we dit gezamenlijk oppakken. B. De bovenregionale jeugdhulp wordt in de jeugdregio’s gecontracteerd. Regio’s in Gelderland kunnen uniforme contractafspraken maken zodat voor aanbieders minder overhead nodig is voor inkoop en administratie. Daarnaast kunnen tariefafspraken gemaakt worden om te zorgen dat iedereen een fair tarief betaalt en free-riding wordt voorkomen.
10 In de bijlage het stuk over bovenregionale samenwerking zoals dat in de G7 is vastgesteld.
C. We werken modulair samen. Per vraagstuk wordt commitment gevraagd en een passende organisatie gevormd. Regiovertegenwoordigers halen mandaat op in de regio voor de inhoud en de kosten. D. De kosten van de benodigde extra capaciteit om projecten te realiseren wordt gedeeld. Daarnaast leveren gemeenten en regio’s in natura vertegenwoordigers en projectdeelnemers. We vormen een bovenregionale netwerkorganisatie met een lichte basisorganisatie in de vorm van een parttime coördinator. E. We komen bestuurlijk bijeen als de situatie daarom vraagt. De procesbewaking is belegd bij het G7 ambtelijk overleg. 4.2 Uitvoeringsprogramma van de Gelderse jeugdregio’s De uitvoeringsagenda bestrijkt het domein van veiligheid en het domein van hoogspecialistische jeugdhulp. Beschikbaarheid High Intensive Care plekken: een klinische Jeugd-GGZ voorziening met bedden. De G7 hebben afspraken gemaakt over solidaire bekostiging van deze bedden. Beschikbaarheid is gegarandeerd. Spoed Eisende Zorg (SEZ). Er is een team SEZ van Jeugdbescherming Gelderland die direct intervenieert in een crisissituatie bij een jeugdige (en zijn gezin). Beschikbaarheid is gegarandeerd. Deze dienst werkt provinciaal en alle 7 jeugdhulpregio’s contracteren op dezelfde wijze met Jeugdbescherming Gelderland. Intersectorale Crisishulp Jeugd.
Op basis van een opdracht van de G7 hebben de verschillende aanbieders die een crisisdienst GGZ hebben en Jeugdbescherming Gelderland een convenant gesloten waarin de samenwerking tussen de verschillende crisisdiensten GGZ en SEZ (provinciaal niveau) is geregeld. Daarnaast hebben SEZ en de aanbieders die ambulante spoedhulp bieden (als opvolging van de crisisinterventie) in de Gelderse regio’s samenwerkingsafspraken vastgelegd. Verbeteragenda Jeugdbescherming- en reclassering. De verbeteragenda zorg voor meerjarig partnerschap en uniformering in de contracten met de vier Gelderse Gecertificeerde Instellingen. Daarnaast wordt gewerkt aan een betere samenwerking in het beschermingsnetwerk. Ook de 3 Veilig Thuis-organisaties en de Raad voor de Kinderbescherming zijn nauw betrokken. Bovenregionaal Expertisenetwerk Jeugdhulp in Gelderland (BOEG). BOEG heeft een netwerk superspecialisten om de regionale expertteams te ondersteunen, levert hulp bij vastgelopen situaties die regionaal niet kunnen worden opgelost en financiert de start van nieuwe voorzieningen die hiaten in het Gelderse zorglandschap oplossen. Daarnaast faciliteert BOEG kennisontwikkeling. Afbouw JeugdzorgPlus De Gelderse Jeugdzorgregio’s willen in gezamenlijkheid kijken naar hoe JeugdzorgPlus anders kan worden georganiseerd: kleinschaliger (geen leefgroepen maar gezinshuizen) en dichterbij (meer nabij de regio).
De middelen van het Rijk voor de vastgoedtransitie van de JeugdzorgPlus worden gebruikt om tot een bovenregionaal afgestemd plan te komen. Op 1 oktober moet er per instelling een strategisch vastgoedplan liggen dat is afgestemd tussen aanbieders en gemeenten. Uniforme verwijzing rechtbank naar hulpaanbod gemeenten. Er loopt een pilot Uniforme verwijzing rechtbank naar hulpaanbod scheidingsinterventies in Gelderland met als doel een jeugdige zo snel mogelijk de meest passende hulp te bieden als de ouders scheiden en de jeugdige in zijn ontwikkeling wordt bedreigd.
Inventarisatie Essentiële functies Er is een verkenning gestart om te verhelderen wat we in Gelderland verstaan onder essentiële functies, welke gemeenschappelijke ambitie er is ten aanzien van de transformatie van de essentiële functies en op welke wijze we eventuele samenwerking op dit onderdeel willen vormgeven (financieel, kwantitatief en welke producten passen bij de transformatie).
5 Tot slot Dit samenwerkingsdocument bevat een beschrijving van de stand van zaken in de zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe op dit moment. In het kader van de Norm voor Opdrachtgeverschap is er nu voor gekozen een apart document te maken waarin de thema’s van de NvO zijn behandeld. Vanzelfsprekend worden de thema’s geïntegreerd in het programmaplan. Dat vormt de basis van met elkaar werken in de regio. Actualisatie is steeds aan de orde. De 8 gemeenten van de regio zitten immers niet stil, we blijven in ontwikkeling, en bovenregionaal wordt steeds meer samengewerkt. Met de leefwereld van de jeugdige centraal. Normaliseren, demedicaliseren en het versterken van het netwerk als uitgangspunt.