367837 Duurzame principes DEF
Tekst van het document
Duurzame principes Leidende principes voor het ontwikkelen van toekomstbestendige bedrijventerreinen
Stec Groep aan Cleantech Regio
Rick Meijerink, Jasper Beekmans & Beer Janssens 14 oktober 2021
2
Duurzame principes 21.068
Inhoudsopgave 1
Aanleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
2
3
Waarom Duurzame principes?................................................................ 3 Duurzame principes ................................................................................. 3 Procesaanpak ........................................................................................... 4 Borging Duurzame principes .................................................................. 4
Regionale afspraken 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
5
Organisatiegraad is basisvoorwaarde nieuwe ontwikkeling................ 6 Toekomstbestendige en duurzame infrastructuur ................................ 7 Aantrekkelijke en klimaatbestendige inrichting ..................................... 8 Duurzaamheidsmaatregelen op basis van een keuzelijst ..................... 9 Duurzame daken zijn de geldende norm ............................................... 9 Juiste bedrijf op de juiste plek .............................................................. 10
Procesafspraken publieke uitgifte 3.1 3.2
3
12
Uitgangspunten publieke gronduitgifte ............................................... 12 Wat zijn de procesafspraken? ............................................................... 12
Bijlage 1: keuzelijst maatregelen duurzaamheid
14
Conceptkeuzelijst duurzaamheidsmaatregelen op kavelniveau ..................... 14
Duurzame principes 21.068
3
1 Aanleiding 1.1 Waarom Duurzame principes? Werken aan duurzame economische ontwikkeling De ruimte in Nederland staat onder druk. Dat is ook merkbaar in de Cleantech Regio. Functies zoals wonen, werken, verkeer en duurzame energie vragen allemaal ruimte, terwijl beschikbare ruimte steeds schaarser wordt. Ruimtelijke ontwikkelingen ‘in het groen’ moeten daarnaast geen afbreuk doen aan de ambities uit het Klimaatakkoord en moeten de biodiversiteit van de groene Cleantech Regio niet verder onder druk zetten. De kern van de ambitie van de Cleantech Regio is groene groei. De Cleantech Regio staat voor de uitdaging om te werken aan een duurzame en inclusieve economische groei met behoud van onze groene leefomgeving. Dat betekent dat het groene karakter van de regio behouden blijft en maatschappelijke opgaven zoals inclusie en verduurzaming regionaal worden opgepakt. Zo werkt de regio aan economische versterking en concurrentiekracht. Toekomstbestendige bedrijventerreinen staan daarin centraal. De regio maakt daarom afspraken over de ontwikkeling van nieuwe terreinen en het versterken van bestaande terreinen. De actualisatie RPW Cleantech Regio is begin 2021 vastgesteld In 2019 heeft de Cleantech Regio kwantitatieve afspraken gemaakt over bedrijventerreinontwikkeling met de provincie Gelderland.
De provincie heeft hierna aangegeven dat zij een grote meerwaarde ziet in het verder verduurzamen van bedrijventerreinen. Om hier invulling aan te geven is een (kwalitatieve) actualisatie RPW Cleantech Regio opgesteld door de regiogemeenten. De actualisatie RPW is begin 2021 vastgesteld door de provincie Gelderland. Met het RPW wil de regio dat haar aanbod aan bedrijventerrein nu én in de toekomst blijft voorzien in de (ruimte)vraag van bedrijven. Nieuwe bedrijventerreinen leveren in potentie een zeer belangrijke bijdrage aan het behalen van de energie-, klimaat en circulaire ambities. De regio heeft daarom afgesproken om een aantal kwalitatieve kaders te hanteren voor nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Eén van deze ontwikkelkaders is: duurzaamheidseisen en organisatiegraad bij nieuwe uitbreidingslocaties.
1.2 Duurzame principes ‘Duurzame principes’ voor het ontwikkelen van toekomstbestendige bedrijventerreinen Een belangrijke uitwerking van het RPW is het opstellen van een duurzaam uitgifteprotocol. Met het regionaal uitgifteprotocol worden regionale (proces)afspraken gemaakt met als doel het ontwikkelen van nieuwe, toekomstbestendige bedrijventerreinen. Ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen is dé kans om concreet in te spelen op het behalen van duurzaamheidsambities. Het gaat dus feitelijk om de filosofie en principes die regionaal leidend zijn bij nieuwe gebiedsontwikkeling. Daarom hanteren we de term ‘Duurzame principes’. Het gaat namelijk om een uitgiftestrategie die past binnen de regionale visie en leidende principes van de regio. Daarin staat een duurzame toekomst voorop. Duurzame principes hebben betrekking op de Gelderse gemeenten De Duurzame principes geven duurzaam richting aan de ontwikkeling van nieuwe lokale of regionale bedrijventerreinen. Voor nieuwe ontwikkelingen waar de gemeente grondeigenaar is of de gronduitgifte coördineert hanteren we een publieke gronduitgiftestrategie. Het nemen van duurzaamheidsmaatregelen is daarin een kernelement. Dit wordt veelal geborgd in het privaatrechtelijk spoor (anterieure overeenkomst). Andere afspraken kunnen we borgen we via het publiekrechtelijk spoor of middels regionale afstemming.
De ‘Duurzame principes’ hebben betrekking op de Gelderse gemeenten binnen de Cleantech Regio: Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen. De gemeente Deventer (provincie Overijssel) heeft recent nagedacht over haar uitgiftekaders voor het westelijk deelgebied van Bedrijvenpark A1. Deze bedrijventerreinontwikkeling stelt relatief hoge voorwaarden die kunnen dienen ter inspiratie voor de Gelderse gemeenten.
Duurzame principes 21.068
4
Hogere ambities zijn altijd mogelijk Individuele gemeenten in de Cleantech Regio kunnen bovenop de ‘Duurzame principes’ uiteraard zelf hogere ambitieniveaus nastreven. Verder blijft het geldende Bouwbesluit (en in de toekomst het Besluit bouwwerken leefomgeving) leidend voor eisen aan en in het bedrijfspand. Verantwoordelijkheid overheid Bedrijven en ondernemers zijn primair aan zet voor het nemen van concrete duurzaamheidsmaatregelen. Echter, er ligt ook een belangrijke verantwoordelijkheid bij de overheid. De overheid maakt regionale afspraken en hanteert kwalitatieve kaders 1 om samen te werken aan nieuwe toekomstbestendige bedrijventerreinen. De regionale afspraken (Duurzame principes) worden vertaald in juridisch instrumentarium.
1.3 Procesaanpak Bij de start van het traject is de ambtelijke werkgroep betrokken en zijn individuele sessies per gemeente georganiseerd om scherp zicht te krijgen op het huidige proces van kaveluitgifte en om ideeën en ambities op te halen rondom duurzaamheidsthema’s die spelen op bedrijventerreinen, zowel op lokaal als regionaal niveau. Hierna zijn we in een interactieve sessie aan de slag geweest met (concept) leidende principes en is een inhoudelijke discussie gevoerd met de bestuurders over inhoudelijke uitgangspunten en dilemma’s of strategische keuzes die daaruit voorkomen. De concept Duurzame principes zijn vervolgens getoetst bij het bedrijfsleven aan de hand van een marktconsultatie. Hierna zijn de definitieve Duurzame principes opgesteld.
1.4 Borging Duurzame principes Duurzame principes zijn onderdeel van RPW Cleantech Regio 2019-2030 De Duurzame principes maken deel uit van het RPW Cleantech Regio 2019-2030 2. De Duurzame principes betreffen regionale afspraken die de Gelderse gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen hanteren bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. De gemeente Deventer hanteert op Bedrijvenpark A1 haar eigen duurzame ambitiekader. Voor een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling waarbij de gemeente grondeigenaar is of de gronduitgifte coördineert is lokale vrijheid door te werken met een eigen keuzelijst met duurzaamheidsmaatregelen. De lijst biedt inspiratie en ondernemersvrijheid om passende maatregelen op kavelniveau te nemen. Aan overige regionale afspraken moet in principe altijd worden voldaan. Door lokale omstandigheden of specifieke bedrijvigheid kan het voorkomen dat moet worden afgeweken van de Duurzame principes. De Gelderse gemeenten spreken voor deze situaties af dat de betreffende casuïstiek beargumenteerd wordt ingebracht in de regionale ambtelijke werkgroep Economie. De ambtelijke werkgroep bespreekt de casus en brengt een advies uit aan het bestuurlijke portefeuillehoudersoverleg Economie voor bestuurlijke afstemming en eventuele instemming met de afwijking.
De Cleantech Regio hecht grote waarde aan de regionale samenwerking en afstemming op de gedeelde ambities.
Actualisatie RPW Cleantech Regio 2019-2030 De regionale afspraken over bedrijventerreinen in de Cleantech Regio vastgelegd in het RPW, werken via een instructieregel in de provinciale omgevingsverordening door in de (mogelijke) inhoud van het gemeentelijke bestemmings-/omgevingsplan (huidig: Wet ruimtelijke ordening – Wro / toekomstige: Omgevingswet – Ow) 1 2
Duurzame principes 21.068
5
2 Regionale afspraken Inleiding Volgens landelijke wetgeving borgen we – waar dit kan – algemene duurzaamheidseisen aan de voorkant in het juridisch instrumentarium. Dit is geen regionale afspraak, het betreft minimale vereisten. Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor de vertaling van landelijke wetgeving in een ruimtelijk plan (publiekrecht) en/of uitgiftevoorwaarden (privaatrecht). Zo moet alle nieuwbouw op bedrijventerreinen voldoen aan landelijke wetten en regels, zoals vastgelegd of vertaald in de Wet milieubeheer, het Bouwbesluit, Energieprestatie – BENG 3, MilieuPrestatie Gebouwen, EPBD III 4 en Energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS)) 5. Specifiek binnen de bestaande bouw dienen bedrijven en instellingen die per jaar vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (gelijkwaardig) verbruiken verplicht energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Deze energiebesparingsplicht is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer 6. Bedrijven dienen bij nieuwbouw of wijzigingen de op dat moment best beschikbare technieken toe te passen. WAT BLIJVEN WE DOEN? •
• •
In het ruimtelijk plan (bestemmings- of omgevingsplan) stimuleren we een toekomstbestendige en duurzame ontwikkeling, bijvoorbeeld door een voorwaardelijke verplichting op te nemen over noordzuid oriëntatie van bebouwing (waar dit mogelijk is). We handhaven op wettelijk verplichte energiebesparende maatregelen door bedrijven. Dit vindt plaats in goede samenwerking met de Omgevingsdienst. Wanneer de gemeente grondeigenaar is nemen we – desgewenst – (privaatrechtelijk) voorwaarden op bij gronduitgifte.
Bedrijventerreinontwikkeling Bij de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein, waarbij de gemeente grondeigenaar is of de gronduitgifte coördineert hanteren we een publieke gronduitgiftestrategie. Met behulp van anterieure overeenkomsten (overheid als privaatrechtelijk persoon) worden afspraken bij kaveluitgifte geborgd. In een omgevingsparagraaf in de gronduitgiftevoorwaarden beschrijven de regiogemeenten het belang van een duurzame omgevingskwaliteit. In deze paragraaf kunnen o.a. de volgende thema’s aan bod komen: bodem, ecologie, wateraspecten, luchtkwaliteit, geluid, trillingen, straling, etc. Daarnaast kunnen ook onderwerpen als duurzaam (efficiënt) ruimtegebruik en de verplichte deelname aan een bedrijvenvereniging, BIZ of parkmanagement onderdeel zijn van de uitgiftevoorwaarden. Bij een private ontwikkeling hebben gemeenten een inspanningsverplichting om met de ontwikkelaar in gesprek te gaan om de Duurzame principes (zie hieronder) als uitgangspunt te hanteren. EXTRA BEVOEGDHEID: BESLUIT BOUWWERKEN LEEFOMGEVING Met de komst van de Omgevingswet krijgt de overheid naar verwachting een extra bevoegdheid op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In de opvolger van het Bouwbesluit 2012 komen regels te staan over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken.
Gemeenten krijgen hiermee een steviger instrument om de energietransitie af te dwingen voor panden met een ‘industriefunctie of overige gebruiksfunctie (bijvoorbeeld parkeergarages)’.
Bijna Energie Neutrale Gebouwen Europese Energy Performance of Buildings Directive 5 Verplicht voor gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen, kantoren, onderwijsinstellingen, sport en recreatie, hotels en restaurants en detailhandel. 6 In de Activiteitenregeling is per bedrijfstak een Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) opgenomen. 3 4
Duurzame principes 21.068
6
Zes Duurzame principes De ‘Duurzame principes’ zijn de pijlers onder de regionale afspraken die we maken. Het gaat om zes leidende principes voor het ontwikkelen van toekomstbestendige bedrijventerreinen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Organisatiegraad is een basisvoorwaarde. Toekomstbestendige en duurzame infrastructuur. Aantrekkelijke en klimaatbestendige openbare inrichting. Duurzaamheidsmaatregelen op basis van een keuzelijst. Duurzame daken zijn de geldende norm Juiste bedrijf op de juiste plek.
Hierna beschrijven we per principe: • Wat spreken we af? • Hoe gaan we dat doen? Publieke gronduitgifte In hoofdstuk 3 staat uitleg bij de procesafspraak ten aanzien van publieke uitgifte op bedrijventerreinen. In bijlage 1 is ter inspiratie een conceptkeuzelijst opgenomen met duurzaamheidsmaatregelen op kavelniveau. Het doel is te komen tot nieuwe toekomstbestendige bedrijventerreinen. De ‘Duurzame principes’ geven richting aan de regionale strategie, waarbij het nemen van concrete duurzaamheidsmaatregelen voorop staat. Dit om te werken aan een goed vestigingsklimaat.
2.1 Organisatiegraad is basisvoorwaarde nieuwe ontwikkeling WAAROM DIT DUURZAME PRINCIPE? Georganiseerde ondernemers bereiken meer, hebben over het algemeen meer slagkracht voor collectieve voorzieningen en kunnen elkaar versterken met ideeën en innovaties. Een hogere organisatiegraad vereenvoudigt communicatie tussen ondernemers onderling en tussen gemeente en ondernemers. Wat spreken we af? Bij nieuwe bedrijventerreinontwikkelingen is een vorm van collectiviteit verplicht. Lokaal maatwerk is mogelijk, want er zijn verschillende vormen van collectiviteit. Zoals parkmanagement, een Vereniging van Eigenaren (VvE) of een BedrijvenInvesteringsZone (BIZ). Een BIZ kan overigens ook voor bestaande gebieden ingesteld worden 7. De gemeenten faciliteren en ondersteunen waar mogelijk bij het oprichten van dergelijke ondernemerscollectieven. Uiteraard zijn bedrijven gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiering van het collectief. Hoe gaan we dat doen? Een organisatiegraad stellen we verplicht voor een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling. Als we als overheid zelf de grond uitgeven nemen we in de anterieure verkoopovereenkomst een kwalitatieve verplichting op. In die kwalitatieve verplichting wordt een vorm van collectiviteit vastgelegd.
Bij zeer kleine nieuwe ontwikkelingen waar een vorm van collectiviteit niet haalbaar is, kan gezocht worden naar aansluiting bij bestaande collectieven op aanpalende bedrijventerreinen. Bij al bestaande bedrijventerreinen of bij bedrijventerreinen waar de gemeente geen grond uitgeeft, hebben we een inspanningsverplichting om collectiviteit en organisatiegraad aan te jagen. Daarnaast hanteren we een vorm van organisatiegraad als basisvoorwaarde om mee te werken aan een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling. De gemeenteraad kan onder de naam BIZ-bijdrage middels een verordening een belasting instellen binnen bepaald gebied in de gemeente (bedrijveninvesteringszone). De BIZ heeft een wettelijke grondslag: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035933/2015-01-01
7
Duurzame principes 21.068
7
2.2 Toekomstbestendige en duurzame infrastructuur WAAROM DIT DUURZAME PRINCIPE? Een duurzame en toekomstbestendige infrastructuur is een voorwaarde voor goed vestigingsklimaat en daarmee met de economische vitaliteit van een gebied. Nieuwe bedrijventerreinen moeten bedrijven faciliteren. Het is daarom van belang dat de fysieke, digitale en energie infrastructuur naadloos aansluit bij de wensen en eisen van de doelgroep. Wat spreken we af? Op nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen wordt de toekomstbestendige duurzame infrastructuur (fysiek, digitaal en energie) vooraf goed onderzocht. Hierbij leggen we ook de relatie met huidige kenmerken of ontwikkelingen (kansen of knelpunten) in de omgeving. Hoe gaan we dat doen? We onderzoeken vooraf goed op welke wijze de huidige en toekomstige infrastructuur van een nieuw bedrijventerrein kan bijdragen aan een toekomstbestendige ontwikkeling. Voor een toekomstbestendige duurzame infrastructuur kijken we naar de fysieke infrastructuur [snelwegen, spoorwegen, vaarwegen, havens, luchthavens, kabels en leidingen, etc.], de digitale infrastructuur [glasvezel, netwerk, hosting- en cloud services, connectiviteit, veiligheid, etc.] en de energie infrastructuur [netcapaciteit en smart grids 8, lokale uitwisseling van restwarmte of elektriciteit, waterstoftanken, oplaadpalen EV, energieopslag, etc.].
Op grotere regionale bedrijventerreinen reserveren we voldoende openbare ruimte voor collectieve en/of decentrale warmtelevering of energieopwekking (windturbines, bio-energiecentrale, etc.) en lokale opslag (zoals een megabatterij). Hierbij kijken we altijd naar de locatie-specifieke situatie. ACHTERGROND ENERGIE INFRASRUCTUUR In het Klimaatakkoord hebben de decentrale overheden zich verbonden om in 2030 de CO2-uitstoot met 49% te verminderen. Dat betekent dat er meer duurzame energie moet worden opgewekt, ook in onze regio. Dat vraagt om een integrale afweging te maken van belangen, met oog voor ruimtelijke kwaliteit en in goede interactie met de omgeving. In de Regionale Energie Strategie (RES) maakt de Cleantech Regio daar afspraken over. Naarmate het aandeel (niet planbare) energieproductie toeneemt in de energiemix, zullen we de energievoorziening steeds beter moeten plannen, en geproduceerde en verbruikte energie beter en actiever op elkaar moeten afstemmen, inclusief ruimte maken voor opslag en conversie van energie. Zo bouwen we aan een toekomstbestendig energiesysteem. Dit kunnen we heel goed benaderen via de energie-cluster gedachte die we in de RES hebben omarmd. Hier worden zowel de harde als de zachte kant van de uitdaging bediend.
Aan de harde kant kunnen energieclusters flink bijdragen aan de technisch-economische optimalisatie van vraag en aanbod van energie (en daarmee ook aan ontlasting van de regionale netten), en aan de zachte kant maken ze tastbaar dat lokaal opgewekte energie ook lokaal wordt ingezet en te gelde wordt gemaakt. Leren van o.a. Eekterveld, De Mars, Apeldoorn Noord en Lochem In de Cleantech Regio werken we, met ondersteuning van de projecten uit de Regiodeal, gezamenlijk aan toekomstbestendige bedrijventerreinen. Een onderdeel van deze aanpak is de ontwikkeling van smart grids op bestaande bedrijventerreinen. We onderzoeken én brengen in de praktijk op welke wijze we de niet planbare energieproductie beter op de energievraag kunnen afstemmen, bijvoorbeeld door opslag en lokale uitwisseling van restwarmte of elektriciteit. Met het bouwen aan deze energieclusters werken we aan een toekomstbestendig energiesysteem, waarbij we het energienet zoveel mogelijk ontlasten én optimaal gebruik maken van de beschikbare mogelijkheden. Met de ervaringen die we hierin opdoen op bestaande terreinen (o.a. Eekterveld, De Mars, Apeldoorn Noord en in Lochem) kunnen we waardevolle informatie ophalen die we willen inzetten bij de ontwikkeling van nieuwe terreinen. 8
Zoals ook opgenomen in de RES 1.0 Cleantech Regio
Duurzame principes 21.068
8
2.3 Aantrekkelijke en klimaatbestendige inrichting WAAROM DIT DUURZAME PRINCIPE? Een aantrekkelijke en klimaatbestendige inrichting van het openbaar gebied en private kavels (groen, waterberging) is belangrijk voor personeel, klimaatadaptatie (waterberging en voorkomen hittestress) en biodiversiteit. Wat spreken we af? We streven naar een klimaatbestendige inrichting van openbaar gebied en private kavels op nieuwe bedrijventerreinen. Hoe gaan we dat doen? Bij elke ontwikkeling wordt een bestemmingsplan of omgevingsplan opgesteld waarin voorwaarden (bijvoorbeeld aan de hand van voorwaardelijke verplichtingen) opgenomen worden ten behoeve van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. Traditionele bedrijventerreinen zijn stenig en weinig groen. Hitte en piekbuien kunnen flink overlast veroorzaken. Om die reden wordt bij nieuwe ontwikkelingen in het ruimtelijk plan een minimum percentage groen opgenomen voor het onbebouwde terrein (zowel op private kavels als de openbare ruimte) waarbij de onverharde gronden landschappelijk moeten worden ingepast. Dit minimum percentage verschilt per bedrijventerreinontwikkeling omdat het afhankelijk is van de locatie-specifieke situatie. We streven naar parkeerplaatsen die standaard halfopen verhard worden aangelegd.
Uitgangspunt blijft dat parkeren op eigen terrein moet plaatsvinden, er aandacht is voor elektrisch transport, met voldoende laadpalen voor auto's en fietsen.
WAT KAN EEN GEMEENTE EXTRA DOEN? Efficiëntie verkaveling, intensief ruimtegebruik en aantrekkelijke inrichting Gemeenten en ontwikkelaars kunnen nieuwe kavels efficiënt inrichten, waarbij we zorgvuldig met de ruimte wordt omgaan. Er wordt minimaal een groene strook (bij voorkeur aan de voorzijde van kavels) gerealiseerd. Groen maakt de kavels aantrekkelijk voor verblijf en draagt bij aan klimaatadaptatie (en biodiversiteit). Casus specifiek kunnen ondernemers meer ruimte op eigen kavel krijgen om deze zo efficiënt mogelijk te bebouwen (intensief ruimtegebruik, hoge Floor Space Index). Dit vraagt om ruime bebouwingsmogelijkheden ( 9bebouwingspercentage en bouwhoogte). Uiteraard moet dit passend zijn aan de omgeving. Optimalisering van ruimtegebruik moet ook passen bij het karakter van het terrein en niet leiden tot meer verstening en extra parkeerdruk. Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit Gemeenten kunnen daarnaast inzetten op onder meer de landschappelijke inpassing van een nieuw bedrijventerrein. Hierbij is het van belang om rekening te houden met de karakteristieke kenmerken en kwaliteiten van het landschap. Dit kan gedaan worden met de architectuur van een bedrijfspand en/of het realiseren van gebiedseigen beplanting. Met welstandsnormen (welstandsnota) kan de gemeente de architectuur, te gebruiken materialen, kleuren en dergelijke beïnvloeden.
Daarnaast is het goed mogelijk om aan de hand van een beeldkwaliteitsplan de richtlijnen die horen bij de realisatie van een nieuw bedrijfspand te vertalen naar concrete oplossingsrichtingen. Een aantal inspiratiedocumenten zijn: Hoe vergroenen we bedrijventerreinen?, Provincie Gelderland. Klik hier Groene gezonde bedrijventerreinen, Provincie Zuid-Holland & Stichting Steenbreek. Klik hier Handreiking duurzame bedrijventerreinen, MKB Nederland Midden, VNO-NCW & Provincie Overijssel (hoofdstuk 4). Klik hier
9
Gemeenten kunnen kiezen voor een minimaal bebouwingspercentage of een minimale bouwhoogte.
Duurzame principes 21.068
9
Circulaire bouw De transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie is in volle gang en gemeenten kunnen bij nieuwe bedrijventerreinontwikkeling circulaire bouw nastreven en afdwingen. Door circulair te bouwen wordt een gebouw aan het eind van de levensduur gedemonteerd wordt in plaats van gesloopt. Bouwmaterialen kunnen opnieuw gebruikt worden in een nieuw gebouw. Gemeenten kunnen circulariteit nastreven door bijvoorbeeld eisen te stellen aan bedrijven om hun circulariteit aan te tonen op het gebied van de herbruikbaarheid van materialen in hun pand. Ook kunnen reststromen voortkomend uit productieprocessen inzichtelijk worden gemaakt in een databank.
2.4 Duurzaamheidsmaatregelen op basis van een keuzelijst WAAROM DIT DUURZAME PRINCIPE? Maatregelen die op kavelniveau bijdragen aan verduurzaming zijn talloos. Met een keuzelijst voor te nemen maatregelen bieden we ondernemers keuzevrijheid bij te nemen duurzaamheidsmaatregelen. Daarmee erkennen we dat elke kavel en bedrijf anders is en bieden we de mogelijkheid voor maatwerk. Doel is om op een uitnodigende en voor de situatie passende wijze ondernemers te stimuleren natuurinclusief en klimaatadaptief te ontwikkelen. Wat spreken we af? Bij publieke uitgifte stellen we een keuzelijst vast met duurzaamheidsmaatregelen die ondernemers op kavelniveau kunnen nemen. Bij kavelverkoop geeft de koper aan welke maatregelen genomen worden. Wanneer een koper andere ideeën heeft die niet op de lijst staan is uiteraard maatwerk mogelijk. We hebben veel vertrouwen in marktpartijen. We staan open voor ieder lumineus idee dat bijdraagt aan een toekomstbestendig bedrijventerrein, maar nog niet in de keuzelijst voorkomt. We updaten de keuzelijst periodiek en spelen daarmee in op technologische ontwikkelingen. Hoe gaan we dat doen? Voor iedere maatregel die een bedrijf neemt, worden punten toegekend. Afhankelijk van de grootte van het perceel dient een aantal punten behaald te worden. Op verschillende thema’s kunnen punten worden gehaald.
Denk aan: energie, groen/blauw, circulair, mobiliteit, etc. Zie bijlage 1 voor een conceptkeuzelijst. Het is aan elke individuele gemeente de conceptkeuzelijst te verrijken met maatregelen en de weging van de maatregelen vast te stellen. Dit maakt dat ook lokale ambities met betrekking tot natuurinclusief, klimaatadaptief en/of circulair bouwen worden toegevoegd. De duurzaamheidsmaatregelen borgen gemeenten door bedrijven een borgsom te laten betalen en deze terug te storen wanneer na oplevering is gebleken dat de maatregelen ook genomen zijn. Zie ook hoofdstuk 3: Procesafspraken publieke uitgifte.
2.5 Duurzame daken zijn de geldende norm WAAROM DIT DUURZAME PRINCIPE? Daken van bedrijfspanden zijn uitermate geschikt om bij te dragen aan duurzaamheidsambities. Nieuwe bedrijventerreinen leveren in potentie een zeer belangrijke bijdrage aan de RES doelen ten aanzien van energieopwekking door zon op dak. Groene daken hebben waterbergende eigenschappen en helpen tegen hittestress. Ook een combinatie van beide is mogelijk. Wat spreken we af? We stellen het verplicht dat de constructies van daken geschikt zijn voor meervoudig ruimtegebruik (zon op dak, groen dak, parkeren op dak, opslag op dak, of andere functies op dak).
Duurzame principes 21.068
10
Hoe gaan we dat doen? In de bouwregels van het bestemmingsplan willen we met een voorwaardelijke verplichting vastleggen dat dakconstructies stevig genoeg moeten zijn voor het dragen van zonnepanelen inclusief de technische installatie, dit vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast willen we in de toekomst gaan afdwingen (middels het omgevingsplan) dat het dakvlak voorzien dient te worden van zonnepanelen, tenzij het dak wordt gebruikt voor een ander duurzame invulling (zoals een groen dak). Vanzelfsprekend moet de aard van de bedrijfsactiviteiten en daarvoor benodigde dakinstallaties duurzame daken toelaten. Ook andere vormen van meervoudig ruimtegebruik zijn mogelijk (zie box hieronder). Voor deze vormen van meervoudig ruimtegebruik is maatwerk (wat betreft de dakconstructies) mogelijk. Belangrijk aandachtspunt hierbij is onder andere de netcapaciteitsnetwerk en verzekerbaarheid van het dak, iets waar bedrijven geen invloed op hebben. Ook veiligheid kan een moverende reden zijn om in de toekomst geen zon op dak te plaatsen 10. Daarom nemen we sec het realiseren van een geschikte dakconstructie op als verplicht onderdeel op in het omgevingsplan 11. Op korte termijn wordt binnen de nieuwe Omgevingswet een extra bevoegdheid op basis van Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verwacht.
Hiermee kunnen onder andere het plaatsen van zonnepanelen op daken juridisch verplicht worden. Indien het nieuwe bedrijventerrein geen hinder ondervindt van netcongestie, kan een gemeente individueel besluiten met behulp van het Bbl ook zon op dak te verplichten. WAT KAN EEN GEMEENTE EXTRA DOEN? Andere vormen van meervoudig ruimtegebruik De regio wil bedrijven ook de ruimte bieden om voor andere vormen van duurzaam meervoudig ruimtegebruik te gaan. Denk aan parkeren op dak, opslag op dak of zelfs andere functies (bijvoorbeeld sport) op dak. Hiervoor moeten de bedrijfsdaken geschikt zijn: minimale oppervlakte, plat dak en sterke dakconstructie. Ook dienen de daken (in het geval van parkeren, opslag of sportfunctie) bereikbaar gemaakt te worden via een hellingsbaan of intern ontsloten worden.
2.6 Juiste bedrijf op de juiste plek WAAROM DIT DUURZAME PRINCIPE? Bedrijven moeten zich op de juiste plek kunnen vestigen en ontwikkelen. Concreet betekent dit lokale bedrijven op een lokaal bedrijventerrein en grootschalige vestigers op een regionaal bedrijventerrein. Wat spreken we af? Bedrijven bepalen in eerste instantie zelf waar ze zich willen vestigen (uiteraard binnen de mogelijkheden die bestemmingsplannen bieden). Als gemeenten spreken we af dat we met bedrijven die zich op een bepaalde locatie willen vestigen het gesprek aangaan over de verschillende vestigingsmogelijkheden binnen de regio. We maken onderscheid tussen lokale en regionale bedrijventerreinen: • Op nieuwe lokale bedrijventerreinen wordt ruimte gecreëerd voor met name lokale bedrijven. De kavels hebben over het algemeen een maximale omvang van circa 1 hectare. Uitzonderingen hierop zijn alleen mogelijk voor lokaal gevestigde bedrijven met een aantoonbare sterke lokale binding. • Grootschalige vestigers dienen zich op een regionaal bedrijventerrein te vestigen dat hier qua ruimtelijke structuur, ontsluiting en korrelgrootte voor geschikt is.
Een brandveilige isolatie en dakbedekking is randvoorwaardelijk. Hiermee voorkomen we praktische problemen of bezwaren, bijvoorbeeld wanneer zon op dak niet mogelijk is vanwege bedrijfsprocessen, netcongestie én/of medewerking van verzekeraars.
10 11
Duurzame principes 21.068
11
Hoe gaan we dat doen? Bedrijven die zich willen vestigen op een bedrijventerrein in de Cleantech regio worden gewezen op de verschillende kenmerken van onze bedrijventerreinen zodat de betreffende ondernemer kan bepalen op welk terrein zijn bedrijf het beste past. Nieuw te vestigen bedrijven worden passend binnen de ruimtelijke structuur van onze bedrijventerreinen gevestigd. Maatwerk en flexibiliteit (voor bijvoorbeeld reeds lokaal gevestigde en gewortelde bedrijven) geldt als het regionale uitgangspunt, maar wel passend bij de aard en omvang van de locatie. De laatste jaren zien we echter ook een aantal grootschalige vestigers in de regio, met name in de logistiek. Dit type bedrijvigheid begeleiden we in de regio naar een regionaal bedrijventerrein. Op dergelijke regionale (grootschalige) bedrijventerreinen hebben we hogere ambities op het gebied van duurzaamheid (energie, groen/blauw, circulair, mobiliteit, etc.). Deze hogere ambities komen tot uiting doordat we door bedrijven die zich op een grotere kavel willen vestigen, meer punten te laten halen op de score/keuzelijst. Dit is legitiem, omdat de ruimtelijke impact op de omgeving groter is. Daarnaast beschikken deze bedrijven over meer investeringsruimte in vergelijking tot (lokale) MKB-bedrijven.
HUISVESTEN GROOTSCHALIGE LOGISTIEK Voor specifiek het huisvesten van grootschalige logistiek hanteren we – conform de actualisatie van het RPW – het uitgangspunt van clustering in de A1-zone/-corridor op goed bereikbare locaties. Dit op basis van een economische zonebenadering. Dergelijke ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk aan te sluiten op bestaande bedrijventerreinen, zodat versnippering wordt voorkomen en de ruimtelijke impact op het landschap het kleinst is. We stellen een aantal kwalitatieve randvoorwaarden: toegevoegde waarde en bijdrage aan regionale werkgelegenheid (sociaal-economisch), landschappelijke inpassing en energietransitie (duurzaamheid) en optimale bebouwingsdichtheid (fysiek-ruimtelijk). Zie hiervoor afspraken over huisvesten grootschalige logistiek (Actualisatie RPW Cleantech Regio 2019-2030).
Duurzame principes 21.068
12
3 Procesafspraken publieke uitgifte Procesafspraken publieke uitgifte Vanuit het privaatrechtelijk spoor (overheid als privaatrechtelijk persoon) zijn dit de procesafspraken die we als Cleantech Regio maken. Het staat individuele gemeente vrij om hogere ambities of doelstellingen na te streven. Deze afspraken gelden alleen wanneer de overheid de grond in uitgifte heeft. Bij private ontwikkelingen hebben gemeenten een inspanningsverplichting om met de betreffende ontwikkelaar in gesprek te gaan om de Duurzame principes als uitgangspunt te hanteren.
3.1 Uitgangspunten publieke gronduitgifte Maatwerk leveren op kavelniveau Wanneer een gemeente eigenaar is van de gronden op nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, kunnen privaatrechtelijk verdergaande voorwaarden opgenomen worden ten aanzien van duurzaamheid en milieu, dan mogelijk is in ruimtelijke plannen (bestemmingsplan / omgevingsplan). Duurzaamheidsmaatregelen op kavelniveau zijn echter ook veel vaker maatwerk. Iedere kavel en eindgebruiker is immers anders. Daarom willen we dat ondernemers kunnen kiezen uit een lijst van duurzaamheidsmaatregelen waardoor lokale ondernemersvrijheid geborgd wordt. Hierbij hanteren we dat hoe groter de kavel is, hoe meer punten behaald dienen te worden. In bijlage 1 is hiervoor een inspiratielijst opgenomen. Omgevingsparagraaf gronduitgiftevoorwaarden Er kunnen in de gronduitgiftevoorwaarden uiteenlopende milieubepalingen worden opgenomen. In de omgevingsparagraaf in de gronduitgiftevoorwaarden kan aandacht gegeven worden aan het belang van een duurzame omgevingskwaliteit. In deze paragraaf kunnen daarom de volgende thema’s aan bod komen: bodem, ecologie, wateraspecten, luchtkwaliteit, geluid, trillingen, straling etc. Verder zullen onderwerpen als duurzaam (efficiënt) ruimtegebruik en de verplichte deelname aan een bedrijvenvereniging en parkmanagement opgenomen worden.
3.2 Wat zijn de procesafspraken? Eindgebruiker altijd in beeld en betaalde opties We spreken af dat (1) de eindgebruiker in beeld moet zijn bij de verkoop van de kavel. Daarnaast werken we in de regio (2) met betaalde opties op onze nieuwe bedrijventerreinen. Indicatief proces van kaveluitgifte Onderstaand figuur toont een indicatief proces van kaveluitgifte waarbij gewerkt wordt met de lijst van duurzaamheidsmaatregelen. Ten eerste doet de koper/klant een verzoek tot een voorlopige reservering (betaald). Hier worden de duurzaamheidsambities van de Cleantech Regio benoemd en worden eventuele provinciale, regionale en lokale stimuleringsprogramma’s gedeeld. Dit om te komen tot een zo duurzaam mogelijke ontwikkeling. Ten tweede wordt de reserveringsovereenkomst ondertekend. En vervolgens wordt een voorlopig en uiteindelijke definitief bouwplan ingediend. Tijdens deze tweede en derde stap wordt de conceptlijst van duurzame maatregelen die de koper/klant gaat toepassen opgesteld.. Vervolgens wordt ten vierde de koopovereenkomst ondertekend, waarbij de lijst met duurzame maatregelen definitief is. Ten vijfde wordt de vergunning verleend. Ten slotte wordt gestart met de bouw. Wanneer aan de duurzaamheidsvoorwaarden wordt voldaan, wordt de waarborgsom teruggestort.
Duurzame principes 21.068
13
Figuur 1: Indicatief proces van kaveluitgifte
Bron: SADC 2021, bewerking Stec Groep, 2021
Waarborgsom als borgingsmiddel De duurzaamheidsmaatregelen borgen we door kopers bij kavelverkoop een borgsom te laten betalen en deze terug te storen wanneer na oplevering is gebleken dat de maatregelen ook genomen en ook werkend zijn.
14
Duurzame principes 21.068
Bijlage 1: keuzelijst maatregelen duurzaamheid Conceptkeuzelijst duurzaamheidsmaatregelen op kavelniveau Onderstaande lijst is geen uitputtende lijst, maar dient als inspiratielijst. Specialisten zoals bouwkundigen of aannemers zijn nodig om de lijst aan te scherpen en realistische punten per maatregel toe te kennen. Hoe groter de kavel is, hoe meer punten behaald moeten worden. Voor iedere maatregel die een bedrijf neemt krijgen ze punten. Afhankelijk van de grootte van het perceel dient een aantal punten behaald te worden. Op verschillende thema’s kunnen punten worden gehaald. Denk aan: energie, groen/blauw, circulair, mobiliteit, etc. De duurzaamheidsmaatregelen borgen we door bedrijven een borgsom te laten betalen en deze terug te storen wanneer na oplevering is gebleken dat de maatregelen ook genomen zijn. Zie ook hoofdstuk 3: procesafspraken publieke uitgifte. Thema Energie
Aantal punten
Maatregel
Toelichting
PV of PVT panelen (zonnepanelen of hybride)
Met zonnepanelen kan een bedrijf op een eenvoudige manier duurzame energie opwekken op het dak of aan de gevel van het bedrijfspand. Met de opwek van zonne-energie wordt de CO2-uitstoot verminderd en wordt bespaard op de energierekening. Voldoende draagconstructie van het dak is een belangrijke vereiste voor het aanleggen van zonnepanelen. Alternatief is een PVT-systeem. Dit staat voor Photovoltaïsch Termisch (zon en warmte). Dit zijn dus hybride panelen die stroom als warmte leveren. Door optimale isolatie gaat zo min mogelijk energie verloren. Isolatie kan worden toegepast in de vorm van: dakisolatie, gevelisolatie, vloerisolatie en hoogrendementsglas. Restwarmte kan vrijkomen bij een productieproces van een bedrijf. Het is warmte die ‘over is’ en niet meer door het bedrijf zelf kan worden gebruikt. Restwarmte kan gedeeld worden met andere bedrijven voor het mogelijk verwarmen van gebouwen of het verwarmen van tapwater. Door te kiezen voor een solar caport wordt ruimte meervoudig gebruikt. Een parkeerterrein wordt met een solar carport omgezet in een duurzame energiecentrale. Solar carports bewijzen hun waarde door (elektrische) auto's en fietsen droog te houden, ze op te laden met nieuwe groene stroom en door de stroom die niet wordt gebruikt voor het opladen van auto's of fietsen terug te leveren aan het net of aan bedrijfslocaties in de buurt.
Steeds meer bedrijven willen groene energie (gaan) opwekken. Netcongestie maakt dat niet alle opgewekte energie aan het net kan worden teruggeleverd. Een oplossing kan gevonden worden in een smart energy hub (bijvoorbeeld t.b.v. waterstof of een mega-batterij). Een groen dak bevordert de (lokale) biodiversiteit in het gebied. Verschillende typen begroeiing zijn mogelijk op een dak. Denk aan vetplanten, kruiden, mos en gras (extensieve begroeiing) en struiken en bomen (intensieve begroeiing). Een geschikte (zwaardere) dakcontrcutie is nodig voor deze intensieve begroeiing. Groene daken hebben als voordeel dat ze hittestress tegengaan en regenwater opvangen. De combinatie van een groen dak met zonnepalen is goed mogelijk. Groene gevels werkend verkoelend voor het bedrijfspand. Daarnaast draagt het bij aan een gezonde werkomgeving, minder hittestress, leefgebied voor verschillende vogels en insecten en het reinigt de lucht.
Optimale isolatie
Restwarmte delen
Solar carport / parking
Energie opslag
Groen/blauw
Groen dak
Groene gevels
15
Duurzame principes 21.068
Groene erfafscheiding
Natuurinclusief bouwen (denk aan nestkasten en insectenhotels)
Doorlatende verharding
Retentievijver en/of wadi
Circulair
Materialenpaspoort
Database afvalstromen/grondstoffen
Circulair bouwen
Mobiliteit
Laadpalenstructuur
Inzetten op fietsvoorzieningen
Deelmobiliteit of elektrisch wagenpark
Lumineus idee
In overleg
PM
Een groene erfafscheiding draagt bij aan de biodiversiteit en verhoogt de infiltratiemogelijkheden voor de ondergrond. Ook verfraait het de kavel. Bij natuurinclusief bouwen worden bouwwerken opgericht en de omgving van de gebouwen zo ingericht dat de natuurwaarden er baat bij hebben bovenop de wettelijke milieuregels. Voor het A1 Bedrijvenpark heeft de gemeente Deventer een maatregelenliijst opgesteld voor natuurinclusief bouwen. Zie deze link voor inspiratie: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0150.Chw002VG01/b_NL.IMRO.0150.Chw002-VG01_13.pdf Wateroverlast neemt door klimaatverandering toe. De kans op wateroverlast is kleiner bij minder verharding. Met doorlatende verharding wordt ook het grondwater aangevuld. Een retentievijver is een vijver of plas waarin het water fluctureert. Het is een natuurlijke waterbuffer voor regenwater waardoor de kans op wateroverlast verkleind wordt. Een wadi is een bufferplek die tijdelijk regenwater opvangt waarna het langzaam in de bodem infiltreert. Ook hiermee wordt de kans op wateroverast verkleind. Met een matrialenpaspoort worden de gebruikte materialen per bedrijfspand geristreerd. Hiermee is inzichtelijk welk en hoeveel materiaal er nodig is bij reparatie of vervanging. Wanneer het bedrijfspand in de toekomst gesloopt wordt, is dan duidelijk welk materiaal waar in het pand zit.
Hierdoor kan het makkelijker hergebruikt worden. Om te komen tot een circulaire economie dient op efficiënte wijze om te worden om gegaan met rest- en afvalstromen. Er zit veel potentie in het omzetten van rest- en afvalstommen in hoogwaardige secundaire grondstoffen. Met een database afvalstromen/ grondstoffen wordt in kaart gebracht welke restmaterialen en afvalstoffen er hergebruikt kunnen worden, zodat mogelijke uitwisseling op het bedrijventerrein kan plaatsvinden. Er wordt circulair gebouwd wanneer bij de bouw materialen in een gesloten kringloop worden gehouden, zonder schadelijke emisssies naar lucht, water en bodem. Aan het einde van de gebruiksfase kunnen materialen hoogwaardig terug kunnen worden gebracht in de keten van materiaalgebruik. Bedrijven kunnen laadpalen realiseren op hun parkeerplaatsen. Hiermee stimuleren ze de ontwikkeling en groei van elektrische vervoer en duurzame mobiliteit. Door in te zetten op een goede fietsvoorzieningen (laadpunten voor e-bikes, fietsenstallingen, douchefacitlieiten, etc.) wordt fietsen gestimuleerd. Stimuleren van fietsgebruik draagt bij aan duurzame mobiliteit en beperkt de CO2-uitstoot dan wanneer werknemers met de auto komen. Bovendien bevordert fietsen de gezondheid van mederwerkers. Er worden voorzieningen getroffen om deelmobiliteit te stimuleren (denk aan deelauto’s of deelfietsen).
Dit stimuleert werknemers om op een andere manier naar werk te reizen. Een bedrijf kan ook zijn wagenpark elektrificeren. Hiervoor worden ook de nodige voorzieningen getroffen (voldoende laadpunten, (PV) overkappingen). Duurzaamheidsmaatregel die niet in de keuzelijst voorkomt, maar een belangrijke bijdrage levert aan de duurzaamheidsambities.