CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

361292 bijlage 2 Overzicht wettelijke rol raden

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken 27 januari 20223.061 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wettelijke formele rol en bevoegdheden van de raden bij de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), 6 oktober 2021 Inleiding De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) hecht veel belang aan een warme relatie met haar gemeenteraden. De VNOG wil graag de raden betrekken bij haar beleidsontwikkeling en taakuitvoering en zet hier een breed scala aan instrumenten voor in. De komende tijd zal de VNOG deze instrumenten verder doorontwikkelen om zo aan te sluiten op de behoeften van de raden. Dit is van belang zodat de raden hun rol kunnen nemen en het is op veel onderdelen ook een wettelijke verplichting die VNOG richting de raden heeft. De gemeentelijke Commissie Van der Jagt/Van Arkel heeft in 2018 aan de VNOG geadviseerd om te zorgen voor een goede informatievoorziening richting de raden en daarbij wel te streven naar rolzuiverheid. Als hulpmiddel voor de raden is daarom onderstaand overzicht opgesteld, waarin alle huidige wettelijke bevoegdheden en de bevoegdheden vanuit de gemeenschappelijke regeling VNOG bij elkaar zijn gezet. Het maakt helder wat de (minimale, wettelijke) verplichtingen van de VNOG zijn ten aanzien van de raden. Maar zoals hiervoor aangegeven wil de VNOG ook graag op andere, aanvullende manieren raden tijdig betrekken en haar instrumenten hiervoor doorontwikkelen en/of in nieuwe vormen aanbieden.

De VNOG gaat hierover graag met de raden verder in gesprek. De voornaamste formele bevoegdheden van de raden volgens de wet/gemeenschappelijke regeling zijn: Kadernota 1. Uw raad ontvangt de kadernota (kennis nemen van de kadernota met de algemene financiële en beleidsmatige kaders). Uiterlijk vóór 15 april moeten de raden de kadernota ontvangen (artikel 34b Wet gemeenschappelijke regelingen, Wgr). Voorlopige jaarrekening 2. Uw raad ontvangt de voorlopige jaarrekening (kennis nemen van de voorlopige jaarrekening). Uiterlijk vóór 15 april moeten de raden de voorlopige jaarrekening ontvangen (artikel 34b Wgr). Ontwerp begroting (ook wel concept begroting genoemd) 3. Uw raad ontvangt de ontwerp begroting. Uiterlijk acht weken vóór de definitieve vaststelling in het AB moeten de raden de ontwerp begroting ontvangen van het dagelijks bestuur (artikel 35, lid 1 Wgr). 4. Naar wens biedt uw raad een zienswijze over de ontwerp begroting aan het DB aan (artikel 35, lid 3 Wgr). Definitieve begroting 5. Uw raad ontvangt de vastgestelde begroting. Het AB zendt (zo nodig, ter afweging AB) de begroting aan de raden (artikel 35, lid 4 Wgr). 6. Naar wens brengt uw raad een zienswijze over de vastgestelde begroting bij gedeputeerde staten naar voren (artikel 35, lid 4 Wgr). Begrotingswijzigingen 7.

Uw raad geeft een zienswijze op bepaalde typen begrotingswijzigingen die nader bepaald zijn in de betreffende gemeenschappelijke regeling. Uiterlijk acht weken vóór de definitieve vaststelling in het AB moeten de raden dit type begrotingswijzigingen ontvangen (artikel 35, lid 5 Wgr). In de Gemeenschappelijke regeling VNOG is vastgelegd welk type begrotingswijzigingen voor een zienswijze worden voorgelegd, namelijk alleen die begrotingswijzigingen waarbij de gemeentelijke bijdrage wijzigt (die niet-budgettair neutraal zijn) of als er sprake is van een wijziging van de omvang van de algemene reserve/weerstandsvermogen (artikel 21 Gemeenschappelijke regeling VNOG).

Pagina 1 van 6

Deelname van VNOG aan andere rechtspersonen (bijv. stichtingen, regelingen, etc.) 8. Uw raad geeft aan het college toestemming om de Gemeenschappelijke regeling VNOG aan te passen, waarin een nieuwe deelname aan een andere rechtspersoon moet worden vastgelegd. Volgens artikel 31a, lid 1 Wgr kan het AB besluiten tot deelname aan een andere rechtspersoon, mits deze mogelijkheid in de betreffende gemeenschappelijke regeling is opgenomen. Dat is bij de VNOG niet het geval. Deelname door de VNOG aan andere rechtspersonen (behalve de Werkgeversvereniging veiligheidsregio’s) kan daardoor alleen via een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling. Voor die wijziging is weer toestemming van de raden nodig (zie hierna onder punt 10). 9. Uw raad maakt aan het AB wensen of bedenkingen kenbaar ten aanzien van een voorgenomen deelname aan een andere rechtspersoon (artikel 31a, lid 2 Wgr). NB een voornemen tot een deelname aan een andere rechtspersoon verloopt bij de VNOG via een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. In dat traject kunnen dan wensen of bedenkingen worden ingebracht (zie hierna onder punt 10). Wijziging gemeenschappelijke regeling VNOG 10. Uw raad geeft aan het college toestemming om de Gemeenschappelijke regeling VNOG te treffen / te wijzigen (artikel 1, lid 2 en 3 Wgr).

De Gemeenschappelijke regeling VNOG is getroffen door de colleges van de deelnemende gemeenten. Zij hebben dit gedaan met toestemming van hun raden. De Gemeenschappelijke regeling VNOG bepaalt dat een wijziging van de regeling tot stand is gekomen, wanneer ter vergadering van het AB blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten (15 van de 22), die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen (totaal 34 van de 50 stemmen), tot deze wijziging hebben besloten (artikel 27 Gemeenschappelijke regeling VNOG). Risicoprofiel VNOG en Beleidsplan VNOG 11. Uw raad levert aan de burgemeester input over het ontwerp regionaal beleidsplan, éénmaal per vier jaar (artikel 14, lid 2a van de Wet veiligheidsregio’s, Wvr). 12. Uw raad maakt aan het regionaal bestuur wensen kenbaar over het in het beleidsplan op te nemen beleid en levert input over het risicoprofiel, éénmaal per vier jaar (artikel 15, lid 3 Wvr). Bevoegdheden vanuit de Gemeenschappelijke regeling VNOG 13. Uw raad kan aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, of de voorzitter VNOG om inlichtingen vragen (artikel 14, lid 1 GR VNOG). 14. Uw raad kan aan een lid van het algemeen bestuur (de eigen burgemeester) om inlichtingen vragen (artikel 15, lid 1 GR VNOG). 15.

Uw raad kan aan een lid van het algemeen bestuur (de eigen burgemeester) verantwoording vragen over het door hem gevoerde en te voeren bestuur en beleid (artikel 15, lid 2 GR VNOG). En in het verlengde hiervan: 16. Uw raad kan vragen stellen over de VNOG aan het college, VNOG is immers een college-regeling. Het college antwoordt, waar nodig wordt informatie voor de antwoorden bij de VNOG opgehaald. 17. Uw raad kan verzoeken om een toelichting door de VNOG in de raad. 18. Uw raad kan per brief aan de VNOG opmerkingen maken, vragen stellen, suggesties doen, etc. 19. Uw raad kan de burgemeester vragen om namens de raad iets in te brengen bij het VNOG bestuur. Bevoegdheden die de raad formeel volgens de wet niet heeft (veel voorkomende misvattingen) 1. Een formele zienswijze of reactie geven op een concept kadernota / het bestaan van een document ‘concept kadernota’ (een dergelijk document bestaat bij wet formeel niet). 2. Een formele zienswijze of reactie geven op de kadernota (naar wens een opmerking maken kan natuurlijk altijd wel). 3. Een formele zienswijze of reactie geven op de voorlopige jaarrekening (naar wens een opmerking maken kan natuurlijk altijd wel). 4. Een formele zienswijze of reactie geven op de definitieve jaarrekening (naar wens een opmerking maken kan natuurlijk altijd wel). Pagina 2 van 6

5.

Aan de burgemeester opdracht geven om op een bepaalde manier te stemmen in het AB van de VNOG. Het AB is een zelfstandig orgaan. Een AB-lid (burgemeester) zit zonder last of ruggespraak in het AB. Het AB is verantwoordelijk voor de totale VNOG en kijkt naar het totale VNOG-brede belang.

Provincie Naast de raden hebben gedeputeerde staten ook een wettelijke rol bij de VNOG. Zij moeten de definitieve, vastgestelde begroting en jaarrekening tijdig van de VNOG ontvangen (begroting vóór uiterlijk 1 augustus, jaarrekening vóór uiterlijk 15 juli) (artikel 34, lid 2 en 4 Wgr). Als de begroting niet tijdig wordt ingezonden of niet structureel en reëel in evenwicht is, moet gedeputeerde staten goedkeuring geven aan de begroting (artikel 203 Gemeentewet, dat ook van toepassing is voor gemeenschappelijke regelingen conform artikel 35, lid 6 Wgr).

Pagina 3 van 6

Bijlage 1. Schematisch totaaloverzicht huidige bevoegdheden raden Document/onderwerp

Bevoegdheid/uitvoering

Documenten uit P&C-cyclus (jaarlijks terugkerend)

December Kennis nemen

April

•

Kadernota

•

Voorlopige jaarrekening

Kennis nemen

•

Ontwerp begroting

Zienswijze geven

•

Definitieve begroting

Juni

Kennis nemen

Overige documenten •

Begrotingswijzigingen1

Zienswijze geven

1 Waarbij de gemeentelijke bijdrage wijzigt (die niet-

budgettair neutraal zijn) of als er sprake is van een wijziging van de omvang van de algemene reserve/weerstandsvermogen

•

Deelname aan een andere rechtspersoon

Via de procedure van een wijziging van de gemeenschappelijke regeling wensen of bedenkingen kenbaar maken

•

Wijziging van de gemeenschappelijke regeling

Toestemming geven aan het college

•

Ontwerp regionaal beleidsplan Eénmaal per vier jaar

- Input geven aan de eigen burgemeester - Wensen kenbaar maken aan het regionaal bestuur

Risicoprofiel VNOG

Input geven aan het regionaal bestuur

•

Eénmaal per vier jaar

Overige algemene bevoegdheden •

Inlichtingen vragen

Aan algemeen bestuur, aan dagelijks bestuur, aan voorzitter VNOG en aan de eigen burgemeester

•

Verantwoording vragen

Aan de eigen burgemeester

Bevoegdheden in het verlengde hiervan •

Vragen stellen over de VNOG

Aan het college

•

Verzoeken om een toelichting in de raad

Aan de VNOG

•

Per brief opmerkingen maken, vragen stellen, suggesties doen

Aan de VNOG

•

Verzoeken om namens de raad iets in te brengen bij het VNOG bestuur

Aan de burgemeester

Bijlage 2. Artikelen in wetten etc. over rol raden en wettelijke deadlines, etc. Huidige Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 34b Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 35 1. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk acht weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 5.

Het eerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. In de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken. 6. De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens deze wet niet is afgeweken. Gemeenschappelijke regeling VNOG Artikel 21 Begrotingswijzigingen De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting zijn mede van toepassing op wijzigingen van de begroting, met uitzondering van het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet, voor zover het betreft wijzigingen van de begroting die voor de gemeenten budgettair neutraal zijn, zowel wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen en die geen invloed hebben op de omvang van de algemene reserve en het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio. Huidige Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 31a 1.

Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 2. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie te brengen. Gemeenschappelijke regeling VNOG Artikel 5 Bevoegdheden 1. De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio in artikel 4, eerste lid, opgedragen taken. 2. De veiligheidsregio is op grond van een besluit daartoe van het algemeen bestuur, bevoegd om deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet, voor zover zij daar reeds deelnemer van is op de dag van inwerkintreding van de eerste wijziging van deze regeling. 3.

De veiligheidsregio sluit zich aan bij de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s die door de 25 veiligheidsregio’s wordt opgericht om namens de besturen van de veiligheidsregio’s afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Huidige Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 1 1. De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van twee of meer gemeenten kunnen afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten. 2. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 3. Onder het treffen van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling.

Pagina 5 van 6

Gemeenschappelijke regeling VNOG Artikel 27 Wijziging 1. Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges. 3. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten. 4. In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging. 5. Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging. Wet veiligheidsregio’s Artikel 14 1. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio. 2a. Voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan overlegt de burgemeester van een gemeente in het gebied van de veiligheidsregio met de gemeenteraad over het ontwerpbeleidsplan.

Artikel 15 1. Het beleidsplan, bedoeld in artikel 14, is mede gebaseerd op een door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld risicoprofiel. 2. (…) 3. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij het bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid. Gemeenschappelijke regeling VNOG Artikel 14 Algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter–colleges en raden gemeenten 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de colleges en de raden alle inlichtingen die door één of meer leden van die colleges of raden worden verlangd, op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze. Artikel 15 Leden algemeen bestuur –colleges en raden gemeenten 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college en de raad alle inlichtingen die door het college respectievelijk de raad, of door één of meer leden daarvan, worden verlangd. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden. 2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college en de raad voor het door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden.

Huidige Wet gemeenschappelijke regelingen (Rol gedeputeerde staten) Artikel 34 1. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 3. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Gemeentewet (Rol gedeputeerde staten) Artikel 203 1.

De begroting, bedoeld in artikel 189, van het eerstvolgende begrotingsjaar alsmede de daarop betrekking hebbende begrotingswijzigingen behoeven de goedkeuring van gedeputeerde staten, indien naar hun oordeel de begroting, bedoeld in artikel 189, niet structureel en reëel in evenwicht is en blijkens de meerjarenraming, bedoeld in artikel 190, niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een structureel en reëel evenwicht tot stand zal worden gebracht. Gedeputeerde staten doen hiervan vóór de aanvang van het begrotingsjaar mededeling aan het gemeentebestuur. 2. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat de begroting, bedoeld in artikel 189, van het eerstvolgende begrotingsjaar alsmede de daarop betrekking hebbende begrotingswijzigingen hun goedkeuring behoeven, indien: a. de begroting, bedoeld in artikel 189, niet tijdig is ingezonden aan gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 191, of b. de jaarrekening, bedoeld in artikel 197, eerste lid, van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar niet tijdig is ingezonden aan gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 200, eerste lid. 3. Gedeputeerde staten maken een besluit als bedoeld in het tweede lid vóór de aanvang van het begrotingsjaar aan het gemeentebestuur bekend. 4.

De begroting behoeft geen goedkeuring indien gedeputeerde staten geen mededeling doen als bedoeld in het eerste lid of geen besluit bekend maken als bedoeld in het tweede lid binnen de in het eerste respectievelijk derde lid genoemde termijn. 5. Gedeputeerde staten kunnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, gedurende het lopende begrotingsjaar intrekken.

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10997282/1