CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

361231 Inspraakreacties en beantwoording op ontwerp TVEW opmerkingen raadsvoorstel

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Transitievisie Energie en Warmte gemeente Epe8.776 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspraak ontwerp Transitievisie Energie en Warmte, 16 november 2021 In 2020 startte APPM en Buro Loo in opdracht van de gemeente Epe met het opstellen van de Transitievisie Energie en Warmte. Deze visie geeft aan hoe de gemeente Epe, samen met haar inwoners, organisaties en diverse stakeholders zorg draagt om invulling te geven aan de gestelde doelen in het nationale Klimaatakkoord. In de Transitievisie Energie beschrijven wij met welke sectoren (lndustrie, Gebouwde omgeving, Mobiliteit, Hernieuwbare opwek en Landbouw) alle partners aan de slag gaan. Concreet betekent dit: welke projecten gaan welke partners in welke sectoren uitvoeren om het energieverbruik in de gemeente Epe en de daaraan gekoppelde CO2 uitstoot te verlagen. De Transitievisie Warmte beschrijft de aanpak van de gemeente Epe en haar partners om in 2050 al haar woningen en gebouwen te hebben voorzien van aardgasvrije verwarming. De Transitievisie Warmte beschrijft daarmee de route om te komen tot een aardgasvrije gemeente en markeert de start voor het aardgasvrij maken van de eerste buurten via de Wijkuitvoeringsplannen. Het is geen definitief besluit voor warmtetechnieken of jaartallen. De gemeente Epe stelde een ontwerp van de Transitievisie Energie en Warmte op.

In de terinzageleggingperiode, 28 september tot en met 9 november, kwamen hierop zeven inspraakreacties binnen van inwoners en twee overlegreacties van organisaties. De ontwerp Transitievisie Energie en Warmte bieden wij gewijzigd aan. De inhoudelijke en tekstuele wijzigingen die wij naar aanleiding van de inspraakreacties doorvoeren in de definitieve tekst treft u bij onderdeel 3. Overzicht van consequenties van inspraakreacties op de Transitievisie Energie en Warmte aan. De reacties zijn niet alleen aanleiding voor enkele tekstuele en inhoudelijke wijzigingen. Reacties zijn ook belangrijk voor het vervolgproces. Hoe zorgen wij met elkaar dat er uitvoering wordt gegeven aan de beschreven projecten in de visie. Uit o.a. de overlegreactie van twee organisaties en informele reacties van organisaties blijkt dat er behoefte en noodzaak is tot terugkerende afstemmingsmomenten om de komende jaren gezamenlijk op te trekken in het uitvoeringsprogramma dat volgt uit de Transitievisie Energie en Warmte.

Rode draad ingediende inspraakreacties De reacties lezend vallen enkele zaken op die door meerdere insprekers zijn ingediend. Dit betreft de positie van waterstof in de visie en die waterstof krijgt als potentieel alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving. Daarnaast wordt het belang van het terugdringen van de energievraag (isoleren) benoemd in meerdere inspraakreacties evenals de positie die windenergie en zonne-energie (op land) krijgen. Deze ‘rode draad’ leidt niet tot aanpassingen

van de visie. Waarom? Dat leggen wij u hieronder uit. Op zichzelf staande reacties/onderwerpen leiden in sommige gevallen wel tot aanpassing. Waar en waarom dit het geval is, leest u onder 1. Inspraakreacties inwoners en beantwoording op ontwerp Transitievisie Energie en Warmte gemeente Epe.

In deze inspraaknotitie leest u de reacties van bewoners en organisaties op de ontwerp Transitievisie Energie en Warmte, de reactie daarop van het college van B&W en de conclusie. 1. Inspraakreacties inwoners en beantwoording op ontwerp Transitievisie Energie en Warmte gemeente Epe Individuele inspraakreacties Inhoud a. Inspreker 1, 30 september 1. Volgorde aardgasvrij maken van buurten in gemeente Epe Vanwege de voorgaande renovatie van de huurwoning van de inspreker en de hierdoor opgelopen gezondheidsklachten vraagt inspreker werkzaamheden in en aan zijn woning zo lang mogelijk uit te stellen. b. Inspreker 2, 5 oktober 1. Gevolgen windmolens en zonneparken voor flora en fauna. Windmolens en zonnepanelen schaden de flora en fauna.

Commentaar college van B&W

Conclusie

De Transitievisie Warmte beschrijft de route om te komen tot een aardgasvrije gemeente en markeert de start voor het aardgasvrij maken van de eerste buurten via de Wijkuitvoeringsplannen. Het is geen definitief besluit voor warmtetechnieken of jaartallen waarop het aardgas wordt afgesloten in een buurt. De start voor de onderzoeken (Wijkuitvoeringsplan) in de buurt waarin de inspreker woonachtig is, is op dit moment gepland na 2030.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

De gemeente Epe heeft in haar Transitievisie Energie geschreven een realistische ambitie te hebben op het gebied voor windmolens en zonneparken in de gemeente Epe. Zoals in visie is beschreven (pagina 23) stelt de gemeente Epe in 2022 het beleid ‘grootschalige opwek zon- en windenergie’ vast. Hierin stellen wij regels op voor de landschappelijke inpassing van initiatieven op het gebied van zon- en windenergie. Op deze wijze geeft de gemeente Epe ook invulling aan de Regionale Energiestrategie van de Cleantech Regio. De Cleantech Regio heeft in de ontwerp RES gekozen voor een zonneladder passend bij haar regio. De gedachte hierachter is: Kies bewust voor waar je zonnepanelen plaatst, streef ernaar met het plaatsen van zonnepanelen ook andere doelen (bijvoorbeeld verhogen biodiversiteit/natuurontwikkeling) te realiseren en sluit bepaalde gebieden uit. Hoe hoger een gebied op de ladder staat, aan hoe meer voorwaarden moet worden voldaan om er zonnepanelen te plaatsen. En op de hoogste

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

trede staan de gebieden waar we zonnepanelen uitsluiten, zoals Natura 2000 gebieden. 14 typen landschappen zijn daarvoor globaal beschreven en op de ladder geplaatst. Het realiseren van duurzame opwek door windenergie in de gemeente Epe, en de Cleantech regio is een complexe opgave. Dit heeft alles te maken met het kwetsbare landschap waarin wij wonen. Vanuit het Natura 2000 gebied de Veluwe gelden beperkingen voor windenergie in de gehele gemeente vanwege de bescherming van belangrijke vogelsoorten op de Veluwe. Bekend voorbeeld daarvan is de wespendief. Om windenergie op en rondom de Veluwe niet te laten conflicteren met de instandhoudingsdoelstellingen van de wespendief wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor windenergie onder de voorwaarde dat de instandhouding van de wespendief niet in gevaar komt. Op 17 februari 2021 hebben provincies Gelderland, Flevoland, Overijssel, de zes Gelderse RES-regio’s en de RES-regio’s Flevoland en West-Overijssel bovenregionale afspraken gemaakt over windenergie op en rondom de Veluwe inclusief een vervolgproces. Er wordt een bovenregionaal afwegingskader ontwikkeld om de energetische ruimte voor wind rondom de Veluwe (invloedzone 1-8 km) te benutten. Op grond van de uitkomsten van dit onderzoek en het bovenregionaal beleidskader zullen ook de mogelijkheden voor windenergie in de gemeente Epe worden bepaald.

Daarnaast blijven ook de ruimtelijke regels voor windenergie vanuit Rijksoverheid en de provinciale ruimtelijke verordening belangrijk voor ruimtelijke afweging waar windmolens kunnen worden gerealiseerd. 2. Potentie waterstof voor verwarmen woningen Woningen kunnen in de nabije toekomst verwarmd worden door middel van waterstof. Ontwikkelingen zijn gaande. Warmtepompen kunnen niet voldoen aan de gevraagde temperatuur van de afnemers (woningeigenaren/huurders)

Waterstof De gemeente Epe beschrijft in de Transitievisie Energie en Warmte op pagina 57 en 58 het volgende over de ontwikkelingen van waterstof in de (nabije) toekomst. Waterstof is een energiedrager en geen energiebron. Voor duurzame waterstof (groene waterstof) moet hernieuwbare elektriciteit worden geproduceerd. Om waterstof duurzaam op te wekken, is eerst een overschot aan hernieuwbare elektriciteit benodigd. Dat overschot is in het huidige decennia nog niet voorhanden. De beschikbare hernieuwbare elektriciteit kan, omwille van efficiëntie, beter direct op het elektriciteitsnet worden gezet ter vervanging van elektriciteit uit fossiele bronnen. Bij de productie van waterstof gaat immers een deel van de ingezette energie verloren. Momenteel worden er initiatieven ontplooid om waterstof duurzaam op te wekken. Er wordt echter vanuit verschillende sectoren, waaronder de industrie en (zwaar) transport aanspraak gemaakt op waterstof. Of en in welke mate waterstofgas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dan ook nog niet bekend. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dit naar verwachting pas na 2030 en slechts voor gebouwen

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

die niet op een andere manier duurzaam verwarmd kunnen worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan monumentale panden. Waterstof zal op de korte- en middellange termijn dus nog niet op grote schaal kunnen worden toegepast in de gebouwde omgeving. Om bovenstaande redenen is waterstof dan ook niet meegenomen in het warmtebeeld van de gemeente Epe voor het eerst decennia (2020-2030). Wanneer er voor een wijk, buurt en/of woning op een andere warmtebron aanspraak wordt gemaakt dan aardgas dan is dat op dat moment het beste alternatief. Dit betekent dat na 2030/2035, als groene waterstof een betrouwbaar alternatief is voor de gebouwde omgeving, het mogelijk is dat waterstof het beste alternatief is.

3. Kernenergie heeft de toekomst (CO2 neutraal) Kernenergie zal volgens de nieuwste ontwikkelingen van het bouwen van kerncentrales de toekomst hebben.

Warmtepompen Als rode draad door de Transitievisie Energie en Warmte staat energiebesparing/terugdringen van de warmtevraag centraal. Tegelijkertijd komt een passend alternatief voor aardgas in beeld, passend bij de kenmerken van het te verwarmen gebouw. Een warmtepomp is één van de opties. Het is onwenselijk dat inwoners in de kou komen te zitten doordat bijvoorbeeld een warmtepomp de koudepieken niet aankan. De definitieve keuze voor een alternatief voor aardgas wordt gemaakt in de Wijkuitvoeringsplannen. In de Wijkuitvoeringsplannen stellen wij een plan van aanpak op passend bij de meest voor de hand liggende (die staat beschreven in de Transitievisie Warmte) warmteoplossing. Tijdens de uitvoering van dit plan worden de gevolgen voor de warmteoplossing voor de woning en benodigde infrastructuur in beeld gebracht.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

De gemeente Epe acht de realisatie van kernenergie voor 2030 niet realistisch. Daarnaast is de opgave te urgent om te wachten op het eventueel beschikbaar komen van kernenergie. Kernenergie heeft minder impact op het Nederlandse landschap en draagt als energiebron die niet afhankelijk is van weersomstandigheden bij aan de terugdringing van C02 uitstoot. Kernenergie is nu echter geen onderdeel van de gemeentelijke visie (Transitievisie Energie en Warmte) omdat de gemeente Epe hier nu geen rol in speelt. Het bevoegd gezag bij de vergunning verlening bij het eventueel plaatsen van een kerncentrale is niet de gemeente Epe, maar het Rijk. Daarnaast is het bouwen van kernenergie een langdurig en kostbaar traject. Net zoals zon en wind kent kernenergie naast voordelen ook nadelen. Denk hierbij aan de opslag van afval, veligheid en kosten. Tevens is het de verwachting dat, indien een kerncentrale ergens in Nederland wordt gerealiseerd, tegen die tijd de kosten van hernieuwbare energie uit wind en zon dermate laag zijn dat kernenergie hier niet mee kan concurreren (dat wil zeggen dat de geleverde energie door de kerncentrale duurder is geworden).

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

c. Inspreker 3, 5 oktober 1. Potentie waterstof voor gebouwde omgeving 2. Stimuleer isoleren van woningen tot 2035

Zie inspreker b. punt 2: Potentie waterstof voor verwarmen woningen

De gemeente Epe vindt besparing één van de hoofdthema’s om de energietransitie te doen slagen. Als rode draad door de Transitievisie Energie en Warmte staat energiebesparing/terugdringen van de warmtevraag daaarom centraal. Dit is af te lezen uit de tabel op pagina 43 van de Transitievisie Energie en Warmte. ‘Besparen’ vraagt om een ‘Constante intensieve realisatie’.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

De gemeente Epe kent zo’n 14.500 woningen en andere gebouwen verspreid over een aantal woonkernen en het buitengebied. De eerste stap bij het aardgasvrij maken van deze woningen en andere gebouwen is het nemen van zogenaamde ‘no-regret’ maatregelen door de gebouweigenaren. Dat betekent dat alle inwoners van de gemeente Epe wordt aangespoord om op natuurlijke momenten hun woning, bedrijf of andersoortig gebouw te isoleren en over te schakelen op een hybride warmtepomp. Deze stappen helpen bij het terugdringen van de warmtevraag (en dus de CO2-uitstoot) en bereiden het gebouw voor op de overstap naar een volledig aardgasvrije warmtevoorziening. Deze aanpak maakt onderdeel uit van de hoofdstrategie en actiepunten zoals beschreven op pagina 60 en 61 van de Transitievisie Energie en Warmte. Bij de hoofdstrategie benoemen wij het belang van no-regret maatregelen. Hier valt het na-isoleren van gebouwen onder. Als belangrijk actiepunt wordt beschreven om inwoners op natuurlijke momenten te stimuleren hun warmtevraag terug te dringen door te isoleren.

3. Geen warmtenetten in de gemeente Epe Te kostbaar voor het gering aantal woningen in onze gemeente & hoe wek je dat op?

Met een zogenaamde collectieve oplossing kunnen meerdere gebouwen tegelijk verwarmd worden met dezelfde warmtebron, met behulp van een warmtenet. Hoeveel gebouwen dit betreft is onder andere afhankelijk van de potentie van de bron en de bebouwingsdichtheid in het levergebied. Een grootschalig warmtenet (op buurt- of wijkniveau) wordt echter pas kansrijk bij een warmtevraag die hoger ligt dan 1000 GJ per hectare. Als voorbeeld: Het gemiddelde warmteverbruik van een woning aangesloten op stadsverwarming is 35 GJ per jaar. Dit betekent dat hoofdzakelijk wijken- en buurten met een hoge bebouwingsdichtheid of locaties waar bedrijven zijn gevestigd met een hoge warmtevraag in aanmerking komen voor een warmtenet. In de gemeente Epe ligt de warmtevraag enkel in (delen van) Epe en Vaassen hoog genoeg om een collectieve oplossing te overwegen. Voordat er echter nagedacht kan worden over een collectieve oplossing met warmtenet, moeten we eerst onderzoeken of de gemeente Epe geschikte collectieve warmtebronnen voorhanden heeft en zo ja, waar deze zich bevinden. In de

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Transitievisie Energie en Warmte hebben we de eerste verkennende onderzoeken verricht. In de gemeente Epe onderscheiden we de volgende voorhanden zijnde collectieve warmtebronnen: • Restwarmte uit industriële processen en bedrijvigheid; • Thermische energie uit afvalwater (TEA); • Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO); • Geothermie; • Biomassa. Zoals in de visie staat beschreven is één van de focusgebieden de realisatie van een collectief warmtenet. Bij het volledig aardgasvrij maken van de buurten in de gemeente Epe genieten collectieve oplossingen (warmte wordt bij de afnemers gebracht via een warmtenet) de voorkeur boven individuele oplossingen omwille van de beoogde kosten. Collectieve oplossingen lijken mogelijk voor buurten in de nabijheid van bedrijventerrein Kweekweg en bedrijventerrein Eekterveld. Deze bedrijventerreinen kunnen hun restwarmte (in combinatie met warmte gewonnen uit respectievelijk afvalwater en oppervlaktewater) via een warmtenet terugleveren aan de omliggende buurten en bedrijven. Er is meer onderzoek nodig naar de potentie en de kansrijkheid van collectieve oplossingen in deze buurten in de Wijkuitvoeringsplannen. Ook loont het om verder onderzoek te doen naar de potentie en kansrijkheid van geothermie voor delen van Vaassen. Collectief warmtenet Een collectief warmtenet vraagt veel aandacht en tijd voordat het gerealiseerd is.

Bij ontwikkeling van een systeem wordt er een deel van een buurt/wijk volledig van het gas afgesloten. Het aantal woningen is geen doel op zich, het succesvol benutten van onze alternatieve warmtebronnen wel. Door tijdig te weten of de warmtenetten succesvol geëxploiteerd kunnen worden, krijgen we ook zicht op het vervolg en verloop van de transitie.

4. Beperkt gebruikt geothermie Ondergrond wordt verstoord/drinkwater komt in gevaar.

De gemeente Epe wil de potentie van geothermie voor warmtenetten in beeld brengen. Dit betreft met name voor delen van Vaassen. Partner tijdens het opstellen van de Transitievisie Energie en Warmte was het Waterschap Vallei en Veluwe. Het Waterschap Vallei en Veluwe is verantwoordelijk voor de waterhuishouding in de gemeente Epe en de regio. Vanuit haar taak met betrekking tot de waterhuishouding speelt zij ook een rol in de

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

5. Geen hybride warmtepompen Nog steeds afhankelijk van aardgas

6. Nieuwbouw vanaf nu tot 2035 all-electric. > 2035 all-electic of waterstof

energie- en warmtetransitie, in het bijzonder bij hernieuwbare energietechnieken die gebruik maken van (afval-)water en ondergrond. Het Waterschap stelt dat Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) en Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) kansrijke warmtebronnen vormen, die een belangrijke plaats kunnen innemen en een voorkeur hebben boven warmtebronnen in de ondergrond. Waterschap Vallei en Veluwe (en Vitens) hebben zorgen over de sterke toename van Warmte-Koude-Opslag-systemen (WKO). Doorboringen van waterscheidende lagen in de ondergrond leiden tot een grotere kwetsbaarheid van het (grond)watersysteem voor verontreinigingen en wateroverlast. Ook voor geothermie geldt dat er risico’s bestaan voor het grondwater met impact op het (grond)watersysteem en de drinkwatervoorziening. Op basis van deze risico’s (onvoldoende putintegriteit, beperkte mogelijkheden voor beheersmaatregelen) wordt voor het hele beheersgebied van het waterschap opgeroepen om terughoudend te zijn bij het toepassen van geothermie. Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens stellen hun kennis van het (grond)watersysteem beschikbaar en worden betrokken om een brede afweging van warmtebronnen mogelijk te maken in de gemeentelijke warmtevisie en andere duurzame energie gerelateerde plannen.

Als de gemeente Epe overgaat tot het gebruikmaken van geothermie zullen wij dat in samenspraak doen met het Waterschap Vallei en Veluwe en andere partijen. Gevolgen voor de ondergrond maken onderdeel uit van vervolgonderzoeken. De gemeente Epe hanteert als uitgangspunt van de Transitievisie Energie en Warmte dat het geen doel op zich is om zo snel mogelijk alle woningen van het gas af te halen. CO2 reductie staat centraal in de aanpak. De gemeente Epe kent zo’n 14.500 woningen en andere gebouwen verspreid over een aantal woonkernen en het buitengebied. De eerste stap bij het aardgasvrij maken van deze woningen en andere gebouwen is het nemen van zogenaamde ‘no-regret’ maatregelen door de gebouweigenaren. Dat betekent dat alle inwoners van de gemeente Epe worden aangespoord om op natuurlijke momenten hun woning, bedrijf of andersoortig gebouw te isoleren en over te schakelen op een hybride warmtepomp. Deze stappen helpen bij het terugdringen van de warmtevraag (en dus de CO2-uitstoot) en bereiden het gebouw voor op de overstap naar een volledig aardgasvrije warmtevoorziening. Bij nieuwbouw tot 2035 wordt per project de afweging gemaakt op welke wijze de woningen van warmte, anders dan aardgas, wordt voorzien. Van tevoren verplichten dat de oplossing all-electric moet zijn gaat de gemeente Epe niet doen.

Aansluiten van woningen op bestaande of nog te ontwikkelen warmtenetten is bijvoorbeeld ook een optie. Voor waterstof zie: inspreker b. punt 2: Potentie waterstof voor verwarmen woningen

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

d. Inspreker 4, 14 oktober 1. Klimaatverandering is geen probleem

In het Klimaatakkoord van Parijs is een afspraak gemaakt tussen bijna alle landen van de wereld om klimaatverandering te stoppen. Deze afspraken zijn gemaakt omdat wereldwijd regeringen klimaatverandering een groot probleem vinden en het noodzakelijk vinden om deze klimaatverandering tegen te gaan. Ook Nederland vindt dit noodzakelijk. Daarom werkte de regering met allerlei partijen aan een Nederlands Klimaatakkoord. Daarin worden afspraken gemaakt over de gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit, hernieuwbare opwek en landbouw. De aanpak heeft tot doel de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen. Zo blijft de klimaatopwarming beperkt tot 1,5 tot 2 graden Celsius. Daarnaast moet er een eind komen aan het gebruik van fossiele brandstoffen. In Nederland zijn de afspraken van Parijs 2015 uitgangspunt voor het Klimaatakkoord. Nederland streeft naar 49% CO2-reductie in 2030 en 95% CO2reductie in 2050. Daarvoor is onder andere nodig dat elektriciteit en warmte niet meer uit fossiele brandstoffen komt, maar uit duurzame opwek.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

2. Verschil in aanpak EU landen

In 2016 heeft staatssecretaris Dijksma het VN-Klimaatakkoord van Parijs ondertekend namens de 28 lidstaten van de Europese Unie. Het akkoord gaat per 2020 in. Om dit doel te halen hebben EU-lidstaten met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 40% minder moet uitstoten. De Europese Commissie toetst de klimaatplannen van de EUlidstaten aan de gestelde doelen. Elk land mag en kan met een eigen plan komen. Als dit plan maar voldoet aan de gestelde doelen. 195 landen, inclusief Nederland, afgesproken om in 2050 de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, en zo mogelijk 1,5 graden Celsius.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

3. Betaalbaarheid transitie voor inwoners, plan onuitvoerbaar.

De Transitievisie Energie en Warmte is het resultaat van een uitgebreid proces, welke samen met de belangrijkste stakeholders en inwoners uit de gemeente Epe is doorlopen. Daarbij hebben de gemeente Epe, betrokken stakeholders en geraadpleegde inwoners uitgangspunten meegegeven over hoe de energie- en warmtetransitie tot een succes kan worden gemaakt. Daarbij vinden zowel gemeente als betrokken stakeholders het in de energie en warmtetransitie in ieder geval van belang dat: • De transitie betaalbaar is en blijft voor alle inwoners van de gemeente Epe; • Inwoners de mogelijkheid hebben financieel te participeren in de transitie.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Overschakelen van aardgas naar een andere warmtebron en de daarbij noodzakelijk aanpassingen zijn onuitvoerbaar en kostbaar.

Inwoners en ondernemers moeten mee kunnen doen aan de transitie. Dit betekent onder andere dat gedurende activiteiten behorende bij het uitvoeringsprogramma (Transitievisie Energie) en de Wijkuitvoeringsplannen (Transitievisie Warmte) de financiële consequenties voor ondernemers en inwoners in beeld gebracht worden. We willen waken voor energiearmoede en de situatie dat inwoners niet mee kunnen doen aan de

4. Crisis gecreëerd door bepaalde groepen e. Inspreker 5, 14 oktober 1. Grote energievraagstukken nationaal oppakken en niet het wiel uitvinden. Niet iedere gemeente of regio hoeft zelfvoorzienend te zijn. Elke regio heeft kernkwaliteiten om op verder te bouwen.

energietransitie. De betaalbaarheid van de warmtetransitie is met andere woorden een belangrijk punt van aandacht. Via gunstige financieringsconstructies moet het mogelijk worden om de investeringskosten op te brengen. Primair ligt hier een rol voor de landelijke overheid. De inzet van het Rijk is om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren, zodat iedereen een vorm kan vinden die in de eigen situatie past. Zie antwoord bij d1: Klimaat is geen probleem.

De gemeente Epe doet in haar Transitievisie Energie en Warmte geen uitspraak over de ambitie om zelfvoorzienend te zijn. In de visie beschrijven wij twee zaken:

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

1. De energievisie beschrijft de visie en aanpak van de gemeente Epe om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Deze aanpak is gebaseerd op de vijf sectortafels uit het Klimaatakkoord, te weten de Gebouwde Omgeving, Industrie, Elektriciteit, Mobiliteit en Landbouw & Landgebruik. 2. In de warmtevisie geeft de gemeente Epe aan wanneer welke buurt van het aardgas afgaat en met welke alternatieve warmtechniek de buurt (bij voorkeur) wordt verwarmd. De warmtevisie beschrijft daarmee de route tot een aardgasvrije gemeente en markeert de start voor de vervolgstap in de warmtetransitie: het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen voor de startbuurten. Voor welke functies onze gemeente of regio geschikt zijn beschrijven wij ook niet in de Transitievisie Energie en Warmte. In onze onlangs vastgestelde Omgevingsvisie, waar u op 23 juli ook een inspraakreactie voor instuurde, beschrijven wij op visie niveau de kernwaarden van de gebieden en de functies die daar passend kunnen zijn.

2. Potentie waterstof voor de gebouwde omgeving

Zie inspreker b. punt 2: Potentie waterstof voor verwarmen woningen

3. Zon op dak t.o.v. zon op veld Gevolgen zon- en windenergie

Zie inspreker b. punt 1: Gevolgen windmolens en zonneparken voor flora en fauna Zonneparken Aanvullend op inspreker b punt het volgende. De gemeente gebruikt een zonneladder naar het voorbeeld van de NOVI. Dit betekent niet we dat zonneparken op land uitsluiten, maar hier voorwaarden aan verbinden. De gemeente zet met de andere gemeenten in de

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Cleantech Regio maximaal in op zon op dak. Maar dat betekent dat alsnog bijna de helft van de opgave van opwek door zon op land zal worden gerealiseerd. We hebben in de ontwerp omgevingsvisie de zonneladder opgenomen als ordeningsprincipe. In de ontwerp-omgevingsvisie is een gebied opgenomen vanaf het industrieterrein Eekterveld naar het oosten voor opwek van duurzame energie door zonneparken en windturbines. Alleen zon op dak is echter niet voldoende voor het realiseren van de opgave voor duurzame opwek. Zonneparken en windturbines blijven benodigd. Daarbij kiezen we voor de omgeving van het Eekterveld om zo vraag en aanbod bij elkaar te brengen door aansluiting bij het bedrijventerrein en het daar gelegen onderstation van Liander. Voor zonneparken geldt ook hier de zonneladder, waarbij voorwaarden worden gesteld aan vestiging van zonneparken. Windturbines De mogelijkheden voor windenergie rond de Veluwe worden de komende tijd in bovenregionaal verband uitgewerkt. Windenergie blijft echter een belangrijke factor voor een evenwichtige energiemix voor duurzame opwek. In gebieden waar mogelijke ruimte aanwezig is voor windturbines willen we deze ruimte aangeven in de wetenschap dat de uitwerking van kansen voor windenergie nog definitief moet worden bepaald. In die afweging spelen de aangegeven zorgen ten aanzien van geluid (ook laagfrequent) en slagschaduw. 4.

Lokale opwek/gebruik i.r.t. opslag/netcapaciteit

De gemeente Epe stelt dat bij de inpassing van grootschalige duurzame opwek ons waardevolle landschap centraal staat. Maar tegelijkertijd is ook te bezien hoe we de opwek van energie zo functioneel mogelijk kunnen inpassen. Daarbij wordt vanuit de Ontwerp Regionale Energiestrategie 1.0 rekening gehouden met energievraag en energienetwerk. Een belangrijke voorwaarde van de energietransitie is dat het energienetwerk de opgewekte energie goed kan distribueren. De netwerkbeheerder Liander is hier in samenwerking met de gemeenten in de regio en provincie volop mee bezig. Een belangrijke reden om locaties voor duurzame opwek meer te clusteren rond het centrum van het gemeentelijk energienetwerk bij het Eekterveld is dat op deze manier zo efficiënt mogelijk kan worden omgegaan met de opgewekte energie. Maar ook de aanwezige energiebehoefte van de aanwezige industrie op het Eekterveld geeft zo mogelijkheden het energienetwerk zoveel mogelijk te ontlasten.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

5. Stimuleer het realiseren van zon-op-dak projecten op bedrijventerreinen

De gemeente Epe voert samen met Industriekring Eekterveld op het Eekterveld en de Bedrijvenkring Epe op het Bedrijventerrein Kweekweg projecten uit voor de verduurzaming van de bedrijventerreinen met als doel energieneutrale of zo mogelijk energiepositieve bedrijventerreinen te realiseren. Zon op dak maakt een belangrijk onderdeel uit van de projecten.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

f. Inspreker 6, 22 oktober 1. Transitievisie spreekt zich tegen door gebruik van verschillende termen. Inspreker vraagt aandacht om zorgvuldig naar de begrippen CO2-neutraliteit, Duurzame energiebronnen en Hernieuwbare energiebronnen te kijken.

Tegengesteld doel CO2 neutraliteit en een uitstoot van 0 CO2 in 2050 zijn andere en mogelijk conflicterende doelen. C02-neutraliteit In het document worden de termen CO2-neutraliteit en een CO2 uitstoot van 0 gebruikt. Onder CO2-neutraliteit verstaan we het volgende: als een gemeente CO2-neutraal is, dan dragen de activiteiten (wonen, werken, reizen) en processen (productie van goederen en leveren van diensten) in de gemeente niet bij aan klimaatverandering. Onder CO2neutraliteit verstaan we naast CO2 alle schadelijke broeikasgassen, waaronder bijvoorbeeld methaan en lachgas. Deze worden omgerekend naar CO2-equivalenten, zodat de uitstoot van deze gassen bij elkaar opgeteld kunnen worden.

De terminologie in het document wordt aangepast. CO2 neutraal is de term die in de visie wordt gebruikt.

De energievisie (hoofdstuk 3 en 4) beschrijft de visie en aanpak van de gemeente Epe om in 2050 de uitstoot van CO2 met 95% terug te dringen. Deze aanpak is gebaseerd op de vijf sectortafels uit het Klimaatakkoord, te weten de Gebouwde Omgeving, Industrie, Elektriciteit, Mobiliteit en Landbouw & Landgebruik. Bij de energievisie moet de kanttekening worden geplaatst dat we weliswaar toewerken naar CO2-neutraliteit maar dat in de huidige visie enkel wordt gerekend met energetische CO2-uitstoot. Dat betekent dat niet-energetische CO2-uitstoot niet is meegenomen. Onder energetische CO2-uitstoot verstaan we broeikasgassen die vrijkomen in het kader van energieverbruik. Denk hierbij aan verbranding van aardgas in een Cv-ketel voor ruimteverwarming, het verbruik van (met behulp van fossiele brandstoffen opgewekte) elektriciteit voor huishoudelijke apparaten en verbranding van voertuigbrandstoffen in een auto. Onder niet-energetische CO2-uitstoot verstaan we de uitstoot van broeikasgassen door bodemdaling of emissies van broeikasgassen die vrijkomen bij het verteringsproces in koeien.

2. Begrip CO2-neutraliteit aanpassen

Duurzame en hernieuwbare energiebronnen De gemeente Epe streeft naar het gebruik en de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. Op pagina 45 van de Transitievisie Energie en Warmte beschrijven wij het aandeel van de hernieuwbare bronnen van de totaal op te wekken hernieuwbare energie.

De terminologie in het document wordt aangepast. Hernieuwbaar is de term die in de visie wordt gebruikt.

In de Transitievisie Energie en Warmte hebben wij in definitie van CO2 neutraliteit op pagina 77 geen aandacht gegeven aan de netto CO2 uitstoot.

Definitie wordt aangepast.

Inspreker merkt op dat de uitleg van het begrip aangevuld moet worden met ‘…… netto CO2 uitstoot van 0 over een bepaalde periode; er wordt evenveel CO2 uitgestoten als aan de atmosfeer onttrokken’. 3. Indien de gemeente Epe energieneutraal als ambitie heeft, hoe wordt de CO2 die nog uitgestoten wordt gecompenseerd?

4. Wordt klimaatverandering veroorzaakt door de uitstoot van CO2 of CO2 equivalent.

CO2 kan op meerdere manieren gecompenseerd worden. Voor de sector Landbouw schrijven wij hier op pagina 35 van de Transitievisie Energie en Warmte het volgende over:

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

In 2050 moet heel Epe inclusief de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn. Dat is een ingewikkelde uitdaging, omdat een deel van de uitstoot van broeikasgassen niet te vermijden is. Koeien produceren methaan en uit kunstmest komt lachgas vrij, beide zijn broeikasgassen. Wel legt de sector ook CO2 vast in bodem, de bodem, gewassen, gras en bomen. Deze vastlegging van CO2 draagt bij aan de reductiedoelstelling. Klimaatverandering wordt veroorzaakt door een verscheidenheid aan broeikasgassen. Broeikasgassen zorgen ervoor dat warmte wordt vastgehouden en daardoor stijgt de temperatuur op aarde. Zonder broeikasgassen zou de aarde ijskoud zijn, maar met teveel broeikasgassen wordt het juist te heet. Wetenschappers hebben vastgesteld dat er vooral steeds meer koolstofdioxide (CO2) en methaan voorkomt. Koolstofdioxide-equivalent is een rekeneenheid waarmee men de bijdrage van broeikasgassen aan de opwarming van de aarde onderling kan vergelijken.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

De gemeente Epe hanteert in de Transitievisie Energie en Warmte de term CO2neutraliteit (zie pagina 77). Onder CO2-neutraliteit verstaan we naast CO2 alle schadelijke broeikasgassen, waaronder bijvoorbeeld methaan en lachgas. Deze worden omgerekend naar CO2-equivalenten, zodat de uitstoot van deze gassen bij elkaar opgeteld kunnen worden.

5. Ruimtelijk impact warmtevisie Inspreker zet vraagtekens bij de opmerking dat de

In de Transitievisie Warmte geeft de gemeente Epe aan wanneer welke buurt van het aardgas afgaat en met welke alternatieve warmtechniek de buurt (bij voorkeur) wordt verwarmd. De warmtevisie beschrijft daarmee de route tot een aardgasvrije gemeente en markeert de start voor de vervolgstap in de warmtetransitie: het opstellen van

Citaat bladzijde 19 wordt aangepast.

warmtevisie minder ruimtelijke impact heeft. De warmte moet ergens vandaan komen.

g. Inspreker 7, 2 november 1. Potentie zonnepanelen Niet elk dak is geschikt voor zonnepanelen vanwege (groeiend) groen. Mogelijkheden om gebruik te maken van zonnepanelen zonder deze op eigen dak te realiseren.

2. Gemis bestuurlijke paragraaf Gemeente moet effecten van andere plannen op de transitievisie meewegen in beslissingen. Voorbeeld: zondag openstelling leidt vanzelfsprekend tot meer uitstoot.

3. Zin pagina 33 verwijderen Een emissie-loos centrum, of een waar oude dieselvoertuigen geweerd worden, heeft voor onze dorpen geen significante

Wijkuitvoeringsplannen voor de startbuurten. Warmtealternatieven kunnen ruimtelijk impact hebben maar in het perspectief van ontwikkelingen voortkomend uit de Transitievisie Energie zijn deze mogelijk van minder impact. Ontwikkelingen met ruimtelijke impact voortkomend uit de Transitievisie Energie zijn bijvoorbeeld zonnevelden en windmolens. Ontwikkelingen met ruimtelijke impact uit de Transitievisie Warmte zijn mogelijk installaties voor warmte- en koudeopslag, ondergrondse infrastructuur en mestvergistingsinstallaties.

De gemeente stelt dat er geen openbaar groen (lees bomen) verwijderd mag worden zodat reeds geplaatste/nog te plaatsen zonnepanelen een bepaald rendement halen. Voor het snoeien/uitdunnen van groen volgt de gemeente Epe haar opgestelde beheerplan. Voor inwoners van de gemeente Epe is het mogelijk om in de toekomst deel te nemen aan projecten van o.a. de Stichting Energie coöperatie Epe. Dit is een organisatie die daken van bijvoorbeeld bedrijven belegt met zonnepanelen óf een zonneveld ontwikkelt waar inwoners in kunnen participeren. Op deze wijze is het mogelijk om zonder panelen op je eigen dak ‘groene stroom’ af te nemen die lokaal is opgewekt. De gemeente Epe werkt naast de Transitievisie Energie en Warmte aan haar omgevingsbeleid. Dit doet de gemeente Epe volgens de OKER-aanpak. OmgevingsvisieKlimaat-Energie- en Regionale energiestrategie. Projecten/plannen binnen deze ‘werkvelden’ worden integraal benaderd en afgewogen waardoor effecten van plannen op andere terreinen in beeld zijn.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Dat de zondagopenstelling leidt tot meer uitstoot is waarschijnlijk maar niet onderzocht. Mogelijk zijn de verkeersbewegingen vervangend en vindt er geen toename van verkeersbewegingen plaats.

Het realiseren van emissie-loos centrum, of één waar oude dieselvoertuigen geweerd worden is één van de vele maatregelen uit het Klimaatakkoord. Deze maatregel vond al plaats in een aantal grote stadscentra in Nederland. In de gemeente Epe weegt de inzet van handhaving niet op tegen het beperkte resultaat op de CO2 reductie. Daarom ziet de gemeente Epe dit niet als bijzondere taak.

Zin wordt verwijderd

bijdrage en wordt daarom niet als bijzondere taak uitgevoerd. 4. Biomassa stoot altijd CO2 uit.

De gemeente Epe beschrijft in de Transitievisie Energie en Warmte dat het gebruik van biomassa als brandstof ter discussie staat. In het Klimaatakkoord is voor biomassa een rol als transitiebrandstof voorzien. Dat betekent dat de inzet van biomassa een tussenoplossing zou kunnen zijn in de warmtetransitie. Om klimaatdoelen op korte termijn te halen, wordt biomassa gezien als een belangrijk middel.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Biomassa is een hernieuwbare bron. Je kan na de oogst de planten en het bos laten groeien, en daarna weer oogsten. Het raakt niet op. De CO2-uitstoot van het verbranden van biomassa wordt na verloop van tijd weer opgenomen door groeiende planten of groeiend bos.

5. Gemis van visie op energiereductie

Het maatschappelijke debat over de rol en duurzaamheid van biomassa loopt echter sterk uiteen. Ook wordt er vanuit andere sectoren, met name de circulaire economie, beslag gelegd op biomassa. Als rode draad door de Transitievisie Energie en Warmte staat energiebesparing/terugdringen van de warmtevraag centraal. Dit is af te lezen uit de tabel op pagina 43 van de Transitievisie Energie en Warmte. ‘Besparen’ vraagt om een ‘Constante intensieve realisatie’. Ook op pagina 8 en 9 staat dat energiebesparing één van de belangrijke uitgangspunten/componenten is van de Transitievisie Energie. Eén van de strategische vragen (pagina 51) waar de Transitievisie Energie en Warmte antwoord op geeft is of de gemeente Epe isoleren gemeentebreed gaat stimuleren. Dit is het geval. Parallel aan het starten van de Wijkuitvoeringsplannen, wil de gemeente Epe inwoners gemeentebreed aanmoedigen hun woning of bedrijfspand te isoleren. De gemeente Epe kent zo’n 14.500 woningen en andere gebouwen verspreid over een aantal woonkernen en het buitengebied. De eerste stap bij het aardgasvrij maken van deze woningen en andere gebouwen is het nemen van zogenaamde ‘no-regret’ maatregelen door de gebouweigenaren. Dat betekent dat alle inwoners van de gemeente Epe worden aangespoord om op natuurlijke momenten hun woning, bedrijf of andersoortig gebouw te isoleren en over te schakelen op een hybride warmtepomp.

Deze stappen helpen bij het terugdringen van de warmtevraag (en dus de CO2-uitstoot) en bereiden het gebouw voor op de overstap naar een volledig aardgasvrije warmtevoorziening. Deze aanpak maakt onderdeel uit van de hoofdstrategie en actiepunten zoals beschreven op pagina 60 en 61 van de Transitievisie Energie en Warmte. Bij de hoofdstrategie benoemen wij het belang van no-regret maatregelen.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

2.Inspraakreactie organisatie en beantwoording op ontwerp Transitievisie Energie en Warmte gemeente Epe Inspraakreacties organisaties Inhoud h. Inspreker 8, 4 november 1. Verdiepingsslag warmtealternatieven wenselijk. Om afstemming te vinden met de geplande duurzaamheidsinvesteringen van de organisatie is een verdiepingsslag gewenst om desinvesteringen in het woningbezit te voorkomen. Oproep om zo snel mogelijk de slagingskans van collectieve oplossingen in beeld te brengen. Nadere uitwerking en planning van de onderzoeken naar collectieve oplossingen is noodzaak.

i.

Inspreker 9, 9 november 1. Gaat de gemeente Epe actief aan de slag met onderzoek en innovatie óf houdt zij ontwikkelingen in de gaten?

Commentaar college van B&W

Conclusie

Gemeente Epe ziet het als haar verantwoordelijkheid om de regie te voeren over de Transitievisie Warmte. Zij wil de warmteoplossingen (collectieve oplossingen) voor de buurten die als eerste gepland zijn om van het gas af te halen vanaf 2022 nader onderzoeken. Gemeente Epe organiseert, in het belang van de uitvoering van de Transitievisie Warmte, ambtelijke afstemmingsoverleggen met de Stuurgroepleden (Triada en Liander) en de Omgevingsdienst Veluwe IJssel om planning en nadere uitwerking met elkaar af te stemmen en te bespreken. In 2022 starten wij met het in beeld brengen van de uit te voeren onderzoekstrajecten, de daarbij behorende kosten en eventueel te doorlopen aanbestedingsprocedures naar warmteoplossingen voor de korte termijn (Heggerenk en omgeving) en de lange termijn (>2030) indien inspreker plannen heeft eerder te investeren in een warmteoplossing voor haar woningbezit.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Gemeente Epe houdt ontwikkelingen zoals op pagina 89 zijn beschreven in de gaten en bij de herziening van de visie (herziening vindt 1x in de 5 jaar plaats) worden innovatieve oplossingen, die zich dan mogelijk hebben bewezen, meegenomen. De opmerking over innovatieve oplossingen moet in perspectief geplaatst worden. Pagina 89 gaat over innovatieve oplossingen bij individuele warmtetechnieken. Gemeente Epe sluit aan bij onderzoeken naar innovatieve warmteoplossingen passend bij de oplossingsrichting die voor de eerste Wijkuitvoeringsplannen staat beschreven. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan geothermie en ontwikkelingen op het gebied van warmtenetten (bv. 5de generatie warmte-/koudenetwerk). De rol van de gemeente Epe naar innovatie ontwikkelingen legt de gemeente Epe niet vast. Dit is afhankelijk van meerdere aspecten zoals: potentie ontwikkeling voor de gemeente Epe, kosten onderzoek e.d.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

2. Collectieve en individuele oplossingen In de visie staat dat collectieve oplossingen de voorkeur genieten. Tevens staat beschreven dat individuele oplossingen soms meer passend zijn. Dit behoeft verduidelijking.

Gemeente Epe beschrijft op pagina 9 dat bij het volledig aardgasvrij maken van de buurten in de gemeente Epe collectieve oplossingen (warmte wordt bij de afnemers gebracht via een warmtenet) de voorkeur genieten boven individuele oplossingen omwille van de beoogde kosten. De verwachting is dat als alle gebouwen in de gemeente Epe verwarmd worden door een individuele oplossing dit duurder is doordat er meer aanpassingen gedaan moeten worden aan de energie-infrastructuur (bijvoorbeeld netverzwaring) die uiteindelijk via belastingen voor rekening komen van de inwoners van Nederland en dus ook van de gemeente Epe.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Daarnaast genieten collectieve oplossingen in eerste instantie de voorkeur boven individuele oplossingen vanwege de nabijheid van een tweetal bedrijventerrein bij een aantal woonwijken. Ook is een bedrijventerrein op zichzelf een gebouwde omgeving die van het gas af moet. Inzet en gebruikmaking van de lokaal aanwezige restwarmte vinden wij vanzelfsprekend. Individuele oplossingen zijn soms meer passend om te streven naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Dit heeft enerzijds te maken met de afwezigheid van hernieuwbare collectieve warmtebronnen in de nabijheid van bepaalde buurten. Anderzijds door buurtkenmerken als een te lage woningdichtheid. 3. Warmtenet Maakt de gemeente Epe een keus of spreekt zij de voorkeur uit voor een open of gesloten warmtenet

De gemeente Epe maakt in deze Transitievisie Energie en Warmte nog geen keus én spreekt geen voorkeur uit voor een open of gesloten warmtenet. Tevens maakt de gemeente Epe nog geen keus en spreekt geen voorkeur uit voor een publiek of privaat warmte-infrabedrijf. Wij zijn ons er van bewust dat dit vraagstukken zijn die op (korte) termijn voorliggen en waar de gemeente Epe een weloverwogen afweging in moet maken.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

De gemeente Epe wil op lange termijn inzetten op geothermie. De gemeente Epe zit op dit moment in een provinciale klankbordgroep geothermie. Wij willen de ontwikkelingen van geothermie op de voet volgen om hier tijdig een keus in te kunnen maken. Tijdige keuzes om wel of niet in te zetten geothermie dragen ook bij aan investeringsplannen van andere stakeholders zoals de woningbouwvereniging

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Maakt de gemeente Epe een keus of spreekt zij de voorkeur uit voor een publiek of privaat warmte-infrabedrijf. 4. Collectieve warmteoplossingen Gemeente Epe wil op langere termijn inzetten op geothermie als bron voor warmtenetten. Aquathermie (energie uit water) biedt ook kansen. Hier kleven,

anders dan bij wind, biogas en biomassa weinig bezwaren aan. En aquathermie is ook beschikbaar.

5. Doelstelling Transitievisie Energie en Warmte en Regionale Energiestrategie komen niet overeen. Transitievisie Energie en Warmte spreekt de ambitie uit om 135 ha zonneveld tot 2030 te realiseren. RES heeft andere doelstelling en wijst al een cluster aan waar zonnevelden gerealiseerd kunnen worden.

6. Definitie grootschalige opwek

7. Zonne-energie opgewekt op daken wordt bij hernieuwbare opwek, industrie en landbouw genoemd. Is dit niet dubbelop?

8. Lokaal eigendom Geldt lokaal eigendom alleen voor grootschalige opwek van zon en wind of

Evenals u ziet het Waterschap Vallei en Veluwe aquathermie ook als een kansrijke bron. Op pagina 55 en 56 van de Transitievisie Energie en Warmte geven wij aan dat er aquathermiebronnen in beeld zijn en enkele daarvan op basis van eerste aannames afvallen (IJssel vanwege de afstand tot de bebouwde omgeving van de gemeente Epe) en andere nader onderzocht moeten worden. Op pagina 90 vermelden wij tevens dat warmte uit energie van afvalwater, oppervlakte water en drinkwater geschikt zijn voor kleine kernen en opties zijn voor meerdere plekken binnen de gemeente Epe. De haalbaarheid van thermische energie uit oppervlaktewater wordt tevens meegenomen in het Wijkuitvoeringsplan voor (bedrijventerrein) Eekterveld en omgeving. De RES (Regionale Energiestrategie) doet uitspraken over de regionale opgave die lokaal, door de verschillende gemeenten in de RES regio, ingevuld moet worden. Tevens doet de RES uitspraak over de verdeling tussen zon-op-land en zon-op-dak. De Transitievisie Energie en Warmte van de gemeente zegt iets over de gemeentelijke doelstelling. De doelstelling van de gemeente Epe is om, op basis van de Energiemix 2019, 135 ha tot 2050 te realiseren in plaats van 2030.

Zoals wij in de Transitievisie Energie en Warmte beschrijven zijn de Regionale Energiestrategie (RES1.0) en onze Omgevingsvisie belangrijke instrumenten voor het stimuleren van duurzame opwek van zon op dak, zon op land en wind. De gemeente Epe hanteert als definitie voor grootschalige opwek > 15 KWp. Dit geldt voor zowel zon-op-dak als zon-op-veld.

De gemeente Epe zet in op zon-op-dak bij zowel landbouw, industrie en woningen. De Energiemix 2019 zet in op 340 TJ door zon op dak. Dit is de opwek die zowel gerealiseerd kan worden bij landbouw, industrie en woningen. We geven in de visie aan om tot 2030 alle dak-eigenaren van grote daken (industrie, landbouw e.d.) te stimuleren zonnepanelen op daken te realiseren. De reden dat het op meerdere plekken wordt genoemd is omdat het aandachtsgebieden zijn in alle genoemde sectoren. De gemeente Epe stelt en levert in 2022 haar beleidskader ‘grootschalige opwek zon en wind’ op. Lokaal eigendom krijgt een plek in dit beleidskader. Lokaal eigendom voor andere bronnen voor duurzame opwek maakt geen onderdeel uit van deze visie maar is bij nog uit te werken beleid aan de orde.

Toevoegen wanneer doelstelling gerealiseerd moet worden (2030/2050)

Definitie grootschalige opwek toevoegen. Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Geen aanpassing Transitievisie

ook voor andere bronnen voor duurzame opwek. 9. Functie zonneparken Zonneparken worden nu alleen beschreven als energiebron. Zonneparken kunnen ook ingezet worden voor het realiseren van andere ambities zoals waterberging, natuurontwikkeling e.d. 10. Zon op dak Gemeente moet verder gaan dan stimuleren en ook inzetten op faciliteren. Welke rol neemt de gemeente in de netcongestieproblematiek. Voorstel om hier aandacht aan te besteden in de visie.

De gemeente Epe streeft er naar om met de Transitievisie Energie de aanpak van de gemeente Epe om in 2050 CO2-neutraal te zijn te beschrijven. Dit is de reden dat zonneparken worden beschreven vanuit de inzetbaarheid als energiebron. De gemeente Epe stelt en levert in 2022 haar beleidskader ‘grootschalige opwek zon en wind’ op. Onder andere waterberging, natuurontwikkeling en lokaal eigendom zijn aspecten die tijdens het opstellen van de visie aandacht krijgen en mogelijkerwijs in het beleidskader terecht komen. In de visie schrijven wij op pagina 30 dat het toekomstbestendig maken van de E-infrastructuur prioriteit heeft. Wij merken op dat er bij elektriciteit meerdere trends spelen die invloed hebben op de stabiliteit van het elektriciteitsnetwerk. Er is sprake van: a. Een groeiende vraag door meer gebruik van elektrische apparatuur (o.a. doordat de warmtevoorziening deels elektrificeert). Deze apparaten verbruiken per apparaat minder energie dan voorheen, maar de absolute vraag stijgt; b. Een groeiend aandeel decentrale opwek door zonnepanelen op daken.

Energie en Warmte Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Op pagina 43 toevoegen dat gemeente Epe ook faciliterend optreedt.

Voor de gebouwde omgeving betekent dit dat de grootschalige plaatsing van warmtepompen en zonnepanelen op daken kan leiden tot congestie op het elektriciteitsnet. Het belang van de buffering van elektriciteit in de wijk en het in balans brengen van de opwek van energie en energiegebruik neemt toe. Systeemoptimalisatie en de brede toepassing van digitale regeltechnologie helpt om op wijkniveau de balans tussen energiegebruik en de opwek van energie te verbeteren, waardoor de uitbreiding van elektrische infrastructuur en transportverliezen zoveel mogelijk kunnen worden beperkt. De gemeente werkt samen met Liander aan een duurzame verzwaring van het E-netwerk. Ook zal energieopslag en regeltechniek de komende periode aandacht krijgen. Hier zijn we mede afhankelijk van landelijke ontwikkelingen. 11. Integraal energiesysteem In de Transitievisie Energie en Warmte ligt de nadruk op verschillende technieken. Hoe realiseren we een integraal energiesysteem waarin terugleverbeperkingen worden voorkomen.

Zie punt 10: Zon op dak

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Onderdeel toekomstbestendige infrastructuur verder uitwerken.

Zie punt 10: Zon op dak De uitwerking van het onderdeel toekomstbestendige infrastructuur is een must. Deze uitwerking vindt niet plaats in deze visie maar in een apart project dat uitgevoerd wordt na vaststelling van de visie.

Bij woningen wordt gesproken over een smartgrid oplossing. Bij bedrijven niet. Waarom?

Op o.a. pagina 66 van de visie geven wij aan dat het in beeld brengen van potentie van een smart grid en een collectief warmtenet voor bedrijventerrein Kweekweg aan de orde is. Hetzelfde geldt voor het bedrijventerrein Eekterveld. De gemeente Epe werkt aan haar integrale laadvisie. De integrale laadvisie is een belangrijk document om in de toekomst de toename van het aantal elektrische auto’s van elektriciteit te voorzien. Op pagina 82 (Bijlage Overzicht van mogelijke maatregelen in de energietransitie per sector) van de Transitievisie Energie en Warmte schrijven wij dat wij samen met de provincie de taak hebben de lokale behoefte voor laadinfrastructuur in kaart te brengen. De gemeente Epe heeft de Stimuleringslening Duurzaamheid overige doelgroepen opengesteld voor organisaties die hier naar verwachting van gebruik moeten maken om te kunnen investeren in duurzaamheidsmaatregelen. Dit zijn non-profit organisaties, stichtingen, verenigingen e.d. Voor deze organisaties zijn er vaak wel regelingen om een korting te krijgen op een inventarisatieonderzoek maar niet op de investering. Voor bedrijven zijn er regelingen en belastingvoordelen die het aantrekkelijk maken te investeren in duurzaamheidsmaatregelen. Ook verwachten wij dat het Rijk de regie heeft om met (meer) regeling voor deze doelgroep te komen.

12. Elektrisch vervoer Is er een relatie met de integrale laadvisie indien we spreken over een toekomstbestendige laadinfrastructuur? 13. Hulp aan bedrijven Op bladzijde 11 van de visie staat beschreven dat bedrijven hulp wordt geboden. Echter in de lijst met maatregelen staan alleen zaken voor woningen genoemd. Is er nagedacht over het openstellen van de Stimuleringslening voor bedrijven? Bedrijventerreinen Eekterveld en Kweekweg zijn aangemerkt als startbuurten. Verduurzaming van bedrijfsprocessen is niet meegenomen in de lopende projecten. Krijgen deze onderwerpen een plek.

14. Taskforce zon vs. Omgevingsdienst Veluwe IJssel Taskforce Zon wordt als aparte stakeholder genoemd. Dit is niet juist. Het betreft de Omgevingsdienst Veluwe IJssel.

De gemeente Epe heeft in haar visie opgenomen dat één van de aandachtspunten bij de sector Industrie ‘Stimuleren circulaire economie’ is. Het verduurzamen van de procesindustrie en reststromen maken hier onderdeel van uit. Daarnaast maakt de gemeente Epe onderdeel uit van het project Energiekoplopers Apeldoorn Epe waarin bedrijven uit de gemeente Epe en Apeldoorn met een hoog energieverbruik kennis uit wisselen en pilots uitvoeren. Hier wordt ook geleerd en kennis gedeeld over de verduurzaming van bedrijfsprocessen. De gemeente Epe wijzigt Taskforce Zon in Omgevingsdienst Veluwe IJssel.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Taskforce Zon wordt gewijzigd in Omgevingsdienst Veluwe IJssel.

Beschrijving Omgevingsdienst Veluwe IJssel wordt gewijzigd.

Aanpassing van beschrijving Taskforce Zon (pagina 74).

15. Beschrijving uitgangspunten Omgevingsdienst Veluwe IJssel Pagina 24 bevat een opsomming van belangrijke uitgangspunten. Deze zijn echter niet specifiek voor de Omgevingsdienst Veluwe IJssel maar het betreft uitgangspunten voor de visie in zijn geheel. 16. Verduidelijking tabel op pagina 45 Tabel wekt de suggestie dat er tot 2018 met uitzondering van biomassa niks gebeurd is m.u.v. biomassa.

De gemeente Epe interpreteert de uitgangspunten die u meegeeft ook als algemene belangen en niet specifiek ‘des Omgevingsdienst Veluwe IJssel’. Dit zullen wij herschrijven.

Herschrijven van uitgangspunten Omgevingsdienst Veluwe IJssel

De eenheid is TJ.

Eenheid TJ toevoegen aan tabel

De tabel is een samenvoeging van een aantal datasysteemgegevens en realtimegegevens en komt daardoor niet overeen met de ‘statische’ Klimaatmonitor. Eind 2015 was de opwek voor zon op dak 6 TJ.

Wat is de eenheid? 17. Gemis van koppeling duurzame opwek en elektrificatie met de Wijkuitvoeringsplannen.

De gemeente Epe heeft de voorkeursvarianten voor de warmtoplossing zoals aangegeven in de Wijkuitvoeringsplannen onder andere opgesteld op basis van de Leidraad, bestaande uit een Startanalyse en een Handreiking voor lokale analyse van het Planbureau voor de leefomgeving. De Startanalyse is een technisch-economische analyse van effecten en kosten van opties om gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Die analyse is uitgevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving met behulp van zijn rekenmodel Vesta MAIS. De koppeling van duurzame opwek en elektrificatie (als voorkeurs warmteoplossing) maakt geen onderdeel uit van de zeven varianten die het Planbureau voor de Leefomgeving heeft uitgewerkt en onderdeel uitmaken van de Startanalyse. De integrale aanpak krijgt een plek in het proces van de Wijkuitvoeringsplannen

18. Gemeente kan zaken beleidsmatig vastleggen zoals het opstellen van een bodemenergieplan om het belang van de

De gemeente Epe neemt genoemde aandachtspunten in overweging bij de uitvoering van de Transitievisie Energie en Warmte.

6 TJ toevoegen aan tabel voor ‘Zon op dak’ in periode `14-18’. Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

Geen aanpassing Transitievisie

bodem te waarborgen en interferentie te voorkomen en aanleg van zonnepanelen verplichten bij nieuwe bedrijventerreinen. 19. Rol Omgevingsdienst Veluwe IJssel is in de toekomst groot maar komt niet overeen met de opdracht.

Energie en Warmte De gemeente Epe realiseert zich dat de taken die zij bij de Omgevingsdienst Veluwe IJssel neerlegt in de Transitievisie Energie en Warmte het huidige takenpakket overstijgen. Gemeente Epe organiseert, in het belang van de uitvoering van de Transitievisie Warmte, ambtelijke afstemmingsoverleggen met de Omgevingsdienst Veluwe IJssel om het takenpakket voor de Omgevingsdienst Veluwe IJssel nader uit te werken.

Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte

3. Overzicht van consequenties van inspraakreacties op de Transitievisie Energie en Warmte Wat gebeurt er met de reacties van de insprekers: Inspreker 1 Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte 2 Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte 3 Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte 4 Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte 5 Geen aanpassing Transitievisie Energie en Warmte 6 De term CO2 neutraliteit en ‘x’% CO2 reductie worden beiden op een correcte gebruikt in de visie zonder elkaar tegen te spreken. 6 De term duurzame energie wordt vervangen door hernieuwbare energie indien er sprake is van duurzame energie die mogelijk nog wel milieuschade aanricht (voorbeeld hiervan is biomassa). Indien er daadwerkelijk sprake is van duurzame energie (hernieuwbare energie waarbij geen milieuschade wordt aangebracht zoals wind- of zonneenergie) wordt de term duurzame energie gehanteerd. 6 Pagina 77: De definitie van CO2-neutraliteit wordt aangevuld met de tekst “…netto CO2 uitstoot van 0 over een bepaalde periode; er wordt evenveel CO2 uitgestoten als aan de atmosfeer onttrokken”. 6 Pagina 19: De zin “De warmtevisie heeft een kleinere reikwijdte dan de energievisie.

Zo gaat de warmtevisie enkel over een manier van verwarmen (en in sommige gevallen koelen) en heeft deze nagenoeg geen ruimtelijke impact” wordt gewijzigd in: “De warmtevisie heeft een kleinere reikwijdte dan de energievisie. Zo gaat de warmtevisie enkel over een manier van verwarmen (en in sommige gevallen koelen). De warmtevisie heeft ruimtelijke impact (o.a. ondergrondse warmtenetten en mestvergistingsinstallaties) maar deze is van een andere orde dan die van de energievisie (o.a. zonnevelden en windmolens). ruimtelijke impact”. 7 Pagina 33: De zin “Een emissie-loos centrum, of een waar oude dieselvoertuigen geweerd worden, heeft voor onze dorpen geen significante bijdrage en wordt daarom niet als bijzondere taak uitgevoerd” wordt verwijderd. 8 9

Gemeente Epe organiseert na vaststelling van de Transitievisie Energie en Warmte ambtelijke afstemmingsoverleggen met de stuurgroepleden van de Transitievisie Energie en Warmte. De doelstelling wanneer de ambitie voor grootschalige opwek gerealiseerd wordt, wordt toegevoegd.

9 9 9 9 9 9

Definitie van grootschalige opwek wordt toegevoegd. Op pagina 43 toevoegen dat de gemeente Epe ook faciliterend optreedt op het gebied van de netcongestieproblematiek. Omgevingsdienst Veluwe IJssel als stakeholder toevoegen i.p.v. de Taskforce Zon. Uitgangspunten (pagina 24) van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel herschrijven omdat het algemene uitgangspunten zijn en niet specifiek gelden voor de Omgevingsdienst Veluwe IJssel. Eenheid TJ toevoegen aan tabel op pagina 45 en 6 TJ ‘zon op dak’ in de periode 14-18 toevoegen aan tabel. Gemeente Epe organiseert na vaststelling van de Transitievisie Energie en Warmte ambtelijke afstemmingsoverleggen met de Omgevingsdienst Veluwe IJssel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10933623/1