360292 Sociale Agenda Natuurlijk goed samenleven
Tekst van het document
sociale agenda natuurlijk goed samenleven
Colofon Tekst: Gemeente Epe - Beleidsontwikkeling Sociaal Domein Ontwerp en opmaak: Made in Holland - Ontwerp en Beeld Beeldmateriaal: Shutterstock www.epe.nl © Epe - Okotber 2021
2
S O C I A L E A G E NDA
Inhoudsopgave Samenvatting
4
Hoofdstuk 1.
Inleiding
7
Hoofdstuk 2.
Ontwikkelingen in het sociaal domein
9
Hoofdstuk 3. Visie op het sociaal domein 3.1. Onze visie 3.2. Het sociaal domein in Epe 3.3. Uitgangspunten
13 13 13 15
Hoofdstuk 4. Samenredzaamheid 4.1. Versterken zelforganiserend vermogen
16 16
Hoofdstuk 5. De basisinfrastructuur 5.1. Een evenwichtig en toekomstgericht voorzieningenaanbod 5.2. Prettig en gezond leven in de wijk 5.3. Iedereen doet mee naar vermogen
18 18 19 21
Hoofdstuk 6. Zorg en ondersteuning 6.1. In de toegang werken we integraal en staat de inwoner centraal 6.2. Goede en veilige zorg
23 23 24
Bijlage 1.
Gebiedsscan
26
G EMEEN TE EPE
3
Samenvatting
Sociale agenda Natuurlijk goed samenleven
Wat is de koers voor het sociaal domein?
VISIE
De gemeente Epe is een inclusieve gemeente waarin iedereen mee kan doen. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven en mogen daar in vrijheid invulling aan geven. Wanneer iemand tijdelijk of voor langere tijd minder goed in staat is de regie over zijn leven te houden, bieden we als samenleving ondersteuning. Door te investeren in een sterke sociale basis, maken we mogelijk dat de eigen kracht en gezamenlijke burgerkracht zo goed mogelijk wordt ondersteund. Voor wie het niet lukt om alleen of met elkaar een vangnet te bieden, zorgen wij dat er zorg en ondersteuning beschikbaar is. Daarbij staan de mogelijkheden, talenten en eigenaarschap van de inwoners centraal.
Het sociaal domein in Epe
De Sociale Agenda is de strategische koers van de gemeente Epe voor het sociaal domein. Zo geven we richting aan beleid en uitvoering op het gebied van jeugd, participatie, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, gezondheid, welzijn, sport, kunst en cultuur, en zorg en veiligheid. De Sociale Agenda wordt verder uitgewerkt in een integraal beleidsplan Sociaal Domein en uitvoeringsprogramma’s.
Zorg en ondersteuning Hoe kunnen we inwoners die het nodig hebben en het niet alleen redden de juiste zorg en ondersteuning aanbieden? Basisinfrastructuur Hoe kunnen wij, samen met organisaties, andere overheden en inwoners, de basisinfrastructuur vormgeven om inwoners te ondersteunen in het dagelijks leven? Samenredzaamheid Wat kunnen inwoners zelf en samen met hun omgeving?
Uitgangspunten: • Iedereen kan meedoen • Gebiedsgerichte aanpak • Samenwerken en faciliteren 4
S O C I A L E A G E NDA
SAMENREDZAAMHEID Versterken zelforganiserend vermogen Maatschappelijk effecten: • Inwoners zetten zich in voor elkaar, hun buurt of wijk en kijken naar elkaar om. • Inwoners weten laagdrempelige activiteiten in de wijk of buurt te vinden. • Inwoners die voor een ander zorgen, worden zo nodig ondersteund zodat ze dat op een goede manier kunnen blijven doen.
Ambitie: We willen het zelforganiserend vermogen van onze inwoners versterken en de sociale verbondenheid vergroten, en daardoor de kwaliteit van leven verhogen.
DE BASISINFRASTRUCTUUR
Een evenwichtig en toekomstgericht voorzieningenaanbod Maatschappelijk effecten: • Er zijn laagdrempelige voorzieningen in buurt. • Inwoners komen in aanraking met sport, kunst en cultuur. • Vrijwilligers en professionele organisaties werken samen aan het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de wijken.
Ambitie: De basisvoorzieningen zijn evenwichtig verspreid en onze inwoners kunnen in de eigen wijk of buurt deelnemen aan activiteiten. Nu en in de toekomst.
Prettig en gezond leven in de wijk Maatschappelijk effecten: • De sociale en fysieke leefomgeving draagt bij aan de lichamelijke en mentale gezondheid van inwoners. • Inwoners met zorgvragen wonen prettig in de wijk.
Iedereen doet mee naar vermogen
Ambitie: We willen dat onze inwoners zich gezond voelen en prettig leven in de wijk. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor mensen met een lage sociaal economische status en mensen met een zorgvraag.
Maatschappelijk effecten: • Alle inwoners beschikken over voldoende basisvaardigheden om mee te kunnen doen. • Inburgeringsplichtigen doen zo snel mogelijk mee in de Nederlandse samenleving. • We voorkomen sociale uitsluiting van inwoners met armoede of schulden. • Kinderen en jongeren kunnen zich maximaal ontplooien.
Ambitie: Iedereen doet zoveel mogelijk mee in de samenleving. We houden rekening met belemmeringen om te participeren. Alle inwoners kunnen hun talenten maximaal ontwikkelen en gebruiken.
G EMEEN TE EPE
5
ZORG EN ONDERSTEUNING
In de toegang werken we integraal en staat de inwoner centraal Maatschappelijk effecten: • Inwoners weten waar zij terecht kunnen met een hulpvraag • Inwoners die dat nodig hebben krijgen de best passende zorg of ondersteuning
Ambitie: We werken integraal in de toegang tot zorg en ondersteuning. Onze professionals beschikken over de juiste vaardigheden om de inwoner en zijn hulpvraag centraal te stellen en goede afspraken te maken over regie en eigenaarschap.
Goede en veilige zorg Maatschappelijk effecten: • Zorg en ondersteuning is van goede kwaliteit en helpt mensen om mee te doen. • Er zijn goede afspraken over regie en onveilige situaties worden zo veel mogelijk voorkomen en opgelost.
6
S O C I A L E A G E NDA
Ambitie: We bieden kwalitatief goede zorg en ondersteuning om meedoen mogelijk te maken, werk te vinden en schulden op te lossen. Daarbij hebben we oog voor de veiligheid van onze inwoners.
Hoofdstuk 1. Inleiding Deze Sociale Agenda is tot stand gekomen na de evaluatie van de Sociale Agenda ‘samen sociaal krachtig’ 2015-2021. De uitgangspunten daaruit zijn nog steeds herkenbaar en relevant. We zetten daarom de koers uit de Sociale Agenda ‘samen sociaal krachtig’ 2015-2021 en de Sociale Agenda 2009-2015 ‘Epe: sociaal vitaal’ voort. We hebben de Sociale Agenda geactualiseerd en aangevuld op basis van recente ontwikkelingen. Leeswijzer De Sociale Agenda heeft de volgende opzet: • Hoofstuk 1. Inleiding: wat is de Sociale Agenda? • Hoofstuk 2. Ontwikkelingen sociaal domein: op welke ontwikkelingen moeten we inspelen? • Hoofstuk 3. Visie: wat is onze visie op het sociaal domein en welke uitgangspunten kiezen we? • Hoofstuk 4. Samenredzaamheid: welke ambities en maatschappelijke effecten streven we na op het gebied van samenredzaamheid? • Hoofstuk 5. Basisinfrastructuur: welke ambities en maatschappelijke effecten streven we na op het gebied van basisinfrastructuur? • Hoofstuk 6. Zorg en ondersteuning: welke ambities en maatschappelijke effecten streven we na op het gebied van zorg en ondersteuning? • Bijlage: Gebiedsscan: hoe zien de verschillende gebieden van de gemeente Epe er op sociaal vlak uit? Evaluatie De Sociale Agenda ‘samen sociaal krachtig’ 2015-2021 is in 2021 geëvalueerd.
Voor de evaluatie is er op verschillende manieren input opgehaald: uit benchmarks, onderzoeken en bijeenkomsten met samenwerkingspartners, de Adviesraad Sociaal Domein en de gemeenteraad. Daarnaast zijn inwoners en maatschappelijke partners betrokken via het burgerpanel EpeSpreekt!. Er is de afgelopen jaren ontzettend veel bereikt wat heeft bijgedragen aan de doelstelling van de Sociale Agenda 2015 - 2021. Er zijn initiatieven en samenwerkingsverbanden opgezet om uitvoering te geven aan de nieuwe taken die de gemeente in 2015 heeft gekregen. Er is geïnvesteerd in zorg en ondersteuning in de eigen wijk en buurt, integrale toegang en gebiedsgericht werken wat de onderlinge verbondenheid van inwoners stimuleert, de eigen kracht ondersteunt en een goede basis heeft gelegd voor de sociale infrastructuur. Uit de evaluatie komt naar voren dat de maatschappelijke effecten van de Sociale Agenda 2015 – 2021 nog steeds actueel zijn, maar dat de context is veranderd en dat er een aantal nieuwe ontwikkelingen zijn waar we rekening mee moeten houden. Dat betekent dat de koers van de Sociale Agenda wordt vastgehouden en is aangevuld op basis van nieuwe ontwikkelingen. Er is meer aandacht voor de het versterken van de sociale basis, met voorzieningen voor iedereen. De visie op regie en positieve gezondheid zijn verder uitgewerkt.
Inclusie, participatie en kansengelijkheid nemen een nog centralere rol in. Ten slotte zijn ook nieuwe of veranderde taken, zoals inburgering, verwerkt. Positionering Sociale Agenda In de Toekomstvisie 2030 is bepaald dat de deze overkoepelende visie wordt vertaald in drie visies, op sociaal, economisch en ruimtelijk gebied. De Sociale Agenda is het strategisch visiedocument dat de koers van de gemeente op sociaal gebied bepaalt. Zo geven we richting aan beleid en uitvoering op het gebied van jeugd, participatie, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, gezondheid, welzijn, sport, kunst en cultuur, en zorg en veiligheid.
G EMEEN TE EPE
7
Dat zien we als het brede sociaal domein. De Omgevingsvisie is de ruimtelijke visie, waarin ook staat beschreven hoe de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan gezondheid, zorg en welzijn. Hier zien we een duidelijke samenhang tussen de Omgevingsvisie en de Sociale Agenda. De richtinggevende ambities en maatschappelijke effecten beschreven in de Sociale Agenda worden nader uitgewerkt en vertaald in meetbare doelstellingen in beleidsplannen. Een goed uitgewerkte Sociale Agenda zorgt ervoor dat beleidsplannen beknopter kunnen worden en het aantal beleidsplannen op deelterreinen kan worden beperkt. Het huidige beleidsplan Sociaal Domein ‘samen meedoen mogelijk maken’ loopt in 2022 af. Het omvat de beleidsterreinen Wmo, Jeugdzorg en Participatie. Dit beleidsplan wordt vernieuwd en uitgebreid tot een zo integraal mogelijk beleidsplan voor het gehele sociaal domein, waarvan welzijn, gezondheid, onderwijs, armoede en schulden, sport en cultuur nadrukkelijker onderdeel uitmaken. Zo versterken we de samenhang in het sociaal domein, wat een belangrijke opdracht aan gemeentes was bij de decentralisaties. Tevens zetten we daarmee in op versterking op preventie en meer inzet van algemene voorzieningen om “samen meedoen mogelijk te maken”.
Met het beleidsplan Sociaal Domein kan de gemeenteraad iedere vier jaar het te voeren beleid vaststellen, zoals wettelijk verplicht is in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet, Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet publieke gezondheid. Waar nodig stellen we daarnaast andere beleidsplannen in het sociaal domein op, bijvoorbeeld rondom subsidies of onderwijsachterstanden. Vervolgens wordt de stap gezet van beleid naar uitvoering. Het beleidsplan vormt de link met de uitvoeringsprogramma’s, waarin wordt aangegeven met welke concrete acties er aan de doelstellingen uit het beleid wordt gewerkt. Het opstellen van de uitvoeringsprogramma’s gebeurt in nauwe samenwerking met betrokken partners uit het veld en inwoners. Afhankelijk van de samenwerkingspartners en doelstellingen kan dat per thema en doelgroep.
Sociale Agenda Waarom? Uitwerking strategische visie in doelstellingen
Beleidsplan Sociaal Domein Wat?
Uitvoeringsprogramma’s Hoe?
8
S O C I A L E A G E NDA
Vertaling van doelstellingen naar concrete acties
Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen in het sociaal domein Het sociaal domein blijft volop in beweging. In dit hoofdstuk brengen we de belangrijkste ontwikkelingen in beeld die de komende jaren invloed hebben op het brede sociaal domein. Een goede basis Sinds de transitie in 2015 hebben gemeenten geïnvesteerd in een basisvoorzieningenaanbod in de nabije omgeving. Preventie en vroegsignalering waren belangrijke doelstellingen bij de transitie, en om dat mogelijk te maken, zijn goede toegankelijke basisvoorzieningen nodig waarin verschillende professionals samenwerken. In het sociaal domein is sindsdien hernieuwde aandacht voor goede basisvoorzieningen en goede relaties in de wijk. Dit wordt de sociale basis genoemd. De sociale basis bestaat uit de fysiek aanwezige voorzieningen, zoals scholen en speeltuinen. Hoe mensen met elkaar een gemeenschap vormen maakt ook onderdeel uit van de sociale basis. De samenwerking, verwachtingen, inzet en relaties van inwoners, ondernemers, zorgprofessionals en de gemeente maken eveneens deel uit van de sociale basis. Gemeenten zetten de komende jaren in op het versterken van de sociale basis met goede voorzieningen in de buurt en meer onderlinge samenwerking tussen overheid, professionals en inwoners.
In de gemeente Epe is en blijft er aandacht nodig voor het versterken van de sociale basis, bijvoorbeeld door voor goede accommodaties te zorgen en gebiedsgericht te werken. Een voorbeeld van goede basisvoorzieningen in de gemeente Epe is het CJG, waarin alle betrokken organisaties rondom kinderen en jongeren samenwerken, en de Buurtpunten, waar dagbestedingsactiviteiten in de buurt toegankelijk zijn voor iedereen. De ontwikkeling van goede, toegankelijke basisvoorzieningen blijft de komende jaren belangrijk. Meer ruimte voor participatie en eigen regie De ontwikkelingen op het gebied van inwoners- en overheidsparticipatie gaan snel. Er is een andere kijk ontstaan op de participatie van inwoners. Inwoners krijgen en vragen meer ruimte om zelf iets te doen voor hun buurt en de mensen om hen heen. Maar ook om mee te denken met de gemeente, zodat gebruik kan worden gemaakt van de deskundigheid van inwoners. Waar de samenleving meer verantwoordelijkheden pakt, verschuift het accent bij de gemeente meer naar een faciliterende en ondersteunende rol. Ook in de gemeente Epe wonen veel actieve inwoners die steeds meer van zich laten horen en mee willen denken. De gemeente heeft de afgelopen jaren ervaring opgedaan met verschillende vormen van participatie.
We zien dat de participatie van inwoners is toegenomen en dat er meer ruimte is om samenspraak te organiseren, bijvoorbeeld digitaal via het platform buurtmaken.nl en de verbrede adviesraad. Ook zien we dat er steeds meer bewonersinitiatieven komen om de leefbaarheid in de buurt te verbeteren, die door de gemeente ondersteund kunnen worden. We verwachten dat het de komende jaren nog belangrijker wordt om meer samen te doen en te denken. De gemeente en de samenleving geven samen vorm aan maatschappelijke doelstellingen. Daarnaast is er bij het bieden van zorg en ondersteuning meer aandacht voor het eigenaarschap van de inwoner om de best passende (maatwerk)oplossing te vinden. Veel gemeenten veranderen hun werkwijze in de toegang tot zorg en ondersteuning, zodat inwoners nog meer regie krijgen. Inwoners bepalen zelf wat ze nodig hebben en hoe ze daarbij geholpen worden, zodat de hulp die ze krijgen het best bij hen past. Het gedachtengoed van De Nieuwe Route (zie hoofdstuk 6.2) is hier een voorbeeld van. Dit wordt al in Epe toegepast in het jeugddomein en zal naar verwachting de komende jaren nog belangrijker worden. Om participatie en eigen regie mogelijk te maken, is het belangrijk dat inwoners goed geïnformeerd worden vanuit de gemeente en dat deze informatie duidelijk en voor iedereen goed te begrijpen is.
Er is daarom meer aandacht voor duidelijke overheidscommunicatie, ook in Epe.
G EMEEN TE EPE
9
Kansenongelijkheid neemt toe Verschillen tussen groepen nemen toe. In 2016 constateerde Onderwijsinspectie dat niet alle leerlingen in gelijke mate van het onderwijs konden profiteren. Daardoor is meer aandacht gekomen voor het wegnemen van achterstanden en het zorgen voor een goede start voor kinderen zo vroeg mogelijk in hun leven (vanaf -9 maanden). Ook wordt er meer samengewerkt tussen (voor)scholen en gemeente en (voor)scholen onderling om kinderen een betere start te geven. Deze ontwikkelingen spelen ook in Epe. De relatie tussen sociaaleconomische status en gezondheid heeft landelijk en binnen onze gemeente de aandacht. Gezondheidsachterstanden treden vaker op bij inwoners met een lage sociaaleconomische status. Zij hebben daardoor vaker gezondheidsproblemen en een minder lange (gezonde) levensverwachting. Gemeenten zetten daarom meer in op het voorkomen van gezondheidsverschillen. Bovendien is er meer aandacht voor de inclusieve samenleving, waarin iedereen kan meedoen: LHBTIQ+-ers, mensen van alle culturele en etnische achtergronden en mensen met een beperking (door het in werking treden van het VN-verdrag Handicap). We verwachten dat er de komende jaren veel aandacht blijft voor het versterken van inclusief beleid en een inclusieve samenleving.
Transformatie: meer preventie en welzijn De afgelopen jaren heeft een transitie en transformatie in het sociaal domein plaatsgevonden. Gemeenten zijn veel nieuwe taken in het sociaal domein gaan uitvoeren. De transformatie is afgerond en inwoners zijn tevreden over de zorg en ondersteuning die ze krijgen. In Epe is er bij de transformatie aandacht geweest voor het versterken van het zelforganiserend vermogen en de zelfredzaamheid van inwoners en het bieden van laagdrempelige, innovatieve voorzieningen en zorg en ondersteuning dichtbij. De transformatie zet de komende jaren door. Landelijk zien we dat er veel aandacht is voor kostenbeheersing, voor het ontwikkelen van algemene voorzieningen die toegankelijk zijn voor alle inwoners en voor combinaties van welzijn en zorg. Bij de transitie van taken in het sociaal domein van het Rijk naar gemeente, is preventie een belangrijke doelstelling geweest. Gemeenten proberen problemen te voorkomen en vroeg te signaleren. Ook in de gemeente Epe willen we door zo vroeg mogelijk in te grijpen grotere problemen later voorkomen en/of de inzet van zwaardere zorg voorkomen of verminderen. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de inzet op preventie in de jeugdzorg echter niet tot de verwachte financiële opbrengsten leidt, maar mogelijk juist tot een verhoging van de kosten (AEF, 2020).
Natuurlijk is inzet op preventie wenselijk omdat preventie het welzijn van inwoners kan verbeteren. Veel interventies in het sociaal domein zijn nog nieuw, waardoor meer onderzoek naar nodig is naar de opbrengsten. Gemeenten moeten echter soms hun financiële verwachtingen van preventieve interventies bijstellen. Daarnaast zien we dat meer vanuit het gedachtegoed positieve gezondheid wordt gekeken, naar wat mensen wel kunnen in plaats van wat ze niet kunnen. Zo ontstaan er combinaties van welzijn en zorg, waarbij niet alleen medisch naar een zorgvraag wordt gekeken, maar ook welzijnsactiviteiten (zoals activiteiten in een dorpshuis of vrijwilligerswerk) worden ingezet om iemands gezondheid en welzijn te verbeteren, Er is daarom meer aandacht voor de samenwerking tussen welzijnsorganisaties en zorgorganisaties en voor het aanbod van welzijnsvoorzieningen.
10
S O C I A L E A G E NDA
Andere zorg- en ondersteuningsbehoeften Door verschillende ontwikkelingen verandert de zorgvraag. De bevolkingssamenstelling in onze gemeente verandert. Dat komt door de vergrijzing, ontgroening en migratie. De groene druk neemt af: de verhouding van het aantal jongeren tot 20 jaar ten opzichte van 20- tot 65- jarigen. Vergeleken met de regio heeft de gemeente Epe een hoge grijze druk: ouderen ten opzichte van de 20- tot 65- jarigen. Er is sprake van dubbele vergrijzing: een grotere groep ouderen met een steeds hogere leeftijd. Door de vergrijzing krijgen we te maken met een toename van zorg- en ondersteuningsvragen. We zien daarnaast dat de samenleving individualiseert. Mensen wonen vaker alleen en voelen zich steeds vaker eenzaam. Eenzaamheid komt vaker voor bij ouderen en laagopgeleiden. We zien de individualisering van de samenleving ook terug in de sport (meer mensen sporten alleen) en in vrijwilligerswerk (mensen doen meer korte klussen in plaats van zich langdurig te verbinden aan een vrijwilligersorganisatie). Daarnaast zien we een verandering in hoe mensen wonen. Op landelijk niveau zien we dat door de extramuralisering van de ggz meer mensen buiten de instelling of kliniek gelijkwaardige hulp aangeboden krijgen. Dat zorgt ervoor dat meer mensen met psychische kwetsbaarheden (zelfstandig) in de wijk blijven wonen en een beroep doen op voorzieningen in de wijk.
Ook doordat mensen steeds langer thuis blijven wonen, neemt de behoefte aan voorzieningen en informele ondersteuning in de wijk toe. We zien ook dat de behoefte aan woonzorgcombinaties toeneemt. Daarnaast ontvangt onze regio door een nieuw verdeelmodel voor beschermd wonen minder financiële middelen en moet het aantal plekken in de regio afgebouwd worden. Druk op de zorg neemt toe Landelijk neemt het beroep op zorg en ondersteuning toe, niet alleen door meer hulpvragen maar ook door complexere hulpvragen. Met de ontwikkelingen die er spelen onder andere op het gebied van ggz in de wijk, langer zelfstandig wonen, armoede, schulden en inburgering verwachten we dat hulpvragen complexer worden. Dit vergroot de druk op de toegang tot zorg, die bij complexe casussen een grotere regisserende rol heeft. Sinds de transitie is er veel georganiseerd om zeer complexe casussen, waarbij de veiligheid of ontwikkeling van inwoners in gevaar kan komen, te voorkomen, te herkennen en te ondersteunen. Er wordt regionaal samengewerkt met het Zorg- en Veiligheidshuis, Veilig Thuis en andere regionale overlegtafels. Lokaal is in het kader van complexiteit van veiligheidsvraagstukken een Coördinatiepunt Leefbaarheid en Veiligheid opgezet.
Daarnaast zorgt de dubbele vergrijzing, de ontwikkeling dat men steeds langer zelfstandig (thuis) blijft wonen en de invoering van het abonnementstarief voor een toename van de druk op de Wmo. In de jeugdzorg blijkt dat jongeren langer en meer zorg gebruiken dan voorheen. We zien dat de druk op de zorg niet alleen tot hogere uitgaven voor de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo leidt, maar ook gevolgen heeft voor het tekort aan zorgpersoneel en wachtlijsten in de jeugdzorg. Van gemeenten is dus inzet nodig om de zorg betaalbaar en beschikbaar te houden. De druk op de zorg heeft ook gevolgen voor de informele ondersteuning. Inwoners doen vaker een beroep op ondersteuning uit de eigen omgeving, waardoor soms sprake is van overbelasting van vrijwilligers en mantelzorgers. Het ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers blijft daarom ook de komende jaren heel belangrijk. We zien dat er grenzen zijn aan wat de overheid kan verwachten van de zelfredzaamheid van inwoners. Niet iedereen is zelfredzaam en kan zijn sociale netwerk op eigen kracht mobiliseren. De gemeente kan dan ook niet van alle inwoners zelfredzaamheid verwachten.
G EMEEN TE EPE
11
Digitalisering biedt kansen De digitalisering van de samenleving heeft in het sociaal domein geleid tot kansen en mogelijkheden om de zorg toegankelijker te maken voor inwoners. Inzet van domotica kan ondersteuning bieden bij het langer thuis wonen. Digitaal communiceren biedt mogelijkheden voor het verlenen van zorg op afstand, intensief contact met de cliënt en het voorkomen van sociaal isolement. In de gemeente Epe zijn er digitale platforms ontstaan voor het versterken van het contact tussen zorgverlener en cliënt, voor het op de hoogte blijven van het vrijwilligersaanbod, voor het in contact komen met buurtgenoten en voor het tot stand komen van inwonersparticipatie. Wel moet de gemeente zich er bewust van blijven dat niet iedereen digitaal vaardig is. Veranderingen in de wetgeving Aan de ene kant krijgen gemeenten meer of veranderende taken, bijvoorbeeld voor de uitvoering van Beschermd Wonen, de hoorplicht vanuit de Wet Verplichte GGZ, de inrichting van jeugdzorg en Schuldhulpverlening. Met de nieuwe Wet Inburgering gaan gemeenten zorg dragen voor goede ondersteuning van deze nieuwkomers. Aan de andere kant zien we dat de beleidsvrijheid bij die taken soms beperkt wordt doordat het Rijk landelijk beleid invoert, zoals bij het abonnementstarief voor de Wmo.
Ook staat er tegenover nieuwe taken of landelijke beleidswijzigingen niet altijd volledige financiële compensatie van het Rijk. De mogelijkheden van de gemeente om eigen beleid te maken in de uitvoering worden daardoor beperkt. Door de invoering van de Omgevingswet leggen we beter de verbinding tussen de sociale leefomgeving en de fysieke leefomgeving. Dat biedt kansen voor het beter inrichten van de openbare ruimte op de zorgbehoeften in wijken. Sinds mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. De AVG stelt regels om persoonlijke gegevens te beschermen en is van toepassing op gegevensuitwisseling tussen partijen. Professionals die samenwerken rondom (complexe) casuïstiek in het zorg- en veiligheidsdomein moeten dit doen binnen de privacyregels van de AVG en ervaren hierdoor soms een beperking bij het delen van informatie. Er blijven daarom goede afspraken nodig. Door de koppeling van de levensverwachting met de AOW-leeftijd werken mensen langer door. De pensioenleeftijd zal in stappen blijven stijgen tot 67 jaar in 2024. Na 2025 stijgt de AOWleeftijd (deels) mee met de gemiddelde levensverwachting. Regionale samenwerking verandert mee De afgelopen jaren is een regionale samenwerking opgezet voor de uitvoering van de taken op het gebied van zorg en ondersteuning. De rol van de regio verandert door de jaren heen.
Gemeenten voeren lokaal meer taken uit voor beschermd wonen en er wordt bovenregionaal juist intensiever samengewerkt voor bepaalde onderdelen van de jeugdzorg. De gemeente Epe koopt veel zorg en ondersteuning regionaal in, zodat er een breed aanbod is ontstaan met keuzevrijheid voor inwoners. De komende jaren verwachten we bepaalde voorzieningen meer lokaal te gaan regelen. Dat maakt het mogelijk om te zorgen voor een goed aanbod in iedere wijk. Te denken valt bijvoorbeeld aan de Buurtpunten, waar dagbesteding lokaal is geregeld in de buurt, en het ontwikkelen van goede voorzieningen in de wijk om het zelfstandig wonen van mensen met psychische kwetsbaarheid te ondersteunen.
12
S O C I A L E A G E NDA
Hoofdstuk 3. Visie op het sociaal domein In het vorige hoofdstuk hebben we ontwikkelingen geschetst waar we de komende jaren rekening mee moeten houden. Deze ontwikkelingen grijpen op elkaar in, waardoor oplossingen niet eenvoudig zijn. We hebben elkaar nodig: wij hebben inwoners, maatschappelijke (vrijwilligers)organisaties en het bedrijfsleven nodig, en zij ons als gemeente. Wij hebben de regiogemeenten nodig en zij ons vanuit (wettelijke) verplichtingen en de wens om samen te werken. Gezamenlijk willen wij de uitdagingen aangaan en zoeken naar oplossingen.
3.1. Onze visie In onze visie vormt Epe een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. Inwoners zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor hun leven en mogen daar in vrijheid invulling aan geven. De verantwoordelijkheid om regie te voeren over het leven noemen we ook wel ‘zelforganiserend vermogen’ of ‘zelfredzaamheid’. Onze inwoners gaan zelf en samen op zoek naar oplossingen en als gemeente ondersteunen we hen zo goed mogelijk hierbij. We creëren de juiste randvoorwaarden en voorzieningen zodat inwoners zo goed mogelijk gebruik maken van hun eigen kracht en het eigen netwerk. Dit doen we door te investeren in een sterke sociale basis. Met de sociale basis bedoelen we wat inwoners met en voor elkaar organiseren, ondersteund door algemene voorzieningen waar iedereen gebruik van kan maken. Voor wie het niet alleen of met elkaar lukt, zorgt de gemeente dat er zorg en ondersteuning beschikbaar is. Daarbij staan de mogelijkheden, talenten en eigenaarschap van de inwoners centraal.
3.2. Het sociaal domein in Epe We zien het sociaal domein als een piramide met drie lagen, waarbij de eerste twee lagen de sociale basis vormen. De sociale basis definiëren wij als de initiatieven die ontstaan vanuit de eigen kracht van inwoners (samenredzaamheid) en de formeel georganiseerde verbanden en basisvoorzieningen (de basisinfrastructuur). Een sterke sociale basis zorgt ervoor dat inwoners zoveel mogelijk zelf oplossingen kunnen vinden die passen bij hun leven en dat ze gemakkelijk ondersteuning kunnen krijgen in de buurt. Een sterke sociale basis helpt ook om problemen sneller en vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat deze groter en complexer worden. Soms hebben inwoners meer gespecialiseerde zorg of ondersteuning nodig. Dan komt de derde laag van de piramide in beeld. Het kan dan gaan om lichte, kortdurende ondersteuning of intensieve, langdurige ondersteuning of een combinatie hiervan. Met onze inwoners en onze (regionale) partners stemmen we af welke (intensiteit van) zorg en ondersteuning nodig is.
G EMEEN TE EPE
13
Zorg en ondersteuning Hoe kunnen we inwoners die het nodig hebben en het niet alleen redden de juiste zorg en ondersteuning aanbieden? Basisinfrastructuur Hoe kunnen wij, samen met organisaties, andere overheden en inwoners, de basisinfrastructuur vormgeven om inwoners te ondersteunen in het dagelijks leven? Samenredzaamheid Wat kunnen inwoners zelf en samen met hun omgeving?
1. Samenredzaamheid: Inwoners organiseren zelf activiteiten voor hun buurt en helpen elkaar, vanuit hun eigen kracht en zelforganiserend vermogen. Dat noemen we samenredzaamheid. Onder samenredzaamheid verstaan we bijvoorbeeld bewonersinitiatieven, vrijwillige hulp, mantelzorg en activiteiten die inwoners organiseren voor de buurt. De gemeente kan inwoners hierin faciliteren en ondersteunen door middel van een goede basisinfrastructuur. 2. De basisinfrastructuur: Basisvoorzieningen zijn ondersteunend aan het dagelijks leven en zijn voor iedereen beschikbaar. We noemen dat de basisinfrastructuur. Waar het in de eerste laag gaat om informele ondersteuning, gaat het in deze laag om formeel georganiseerde verbanden zoals scholen, de bibliotheek, het welzijnswerk en vrijwilligersorganisaties. De gemeente organiseert en ondersteunt een groot gedeelte van de basisinfrastructuur, samen met organisaties, andere overheden en inwoners. 3. Zorg en ondersteuning: Sommige inwoners zijn minder goed of helemaal niet in staat hun problemen zelfstandig of met de eigen omgeving op te lossen. Zij hebben gespecialiseerde ondersteuning nodig. Deze laag bevat die gespecialiseerde zorg en ondersteuning voor inwoners. Ondersteuning is vaak een tijdelijke aanvulling op wat een inwoner zelf kan, zoals jobcoaching of begeleiding om zelfstandig te leren reizen of wonen.
Voor een kleine groep mensen gaat het om structurele zorg. Dit is bijvoorbeeld het geval bij mensen met vergevorderde dementie of mensen met zwaardere lichamelijke of verstandelijke beperkingen. Binnen deze laag zijn er allerlei gradaties mogelijk, waarbij indien nodig de regie door de zorgprofessional (tijdelijk en gedeeltelijk) overgenomen kan worden, bijvoorbeeld wanneer de veiligheid in het geding is. De gemeente biedt zorg en ondersteuning vanuit onder andere de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
14
S O C I A L E A G E NDA
De lagen van de piramide zijn niet strak omlijnd. Inwoners kunnen op verschillende leefdomeinen of in verschillende levensfases zowel zelf- als samenredzaam zijn, gebruik maken van de basisinfrastructuur en zorg en ondersteuning nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan een jongere die een klasgenoot helpt met huiswerk (laag 1, samenredzaamheid), lid is van de voetbalvereniging en naar school gaat (laag 2, basisinfrastructuur) en behandeling krijgt van een psycholoog (laag 3, zorg en ondersteuning). Of iemand met een beperking die zijn ouders helpt met hun administratie (laag 1, samenredzaamheid), aangepast sport (laag 2, basisinfrastructuur), zorg aan huis krijgt en ondersteuning nodig heeft bij het zoeken naar werk (laag 3, zorg en ondersteuning). Soms hebben inwoners tijdelijk zorg nodig maar zijn ze verder zelfredzaam, of zijn ze zelfredzaam in sommige onderdelen van hun leven en krijgen ze op andere onderdelen ondersteuning.
3.3. Uitgangspunten We hanteren drie uitgangspunten die centraal staan in het gehele sociaal domein. De uitgangspunten zijn overkoepelend, over alle beleidsterreinen en lagen van de piramide heen.
Iedereen kan meedoen We willen een inclusieve samenleving zijn, waarin alle verschillen gerespecteerd worden en iedereen zichzelf mag zijn. Ongeacht geaardheid of gender, culturele of religieuze identiteit, beperking of kwetsbaarheid. Iedereen mag zijn stem laten horen en krijgt de kans om mee te doen. We gaan er niet vanuit dat meedoen voor iedereen vanzelfsprekend is. Als het nodig is, steunen wij onze inwoners hierbij. We communiceren in duidelijke en begrijpelijke taal voor al onze inwoners.
Gebiedsgerichte aanpak We kijken wat er nodig is in een gebied (dorp, wijk, buurt of buurtschap) en leveren zo per gebied maatwerk. De behoefte van de inwoner staat daarbij centraal. Binnen de gebiedsgerichte aanpak werken gemeente, professionals, vrijwilligers, ondernemers en inwoners in het gebied samen aan goede voorzieningen en een leefbare buurt. Voor het opstellen en uitvoeren van de aanpak zoeken we de aansluiting bij de Omgevingsvisie.
Samenwerken en faciliteren Wij werken met onze inwoners vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid om een prettige en leefbare samenleving te creëren. We luisteren naar onze inwoners, we vertrouwen hen, geven hen de mogelijkheden om initiatieven te ontplooien en betrekken hen zowel bij de plan- en beleidsvorming als bij de uitvoering. De rol van de gemeente is verschuift meer naar faciliterend aan de samenleving, waarin de samenleving ook verantwoordelijkheden krijgt. Dat betekent dat we inwoners, organisaties, bedrijven en samenwerkingsverbanden ondersteunen om de Eper samenleving nog prettiger en leefbaarder te maken.
G EMEEN TE EPE
15
Hoofdstuk 4. Samenredzaamheid In deze en de volgende twee hoofdstukken vertalen we onze visie naar ambities. Dat doen we per laag van de piramide. We werken onze ambities uit in maatschappelijke effecten. De ambities en maatschappelijke effecten vormen de leidraad bij het vormgeven van onderliggend sociaal beleid. Wat willen we bereiken? De meeste inwoners zijn in staat hun eigen problemen zelf of met elkaar op te lossen. Inwoners mobiliseren hun eigen netwerk wanneer dat nodig is en dragen bij aan de ondersteuning van anderen via burenhulp, andere soorten vrijwilligerswerk en mantelzorg. Niet iedereen heeft dezelfde mate van zelfredzaamheid en dat verwachten we ook niet. Inwoners creëren een vangnet waar anderen op terug kunnen vallen. Op die manier leveren zij een belangrijke bijdrage aan de Eper samenleving. Als gemeente hebben wij de taak inwoners te faciliteren in hun eigen kracht en het vermogen zelf problemen op te lossen en regie te voeren over het leven.
4.1. Versterken zelforganiserend vermogen
Onze ambitie We willen het zelforganiserend vermogen van onze inwoners versterken en de sociale verbondenheid vergroten, en daardoor de kwaliteit van leven verhogen.
Maatschappelijk effect: Inwoners zetten zich in voor elkaar, hun buurt of wijk en kijken naar elkaar om. We willen dat inwoners optimaal gebruik maken van hun eigen kracht, zodat zij problemen zelf kunnen oplossen en anderen kunnen ondersteunen. Inwoners kunnen terugvallen op een netwerk en maken deel uit van het netwerk van anderen. Om dit te bereiken willen we dat inwoners zich verbonden voelen met de gemeenschap en de mensen uit de buurt en zich daarvoor willen inzetten. Dat kan op een informele manier, zonder dat inwoners zich organiseren. We stimuleren dat inwoners met elkaar in contact kunnen komen en dat hulpvragen vindbaar zijn. Dit doen we onder andere door platforms aan te bieden en plekken beschikbaar te stellen voor fysieke samenkomsten. Wij luisteren naar inwoners en naar wat zij nodig hebben om zelf initiatieven te organiseren. We zien dit als belangrijke voorwaarde voor het slagen van de gebiedsgerichte aanpak. Maatschappelijk effect: Inwoners weten laagdrempelige activiteiten in de wijk of buurt te vinden. Inwoners kunnen ontmoetingsplekken en ondersteuningsaanbod in de wijk goed vinden. Dat geldt ook voor online platforms. Wanneer het aanbod van activiteiten in de buurt niet toereikend is, nemen inwoners zelf initiatief voor nieuwe activiteiten.
Als zij daar ondersteuning bij nodig hebben, weten zij welke professionals het aanspreekpunt zijn voor de wijk of buurt. 16
S O C I A L E A G E NDA
We communiceren actief over het wijkaanbod en betrekken daar onze partners bij. Daarin is het belangrijk dat de communicatie is afgestemd op de verschillende doelgroepen en voor iedereen te begrijpen is. Maatschappelijk effect: Inwoners die voor een ander zorgen, worden zo nodig ondersteund zodat ze dat op een goede manier kunnen blijven doen. In de gemeente Epe is de onderlinge verbondenheid tussen inwoners in veel wijken en buurten erg sterk. Inwoners kunnen bij elkaar terecht met hun problemen en helpen elkaar waar dit mogelijk is. Inwoners zetten zich voor elkaar in via mantelzorg en vrijwilligerswerk. De Eper samenleving vergrijst, waardoor er meer beroep op mantelzorg gedaan kan worden. We vinden het daarom belangrijk dat we mantelzorgers in beeld hebben en dat zij een beroep kunnen doen op mantelzorgondersteuning in onze gemeente. We willen dat professionals aandacht hebben voor het informele eigen netwerk van de inwoner en dit netwerk duurzaam begeleiden en behouden, waarbij zij de belasting van de mantelzorger(s) meewegen bij de verdeling van taken tussen professionals en het eigen netwerk.
G EMEEN TE EPE
17
Hoofdstuk 5. De basisinfrastructuur Wat willen we bereiken? Veel inwoners maken in het dagelijks leven gebruik van basisvoorzieningen zoals een vereniging, school of bibliotheek. Wanneer zij er in hun netwerk niet uitkomen, maken zij hier ook gebruik van om advies of hulp te vragen. Met de basisinfrastructuur bedoelen we voorzieningen waar iedereen (soms tegen een vergoeding of een lichte beoordeling van professional of gemeente) gebruik van kan maken. We werken samen met inwoners, professionals en maatschappelijke partners om te zorgen voor een goed en toegankelijk basisvoorzieningenniveau in de buurt of wijk. Dat maakten buurten en wijken gezond en leefbaar en help inwoners om hun talenten te ontwikkelen en mee te doen.
5.1. Een evenwichtig en toekomstgericht voorzieningenaanbod
Onze ambitie De basisvoorzieningen zijn evenwichtig verspreid en onze inwoners kunnen in de eigen wijk of buurt deelnemen aan activiteiten. Nu en in de toekomst.
Maatschappelijk effect: Er zijn laagdrempelige voorzieningen in buurt. Inwoners kunnen op een laagdrempelige manier terecht bij voorzieningen voor ontmoeting, activiteiten en/of ondersteuning. Voorbeelden van deze basisvoorzieningen zijn verenigingen, sport- en speelplekken en wijk- of dorpshuizen. Dat soort voorzieningen vormen onderdeel van het gewone leven, ze zijn er voor iedereen. Mensen organiseren er activiteiten voor elkaar, zoals samen bewegen, eten of tuinieren. Het samen ondernemen van activiteiten verhoogt de sociale cohesie en het welzijn. Maar er kunnen ook professionals en vrijwilligers aanwezig zijn die inwoners kunnen helpen. Denk bijvoorbeeld aan sociaal werkers, activiteitenbegeleiders in de dagbesteding of vrijwilligers die helpen bij de administratie. Professionals die werken in de basisvoorzieningen kennen het aanbod en helpen inwoners activiteiten of hulp te vinden die bij hen past. We streven naar een situatie waarbij er zoveel mogelijk algemene voorzieningen worden ingezet voor inwoners met een hulpvraag. Van deze voorzieningen kan namelijk iedereen gebruik maken. Daardoor kunnen problemen vroegtijdig gesignaleerd worden en kan er ook vroegtijdig geïntervenieerd worden. Daarmee hebben deze voorzieningen een belangrijk preventief karakter.
Wanneer een inwoner niet voldoende geholpen kan worden vanuit de basisvoorzieningen, begeleiden de professionals uit de basisvoorzieningen hem om passende gespecialiseerde zorg of ondersteuning te krijgen. We zien dat de samenleving volop in beweging is – door onder andere ontgroening, vergrijzing, krimp van het verenigingsleven en nieuwe inwonersinitiatieven. De exploitatie van de bestaande (gecentraliseerde) accommodaties komt hiermee onder druk te staan, terwijl ze wel van vitaal belang zijn voor het voorzieningenaanbod en de leefbaarheid in de kernen. 18
S O C I A L E A G E NDA
We vinden het belangrijk dat de accommodaties dichtbij en herkenbaar in de buurt aanwezig zijn. Dit vraagt dan ook om het maken van toekomstbestendige keuzes over het al dan niet in stand houden of transformeren van deze (multifunctionele) accommodaties. Accommodaties zijn noodzakelijk voor een goede basisinfrastructuur. Ze zijn ondersteunend aan ontmoeting, ondersteuning en het organiseren van activiteiten door inwoners. Ze kunnen daarmee een bijdrage leveren aan de sociale cohesie en de participatie van inwoners in de eigen wijk op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Accommodaties zijn evenwichtig verspreid afhankelijk van de behoeften en de bevolkingsdichtheid in de gebieden. Om de behoeften in beeld te krijgen werken we gebiedsgericht samen met inwoners, vrijwilligers, (professionele) organisaties en ondernemers. Sommige voorzieningen, zoals basisscholen en wijkof dorpshuizen, zijn er in ieder dorp. Grotere voorzieningen, zoals het cultuurplein, de bibliotheek en het consultatiebureau, worden op centrale plekken georganiseerd zodat ze toch in de buurt aanwezig zijn. Maatschappelijk effect: Inwoners komen in aanraking met sport, kunst en cultuur. Sport, kunst en cultuur zijn er voor iedereen. Sportverenigingen en -voorzieningen en het kunst- en cultuuraanbod vormen een belangrijk onderdeel van de basisinfrstructuur. Iedereen moet er mee in aanraking kunnen komen.
Zo dragen sport, kunst en cultuur bij aan zingeving, ontmoeting en het vormen van netwerken. We zetten in op cultuureducatie in het basis- en middelbaar onderwijs om de sociaalemotionele regulatie van (jonge) kinderen te stimuleren en talentontwikkeling te bevorderen. Daarnaast stimuleren we ouderen actief deel te nemen aan culturele activiteiten om eenzaamheid en sociale uitsluiting (en aanverwante problematiek) te voorkomen. Op de lange termijn kan kunst en cultuur een stimulans zijn om zorgvragen te voorkomen of uit te stellen. We vinden het belangrijk om het aanbod aan laagdrempelige sportvoorzieningen te behouden en te versterken. Sport draagt niet alleen bij aan gezondheid en welzijn, maar kan ook een bijdrage leveren aan de sociale relaties en de participatie van kwetsbare groepen, zoals voortijdig schoolverlaters of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente is rijk aan sportverenigingen, sportaccommodaties, speelvoorzieningen en ontmoetingsplekken. Deze bevinden zich in alle dorpen en gebieden. Behalve een sportieve rol hebben de verenigingen een belangrijke sociale rol. Maatschappelijk effect: Vrijwilligers en professionele organisaties werken samen aan het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de wijken. In de gemeente Epe willen we de verscheidenheid in identiteit van de gebieden behouden en waar mogelijk versterken.
De behoefte aan voorzieningen kan per gebied verschillen, bijvoorbeeld door een verschil in leeftijd van de bewoners of een verschil in sociale cohesie. We vinden het belangrijk dat er aandacht is voor deze lokale identiteit van gebieden en dat er in elke dorpskern een passend basisvoorzieningenniveau aanwezig is, dat inwoners en organisaties ondersteunt bij het verbeteren van de leefbaarheid in hun buurt, wijk, dorp of buurtschap.
5.2. Prettig en gezond leven in de wijk
Onze ambitie We willen dat onze inwoners zich gezond voelen en prettig leven in de wijk. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor mensen met een lage sociaal economische status en mensen met een zorgvraag.
G EMEEN TE EPE
19
Maatschappelijk effect: De sociale en fysieke leefomgeving draagt bij aan de lichamelijke en mentale gezondheid van inwoners. We bieden een sociale en fysieke omgeving waarin inwoners in staat zijn om keuzes te maken die bijdragen aan hun gezondheid en welzijn. We werken vanuit het gedachtegoed van positieve gezondheid. Gezondheid is daarin niet de afwezigheid van ziekte, maar om de veerkracht van mensen om zich aan te passen aan wat zich in het leven voordoet. We dragen op die manier bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. We vinden daarin drie speerpunten belangrijk: gezonde leefstijl, mentale gezondheid en gezonde leefomgeving. Daarbij werken we steeds meer samen met partners in de gemeente die werken op het vlak van gezondheid en welzijn. De gemeente ondersteunt deze netwerken op het gebied van gezondheidspreventie, bijvoorbeeld rondom gezond opgroeien, het voorkomen van roken en middelengebruik, en het behouden of bereiken van een gezond gewicht. Wij willen met name gezondheidswinst behalen voor inwoners die minder kans hebben op een goede gezondheid. We zien landelijk en in onze gemeente dat er sociaal economische gezondheidsverschillen zijn. Dat zijn verschillen in gezondheid en sterfte tussen inwoners met een hogere en inwoners met een lagere sociaal economische positie in de samenleving.
Preventie, zorg en ondersteuning dient juist ook mensen die door een lagere sociaal economische status meer kans hebben op een slechte gezondheid ten goede te komen. De fysieke leefomgeving kan ook bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van onze inwoners. Zo kunnen we onze inwoners beschermen tegen dat wat de gezondheid kan schaden, zoals stof, hitte, geur, geluid en ziekteverwekkers. Hier ligt een gedeelde opgave van het ruimtelijk en sociaal domein. Gezamenlijk willen we samen met inwoners komen tot een gedragen oplossing voor de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Ook willen we dat de openbare ruimte beter wordt ingericht op spelen, sporten en bewegen, wat bijdraagt aan het mogelijk maken van gezonde keuzes. De nieuwe omgevingsvisie beschrijft hoe bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden kan worden met voldoende ruimte voor wandelen, fietsen en ontmoeting in de buitenruimte. Maatschappelijk effect: Inwoners met zorgvragen wonen prettig in de wijk. Door de extramuralisering van de geestelijke gezondheidszorg, de doordecentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang en de invoering van de Wet Verplichte GGZ, wordt zorg steeds meer thuis en in de nabije omgeving verleend. Steeds vaker zien we daardoor mensen met zorgbehoeften (deels) zelfstandig in de wijk wonen. We willen dat alle inwoners prettig in de wijk wonen.
Er kan ander gedrag zichtbaar zijn op straat. Niet elk gedrag wordt begrepen en geaccepteerd. Dat vraagt van buurtbewoners bewustzijn van stigma op onbegrepen gedrag en de impact hiervan op de buurt en de bewoners. Het is belangrijk dat iedereen in de wijk sociale aansluiting vindt en behoudt. We willen dat inwoners met een psychische of psychosociale kwetsbaarheid zo goed mogelijk thuis kunnen wonen en daar passende ondersteuning bij krijgen. We bouwen voort op de visie om inwoners zoveel mogelijk te laten herstellen in hun eigen omgeving en om hen te ondersteunen om succesvol de stap te zetten naar zelfstandig wonen in de wijk. Daarbij willen we voldoende voorzieningen in de wijk hebben die ook voor hen toegankelijk en geschikt zijn.
20
S O C I A L E A G E NDA
Dat geldt natuurlijk ook voor ouderen die langer zelfstandig thuis wonen. We willen dat er voldoende woonvormen beschikbaar zijn waar zorg, ondersteuning en ontmoeting mogelijk is. We willen dat onze inwoners bewust zijn van de gevolgen van het langer thuis wonen. We ondersteunen hen bij de maatregelen die nodig zijn om de eigen woning aan te passen. De genoemde ontwikkelingen dragen eraan bij dat de behoefte aan levensloopbestendige woningen, beschutte woonvormen en andere geschikte woningen die voldoen aan de woonzorgbehoeften, zal toenemen. Wij stimuleren en faciliteren partners in het realiseren van geschikte woningen.
5.3. Iedereen doet mee naar vermogen
Onze ambitie Iedereen doet zoveel mogelijk mee in de samenleving. We houden rekening met belemmeringen om te participeren. Alle inwoners kunnen hun talenten maximaal ontwikkelen en gebruiken.
Maatschappelijk effect: Alle inwoners beschikken over voldoende basisvaardigheden om mee te kunnen doen. We willen dat iedereen zoveel mogelijk beschikt over voldoende basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) om zo goed mogelijk mee te doen in de samenleving. Of, als dat nodig is, inwoners weten waar ze hulp kunnen krijgen. Hiervoor hebben we een educatie-aanbod beschikbaar, afgestemd op de behoeften van onze inwoners. De bibliotheek speelt hier in een belangrijke rol. We willen het educatie-aanbod verder versterken en verbreden. We benutten daarvoor de samenwerking in de arbeidsregio en de verbinding met andere domeinen. Maatschappelijk effect: Inburgeringsplichtigen doen zo snel mogelijk mee in de Nederlandse samenleving. We willen dat nieuwkomers goed mee kunnen doen in de samenleving. We hebben als gemeente vanuit de wet Inburgering de wettelijke taak om te zorgen dat nieuwkomers die voor langere tijd of definitief naar Nederland komen inburgeren. Het leren van de taal is een belangrijk onderdeel daarvan. Daarom zorgen wij voor praktijklessen en –plekken. We willen dat nieuwkomers zo snel mogelijk kunnen participeren en financieel zelfredzaam zijn. Maatschappelijk effect: We voorkomen sociale uitsluiting van inwoners met armoede of schulden. Soms worden inwoners belemmerd in het meedoen door armoede of schulden.
Dat geldt zowel voor volwassen als voor kinderen. We ondersteunen mensen met een laag inkomen bij het meedoen in de samenleving. We willen zoveel mogelijk inwoners met armoede, financiële problemen en/of schulden in een vroeg stadium bereiken en helpen. Dat doen we om te problematische schuldsituaties te voorkomen. Door voorlichting te geven willen we de drempel om hulp te vragen verlagen. Maatschappelijk effect: Kinderen en jongeren kunnen zich maximaal ontplooien. We willen dat kinderen beginnen met een goede start in het leven en zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Ieder kind verdient een goede toekomst. Ouders spelen daar een belangrijke rol in en soms hebben zij daar hulp bij nodig. Wij ondersteunen hen daarin als dat nodig is. We zetten in op het behouden, versterken en ontwikkelen van kindvoorzieningen.
G EMEEN TE EPE
21
Daarmee richten we ons op het hele en brede spectrum van integrale kindcentra, scholen, opvang, centra voor Jeugd en Gezin, schoolmaatschappelijk werk, buurt- en wijkvoorzieningen en welzijn (waaronder cultuur en sport). Op deze manier worden kinderen en gezinnen beter ondersteund als het gaat om de ontwikkeling van kinderen. Juist ook voor de kinderen met extra zorgvragen, zoals bij moeilijk lerende kinderen en kinderen met taal- en spraakstoornissen. Sommige kinderen krijgen te maken met (het risico op) een achterstand op het gebied van taal, reken-, motorische- en sociaal emotionele vaardigheden. Deze kinderen kunnen gebruik maken van het aanbod aan voor- en vroegschoolse educatie, de doorlopende leerlijn, zorgstructuren en een passend aanbod van buiten- en naschoolse activiteiten.
22
S O C I A L E A G E NDA
Hoofdstuk 6. Zorg en ondersteuning Sommige inwoners hebben (tijdelijk of langdurig) gespecialiseerde zorg of ondersteuning nodig. Voor deze mensen is er een kwalitatief goed, betaalbaar en passend ondersteuningsaanbod beschikbaar. Dat inwoners zorg nodig hebben betekent niet dat ze de regie over hun eigen leven verliezen. Inwoners behouden zo veel mogelijk de regie en verantwoordelijkheid bij het inzetten van zorg en ondersteuning, zodat die zorg bij hen past en hen ook echt helpt. De gemeente ondersteunt hen hierbij door een goede toegang tot zorg en ondersteuning te organiseren. Wat willen we bereiken?
6.1. In de toegang werken we integraal en staat de inwoner centraal
Onze ambitie We werken integraal in de toegang tot zorg en ondersteuning. Onze professionals beschikken over de juiste vaardigheden om de inwoner en zijn hulpvraag centraal te stellen en goede afspraken te maken over regie en eigenaarschap.
Maatschappelijk effect: Inwoners weten waar zij terecht kunnen met een hulpvraag. Inwoners met een hulpvraag kunnen terecht bij veel basisvoorzieningen. Maar soms is meer gespecialiseerde zorg of ondersteuning nodig. Daarvoor organiseren we een toegang, waar samen met de inwoner wordt gekeken welke zorg of ondersteuning nodig en passend is. We vinden het belangrijk dat onze inwoners weten waar zij terecht kunnen met een zorgvraag en wat de gemeente voor hen hierin kan betekenen. We zorgen daarom dat onze toegang goed bereikbaar is, zowel digitaal, telefonisch als op een locatie in de gemeente. We werken in de toegang met professionals met expertise op de verschillende vakgebieden. Zo worden hulpvragen van inwoners snel goed begrepen en is de professional bekend met welke basisvoorzieningen, zorg en ondersteuning bij de vraag passen. We hebben daarom verschillende toegang voor jeugd (vragen over gezondheid, opgroeien, opvoeden en verzorging), Wmo (vragen over ondersteuning vanwege een beperkingen, vragen over maatschappelijke ondersteuning), schuldhulpverlening (vragen over advies en hulp bij schulden) en de Participatiewet (vragen rondom werk en inkomen). Natuurlijk werken de toegangen samen met elkaar en met de basisvoorzieningen, zeker wanneer er meerdere hulpvragen in één gezin zijn.
Daarnaast zijn er andere partijen die problemen kunnen signaleren en vervolgens kunnen doorverwijzen naar hulpverlening, zoals de huisarts, de medisch specialist, de rechter of jeugdbeschermer.
G EMEEN TE EPE
23
Maatschappelijk effect: Inwoners die dat nodig hebben krijgen de best passende zorg of ondersteuning. De vraag van de inwoner staat centraal. De professionals in de toegang helpt de inwoner om de vraag te verhelderen en kijkt naar de vraag vanuit verschillende hoeken. Ze werken samen met andere toegangen en zorgprofessionals aan de meest passende ondersteuning waarmee de inwoner verder kan. Daarbij gelden de uitgangspunten van positieve gezondheid: we gaan uit van wat wél mogelijk is, in plaats van ziekte of beperking. Daarmee doen we meer recht aan de veerkracht van inwoners en aan wat hun leven betekenisvol maakt. Bij de inzet van zorg en ondersteuning wordt naar alle lagen van de piramide gekeken: naar wat de inwoner zelf kan met zijn omgeving, hoe er gebruik kan worden gemaakt van de basisinfrastructuur en welke gespecialiseerde zorg en ondersteuning nodig is. Zo wordt alle hulp die een inwoner krijgt op elkaar afgestemd en kan snel worden opgeschaald en afgeschaald wanneer dat nodig is. In het geval van een hulpvraag op meerdere leefgebieden, wordt één professional uit de toegang aangewezen als aanspreekpunt. Deze professional is de contactpersoon voor de inwoner of het gezin. Deze helpt de inwoner/het gezin bij het maken van een plan van aanpak, waarin concrete acties en doelen staan voor alle betrokken.
Het plan is integraal, omdat het over verschillende levensgebieden gaat, zoals inkomen, werk en opvoeding. De gezinsleden, het eventuele netwerk en betrokken hulpverleners voeren samen het plan uit. De inwoner is de eigenaar van het plan. Het uitgangspunt hierbij is dat de inwoner centraal staat en er wordt uitgegaan van wat de inwoner precies nodig heeft. Om ervoor te zorgen dat de inwoner eigenaar is van het plan, werken we zo veel mogelijk volgens het gedachtegoed van ‘de nieuwe route’. Dat betekent dat en inwoner of gezin samen met alle betrokkenen rondom een hulpvraag een plan maakt, binnen de gestelde kaders. Degenen die het tot stand gekomen plan gaan uitvoeren, zijn betrokken geweest bij de totstandkoming ervan en zullen zich hieraan meer en beter committeren en verantwoordelijkheid nemen. Dit leidt tot beter uitvoerbare plannen en dus betere resultaten. Doordat er goede afspraken worden gemaakt over de inzet van het sociaal netwerk en van professionele zorg, sluit hun inzet beter op elkaar aan.
6.2. Goede en veilige zorg
Onze ambitie We bieden kwalitatief goede zorg en ondersteuning om meedoen mogelijk te maken, werk te vinden en schulden op te lossen. Daarbij hebben we oog voor de veiligheid van onze inwoners.
Maatschappelijk effect: Zorg en ondersteuning is van goede kwaliteit en helpt mensen om mee te doen. Vanuit de Wmo en Jeugdwet bieden we zorg en ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben, zodat inwoners kunnen meedoen in de samenleving en kinderen en jongeren zich goed kunnen ontwikkelen. Inwoners hebben keuzevrijheid bij het kiezen van de zorgaanbieder die de zorg gaat leveren. We maken (boven-) regionale afspraken voor een goed en breed aanbod aan gecontracteerde zorgaanbieders. We vinden het belangrijk dat zorg van goede kwaliteit is. Daarom stellen we bij de inkoop bepaalde kwaliteitseisen aan de geleverde zorg. We willen ervoor zorgen dat gemeenschapsgeld goed wordt besteed en dat fraude wordt tegengegaan. 24
S O C I A L E A G E NDA
We stellen doelmatigheid, rechtmatigheid en kwaliteit van zorg centraal. Hiervoor zijn regionale toezichthouders aangesteld. Tegelijkertijd willen we de administratielast bij het leveren van zorg beperken, zodat de zorg zoveel mogelijk op een zinvolle manier geleverd kan worden. We willen dat zoveel mogelijk inwoners voor wie dat mogelijk is werken. Werk draagt bij aan het welbevinden en aan de eigenwaarde van inwoners. We begeleiden daarom zowel inwoners met een korte en met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Er is een ruim aanbod aan werkervaringsplekken beschikbaar waar gewerkt wordt aan de persoonlijke leerdoelen van inwoners. We zorgen voor meer in-, door- en uitstroom op deze werkervaringsplekken, zodat inwoners met een uitkering dichtbij huis participeren naar vermogen en zich waar mogelijk richting (on)betaald werk ontwikkelen. We zorgen samen met werkgevers, organisaties en onderwijsinstellingen voor een werk- en leeraanbod om een duurzame uitstroom naar de arbeidsmarkt te realiseren. Daarnaast voorkomen we waar mogelijk dat jongeren voortijdig uitvallen van school en begeleiden we hen zo goed mogelijk naar school, werk en dagbesteding. We werken hiervoor samen met scholen, organisaties en het bedrijfsleven. Inwoners met schulden bieden we ondersteuning om te werken aan een schuldvrije toekomst.
We gaan er niet direct vanuit dat inwoners zelf verantwoordelijkheid en regie kunnen nemen bij het oplossen van schulden. Schulden kunnen leiden tot stress met als gevolg dat mensen minder goede beslissingen maken. Daar houden we rekening mee in onze schuldhulpverlening. Maatschappelijk effect: Er zijn goede afspraken over regie en onveilige situaties worden zo veel mogelijk voorkomen en opgelost. Wanneer er meerdere zorgverleners betrokken zijn bij een inwoner, wordt duidelijk afgesproken wie de casusregie heeft en dus verbindingen legt tussen de verschillende betrokken professionals. Dat kan de inwoner zelf zijn of, als dat nodig is, een professional. Bij inwoners die hulp nodig hebben bij het nemen van regie of die er tijdelijk zelf niet uitkomen, kan de regie tijdelijk (deels) worden overgenomen. Bijvoorbeeld in het geval van psychische of psychosociale problemen. Soms wordt dat verplicht, als de veiligheid van de inwoner of de omgeving in het geding is. We maken goede afspraken over het overnemen van regie en wanneer we de regie weer terug kunnen geven. Het is belangrijk dat de regie altijd weer wordt teruggegeven aan de inwoner zodra dit mogelijk is. Het uitgangspunt is dat de regie eerst bij de inwoner ligt, vervolgens bij het eigen netwerk en als laatst bij de professional.
In het geval van een complexe casus kan een procesregisseur van het coördinatiepunt Leefbaarheid en Veiligheid ingezet worden. De procesregisseur houdt toezicht op het verloop van een hulptraject, bijvoorbeeld in het geval van (dreigende) escalatie. Professionals in het sociaal domein hebben een belangrijke voorlichtende, signalerende en verwijzende rol als het gaat om huiselijk geweld. Zij zijn opgeleid om signalen te herkennen, weten welke (specialistische) zorg beschikbaar is en kennen de weg binnen het sociaal domein. We willen dat alle professionals over de juiste vaardigheden beschikken om problemen op het gebied van huiselijk geweld te herkennen en te signaleren. En om huiselijk geweld te stoppen en de schade te herstellen. Huiselijk geweld wordt overgedragen van generatie op generatie. We willen niet alleen de schade van het geweld beperken, maar de cirkel van geweld duurzaam doorbreken. We werken daarom regionaal en lokaal aan de aanpak van huiselijk geweld. Daarbij is aandacht voor alle betrokkenen van huiselijk geweld: slachtoffers, plegers, omstanders, onderwijs, opvang en iedereen die (beroepsmatig) te maken krijgt met huiselijk geweld.