360292 Evaluatie Sociale Agenda 2015 - 2021
Tekst van het document
Evaluatie Sociale Agenda 2015-2021 Inleiding De Sociale Agenda 2015-2021 ‘Epe: Samen sociaal krachtig’ zet de koers uit naar een sociaal, gezond en vitaal Epe. De sociale agenda vormt het kader voor het sociaal beleid en geeft aan wat Epe op sociaal-maatschappelijk vlak voor gemeente wil zijn. In de sociale agenda staat de piramide met de driedeling leefbaar, ondersteuning en zorg centraal. Een belangrijke ontwikkeling die speelde bij de totstandkoming van de sociale agenda was de omvangrijke decentralisatie van taken naar gemeenten. In 2015 traden de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo 2015 in werking. Gemeenten kregen er taken en verantwoordelijkheden bij: de zorg voor en ondersteuning aan jeugdigen en ouders, inwoners met een achterstand tot de arbeidsmarkt en inwoners met een beperking. De transitie bracht de nodige uitdagingen met zich mee: de toename van zorgbehoevenden zou onder andere leiden tot een groter beroep op informele ondersteuning. Daardoor ontstond de behoefte aan een goede basis van zorg en ondersteuning. De sociale agenda was dan ook gericht op het versterken van het zelforganiserend vermogen van inwoners, het creëren van een goede sociale infrastructuur en nieuwe samenwerkingsrelaties met (regio)gemeenten, inwoners en partners. De afgelopen jaren heeft de gemeente Epe uitvoering gegeven aan de ambities in de sociale agenda.
De sociale agenda loopt dit jaar af en is daarom geëvalueerd en geactualiseerd. De evaluatie geeft inzicht in de effecten van de sociale agenda en legt eveneens de basis voor de actualisatie. De evaluatie is opgebouwd uit drie onderdelen: 1. In hoeverre biedt de sociale agenda een basis voor het ontwikkelen van beleid in het sociaal domein (beleid over voorliggende voorzieningen, preventie en maatwerk)? 2. In hoeverre zijn de maatschappelijke effecten behaald en zijn de beoogde effecten, binnen de huidige context, nog actueel? 3. Welke nieuwe ontwikkelingen zijn er die kunnen worden meegenomen in de actualisatie van de sociale agenda? Voor de evaluatie is er op verschillende manieren data opgehaald: uit benchmarks en onderzoeken, bijeenkomsten met beleidsontwikkelaars, het college, de gemeenteraad, samenwerkingspartners en de Adviesraad Sociaal Domein. Daarnaast is input opgehaald aan de hand van het burgerpanel EpeSpreekt!, die is uitgezet onder inwoners en maatschappelijke partners.
Vraag 1: De sociale agenda als basis voor sociaal beleid In 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie 2030: ‘Epe, krachtig en vitaal’ vastgesteld. Deze visie geeft richting aan de keuzes die de gemeente de komende jaren maakt bij allerlei maatschappelijke opgaven. De Toekomstvisie bevat een ruimtelijke, economische en sociale visie. De sociale visie is verder uitgewerkt in de Sociale Agenda 2015-2021 en is gericht op het versterken van de sociale kwaliteit van de samenleving en het zelforganiserend vermogen van inwoners. De uitgangspunten in de sociale paragraaf van de Toekomstvisie vormden de basis voor de sociale agenda. De sociale agenda zou het kader moeten zijn voor sociaal beleid, dat aangeeft wat voor gemeente Epe in sociaal-maatschappelijk opzicht wil zijn. De sociale agenda zou moeten zorgen dat beleidsnota’s op deelterreinen beknopter van opzet kunnen zijn en het mogelijk maken om de focus te leggen op uitvoeringsprogramma’s. Daarmee vormt de sociale agenda de verbinding tussen de toekomstvisie en beleidsplannen en uitvoeringsprogramma’s. In bijeenkomsten met beleidsontwikkelaars is geïnventariseerd welke beleidsnota’s en uitvoeringsplannen onder de sociale agenda hangen. Opmerkelijk is dat beleidsnota’s niet beknopter
1
van opzet zijn geworden en er nog steeds veel beleidsnota’s zijn. De grootste beleidsnota, het beleidskader Sociaal Domein, bouwt eigenlijk niet voort op de sociale agenda maar stelt eigen uitgangspunten op. Over het algemeen wordt aangegeven dat de sociale agenda een goede basis bevat. De visie is helder en vormt een basis voor de begroting en het subsidiebeleid. De andere kant is dat de visie zo breed is dat veel eronder past. Dat maakt de sociale agenda soms te weinig richtinggevend voor beleidsontwikkelaars. De behoefte is om de sociale visie zodanig vorm te geven en te concretiseren, dat er minder onderliggend beleid nodig is en meer actiegericht (bijvoorbeeld via uitvoeringsprogramma’s) gewerkt kan worden. Bestaande beleidsstukken kunnen gecombineerd worden, met daaronder uitvoeringsprogramma’s per thema of doelgroep. De belangrijkste behoefte is om de visie op inclusie, preventie en toegang op te nemen in de sociale agenda. Ook de visie op gebiedsgericht werken moet ingebed worden in de sociale agenda. Daarnaast wordt onderliggend beleid op het gebied van jeugd, ouderen, speeltuinen, inclusie, welzijn en integrale preventie / doorgaande lijn preventie-maatwerk gemist. Ten slotte is aangegeven dat er nieuwe ontwikkelingen zijn ten aanzien van het basismodel (de piramide met de lagen leefbaar, ondersteuning en zorg).
De driedeling en de wens om een verschuiving in de piramide te realiseren van boven naar beneden volstaan nog steeds, maar er wordt steeds meer nagedacht over combinaties van welzijn en zorg en tijdelijke zorg en ondersteuning. Ook is er meer aandacht voor tijdig op- en afschalen en dus verschuivingen in de piramide. Deze nuance moet sterker terugkomen in de visie.
Vraag 2 en 3: Resultaten en nieuwe ontwikkelingen Het basismodel van de sociale agenda is een piramide met drie lagen: leefbaar, ondersteuning en zorg. Per laag is een ambitie opgesteld met bijbehorende maatschappelijk effecten. Voor deze evaluatie hebben we voor alle drie de lagen in kaart gebracht welke maatschappelijk effecten beoogd werden, welke concrete resultaten er zijn geboekt, wat we daarvan terugzien in de cijfers, welke input inwoners en maatschappelijk partners hebben gegeven voor de evaluatie en welke nieuwe ontwikkelingen er zijn. Een volledig overzicht hiervan, per laag, vindt u in de bijlage. Hieronder wordt een korte samenvatting vermeld.
Leefbaar In de Sociale Agenda 2015-2021 heeft de gemeente Epe de ambitie opgenomen om te zorgen voor een prettige en veilige leefomgeving, waarbij sociale relaties krachtig zijn, het zelforganiserend vermogen van inwoners hoog is en er een goed basisvoorzieningenniveau is. De gemeente heeft de afgelopen jaren faciliterend opgetreden om te zorgen voor voldoende mogelijkheden voor inwoners om gebruik te maken van voorzieningen die de eigen kracht ondersteunen. Er zijn de afgelopen jaren veel initiatieven opgezet die aansluiten bij deze zelfredzaamheidsgedachte, zoals de buurtpunten en online platforms buurtmaken.nl en EpeDoet!. Inwoners geven zelf aan dat betrokken zijn, initiatief tonen en vrijwilligerswerk bijdragen aan zelforganiserende gemeenschappen met een goed basisvoorzieningenniveau (Epe Spreekt, 2021). Het gebiedsgericht werken is verder uitgebouwd en is uitgegroeid tot een van de uitgangspunten in het sociaal domein. De gebiedsregisseurs werken aan de (sociale) leefbaarheid van een wijk of buurt en zorgen daarmee voor een prettige en veilige leefomgeving. Meer dan de helft van de inwoners is het eens met de stelling “In mijn buurt ondersteunen we elkaar waar mogelijk” (Epe Spreekt, 2021).
Door de verwachte groei van het aantal ouderen, (oudere) inwoners die langer zelfstandig kunnen blijven wonen, de toenemende eenzaamheid en mogelijke overbelasting van mantelzorgers blijft de komende jaren aandacht nodig voor het versterken van betrokkenheid in de buurt en het zelforganiserend vermogen. Een goed basisvoorzieningenniveau, tegenwoordig vaak ‘sociale basis’ genoemd, kan ervoor zorgen dat tijdig lichte ondersteuning kan worden gevonden en de grenzen van zelfredzaamheid niet worden overschreden. Er wordt dan ook steeds meer ondersteuning aangeboden vanuit een toegankelijke algemene voorziening, zoals bij de Buurtpunten. De ambitie van de Sociale Agenda 2015-2021 om aan te sluiten bij de zelfredzaamheid
2
van inwoners en daarvoor een goed basisvoorzieningenniveau te creëren, blijft een fundamentele ambitie voor het sociaal domein.
Ondersteuning In de sociale agenda worden vier belangrijke thema’s aangesneden binnen de laag ondersteuning: zelfstandig wonen, integraal en gebiedsgericht werken, kansen voor jeugdigen en meedoen. Zelfstandig wonen wordt ondersteund door onder andere Thuis Wonen Nu en Later, buurt- en wijksteunpunten en de Opstapregeling. Onderzoek naar de behoeftes per kern heeft plaatsgevonden in het kader van de woonzorgagenda, waarin ook de ambities van de gemeente zijn vastgelegd. Zelfstandig wonen blijft een belangrijk thema door de toename van het aantal zelfstandig wonende ouderen en zelfstandig wonende mensen met beperking. Toegang tot zorg en ondersteuning wordt zo veel mogelijk in Epe uitgevoerd. De toegang vraagt integraal uit, wat past bij de landelijke ontwikkeling van integraal werken in de toegang. Inwoners zijn over het algemeen tevreden over de ondersteuning die zij ontvangen (Epe Spreekt, 2021). De meerderheid van de inwoners weet waar zij terecht kunnen voor zorg en ondersteuning en 43% vindt dat zorg en ondersteuning dichtbij (in eigen buurt/wijk/dorp) te vinden is. Het dichtbij organiseren van zorg en ondersteuning blijft een belangrijk aandachtspunt voor inwoners. Voor het tegengaan van kansenongelijkheid, (onderwijs)achterstanden en jeugdwerkeloosheid komt steeds meer aandacht.
Hieraan wordt onder andere vanuit de koers duurzame kindvoorzieningen en het onderwijsachterstandenbeleid gewerkt. Ook voorzieningen zoals JOGG, kansrijke start, steunouder en schoolmaatschappelijk werk dragen bij aan kansen voor de jeugd. Binnen de jeugdzorg blijkt uit landelijk onderzoek dat inzet op preventie en vroegsignalering juist tot meer kosten kan leiden, maar voor het welzijn van onze inwoners blijft inzet op preventie belangrijk. Meer inwoners hebben betaald werk dan in 2015. Voor de inwoners die nog wel een uitkering vanuit de participatiewet krijgen, is in beeld gebracht waar zij staan op de participatieladder en welke ontwikkeling nodig en mogelijk is. Voor hen zijn meer leer- en werkervaringsplekken gecreëerd. De komende jaren is meer aandacht nodig voor inwoners met een langere afstand tot de arbeidsmarkt. Het aantal inwoners met schulden is ongeveer gelijk gebleven, maar er is wel meer aandacht gekomen voor preventie en vroegsignalering bij schulden. Schuldhulpverlening wordt nog verder ontwikkeld. Bij meedoen denken we tegenwoordig niet meer alleen aan werk en inkomen, maar ook aan inclusie en het meedoen van mensen met een beperking, nieuwkomers, LHBTI-ers, etc. Inclusie is een uitgangspunt in het sociaal domein geworden.
Zorg De Sociale Agenda 2015 – 2021 beoogt zorg en ondersteuning dichtbij te bieden voor wie dat nodig heeft. De gemeente heeft daarbij een regierol. Beleid en uitvoering komt tot stand samen met inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en regiogemeenten. Door ruimte te maken voor nieuwe werkwijzen wordt vorm gegeven aan de transformatie. Sinds het opstellen van de sociale agenda in 2015 is er veel bereikt. De decentralisaties zijn goed verlopen en de gemeente heeft, samen met regiogemeenten, voor een breed aanbod van zorg en ondersteuning gezorgd. Er is ruimte gemaakt voor ‘getransformeerde’ werkwijzen zoals Buurtpunten en de GZ-psycholoog jeugd. De basis is op orde en de samenwerking met verschillende partijen is opgezet. De transitie is afgerond en er is meer ruimte voor nieuwe werkwijzen gekomen. Het belang van deze innovaties is toegenomen door de stijging van het zorggebruik en de toegenomen complexiteit, die landelijk en lokaal zichtbaar is. Niet alle aannames uit de decentralisaties bleken juist, wat onder andere heeft geleid tot financiële onzekerheden op het gebied van Jeugd en Wmo.
3
Omdat er landelijk, regionaal en lokaal meer aandacht is voor het snijvlak zorg en veiligheid, hebben we hierop meer beleid en actieprogramma’s ontwikkeld in samenwerking met regiogemeenten. Dit thema nemen we mee in de geactualiseerde sociale agenda. Inwoners worden steeds meer betrokken bij beleid en uitvoering, onder andere door de doorontwikkeling van de adviesraad sociaal domein, de inzet van het inwonerpanel Epe Spreekt en de effectencalculator, en de toepassing van de werkwijze van de Nieuwe Route bij jeugd. Samenwerking met inwoners blijft ook voor de geactualiseerde sociale agenda relevant. Inwoners vinden het zelf het belangrijkst dat zorg en ondersteuning dichtbij zijn (Epe Spreekt, 2021). Inwoners vinden dat ze zelf andere kwetsbare inwoners kunnen helpen door een luisterend oor te bieden, een signalerende rol te hebben en elkaar te helpen, via burenhulp, mantelzorg of boodschappen doen.
Conclusie De gemeente Epe heeft na de decentralisaties de koers gezet naar het versterken van sociale relaties, eigen kracht en een goede basisinfrastructuur met daarbij extra aandacht voor kwetsbare groepen zoals kinderen en jongeren en inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er is de afgelopen jaren ontzettend veel bereikt wat heeft bijgedragen aan de doelstelling van de sociale agenda. Er zijn initiatieven en samenwerkingsverbanden opgezet om uitvoering te geven aan de nieuwe taken die de gemeente in 2015 heeft gekregen. Er is geïnvesteerd in zorg en ondersteuning in de eigen wijk en buurt, integrale toegang en gebiedsgericht werken wat de onderlinge verbondenheid van inwoners stimuleert, de eigen kracht ondersteunt en een goede basis heeft gelegd voor de sociale infrastructuur. De sociale agenda biedt een goede basis voor onderliggend beleid, maar kan beter benut worden bij het opstellen van beleid. Daarmee kan ook het aantal onderliggende beleidsstukken sterk worden beperkt. De Sociale Agenda 2015-2021 is geschreven op het moment van een omvangrijke decentralisatie. Na de overgang van taken zijn we een nieuw tijdperk ingegaan waarbij vorm gegeven wordt aan de transformatie. Het vergt een lang tijdspad om een duurzame verandering in het sociaal domein te realiseren, waarbij innovatie en nieuwe werkwijzen centraal staan.
Uit de evaluatie komt naar voren dat de maatschappelijke effecten nog steeds actueel zijn, maar dat de context is veranderd en dat er een aantal nieuwe ontwikkelingen zijn waar we rekening mee moeten houden. Dit leidt tot een aantal nieuwe uitgangspunten voor het sociaal domein. Het gaat hier om het verankeren in de sociale agenda van wat er is opgezet de afgelopen jaren: Iedereen kan meedoen We willen een inclusieve samenleving zijn, waarin alle verschillen gerespecteerd worden en iedereen zichzelf mag zijn. Ongeacht geaardheid of gender, culturele of religieuze identiteit, beperking of kwetsbaarheid. Iedereen mag zijn stem laten horen en krijgt de kans om mee te doen. We gaan er niet vanuit dat meedoen voor iedereen vanzelfsprekend is. Als het nodig is, steunen wij onze inwoners hierbij. We communiceren duidelijk en begrijpelijk. Gebiedsgerichte aanpak We kijken wat er nodig is in een gebied (dorp, wijk, buurt of buurtschap) en leveren zo per gebied maatwerk. De behoefte van de inwoner staat daarbij centraal. Binnen de gebiedsgerichte aanpak werken gemeente, professionals, vrijwilligers, ondernemers en inwoners in het gebied samen aan goede voorzieningen en een leefbare buurt. Voor het opstellen en uitvoeren van de aanpak zoeken we de aansluiting bij de Omgevingsvisie.
Samenwerken en faciliteren Wij werken met onze inwoners vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid om een prettige en leefbare samenleving te creëren. We luisteren naar onze inwoners, we vertrouwen hen, geven hen de mogelijkheden om initiatieven te ontplooien en betrekken hen zowel bij de plan- en beleidsvorming als
4
bij de uitvoering. De rol van de gemeente is steeds meer faciliterend aan de samenleving, waarin de samenleving ook verantwoordelijkheden krijgt. Dat betekent dat we inwoners, organisaties, bedrijven en samenwerkingsverbanden ondersteunen om de Eper samenleving nog prettiger en leefbaarder te maken.
5
Leefbaar Onze inwoners wonen in een voor hen prettige en veilige leefomgeving. De sociale relaties zijn krachtig, het zelforganiserend vermogen van mensen is hoog en een goed basisvoorzieningenniveau ondersteunt dit.
Krachtige sociale relaties Mensen zijn betrokken bij hun wijk en buurt waardoor de kracht en onderlinge verbondenheid in een buurt stevig zijn. Inwoners voelen zich medeverantwoordelijk voor hun eigen leefomgeving. Door wijkgericht te werken stimuleren we eigen kracht en actief burgerschap. Wijkgericht werken bouwen we verder uit over de hele gemeente met zowel een sociale als ruimtelijke insteek. Concrete resultaten: Het platform www.buurtmaken.nl maakt het mogelijk om inwoners met elkaar in contact te brengen en op de hoogte te blijven het voorzieningenaanbod in de wijk of buurt. Er is een visie gebiedsgericht werken opgesteld. Bewonersinitiatieven worden gestimuleerd via de regeling ‘Goed voor Elkaar’. Daarmee zijn de afgelopen twee jaar acht bewonersinitiatieven gericht op het vergroten van de sociale cohesie (mede) gefinancierd. Er zijn gebiedsregisseurs voor de zeven gebieden aangesteld om inwoners, organisaties en de gemeente met elkaar te verbinden om samen te werken aan de leefbaarheid in de gemeente Epe. De gebiedsregisseurs verzamelen signalen en vertalen deze in gebiedsopgaven om de (sociale) leefbaarheid te verbeteren om te zorgen voor een prettige en veilige leefomgeving.
Cijfers1: Inwoners van Epe gaven de verbondenheid in hun buurt in 2019 een 7,8, iets hoger dan landelijk gemiddeld (7,6). Het percentage inwoners dat zich sociaal en/of emotioneel eenzaam voelt is gestegen van 36% in 2012 naar 39% in 2016, iets lager dan het landelijk gemiddelde van 43% in 2016.
Input inwoners en partners: De Adviesraad Sociaal Domein geeft aan dat de gebiedsregisseurs niet goed vindbaar zijn voor inwoners. De Adviesraad Sociaal Domein vindt dat er aandacht moet zijn voor multiproblemgezinnen en hun invloed op de leefbaarheid in de wijk. Maatschappelijke partners geven aan dat er de laatste jaren veel initiatieven zijn ontplooid en de uitdaging is om gebruik te maken van elkaars diensten en netwerk in de wijk. 45% van de inwoners is het (helemaal) eens met de stelling “Inwoners zijn betrokken bij hun wijk en buurt”, 20% is het daar (helemaal) niet mee eens. Maatschappelijke partners denken daar hetzelfde over (Epe Spreekt 2021). 41% van de inwoners is het (helemaal) eens met de stelling “De onderlinge verbondenheid in mijn buurt is stevig”, 28% is het daar (helemaal) niet mee eens. Van de maatschappelijke partners is 15% het (helemaal) eens en geen van hen er niet mee eens (Epe Spreekt 2021). Meer dan de helft (53%) van de inwoners is het (helemaal) eens met de stelling “In mijn buurt ondersteunen we elkaar waar mogelijk”, slechts 18% is het er niet mee eens. 40% van de maatschappelijke partners is het daar mee eens en 20% niet (Epe Spreekt 2021). Inwoners benoemen het belang van een prettige leefomgeving voor de betrokkenheid en verbonden zijn met elkaar.
Nieuwe ontwikkelingen: Demografische ontwikkelingen: De Nederlandse bevolking is gegroeid van 16,9 miljoen in 2015 naar 17,3 miljoen in 2019 (CBS). Er zijn meer inwoners met een migratieachtergrond. Het CBS verwacht dat het aandeel eenpersoonshuishoudens verder zal stijgen. De grijze druk (verhouding ouderen t.o.v. 20- tot 65- jarigen) is toegenomen en de groene druk (verhouding jongeren t.o.v. 20- tot 65- jarigen) is afgenomen. Daarnaast is er sprake van dubbele vergrijzing: een grotere groep ouderen met een steeds hogere gemiddelde leeftijd. Deze ontwikkelingen zien we terug in Epe en we verwachten dat deze de komende jaren doorzetten. Vergeleken met de regio en Nederland heeft Epe een hoge grijze druk (CBS, 2018). Eenzaamheid neemt toe: Eenzaamheid komt in Nederland steeds vaker voor, vooral bij ouderen en laagopgeleiden. Deze trend zien we terug in Epe. Gebiedsgericht werken: Het wijkgericht werken is de afgelopen jaren geïmplementeerd en doorontwikkeld. We gebruiken nu de term gebiedsgericht werken. De uitganspunten van het gebiedsgericht werken zijn van toepassing op het gehele sociaal domein. Samenhang ruimtelijk domein: Er is steeds meer aandacht voor de samenhang tussen het sociaal domein en het ruimtelijk domein. Met de omgevingswet komt meer aandacht voor leefbaarheid en gezondheid bij ruimtelijke initiatieven.
Het gebiedsgericht werken richt zich al op het verbeteren van de sociale en fysieke leefomgeving en biedt kansen om de komende jaren de verbinding tussen sociale en ruimtelijke vraagstukken te versterken.
Hoog zelforganiserend vermogen Het zelforganiserend vermogen van Epenaren is hoog: inwoners nemen hun verantwoordelijkheid, kijken naar elkaar om en ondersteunen elkaar waar mogelijk. Dat gebeurt georganiseerd (geloofsgemeenschappen, verenigingen en vrijwilligerswerk) en ongeorganiseerd (mantelzorg, burenhulp en vriendendiensten). Concrete resultaten: Via het platform EpeDoet! worden inwoners geïnformeerd over het aanbod aan vrijwilligerswerk en –zorg in wijken en buurten. Inwoners kunnen zich via het platform aanbieden als vrijwilliger. Mantelzorgers en jonge mantelzorgers worden ondersteund en kunnen een beroep doen op de mantelzorgwaardering bij het Steunpunt Mantelzorg.
1
Cijfers: In 2019 deed 58% van de inwoners in de laatste 12 maanden vrijwilligerswerk. Dit was meer dan het landelijk gemiddelde van 56%. In 2021 zijn er 1113 mantelzorgers geregistreerd, waarvan 161 jonge mantelzorgers t/m 24 jaar. In de jaren 2012 tot en met 2016 zien we een stijging van het aantal mantelzorgers met 2,5%. Dit komt overeen met de landelijke stijging van 2,4%.
Input inwoners en partners: Maatschappelijke partners vinden dat de aansluiting bij de leefwereld van de inwoner beter kan, bijvoorbeeld door vrijwilligers in te zetten die dezelfde taal spreken. Inwoners zetten zich in voor vrijwilligerswerk (45%), burenhulp (45%), mantelzorg (24%) en denken mee met beleid (20%) (Epe Spreekt 2021).
Nieuwe ontwikkelingen: Grenzen aan zelfredzaamheid: Met de decentralisatie van de Wmo is informele zorg en mantelzorg in het bijzonder belangrijker geworden. De afgelopen jaren is zoals verwacht het beroep op informele ondersteuning toegenomen. Toch zitten er ook grenzen aan zelfredzaamheid. Het is soms moeilijk om het sociaal netwerk te mobiliseren, zelfredzaamheid is niet altijd
Waarstaatjegemeente.nl, tenzij anders vermeld
6
Met de subsidieregeling Jeugd wordt lidmaatschap van een sport- of culturele vereniging voor jongeren gestimuleerd.
In 2019 werd 33% voelde van de inwoners zich belemmerd in zijn of haar dagelijkse activiteiten door het geven van mantelzorg. Dit komt ongeveer overeen met het landelijk gemiddelde van 34%. Van 2015 tot 2018 daalde het aantal inwoners dat aangesloten was bij een sportvereniging met 3,2%. Deze afname is ook landelijk zichtbaar met 0,4%.
19% van de inwoners zet zich niet vrijwillig in voor de samenleving; 57% vanwege te weinig tijd en 31% wil nergens aan vastzitten (Epe Spreekt 2021). Inwoners vinden dat ze zelf kunnen zorgen voor zelforganiserende gemeenschappen met goede basisvoorzieningen door actief en betrokken te zijn, initiatief te tonen, aan te sluiten bij een vereniging en vrijwilligerswerk te doen (Epe Spreekt 2021).
aanwezig en is er steeds vaker sprake van overbelasting van mantelzorgers (SCP, 2019). Individualisering sport: Minder Nederlanders zijn lid van een sportvereniging. Er is sprake van individualisering van de sport, waarvoor steeds vaker de openbare ruimte wordt benut.
Goede basisvoorzieningen Een basisvoorzieningenniveau met essentiële minimale faciliteiten is voor elke inwoner toegankelijk en bereikbaar. Het basisvoorzieningenaanbod is afgestemd op de bevolkingssamenstelling. Er is aandacht voor het multifunctioneel gebruik en toekomstbestendigheid van voorzieningen. Concrete resultaten: Via de wijksteunpunten en buurtpunten kunnen inwoners laagdrempelig meedoen aan activiteiten en elkaar ontmoeten. De buurtpunten zijn nog in ontwikkeling naar een breder aanbod in alle kernen. Door het afsluiten van het Convenant Cultuur & Onderwijs komen basisschoolleerlingen elk jaar in aanraking met cultuur. Via de cultuurcoach van het Cultuurplein Noord Veluwe (CPNV) wordt op scholen aandacht besteed aan cultuureducatie. Een aantal vormen van zorg en ondersteuning zijn ingericht als algemene voorzieningen waar alle inwoners terecht kunnen. Voorbeelden hiervan zijn de scootmobielpool en de was- en strijkservice. Dorpshuizen zijn ondersteunend bij de doorontwikkeling naar multifunctionele accommodaties. Een goed voorbeeld hiervan is de Hezebrink in Emst.
Input inwoners en partners: Inwoners en partners vinden dat de gemeente kan zorgen voor zelforganiserende gemeenschappen met goede basisvoorzieningen door transparant te zijn, te luisteren, mee te denken, te stimuleren en faciliteren en te zorgen dat basisvoorzieningen er zijn (Epe Spreekt 2021). De gemeenteraad vindt dat de gemeente inwoners en organisaties in verbinding moet brengen, moet ondersteunen door het beschikbaar stellen van subsidies en (multifunctionele) accommodaties en het beschikbaar stellen van basisvoorzieningen. Dit sluit aan op wat partners en inwoners vinden. De Adviesraad Sociaal Domein geeft aan dat de gemeente helder moet communiceren, zodat inwoners weten waar de gemeente voor is en waar inwoners zelf voor staan. Maatschappelijke partners geven aan dat de gemeente de communicatie en terugkoppeling naar inwoners op een meer laagdrempelige en toegankelijke manier kan organiseren, bijvoorbeeld via ontmoetingspunten in de wijk. Partners geven aan dat de samenwerking tussen welzijnen zorgorganisaties een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid van de wijk.
Nieuwe ontwikkelingen: Versterken van de sociale basis: Het begrip ‘sociale basis’ krijgt steeds meer aandacht in Nederland. De eigen kracht, zelfredzaamheid, samenredzaamheid en breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen wijk of buurt wordt de sociale basis genoemd. Deze basis is het fundament dat de zorg en ondersteuning stabiliteit geeft en belangrijk is voor de sociale kwaliteit van het leven van individuele inwoners. De komende jaren willen gemeenten de sociale basis verder versterken. Welzijn als alternatief voor zorg: Welzijnsvoorzieningen worden steeds vaker als alternatief voor of in aanvulling op zorg ingezet. Dit past bij de opkomst van positieve gezondheid, waarbij niet ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal staat. We verwachten dat de ontwikkeling van individuele maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen doorzet, waardoor de doelgroep wordt vergroot en preventiever kan worden gewerkt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het vervoer op maat. Er liggen ook mogelijkheden voor inzet van sport en cultuur als vorm van ondersteuning voor mensen met een hulpvraag.
7
Ondersteuning In onze gemeente doen mensen mee, ook de mensen in een kwetsbare positie, doordat ze – zo nodig – ondersteund worden op het gebied van werk, inkomen, opvoeden & opgroeien, inburgering en sociale relaties. Ondersteuning is dicht bij de inwoners gerealiseerd
Goede zorg en ondersteuning Mensen blijven zelfstandig/thuis wonen, op een veilige en sociaal verantwoorde wijze. Concrete resultaten: Het project Thuis Wonen Nu en Later is gestart met als doel inwoners te informeren en te ondersteunen bij het veilig zelfstandig blijven wonen. Hiermee is het mogelijk woningchecks te laten doen en worden er door vrijwilligers preventieve huisbezoeken gehouden. Vanuit de buurtpunten en wijksteunpunten, die in alle kernen aanwezig zijn, is ondersteuning mogelijk bij het zelfstandig thuis wonen. Er heeft een kwalitatief en kwantitatief onderzoek plaatsgevonden naar wonen en zorg, wat vertaalt is in een Woonzorgagenda met de ambities van de gemeente om wonen en zorg voor nu en in de toekomst goed te organiseren. De mogelijkheid voor een blijverslening voor woningaanpassingen, is onderzocht en de implementatie hiervan volgt binnenkort. De Opstapregeling, om zelfstandig wonen met begeleiding voor mensen in een instelling mogelijk te maken, is geïntroduceerd. Er is een regionale transformatieagenda maatschappelijk opvang en beschermd wonen, en later een Kaderdocument beschermd thuis 2022-2030 opgesteld, met bijbehorend actieprogramma.
Cijfers2:
Van 2017 tot en met 2020 is het aantal zelfstandig wonende personen vanaf 75 in Epe zeer licht afgenomen, met 1%. Landelijk iets het aantal zelfstandig wonende 75plussers gelijk gebleven, maar dat aantal is iets lager dan in Epe. Het aantal valongelukken bij 65-plussers is in Epe tussen 2013 en 2018 ongeveer gelijk gebleven, terwijl landelijk een stijging te zien is. In 2016 is 45% van de 65-plussers sociaal en/of emotioneel eenzaam. Dat is vergelijkbaar met de regio. De verwachting is dat het aantal zelfstandig wonende ouderen met geringe ondersteuning toeneemt van 818 in 2019 tot rond de 1300 ouderen in 2035. Het aantal kwetsbare zelfstandig wonende ouderen (66 ouderen in 2019) kan verdubbelen tot verviervoudigen in 2035. Het aantal intramuraal wonende ouderen stijgt minder hard, van 255 ouderen in 2019 tot tussen de 300 en 400 ouderen in 2035 (Onderzoek Woonzorgagenda, 2020) In 2020 zijn via de Opstapregeling 5 woningen toegewezen aan cliënten die zijn uitgestroomd uit een instelling en zelfstandig zijn gaan wonen. In 2021 zijn er tot nu toe 4 positieve adviezen voor een opstapwoning afgegeven. Er wordt nog gezocht naar een geschikte woning voor deze kandidaten.
Input inwoners en partners: De Adviesraad Sociaal Domein vindt dat er aandacht moet zijn voor zorg op maat: het uitgangspunt moet zijn dat iedereen mee kan doen, niet wat de regels zijn. Inwoners zetten het thema zelfstandig thuis wonen op de derde plaats bij hun prioriteiten voor zorg en ondersteuning (Epe Spreekt 2021). Inwoners vinden dat zij op het gebied van zorg en ondersteuning van kwetsbare inwoners de rol hebben ondersteuning te bieden en om te zien naar elkaar. Partners vinden dat zij een signalerende rol hebben (Epe Spreekt 2021). De gemeenteraad vindt dat de gemeente kwetsbare inwoners beter kan ondersteunen door de hele (gezins)situatie goed in beeld te krijgen vanuit meerdere disciplines en vervolgens te ondersteunen. Ook wordt het belang van multifunctionele accommodaties benadrukt als plek waar informele netwerken worden gecreëerd. 8% van de ouderen heeft behoefte aan (meer) plekken waar men ouderen kan ontmoeten binnen de gemeente. Het is volgens hen lastig om contacten te maken en onderhouden (Epe Spreekt 2018). Maatschappelijk partners die meewerkten aan de Woonzorgagenda geven aan dat er meer samenwerking nodig is tussen zorg, welzijn, gemeente en corporaties voor het realiseren van geschikte woonvormen die voldoen aan de zorgbehoeften. Veel partijen zien voor de gemeente een faciliterende rol.
Nieuwe ontwikkelingen:
Wonen in de wijk: Door het landelijke beleid van extramuralisering wonen meer ouderen en kwetsbare inwoners (langer) zelfstandig in de wijk. De doordecentralisatie van beschermd wonen, die de komende jaren plaatsvindt, versterkt deze ontwikkeling. We hebben daardoor te maken met meer vraag naar ondersteuning en andere woonbehoeften in de wijk. Bovendien neemt hierdoor het beroep op de sociale kracht van wijken toe. De ambities van de gemeente Epe op dit vlak zijn opgenomen in de Woonzorgagenda en de komende jaren is veel inzet van de gemeente nodig om deze ambities te realiseren.
Gebiedsgerichte aanpak: één gezin, één plan, één regisseur (Preventieve) zorg en ondersteuning zijn via een gebiedsgerichte aanpak dichtbij de inwoner georganiseerd. Het principe één gezin, één plan, één regisseur is leidend binnen het gehele sociale domein. Professionals hanteren een vraaggerichte en integrale werkwijze waarbij eerst wordt gekeken wat inwoners zelf kunnen, daarna naar inzet van eigen netwerk en informele hulp, en vervolgens pas naar eventueel gebruik van zorg en ondersteuning. Concrete resultaten: Er wordt een Preventieakkoord gezondheid opgesteld met betrokken organisaties rondom de thema’s middelengebruik, gezond gewicht en mentaal welbevinden. De toegang tot zorg en ondersteuning is ingericht. We kijken vanuit een integrale blik naar situaties en de samenwerking met andere (signalerende en doorverwijzende) organisaties en partners is versterkt.
2
Cijfers:
In 2017 was 74% van de Wmo cliënten het (helemaal) eens met de stelling “De medewerker en ik hebben in het gesprek samen naar oplossingen gezocht. In 2020 was dat gestegen tot 79%, vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde (81%). In 2017 is een evaluatieonderzoek door middel van de effectencalculator gedaan naar de toegang waar uit is gebleken dat er een aantal positieve punten zijn; zoals de huisbezoeken, de integrale aanpak en één
Input inwoners en partners: De Adviesraad Sociaal Domein vindt dat voor het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur het belangrijk is dat de regisseur de positie heeft om regie te kunnen voeren, over alle ingezette zorg (ook vanuit andere wetten). Er moeten duidelijke afspraken over regie zijn. Maatschappelijke partners benadrukken het zoeken van de verbinding in de bestaande infrastructuur en de rol van de gebiedsregisseur daarin.
Nieuwe ontwikkelingen:
Grenzen aan preventie: Een van de uitgangspunten van de Jeugdwet was dat inzet op preventie en vroegsignalering escalatie van problemen van jeugdigen kan voorkomen, waarmee op termijn zwaardere jeugdhulp vermeden kan worden Ook in Epe is er meer ingezet op preventie. Hoewel preventie en vroegsignalering het welzijn van inwoners zeker kunnen verhogen, lijkt het eerder te leiden tot een verhoging dan een afname van de
Waarstaatjegemeente.nl, tenzij anders vermeld
8
De toegang vindt zo veel mogelijk in de gemeente Epe zelf plaats. Voor de toegang tot de participatiewet, uitgevoerd door de gemeente Apeldoorn, wordt steeds meer begeleiding in Epe en Vaassen geboden. De Wmoconsulenten gaan zo veel mogelijk op huisbezoek. Het CJG heeft een locatie in de grotere kernen Epe en Vaassen, maar medewerkers werken daarnaast ook outreachend. De toegang tot schuldhulpverlening vindt in Epe plaats. Preventieve ondersteuning, bijvoorbeeld vanuit het formulierenteam, kan aan huis plaatsvinden. Er is een integraal beleidsplan Wmo, Jeugdzorg, Werk en inkomen opgesteld om ook beleidsmatig integraal te werken. Met de werkwijze van ‘De Nieuwe Route’ in het jeugddomein wordt nog meer aandacht besteed aan de mogelijkheden van het eigen netwerk en informele hulp. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over voeren van regie vanuit het CJG.
contactpersoon voor de inwoner. Daarnaast zijn er verbeterpunten: bij het overdragen van de casusregie is niet altijd aandacht voor nazorg en worden er verschillende werkwijzen gehanteerd per loket omdat de toegang niet één geheel is. Sindsdien zijn de afspraken over regie verbeterd en wordt er gewerkt aan een integrale werkwijze in de toegang. Uit de effectencalculator (2017) blijkt dat de zelfredzaamheidsgedachte zeer sterk doorgedrongen is in de werk- en denkwijze van ondersteuners in de toegang. Medewerkers hebben aandacht voor de verschillende maten van zelfredzaamheid.
43% van de inwoners is het (helemaal) eens met de stelling “Ik kan hulp of ondersteuning krijgen in mijn eigen buurt/wijk/dorp”, slechts 12% is het er (helemaal) niet mee eens. Van de maatschappelijk partners is 55% het (helemaal) eens met de stelling en 15% (helemaal) oneens (EpeSpreekt 2021). Inwoners hebben aangegeven in hoeverre zij het eens zijn met de stelling ‘Ik weet waar ik terecht kan als ik hulp nodig heb op het gebied van zorg/ondersteuning’. 53% van de inwoners is het hier (helemaal) mee eens en 23% is het hier (helemaal) niet mee eens (EpeSpreekt 2021). Inwoners zijn tevreden met de ondersteuning die zij ontvangen. Het hebben van een duidelijk aanspreekpunt wordt door inwoners erg op prijs gesteld (Effectencalculator 2017).
kosten (AEF, Stelsel in groei, 2020). Inzet op afschalen, integraal werken en normaliseren lijkt financieel meer op te leveren. Integrale werkwijze toegang: Voorafgaand de transitie in 2015 hadden veel gemeenten de ambitie om volledig integraal te werken in de toegang, met generieke toegangsmedewerkers. De hulpvragen in het sociaal domein zijn echter divers en complex, waardoor het wenselijk is om verschillende specialismen in de toegang aanwezig te hebben. Wijkteams die zelf ondersteuning bieden, zeker wijkteams waarin ook zorgaanbieders zitten, lijken zelf iets hogere kosten met zich mee te brengen dan een gemeentelijke toegang (CPB, De wijkteambenadering nader bekeken, 2018). De nadruk is verschoven van een integrale toegang naar integraal werken in de toegang. Dit integraal werken kan nog verder doorontwikkeld worden. Regie: In de praktijk van veel gemeentes blijkt het ideaal van één gezin, één plan, één regisseur in complexe casussen met meerdere hulpvragen lastig haalbaar. Belangrijk blijkt vooral dat er goede onderlinge afstemming is en afspraken zijn gemaakt over wie de regie heeft. Vanuit het gedachtengoed van ‘de Nieuwe Route’ is het denken over regie verandert. Inwoners en hun netwerk kunnen, binnen de kaders van de gemeente en met de benodigde ondersteuning, zelf een plan maken de regie houden.
Kansen voor de jeugd De gemeente Epe wil dat de jeugd volop kansen en mogelijkheden krijgt om zich te ontwikkelen. Er zijn voldoende voorzieningen, ondersteuning en zorg. Concrete resultaten: Er is een koers duurzame kindvoorzieningen opgesteld waarbij onderwijs, kinderopvang, welzijn, CJG, zorg, sport en cultuur intensief samenwerken om een doorgaande leer- en ontwikkellijn te realiseren voor elk kind. Er is een versterkte samenwerking in het onderwijs en tussen het onderwijs en de gemeente. Er is onder andere een doorgaande lijn van voorschool naar school en opvang gerealiseerd. Met het project Kansrijke Start worden stappen gezet om kinderen een goede start te geven op zijn of haar verdere ontwikkeling door extra aandacht in de eerste 1000 dagen van een kind. Met Jongeren Op Gezond Gewicht wordt gewerkt aan het tegengaan van overgewicht bij kinderen en jongeren. Ervaringsdeskundigen zetten zich via TeamED in voor herstelondersteuning van kwetsbare jongeren en jongvolwassenen. Het aanbod van schoolmaatschappelijk werk is uitgebreid. Er is voor jeugd en jongeren maatschappelijk werk in de buurt, op school en kinderopvang beschikbaar. Vrijwilligers zetten zich in als steunouder/maatje om op laagdrempelige wijze het gezin te ondersteunen, zodat kinderen in een prettige omgeving kunnen opgroeien.
Cijfers:
4% van de kinderen in Epe groeit op in een uitkeringsgezin, dat is evenveel als in 2015. Landelijk groeit 6% van de kinderen op in een uitkeringsgezin. Het percentage voortijdig schoolverlaters (het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat) is gestegen van 1,2% in 2015 tot 2,1% in 2019. Dat is iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 2,0%. Het percentage jongeren met jeugdreclassering is afgenomen van 0,4% in 2015 naar 0,2% in 2019. Het landelijk gemiddelde ligt met 0,4% in 2019 hoger. 13% van de Eper kinderen heeft risico op een onderwijsachterstand, ten opzichte van 15% landelijk (2017). Kansengelijkheid in het onderwijs: kinderen van ouders met een hoog inkomen hadden 14% kans op een schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies, terwijl kinderen van ouders met een laag inkomen 22% kans hadden op een lager schooladvies.
Input inwoners en partners: Maatschappelijke partners geven aan dat het belangrijk blijft om te investeren in kansen voor de jeugd en hierbij vooral aandacht te hebben voor nieuwkomers en expats. Partners geven aan dat de rol van ouders belangrijk is en dat daarvoor initiatieven in de wijk beter onder de aandacht kunnen worden gebracht. Inwoners zetten “kansen voor kinderen en jongeren om zich te ontwikkelen” op de tweede plaats qua prioriteiten binnen het thema ondersteuning en zorg. Maatschappelijk partners hebben dit thema op de derde plaats staan.
Nieuwe ontwikkelingen: Zorg en onderwijs: Scholen geven uitvoering aan de zorgplicht die zij in 2013 hebben gekregen en doen daarbij vaker een beroep op de gemeente voor de inzet van jeugdzorg. Er ontstaan daardoor meer combinaties van onderwijs en jeugdzorg in onderwijs – zorg arrangementen. Ook in onze regio vinden pilots plaats. Kansenongelijkheid: In 2016 heeft de Onderwijsinspectie geconstateerd dat niet alle leerlingen in gelijke mate van het onderwijs kunnen profiteren. De kansenongelijkheid is toegenomen. Er wordt meer samengewerkt tussen (voor)scholen en gemeente en (voor)scholen onderling om kinderen een betere start te geven. Dit gebeurt ook in Epe. Jeugdwerkeloosheid: Er is landelijk steeds meer aandacht voor het thema jeugdwerkeloosheid. Het beleid richt zich erop kwetsbare jongeren in beeld te krijgen en te begeleiden naar werk of opleiding, om uitval te voorkomen. Ook in Epe stijgt het aandeel van jongeren in de bijstand, waardoor meer aandacht nodig is voor deze groep.
9
Jonge mantelzorgers kunnen een beroep doen op ondersteuningsaanbod van de gemeente. (Preventieve) ondersteuning en zorg voor jeugdigen wordt integraal aangeboden door het CJG.
Iedereen doet mee Werk biedt volop mogelijkheden tot meedoen en is de beste vorm van sociale zekerheid. Daarin staat het hebben, houden en krijgen van werk voor de gemeente Epe centraal. Mocht dat niet haalbaar zijn, dan zetten we in op andere activiteiten zodat mensen betrokken blijven bij de samenleving. Soms wordt meedoen belemmerd door armoede of schulden. De gemeente Epe wil voorkomen dat schulden ontstaan of uit te hand lopen. In eerste instantie vinden we oplossingen bij de eigen inzet van inwoners, al dan niet met ondersteuning door specifieke maatregelen vanuit het minimabeleid. Concrete resultaten: Alle inwoners met een uitkering vanuit de Participatiewet zijn in beeld, hebben een contactpersoon en zijn ingedeeld op de participatieladder en voorzien van een perspectieftrede. Trajectbegeleiding kan in Epe en Vaassen plaatsvinden. Inwoners hoeven daarvoor niet meer naar Apeldoorn. Er zijn nieuwe werkervaringsplekken, participatieplaatsen en leerwerklijnen met werkgevers gecreëerd, zo veel mogelijk in de buurt. Er wordt tegen een lager tarief was- en strijkservice aangeboden aan minima en inwoners met een Wmoindicatie. Deze plek dient tevens als ervaringsplaats voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er wordt meer gedaan aan vroegsignalering en preventie bij schuldhulpverlening. We voeren meer adviesgesprekken voor schuldhulpverlening.
Het aantal hulpvragen voor het formulierenteam is toegenomen, waarvoor meer subsidie wordt verleend. De aanpak voor vroegsignalering wordt nog verder verbeterd, evenals de aanpak om tot een schuldregeling te komen. Er is een schuldhulpverleningsaanbod voor ondernemers gerealiseerd. We doen mee met de pilot inburgering van Apeldoorn en zetten vroegtijdig in op werk en opleiding en financieel ontzorgen van nieuwkomers. Het ontwikkelde Taalpunt stimuleert dat inwoners met een taalachterstand kunnen meedoen. Er is een uitleen van sporthulpmiddelen opgezet voor inwoners met een fysieke beperking.
Cijfers:
In de jaren 2015 tot en met 2019 hebben meer inwoners een betaalde baan gekregen, dit aantal is toegenomen met 7,5% tegenover 5,3% landelijk. In dezelfde periode is het aantal inwoners met een bijstandsuitkering licht afgenomen met 2,1% tegenover een 4,2% landelijk. Het aantal huishoudens met problematische schulden is gelijk gebleven (6,4% in 2015 en 2018). Het landelijk gemiddelde in 2018 was 8,3%.
Input inwoners en partners: Maatschappelijke partners geven aan dat het niet vanzelfsprekend is dat iedereen mee kan doen en dat er extra aandacht moet zijn voor nieuwkomers en mensen met een beperking. Meer dan de helft (56%) van de inwoners is het (helemaal) eens met de stelling dat iedereen kan meedoen. 11% is het (helemaal) oneens (Epe Spreekt 2021). Inwoners vinden met name het verminderen van eenzaamheid, meedoen als je weinig geld hebt en welzijn, gezondheid en ondersteuning belangrijke thema’s om een inclusieve samenleving te kunnen zijn waarin iedereen mee kan doen. Partners vinden meedoen aan activiteiten en ontmoeting, meedoen met een migratieachtergrond en welzijn, gezondheid en ondersteuning belangrijk als het gaat om inclusie (Epe Spreekt 2021). De gemeenteraad vindt het belangrijk om aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners door informatie laagdrempelig en in begrijpelijke taal aan te bieden en niet ervan uit te gaan dat iedereen zijn stem kan laten horen.
Nieuwe ontwikkelingen: Verhoging AOW-leeftijd: Voor 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Door de stijging van de gemiddelde levensverwachting heeft de overheid besloten de pensioenleeftijd mee te laten stijgen. De pensioenleeftijd zal in stappen blijven stijgen tot 67 jaar in 2024. Na 2025 stijgt de AOW-leeftijd weer (deels) mee met de gemiddelde levensverwachting. Doelgroep participatiewet: De doelgroep van de participatiewet is veranderd. Er is een grote groep met een lange afstand tot de arbeidsmarkt door psychische of lichamelijke problematiek. Daarnaast is door met name de toestroom van vluchtelingen het aandeel jongeren verhoogd. De afgelopen jaren is in eerste instantie ingezet op ondersteuning van mensen met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt. Deze groep is voor een groot deel uitgestroomd en maakt een kleiner onderdeel uit van het bestand. De komende jaren is meer aandacht nodig voor de begeleiding van mensen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt. Door de inzet van een coördinator werkervaringsplaatsen wordt ingezet op de activering en participatie van deze groep. Veranderingen schuldhulpverlening: De wetgeving op het gebied van schuldhulpverlening is aangepast, waardoor er onder andere taken zijn bijgekomen op het gebied van vroegsignalering en schuldhulpverlening aan ondernemers. De komende jaren is nog doorontwikkeling nodig van de nieuwe taken.
Inclusie en diversiteit: De afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor inclusie, onder andere door het in werking treden van het verdrag van het VN-verdrag handicap. Iedereen moet (naar vermogen) mee kunnen doen en niet uitgesloten worden. Dat geldt ook voor LHBTI+-ers, mensen met een beperking en mensen met andere achtergrond. Hieruit vloeit onder andere de verplichting voor een lokale inclusie agenda voort. Er is meer aandacht voor inclusief sporten. De komende jaren wordt naar verwachting ook de aandacht voor de begeleiding van mensen met een beperking naar werk vergoot, vanuit het wetsvoorstel Breed Offensief. Nieuwe wet inburgering: Met de invoering van de nieuwe wet inburgering zal de rol van de gemeente bij de inburgering van nieuwkomers worden vergroot. Door nieuwkomers eerder en meer te ondersteunen bij taal, werk en financiën is de verwachting dat nieuwkomers eerder en beter kunnen meedoen.
10
Ook in het algemeen is de aandacht voor taalvaardigheid versterkt. Verschillende regio’s zijn gaan werken aan een taalpact. Omdat overheidscommunicatie niet voor iedereen te begrijpen is, is er vanuit het Rijk een programma Direct Duidelijk voor het gebruik van heldere taal.
11
Zorg Als meedoen niet vanzelf gaat, kunnen mensen in onze gemeente rekenen op zorg en hulpverlening in de buurt. Zorg en hulpverlening Onze inwoners kunnen thuis of dicht bij huis gebruik maken van basale zorg en ondersteuning. Meer gespecialiseerde zorg en hulpverlening organiseren we in de kernen Epe en Vaassen, of op regionaal niveau. Concrete resultaten: Er is een groot aanbod van zorgverleners gecontracteerd door de gemeente, waardoor zorg en ondersteuning in de buurt geboden kan worden. Er zijn afspraken op regionaal, provinciaal en landelijk niveau om aanbod van zeer gespecialiseerde zorg mogelijk te maken. De regionale samenwerking is en wordt versterkt o.a. aan de hand van de Gelderse Verbeteragenda en de Norm van Opdrachtgeverschap Jeugd. Er is een Sluitende aanpak voor personen met verward gedrag vastgesteld en de wet Verplichte GGZ is geïmplementeerd. De nieuwe taken zijn uitgevoerd binnen de daarvoor door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Het AMHK en Steunpunt huiselijk geweld zijn samengevoegd in Veilig Thuis als het regionaal advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Het Coördinatiepunt Leefbaarheid en Veiligheid is opgezet voor complexe, meervoudige casuïstiek met een veiligheidscomponent. Er is ingezet op versterking van de samenwerking met Veilig Thuis.
3
Cijfers3: In 2015 had 8,1% van de Eper jongeren tot 18 jaar Jeugdhulp, in 2020 was dat opgelopen tot 10%. Landelijk is een vergelijkbare stijging zichtbaar van 10% in 2015 tot 11,9% in 2020. In 2016 had 1,4% van de Eper inwoners ondersteuning vanuit de Wmo (bijvoorbeeld dagbesteding of begeleiding), in 2020 was dat 1,9%. Landelijk is de stijging minder sterk (van 1,6% in 2016 naar 1,9% in 2020), maar dat zou ook verklaard kunnen worden doordat sommige andere gemeentes meer algemene voorzieningen in plaats van maatwerkvoorzieningen hebben ingezet. In 2016 had 2,7% van de Eper inwoners huishoudelijke ondersteuning, in 2020 was dat gestegen naar 3,5%. De sterkste stijging is te zien vanaf 2019, waarschijnlijk door de invoering van het abonnementstarief. Landelijk is het aantal inwoners met huishoudelijke ondersteuning gestegen van 2,4% in 2016 naar 2,9% in 2020. In 2017 was 82% van de Wmo cliënten de ondersteuning die ze kregen goed. In 2020 was dat gestegen tot 88%, iets hoger dan het landelijk gemiddelde (85%). In 2017 was 80% van de Wmo cliënten het (helemaal) eens met de stelling “De ondersteuning die ik krijg past bij mijn hulpvraag”. In 2020 was dat gestegen tot 86%, vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde (85%). In 2020 zijn er 100 meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling gedaan en 174 adviezen gegeven. In 2018 waren dat 73 meldingen en 108 adviezen.
Input inwoners en partners: Inwoners vinden het voor de zorg en ondersteuning voornamelijk belangrijk dat ondersteuning en zorg dichtbij aanwezig zijn (51%). Maatschappelijk partners vinden het ook belangrijk dat zorg en ondersteuning dichtbij aanwezig zijn (70%) en dat er vrij toegankelijke hulp beschikbaar is (50%). Inwoners vinden dat ze zelf andere kwetsbare inwoners kunnen helpen door om te zien naar elkaar en luisterend oor te bieden, een signalerende rol te hebben en ondersteuning te bieden zoals burenhulp, mantelzorg of boodschappen doen. De gemeente zou kwetsbare inwoners beter kunnen ondersteunen door beschikbaar en bereikbaar te zijn, goed te informeren, te luisteren en mee te denken, deze groep inwoners goed in beeld te hebben en actief ondersteuning te bieden.
Nieuwe ontwikkelingen: Toegenomen financiële onduidelijkheid: Het aantal cliënten in het sociaal domein is toegenomen met als gevolg dat de uitgaven voor gemeenten onder druk zijn komen te staan. De uitgaven zullen blijven toenemen, met name voor de jeugdzorg. Het nieuwe kabinet zal een beslissing nemen over de extra structurele middelen. Daarnaast zorgt de dubbele vergrijzing, de stijgende levensverwachting en de ontwikkeling dat men steeds langer zelfstandig (thuis) moet kunnen wonen tot een toename van de druk en de vraag op de Wmo. We verwachten dat dit ook voor de gemeente Epe het geval is. Dit zorgt voor financiële onzekerheden op het gebied van de Jeugdzorg en de Wmo. Afgenomen beleidsvrijheid Wmo (abonnementstarief, Amvb’s): De invoering van het abonnementstarief kan een aanzuigende werking hebben op Wmo. Daarnaast zorgen AmvB’s ervoor dat gemeenten minder beleidsvrijheid hebben in o.a. het vaststellen van tarieven. Hulpvragen zijn complexer geworden: Inwoners hebben steeds vaker meervoudige en complexere hulpvragen. Met de ontwikkelingen die er spelen onder andere op het gebied van ggz in de wijk, langer zelfstandig wonen, armoede, schulden en inburgering verwachten we dat hulpvragen complexer worden. De druk op de toegang (1 gezin, 1 plan, 1 regisseur) zal daardoor toenemen.
Toegenomen aandacht voor zorg en veiligheid: Gemeenten hebben nog meer aandacht voor de samenwerking op het snijvlak zorg en veiligheid. Zo ontwikkelen gemeenten een scheidingsloket voor ouders, waar zij terecht kunnen voor informatie, begeleiding en ondersteuning, om schade als gevolg van (huwelijks)scheiding voor kinderen te voorkomen. De regionale samenwerking op het gebied van zorg en veiligheid is versterkt door het Zorg- en Veiligheidshuis, Veilig Thuis en meerdere regionale overlegtafels (Norm voor Opdrachtgeverschap). De gemeente Epe heeft een Coördinatiepunt Leefbaar & Veiligheid opgezet voor complexe, meervoudige veiligheidsproblematiek. Ook hebben we in de uitvoering van de participatiewet meer aandacht voor de maatschappelijke participatie van (kwetsbare) jongeren om te voorkomen dat ze buiten beeld raken. Digitalisering: Steeds vaker zien we dat zorg en ondersteuning op afstand kan worden verleend. Digitaal communiceren biedt mogelijkheden voor een hogere frequentie van contact en kan voorkomen dat iemand in een sociaal isolement terecht komt.
Waarstaatjegemeente.nl, tenzij anders vermeld
12
Regierol en samenwerking De gemeente is één van de spelers in het maatschappelijke veld en werkt samen met inwoners, instellingen en bedrijven om via het mobiliseren van maatschappelijke kracht vraagstukken aan te pakken. Onze regierol vullen we in door richting/sturing te geven en te coördineren (afstemming); de uitwerking en uitvoering laten we in grote mate over aan inwoners, maatschappelijke (vrijwilligers)organisaties en bedrijven. Daarbij zijn we afwisselend coproducent, opdrachtgever en procesfacilitator. Wij willen inwoners en maatschappelijke (vrijwilligers)organisaties meer invloed geven op ons beleid en de integrale uitrol daarvan: door signalen op te pikken, door inwoners en partners uit te dagen mee te denken en door hen advies te vragen. Het initiatief tot beleidsontwikkeling vinden we bij het gemeentebestuur horen. Om de transformatie te stimuleren geven we expliciet ruimte geven aan nieuwe werkwijzen en methodieken: partners die op andere manieren werken en die nieuwe methodieken hanteren. Rolverwachtingen bij samenwerking zijn duidelijk afgesproken. Samenwerken met inwoners, maatschappelijke (vrijwilligers)organisaties, bedrijven, regio-buurgemeenten en/of andere overheden neemt een centrale plek in. Om een krachtige en vitale gemeente te blijven vindt samenwerking plaats met buur- en regiogemeenten.
Concrete resultaten: De Wmo-adviesraad is doorontwikkeld tot een brede Adviesraad Sociaal Domein. Inwoners en maatschappelijke partners worden verder betrokken bij beleid en uitvoering met onder andere de effectencalculator (waarmee casussen samen inwoners worden geëvalueerd), cliëntervaringsonderzoeken, via Epe Spreekt en bij het opstellen van beleid. In de Jeugdzorg is team ED (ervaringsdeskundigen) actief om met de gemeente mee te denken. Momenteel vindt implementatie van de denkwijze en werkwijze van ‘De Nieuwe Route’ in het jeugddomein plaats. Daarmee krijgen gezinnen en hun netwerk meer eigenaarschap en dus meer invloed op de uitvoering van zorg en ondersteuning. Met de transformatieregeling zijn maatschappelijke organisaties en ondernemers uitgedaagd vorm te geven aan de transformatie in het sociaal domein. Daarmee zijn onder andere de Buurtpunten en Welzijn op Recept mogelijk gemaakt. Ook door middel van reguliere subsidies is bijgedragen aan de beweging naar meer preventie, zoals met Jongeren op Gezond Gewicht, de inzet van meer schoolmaatschappelijk werkers en de GZpsycholoog/orthopedagoog-generalist jeugd bij de huisartsen. Wmo en Jeugdzorg zijn regionaal ingekocht en de inkoop wordt doorontwikkeld. Ook toezicht op Wmo en Jeugdzorg, een nieuwe taak, is regionaal geregeld.
Op veel onderwerpen wordt regionaal of bovenregionaal samengewerkt, zoals rondom zorg en veiligheid (met Veilig Thuis), Gelderse Verbeteragenda, Afbouw residentiële instellingen jeugd, maatschappelijke opvang en beschermd wonen en rondom gezondheid (met de GGD). De samenwerking met de zorgverzekeraar, wijkverpleegkundigen en huisartsen is opgezet en versterkt. Een voorbeeld van een resultaat van deze samenwerking is het gebruik van OZO-verbindzorg, een online communicatieplatform waarop de cliënt/mantelzorger en zorgverleners communiceren.
562 inwoners deden mee met de burgerpanel Epe Spreekt in 2021. In 2018 waren dat 567 inwoners. In het eerste kwartaal van 2021 waren er 632 cliënten uit de gemeente Epe ingeschreven in OZO-verbindzorg (kwartaalrapportage OZO-verbindzorg).
Nieuwe ontwikkelingen: Meer ruimte voor participatie: Zoals werd verwacht na de decentralisatie, is de participatie van inwoners toegenomen en is er meer ruimte om samenspraak te organiseren, bijvoorbeeld digitaal via het platform buurtmaken.nl of de burgerpanel Epe Spreekt. Inwoners kunnen invloed uitoefenen op beleid. We verwachten dat het de komende jaren nog belangrijker wordt om meer samen te doen en aan te sluiten bij de leefwereld van de inwoner. Datagedreven werken: Gemeenten werken steeds vaker datagestuurd om ontwikkelingen te kunnen duiden en te voorspellen en zo richting te geven aan beleid. In de gemeente Epe geven wij ook invulling aan deze nieuwe manier van werken. AVG en gevolgen voor samenwerken: De wetgeving op het gebied van gegevensuitwisseling is veranderd. Dit heeft impact op het rechtmatig uitwisselen van gegevens binnen samenwerkingsverbanden. Versterking regionale samenwerking: We hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in het opzetten van (regionale) samenwerkingsverbanden met andere gemeenten en partners. De transformatie geven we verder invulling door op regionaal niveau samen te werken. De komende jaren vinden er een aantal wetswijzigingen plaats op het gebied van jeugd (‘verblijfscomponenten’ en jeugdbescherming/reclassering) waardoor we inzetten op versterking van de regionale samenwerking op het gebied van jeugdzorg en opdrachtgeverschap.
13
14