359917 Beslisnota Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020
Tekst van het document
Beslisnota voor de raad Onderwerp
Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020
Programma
5 - Ruimte en wonen
Portefeuillehouder
Dhr. drs. B.J. Aalbers
Zaaknummer
359917
Adviseur
van Bolderen
Afdeling
Ruimte
E-mail adres
hans.van.bolderen@epe.nl
TE BESLUITEN OM 1. 2. 3.
4.
deels tegemoet te komen aan de zienswijzen tegen het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020 overeenkomstig de inhoud van de als bijlagen toegevoegde Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020; in te stemmen met de voorgestelde ambtshalve aanpassingen overeenkomstig de inhoud van hoofdstuk 8 van de als bijlage toegevoegde Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020; het bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020, NL.IMRO.0232.BG078 BuitHerstel20OBP1 met ondergrond basisregistratie grootschalige topografie(BGT) (2020-05-13) gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de inhoud van de bijlage Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, Herstelplan 2020 en de verbeelding van dit bestemmingsplan tevens vast te stellen in papieren vorm; geen exploitatieplan vast te stellen.
INLEIDING Het bestemmingsplan Buitengebied Epe is op 23 maart 2017 vastgesteld door uw gemeenteraad. Tegen dit besluit is beroep ingesteld. Op 6 juni 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2018:1887). De Raad van State heeft het bestemmingsplan voor vier onderdelen vernietigd en uw raad opgedragen om deze percelen binnen 26 weken na verzending van de uitspraak te repareren. Op 24 januari 2019 heeft uw raad het bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2018 vastgesteld. In dit herstelplan zijn de vier vernietigde onderdelen gerepareerd. Het betrof: - de bestemmingsregeling voor 6 permanent bewoonde recreatiewoningen, hieraan moest de aanduiding 'wonen' worden toegevoegd; - de bestemmingsregeling voor 2 recreatieparken, hieraan moest de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - tweede woning' worden toegevoegd; - de bestemmingsregeling voor een Agrarisch perceel naar Ravenstraat 25a, Oene, hierop moest een spuitvrije zone worden gelegd; - de bestemmingsregeling voor Tongerenseweg 124, Epe, op de bedrijfswoning moest de aanduiding 'wonen' worden gelegd. Tegen de vaststelling van dit plan is geen beroep ingesteld. Het Herstelplan 2018 was een opdracht van de Raad van State en zag alleen toe op de vernietigde percelen.
Tijdens de behandeling van het Herstelplan 2018 is wel de vraag gesteld of er in het buitengebied geen gelijke gevallen bekend zijn, die ook gerepareerd zouden moeten worden. Uit inventarisatie bleek dat dit het geval was. Het voorliggende bestemmingsplan Buitengebied, Herstelplan 2020 voorziet dan ook in de reparatie van gelijke gevallen. Daarnaast worden enkele fouten uit het bestemmingsplan Buitengebied Epe hersteld. Het Herstelplan 2020 heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage
gelegen. Tijdens deze periode zijn 151 zienswijzen ingediend. De binnengekomen zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie in de bijgevoegde Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020. Verschil tussen herstelplan en actualisatieplan. Het voorliggende bestemmingsplan betreft een herstelplan en dus geen actualisatieplan. Hierover is tijdens de procedure verwarring ontstaan, wat heeft geleid tot een groot aantal zienswijzen. Het Herstelplan 2020 is een zogenaamde ‘partiële herziening’. Dit betekent dat het Herstelplan 2020 het oorspronkelijke bestemmingsplan Buitengebied op slechts een aantal onderdelen herziet of aanvult en alleen iets regelt voor de percelen die op de verbeelding zijn opgenomen. Bij een actualisatieplan wordt het gehele bestemmingsplan herzien. Dit is een groot verschil met een het herstelplan, dat dus alleen iets regelt voor de percelen die op de verbeelding zijn opgenomen. Voor de overige gronden in het buitengebied, die niet op de verbeelding zijn opgenomen, blijft het bestemmingsplan Buitengebied Epe of het Herstelplan 2018 van kracht. Deze percelen maken geen deel uit van het voorliggende bestemmingsplan. Een groot deel van de zienswijzen gaat over percelen die geen deel uit maken van het voorliggende bestemmingsplan, zoals paardenbakken en recreatiewoningen zonder objectgebonden gedoogbeschikking (BOV-status).
Deze zienswijzen hebben dus geen gevolgen voor dit bestemmingsplan.
BEOOGD EFFECT Het bieden van een actuele juridisch planologische regeling voor een aantal onderdelen van het bestemmingsplan Buitengebied.
ARGUMENTEN 1.1 De zienswijzen over spuitvrije zones geven aanleiding het plan te wijzigen Het ontwerp Herstelplan 2020 voorziet in een nadere uitwerking van spuitzones voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Binnen een straal van 50 meter van kwetsbare objecten mag, zonder omgevingsvergunning, geen gebruik gemaakt worden van deze middelen vanwege milieu- en gezondheidsredenen. Dit stond voor één perceel in het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, herstelplan 2018" en zou door het Herstelplan 2020 op alle percelen naast kwetsbare objecten in Epe van toepassing zijn. Tegen deze regeling zijn diverse zienswijzen ingediend. Zoals in de inleiding aangegeven ziet de bestemmingsplanregeling alleen op de percelen die op de verbeelding zijn opgenomen en niet op de rest van het gemeentelijk plangebied. De voorgestelde algemene regeling in het ontwerp bestemmingsplan is juridisch dus niet mogelijk. Daarnaast gaan we in het kader van de nieuwe omgevingsvisie het gesprek aan met de agrarische sector. In dat kader voeren we het gesprek over de transitie van de landbouw, het belang van gezondheid en de balans tussen ontwikkelingsruimte bieden en beschermen van waarden. Op basis van dat gesprek worden afspraken gemaakt die later worden vertaald in het omgevingsplan. Het is ligt niet voor de hand om vooruitlopend op dit gesprek een regeling voor spuitvrije zones op te nemen.
Voorgesteld wordt dan ook om tegemoet te komen aan de zienswijzen en de regeling inzake het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in artikel 3.5.1 te schrappen. 1.2 De zienswijzen over paardenbakken geven geen aanleiding om het plan te wijzigen Er zijn een aantal zienswijzen ingediend die betrekking hebben op paardenbakken en paddocks. Er wordt gevreesd dat als gevolg van het Herstelplan 2020 paardenbakken en paddocks binnenkort moeten worden verwijderd. Daarnaast wordt verondersteld dat deze objecten zodoende voor een tweede keer onder het overgangsrecht worden geplaatst en wordt dit als niet aanvaardbaar geacht. Zoals in de inleiding aangegeven ziet de bestemmingsplanregeling alleen op de percelen die op de verbeelding zijn opgenomen en niet op de rest van het gemeentelijk plangebied. Het merendeel van de betreffende zienswijzen is gelegen buiten het plangebied van het Herstelplan 2020. Bovendien zijn in het Herstelplan 2020 geen wijzigingen opgenomen ten aanzien van paardenbakken en paddocks. Ook voor de drie zienswijzen die binnen het plangebied vallen, betekent dit dat het Herstelplan geen wijziging teweegbrengt. Het bestemmingplan Buitengebied Epe, blijft voor dit onderdeel onverminderd van kracht en deze objecten worden niet opnieuw onder het overgangsrecht geplaatst. Voorgesteld wordt dan ook om deze zienswijzen ongegrond te verklaren.
Het Herstelplan 2020 hoeft op basis van deze zienswijzen niet te worden aangepast. 1.3 De zienswijzen voor wat betreft permanente bewoning van recreatiewoningen geven geen aanleiding het plan te wijzigen Er is een aantal zienswijzen ingediend waarin wordt gevraagd om voor recreatiewoningen de aanduiding 'wonen' toe te voegen, zodat de recreatiewoning permanent kan worden bewoond. Daarbij wordt verwezen
naar recreatiewoningen die in het Herstelplan 2020 deze aanduiding hebben gekregen en wordt beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. In het Herstelplan 2020 is voor 38 recreatiewoningen de aanduiding 'wonen' opgenomen. Deze recreatiewoningen vielen onder de beschermende werking van het overgangsrecht van de vorige bestemmingsplannen. Dit zijn de recreatiewoningen met een zogeheten BOV-status (Bewoning Onder Overgangsrecht). Omdat deze volgens de uitspraak van de Raad van State niet terecht in het Bestemmingsplan Buitengebied opnieuw onder het overgangsrecht zijn geplaatst, wordt voor deze recreatiewoningen de aanduiding 'Wonen' opgenomen. De zienswijzen hebben betrekking op recreatiewoningen zonder de BOV-status. Zij zijn niet vergelijkbaar met de recreatiewoningen met een BOVstatus en er kan dus ook geen beroep worden gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Op basis van voorgaande worden de zienswijzen ongegrond verklaard. Het Herstelplan 2020 hoeft niet te worden aangepast. 1.4 De zienswijzen voor wat betreft bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen op recreatieparken geven aanleiding om het plan te wijzigen Voor recreatiewoningen op recreatieparken geldt de eis van bedrijfsmatige exploitatie. Dit is in het bestemmingsplan vastgelegd.
Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State zijn twee parken in het Herstelplan 2018 vrijgesteld van bedrijfsmatige exploitatie. In het Herstelplan 2020 zijn nog op 4 andere recreatieparken recreatiewoningen vrijgesteld van bedrijfsmatige exploitatie. Er is een aantal zienswijzen ingediend waarin wordt verzocht ook te worden vrijgesteld van bedrijfsmatige exploitatie. Om meer informatie hierover te verkrijgen is een enquête uitgezet. Als uit de zienswijze en de enquête blijkt dat dit verzoek terecht is, wordt dit toegekend. Een deel van de zienswijzen is gegrond. Het Herstelplan 2020 wordt aangepast. Een aantal recreatiewoningen krijgt ook de aanduiding 'tweede woning'. 1.5 De zienswijzen voor wat betreft bedrijfsmatige exploitatie van kampeermiddelen op recreatieparken geven geen aanleiding om het plan te wijzigen Er zijn een aantal zienswijzen ingediend waarin wordt verzocht kampeermiddelen (stacaravans, chalets) vrij te stellen van bedrijfsmatige exploitatie. Kampeermiddelen vallen niet onder de beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie. Kampeermiddelen zijn niet vergelijkbaar met recreatiewoningen en zijn niet opgenomen in het Herstelplan 2020. Tenslotte zijn de gevallen waarover een zienswijze is ingediend gelegen buiten het plangebied van het Herstelplan. De zienswijzen zijn ongegrond en geven geen aanleiding tot wijziging van het plan.
1.6 De overige zienswijzen geven aanleiding om het plan te wijzigen Er zijn enkele overige zienswijzen ingediend, die betrekking hebben op het verkrijgen van een bestemming Wonen, verplaatsing van bestemmings- of bouwvlakken of het herstellen van onjuistheden. Als voldoende onderbouwing wat betreft ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur is aangeleverd kan medewerking worden verleend. Ook als er sprake is van een daadwerkelijke onjuistheid kan medewerking worden verleend. Ontbreken de onderbouwing, de onderzoeken of bouwvergunningen dan kan er geen vervolg aan de zienswijze worden gegeven. Een deel van de zienswijzen is gegrond en geeft aanleiding het plan te wijzigen. 2.1 Een omissie in het ontwerp Herstelplan 2020 geeft aanleiding het plan te wijzigen In het ontwerp Herstelplan 2020 zijn regels opgenomen die het gehele plangebied van het moederplan Bestemmingsplan Buitengebied als doelgebied hebben, zoals begripsbepalingen en bepalingen binnen de bestemming Wonen. Het plangebied van het Herstelplan 2020 betreft slechts een klein deel van dit gebied. Deze regels treffen daarmee geen doel. Deze regels zijn onterecht in het Herstelplan opgenomen. Voorgesteld wordt deze regels middels een ambtelijke wijziging te laten vervallen. Deze algemene wijzigingen of aanvullingen worden te zijner tijd meegenomen bij het opstellen van het omgevingsplan.
3.1 Het bestemmingsplan wordt verbeterd naar aanleiding van de zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Op basis van de ingekomen zienswijzen en de ambtshalve aanpassingen wordt voorgesteld om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Deze wijziging, zoals ook benoemd in de Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, herstelplan 2020, dragen bij aan een verbetering van het bestemmingsplan. 3.2 Het bestemmingsplan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening Gelet op bovenstaande argumenten voldoet het voorliggende ontwerp bestemmingsplan aan een goede ruimtelijke ordening. 4.1 Kostenverhaal is niet aan de orde
Vanuit de Wet ruimtelijke ordening is kostenverhaal vereist, welke in een exploitatieplan geregeld kan worden. Dit geldt voor gronden waarop een bij algemene maatregels van bestuur aangewezen bouwplannen zijn voorgenomen. Het voorliggende bestemmingsplan Buitengebied bevat geen voorgenomen bouwplannen die hieraan voldoen. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig.
KANTTEKENINGEN 1.1 Gezien de beperkte reikwijdte van het plan zijn vele zienswijzen ongegrond omdat ze geen deel uitmaken van het plan of het plangebied Er zijn veel zienswijzen ingediend die geen relatie hebben met het ontwerpplan. Daarnaast zijn er veel zienswijzen ingediend die geen betrekking hebben op het plangebied. Dit maakt dat veel zienswijzen ongegrond zijn verklaard. Richting de indieners van een zienswijze moet dit goed worden uitgelegd, om vragen over het ongegrond verklaren te voorkomen. 1.2 Met het plan kan geen uitvoering worden gegeven aan alle moties die ook aan het plan ten grondslag liggen Naast de uitspraak van de Raad van State, waren enkele moties die zijn aangenomen door de gemeenteraad bij de behandeling van het Herstelplan 2018 aanleiding voor het Herstelplan 2020. Niet aan alle moties kon in dit plan uitvoering worden gegeven. Het betreft 1) de motie die oproept om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn waardoor de huidige bewoners hun recreatiewoning beperkt mogen uitbreiden om op deze manier meer woongenot te ervaren en 2) de motie om de effecten van het gemeentelijk recreatieftoeristisch beleid en de voortgang van het project Vitale Vakantieparken in 2019 te evalueren en om voorstellen te doen dat recreatieparken hun belangrijke rol voor een gezonde en aantrekkelijke verblijfsrecreatie behouden en zo mogelijk versterken.
Voor uitvoering is in sommige gevallen nieuw beleid benodigd. Dit beleid wordt naar verwachting in het vervolg van de uitwerking van de Omgevingsvisie ontwikkeld. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om regels omtrent bestrijdingsmiddelengebruik en om actualisatie van het verblijfsrecreatief beleid.
FINANCIËN De grote hoeveelheid zienswijzen, waar vooraf niet op was gerekend, heeft geleid tot vertraging in het proces en meer interne en externe tijdsinzet, dus hogere kosten. De benodigde middelen voor dit herstelplan zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. De kosten komen ten laste van de post bestemmingsplannen algemene dienst, post 680006/434327 bestemmingsplan Buitengebied.
COMMUNICATIE De behandeling van de zienswijzen heeft langer geduurd dan gebruikelijk is. Alle indieners van een zienswijze zijn hierover geïnformeerd in een tussen bericht. Daarnaast zijn alle indieners van een zienswijze uitgenodigd voor een hoorzitting bij de wethouder om hun zienswijze toe te lichten. Na uw besluit informeren wij de indieners van een zienswijze hierover. Wij zullen dit moment ook benutten om de inhoud en reikwijdte van het bestemminsplan uit te leggen. Een groot deel van de zienswijzen wordt immers ongegrond verklaard, omdat zij geen betrekking hebben op een onderwerp in het Herstelplan, of buiten het plangebied vallen. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt na uw besluit ter inzage gelegd. Dit wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Het vastgestelde bestemmingsplan is daarna via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal in te zien.
UITVOERING Het bestemmingsplan is conform de Wet ruimtelijke ordening in procedure gebracht. De laatste stappen in de procedure betreffen: • publicatie van het raadsbesluit omtrent vaststelling van het bestemmingsplan; • ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan en bijbehorende stukken; • mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift en een voorlopige voorziening bij Raad van State gedurende de termijn van ter inzage legging.