CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

355578 Programmabegroting 2022 - 2025

Commissie Omgeving en Financiën 28 oktober 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Programmabegroting 2022-202535.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

13 alinea's met “vreemd”: 3245 3285 3329 3369 3411 3449 3491 3526 3570 3607 3650 3690 3732

Portefeuillehouder: E. Visser

Activiteiten:

Uitvoering in 2022:

1. Financiële ondersteuning van vrijwilligersorganisaties (Stichting Leergeld, Formulierenteam en Voedselbank) die actief zijn voor huishoudens met een laag inkomen en/of schulden.

1. Subsidieafspraken maken met vrijwilligersorganisaties over de doelstellingen en activiteiten.

2. Versterken van schuldhulpverlening.

2. Uitwerken beleidsplan armoede en schulden 2021-2024.

55

Collegeprogramma 2018-2022: 3. Instandhouden en versterken van de toegang van de gemeentelijke minimaregelingen: meedoenregeling, schoolfonds en het kindpakket.

3. Doorvoeren van aanbevelingen uit de evaluatie van het minimabeleid.

4. Het realiseren van een gemeentelijk noodfonds voor ondersteuning van schrijnende situaties, die niet of onvoldoende in aanmerking komen voor andere regelingen.

4. Afronden rapportage en besluit over invoeren noodfonds.

Toelichting: 3-4. De activiteiten zijn uitwerkingen van prestatieafspraak 7 behorend bij het speerpunt “Zorg en ondersteuning dichtbij” uit het coalitieakkoord.

Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2020

Begr 2021

Begr 2022

Begr 2023

Begr 2024

Begr 2025

Lasten bestaand beleid

17.791

14.853

14.849

15.564

15.257

15.140

Lasten nieuw beleid

-

-

468

118

118

118

17.791

14.853

15.317

15.682

15.375

15.258

9.990

6.793

7.265

7.265

7.265

7.265

Lasten totaal Baten bestaand beleid Baten nieuw beleid Baten totaal Saldo

-

-

0

0

0

0

9.990

6.793

7.265

7.265

7.265

7.265

-7.801

-8.060

-8.052

-8.417

-8.110

-7.993

Specificatie nieuw beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN

Begrotingsjaar 2022

2023

2024

2025

Budgetten: 1 Bevorderen uitstroom uitkeringen (BUIG)

350

350

350

350

2 Dekking bevorderen uitstroom uitkeringen (middelen BUIG)

-

-350

-350

-350

3 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (vroegsignalering)

75

75

75

75

4 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (ondernemers)

43

43

43

43

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

468

118

118

118

5 Extra ondersteuning jongeren met (risico op) afstand van de arbeidsmarkt Totale financiële gevolgen voor de lasten

56

Pijler: Bestuur Kenmerken Bestuurlijke inzet De inzet is inwoner- en klantgericht werken. Daartoe is een organisatie opgezet met als hoofdlijnen de dialoog aangaan met inwoners, adequaat inspelen op ontwikkelingen en een klantgerichte dienstverlening. De koers is de organisatie verder te verbeteren en te vernieuwen en toekomstbestendig te maken voor een adequate taakuitvoering. De opvattingen over de gemeentelijke taakuitvoering zijn: de gemeente meer als regisseur en de uitvoering meer bij inwoners en derden; meer betrokkenheid van en samenwerken met inwoners en maatschappelijke organisaties en bedrijven; meer gebiedsgericht werken; zakelijk en efficiënt werken; actief mogelijkheden zoeken om de uitvoering in samenwerking met andere gemeenten te doen. De twee gemeentelijke hoofdtaken zijn het realiseren van maatschappelijke effecten samen met inwoners en partners en het leveren van directe publieke dienstverlening (gemeentelijke diensten en producten). De verbetering en vernieuwing van de organisatie zit in het verder doorontwikkelen van het sturingsmodel “regie” (sturen-leiden-coördineren) en in samenhang daarmee de ontwikkeling van het nieuwe dienstverleningsconcept met ondersteuning van moderne informatie- en communicatietechnologie. Dit leidt tot een nieuwe oriëntatie op het gemeentelijk takenpakket en de samenwerking met inwoners en maatschappelijke organisaties.

De vorming en uitvoering van beleid doet de gemeente steeds meer in samenwerking met derden. Vanuit bestuurlijk oogpunt vraagt het heldere gemeentelijke standpunten en rolbepaling (wat wil ik bereiken, hoe doe ik dat en met wie). Van de organisatie vraagt dit een ontwikkeling naar een flexibele, en kwalitatief hoogwaardige, compacte organisatie die effectief en responsief kan opereren.

Coalitieakkoord 2018-2022 Thema 4: Verbindende overheid Participeren van inwoners en organisaties Het betrekken van inwoners, organisaties en bedrijven bij beleidsontwikkeling en –uitvoering vormt een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke werkwijze. Evenals de samenwerking tussen inwonersinitiatieven en het gemeentebestuur. Een belangrijke basis ligt in de visie op de regisserende gemeente. Er vindt een actieve communicatie met de samenleving plaats. Prestatieafspraken: 1. Participatie van inwoners, organisaties en bedrijven bij beleidsontwikkeling en – uitvoering is standaard ingebed in de werkwijze van de ambtelijke organisatie. 2. Voor een actieve communicatie met de samenleving zijn er voldoende instrumenten in het bereiken van doelgroepen en het verkrijgen van informatie. Modern openbaar bestuur De gemeente dient een goede digitale dienstverlening te bevorderen met een juiste prijs-kwaliteit verhouding voor alle inwoners. Dienstverlening aan huis kan daarbij een onderdeel van het standaardaanbod zijn. Epe is en blijft een zelfstandige gemeente en zoekt de samenwerking met regio-/ buurgemeenten en partners. Het gemeentebestuur heeft een open en verbindende houding naar de samenleving. Prestatieafspraken: 3. Er is een modern Klant Contact Centrum waarin alle klanten volgens vastgestelde servicenormen zoveel mogelijk via digitale kanalen geholpen worden. 4.

Er zijn activiteiten ingezet om de verbinding tussen samenleving en gemeente (bestuur en organisatie) te verstevigen, rekening houdend met ieders rol en de daarbij behorende verantwoordelijkheid. 5. De implementatie van het lopende programma voor organisatieontwikkeling, gericht op de pijlers werknemers en werkproces.

57

Programma 11 | Bestuur en organisatie Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen algemeen bestuur, personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, huisvesting, juridische zaken, communicatie en andere bedrijfsmiddelen zoals post, repro en facilitaire zaken. Relevante nota’s (kerndocumenten)      

Visie Regisserende gemeente Epe (2015) Visie gemeentelijke dienstverlening (2010) Informatie strategie (2013) Strategische visie op communicatie (2015) Nota activerings- en afschrijvingsbeleid (2012) Visie HRM (2019)

Wat is de stand van zaken Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Indicator

2019

2020

Formatie

4,9

5,1

5

4,9

292

295

282

280

0,6%

1,3%

2021 2022 5,0

5,2

291

360

De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat, per 1.000 inwoners. Bezetting Het werkelijke aantal fte dat werkzaam is per 31 december, per 1.000 inwoners. Apparaatskosten Begroot Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners. Apparaatskosten Werkelijk Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners. Externe inhuur Begroot

2,3% 1,0%

Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten. Externe inhuur Werkelijk

18,8% 20,3%

Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten. Demografische druk

84,5% 85,7% 85,3%

De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar.

Wat willen we bereiken Strategische doelen: 1. Ontwikkelen van een klantgerichte organisatie die gericht is op een snelle, correcte en integere dienstverlening. 2. Ontwikkelen van een op de samenleving gerichte organisatie die de dialoog aangaat met burgers en flexibel en slagvaardig inspeelt op ontwikkelingen en behoeftes.

58

3. Ontwikkelen van een organisatie waarbij het resultaat voorop staat en alles draait om het willen bereiken van de afgesproken doelen met een efficiënte en rechtmatige inzet van middelen. Uitkomst: Indicatoren bij het strategische doel 1: Ontwikkelen van een klantgerichte organisatie die gericht is op een snelle, correcte en integere dienstverlening. 11.1.1. Directe dienstverlening waardering (0-10): Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de dienstverlening van de gemeente. 2019

Streefwaarde 2022

6,6

>= 7,8

11.1.2. Digitale dienstverlening waardering (0-10): Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de digitale dienstverlening van de gemeente. 2019

Streefwaarde 2022

6,6

>= 7,0

Indicatoren bij het strategische doel 2: Ontwikkelen van een op de samenleving gerichte organisatie die de dialoog aangaat met burgers en flexibel en slagvaardig inspeelt op ontwikkelingen en behoeftes. 11.2.1. Samenwerking met inwoners waardering (1-10): Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de samenwerking met inwoners en organisaties en de mate waarin zij worden betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van beleid. 2019

Streefwaarde 2022

6,1

>= 6,1

Indicatoren bij het strategische doel 3: Ontwikkelen van een op organisatie waarbij het resultaat voorop staat en alles draait om het willen bereiken van de afgesproken doelen met een efficiënte en rechtmatige inzet van middelen. 11.3.1. De mate waarin de in de centrale planningslijst opgenomen activiteiten worden gerealiseerd. 2017

2018 2019

2020

Streefwaarde 2022

85%

89% 78%

72%

85%

Wat gaan we daarvoor doen Planning en control

Portefeuillehouder: E. Visser

Activiteiten:

Uitvoering in 2022:

1. Verbeteren planning en control cyclus.

1. Implementeren van verbetermogelijkheden in de planning en control-cyclus.

2. Uitvoeren jaarlijks onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van (delen van) programma’s en paragrafen en van (onderdelen van) de organisatie-eenheden.

2. Uitwerken van onderzoeksopdrachten.

3. Implementeren rechtmatigheidsverantwoording jaarrekening 3. Voorbereiden implementatie. door college. Collegeprogramma 2018-2022: 4. De Verordening hondenbelasting is ingetrokken.

3. Intrekken verordening hondenbelasting.

5. De legesverordening is aangepast (vergroend).

4. Gerealiseerd.

6. Een uitgevoerd onderzoek naar een ander systeem voor toeristenbelasting, waarbij de recreatiesector wordt betrokken.

5. Gerealiseerd.

Toelichting: 3. De rechtsmatigheidsverantwoording door het college is met een jaar uitgesteld. De start is nu bij de jaarrekening 2022. 3-5. De activiteiten zijn uitwerkingen van het kader financieel- en belastingbeleid uit het coalitieakkoord.

59

Burger en bestuur

Portefeuillehouder: T.C.M. Horn

Activiteiten:

Uitvoering in 2022:

1. Opstellen participatieverordening.

1. Vaststellen verordening.

Collegeprogramma 2018-2022: 2. Een geactualiseerd actieplan voor het toepassen van werkwijzen en instrumenten voor inwonerparticipatie.

2. Gerealiseerd.

3. Inwonerparticipatie is geborgd in de daarvoor in aanmerking 3. Opstellen en uitvoeren van een jaarplan voor komende werkprocessen. inwonersparticipatie en actieve communicatie. 4. Een uitgevoerd onderzoek naar een adequaat instrumentarium voor actieve communicatie met de samenleving.

4. Gerealiseerd.

5. De inzet van een actueel instrumentarium is geborgd in de organisatie.

5. Opstellen en uitvoeren van een jaarplan voor inwonersparticipatie en actieve communicatie.

6. Een gerealiseerd actieplan om verbinding tussen samenleving en gemeente te verstevigen.

6. Afronden besluitvorming.

7. Het faciliteren van de uitwerking van de raadsagenda voor deze bestuursperiode.

7. Uitvoeren van het door de raad, in afstemming met het college, opgestelde jaarplan.

Toelichting: 1. Het opstellen van een participatieverordening ingaande 2022 is een wettelijke verplichting. 2. De notitie “Inwonerbetrokkenheid en gemeentebestuur” is het resultaat van een heidag van de raad (nov. 2016). Als specifiek aandachtspunt in het coalitieakkoord is opgenomen dat deze notitie de leidraad vormt voor de uitwerking van het thema “Verbindende overheid” uit het coalitieakkoord. 6. De insteek is een gezamenlijk actieplan van raad en college (coproductie). De basis hiervoor ligt in twee beleidsvelden namelijk communicatie en inwonerparticipatie die met elkaar verbonden zijn. In 2020 is besloten om daarvoor een brede beleidsvisie op te stellen die zich richt op deze twee beleidsvelden. Afstemming vindt plaats met Verbeteragenda quick scan. 2-7. De activiteiten zijn uitwerkingen van prestatieafspraken 1 en 2 behorend bij het speerpunt “Participeren van inwoners en organisaties”, prestatieafspraak 4 behorend bij het speerpunt “Modern openbaar bestuur” uit het coalitieakkoord. Organisatie

Portefeuillehouder: T.C.M. Horn

Activiteiten:

Uitvoering in 2022:

1. Actualiseren van het informatiebeleid.

1. Vaststellen van beleidsplan.

2. Uitwerken informatiebeleid.

2a. Vaststellen uitvoeringsplan o.b.v. vastgesteld informatiebeleid inclusief meerjaren planning. 2b. Uitvoeren jaarplan.

3. Invullen gevolgen Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming.

3. Uitvoeren jaarplan.

4. Invoeren Wet Generieke Digitale Infrastructuur(WGDI).

4. Uitvoeren van het project gegevensmanagement.

5. Invoeren Wet Open Overheid.

5. Opstellen plan van aanpak en start met implementatie.

6. Actualiseren nota verbonden partijen.

6. Afronden besluitvorming.

Collegeprogramma 2018-2022: 7. Het programma voor organisatieontwikkeling is 7. Uitvoeren jaarplan. geïmplementeerd met als resultaat: a. de medewerkers zijn getraind invulling te geven aan een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie. b. de organisatie werkt procesmatig voor reguliere taken en projectmatig voor enkelvoudige opgaven c. het gemeentehuis is toekomstbestendig. Toelichting: 2. Het informatieveiligheidsbeleid is een onderdeel in het beleidsplan bij punt 1. 3. De Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is sinds 25 mei 2018 van kracht. De verordening vervangt de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en regelt de bescherming van persoonsgegevens van natuurlijke personen. 5. De wet is bedoeld om overheden meer transparant te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar en toegankelijk wordt. Daarvoor moeten een aantal maatregelen getroffen worden. 7. Het programma is opgezet om gestructureerd en in samenhang die inspanningen te realiseren die nodig zijn om de gemeentelijke organisatie sterk en toekomstbestendig te maken. Hierbij wordt rekening gehouden met resultaten uit de Quick scan lokale democratie. Het programma is onder meer gericht op het doorontwikkelen van het personeel, procesmatig, projectmatig en zaakgericht werken en de werkomgeving (zowel digitaal als fysiek: gemeentehuis).

In de paragraaf bedrijfsvoering is een verdere uitwerking hiervan opgenomen. Sterke dienstverlening wordt een focuspunt in het programma met daarin aandacht voor onder meer (inwoner)participatie, communicatie en de ondersteuning van onze dienstverlening met

60

digitale instrumenten. De activiteit is een uitwerking van prestatieafspraak 5 behorend bij het speerpunt “Modern openbaar bestuur” uit het coalitieakkoord. Dienstverlening

Portefeuillehouder: T.C.M. Horn

Activiteiten:

Uitvoering in 2022:

1. Bewaren van documenten in een e-depot.

1. Voorbereiden van het aansluiten/vormen van een e-depot.

Collegeprogramma 2018-2022: 2. Een geactualiseerde visie op dienstverlening inclusief servicenormen is opgesteld.

2a. Afronden van besluitvorming over de visie. 2b. Opstellen uitvoeringsprogramma en starten met uitwerking.

3. Een geactualiseerd implementatieplan KCC is opgesteld.

3. Actualiseren van het implementatieplan KCC.

Toelichting: 1. De gemeente werkt grotendeels digitaal. Deze digitale informatie dient duurzaam en toegankelijk bewaard te worden (archiefwet). 3. De actualisatie van het implementatieplan KCC volgt nadat de visie op dienstverlening inclusief de servicenormen is vastgesteld. 2-3 De activiteiten zijn uitwerkingen van prestatieafspraak 3 behorend bij het speerpunt “Modern openbaar bestuur” uit het coalitieakkoord.

Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2020

Begr 2021

Begr 2022

Begr 2023

Begr 2024

Begr 2025

Lasten bestaand beleid

3.374

3.264

3.596

4.104

4.657

5.348

Lasten nieuw beleid

-

-

-17

-17

-17

-17

3.374

3.264

3.579

4.087

4.640

5.331

340

404

399

385

503

523

Lasten totaal Baten bestaand beleid Baten nieuw beleid Baten totaal Saldo

-

-

0

0

0

0

340

404

399

385

503

523

-3.034

-2.860

-3.180

-3.702

-4.137

-4.808

Specificatie nieuw beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN

Begrotingsjaar 2022

2023

2024

2025

-17

-17

-17

-17

-17

-17

-17

-17

Budgetten: 1 Inzetten stelpost beleidsintensiveringen Totale financiële gevolgen voor de lasten

61

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Omschrijving De algemene dekkingsmiddelen kenmerken zich door hun vrije bestedingsdoel. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de onroerendezaakbelastingen. In het overzicht worden dan ook de baten vermeld die niet reeds in de diverse programma’s zijn opgenomen. In dit hoofdstuk is eveneens het in de begroting opgenomen bedrag voor ‘onvoorziene uitgaven’ opgenomen.

Wat is de stand van zaken Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Indicator

2018 2019 2020 2021

Woonlasten éénpersoonshuishouden

544

602

605

609

620

679

689

679

275

287

312

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Woonlasten meerpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. WOZ-waarde woningen De gemiddelde WOZ waarde van woningen in 1.000 euro.

Overzicht De in het onderstaande overzicht vermelde bedragen zijn netto bedragen. Dit houdt in dat op de verkregen baten de daarop betrekking hebbende kosten (zoals direct toerekenbare uren en invorderingskosten) in mindering gebracht. Bedragen * € 1.000 Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2023

Begroting 2025

Lokale heffingen

7.721

8.133

6.309

7.340

7.473

7.613

Algemene uitkering

51.170

51.271

54.707

53.882

54.109

54.934

Dividend uitkeringen Saldo financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal Onvoorziene uitgaven

77

131

117

117

117

117

1.432

1.444

1.081

1.077

1.043

1.043

76

-128

-90

-90

-90

-90

60.476

60.851

62.124

62.327

62.652

63.617

-

-101

-90

-90

-90

-90

Lokale heffingen De belastingopbrengsten in het bovenstaande overzicht zijn opgenomen zonder rekening te houden met de kwijtschelding. Voor een inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

62

Algemene uitkering De Algemene uitkering is gebaseerd op de mei circulaire 2021. Op basis van deze circulaire is een berekening gemaakt waaruit de volgende inkomsten blijken: bedragen * € 1.000 2022

2023

2024

2025

Algemene uitkering autonoom

49.127

48.492

49.041

49.989

Integratie uitkering sociaal domein

5.580

5.504

5.197

5.090

Algemene uitkering totaal

54.707

53.996

52.238

55.079

De ontwikkelingen in de algemene uitkering zijn verwerkt in de programmabegroting 2022-2025. Dividend Dividend wordt ontvangen van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en van Waterbedrijf Vitens. Saldo financieringsfunctie Onder het saldo van de financieringsfunctie moet worden verstaan het saldo van (a) de betaalde rente over de aangegane leningen en over de aangetrokken middelen in rekening-courant en (b) de ontvangen rente over de uitzettingen inclusief de doorbelasting rente naar de programma’s. Overige algemene dekkingsmiddelen Dit betreft de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren. Onvoorzien Dit bedrag is in de begroting beschikbaar voor uitgaven welke onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn. De besteding hiervan vindt plaats in het kader van de voortgangsrapportage.

Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2020

Begr 2021

Begr 2022

Begr 2023

Begr 2024

Begr 2025

Lasten bestaand beleid

592

467

629

-167

-136

-131

Lasten nieuw beleid

-

-

100

114

129

145

Lasten totaal Baten bestaand beleid Baten nieuw beleid Baten totaal Saldo

592

467

729

-53

-7

14

61.067

61.219

62.763

62.184

62.589

63.575

-

-

0

0

-34

-34

61.067

61.219

62.763

62.184

62.555

63.541

60.475

60.752

62.034

62.237

62.562

63.527

Specificatie nieuw beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN

Begrotingsjaar 2022

2023

2024

2025

100

114

129

145

100

114

129

145

Budgetten: 1 Wet Open Overheid Totale financiële gevolgen voor de lasten

BATEN

Begrotingsjaar 2022

2023

2024

2025

-

-

-34

-34

-

-

-34

-34

Budgetten: 1 Structurele effecten Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging Totale financiële gevolgen voor de baten

63

Overhead Omschrijving De overheadkosten zijn de kosten die verband houden met de sturing en ondersteuning van de primaire processen van de gemeente. Het uitgangspunt is dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Dit betekent dat alle bedrijfskosten die direct verbonden (direct toe te rekenen) zijn aan activiteiten, taken en producten uit de programma's 1 t/m 11 en de overige algemene dekkingsmiddelen niet onder de overheadkosten vallen.

Wat is de stand van zaken Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Indicator

2019

2020

2021

2022

Overheadkosten Begroot

12,5% 12,2% 10,7% 12,7%

De overheadkosten zoals begroot op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief toevoegingen aan reserve). Overheadkosten Werkelijk

12,3% 11,5%

De overheadkosten zoals verantwoord op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief toevoegingen aan reserve).

Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2020

Begr 2021

Begr 2022

Begr 2023

Begr 2024

Begr 2025

Lasten bestaand beleid

9.790

9.924

10.872

10.298

10.112

10.244

Lasten nieuw beleid

-

-

1.110

452

238

238

9.790

9.924

11.982

10.750

10.350

10.482

571

124

119

119

119

119

Lasten totaal Baten bestaand beleid Baten nieuw beleid Baten totaal Saldo

-

-

0

0

0

0

571

124

119

119

119

119

-9.219

-9.800

-11.863

-10.631

-10.231

-10.363

64

Specificatie nieuw beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN

Begrotingsjaar 2022 2023 2024 2025

Budgetten: 1 Bestuursadviseur communicatie

60

-

-

-

2 Werkbudget inwonersparticipatie en actieve communicatie

20

-

-

-

3 Extra capaciteit afdeling Ruimte

180

180

-

-

4 Nieuwe website

168

25

25

25

5 Digitalisering en informatievoorziening

175

22

22

22

6 Uitwerken programma "sterke dienstverlening"

250

-

-

-

7 Beleidscapaciteit dienstverlening (KCC)

88

88

88

88

8 Structurele effecten Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging

69

137

103

103

9 Kwartiermaker Omgevingswet en klimaatbeleid

90

-

-

-

10 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

10

-

-

-

1.700

111

223

337

452

-111

-223

-337

-452

Totale financiële gevolgen voor de lasten

1.110

452

238

238

Investeringen: 1 Vervanging bedrijfsmiddelen; ict investeringen

Investeringsbedrag:

Dekking uit reserve ICT

65

Paragrafen

66

1 | Lokale heffingen 1.1 Inleiding De paragraaf lokale heffingen geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. De raad bepaalt het belastingbeleid in beginsel samenhangend met het vaststellen van de begroting. Daar vindt de integrale afweging plaats. Beleidsmatige wijzigingen worden in deze paragraaf toegelicht. Redactionele en technische wijzigingen van de belastingen worden in het raadsvoorstel met de belastingverordeningen toegelicht.

1.2

Beleidskaders

Het beleid betreffende de lokale heffingen is opgenomen in landelijke wet- en regelgeving, in deze paragraaf en in:  belastingverordeningen  coalitieakkoord 2018-2022 (2018)  regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen (2020) 1.3

Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen

Corona Het is ten tijde van het opstellen van de begroting niet duidelijk in hoeverre de effecten van coronamaatregelen in 2022 zullen doorzetten. Bij het opstellen van de ramingen is daarom uitgegaan van de gebruikelijke uitgangspunten. In de paragraaf weerstandsvermogen is de onzekerheid die hiermee samenhangt verder uitgewerkt. Algemeen tarievenbeleid Belastingen en heffingen worden waardevast gehouden door de tarieven te verhogen met het inflatiepercentage (1,7%). Heffingen waar een individuele tegenprestatie van de overheid tegenover staat zijn waar mogelijk 100% kostendekkend. Een overzicht van geraamde algemene dekkingsmiddelen is opgenomen in deel 3. Hieronder worden per belastingsoort de bijzonderheden en afwijkingen van het algemene tarievenbeleid vermeld. Wet waardering onroerende zaken (WOZ) Het bepalen en vaststellen van de WOZ-waarde van onroerende zaken wordt uitgevoerd door Tribuut. De Waarderingskamer houdt hierop toezicht en geeft een algemeen oordeel over die uitvoering. Momenteel is dat oordeel 'voldoende'. Tribuut werkt planmatig aan verbeteringen om eind 2021 'goed' te scoren. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De OZB is een algemene heffing die bestaat uit een eigenaren- en gebruikersdeel. Het gebruikersdeel wordt alleen van niet-woningen geheven. Woongedeeltes binnen niet-woningen zijn vrijgesteld van OZB.

Ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden gecompenseerd via het tarief. De tarieven stijgen overeenkomstig de besluitvorming bij de begroting 2020 met 1,5% boven de indexatie. 2022 is het laatste jaar waarin die extra stijging plaatsvindt. Reinigingsheffingen De heffingen dekken de kosten van inzameling en verwerking van huisvuil, bedrijfsafval en het brengen van huisvuil naar het recycleplein. Hieronder staat het lasten-batenoverzicht van deze heffingen. Het taakveld verkeer en vervoer betreft de lasten verbonden aan het straatvegen en illegale afvalstortingen. Het straatvegen heeft drie functies – beeld openbare ruimte, grondstoffen inzameling en voorkomen van verstopping van het riool – die alle drie een even groot aandeel hebben. De lasten daarvan zijn daarom voor 33% meegenomen. De lasten voor illegale afvalstortingen zijn volledig toerekenbaar aan de heffing. De lasten op het taakveld afval zijn volledig toerekenbaar aan de heffing. Diftar heeft geleid tot een sterke reductie in het aantal kilo's restafval, waardoor de verwerkingskosten dalen. De kosten die Tribuut doorberekent voor diftar zijn hoger dan voor de oude systematiek. Per saldo betekent dit dat de verhaalbare lasten (vrijwel) gelijk zijn aan 2021. De negatieve baat van het taakveld inkomensregelingen betreft de verwachte te verlenen kwijtschelding.

De baten op het taakveld afval betreffen de inkomsten uit de heffing en overige baten zoals ontvangen bijdragen voor zwerfafval, papier en plastic. Er is rekening gehouden met het feit dat de BTW over de inzameling van

67

bedrijfsafval geen recht geeft op compensatie uit het BTW compensatiefonds en dat voor een deel van de ontvangen bijdragen evenmin dat recht bestaat. bedragen x € 1.000 Taakveld 2.1 - Verkeer en vervoer 6.3 - Inkomensregelingen 7.3 - Afval 0.4 - Overhead 0.10 - Mutaties reserves BTW Totaal

verhaalbare lasten

baten

60

-

-

-130

3.498

4.507

176

-

-

-

644

-

4.378

4.377

In 2022 vinden voor het eerst de afrekeningen plaats op basis van het aantal inworpen of aanbiedingen. Uit de ervaringscijfers van de eerste 8 maanden van 2021 blijkt dat de aanbodfrequentie hoger ligt dan bij de begroting 2021 is ingeschat. In 2021 zal communicatie plaatsvinden om mensen bewust(er) te maken van hun aanbodgedrag op het bedrag dat ze moeten betalen. Bij de inschatting van de aantallen ledigingen/inworpen voor 2022 is rekening gehouden met een lichte daling ten opzichte van de ervaringscijfers van 2021. Deze liggen wel boven de inschatting voor 2021. Doordat de lasten gelijk zijn gebleven leidt dit ertoe dat de variabele tarieven met 8% dalen. De vaste tarieven blijven gelijk. Rioolheffingen Deze heffingen dekken de kosten van de zorgplicht voor de gemeentelijke watertaken en de aanleg van nieuwe aansluitingen. In het gemeentelijk watertakenplan (GWP) zijn de beleidsuitgangspunten met betrekking tot het verhalen van de lasten opgenomen. De lasten voor correctief en preventief onderhoud en voor de vervanging van leidingwerk en pompputten stijgen op basis van het GWP. Er zal komend jaar in beeld gebracht worden in hoeverre de kosten voor maatregelen voor klimaatadaptatie via de rioolheffing verhaald kunnen worden. Conform GWP worden de tarieven verhoogd met 1,9% boven de indexatie. Bij de rioolheffing is het gebruikerstarief afhankelijk van het waterverbruik.

Met name gebruikers met een verbruik dat iets boven de drempelwaarde van een klasse ligt, zouden hun aanslag kunnen beïnvloeden door hun waterverbruik te beperken. Verder leidt deze heffingsgrondslag tot kruissubsidiëring van grootverbruikers aan kleinverbruikers: 30% van de gebruikersopbrengst wordt opgebracht door 0,8% van de belastingplichtigen. De lasten voor de gemeente stijgen namelijk niet recht evenredig met de hoeveelheid geloosd water. Deze tariefstelling is gebaseerd op het principe ‘de gebruiker betaalt’. De baten riolering betreffen de rioolheffing en het eenmalig rioolaanleggeld. De baten uit de reserve is de waardecorrectie van de egalisatiereserve rioolheffing. Om de kosten volledig te dekken vindt een onttrekking aan de egalisatievoorziening plaats. bedragen x € 1.000 verhaalbare lasten

Taakveld

baten

2.1 - Verkeer en vervoer

84

-

6.3 - Inkomensregelingen

15

-22

7.2 - Riolering

2.530

2.961

0.4 - Overhead

99

-

Mutatie voorziening

-

172

0.10 - Mutaties reserves

-

2

BTW Totaal

385

-

3.113

3.113

Forensenbelasting Dit betreft de heffing op gemeubileerde woningen die beschikbaar worden gehouden door mensen die niet in de gemeente Epe wonen. De WOZ-waarde is de grondslag voor de heffing. Het tarief is een percentage van de waarde. Waardeontwikkelingen als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden

68

vereffend via het tarief. Er is een minimumtarief en een maximumtarief. Het minimumtarief stijgt met de indexatie. Het maximumtarief wordt conform bestaand beleid niet meer verhoogd. Precariobelasting Deze belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het gaat onder meer om (markt)standplaatsen, terrassen en uitstallingen. Toeristenbelasting Dit is de belasting op overnachtingen tegen betaling door niet-inwoners. In 2021 is na onderzoek besloten om de systematiek te wijzigen. Er wordt met ingang van 2022 onderscheid gemaakt tussen overnachting in een eigen kampeermiddel (laag tarief) en overige overnachtingen (regulier tarief). De opbrengst stijgt geïndexeerd en wordt aangepast als gevolg van areaalontwikkelingen. De opbrengststijging wordt gerealiseerd door het reguliere tarief jaarlijks te verhogen. Het lage tarief blijft € 1,00 totdat het reguliere tarief € 1,50 heeft bereikt. Dan wordt met de recreatiesector opnieuw de tariefontwikkeling besproken. Voor 2022 bedraagt het reguliere tarief € 1,15. Voor vaste standplaatsen van een maand of langer op campings gelden vaste tarieven. Begraafrechten Met deze heffing worden de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen gedekt. Er is een egalisatievoorziening waaruit de onderhoudskosten die in het verleden zijn afgekocht worden betaald.

De tarieven stijgen met de inflatie. Op begrotingsbasis vindt een onttrekking van € 65.000 aan de voorziening plaats. Onderzocht moet worden hoe groot deze voorziening zou moeten zijn, uitgaande van alle lopende verplichtingen. Van de lasten op het taakveld begraafplaatsen zijn de beleidsuren niet meegenomen. De baten op het taakveld begraafplaatsen betreft de afkoopsommen onderhoud en de overige eenmalige en jaarlijkse begraafrechten. De lasten zijn inclusief BTW geraamd. bedragen (x € 1.000) verhaalbare lasten

baten

7.5 - Begraafplaatsen

799

799

0.4 - Overhead

65

-

-

65

864

864

Taakveld

mutatie voorziening Totaal

Leges Leges betreffen vergoedingen voor allerlei gemeentelijke dienstverlening zoals vergunningen, paspoorten en trouwen. De meeste tarieven stijgen met de index. In bepaalde gevallen zijn er afwijkingen, zoals bij wettelijk voorgeschreven (maximum) tarieven. Bij de begroting 2017 zijn de achterliggende beleidskeuzes voor de diverse leges vastgelegd. 100% kostendekking is geen beleidsdoelstelling voor de leges. Er is geen beleid om te kruissubsidiëren tussen producten. Er wordt een tarief geïntroduceerd voor het op verzoek aanwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. In het verleden werd deze onder het kapstokartikel (vangnet) geschaard, maar gebleken is dat dat juridisch niet juist was. Naar verwachting treden 1 juli 2022 de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking. Deze is van grote invloed op lasten en baten uit legesheffing. Vanwege de onzekerheid omtrent de datum van inwerkingtreding - deze is al meerdere keren uitgesteld - is voor de lastenbatenopzet uitgegaan van de bestaande situatie. De op dit moment voorziene structurele gevolgen van de Ow en de Wkb zijn verwerkt. Op het moment dat duidelijk is wanneer deze wetten daadwerkelijk in werking treden, zullen nieuwe tarieven worden vastgesteld. Bij de bouwleges is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Het tarief bij bouwkosten boven de ca.

€ 5,3 miljoen loopt niet meer op om extreem hoge legesbedragen te voorkomen die niet meer in verhouding staan tot de te maken kosten. Gemiddeld genomen is er sprake van ‘subsidiëring’ van dure bouwwerken aan goedkope bouwwerken. In onderstaand overzicht wordt aangegeven in welke mate dat plaatsvindt.

69

Bouwkosten

% van totale lasten

% van totale opbrengst

< € 100.000

45%

21%

€ 100.000 - € 500.000

30%

54%

> € 500.000

25%

25%

Voor vooroverleg bij bouwaanvragen worden geen leges in rekening gebracht, omdat in de meeste gevallen vooroverleg uiteindelijk leidt tot een (betere) aanvraag. De gevallen waarin wel een bouwaanvraag wordt ingediend ‘subsidiëren’ de gevallen waarin vooroverleg niet leidt tot een bouwaanvraag. Duurzaam (ver)bouwen wordt gestimuleerd via lagere leges. De personeelslasten zijn op basis van een jaarlijkse uitvraag over de taakvelden verdeeld. De raming van de baten is geïndexeerd verhoogd, vanwege de onzekerheid die de Omgevingswet met zich meebrengt. Een raming op basis van aantal maal tarief is in deze situatie niet goed mogelijk. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de kostendekking per product. Product

kostendekking

Kopieën

100%

Product Reisdocumenten

kostendekking 94%

Huwelijken

99%

toezicht en handhaving openbare orde

79%

BRPverstrekkingen

69%

Kapvergunningen

32%

Rijbewijzen

87%

Bouwvergunningen

85%

Uit onderstaand overzicht voor de legesverordening in zijn geheel blijkt een kostendekking van 83%. bedragen (x € 1.000) verhaalbare lasten

baten

0.2 - Burgerzaken

271

373

1.2 - Openbare orde en veiligheid

32

52

5.7 - Openbaar groen

47

25

6.2 - Wijkteams

17

-

8.1 - Ruimtelijke ordening

13

-

8.3 - Wonen en bouwen

439

714

0.4 - Overhead

562

1

Taakveld

BTW Totaal

1.4

29

-

1.410

1.165

Kostendekking

Bij de toepasselijke heffingen zijn de lasten-batenoverzichten en specifieke beleidsuitgangspunten vermeld. Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, worden ook overheadkosten en BTW toegerekend. De methodiek van de toerekening van de overheadkosten is vastgelegd in de Financiële verordening 2017. De BTW is berekend als opslag over de ‘derdenkosten’. De afschrijvingslasten zijn ontstaan uit investeringen waarbij deels sprake is van derdenkosten. De BTW daarover is ook meegenomen.

1.5

Kwijtschelding

Voor rioolheffing van gebruikers is kwijtschelding mogelijk. Tevens is kwijtschelding mogelijk voor het vastrecht afvalstoffenheffing en voor het variabele tarief is kwijtschelding mogelijk tot maximaal € 68. De gederfde inkomsten worden gecompenseerd via het tarief van de betreffende heffing. Gemeenten mogen binnen de wettelijke kaders beperkt eigen beleid voeren. De raad van Epe heeft dit beleid vastgesteld en voert een zo ruim mogelijk kwijtscheldingsbeleid. Gemeenten krijgen met ingang van 1 januari 2022 de mogelijkheid om voor AOW-gerechtigden en volledig arbeidsongeschikten de vermogensnorm voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen met maximaal € 2.000 op te

70

hogen. Voorgesteld wordt om van die mogelijkheid gebruik te maken. De financiële effecten zijn op voorhand niet exact te berekenen, maar zijn naar verwachting beperkt. Voor zover mogelijk wordt geautomatiseerd kwijtschelding verleend op basis van reeds bekende gegevens.

1.6

Woonlasten

Beleid is dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Dit betreft de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Hieronder is de verwachte ontwikkeling van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens weergegeven. De landelijke gegevens komen uit de COELO-atlas. Voor de verwachte landelijke ontwikkeling is uitgegaan van de gemiddelde stijging van de afgelopen jaren (4,3%). Voor Epe is rekening gehouden met de tariefswijzigingen, een hogere aanbodfrequentie van restafval, een toename van het aantal panden en een woonlastenverlichting van € 50. 2022 is het laatste jaar waarin deze woonlastenverlichting wordt toegekend. De gemiddelde woonlasten stijgen van € 732 naar € 760.

71

2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2.1

Inleiding

Effecten van de Covid-19 uitbraak: In het voorjaar van 2020 zijn we geconfronteerd met het COVID-19 virus. Dat heeft op wereldwijde schaal grote gevolgen en daarmee ook voor de Nederlandse samenleving, de burgers en bedrijven in onze gemeente en de gemeentelijke organisatie. De coronacrisis die ontstaan is als gevolg van het virus, heeft een grote impact op de samenleving. De coronacrisis treft de zorg, de economie en het maatschappelijk leven en leidt tot tal van ongewenste maatschappelijke effecten. Diverse partijen, inwoners en gemeente hebben een rol in het beperken dan wel tegengaan van die ongewenste maatschappelijke effecten. Voor de gemeente geldt de vraag voor de komende periode waar zij zich in de bestrijding van die ongewenste effecten op zal richten. Dit in de veronderstelling dat de effecten van deze crisis nog wel enige tijd merkbaar blijven. In deze coronacrisis zijn drie fases te onderscheiden: acuut, overbrugging en herstel/stimuleren. De eerste acute fase vanaf maart 2020, waarin direct handelen centraal stond, is inmiddels afgerond. We bevinden ons nu in de overbruggingsfase. Het accent ligt in deze fase op het aanpassen aan de nieuwe situatie met de beperkende corona-maatregelen. Dan gaat het om tijdelijke en specifieke steunmaatregelen of om een basisniveau van voorzieningen in stand te houden voor herstel.

Na deze fase gaat de herstel- en stimuleringsfase meer naar maatregelen gericht op opbouw en stimuleren als gevolg van de economische recessie die uit de coronacrisis volgt. De effecten van de coronacrisis overstijgen het lokale niveau. Gemeenten krijgen te maken met stijgende kosten en daling van verschillende inkomsten, waarvan zij de gevolgen niet alleen kunnen dragen. Het Rijk en ook de provincie hebben diverse compensatiemaatregelen bekend gemaakt en reeds ingezet. Partijen hebben of krijgen nu scherper in beeld wat de impact van deze crisis bij hen is. Belangrijk is richting te geven in de gemeentelijke aanpak van de ongewenste maatschappelijke effecten. De komende tijd blijft de impact van de coronacrisis op de lokale situatie met daarbij nog onvoorspelbare ontwikkelingen. In de begroting 2022-2025 is rekening gehouden met de verwachte hogere uitgaven als gevolg van de coronacrisis. In februari 2021 heeft de gemeenteraad hiertoe een beleidskader vastgesteld dat zich richt op de overbruggings- en herstel- en stimuleringsfase (2021-2022). In de begroting voor 2022 zijn uitgaven opgenomen voor overbrugging en herstel (€ 1.397.500) en stimulering (€ 1.435.000). Een verdere toelichting is te vinden in Paragraaf 9: Covid-19. Algemeen Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces.

Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren. Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico manifest wordt is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed. Gezien de toename van de onzekerheden is (de norm voor) de algemene reserve verhoogd naar € 2,5 mln. waardoor het eigen vermogen en de weerstandscapaciteit van de gemeente zijn versterkt. De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen: 1. Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. 2. Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente.

72

Schematisch ziet dat er als volgt uit:

2.2

Beleidskaders

In 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en het weerstandsvermogen. De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd: a. het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd. b. de risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting. c. de weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien. d. de ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1). e. de verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1).

2.3

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien. De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven. Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit

2022

karakter

Algemene reserve

2.200

incidenteel

4

incidenteel

90

incidenteel

Begrotingsruimte 2022 Onvoorzien 2022 Totaal

2.294

De stand van de algemene reserve op 1 januari 2022 bedraagt € 2,2 miljoen. Dit is lager dan het minimale bedrag van € 2,5 mln. In de huidige begroting is een toevoeging aan de algemene reserve

73

voorzien waarmee deze weer op het minimaal vereiste niveau komt. Voor de weerstandscapaciteit is

op 1 januari 2022 € 2,2 miljoen beschikbaar in de algemene reserve. 2.4

Risico’s

Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd. Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd. De grootste risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet.

Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd. Risicokaart (op basis van restrisico's)

Toelichting risico’s Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken daarvan benoemd. Corona en Economische crisis Zoals in de inleiding bij deze paragraaf geschreven heeft de Corona crisis en de daarna verwachte economische crisis grote gevolgen op het maatschappelijk vlak in de gemeente maar ook op de gemeentefinanciën.

Risico kenmerken Kansklasse: Zeer Groot Effectklasse na maatregel: onbekend Restrisico: onbekend

74

De gemeente voert een continue monitor uit op de ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven (incidenteel en structureel) als gevolg van de Coronacrisis. Met de in de vorige begroting opgebouwde en in deze begroting ingezette financiële buffers wil de gemeente zo veel mogelijk de effecten van de Coronacrisis opvangen en mogelijkheden creëren voor herstel en stimulering. Hiermee wordt ook ingespeeld op de verwachte druk op de gemeentefinanciën. Deze aanpak is conform het gemeentelijk risicomanagement waarbij voor risico's die zich met grote zekerheid zullen voordoen risicoreserves worden gevormd om het effect op de reguliere bedrijfsvoering van de gemeente zo veel mogelijk te reduceren. Sociaal Domein De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein verstrekt het Rijk via de algemene uitkeringen en integratie-uitkeringen. De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden zowel beleidsmatig als in de uitvoering en/of op het financiële vlak. Verder kunnen tegenvallers (incidenteel) worden opgevangen door de reserve risico’s sociaal domein.

Omdat de begroting inmiddels redelijk goed kan worden opgebouwd vanuit de ervaringscijfers (reële raming), is de norm voor de hoogte van de reserve in de begroting 2021 bijgesteld naar 5% van de begrotingsomvang voor 3 jaar (was 7,5%). Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Paragraaf 9 Sociaal Domein. Grondexploitatie De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend. Hiermee worden de risico's voor de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.

Verbonden partijen (excl. Lucrato) De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen. Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen. Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden. Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente bestuurlijk zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie. Lucrato Lucrato voert de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) uit voor de in Lucrato participerende gemeenten: Epe, Apeldoorn en Heerde.

Daarnaast biedt Lucrato in opdracht van de gemeenten dienstverlening aan mensen die onder de Participatiewet vallen en een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt (tot 1 jaar) hebben. De deelnemende gemeenten kunnen ook aanvullende dienstverlening bij Lucrato inkopen voor de doelgroep die vanuit de gemeenten wordt bediend: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt langer dan een jaar of mensen uit de doelgroep participatie. Uit de vastgestelde Meerjarenbegroting 2022-2025 van Werkbedrijf Lucrato blijkt dat het financiële eindresultaat voor de komende jaren negatief is begroot. De bezuinigingen van het Rijk en de stijgende gemiddelde

Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel / Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: onbekend

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 262.300 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 52.000

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen

75

loonkosten per SW-medewerker hebben een negatief subsidieresultaat tot gevolg. Het macrobudget voor de Rijksbijdrage Wsw staat voor de komende jaren vast en wordt alleen nog aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling. Lucrato heeft beheersmaatregelen opgesteld die moeten leiden tot een reductie van het begrote negatieve bedrijfsresultaat waardoor de tekorten zoveel mogelijk beperkt zullen worden. Het aandeel van de gemeente Epe voor het tekort van Lucrato is opgenomen in de begroting 2022 en de verdere jaren voor een bedrag van € 100.000. In 2019 is gemeentelijk beleid gemaakt om zo de taakstelling binnen de gebundelde uitkering te kunnen compenseren. De afgelopen jaren heeft dit beleid effect gehad wat zorgt dat de extra financiële bijdrage van de gemeente aan Lucrato kan worden opgevangen binnen de gebundelde uitkeringen. Juridische risico's en aansprakelijkheid De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn. 1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie. 2.

Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.). Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen. Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen. Financiële claims: Op dit moment loopt er een schadeclaim en een schadestaatprocedure bij de rechtbank.

Voor de eventuele financiële gevolgen van de schadestaatprocedure heeft de gemeente, conform het beleid, risico reserveringen getroffen. Borg en garantstellingen De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (bijna € 112 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn. Algemene uitkering Er lopen momenteel 2 trajecten in het kader van de herziening van de algemene uitkering. Het betreft de herverdeling van het klassieke en sociaal domein.

Het rijk heeft eind januari 2021 inzage gegeven in de nieuwe verdeelvoorstellen. Deze voorstellen vallen minder nadelig uit voor Epe dan verwacht werd bij het opstellen van de begroting 2021-2024. Echter het betreft een voorlopige verdeling. Het advies van het ROB heeft geleid tot

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 475.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risicokarakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 177.000

Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer groot Restrisico: € 1.056.000 Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 211.000

Risico kenmerken Kansklasse: Zeer groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel

76

een aangepaste versie van het verdeelvoorstel. Deze valt iets ongunstiger uit voor Epe. Het voorlopige herverdeeleffect bedraagt € 5 per inwoner (nadelig). In oktober volgt een advies het ROB. Daarna zal de VNG in november haar bevindingen geven en zullen de cijfers doorgerekend worden naar 2023. Daarnaast speelt de onzekerheid ten aanzien van het structurele karakter (vanaf 2023) van de aanvullende uitkering van het rijk voor de stijging van de jeugdzorgkosten. Een extern onderzoek naar de toereikendheid van het jeugdbudget is inmiddels afgerond. De uitkomsten zijn vanaf 2023 voor 75% in de begroting verwerkt. Voor beide onderwerpen zal de definitieve besluitvorming pas plaatsvinden door de nieuwe regering. In de meicirculaire 2022 zullen de definitieve effecten/uitwerking bekend worden gemaakt. Voor de risico’s is in de begroting 2022-2025 rekening gehouden met een daling van de algemene uitkering met € 10 per inwoner. Uitkering inkomensvoorziening Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigd de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz. In hoeverre de gemeente uit komt met deze middelen is afhankelijk van o.a.

de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden. In 2019 en 2020 is extra ingezet op het voorkomen van instroom en het stimuleren van uitstroom van uitkeringsgerechtigden. In de begroting wordt voorgesteld om een deel van deze extra inzet voort te zetten. Dit met als doel om de huidige situatie vast te houden of verder uit te bouwen. Het huidige voordeel dat hierdoor is ontstaan, moeten de tekorten op de Sociale Werkvoorziening (deels) opvangen. De Corona- en de daaropvolgende verwachte economische crisis heeft op dit werkveld waarschijnlijk grote gevolgen. Deze gevolgen zijn in 2020 en 2021 nog niet zichtbaar. Met de reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen. Organisatie - Personeel Een risico dat altijd aanwezig is, is het onverwacht wegvallen van personeel op (kritische) functies door langdurige ziekte, (gedwongen) vertrek van medewerkers en bovenformatief personeel. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn.

Voor het opvangen van bekende bestaande situaties van langdurige ziekte, bovenformatief personeel en vertrek van medewerkers is een reserve gevormd die incidenteel deze uitgaven opvangt. De afgelopen jaren is bij de voortgangsrapportages gebleken dat met het risico in toenemende mate aanzienlijke bedragen gemoeid zijn. Hiervoor was tot nu toe geen structureel bedrag in de begroting beschikbaar. Binnen de nieuwe meerjarenbegroting (budgetprognose) is vanaf 2023 een structureel bedrag opgenomen waarmee (gezien de uitgaven in de afgelopen jaren) een deel van het risico kan worden opgevangen. Het risico kan niet worden opgeheven, want de uitgaven blijven afhankelijk van de mate waarin zich situaties van langdurige ziekte en (gedwongen) vertrek van medewerkers voordoen. De komende jaren zal worden bezien in hoeverre het structurele bedrag bijstelling behoeft. Omgevingswet De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging treden 1 juli 2022 in werking en hebben gevolgen voor de gemeentelijke organisatie en de daarmee samenhangende financiële middelen. Naar aanleiding daarvan is het 'Programma Omgevingswet' ingericht voor de implementatie van deze wetten.

Het gaat dan zowel om de inhoud van de (fors gewijzigde) regelgeving, als ook de ondersteuning daarvoor; digitale ondersteuning, werkwijzen en processen die moeten worden aangepast en dienstverlening en participatie gericht op houding, gedrag en communicatie. De invoeringskosten van deze wetten zijn geraamd in de begroting. Er is een inschatting gemaakt van de structurele (financiële) effecten. Deze zijn becijferd op € 137.000 per (heel) jaar. In de jaren 2022 tot en met 2025 kunnen deze naar verwachting gedekt worden uit de risico/egalisatie reserve voor de invoering van de Omgevingswet. Vanaf 2026 ontstaat een structureel tekort van € 137.000. Een en ander is afhankelijk van nog te maken keuzes omtrent de inrichting van onder meer dienstverleningsniveau,

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen

Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico in 2022: € 325.000 Ontwikkeling risico: Toegenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 195.000

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico: € 184.500 Ontwikkeling risico: Toegenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: € 74.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10660369/1