348922 Bijlagen toelichting Bijlage 7 Bomen Effect Analyse
Tekst van het document
Boom Effect Analyse Hoge Weerd-Ibbeltje Epe
Colofon Opdrachtgever Gemeente Epe Marktplein 1 8160 AP Epe Contactpersoon Functie Website Telefoon E-mail Opdrachtnemer Tree-o-logic Westenengerdijk 11 6732 GP Harskamp Website Telefoon E-mail Projectreferentie Auteur(s) Versie Datum
Mevr. L. (Linda) Brouwer Beleidsontwikkelaar Ruimtelijke Ordening www.epe.nl 140578 linda.brouwer@epe.nl
www.treeologic.nl (0318)479166 info@treeologic.nl
dhr. K. (Kees) Flier (ETT) 2.0 27 januari 2021
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Projectgegevens ..................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................... 4 1.2
Doelstelling en onderzoeksvraag ........................................................................................... 4
1.3
Projectplan en situatie ............................................................................................................. 4
1.4
Werkwijze .................................................................................................................................... 4
Boomkwaliteit ........................................................................................................................ 6 2.1 Sortimentverdeling en stamdiameter ................................................................................... 6 2.2
Bijzondere boomwaarde/beleidsstatus ............................................................................... 6
2.3
Conditie ........................................................................................................................................ 7
2.4
Gebreken ...................................................................................................................................... 7
2.5
Toekomstverwachting .............................................................................................................. 8
2.6
Conclusie boomkwaliteit .......................................................................................................... 9
Projectinvloed ...................................................................................................................... 10 3.1 Werkzaamheden ...................................................................................................................... 10 3.2
Wortelschade ........................................................................................................................... 10
3.3
Kroon, stam- en stamvoetschade ........................................................................................ 11
3.4
Verdichting en bodemschade ............................................................................................... 12
3.5
Voorlopige conclusie projectinvloed ................................................................................. 12
3.6
Groeiplaatsbeoordeling ......................................................................................................... 13
BEA-advies ............................................................................................................................ 15 4.1 Conclusie BEA-advies ............................................................................................................. 15 4.2
Geen maatregelen/randvoorwaarden (++) ...................................................................... 15
4.3
Beperkte maatregelen/randvoorwaarden (+) ................................................................. 15
4.4
Specifieke maatregelen/randvoorwaarden (-) ................................................................ 16
4.5
Ingrijpende maatregelen of planaanpassing ( --) ............................................................ 16
4.6
Fatale belemmering (X) ......................................................................................................... 17
4.7
Algemene randvoorwaarden ................................................................................................ 17
5 Bomenbalans ........................................................................................................................ 18 Bijlage A. Overzichtskaart boomnummers............................................................................ 19 Bijlage B. Bomenlijst .................................................................................................................. 20 Bijlage C. Overzichtskaart locatie proefsleuven .................................................................. 24 Bijlage D. Resultaten proefsleuven ......................................................................................... 25 Bijlage E. Overzichtskaart BEA-advies ................................................................................... 29 Bijlage F. Bomenposter ‘Werken rond bomen’ ..................................................................... 30 Separate bijlagen: buffers minimale graafafstand
.shp
Pagina 3 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
1 Projectgegevens 1.1 Aanleiding
Aanleiding voor het uitvoeren van deze Bomen Effect analyse (hierna: BEA) zijn de voorgenomen plannen om op de locatie van de voormalige Hoge Weerdschool een appartementencomplex en woningen te realiseren. De voormalige kleuterschool ‘Ibbeltje’ wat een gemeentelijk monument is, wordt getransformeerd naar woonruimte.
1.2 Doelstelling en onderzoeksvraag Het doel van de BEA is het bepalen van de gevolgen van de ontwikkelingen voor de duurzame instandhouding van de bomen. De hoofdvraag die in de BEA centraal staat luidt: “kunnen de bomen in het projectgebied, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, in de huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?”
1.3 Projectplan en situatie Gemeente Epe is opdrachtgever voor de ontwikkeling en heeft opdracht gegeven voor deze BEA. In opdracht van de gemeente heeft ingenieursbureau Aveco de Bondt een voorlopig ontwerp (hierna: VO) opgesteld voor de locatie Hoge Weerdschool (afb. 1). Voor de locatie Ibbeltje is een schetsontwerp gemaakt (afb 2). De volgende ontwikkelingen worden beoogd: realisatie van 24 sociale huurwoningen/appartementen; realisatie van 4 twee-onder-een-kapwoningen; transformatie van de kleuterschool ‘Ibbeltje’ naar 3 woningen/appartementen; aanbrengen onder- en bovengrondse infrastructuur; aanleg groenvakken en gazons;
afb. 1: voorlopig ontwerp terrein Hoge Weerdschool
Pagina 4 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
afb 2: schetsontwerp Ibbeltje
1.4 Werkwijze Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd. Deze zijn hieronder benoemd, met daarbij in welk hoofdstuk dit is beschreven: hoofdstuk 2 - inventarisatie van de 39 bomen en beoordeling van de huidige kwaliteit van de bomen door middel van een visuele boomveiligheidscontrole (BVC) op gebreken en de toekomstverwachting; hoofdstuk 3 – beoordeling van de invloed van de werkzaamheden op basis van het ontwerp en onderzoek naar de groeiplaats, bodemopbouw en beworteling. Op basis daarvan een beoordeling van de boven- en ondergrondse projectinvloed; hoofdstuk 4 – BEA-advies met daarbij de conclusie waarin antwoord is gegeven op de onderzoeksvraag. Bij deze conclusie zijn alle benodigde randvoorwaarden, boombeschermende maatregelen en eventuele andere aandachtspunten en vragen meegenomen; hoofdstuk 5 – als afsluiting is een Bomenbalans opgenomen met daarin een samenvatting van de BEA; bijlagen – hier is alle relevante informatie opgenomen die te omvangrijk of gedetailleerd is voor de rapportage zelf. Indien nodig zijn de bijlagen separaat aangeleverd.
Pagina 5 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
2 Boomkwaliteit Bij de inventarisatie zijn binnen het projectgebied alle bomen opgenomen die binnen de invloedsfeer van de ontwikkelingen staan. Tevens een aantal bomen die dicht bij het projectgebied staan en mogelijk invloed ondervinden van de ontwikkelingen. Het betreft 39 bomen, waarvan 2 bomen tijdens de opname niet meer aanwezig bleken te zijn en van 1 boom resteert alleen de stobbe. In de diverse tabellen zijn deze bomen als N.v.t./onbekend/niet aanwezig geregistreerd. De bomen zijn geïnventariseerd op diverse standaardkenmerken, zoals boomsoort, hoogte en stamdiameter. Daarnaast zijn de bomen geïnspecteerd (visuele beoordeling/BVC) op gebreken, conditie en toekomstverwachting. Op de Overzichtskaart boomnummers (bijlage A) zijn de bomen zichtbaar. De nummering correspondeert met de gegevens per boom uit de Bomenlijst (bijlage B). De nummering loopt door tot boomnummer 42, terwijl maar 39 bomen geïnventariseerd zijn. Dit komt doordat 3 bomen (14, 16, 40) die op de kaart al aangegeven en genummerd waren, er in werkelijkheid niet meer stonden.
2.1 Sortimentverdeling en stamdiameter De boomsoort die het meest voorkomt is de Hollandse iep. Deze volwassen bomen staan langs de Hoge Weerd. Verder staan er op het terrein voornamelijk esdoorns, diverse soorten eiken en kastanjebomen, 3 elzen een ruwe berk en een meerstammige kornoelje. tabel 1: sortimentsverdeling en stamdiameter
Boomsoort en diameterklasse Acer platanoides Acer pseudoplatanus Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum 'Baumannii' Aesculus x carnea Alnus incana Betula pendula Cornus mas Onbekend/niet aanwezig Quercus cerris Quercus frainetto Quercus palustris Quercus robur Ulmus x hollandica 'Vegeta' Eindtotaal soort
< 20 cm
20 tot 30 cm
50 tot 70 cm
4
1 2
1 6
1
1
2
N.v.t.
1 3 3
2 1
3 1 2 1 1
1
2
8
1 12
1 7 13
1
1
Eindtotaal soorten
1 4 3 2 1
1
2.2 Bijzondere boomwaarde/beleidsstatus
Pagina 6 van 30
70 tot 90 cm
90 tot 125 cm
30 tot 50 cm
3
3 1 2 1 4 8 39
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 Indien sprake is van een bijzondere boomwaarde weegt het belang tot behoud van deze bomen extra zwaar. De beleidsstatus van de bomen is ingedeeld op basis van de indeling van Handboek Bomen (16.17. Overzicht beleidsstatus, Handboek Bomen 2018 ). De beleidsstatus van de bomen is niet bekend waardoor de Hollandse iepen langs de Hoge Weerd ingedeeld zijn in beleidsstatus II en de overige bomen in beleidsstatus III (bijlage B). tabel 2: beleidsstatus
Boomsoort/beleidsstatus
Status I
Status II
Acer platanoides Acer pseudoplatanus Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum 'Baumannii' Aesculus x carnea Alnus incana Betula pendula Cornus mas Onbekend/niet aanwezig Quercus cerris Quercus frainetto Quercus palustris Quercus robur Ulmus x hollandica 'Vegeta' Eindtotaal soort
Status III
Status IV 1 6 2 1 4 3 2 1 3 1 2 2 4
8 8
31
Onderstaand zijn de vier categorieën uit de tabel uitgewerkt : beleidsstatus I: Bomen met status ‘monumentaal ’; beleidsstatus II: Bomen met status ‘toekomstboom’, bomen in een hoofdstructuur; beleidsstatus III: Bomen zonder specifieke status, functionele laan- en parkbomen; beleidsstatus IV: Bomen zonder specifieke status met een (ver)korte omloop (tot circa 20 jaar) en bomen van de 3 e grootte.
2.3 Conditie De conditie is de huidige gezondheidstoestand van de boom. Deze is beoordeeld aan de hand van de scheutlengte en kroonstructuur. De conditie is onderverdeeld in klassen voldoende, onvoldoende, slecht en zeer slecht (dood). Conditie Binnen deze BEA komen voornamelijk de klassen goed en voldoende voor, zie afb. . 1 3
13 bomen hebben een goede conditie, 19 bomen hebben een voldoende conditie, 3 bomen hebben een onvoldoende conditie, deze vertonen weinig tot geen groei. 1 boom heeft een slechte conditie, dit betreft boomnummer 18 een roodbloeiende paardenkastanje.
3
13
19
Goed
Voldoende
Onvoldoende
Slecht
N.v.t.
afb. 3: verdeling conditie
2.4 Gebreken
Pagina 7 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 Tijdens de opname zijn enkele gebreken geconstateerd, zie tabel 3. Eén boom kan meerdere gebreken vertonen. De bomen met grof dood hout (6, 22) moeten worden gesnoeid. Bomen met een slechte conditie, beschadigde wortels en/of een (nog geringe) aantasting door bijvoorbeeld Kastanjebloedingsziekte of een parasitaire schimmel/zwam (18, 26, 27, 33, 36, 37) worden doorgaans gehandhaafd als attentieboom. tabel 3: gebreken
Gebrek/locatie Grof dood hout Kastanjebloedingsziekte Afstervingsverschijnselen (Onbekend) vruchtlichaam Wortelbeschadiging oppervlakkig Geen
Kroon
Stam
Stamvoet
Maaiveld
2 2 1 2 36
37
37
2 37
2.5 Toekomstverwachting De toekomstverwachting is bepaald op basis van conditie en eventuele gebreken of ziektes, in relatie tot de boomsoort. De toekomstverwachting is verdeeld in klassen . Binnen deze BEA komen voornamelijk de klassen > 15 jaar en 5-15 jaar voor, zie afb. . 16 bomen hebben een toekomstverwachting van >15 jaar. 15 bomen hebben een verminderde toekomstverwachting van 10-15 jaar. 3 bomen hebben een toekomstverwachting van 5-10 jaar en 2 bomen een toekomstverwachting van 1-5 jaar.
Toekomstverwachting 3
2 3
16
15
De toekomstverwachting van een boom kan verhoogd worden door bijvoorbeeld de > 15 jaar 10 - 15 jaar 5 - 10 jaar 1 - 5 jaar N.v.t. groeiplaatsomstandigheden te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld bij de moseik (26) door de verharding binnen de kroonprojectie te afb. 4: verdeling toekomstverwachting verwijderen, zoals beoogd wordt volgens het schetsontwerp. Als verharding plaats maakt voor bijvoorbeeld heesters of bodembedekkers, kan hemelwater binnen gemakkelijker infiltreren. Ook wordt afgevallen blad materiaal zo vastgelegd en kan, na afbraak, inspoelen in de ondergrond. Hiermee wordt het organische stof gehalte verhoogt, vocht en voedingsstoffen beter vastgehouden beschikbaar voor de boom.
Pagina 8 van 30
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
2.6 Conclusie boomkwaliteit Op basis van voorgaande paragrafen is een conclusie getrokken ten aanzien van de boomkwaliteit. Centrale vraag daarbij is: “is de boom boomtechnisch geschikt voor duurzame handhaving en heeft de boom een bijzondere boomwaarde?” De boomkwaliteit is ingedeeld aan de hand van vijf categorieën (16.13. Overzicht boomkwaliteit, Handboek Bomen 2018) en is onderverdeeld per boomsoort, zie tabel 4. De score per boom is opgenomen in de Bomenlijst. tabel 4: matrix boomkwaliteit
Boomkwaliteit/soort Acer platanoides Acer pseudoplatanus Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum 'Baumannii' Aesculus x carnea Alnus incana Betula pendula Cornus mas Onbekend/niet aanwezig Quercus cerris Quercus frainetto Quercus palustris Quercus robur Ulmus x hollandica 'Vegeta' Totaal
++
+
-
1 5 1 1
--
X
1 1
3 3
1
2 1 3 1 2 1 2 5 17
2 1 13
2 5
1
3
Onderstaand zijn de categorieën uit de matrix uitgewerkt: 17 bomen hebben de score goed (++). Deze bomen hebben geen boomtechnische beperkingen. Er kan wel een tijdelijk gebrek, bijvoorbeeld dood hout, aanwezig zijn. Dit heeft echter geen invloed op de toekomstverwachting; 13 bomen hebben score voldoende (+). Deze bomen laten een afnemende groei zien en hebben beperkte boomtechnische beperkingen die eenvoudig te verhelpen zijn, zoals dood hout of loshangende takken; 5 bomen hebben de score onvoldoende (-). Deze bomen hebben doorgaans een toekomstverwachting van 5-15 jaar vanwege beperkingen die de toekomstverwachting negatief beïnvloeden, zoals een onvoldoende conditie of een gebrek, maar de beperkingen zijn NIET zodanig dat duurzame handhaving op voorhand onmogelijk is ; 1 boom heeft de score slecht (--). Deze boom heeft een toekomstverwachting <5 jaar vanwege aanzienlijke boomtechnische beperkingen zoals een gebrek dat normaliter leidt tot een attentieboom of een slechte conditie; 3 bomen hebben de score zeer slecht (X). Deze bomen hebben normaliter fatale beperkingen, waardoor deze gerooid worden. In de bovenstaande tabel betreffen dit de niet aanwezige bomen.
Pagina 9 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
3 Projectinvloed In dit deel is de invloed van het project op het duurzaam voortbestaan van de bomen uitgewerkt. De vraagstelling daarbij luidt als volgt: “wat is de verwachte projectinvloed in relatie tot de duurzame handhaving van de boom?”
3.1 Werkzaamheden In beginsel betreft het onderzoek alle werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone. De kwetsbare boomzone is de zone direct rond de boom tot 1,5 m buiten de kroonprojectie, zie afb. . Binnen de kwetsbare boomzone worden diverse werkzaamheden uitgevoerd, zie paragraaf 1.3. Het onderzoek naar de projectinvloed concentreert zich op de boven- en ondergrondse gevolgen van de werkzaamheden. Daarbij is een voorlopige beoordeling gedaan van de belemmerende invloed van de werkzaamheden op de bomen. De invloed is onderscheiden op basis van het schaderisico: wortelschade (paragraaf 3.2); kroon-, stam- en stamvoetschade (paragraaf 3.3); bodemschade/verdichting (paragraaf 3.4).
afb. 5: schematische weergave kwetsbare
De verwachte invloed van de werkzaamheden be- boomzone (2.16. Kwetsbare boomzone, Handboek Bomen 2018) paalt de score bij de ‘voorlopige conclusie projectinvloed’ in paragraaf 3.5.
3.2 Wortelschade Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen de wortels van de bomen beschadigen. Een boom in goede conditie kan een verlies tot 20% van zijn wortelpakket buiten de zogenaamde stabiliteitszone verdragen. De theoretische norm voor minimale graafafstanden, gerekend vanuit het hart van de stamvoet, is afhankelijk van de stamdiameter en kroonontwikkeling, zie afb. . Deze minimale graafafstanden zijn een richtlijn. In specifieke gevallen en na het uitvoeren van gericht onderzoek moet deze richtlijn regelmatig worden bijgesteld.
afb. 6: leidraad minimale graafafstanden (2.50. overzicht minimale graafafstanden, Handboek Bomen 2018)
Pagina 10 van 30
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
3.2.1
Ontgraven ten behoeve van funderingen
Voor het realiseren van funderingen voor gebouwen, worden delen van het projectgebied ontgraven. Daarbij wordt bij een aantal bomen de minimale graafafstand overschreden of staan deze midden in de ontgraving, zie afb. 7. Als bij de werkzaamheden de minimale graafafstand wordt of overschreden, wordt op voorhand aanzienlijk belemmerende invloed verwacht. Als bomen binnen een te ontgraven afb. 7: voorbeeld van een situatie waarbij de bomen gebied staan is de invloed op voorhand vanwege het ontgraven niet te handhaven zijn fataal.
3.2.2 Aanleggen nutstracé en riool Binnen het projectgebied wordt een nutstracé aangelegd. Voor het aanleggen van het tracé moet worden gegraven. De sleufbreedte voor bijvoorbeeld het riool, is afhankelijk van de beoogde liggingsdiepte. Aangezien de ligging van het riool en de andere kabels en leidingen nog niet bekend is, kan op voorhand niet worden bepaald of er sprake is van belemmerende invloed. Als bij de werkzaamheden de minimale graafafstand wordt benaderd of overschreden, wordt op voorhand aanzienlijk belemmerende invloed verwacht .
3.2.3 Aanleggen verharding Binnen het projectgebied wordt verharding aangebracht voor het ontsluiten van het terrein en de aanleg van parkeerruimte en verharde paden achter tuinen. Daarbij wordt bij een aantal bomen de minimale graafafstand benaderd of overschreden. Als bij de werkzaamheden de minimale graafafstand wordt benaderd of overschreden, wordt op voorhand aanzienlijk belemmerende invloed verwacht.
afb.8: situatie waarbij de minimale graafafstand wordt benaderd of overschreden
3.3 Kroon, stam- en stamvoetschade Bovengrondse werkzaamheden, met name met machines, kunnen leiden tot schade aan de kroon, stam en/of stamvoet (boomschades). Dit geldt ook voor benodigde transportbewegingen bij aan- en afvoer van materialen. Boomschades kunnen leiden tot een (tijdelijke) verzwakking van de boom, waardoor deze vatbaarder wordt voor parasitaire aantastingen. In sommige gevallen leidt dit tot een verkorting van de toekomstverwachting. Vanwege de werkzaamheden die op meerdere locaties binnen het projectgebied tot op kleine afstand van de bomen plaatsvinden is de kans op schade groot. Daarom wordt op voorhand bij alle bomen waarbij binnen de kwetsbare boomzone wordt gewerkt, belemmerende invloed verwacht.
Pagina 11 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
3.4 Verdichting en bodemschade Opslag van materieel en materiaal kan leiden tot verdichting en schade aan de bodem. Ook tijdens de werkzaamheden met zwaar materieel kan daar sprake van zijn. Wanneer deze verdichting plaatsvindt op onverhard of half verhard terrein, binnen de kroon projectie van bomen, kan dit leiden tot (ernstige) verstoring van de lucht - en waterhuishouding. De conditie en toekomstverwachting van de bomen kan daardoor sterk afnemen. Het risico is aanwezig dat er transportbewegingen of (tijdelijke) opslag van materi aal en materieel plaatsvinden binnen de kwetsbare boomzone. Voor alle bomen geldt dat opslag van materieel en materiaal binnen de kroonprojectie in meer of mindere mate een risico vormt en dus vermeden moet worden. Op voorhand wordt bij de bomen direct rond de te bouwen woningen, de aan te leggen verharding en kabels en leidingen, beperkt belemmerende invloed verwacht.
3.5 Voorlopige conclusie projectinvloed Op basis van de leidraad minimale graafafstanden in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden is een voorlopige conclusie getrokken t.a.v. de projectinvloed, zie tabel 5. De projectinvloed per boom is opgenomen in de Bomenlijst (bijlage B). tabel 5: matrix projectinvloed
projectinvloed/soort Acer platanoides Acer pseudoplatanus Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum 'Baumannii' Aesculus x carnea Alnus incana Betula pendula Cornus mas Onbekend/niet aanwezig Quercus cerris Quercus frainetto Quercus palustris Quercus robur Ulmus x hollandica 'Vegeta' Totaal
++
+
-
1
-1 1
X 1 2
3
1 1 1
3 1
1
1 1 1 1
4
6
1
8 10
2 1 1 3
2 7
12
De voorlopige conclusie m.b.t. de projectinvloed luidt: bij 10 bomen is geen sprake van belemmerende invloed. Er vinden geen werkzaamheden plaats binnen de kwetsbare boomzone; bij 4 bomen is sprake van beperkte belemmerende invloed (+). Het betreft hier bomen waarbij werkzaamheden plaatsvinden binnen de kwetsbare boomzone; bij 6 bomen is sprake van belemmerende invloed (-). Het betreft hier bomen waarbij de graafwerkzaamheden net buiten de minimale graafafstand plaatsvinden, of waarbij intensief gewerkt wordt binnen de kwetsbare boomzone; bij 7 bomen is sprake van aanzienlijk belemmerende invloed (--). Het betreft hier bomen waarbij de (graaf)werkzaamheden binnen de minimale graafafstand plaatsvinden ;
Pagina 12 van 30
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
bij 9 bomen is de projectinvloed fataal. Daarnaast zijn 2 bomen niet meer aanwezig en van 1 boom resteert alleen de stobbe nog (X). De 9 bomen zijn niet te behouden vanwege de werkzaamheden, de bomen komen ‘middenin’ bebouwing of verharding te staan en een aantal waren op het ontwerp al aangegeven als ‘te verwijderen boom’. Boomnummer 15 een jonge recent aangeplante zomereik kan verplant worden en zo behouden blijven.
3.6 Groeiplaatsbeoordeling Het komt regelmatig voor dat de beworteling in de praktijk niet overeenkomt met de (theoretische) leidraad minimale graafafstanden. De minimale theoretische graafafstand wordt een aantal bomen overschreden en daarom is het van belang de groeiplaats in het veld te beoordelen en de score uit paragraaf 3.5 te toetsen. Dit onderzoek kan leiden tot de conclusie dat mogelijk meer of juist minder bomen gehandhaafd blijven dan op voorhand is ingeschat. Het aantal gemaakte proefsleuven geeft een representatief beeld voor het gehele project.
3.6.1 Werkwijze De groeiplaatsbeoordeling bestaat uit het graven van proefsleuven om het wortelprofiel inzichtelijk te maken. De proefsleuven zijn indien mogelijk op de theoretische graafafstand van de bomen gegraven. Afhankelijk van de uitkomsten na het graven van de proefsleuven kan de graafafstand nog worden aangepast. De locatie van de proefsleuven is weergegeven op de ‘Overzichtskaart locatie proefsleuven’ (bijlage C).
3.6.2 Resultaten In totaal zijn er 4 proefsleuven gemaakt bij 4 bomen. Ten behoeve van de leesbaarheid van de rapportage zijn de resultaten van opgenomen als bijlage D. De belangrijkste resultaten zijn hieronder samengevat: uit proefsleuf 1 op 1.75 m vanuit het hart van boom 6 blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit een laagje humeus zand, daarna 10 cm (oud) cunetzand en daarna uit matig humeus zand. Op -30 cm is een enkele wortel van 3 cm aangetroffen en op -40 cm een wortel van 5 cm. Vanaf -40 cm komen meerdere wortels voor met diameters tot 1 cm en is de beworteling matig intensief; uit proefsleuf 2 op 1.75 m vanuit het hart van boom 25 blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit matig humeuze zandgrond. Op – 10 cm diepte zijn resten een forse afgestorven wortel zichtbaar en een levende wortel met een diameter van 2 cm. Op – 50 cm diepte is een wortel van 8 cm diameter aangetroffen die zich op dit punt in tweeën splitst; uit proefsleuf 3 op 3 meter vanuit het hart van boom 24 blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit matig humeuze zandgrond. Op – 20 cm is een wortelknoop met een diameter van 2 cm aangetroffen en op – 50 cm komen meerdere wortels voor met diameters tot 3 cm; uit proefsleuf 4 op 1.50 m vanuit het hart van boom 20 blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit matig humeuze zandgrond.
Op – 30 en dieper is de beworteling intensief met diameters tot 5 cm; In de proefsleuven is geen grondwater aangetroffen. Het grondwater bevindt zich, op basis van monitoringen van DINOloket 1, op ca. 3 meter onder maaiveld. Voor een aantal bomen binnen het projectgebied zal dit betekenen dat het grondwater voor hun wortels niet te bereiken is, waardoor sprake is van een hangwaterprofiel. Een aantal bomen, zoals de eiken is 1 afkomstig van peilbuis op kruising Bloemstraat-Heuvellaan. Peilbuis ca. 200 meter verwijderd
van projectgebied. Geraadpleegd op: https://www.dinoloket.nl/
Pagina 13 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 in staat met hun wortels het grondwater te bereiken, hier spreekt men over een grondwatercontactprofiel.
Pagina 14 van 30
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
4 BEA-advies In dit hoofdstuk is het BEA-advies uitgewerkt. Het advies is gebaseerd op het onderzoek naar de boomkwaliteit en de projectinvloed. Daarbij wordt rekening gehouden met de bevindingen uit het bewortelingsonderzoek. De centrale vraag daarbij luidt: “kunnen de bomen binnen het projectgebied, in het perspectief van de voorgenomen plannen, in de huidige verschijningsvorm en op deze standplaats duurzaam behouden blijven?”
4.1 Conclusie BEA-advies Het BEA-advies voor de bomen is weergegeven in tabel 6. Het BEA-advies per boom is opgenomen in de Bomenlijst (bijlage B). Het advies per boom is daarnaast weergegeven op de Overzichtskaart BEA-advies (bijlage E). tabel 6: matrix BEA-advies
BEA-advies Boomkwaliteit (paragraaf 2.6) Projectinvloed (paragraaf 3.5) BEA-advies
++
+ 17 10 10
13 4 4
-5 6 6
X 1 7 6
3 12 13
4.2 Geen maatregelen/randvoorwaarden (++) Voor deze categorie komen 10 bomen in aanmerking. Binnen deze categorie vallen alle bomen waarbij geen maatregelen of randvoorwaarden nodig zijn voor behoud van de boom. Deze bomen staan niet in de aanrijroute van materieel en materiaal en ver genoeg van de werkzaamheden om geen negatieve gevolgen van de werkzaamheden te ondervinden. Het betreft de iepen langs de Hoge Weerd en de 2 bomen op het gazon langs de Hoge Weerd, De Tippe en Officiersweg.
4.3 Beperkte maatregelen/randvoorwaarden (+) Bij 4 bomen is het BEA-advies voldoende en zijn beperkte maatregelen noodzakelijk. Bij deze bomen wordt niet of slechts beperkt binnen de kwetsbare boomzone gewerkt, maar bestaat wel het risico op bovengrondse schade of verdichting/bodemschade . De maatregelen zijn: instellen beschermd boomgebied [boom 1, 21, 22, 27] - de kwetsbare boomzone (zie afb. ) moet zover mogelijk worden afgezet met bouwhekken. Binnen het beschermd boomgebied mag geen materieel of materiaal worden geplaatst; uitvlakken terrein – de oostzijde van het projectgebied ligt circa 0.50 m lager dan de rest van het terrein. Bij het uitvlakken en egaliseren mag binnen het beschermd boomgebied niet meer dan 0.10 m opgehoogd worden. Verdere ophoging zal wortelsterfte en vervroegde uitval van bomen tot gevolg hebben. afb. 9: de beschermde boomzone is de afgebeelde kroonprojectie + 1.5 meter daarbuiten
Pagina 15 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
4.4 Specifieke maatregelen/randvoorwaarden (-) Bij 6 bomen is het BEA-advies onvoldoende en zijn specifieke maatregelen noodzakelijk. Bij deze bomen wordt binnen de kwetsbare boomzone gewerkt en soms zelfs binnen de minimale graafafstand en daarbij is er risico op schade aan de bomen. De maatregelen zijn: instellen beschermd boomgebied [boom 3, 6, 7, 12, 13, 26] - de kwetsbare boomzone (zie afb. ) moet zover mogelijk worden afgezet met bouwhekken. Binnen het beschermd boomgebied mag geen materieel of materiaal worden geplaatst . Bij boom 6 en 7 kan de afzetting worden gecombineerd, bij boom 12 en 26 ook; aanbrengen stambekisting – de bomen binnen deze categorie voorzien van stambekisting van 250-300 cm hoog.
De stambekisting moet goed tot onderaan de stamvoet worden aangebracht om schade te voorkomen; aanleggen/aanpassen verharding [alle bomen] – daarbij geldt: − graafwerkzaamheden binnen de minimale graafafstand moeten handmatig en onder begeleiding van een Toezichthouder Bomen worden uitgevoerd ; − wortels met een diameter van 1-5 cm moeten haaks op de lengterichting worden afgezaagd/afgeknipt; − wortels met een diameter van > 5 cm mogen alleen worden afgezaagd na goedkeuring van de Toezichthouder Bomen; − het cunet voor de nieuwe verharding niet dieper ontgraven dan strikt noodzakelijk en maximaal 0.50 m diep; − het cunetzand en de nieuwe verharding mag machinaal worden aangebracht.
4.5 Ingrijpende maatregelen of planaanpassing (--) Bij 6 bomen is het BEA-advies slecht. Deze bomen zijn niet te behouden, tenzij aan een aantal ingrijpende maatregelen worden uitgevoerd of planaanpassing wordt gedaan. De maatregelen en planaanpassingen zijn hieronder uitgewerkt: Ingrijpende maatregelen [boom 4, 5, 24, 25] – dit betreft bomen waarbij de toekomstige parkeervakken ruim binnen de minimale graafafstand aangelegd worden. Deze parkeervakken zijn alleen aan te leggen met de volgende maatregelen: − graafwerkzaamheden binnen de minimale graafafstand moeten handmatig en onder begeleiding van een Toezichthouder Bomen worden uitgevoerd; − ontgravingsdiepte niet meer dan 0.20 m; − toepassen van open verharding bijvoorbeeld grasbetonblokken of vergelijkbaar; − cunetzand en de nieuwe verharding mag afb.10: advies aanbrengen open verharding machinaal worden aangebracht; − ophoging binnen de kwetsbare zone niet meer dan 0.10 m . planaanpassing boom 19 en 20 – dit zijn bomen met een kleine kroon, waarbij de gesteltakken op circa 3 meter hoogte beginnen. De ontsluitingsweg met een breedte van 7 meter wordt tussen deze bomen gelegd. Hierdoor wordt ruim binnen de geadviseerde minimale graafafstand ontgraven, een cunet en verharding aangebracht. Er zal ernstige wortelschade ontstaan en uitval van de boom tot gevolg hebben.
Om de wettelijke vrije doorrijhoogte (4.2) te kunnen realiseren zal er gesnoeid moeten worden. Dit zal een negatief effect hebben op de toekomstverwachting en de boomvorm. Ook is dit soort
Pagina 16 van 30
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 (rode paardenkastanje) gevoelig voor kastanjebloedingsziekte. Om deze boom te behouden moet de volgende planaanpassing worden doorgevoerd: − het versmallen van de wegbreedte tot maximaal 6 meter . Is deze planaanpassing niet mogelijk dan krijgen deze 2 bomen het BEA-advies fatale belemmering (X). Verder gelden bij deze bomen dezelfde randvoorwaarden zoals genoemd onder de specifieke maatregelen/randvoorwaarden onder paragraaf 4.4.
4.6 Fatale belemmering (X) Bij 13 bomen is het BEA-advies fataal. Boom 17, 28 en 29 maken hiervan deel uit, maar zijn niet meer aanwezig. Boom 2, 8-11, 15, 23, 30 en 42 zijn niet te behouden doordat deze bomen ‘in’ geplande bebouwing of verharding staan. Boom 18 staat dicht tegen toekomstige verharding, vanwege gebreken een beperkte toekomstverwachting (<5 jaar) en heeft hierdoor het advies verwijderen gekregen. Voor boom 15 geldt de volgende aanbeveling: boom 15 is een jonge recent aangeplante zomereik die zich om weer te verplanten. Het advies is deze boom binnen of anders buiten het project een nieuwe bestemming te geven.
4.7 Algemene randvoorwaarden De randvoorwaarden onder paragraaf 4.3 t/m 4.5 gelden voor specifieke bomen binnen het projectgebied. Onderstaande algemene randvoorwaarden zijn van toepassing op alle bomen: snoeien bomen – alle bomen met risico op beschadiging van de kroon, moeten voorafgaand aan de werkzaamheden worden gesnoeid. Daarbij moet worden gelet op doorhangende takken en aanvullend moet het grof dood hout worden verwijderd. Daardoor wordt het risico op schade aan de kroon kleiner. De snoeiwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een vakbekwaam (bijv. ETW) snoeier; aanstellen toezichthouder bomen – bij diverse specifieke bomen is dit al voorgeschreven (zie paragraaf 4.4 en 4.5). De Toezichthouder Bomen kan de (graaf)werkzaamheden rond bomen begeleiden en mogelijke problemen tijdig signaleren en oplossen . Het graven van proefsleuven tijdens het onderzoek is een steekproef. He t is mogelijk dat zich tijdens de werkzaamheden onverwachte situaties voordoen. De Toezichthouder Bomen kan ter plekke een afweging maken en een beslissing nemen . Ook kunnen de aangebrachte boombeschermende maatregelen gecontroleerd worden op effectiviteit en deugdelijkheid; bomenposter – op deze poster (bijlage F) uit het Handboek bomen 2018 staan alle basisregels voor het werken rond bomen.
Deze poster moet onder de aandacht worden gebracht bij de aannemers en het advies is deze op te hangen op locatie.
Pagina 17 van 31
20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
5 Bomenbalans Op basis van het BEA-advies is onderstaande balans op te maken, zie tabel 7. In de balans zijn de categorieën uit hoofdstuk 4 onderscheiden. De nummering van de bomen correspondeert met de Bomenlijst (bijlage B) en de Overzichtskaart BEA-advies (bijlage E). tabel 7: bomenbalans
Categorie
Aantal
Totaal aantal bomen binnen de BEA
39
Te handhaven zonder maatregelen (++)
10
Te handhaven met beperkte maatregelen (+) Te handhaven met specifieke maatregelen (-) Te handhaven met planaanpassing (--)
4 6 6
Te vellen bomen (X)
13
N.v.t. (alleen stobbe aanwezig of niet aanwezig, vallen ook binnen categorie X) Aantal mogelijk ‘te verplanten’ (vallen ook binnen categorie X)
Pagina 18 van 30
Boomnummer(s) 1; 2; 3; 4; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 11; 12; 13; 15; 17; 18; 19; 20; 21; 22; 23; 24; 25; 26; 27; 28; 29; 30; 31; 32; 33; 34; 35; 36; 37; 38; 39; 41; 42 31; 32; 33; 34; 35; 36; 37; 38; 39; 41 1; 21; 22; 27 3; 6; 7; 12; 13; 26 4; 5; 19; 20; 24; 25 2; 8; 9; 10; 11; 15; 17; 18; 23; 28; 29, 30, 42
3
17; 28; 29
1
15
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
Bijlage A. Overzichtskaart boomnummers Op onderstaande kaart zijn de bomen binnen het projectgebied zichtbaar. De nummering van de bomen correspondeert met de nummering van de Bomenlijst (kolom UID).
Pagina 19 van 31
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
Bijlage B. Bomenlijst UID
Boomsoort
Plantjaar
Beleidsstatus
Hoogte
Kroonstraal in m
Diameter
Hoogte t.o.v. N.A.P.
Conditie
Gebreken
Toekomstverwachting
Boomkwaliteit
Projectinvloed
BEA advies
Graafafstand
1
Alnus incana
1990
III - Regulier
12 tot 18 m
4
30
+16.00
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
+
+
+
1,50
2
Alnus incana
1990
III - Regulier
12 tot 18 m
4
30
+15.94
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
+
X
X
1,50
3
Aesculus
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
5
55
+15.93
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
+
-
-
2,50
hippocastanum 4
Acer pseudoplatanus
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
6
55
+16.10
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
++
--
--
2
5
Acer pseudoplatanus
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
5
45
+15.91
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
++
--
--
2
6
Quercus robur
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
5
50
+15.74
Voldoende
Grof dood hout
10 - 15 jaar
+
-
-
2
7
Acer pseudoplatanus
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
5
40
+15.75
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
++
-
-
2
8
Quercus robur
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
5
50
+15.18
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
+
X
X
2
9
Acer pseudoplatanus
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
5
40
+14.93
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
-
X
X
2
10
Acer pseudoplatanus
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
6
70
+14.95
Voldoende
Geen
> 15 jaar
++
X
X
2
11
Acer pseudoplatanus
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
5
55
+14.96
Voldoende
Geen
> 15 jaar
++
X
X
2
12
Quercus palustris
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
6
60
+15.06
Goed
Geen
> 15 jaar
++
-
-
2
Opmerking
Pagina 20 van 31
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 UID
Boomsoort
Plantjaar
Beleidsstatus
Hoogte
Kroonstraal in m
Diameter
Hoogte t.o.v. N.A.P.
Conditie
Gebreken
Toekomstverwachting
Boomkwaliteit
Projectinvloed
BEA advies
Graafafstand
13
Quercus frainetto
2000
III - Regulier
6 tot 12 m
3
30
+15.33
Goed
Geen
> 15 jaar
++
-
-
1,50
15
Quercus robur
2018
III - Regulier
<6m
1
5
+15.10
Goed
Geen
> 15 jaar
++
X
X
1,25
17
ONBEKEND
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
18
Aesculus x carnea
1990
III - Regulier
6 tot 12 m
3
30
+15.35
Slecht
Kastanjebloedingsziekte
1 - 5 jaar
--
--
X
2
19
Aesculus x carnea
1990
III - Regulier
6 tot 12 m
3
30
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
+
--
--
2
20
Aesculus x carnea
1990
III - Regulier
6 tot 12 m
3
20
+15.44
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
+
--
--
2
21
Aesculus x carnea
1990
III - Regulier
6 tot 12 m
3
35
+14.95
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
+
+
+
2
22
Quercus robur
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
6
70
+15.18
Goed
Grof dood hout
> 15 jaar
++
+
+
2,50
23
Alnus incana
1990
III - Regulier
12 tot 18 m
4
30
+15.95
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
+
X
X
1,50
24
Acer platanoides
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
7
60
+15.05
Goed
Geen
> 15 jaar
++
--
--
3
25
Betula pendula
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
5
45
+15.76
Voldoende
Geen
10 - 15 jaar
++
--
--
2
26
Quercus cerris
1970
III - Regulier
12 tot 18 m
7
70
+14.92
Onvoldoende
Afstervingsverschijnselen
5 - 10 jaar
-
-
-
2
Opmerking
Pagina 21 van 31
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 UID
Boomsoort
Plantjaar
Beleidsstatus
Hoogte
Kroonstraal in m
Diameter
Hoogte t.o.v. N.A.P.
Conditie
Gebreken
Toekomstverwachting
Boomkwaliteit
Projectinvloed
BEA advies
Graafafstand
27
Aesculus hippocastanum
1980
II Hoofdgroenstructuur
12 tot 18 m
5
50
+15.01
Voldoende
Kastanjebloedingsziekte
5 - 10 jaar
-
+
+
2
28
ONBEKEND
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
29
ONBEKEND
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
30
Betula pendula
2000
III - Regulier
12 tot 18 m
5
40
+14.93
Goed
Geen
> 15 jaar
++
X
X
1,75
33
Ulmus x hollandica 'Vegeta'
1970
II Hoofdgroenstructuur
18 tot 24 m
8
55
+15.20
Goed
Geen
> 15 jaar
+
++
++
2
31
Quercus frainetto
2000
III - Regulier
6 tot 12 m
4
30
+14.99
Goed
Geen
> 15 jaar
++
++
++
1,50
32
Aesculus hippocastanum 'Baumannii'
1935
III - Regulier
12 tot 18 m
6
120
+14.81
Onvoldoende
Geen
5 - 10 jaar
+
++
++
3
34
Ulmus x hollandica 'Vegeta'
1970
II Hoofdgroenstructuur
18 tot 24 m
9
75
+15.15
Goed
Geen
> 15 jaar
++
++
++
2,50
35
Ulmus x hollandica 'Vegeta'
1970
II Hoofdgroenstructuur
18 tot 24 m
6
45
Goed
Geen
> 15 jaar
++
++
++
2
36
Ulmus x hollandica 'Vegeta'
1970
II Hoofdgroenstructuur
18 tot 24 m
7
55
Onvoldoende
Onbekende zwam
1 - 5 jaar
-
++
++
2
Pagina 22 van 30
+15.48
Opmerking
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 UID
Boomsoort
Plantjaar
Beleidsstatus
Hoogte
Kroonstraal in m
Diameter
Hoogte t.o.v. N.A.P.
Conditie
Gebreken
Toekomstverwachting
Boomkwaliteit
Projectinvloed
BEA advies
Graafafstand
37
Ulmus x hollandica 'Vegeta'
1970
II Hoofdgroenstructuur
18 tot 24 m
9
60
+15.70
Voldoende
Onbekende zwam
10 - 15 jaar
-
++
++
2
38
Ulmus x hollandica 'Vegeta'
1970
II Hoofdgroenstructuur
18 tot 24 m
9
55
+15.66
Goed
Geen
> 15 jaar
++
++
++
2
39
Ulmus x hollandica 'Vegeta'
1970
II Hoofdgroenstructuur
18 tot 24 m
9
50
+15.79
Goed
Geen
> 15 jaar
++
++
++
2
41
Ulmus x hollandica 'Vegeta'
1970
II Hoofdgroenstructuur
18 tot 24 m
8
60
+15.78
Goed
Geen
> 15 jaar
++
++
++
2
42
Cornus mas
1970
III - Regulier
6 tot 12 m
5
30
+15.22
Voldoende
Geen
> 15 jaar
+
X
X
2
Opmerking
Meerstammig
Pagina 23 van 31
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
Bijlage C. Overzichtskaart locatie proefsleuven De proefsleuven zijn gegraven op locaties waar verharding binnen de kwetsbare zone wordt aangebracht.
Pagina 24 van 31
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
Bijlage D. Resultaten proefsleuven Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-5 Matig humeus, matig fijn zand 5-15 Cunetzand 15-40 Matig humeus, matig fijn zand 40-60 Matig humeus, matig fijn zand Foto’s:
1 6 Boomsoort 1,75 m Opmerking Beworteling Geen Geen Extensief 3 en 5cm Intensief, tot 1 cm
Quercus robur Proefsleuf op graafgrens parkeervakken. Intensieve beworteling vanaf – 40 cm. Graven op deze plaats geeft beperkte wortelschade.
Pagina 25 van 31
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Humeus, matig fijn zand 10-20 Humeus, matig fijn zand 20-30 Matig humeus, matig fijn zand 30-40 Matig humeus, matig fijn zand 40-50 Matig humeus, matig fijn zand 50-60 Sterk humeus, matig fijn zand Foto’s:
Pagina 26 van 30
2 25 Boomsoort 1,75 m Opmerking Beworteling Exensief, 2 cm Geen Geen Geen Geen Intensief, 8 cm
Betula pendula Proefsleuf net buiten de theoretische graafgrens. Dicht onder maaiveld een afgestorven wortel 10 cm en een levende van 2 cm.
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Humeus, matig fijn zand 10-20 Humeus, matig fijn zand 20-30 Humeus, matig fijn zand 30-40 Humeus, matig fijn zand 40-50 Humeus, matig fijn zand Foto’s:
3 24 Boomsoort 3m Opmerking Beworteling Geen Extensief, 2 cm Extensief, tot 1 cm Intensief, tot 1 cm Intensief, tot 3 cm
Acer platanoides Proefsleuf op de grens bosplantsoenstrook. PVC-buis met rooster aan de rand van de plantsoenstrook.
Pagina 27 van 31
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0 Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Zwak humeus, matig fijn zand 10-20 Zwak humeus, matig fijn zand 20-30 Humeus, matig fijn zand 30-40 Humeus, matig fijn zand 40-50 Humeus, matig fijn zand Foto’s:
Pagina 28 van 30
4 20 Boomsoort Aesculus carnea 1,50 m Opmerking Proefsleuf op graafgrens van toekomstige rijbaan. Beworteling Geen Extensief, <3 cm Intensief, <5 cm Intensief, <5 cm Intensief, <5 cm
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
Bijlage E. Overzichtskaart BEA-advies
Pagina 29 van 30
Bijlagen 20461 BEA Ibbeltje Epe v2.0
Bijlage F. Bomenposter ‘Werken rond bomen’
Pagina 30 van 30
Tree-o-logic van a tot z •
Aanbesteding
•
Beheervisies en -plannen
•
Boomeffect analyse (BEA)
•
Flora- en faunaonderzoek
•
Geluidstomografie
•
Groeiplaatsonderzoek
•
Inventarisatie en inspectie (VTA/BVC)
•
Nader onderzoek op hoogte
•
Project- en Assetmanagement
•
Projectvoorbereiding
•
Stabiliteitsonderzoek
•
Verplantbaarheidsonderzoek
•
Visie en beleid
•
Waardebepaling en taxaties tree-o-logic B.V. Westenengerdijk 11 6732 GP Harskamp t (0318) 479 166 info@treeologic.nl www.treeologic.nl