CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

348831 Ontwerp bestemmingsplan Voormalige kleuterschool Ibbeltje Epe

Commissie Omgeving en Financiën 28 oktober 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan De Tippe 3, het Ibbeltje14.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.5.2

Soortenbescherming

Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Situatie plangebied Om de mogelijke effecten op beschermde soorten flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen, is een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6). Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd: Het onderzoeksgebied bevat geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is wat dat betreft niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met aanwezigheid van broedvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Dergelijke broedende vogels mogen niet verstoord worden tijdens het broeden.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 27 van 59

4.6

Verkeer en parkeren

De ontwikkeling dient een goede verkeersafwikkeling te hebben en voldoende parkeerruimte te bevatten zodat een goede leefbaarheid in de buurt gehandhaafd blijft. Verkeer De vier openbare parkeerplaatsen en de woning met oprit zonder garage worden ontsloten op De Tippe ten westen van het plangebied. De in- en uitrit van de oostelijke vleugel vindt plaats op Zaailand. Als gevolg van het plan treden geen significant negatieve gevolgen op voor de verkeersafwikkeling in de wijk. Parkeren Op het plangebied is het Parapluplan Parkeren (vastgesteld 8-11-2018) van toepassing. Hierin is voorgeschreven dat bij bouwplannen de parkeernormen dienen te worden gevolgd uit de Nota Parkeernormen 2018 van de gemeente Epe. Uit deze nota blijkt dat het plangebied is gelegen in de 'rest bebouwde kom'. Hiervoor geldt het volgende: Een koopwoning tussen/hoek in een weinig stedelijke omgeving heeft een parkeernorm van 2 per woning. Er worden drie woningen gerealiseerd, hetgeen betekent dat er 6 parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden.  

2,1 parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. De woning in de oostelijke vleugel heeft een eigen garage met lange oprit (1,3 parkeerplaatsen) en de noordelijke woning heeft een enkele oprit zonder garage (0,8 parkeerplaatsen). De overige 4 parkeerplaatsen worden op openbaar terrein gerealiseerd. Voor het naastegelegen perceel (voormalige basisschool Hoge Weerd) vindt tevens een bestemmingsplanwijzijging plaats naar wonen. In dit plan worden 4 extra parkeerplaatsen opgenomen ten behoeve van deze transformatie.

Er worden derhalve voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm.

4.7

Kabels en leidingen

Kabels en (buis)leidingen in de grond in of nabij het plangebied kunnen van belang zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling en dienen derhalve planologisch geregeld te worden. Het gaat dan om kabels en leidingen met een veiligheidsrisico of een belangrijke maatschappelijke functie, zoals (ondergrondse) hoogspanningskabels, gasleidingen of buisleidingen voor brandbare en vergiftigde stoffen. In en rondom het plangebied liggen geen belangrijke kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 28 van 59

4.8

Besluit milieueffectrapportage

Bij de beoordeling van een project dient te worden gekeken naar het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. zijn activiteiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (de zgn. C-Lijst), evenals activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of deze belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (de zgn. D-lijst). Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor het beoordelen van de vraag of een activiteit m.e.r.- (beoordeling)plichtig is kan niet enkel worden volstaan met een toets aan deze drempelwaarden, zoals deze in kolom 2 van bijlage C respectievelijk D behorende bij het Besluit m.e.r. zijn opgenomen. Op grond van jurisprudentie kan worden gesteld dat de transformatie van een bestaand pand in stedelijke gebied naar wonen op grond van het Besluit m.e.r. niet gezien wordt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hierdoor is verdere toetsing aan het Besluit m.e.r. niet aan de orde.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 29 van 59

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de maatschappelijk uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Bij het tweede gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan zal overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) gedurende zes weken ter inzage liggen en worden toegestuurd aan overleginstanties. Tijdens deze periode wordt de mogelijkheid geboden voor het indienen van zienswijzen. Verder komt ten aanzien van de omgevingsaspecten, de uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding. Voor de direct omwonenden van het plangebied is op woensdagavond 16 september 2020 een informatiebijeenkomst (met aanmelding) georganiseerd om de plannen toe te lichten. In 7 verschillende kleine groepjes/rondes met maximaal 5 omwonenden hebben 33 mensen een toelichting op de plannen gekregen en konden reacties worden gegeven en vragen worden gesteld. Daarnaast hebben enkele omwonenden telefonisch informatie verstrekt gekregen of een (aanvullende) reactie telefonisch of per mail/brief op de plannen gegeven. Het verslag van de inloopbijeenkomst is als bijlage 8 toegevoegd.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

5.2.1

Grondexploitatiewet

Doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. Het bouwplan is aan te merken als bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit omgevingsrecht. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waarin kostenverhaal plaatsvindt. Hierdoor zijn de kosten anderszins verzekerd en kan worden afgezien van een exploitatieplan.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 30 van 59

Hoofdstuk 6 Juridische regeling In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende planregels van een nadere toelichting voorzien. Qua vormgeving en planregels is voor zover mogelijk aangesloten bij de SVBP2012 en de binnen de gemeente Epe gehanteerde bestemmingsplanregels en begripsbepalingen.

6.1

Inleiding

Het bestemmingsplan 'Voormalige kleuterschool Ibbeltje Epe’ dient te voldoen aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Daarnaast dient het bestemmingsplan te voldoen aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Deze ministeriële regeling heeft met name invloed op de vorm van het bestemmingsplan. Zo zijn in deze ministeriële regeling hoofdgroepen van bestemmingen opgenomen en worden er standaard regels voor de begrippen en de wijze van meten gegeven. In dit hoofdstuk worden de van het bestemmingsplan deel uitmakende voorschriften van een nadere toelichting voorzien. De bij dit plan behorende voorschriften zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels. Bestemmingsregels. Algemene regels. Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 1 worden in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 worden de op de plankaart aangegeven gedetailleerde bestemmingen omschreven en worden per bestemming de bouwregels vermeld. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels die gelden voor het gehele bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels.

6.2

Plansystematiek

6.2.1

Verbeelding

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 31 van 59

6.2.2

Regels

6.2.2.1 Inleidende regels Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Begrippen die zijn voorgeschreven in de SVBP2012 worden ook conform de SVBP2012 overgenomen. 6.2.2.2 Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven bij het toepassen van de regels. Dit betreft onder meer het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met erkers, luifels en dergelijke. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing worden deze één op één overgenomen. 6.2.2.3 Bestemmingsregels Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden:    

bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; specifieke gebruiksregels.

Bestemmingsomschrijving: De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming en eventueel daaraan verbonden voorwaarden. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Niet hier genoemd gebruik is strijdig met de bestemming. Bouwregels: In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij het afwijken van de bouwregels kan onder voorwaarden worden afgeweken van hetgeen is geregeld. Bijvoorbeeld in het toestaan van een grotere hoogte of het uitbreiden van het bouwvlak. Specifieke gebruiksregels: In de specifieke gebruiksregels staat in aanvulling op de bestemmingsomschrijving expliciet beschreven wat wel of niet wordt toegestaan. Het gaat dan vaak om functies of activiteiten waarover onduidelijkheid kan bestaan. Ook hier kan onder voorwaarden van af worden geweken.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 32 van 59

6.3

Bestemmingen

In het bestemmingsplan 'Voormalige kleuterschool Ibbeltje Epe' komen de volgende bestemmingen voor: 6.3.1

Groen

In de bestemming ‘Groen’ zijn paden voor langzaam verkeer (fiets- en voetpaden) toegestaan. Uitgangspunt is dat enkel openbaar groen (dwz geen particulier eigendom) als ‘Groen’ wordt bestemd. 6.3.2

Wonen

De te realiseren woningen hebben de bestemming 'Wonen' gekregen. De woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. De maximale bouw- en goothoogte is de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 33 van 59

Hoofdstuk 7 Inspraak Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ................ gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 34 van 59

Bijlagen toelichting

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 35 van 59

Bijlage 1

planstatus ontwerp

Bureau en inventariserend veldonderzoek

referentie EPE039DeTippe3

pagina 36 van 59

Bijlage 2

planstatus ontwerp

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven

referentie EPE039DeTippe3

pagina 37 van 59

Bijlage 3

planstatus ontwerp

Bodem- en asbestonderzoek

referentie EPE039DeTippe3

pagina 38 van 59

Bijlage 4

planstatus ontwerp

Akoestisch onderzoek

referentie EPE039DeTippe3

pagina 39 van 59

Bijlage 5

planstatus ontwerp

Watertoets

referentie EPE039DeTippe3

pagina 40 van 59

Bijlage 6

planstatus ontwerp

Verkennend natuuronderzoek

referentie EPE039DeTippe3

pagina 41 van 59

Bijlage 7

planstatus ontwerp

AERIUS-berekening

referentie EPE039DeTippe3

pagina 42 van 59

Bijlage 8

planstatus ontwerp

Verslag inloopbijeenkomst

referentie EPE039DeTippe3

pagina 43 van 59

Regels

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 44 van 59

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Voormalige kleuterschool Ibbeltje Epe van de gemeente Epe; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0232.EPE039DeTippe3-OBP1 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen. 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan-huis-gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.6

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.8

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.9

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, 1.10

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 45 van 59

1.11

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; 1.12

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.13

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.14

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.15

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16

bijbehorend bouwwerk:

de uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.17

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.18

hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; 1.19

huishouden:

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. 1.20

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 46 van 59

1.21

seksinrichting:

het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen of het vertonen van erotisch-pornografische aard. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar, alsmede thuisprostitutie met een uitstraling naar buiten. 1.22

voorgevel:

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.23

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 47 van 59

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de hoogte van een dakopbouw:

vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw; 2.4

de hoogte van een kap:

vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap; 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7

het bebouwd oppervlak van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.8

ondergeschikte bouwdelen

bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.9 a. b.

peil: voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 48 van 59

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 3.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

groenvoorzieningen en beplantingen; wandel- en fietspaden; parkeer-, speel en nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; ontsluiting van (woon)percelen.

met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor een gebouw gelden de volgende regels: a.

nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd met een maximale goot- en nokhoogte van 3 m.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. 3.3

bij speelvoorzieningen maximaal 4 m; bij overige bouwwerken bij maximaal 2 m; Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.

het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 49 van 59

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep;

met daarbij behorende: b. c. d.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, tuinen, erven, paden, water, groen- en parkeervoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Hoofdgebouwen

Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d.

een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven.

4.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- en uitbouwen, erkers en bijgebouwen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a.

b.

c. d. e. f.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 60 m2 met inachtneming van de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het woonhuis en in het verlengde daarvan gelegen bouwperceel; 2. in afwijking van vorenstaande mag de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen meer bedragen dan 50%, mits de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2; 3. bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte wordt de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken voor zover gelegen binnen het bouwvlak tussen het verlengde van de zijgevels van het hoofdgebouw niet meegerekend; de bouwhoogte van een aangebouwd bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan respectievelijk 3 m en 5 m bedragen; de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen; de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; uitsluitend uitbouwen in de vorm van erkers bij de hoofdgebouwen van de op de aangrenzende

gronden gelegen woningen mogen worden gebouwd, mits: 1. de horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt;

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 50 van 59

2. 3. 4.

4.2.3

de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen gronden minimaal 2,5 m bedraagt; voor zover de erker wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt dan wel niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 m. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 2 m bedragen.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.

het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid. de externe veiligheid;

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Aan-huis-gebonden beroep

Een aan-huis-gebonden beroep is toegestaan, met dien verstande dat: a.

b. c. d. e.

ten hoogste 40% van de oppervlakte van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep, met dien verstande dat nimmer meer dan 50 m² mag worden gebruikt ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep; de uitstraling als woning intact blijft; het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; geen detailhandel is toegestaan.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 51 van 59

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 52 van 59

Artikel 6 6.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder een gebruik strijdig met alle bestemmingen wordt in ieder geval verstaan: a. b.

het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; het gebruik van gronden voor de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voertuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, vuil- en afvalstoffen, behoudens de opslag die geschiedt in het kader van het normale gebruik.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 53 van 59

Artikel 7 7.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a.

b.

c.

d. e.

f.

g.

7.2

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt voor de bouwhoogte; de bestemmingsregels en worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein mits de structuur van het plan niet wordt aangetast en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; de bestemmingsregels en worden toegestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3.

(hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden; 4. het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek-)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,50 m; het bepaalde ten aanzien van de maximum bouwhoogte van gebouwen en worden toegestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen. Afwegingskader

Een in lid 7.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g.

het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 54 van 59

Artikel 8 8.1

Algemene procedureregels

Nadere eisen

Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. b. c. d.

een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 55 van 59

Artikel 9 9.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 9.2

Parkeernormen

9.2.1

Parkeernormen

a.

b.

Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de parkeernormen en berekeningsmethode, nota parkeernormen 2018 gemeente Epe. indien gedurende de planperiode een nieuwe versie van de onder 9.2.1 onder a bedoelde Nota parkeernormen wordt vastgesteld, wordt deze nieuwe versie in acht genomen.

Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 9.2.2

Laden en lossen

Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen. Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde ruimte, met bijhorende voorzieningen, geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 9.2.3

Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.1 en artikel 9.2.2 indien: a.

b.

het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en / of; op andere wijze of op een andere locatie wordt voorzien in de parkeerbehoefte.

9.2.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 9.2.1 en 9.2.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en / of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Een nadere eis kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel met parkeernormen zoals opgenomen in het geldende gemeentelijke parkeerbeleid.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 56 van 59

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 10 10.1

Overgangsrecht

Bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.

b.

c.

10.2

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan Gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.

c.

d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 57 van 59

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Voormalige kleuterschool Ibbeltje Epe'.

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 58 van 59

Verbeelding

planstatus ontwerp

referentie EPE039DeTippe3

pagina 59 van 59

21

5930

19

5931

17

40

15

38 Enkelbestemmingen

5932

Zaai

5929

Legenda

7569

36

Plangebied

G

Groen

W

Wonen

5933

13

34

5934

11

32 Bouwvlakken

9

30

W

bouwvlak

28 Maatvoeringen

5935

3 4,5

3

26

Tip

6185

pe

14

6184

5754

16

18

56

5938

4,5

20

22

5757

22 20 18 16 8385 14

G

24 2

6

5118

24

d

12

3

an

10

4,5

Za ail

de

4,5

Bestemmingsplan:

12

18 5117

5722 Voormalige kleuterschool Ibbeltje Epe

10

5758

16

maximum aantal wooneenheden maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

6

Datum:

MGS

11-03-2021

Formaat:

Schaal:

A3

1:500

Tekeningnummer: NL.IMRO.0232.EPE039DeTippe3-OBP1

6351

8

5116

Get.:

5723

Gemeente Epe

5724 8382 8383

5725

Status: ontwerp

Noordpijl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10660396/1