CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

346028 Bestemmingsplan landgoed Vlasbeek

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Landgoed Vlasbeek23.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De boetebepaling is opgenomen voor het niet nakomen van de overige verplichtingen, zoals de locatie-eisen en de instandhoudingverplichting. Dit impliceert dat initiatiefnemer als rechtsopvolger van de vorige eigenaar eveneens gehouden is het nieuwe landgoed te exploiteren en onderhouden zoals in beide overeenkomsten vastgelegd. Dit betekent dat de gemeente Epe ten aanzien van initiatiefnemer geen financiële risico's loopt en het plan hiermee economisch uitvoerbaar is. Bovendien is de initiatiefnemer voor de huidige procedure op grond van de legesverordening leges verschuldigd waarmee de ambtelijke kosten voor deze procedure tevens zijn gedekt.

26

6 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1 inspraak en overleg Conform het verzoek van de gemeente is met de direct omwonenden van het plangebied met betrekking tot het te wijzigen bouwvlak overleg gepleegd. Het betreft de bewoners van de percelen Paalbeekweg 17 en Ericaweg 10. 6.1.1 resultaat inspraakreactie De bewoners van het perceel Ericaweg 10 hebben aangegeven, dat zij graag wensen dat de initiatiefnemer een alternatieve locatie zoekt waarbij gedacht wordt aan het inmiddels gerealiseerde landgoed Beekdal, dat voor een deel direct aan het plangebied van landgoed Vlasbeek grenst. Ook hebben zij aangegeven dat zij zich over het voorstel - om langs de Paalbeek nog enkele elzen te planten - beraden in verband met het behoud van een open landschap. Op landgoed Beekdal is inmiddels een woning gebouwd. Het is daarom zeer de vraag of de gemeente hieraan zou willen meewerken. Volgens het bestemmingsplan mag er niet nog een bouwkavel worden gerealiseerd. Bovendien betekent dit dat er dan geen woningbouw op Landgoed Vlasbeek meer zal plaatsvinden, terwijl daar over een oppervlakte van ca 10 ha door de vorige eigenaar en initiatiefnemer alle maatregelen voor het aanleggen van nieuwe natuur zijn uitgevoerd. De toevoeging van twee woningen op dit nieuwe landgoed geeft uit exploitatief oogpunt een meerwaarde hieraan.

De gemeente Epe heeft als uitgangspunt bij het creëren van een nieuw landgoed, dat naast natuurontwikkeling de bouw van een (of meer) woningen mogelijk is om de natuurontwikkeling te bekostigen. Dit staat in de Kwaliteitsimpuls Buitengebied Epe 2006. De natuurontwikkeling en de paden die over het nieuwe landgoed lopen leveren immers een bijdrage aan de landschappelijke en natuurwaarden voor iedereen en vooral voor de omwonenden. Het is daarom niet realistisch van initiatiefnemer te verlangen, dat hij met de eigenaar van landgoed Beekdal en met de gemeente gaat onderhandelen om zijn bouwwensen aldaar te realiseren. Initiatiefnemer is overigens bereid om met de bewoners van Ericaweg 10 - over de nieuwe woningbouwlocatie en over het voorstel om langs de Paalbeek nog enkele elzen te planten - overleg te plegen. De bewoners van het perceel Paalbeekweg 17 hebben aanvankelijk aangegeven het verschuiven van het bouwvlak onwenselijk te vinden omdat dit het uitzicht vanuit hun woning zal belemmeren. De enige verbetering in hun ogen is het verleggen van de ontsluitingsweg/oprijlaan naar het hoofdgebouw vanaf de Ericaweg. Recentelijk hebben deze bewoners echter laten weten, bereid te zijn hun aan (aanvankelijke) bezwaren tegen het vrije uitzicht vanuit hun woning te laten vallen.

Dit onder de voorwaarde dat de landschappelijke inpassing op het perceel grond direct tegenover hun woning zodanig wordt uitgevoerd dat er gedurende het hele jaar van voldoende zonlicht kan worden genoten. Initiatiefnemer is niet in staat om aan de wens van een ontsluiting vanaf de Ericaweg tegemoet te komen. Dit omdat bij een ontsluiting vanaf de Ericaweg gebruik zal moeten worden gemaakt van andermans eigendom, namelijk van de organisatie het Geldersch landschap en kasteelen te Arnhem. Deze organisatie heeft initiatiefnemer echter laten weten dat verkoop van de betreffende gronden voor haar niet bespreekbaar is.

27

Wat betreft de gevraagde landschappelijke inpassing op een perceel grond in de directe nabijheid van de woning Paalbeekweg 17, is initiatiefnemer bereid zoveel mogelijk met de wensen van deze bewoners rekening te houden.

28

Bijlage 1 Studie met betrekking tot bezonning bouwkavel van Zijaanzicht Landschapsarchitecten van 31 januari 2019

bezonning bouwkavel

LANDGOED VLASBEEK

31 januari 2019

22

Voorde

Afbeelding 15. Inrichtingsplan De Pirk

Informatiepaneel

,ƵŝĚŝŐƉůĂŶǀŽŽƌůĂŶĚŐŽĞĚĚĞWŝƌŬŵĞƚůŽĐĂƟĞďŽƵǁŬĂǀĞů

Legenda

Studie bezonning bouwkavel landgoed Vlasbeek (voorheen De Pirk)

/ŶŽƉĚƌĂĐŚƚǀĂŶĚĞĞŝŐĞŶĂĂƌǀĂŶůĂŶĚŐŽĞĚsůĂƐďĞĞŬŚĞĞŌŝũaanzicht Landschapsarchitecten een beknopte studie gedaan naar de bezonning van het bouwkavel in verschillende maanden ĞŶŽƉǀĞƌƐĐŚŝůůĞŶĚĞƟũĚƐƟƉƉĞŶǀĂŶĚĞĚĂŐ͘

Nat soortenrijk grasland (Plas dras)

Het beoordelen of de hoeveelheid bezonning voldoende is is Natuurweide ĂĬĂŶŬĞůŝũŬǀĂŶĚĞǁĞŶƐĞŶǀĂŶĚĞƚŽĞŬŽŵƐƟŐĞďĞǁŽŶĞƌƐ͘ dĞƌŝůůƵƐƚƌĂƟĞǁŽƌĚĞŶĚĞŶŽƌŵĞŶǀĂŶdEKŐĞŶŽĞŵĚ͘

Landhuis met twee wooneenheden

Bezonningsnormen Struweel

/ŶEĞĚĞƌůĂŶĚŐĞůĚĞŶŐĞĞŶǁĞƩĞůŝũŬĞŶŽƌŵĞŶǀŽŽƌĚĞďĞnjŽŶŶŝŶŐ ǀĂŶǁŽŶŝŶŐĞŶ͘ŶŐĞůĂŶĚĞŶEŽŽƌĚͲƵƌŽƉĞƐĞůĂŶĚĞŶŚĞďďĞŶ Solitaire boom ǁĞůďĞnjŽŶŶŝŶŐƐŶŽƌŵĞŶǀŽŽƌǁŽŶŝŶŐĞŶŝŶǁĞƚŐĞǀŝŶŐǀĞƌĂŶŬĞƌĚ͘ Privé terrein Nederlandse gemeenten hanteren TNO-normen Sommige ǁĞůŬĞnjŝũŶĂĨŐĞůĞŝĚǀĂŶĚĞŶŐĞůƐĞǁĞƚŐĞǀŝŶŐ͘ Gemeenten die bezonningsnormen stellen baseren deze op de Recreatieve hoofdpunten ͚ůŝĐŚƚĞ͛dEKͲŶŽƌŵ͘,ĞƚŝƐĚĂĂƌŽŵƌĞĚĞůŝũŬǀŽŽƌĚĞďĞŽŽƌĚĞůŝŶŐ ĚĞnjĞŶŽƌŵƚĞŚĂŶƚĞƌĞŶ͘

De TNO-normen luiden: Minimumnorm (de ‘lichte’ norm): - er is sprake van voldoende bezonning wanneer de woonkaŵĞƌƚĞŶŵŝŶƐƚĞϮŵŽŐĞůŝũŬĞďĞnjŽŶŶŝŶŐƐƵƌĞŶƉĞƌĚĂŐŚĞĞŌŝŶĚĞ ƉĞƌŝŽĚĞϭϵĨĞďƌƵĂƌŝͲϮϭŽŬƚŽďĞƌ;ŐĞĚƵƌĞŶĚĞϴŵĂĂŶĚĞŶͿ͘,Ğƚ meetpunt is het midden van de vensterbank aan de binnenkant ǀĂŶŚĞƚƌĂĂŵ͘ Streefnorm (de ‘strenge’ norm): - er is sprake van goede bezonning wanneer de woonkamer ten ŵŝŶƐƚĞϯŵŽŐĞůŝũŬĞďĞnjŽŶŶŝŶŐƐƵƌĞŶƉĞƌĚĂŐŚĞĞŌŝŶĚĞƉĞƌŝŽĚĞ ϭϵũĂŶƵĂƌŝͲϮϭŶŽǀĞŵďĞƌ;ŐĞĚƵƌĞŶĚĞϭϬŵĂĂŶĚĞŶͿ͘ De Pirk Voor de bezonning Landgoed van tuinen zijn geen normen door TNO opŐĞƐƚĞůĚ͘

15 februari 11 uur

15 februari 13 uur

15 februari 16 uur

zon in februari

1 april 11 uur

1 april 13 uur

1 april 16 uur

zon in april

15 juni 11 uur

15 juni 13 uur

15 juni 16 uur

zon in juni

21 december 12 uur

Conclusies

Uit de schaduwtekeningen blijkt dat er gedurende het hele ũĂĂƌĞŶŝŐĞŵĂƚĞǀĂŶƐĐŚĂĚƵǁŝƐŽƉŚĞƚŬĂǀĞů͘dŽƚŝŶĂƉƌŝůŝƐĞƌ njĞůĨƐďŝũŶĂŐĞĚƵƌĞŶĚĞĚĞŚĞůĞĚĂŐƐĐŚĂĚƵǁŽƉŚĞƚďŽƵǁǀůĂŬ͘ De ‘strenge’ norm van TNO dat er gedurende 10 maanden ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag moeten zijn wordt ŶŝĞƚŐĞŚĂĂůĚ͘

Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan landgoed Vlasbeek van Zijaanzicht Landschapsarchitecten van 30 augustus 2020

LANDGOED VLASBEEK

Beeldkwaliteitsplan landgoed Vlasbeek 30 augustus 2020

Beeldkwaliteitsplan

In het plan “Landgoed de Pirk” dat in februari 2010 is geschreven is een hoofdstuk over beeldkwaliteit opgenomen. Omdat in het nieuwe bestemmingsplan ͞>ĂŶĚŐŽĞĚsůĂƐďĞĞŬƚĞtŝƐƐĞů͟ĚĞůŽĐĂƟĞǀĂŶŚĞƚďŽƵǁŬĂǀĞůŝƐǀĞƌƐĐŚŽǀĞŶŝƐ een nieuw beeldkwaliteitsplan gemaakt. Dit beeldkwaliteitsplan bevat de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de ƉŽƐŝƟĞ͕ŚĞƚďŽƵǁǀŽůƵŵĞĞŶĚĞĂƌĐŚŝƚĞĐƚƵƵƌǀĂŶĚĞǁŽŶŝŶŐĞŶĞŶĚĞŝŶƌŝĐŚƟŶŐ van de buitenruimte.

>ĂŶĚŐŽĞĚsůĂƐďĞĞŬŵĞƚǀŽŽƌƐƚĞůĞƌĮŶƌŝĐŚƟŶŐ

2

beekdal

tussengebied

dekzandrug

ĞŶŝĞƵǁĞůŽĐĂƟĞďŽƵǁŬĂǀĞů;ŐĞĞůͿƚƵƐƐĞŶĚĞĂŶĚĞƌĞĞƌǀĞŶŝŶŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉ

,ĞƚŽƉĞŶůĂŶĚƐĐŚĂƉŵĞƚĚĞďĞĞŬŐƌŽŶĚĞŶŵĞƚůĂŶŐƐĚĞƌĂŶĚĞŶďĞďŽƵǁŝŶŐ

Uitgangspunten vanuit het landschap

Het nieuwe bouwkavel dient ingebed te worden in de ruimtelijke structuur van ŚĞƚŐĞďŝĞĚ͘ĞnjĞƐƚƌƵĐƚƵƵƌŝƐĚƌŝĞůĞĚŝŐĞŶŝĞĚĞƌĚĞĞůŚĞĞŌĞĞŶůĂŶĚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞ kenmerken en waarde. De hoger gelegen dekzandrug van Wissel; het tussenliggende gebied met agrarische percelen en boerderijen en de laaggelegen beekgronden met natuurterreinen.

,ĞƚďŽƵǁŬĂǀĞůůŝŐƚŽƉĚĞƌĂŶĚǀĂŶĚĞĚĞŬnjĂŶĚƌƵŐǀĂŶtŝƐƐĞůĞŶŚĞĞŌĞĞŶŽƌŝĞŶƚĂƟĞŝŶŶŽŽƌĚŽŽƐƚĞůŝũŬĞƌŝĐŚƟŶŐŵĞƚƵŝƚnjŝĐŚƚŽƉŚĞƚŽƉĞŶůĂĂŐŐĞůĞŐĞŶŶĂƩĞƌĞ landschap. KƉĚĞǀŽůŐĞŶĚĞǁŝũnjĞǁŽƌĚƚĚĞĂĂŶƐůƵŝƟŶŐŵĞƚŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉǀĂŶĚĞĚĞŬnjĂŶĚrug van Wissel vormgegeven: • de uitstraling van de bouwkavel is dat van een erf. Bouwvolumes dienen aan te sluiten op die van omliggende erven. In het eerdere beeldkwaliteitsplan van De Pirk is de gewenste bebouwing als landhuis gekarakteriseerd. Het kavel lag ŝŶĞĞƌƐƚĞŝŶƐƚĂŶƟĞƚĞŐĞŶĚĞďŽƐƌĂŶĚǀĂŶůĂŶĚŐŽĞĚtĂĂLJĞŶďĞƌŐ͘EƵůŝŐƚŚĞƚŬĂvel in de open ruimte. Een groot volume als landhuis met twee wooneenheden ŝƐŚŝĞƌŶŝĞƚŽƉnjŝũŶƉůĂĂƚƐ͘KƉĚĞŶŝĞƵǁĞůŽĐĂƟĞŝƐŚĞƚĚĂĂƌŽŵǁĞŶƐĞůŝũŬŽŵĚĞ twee woningen los van elkaar op een erf te situeren. ͻĚĞŽŶƚƐůƵŝƟŶŐǀĂŶŚĞƚŬĂǀĞůŝƐǀŝĂĞĞŶďĞƉůĂŶƚĞƚŽĞŐĂŶŐƐůĂĂŶǀĂŶĂĨĚĞŽŽƐƚzijde ͻĚĞůŽĐĂƟĞǀĂŶŚĞƚŬĂǀĞůůŝŐƚĚĞĞůƐƚĞŐĞŶĂŐƌĂƌŝƐĐŚĞƉĞƌĐĞůĞŶ͕njŽĂůƐĚŝĞǀĂŶ oudsher bij de boerderijen hebben gehoord. Hagen en hoogstamfruitbomen rond de woningen zullen het beeld van het agrarisch landschap versterken.

3

Beeldkwaliteit van het woonerf

Bebouwing in de omgeving /ŶĚĞŽƵĚĞŽŶƚŐŝŶŶŝŶŐĞŶnjŝũŶĚĞŽƵĚƐƚĞďŽĞƌĚĞƌŝũĞŶǀĂŶŚĞƚƚLJƉĞŚĂůůĞŶŚƵŝƐ ƚĞǀŝŶĚĞŶ͘ĞnjĞŚŝƐƚŽƌŝƐĐŚĞŬĂƌĂŬƚĞƌŝƐƟĞŬĞďĞďŽƵǁŝŶŐŝƐǀĂŶďĞůĂŶŐǀŽŽƌĚĞ ŝĚĞŶƟƚĞŝƚǀĂŶŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉ͘ De omringende percelen bestaan uit compacte voormalige boerenerven met verschillende grote en kleinere bijgebouwen. In deze clusters zijn de hoofdŐĞďŽƵǁĞŶĚƵŝĚĞůŝũŬŚĞƌŬĞŶďĂĂƌĚŽŽƌŚƵŶƉŽƐŝƟĞ͕ŵĂƚĞƌŝĂůŝƐĂƟĞĞŶǀŽůƵŵĞ͘ De maximale hoogte van de bebouwing op de omringende percelen is ca. 13 meter.

,ĞƚŚŽŽĨĚŐĞďŽƵǁǀĂůƚĂůƟũĚŽƉĚŽŽƌnjŝũŶůŝŐŐŝŶŐŝŶŚĞƚĐŽŵƉůĞdž͗ŵĞĞƐƚĂů met de nok naar de weg gericht (vaak voorgevel naar de open ruimte en ĂĐŚƚĞƌŐĞǀĞůŶĂĂƌĚĞŽŶƚƐůƵŝƟŶŐͿŵĞƚĚĞďŝũŐĞďŽƵǁĞŶĂĐŚƚĞƌĚĞǀŽŽƌŐĞǀĞůlijn van het hoofdgebouw en soms terugliggend van het wegenstructuur en ǀƌŝũƐƚĂĂŶĚŝŶŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉ͘ĞďŝũŐĞďŽƵǁĞŶnjŝũŶĂůƟũĚŽŶĚĞƌŐĞƐĐŚŝŬƚĂĂŶŚĞƚ hoofdgebouw. De bijgebouwen zijn vaak van oorsprong opgetrokken in hout ;ĚŽŶŬĞƌďƌƵŝŶͿŽƉĞĞŶŐĞŵĞƚƐĞůĚĞďĂƐŝƐĞŶŚĞďďĞŶĞĞŶŬĂƉďĞĚĞŬƚŵĞƚƌŝĞƚ ŽĨƉĂŶŶĞŶ;ŚĞĚĞŶǀĞƌƐĐŚŝũŶĞŶŽŽŬĚŽŶŬĞƌĞŐŽůĨƉůĂƚĞŶͿ͘ĞƐĐŚƵƌĞŶŽĨƐƚĂůůĞŶ ŬƵŶŶĞŶǀƌŝũƐƚĂĂŶĚnjŝũŶŵĂĂƌŬƵŶŶĞŶŽŽŬŝŶĚĞůŽŽƉĚĞƌƟũĚĞŶĂĂŶŐĞďŽƵǁĚ worden aan het hoofdgebouw.

4

boerderijen in de omgeving ;ƵŝƚďĞĞůĚŬǁĂůŝƚĞŝƚƐƉůĂŶůĂŶĚŐŽĞĚĞĞŬĚĂůͿ

5

ƐĐŚĞƚƐŽƉďŽƵǁĞƌĨsůĂƐďĞĞŬ

>ĂŶĚŐŽĞĚsůĂƐďĞĞŬ͕ĞĞŶĞƌĨŵĞƚƚǁĞĞǁŽŶŝŶŐĞŶŝŶŚŝƐƚŽƌŝƐĐŚĞďŽƵǁƐƟũů ,ĞƚĞƌĨŝƐŽƉŐĞďŽƵǁĚƵŝƚĞĞŶŚŽŽĨĚǀŽůƵŵĞ͕;ǁŽŶŝŶŐϭͿŵĞƚĞŶŬĞůĞŐĞďŽƵǁĞŶ ĚŝĞŵĞĞƌŽƉĚĞĂĐŚƚĞƌŐƌŽŶĚƐƚĂĂŶ;ǁŽŶŝŶŐϮĞŶĞĞŶƐĐŚƵƵƌͿ͘tŽŶŝŶŐϭŽŶĚĞƌscheidt zich met een groter volume en een hogere kap van de andere gebouwen. De schuur wordt samen getrokken bij deze woning. Woning 2 ligt een ŬǁĂƌƚƐůĂŐŐĞĚƌĂĂŝĚĞŶŵĞĞƌĂĐŚƚĞƌŽƉŚĞƚĞƌĨ͕ǀĞƌĚĞƌǁĞŐǀĂŶĚĞƚŽĞŐĂŶŐƐůĂĂŶ͘ De gebouwen liggen rond een gemeenschappelijke ruimte.

De vormgeving van de nieuwe woningen en de bijgebouwen dient aan te sluiten op de genoemde hiërarchie. De gevels van woning 1 zullen meer uit gebakŬĞŶƐƚĞĞŶďĞƐƚĂĂŶ͕ƚĞƌǁŝũůĚĞŐĞǀĞůƐǀĂŶǁŽŶŝŶŐϮŵĞĞƌƵŝƚŚŽƵƚďĞƐƚĂĂŶŽŵ onderscheid tussen de woningen te krijgen. ĞĂƌĐŚŝƚĞĐƚƵƵƌĞŶŬĂƌĂŬƚĞƌŝƐƟĞŬŝƐŚĞƌŬĞŶďĂĂƌĞŶĚŽŽƌĚĂĐŚƚ͖ĚĞŬƵŶƐƚŝƐŚĞƚ verleden en de toekomst met elkaar te verbinden. Met toepassing van eigenƟũĚƐĞŝŶnjŝĐŚƚĞŶ͕ƚĞĐŚŶŝĞŬĞŶĞŶŵŝĚĚĞůĞŶĚŝĞŶĞŶĚĞƌŚĂůǀĞŐĞďŽƵǁĞŶƚĞǁŽƌĚĞŶ ŽŶƚǁŽƌƉĞŶĚĂƚĚŽĞůŵĂƟŐ;ŐĞďƌƵŝŬĞƌƐͿ͕ǀĞƌĂŶƚǁŽŽƌĚ;ĚƵƵƌnjĂĂŵͿĞŶĞĸĐŝģŶƚ ;ĞŶĞƌŐŝĞͿŝƐ͘

sĞƌƚĂĂůĚŶĂĂƌƵŝƚŐĂŶŐƐƉƵŶƚĞŶŐĞůĚƚǀŽŽƌĚĞĂƌĐŚŝƚĞĐƚƵƵƌĞŶŬĂƌĂŬƚĞƌŝƐƟĞŬǀĂŶ het woonerf: ͻŬĂƌĂŬƚĞƌŝƐƟĞŬĞĞŶƌĞƉƌĞƐĞŶƚĂƟĞǀĞďĞďŽƵǁŝŶŐ • strakke vormgeving met een zorgvuldige detaillering; ͻƌƵŝŵĞŐĞǀĞůŽƉĞŶŝŶŐĞŶǀŽŽƌĚĞĚĂŐůŝĐŚƩŽĞƚƌĞĚŝŶŐǀĂŶŵ͘Ŷ͘ĚĞŚŽŽĨĚĨƵŶĐƟĞƐ͖ ͻƌƵŝŵƚĞůŝũŬĞŽǀĞƌŐĂŶŐĞŶǀĂŶďŝŶŶĞŶŶĂĂƌďƵŝƚĞŶ;ďŝũǀ͘ǀĞƌĂŶĚĂ͕ďĂůŬŽŶ͕ƐĞƌƌĞͿ͖

Bouwmassa De woningen hebben een hoofdvolume van ieder maximaal 1050 m3 en staan ŵĞƚĚĞŶŽŬƌŝĐŚƟŶŐůŽŽĚƌĞĐŚƚŽƉĞůŬĂĂƌ͘,ĞƚŚŽŽĨĚǀŽůƵŵĞǀĂŶĚĞǁŽŶŝŶŐĞŶ kan bestaan uit twee bouwlagen. De maximale hoogte van woning 1 is niet meer dan 10 m. Woning 2 is maximaal 9 m hoog. Deze hoogtes worden gemeƚĞŶƚ͘Ž͘ǀ͘ŚĞƚŵĂĂŝǀĞůĚ͘ĞŐŽŽƚŚŽŽŐƚĞŝƐŵĂdžŝŵĂĂůϯ͘ϱŵ͕ŵĂĂƌŬĂŶƉůĂĂƚƐĞůŝũŬ ǀĞƌŚŽŽŐĚnjŝũŶ͕ďŝũǀŽŽƌďĞĞůĚƚĞƌƉůĂĂƚƐĞǀĂŶĞĞŶƵŝƚƐŶĞĚĞƵŝƚŚĞƚĚĂŬ͘ŝŶŶĞŶ het bouwvolume kunnen delen naar voren of achteren geschoven worden om ĂĨnjŽŶĚĞƌůŝũŬĞĞŶďĞƐĐŚƵƩĞďƵŝƚĞŶƌƵŝŵƚĞŶƚĞĐƌĞģƌĞŶ͘

6

ƌĞĨĞƌĞŶƟĞǁŽŶŝŶŐϭ;ǁŽŽŶŚƵŝƐĚĞsŽƐƐĞƌƐĐŚͿ

ƌĞĨĞƌĞŶƟĞǁŽŶŝŶŐϭ;ƌĐŚŝƚĞĐƚƵƵƌƵƌĞĂƵĂƉ

Kapvorm Aan de rand van het open landschap van het beekdal zijn de daken van de woningen goed zichtbaar. De vormgeving van de daken is dus belangrijk voor ĚĞďĞĞůĚŬǁĂůŝƚĞŝƚ͘ĞŬĂƉǀŽƌŵǀĂŶŚĞƚŚŽŽĨĚŐĞďŽƵǁ;ǁŽŶŝŶŐϭͿĚŝĞŶƚĞĞŶ ƐĐŚŝůĚĚĂŬŽĨnjĂĚĞůĚĂĂŬŵĞƚǁŽůĨƐĞŝŶĚƚĞnjŝũŶ͘tŽŶŝŶŐϮŚĞĞŌĞĞŶnjĂĚĞůĚĂŬ͘Ğ hellingshoek van de daken is tussen de 30 en 45 graden. Het dak kan met riet ŽĨ;ŐĞďĂŬŬĞŶͿƉĂŶŶĞŶďĞĚĞŬƚǁŽƌĚĞŶ͘ĂŬŬĂƉĞůůĞŶnjŝũŶƚŽĞŐĞƐƚĂĂŶ͕ŵŝƚƐŐŽĞĚ ŐĞŢŶƚĞŐƌĞĞƌĚŝŶĚĞŐĞǀĞůĞŶŚĞƚĚĂŬ͘WůĂƩĞĚĂŬĞŶnjŝũŶďĞƉĞƌŬƚƚŽĞŐĞƐƚĂĂŶnjŽĂůƐ ďŝũǀŽŽƌďĞĞůĚǀŽŽƌŚĞƚĚĂŬǀĂŶĚĞĚĂŬŬĂƉĞůůĞŶ͕ŚĞƚĚĂŬǀĂŶǀĞƌďŝŶĚĞŶĚĞĞůĞmenten tussen hoofdgebouw en bijgebouw.

Kleuren en materialen <ůĞƵƌĞŶĞŶŵĂƚĞƌŝĂůĞŶĚŝĞŶĞŶĞůŬĂĂƌ͕ĞŶĚĂĂƌŵĞĞĚĞĂƌĐŚŝƚĞĐƚƵƵƌ͕ƚĞǀĞƌƐƚĞƌŬĞŶ ŽŵĚĞŬǁĂůŝƚĞŝƚǀĂŶĚĞďĞďŽƵǁŝŶŐƚĞǁĂĂƌďŽƌŐĞŶ͘DĞƚĂŶĚĞƌĞǁŽŽƌĚĞŶ͕ŐĞǀĞůƐ ǀĂŶ;ƌŽĚĞͿďĂŬƐƚĞĞŶďŝũǀŽŽƌďĞĞůĚŶŝĞƚĐŽŵďŝŶĞƌĞŶŵĞƚŬƵŶƐƚƐƚŽĨŬŽnjŝũŶĞŶ͘ Gestucte gevels met aluminium of stalen kozijnen zijn wel toegestaan. ĞŬůĞƵƌĞŶƉĂƐƐĞŶďŝŶŶĞŶŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉ͕ĞŶͬŽĨnjŝũŶǀĞƌŐĞůŝũŬďĂĂƌŵĞƚŬůĞƵƌĞŶ ǀĂŶǁŽŶŝŶŐĞŶŝŶĚĞŽŵŐĞǀŝŶŐ͘ĞŵĂƚĞƌŝĂůĞŶŵŽĞƚĞŶĚƵƵƌnjĂĂŵnjŝũŶ͘EĂƚƵƵƌůŝũŬĞŵĂƚĞƌŝĂůĞŶnjŽĂůƐďĂŬƐƚĞĞŶĞŶͬŽĨŚŽƵƚĞŶƌŝĞƚŚĞďďĞŶĚĞǀŽŽƌŬĞƵƌ͖ĞĞŶ ĐŽŵďŝŶĂƟĞŵĞƚŐůĂƐ͕ƐƚĂĂůŽĨƐƚƵĐǁĞƌŬďĞŚŽŽƌƚƚŽƚĚĞŵŽŐĞůŝũŬŚĞĚĞŶ͘/ŶĚŝĞŶ ŵŽŐĞůŝũŬĞŶƚŽĞƉĂƐďĂĂƌnjĂůƐƚƌĞĞŬĞŝŐĞŶŵĂƚĞƌŝĂĂů;ďŝũǀŽŽƌďĞĞůĚtĞůŶĂͲ,ŽƵƚͿ worden gebruikt.

ŝũŐĞďŽƵǁĞŶ Bijgebouwen moeten passen binnen de ruimtelijke en architectonisch eenheid. een bijgebouw wordt tegen woning 1 aangebouwd. Het andere bijgebouw ŬŽŵƚůŽƐƚĞůŝŐŐĞŶŵĞƚĂůƐĨƵŶĐƟĞŐĂƌĂŐĞͬŽƉƐůĂŐ͘ŝƚďŝũŐĞďŽƵǁŝƐŽŶĚĞƌŐĞƐĐŚŝŬƚ aan de andere gebouwen. De kwaliteitseisen van het bijgebouw zijn dezelfde ĂůƐǀĂŶĚĞĂŶĚĞƌĞŐĞďŽƵǁĞŶ͘ĞŐŽŽƚŚŽŽŐƚĞŝƐŵĂdž͘ϯ͕ϱϬŵĞƚĞƌĞŶĚĞƚŽƚĂůĞ hoogte is max. 7 m. Gedacht kan worden aan een bijgebouw opgetrokken in ŚŽƵƚ;ĚŽŶŬĞƌďƌƵŝŶͬnjǁĂƌƚͿŽƉĞĞŶŐĞŵĞƚƐĞůĚĞďĂƐŝƐĞŶĞĞŶŬĂƉďĞĚĞŬƚŵĞƚƌŝĞƚ of pannen.

7

ƌĞĨĞƌĞŶƟĞǀŽŽƌǁŽŶŝŶŐϮ;DĂĂƐĂƌĐŚŝƚĞĐƚĞŶͿ

ƌĞĨĞƌĞŶƟĞǀŽŽƌǁŽŶŝŶŐϮ;^ĐŚŝƉƉĞƌŽƵǁĞƐĂƌĐŚŝƚĞĐƚƵƵƌͿ

8

Beeldkwaliteit buitenruimte

ƌĮŶƌŝĐŚƟŶŐ ĞŝŶƌŝĐŚƟŶŐǀĂŶĚĞďƵŝƚĞŶƌƵŝŵƚĞŝƐŽƉƚĞƐƉůŝƚƐĞŶŝŶƚǁĞĞĚĞůĞŶ͗ĞĞŶŐĞŵĞĞŶschappelijk en een privé gedeelte. Het gemeenschappelijk deel beslaat de noodoostzijde van het erf met de ƵŝƚǀĂůƐǁĞŐƚŽƚĚĞWĂĂůďĞĞŬǁĞŐ͘ĞŝŶƌŝĐŚƟŶŐŝƐƐŽďĞƌŵĞƚǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ͕ŐƌĂƐĞŶ ďŽŵĞŶ;ĞŶŬĞůĞĨŽƌƐĞĞŝŬĞŶͿ͘ĞŶĂĂŶƚĂůĨƵŶĐƟĞƐ;ƚŽĞŐĂŶŐ͕ďĞƌŐŝŶŐ͕ƉĂƌŬĞƌĞŶͿ komen samen op het centrale erf.

Tuin ZŽŶĚĚĞǁŽŶŝŶŐĞŶůŝŐŐĞŶƉƌŝǀĞƚƵŝŶĞŶ͘ƌŝƐĞĞŶĚƵŝĚĞůŝũŬĞƌĞůĂƟĞŵĞƚŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉ;njŝĐŚƚůŝũŶĞŶͿ͘ůůĞĞŶĂĂŶĚĞnjƵŝĚŽŽƐƚnjŝũĚĞŬŽŵƚĚŝĐŚƚĞďĞƉůĂŶƟŶŐ;ŚŽƵƚǁĂůͿĚŝĞŚĞƚnjŝĐŚƚǀĞƌŵŝŶĚĞƌƚǀĂŶŽŵǁŽŶĞŶĚĞŶŽƉŚĞƚŚƵŝƐ͘ Hagen en hoogstamfruitbomen op en rond het gehele erf zullen het beeld van het agrarisch landschap versterken.

Toegangsweg en plein ĞƚŽĞŐĂŶŐƐǁĞŐĞŶŚĞƚƉůĞŝŶǁŽƌĚĞŶƵŝƚŐĞǀŽĞƌĚŝŶŐĞďĂŬŬĞŶŬůŝŶŬĞƌďĞƐƚƌĂƟŶŐ͘ De materialen en kleuren worden afgestemd op het metselwerk van de gebouǁĞŶ͘ĞƚĂŝůůĞƌŝŶŐĞŶŵĞƚďĞŚƵůƉǀĂŶ;ŬůĞŝŶĞͿŶĂƚƵƵƌƐƚĞĞŶĞůĞŵĞŶƚĞŶnjŝũŶĚĞŶŬďĂĂƌ͘KƉŚĞƚƉƌŝǀĠƚĞƌƌĞŝŶǁŽƌĚƚďŽŵĞŶ;ďŝũǀŽŽƌďĞĞůĚĞŝŬĞŶͿĞŶĞĞŶŚŽƵƚǁĂů ;ǀĂŶĞůƐ͕ǀůŝĞƌ͕ŵĞŝĚŽŽƌŶͿĂĂŶĚĞŽŽƐƚnjŝũĚĞĂĂŶŐĞƉůĂŶƚ͘,ĞƚĞƌĨďŝĞĚƚǀŽůĚŽĞŶĚĞ ruimte voor informeel parkeren. ĞƚŽĞŐĂŶŐƐǁĞŐǁŽƌĚƚ;ŝŶĚŝĞŶŐĞǁĞŶƐƚͿǀĂŶůĂŐĞǀĞƌůŝĐŚƟŶŐƐĞůĞŵĞŶƚĞŶǀŽŽƌnjŝĞŶ͘ĞůŝĐŚƚďƌŽŶŝƐŽƉĚĞǁĞŐŐĞƌŝĐŚƚĞŶŚĞĞŌnjŽŵŝŶŵŽŐĞůŝũŬƵŝƚƐƚƌĂůŝŶŐŶĂĂƌ ĚĞŽŵŐĞǀŝŶŐ͘KƉŚĞƚĞƌĨďĞƐƚĂĂƚĚĞǀĞƌůŝĐŚƟŶŐƵŝƚĂƌŵĂƚƵƌĞŶĚŝĞĂĂŶĚĞŐĞǀĞůƐ ďĞǀĞƐƟŐĚnjŝũŶ͘ĞǀĞƌůŝĐŚƟŶŐƐĞůĞŵĞŶƚĞŶƉĂƐƐĞŶƋƵĂƐĨĞĞƌĞŶŵĂĂƚďŝũĚĞĂƌĐŚŝtectuur van de woningen.

Poorten en erfafscheidingen Het terrein van het landhuis is privéterrein. De overgang van privé naar openďĂĂƌnjĂůŵĞƚŶĂƚƵƵƌůŝũŬĞŵŝĚĚĞůĞŶƵŝƚŐĞǀŽĞƌĚǁŽƌĚĞŶ͘ƌǁŽƌĚĞŶŐĞĞŶ;ƉƌĞĨĂďͿ ƐĐŚƵƫŶŐĞŶƚŽĞŐĞƉĂƐƚ͘ĨƐĐŚĞƌŵŝŶŐĞŶďĞƐƚĂĂŶƵŝƚůŽƐƐĞďĞƉůĂŶƟŶŐŽĨŐĞƐĐŚŽƌĞŶŚĂŐĞŶ;ƚĂdžƵƐ͕ŚƵůƐƚ͕ďĞƵŬŽĨŵĞŝĚŽŽƌŶͿ͘ŽŶŝĨĞƌĞŶͲĞŶůĂƵƌŝĞƌŚĂŐĞŶnjŝũŶŶŝĞƚ passend en niet toegestaan.

9

Aan het begin van de laan (toegang van het landŐŽĞĚͿŝƐƌĞĞĚƐĞĞŶŚŽƵƚĞŶƉŽŽƌƚŐĞƉůĂĂƚƐƚ͘KŽŬďŝũ de toegang tot het privé gebied kan een hek worden ŐĞƉůĂĂƚƐƚ͘ŝƚŚĞŬĚŝĞŶƚƋƵĂŵĂƚĞƌŝĂĂůͲĞŶŬůĞƵƌŐĞbruik sober te zijn en te passen bij het landschap.

ďĞƐƚĂĂŶĚĞŚŽƵƚĞŶƉŽŽƌƚ

boomgaardje

ŚŽƵƚǁĂů

ϭϬ

ŵƐƚĞƌĚĂŵƐĞǁĞŐϮϭ ϲϴϭϰ'ƌŶŚĞŵ t 026-4459503 m 06-44042477 ĞƟƟĂΛnjŝũĂĂŶnjŝĐŚƚ͘Ŷů ǁǁǁǁ͘njŝũĂĂŶnjŝĐŚƚ͘Ŷů

Bijlage 3 Nieuwe locatie bouwkavel van Zijaanzicht Landschapsarchitecten van 18 juni 2019

LANDGOED VLASBEEK

ŶŝĞƵǁĞůŽĐĂƟĞǀŽŽƌďŽƵǁŬĂǀĞů 18 juni 2019

22

Voorde

Afbeelding 15. Inrichtingsplan De Pirk

Informatiepaneel

,ƵŝĚŝŐƉůĂŶǀŽŽƌůĂŶĚŐŽĞĚĚĞWŝƌŬŵĞƚůŽĐĂƟĞďĞƐƚĂĂŶĚďŽƵǁŬĂǀĞů

Legenda

>ŽĐĂƟĞďŽƵǁŬĂǀĞůůĂŶĚŐŽĞĚsůĂƐďĞĞŬ ;ǀŽŽƌŚĞĞŶĞWŝƌŬͿ /ŶůĞŝĚŝŶŐ

/ŶŽƉĚƌĂĐŚƚǀĂŶĚĞĞŝŐĞŶĂĂƌǀĂŶůĂŶĚŐŽĞĚsůĂƐďĞĞŬŚĞĞŌŝũĂĂŶnjŝĐŚƚ>ĂŶĚƐĐŚĂƉƐĂƌĐŚŝƚĞĐƚĞŶĞĞŶďĞŬŶŽƉƚĞƐƚƵĚŝĞŐĞĚĂĂŶ Nat soortenrijk grasland (Plas dras) ŶĂĂƌĚĞďĞnjŽŶŶŝŶŐǀĂŶŚĞƚďŽƵǁŬĂǀĞůŝŶǀĞƌƐĐŚŝůůĞŶĚĞŵĂĂŶĚĞŶ ĞŶŽƉǀĞƌƐĐŚŝůůĞŶĚĞƟũĚƐƟƉƉĞŶǀĂŶĚĞĚĂŐ͘ Natuurweide

hŝƚĚĞƐĐŚĂĚƵǁƚĞŬĞŶŝŶŐĞŶďůŝũŬƚĚĂƚĞƌŐĞĚƵƌĞŶĚĞŚĞƚŚĞůĞũĂĂƌ Landhuis met twee wooneenheden ƐƉƌĂŬĞŝƐǀĂŶƐĐŚĂĚƵǁŽƉŚĞƚďŽƵǁǀůĂŬ͘dŽƚŝŶĂƉƌŝůŝƐĞƌnjĞůĨƐ ďŝũŶĂŐĞĚƵƌĞŶĚĞĚĞŚĞůĞĚĂŐƐĐŚĂĚƵǁŽƉŚĞƚďŽƵǁǀůĂŬǀĂŶĚĞ Struweel ǁŽŶŝŶŐ͘ dEKŚĂŶƚĞĞƌƚĂůƐŶŽƌŵĚĂƚĞƌŐĞĚƵƌĞŶĚĞϭϬŵĂĂŶĚĞŶƚĞŶŵŝŶ-

njŝũŶ͘ŝƚǁŽƌĚƚŶŝĞƚŐĞŚĂĂůĚ͘

ƐƚĞϯŵŽŐĞůŝũŬĞďĞnjŽŶŶŝŶŐƐƵƌĞŶƉĞƌĚĂŐŽƉĞĞŶǁŽŶŝŶŐŵŽĞƚĞŶ Solitaire boom Privé terrein

ĞnjĞďĞǀŝŶĚŝŶŐĞŶnjŝũŶĂĂŶůĞŝĚŝŶŐǀŽŽƌĚĞŽƉĚƌĂĐŚƚŐĞǀĞƌŽŵ ĂůƚĞƌŶĂƟĞǀĞďŽƵǁůŽĐĂƟĞƐƚĞŽŶĚĞƌnjŽĞŬĞŶĞŶĞĞŶďĞƐƚĞŵŵŝŶŐƐƉůĂŶƉƌŽĐĞĚƵƌĞŽƉƚĞƐƚĂƌƚĞŶ͘

Recreatieve hoofdpunten

EĂĂĨǁĞŐŝŶŐǀĂŶǀĞƌƐĐŚŝůůĞŶĚĞĂůƚĞƌŶĂƟĞǀĞŶŝƐŐĞŬŽnjĞŶǀŽŽƌ ĞĞŶůŽĐĂƟĞĐĂϲϬŵĞƚĞƌƚĞŶŶŽŽƌĚĞŶǀĂŶĚĞůŽĐĂƟĞnjŽĂůƐǀĂƐƚŐĞůĞŐĚŝŶŚĞƚďĞƐƚĞŵŵŝŶŐƐƉůĂŶ͘ĞnjĞůŽĐĂƟĞŝƐŝŶŽǀĞƌůĞŐŵĞƚĚĞ ŽŵŵŝƐƐŝĞZƵŝŵƚĞůŝũŬĞ<ǁĂůŝƚĞŝƚďĞƉĂĂůĚ͘

Landgoed De Pirk

2

'ĞůĚĞƌƐůĂŶĚƐĐŚĂƉ

ĞĞŬ

WĂĂů ď

>ĂŶĚŐŽĞĚ sůĂƐďĞĞŬ

Ŭ

ƌďĞĞ

<ůĂĂ

Ŭ

ĞĞ

Žƌ ƉƐĞ

>ĂŶĚŐŽĞĚĞĞŬĚĂů

>ŝŐŐŝŶŐůĂŶĚŐŽĞĚsůĂƐďĞĞŬƚĞŶŽƉnjŝĐŚƚĞǀĂŶĂŶĚĞƌĞůĂŶĚŐŽĞĚĞƌĞŶĞŶŶĂƚƵƵƌŽŶƚǁŝŬŬĞůŝŶŐĞŶŝŶŚĞƚďĞĞŬĚĂů͘

EĂƚƐŽŽƌƚĞŶƌŝũŬŐƌĂƐůĂŶĚ

EĂƚƵƵƌǁĞŝĚĞ

sĞƌůĞŐĚĞ<ůĂĂƌďĞĞŬŵĞƚ ŇĂƵǁĞŽĞǀĞƌƐ

ϯ

ŽĚĞŵŬĂĂƌƚ

ϯ

1

ϭWŽĚnjŽůŐƌŽŶĚĞŶ;ĚĞŬnjĂŶĚƌƵŐͿͿ ϮĞĞŬĞĞƌĚŐƌŽŶĚ   ϯDŽĞƌŝŐĞĞĞƌĚŐƌŽŶĚ;ǀĞĞŶͿ 

  

  

2

2

ĚƌŽŐĞƌ ͮ ŶĂƩĞƌ

ZĂŶĚǀŽŽƌǁĂĂƌĚĞŶǀŽŽƌĞĞŶŶŝĞƵǁĞďŽƵǁůŽĐĂƟĞ

ϭ/ŶƉĂƐƐĞŶŝŶůĂŶĚƐĐŚĂƉ ĞŶŝĞƵǁĞǁŽŶŝŶŐŵŽĞƚŽƉĞĞŶůŽŐŝƐĐŚĞƉůĞŬŝŶŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉ ŬŽŵĞŶƚĞůŝŐŐĞŶ͘sĂŶŽƵĚƐŚĞƌnjŝũŶĚĞǁŽŶŝŶŐĞŶŝŶĚŝƚůĂŶĚƐĐŚĂƉ ŐĞďŽƵǁĚŽƉĚĞŚŽŐĞƌĞŵĞĞƌnjĂŶĚŝŐĞŽŶĚĞƌŐƌŽŶĚǀĂŶĚĞŽƵĚĞ ĚĞŬnjĂŶĚƌƵŐ͘,ĞƚŶŝĞƵǁĞůĂŶĚŚƵŝƐĚŝĞŶƚŝŶŐĞďĞĚƚĞǁŽƌĚĞŶŝŶĚĞ ƌƵŝŵƚĞůŝũŬĞƐƚƌƵĐƚƵƵƌǀĂŶŚĞƚŐĞďŝĞĚ͘ĞnjĞƐƚƌƵĐƚƵƵƌŝƐĚƌŝĞůĞĚŝŐ ĞŶŝĞĚĞƌĚĞĞůŚĞĞŌĞĞŶůĂŶĚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞƐƚƌƵĐƚƵƵƌ͕ĞĞŶĞŝŐĞŶ ƵŝƚƐƚƌĂůŝŶŐĞŶǁĂĂƌĚĞ͘sĂŶ͚ŚŽŽŐ͛ŶĂĂƌ͚ůĂĂŐ͛njŝũŶĚĂƚĚĞǀŽůŐĞŶĚĞĚĞůĞŶ͘dĞŶĞĞƌƐƚĞĚĞŚŽŐĞƌŐĞůĞŐĞŶĚĞŬnjĂŶĚƌƵŐǀĂŶtŝƐƐĞů͖ ƚĞŶƚǁĞĞĚĞŚĞƚƚƵƐƐĞŶůŝŐŐĞŶĚĞŐĞďŝĞĚŵĞƚĂŐƌĂƌŝƐĐŚĞƉĞƌĐĞůĞŶ ĞŶďŽĞƌĚĞƌŝũĞŶ͖ƚĞŶĚĞƌĚĞĚĞůĂĂŐŐĞůĞŐĞŶďĞĞŬŐƌŽŶĚĞŶŵĞƚ ŶĂƚƵƵƌƚĞƌƌĞŝŶĞŶ͘ĞĚĞŬnjĂŶĚƌƵŐŬŽŵƚĂůƐĞĞƌƐƚĞŬĞƵƐŝŶĂĂŶŵĞƌŬŝŶŐǀŽŽƌĞĞŶŶŝĞƵǁĞůŽĐĂƟĞ͘ĂĂƌŶĂĂƐƚŝƐŚĞƚŽŽŬŵŽŐĞůŝũŬ ĞĞŶǁŽŶŝŶŐƚĞƉůĂĂƚƐĞŶƚƵƐƐĞŶĚĞ;ĂŐƌĂƌŝƐĐŚĞͿĞƌǀĞŶŝŶŚĞƚƚƵƐƐĞŶŐĞďŝĞĚ͘;ďƌŽŶƵůƚƵƵƌŚŝƐƚŽƌŝƐĐŚĞīĞĐƚƌĂƉƉŽƌƚĂŐĞůĂŶĚŐŽĞĚ ĞWŝƌŬϮϬϭϬͿ

Ϯ͘/ŶƉĂƐƐĞŶďŝŶŶĞŶĚĞƌƵŝŵƚĞůŝũŬĞŽƉďŽƵǁǀĂŶŚĞƚůĂŶĚŐŽĞĚ >ĂŶĚŐŽĞĚsůĂƐďĞĞŬŬĞŶŵĞƌŬƚnjŝĐŚĚŽŽƌŚĞƚŽƉĞŶůĂŶĚƐĐŚĂƉŵĞƚ ĚĂĂƌŝŶĚƌŝĞďĞŬĞŶ͕ǁĂĂƌǀĂŶĚĞ;ŵŝĚĚĞůƐƚĞͿ<ůĂĂƌďĞĞŬǀĞƌůĞŐĚĞŶ ǀĞƌďƌĞĞĚŝƐ͘,ĞƚůĂŶĚŐŽĞĚŝƐĂĂŶŐĞůĞŐĚĂůƐ͚ůĂŶĚŚƵŝƐůĂŶĚŐŽĞĚ͕͛ ǁĂĂƌďŝũ͚͘͘͘ŐĞƐƚƌĞĞĨĚŵŽĞƚǁŽƌĚĞŶŶĂĂƌĞĞŶůĂŶĚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞŶ ĂƌĐŚŝƚĞĐƚŽŶŝƐĐŚƐĂŵĞŶƐƉĞůǀĂŶĂůůƵƌĞĚĂƚƉĂƐƚŝŶŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉ ĞŶŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉǀĞƌƐƚƌĞŬƚ͛;Ƶŝƚ>ĂŶĚŐŽĞĚĞWŝƌŬϮϬϭϬͿ

ϯ͘ZĞŬĞŶŝŶŐŚŽƵĚĞŶŵĞƚŽŵǁŽŶĞŶĚĞŶ ,ĞƚůĂŶĚŐŽĞĚďŝĞĚƚŽŵǁŽŶĞŶĚĞŶůĂŶĚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞŬǁĂůŝƚĞŝƚĞŶ ǁĂŶĚĞůŵŽŐĞůŝũŬŚĞĚĞŶ͘ĞƉůĂĂƚƐŝŶŐǀĂŶĞĞŶŶŝĞƵǁĞǁŽŶŝŶŐŝƐ ŽŶĚĞƌĚĞĞůǀĂŶŚĞƚůĂŶĚŐŽĞĚ͘,ĞƚůĂŶĚŐŽĞĚůŝŐƚŝŶŽƉĞŶůĂŶĚƐĐŚĂƉ͘,ĞƚƉůĂĂƚƐĞŶǀĂŶĞĞŶǁŽŶŝŶŐnjĂůŚŽĞĚĂŶŽŽŬůĞŝĚĞŶƚŽƚ ĞŶŝŐĞǀĞƌĚŝĐŚƟŶŐ͘hŝƚnjŝĐŚƚǀĂŶŽŵǁŽŶĞŶĚĞŶnjĂůŵĞĞŐĞǁŽŐĞŶ ǁŽƌĚĞŶ͘ĞŶnjŽƌŐǀƵůĚŝŐŽŶƚǁŽƌƉĞŶďĞƉůĂŶƟŶŐƌŽŶĚŚĞƚĞƌĨͬĚĞ ƚƵŝŶŝƐŝŶĚŝƚŽƉĞŶůĂŶĚƐĐŚĂƉǀĂŶďĞůĂŶŐ͘

4

KƉĞŶďĞĞŬĚĂůƚƵƐƐĞŶŚŽŐĞƌŐĞůĞŐĞŶĚĞŬnjĂŶĚƌƵŐŐĞŶŵĞƚĚĞůŝŐŐŝŶŐǀĂŶĚĞ;ĂŐƌĂƌŝƐĐŚĞͿ ĞƌǀĞŶ

KƉĞŶďĞĞŬĚĂů͕njŝĐŚƚǀĂŶĂĨĞŝŶĚĞƚŽĞŐĂŶŐƐůĂĂŶ

ϰ͘ĂŶƚƌĞŬŬĞůŝũŬĞǁŽŽŶůŽĐĂƟĞ ĞůŽĐĂƟĞŵŽĞƚĞĞŶĂĂŶƚƌĞŬŬĞůŝũŬĞǁŽŽŶŽŵŐĞǀŝŶŐďŝĞĚĞŶ͘ h/ƚnjŝĐŚƚǀĂŶƵŝƚĚĞǁŽŶŝŶŐ͕ŐŽĞĚĞďĞnjŽŶŶŝŶŐĞŶĞĞŶŐƵŶƐƟŐĞ ŽŶĚĞƌŐƌŽŶĚnjŝũŶǀŽŽƌĚĞŶŝĞƵǁƚĞďŽƵǁĞŶǁŽŶŝŶŐǀĂŶďĞůĂŶŐ

ϱ͘'ŽĞĚĞŽŶƚƐůƵŝƟŶŐǀĂŶĚĞǁŽŶŝŶŐ ĞĂĂŶƐůƵŝƟŶŐŽƉďĞƐƚĂĂŶĚĞǁĞŐĞŶǀĂŶŚĞƚďŽƵǁŬĂǀĞůŵŽĞƚ ŐŽĞĚƚĞŵĂŬĞŶnjŝũŶ͘

5

ŶŝĞƵǁĞůŽĐĂƟĞ ůŽĐĂƟĞϭ

ϲ

ĞŽŶƚƐůƵŝƟŶŐǀĂŶŚĞƚůĂŶĚŚƵŝƐǀĞƌůŽŽƉƚǀŝĂŚĞƚƌĞĞĚƐĂĂŶŐĞůĞŐĚĞƚŽĞŐĂŶŐƐƉĂĚŶĂĂƌ ĚĞWĂĂůďĞĞŬǁĞŐ

EŝĞƵǁĞůŽĐĂƟĞŽƉĚĞŬnjĂŶĚƌƵŐĞŶŽƉĚĞŐƌĞŶƐŵĞƚŚĞƚůĂŐĞƌŐĞůĞŐĞŶďĞĞŬĚĂů͘KƉĚĞ ĂĐŚƚĞƌŐƌŽŶĚĚĞďĞƉůĂŶƟŶŐůĂŶŐƐĚĞWĂĂůďĞĞŬ͘

>ŽĐĂƟĞ

/ŶƉĂƐƐĞŶŝŶůĂŶĚƐĐŚĂƉ ĞďŽƵǁůŽĐĂƟĞůŝŐƚŽƉĚĞĚĞŬnjĂŶĚƌƵŐ͕ŶĂďŝũŵĞĞƌĚĞƌĞǁŽŽŶĞƌǀĞŶ͘

/ŶƉĂƐƐĞŶďŝŶŶĞŶĚĞƌƵŝŵƚĞůŝũŬĞŽƉďŽƵǁǀĂŶŚĞƚůĂŶĚŐŽĞĚ ĞďŽƵǁůŽĐĂƟĞůŝŐƚŝŶŚĞƚĚĞĞůǀĂŶŚĞƚůĂŶĚŐŽĞĚĚĂƚĂůƐŶĂƚƵƵƌǁĞŝĚĞŝƐďĞƐƚĞŵĚ͘,ŝĞƌnjŝũŶĞĞŶĂĂŶƚĂůǁĞŝĚĞƐǀŽƌŵŐĞŐĞǀĞŶĞŶ ŽŵnjŽŽŵĚŵĞƚŚĂŐĞŶ͘ĞŶǀĂŶĚĞǁĞŝĚĞƐŬĂŶĂůƐĞƌĨǁŽƌĚĞŶ ŝŶŐĞƌŝĐŚƚ͕ŵĞƚŵŐĂĂƌĚĞŶĂŶĚĞƌĞďĞƉůĂŶƟŶŐ͘ĞƉůĂĂƚƐŝŶŐ ǀĂŶĚĞǁŽŶŝŶŐŝƐnjŽĚĂŶŝŐĚĂƚĚŝƚŬĂǀĞůĞĞŶƐĐŚĂŬĞůǀŽƌŵƚƚƵƐƐĞŶ ĚĞŝĞƚƐŚŽŐĞƌŐĞůĞŐĞŶŶĂƚƵƵƌǁĞŝĚĞŶĞŶĚĞŶĂƩĞŐƌĂƐůĂŶĚĞŶ͘

ZĞŬĞŶŝŶŐŚŽƵĚĞŶŵĞƚŽŵǁŽŶĞŶĚĞŶ ĞǁŽŶŝŶŐůŝŐƚŝŶŚĞƚnjŝĐŚƚǀĂŶĞĞŶĂĂŶƚĂůŽŵǁŽŶĞŶĚĞŶ͘ƌĩĞƉůĂŶƟŶŐnjĂůĚŝƌĞĐƚnjŝĐŚƚŽƉĚĞǁŽŶŝŶŐǀĞƌŵŝŶĚĞƌĞŶ͘ĞǁŽŶŝŶŐ ůŝŐƚŽƉĂĨƐƚĂŶĚǀĂŶŚĞƚƚŽĞŐĂŶŐƐƉĂĚǀĂŶĂĨĚĞWĂĂůďĞĞŬǁĞŐ͘,Ğƚ ǁĂŶĚĞůƉĂĚŬĂŶŚŝĞƌĚŽŽƌďůŝũǀĞŶůŝŐŐĞŶǁĂĂƌŚĞƚůŝŐƚ͘

ĂŶƚƌĞŬŬĞůŝũŬĞǁŽŽŶůŽĐĂƟĞ h/ƚnjŝĐŚƚǀĂŶƵŝƚĚĞǁŽŶŝŶŐĞŶďĞnjŽŶŶŝŶŐǀĂŶŚĞƚŚƵŝƐŝƐŐŽĞĚ͘

KŶƚƐůƵŝƟŶŐǀĂŶĚĞǁŽŶŝŶŐ ĞǁŽŶŝŶŐŝƐƚĞŽŶƚƐůƵŝƚĞŶǀŝĂĞĞŶŚŝƐƚŽƌŝƐĐŚĞŽŶƚƐůƵŝƟŶŐƐǁĞŐ ;ŚƵŝĚŝŐĞWĂĂůďĞĞŬǁĞŐͿǀĂŶĞtĂĂŝũĞŶďĞƌŐ͘

7

ŵƐƚĞƌĚĂŵƐĞǁĞŐϮϭ ϲϴϭϰ'ƌŶŚĞŵ ƚϬϮϲͲϰϰϱϵϱϬϯ ŵϬϲͲϰϰϬϰϮϰϳϳ ĞƟƟĂΛnjŝũĂĂŶnjŝĐŚƚ͘Ŷů ǁǁǁǁ͘njŝũĂĂŶnjŝĐŚƚ͘Ŷů

8

Bijlage 4 Bodemonderzoek van buro Sigma Bouw- en Milieu van 29 juni 2020 en 4 mei 2021

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

juni ’20

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

Projectnummer:

20-M9388

Opdrachtgever:

Fokko Agteres Advies in Ruimtelijke Ordening

Datum:

29 juni 2020

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

datum

29 juni 2020

projectnummer

20-M9388

in opdracht van

Fokko Agteres Advies in Ruimtelijke Ordening Derk Brouwerstraat 29 7391 HS Twello

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

juni ’20

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen ................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 18

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 20

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 22

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 26

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 27

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

juni ’20

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Fokko Agteres Advies in Ruimtelijke Ordening is in juni 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op locatie aan de Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe (gemeente Noordoostpolder). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling en geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

juni ’20

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

juni ’20

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

juni ’20

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een voorgenomen herontwikkeling van de locatie en de geplande bouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie uit het in een kader van een voorgaand bodemonderzoek uitgevoerd vooronderzoek volgens NEN-5725; • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Epe (verkregen in het kader van voorgaand bodemonderzoek op het perceel); • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van de Bodematlas van de Provincie Gelderland; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter.

De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding

Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) (Paalbeekweg 16) Epe (buurtschap Wissel) Epe Zie bijlage 1 X = 193,361 Y= 484,396 Gemeente Epe en Oenen, perceel sectie T nr. 5079 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 1.450 m2 De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard deel van een weideperceel. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie is onverhard.

Ondergrondse infrastructuur

Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.

Archeologische waarden

De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans".

Geplande herinrichting

De nieuwbouw van een woning.

bijzonderheden: -

juni ’20

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte perceel zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig

Op basis van de topografische kaarten vanaf 1820 tot heden lijkt de onderzoekslocatie in niet eerder bebouwd te zijn geweest. De onderzoekslocatie heeft voor zover te beoordelen deel uitgemaakt van een natuur- en weideperceel. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard deel van een weideperceel. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van topografische kaarten is vanaf rond 1850 basis van enige bebouwing in de omgeving te herkennen. topografische Deze bebouwing is in de jaren erna verder uitbereid. kaarten, Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoek locatie bevinden toekomstig zich weidepercelen, sportvelden en enkele woningen. Noord-, oostzijde: grasveld. Zuidzijde: grasland en de Paalbaak. Westzijde: grasland.

juni ’20

Geen.

Geen. Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard deel van een weideperceel. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.

Bouwvergunning

De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Niet bekend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de provinciale asbestdakenkaart geldt voor het onderzoeksgebied dat er geen sprake is van asbestverdachte daken.

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

figuur 1: inventarisatie asbestdaken Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

juni ’20

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m

Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.

De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend hebben op de locatie geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Op circa 1 kilometer ten zuidoosten van de onderzoekslocatie bevindt zich een chemische wasserij (Achterse Molen). Ter plaatse van deze wasserij is de bodem verontreinigd met oplosmiddelen. Op deze locatie zijn sanerende maatregelen uitgevoerd. Voor zover bekend heeft de verontreiniging geen invloed gehad op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderzoekslocatie. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

juni ’20

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► niet bekend

Omgeving <25 m

► Paalbeekweg perceel sectie T 5079, verkennend bodemonderzoek, d.d. 12-102010, auteur: Kruse Milieu BV, ref. 10051910 conclusies: ● Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond is niet verontreinigd; - de ondergrond is niet verontreinigd; - het grondwater is niet verontreinigd. De hypothese "onverdachte locatie" kan worden aangenomen, aangezien geen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. Op basis van het historisch vooronderzoek kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie niet asbestverdacht is.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

juni ’20

► Vlasbeek, Paalbeek, Klaarbeek, oriënterend bodemonderzoek, d.d. 01-12-1994, auteur: Tebodin,332328 conclusies: ● De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. Niet bekend.

De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 17-18 m-NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0->10

beschrijving

formatie

Middelfijne zanden tot grove zanden, grindig

gestuwde afzettingen

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Epe en Oenen, perceel sectie T nr. 5079 (ged.) -

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

juni ’20

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie aan de Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe voor zover bekend in het verleden, geruime tijd onderdeel is van een grasland. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Nabij de onderzoekslocatie is, t.p.v. een eerder voorgenomen bouwvlak, in 2010, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Ook de component arseen welke in het gebied van nature verhoogd aanwezig kan zijn is destijds niet verhoogd gemeten. Arseen is derhalve in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 1.450 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

juni ’20

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 03 juni 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ca. een week na plaatsing van de peilbuis op 18 juni 2020 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie-inspectie is even buiten het plangebied een depot met zand en groenresten waargenomen. De grond in het depot is in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Voor het overige zijn op basis van de locatie-inspectie geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen.

De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

6

0.5

3 t/m 8

1

2.0

2

1

4.0

1

Onderzoekslocatie (ca. 1.450 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

juni ’20

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.55 0.55-0.9 0.9-3.1

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand zand

zwak siltig, grind zwak siltig, grind zwak siltig, grind

bruin/grijs bruin/grijs grijs/geel/beige

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1

2.1-3.1

1.36

5

5.7

juni ’20

EGV geleidingsvermogen µS/cm 190

troebelheid (NTU) 7.2

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

juni ’20

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 12: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen analysepakket

1 (MM1)

1 t/m 8

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

2 (MM2)

1+2

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

1

2.1-3.1

-

NEN-grondwater(**)

grond

grondwater 1 (peilbuis)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

juni ’20

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Paalbeekweg perceel sectie T nr. 5079 (ged.) te Epe

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10799438/1