339896 Beslisnota Omgevingsvisie 'Natuurlijk goed leven'
Tekst van het document
Beslisnota voor de raad Onderwerp
Omgevingsvisie 'Natuurlijk goed leven'
Programma
5 - Ruimte en wonen
Portefeuillehouder
Dhr. drs. B.J. Aalbers
Zaaknummer
339896
Adviseur
Kisjes
Afdeling
Ruimte
E-mail adres
arjan.kisjes@epe.nl
Bijlage(n)
Nummer de bijlagen bij meer dan een. Zet er tussen haakjes achter wanneer de bijlage(n) niet openbaar zijn.
TE BESLUITEN OM 1. De Omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’ (NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1) vast te stellen als een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 2.1 Wro) en op grond van artikel 4.10 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet als een omgevingsvisie in de zin van artikel 3.1 lid 1 Omgevingswet - waarin: A. De waardevolle leefomgeving centraal staat. B. Onze vier kernopgaven benoemd staan: 1. Duurzame toekomst 2. Gezondheid, zorg en welzijn 3. Goed wonen 4. Ondernemen C. Doelstellingen, ontwikkelrichtingen en ruimtelijke keuzes zijn geformuleerd. D. Het handelingsperspectief van de omgevingsvisie is beschreven. 2 Het structuurplan gemeente Epe (2006), de structuurvisie Veluweflank (2010) en de structuurvisies voor de centra van Epe (2011) en Vaassen (2009) in te trekken.
INLEIDING Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Daarin worden gemeenten verplicht om een omgevingsvisie vast te stellen. De omgevingsvisie is een strategische, integrale en lange termijn visie over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Epe en betreft een breed scala aan thema’s, zoals wonen, recreëren, werken, veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, klimaat, landschap, cultuurhistorie en leefbaarheid. Belangrijk in de visie is de integraliteit en de samenhang die terugkomt in de hoofdkoers, de opgaven, de doelstellingen en ontwikkelrichtingen. Het tot stand komen van deze ontwerp omgevingsvisie kent een lange en zorgvuldige aanloop, waarbij inwoners, ketenpartners en stakeholders op diverse momenten en op verschillende manieren zijn betrokken. Ook de gemeenteraad is in de verschillende stappen en participatietrajecten meegenomen en geïnformeerd. De ontwerpomgevingsvisie heeft vanaf 16 juni 2021 tot en met 10 augustus 2021 ter inzage gelegen. In deze periode zijn zienswijzen ingediend.
BEOOGD EFFECT Opstellen van een breed gedragen omgevingsvisie, waarin de strategie voor de fysieke leefomgeving duidelijk naar voren komt.
ARGUMENTEN 1.1 Er is beschreven wat breed is opgehaald en passend is bij onze gemeente. Bij de totstandkoming van de omgevingsvisie is met heel veel mensen (inwoners, organisaties, belangenverenigingen, etc.) gesproken in verschillende participatieronden. Dit zijn positieve- en constructieve bijeenkomsten geweest, waarin iedereen het woord heeft kunnen voeren. De opbrengst van alle bijeenkomsten was divers. Toch is er in overwegende mate overeenstemming over de hoofdkoers van de omgevingsvisie en onze belangrijkste opgaven. De hoofdstukken 2 en 3 van de visie worden breed gedragen. Juist de keuzes in hoofdstuk 4 van de visie leiden (soms) tot verschil van inzicht. De omgevingsvisie is onder andere het resultaat van alle participatiebijeenkomsten. In de omgevingsvisie is een koers uitgestippeld, zijn opgaven bepaald en zijn doelstellingen en ontwikkelrichtingen benoemd. Er is kleur bekend. Dat moet ook in een omgevingsvisie, juist vanwege de wens tot integraliteit en samenhang. Met in gedachten de opbrengst van alle participatiebijeenkomsten ligt er een uitgebalanceerde visie voor. De Omgevingsvisie heeft ter inzage gelegen. Er zijn reacties ingediend op de ontwerpvisie die op onderdelen leiden tot een aanpassing van de teksten. Alle reacties zijn gebundeld in de zienswijzennota, die als bijlage is teogevoegd. Ze zijn van een samenvatting voorzien met een reactie daarop.
De zienswijzennota kent de volgende indeling: Algemene inleiding Landbouw Energietransitie Woningbouw Bedrijventerreinen Brede integrale reacties van verschillende organisaties, inwoners en gemeenten. De zienswijzennota eindigt met een overzicht van de voorgestelde aanpassingen. 1.2 De waardevolle leefomgeving is ons DNA. De rijkdom van de natuur, de kenmerken van het landschap en de eigenheid van het gebied zijn kenmerkend voor onze gemeente. Hierover bestaat nauwelijks discussie. Dit zijn wij en iedereen is ervan overtuigd dat de waardevolle leefomgeving ons kapitaal is. Gedurende het hele traject om de omgevingsvisie op te stellen is dit door onze inwoners, ketenpartners en andere organisaties naar voren gebracht. Die waardevolle leefomgeving staat in de omgevingsvisie dan ook centraal en is het canvas waarop we de toekomst tegemoet treden (zoals bij de opgaven). Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen passen bij de identiteit van het gebied en bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Kenmerkend principe hierbij is: natuurinclusiviteit in denken en doen. 1.3 De natuuropgave, energietransitie en klimaataanpak dragen bij aan een duurzame toekomst. Een duurzame toekomst is ons streven. In de omgevingsvisie leggen we hierbij de nadruk op de biodiversiteitscrisis en het stikstofprobleem.
We zien het versterken van de biodiversiteit in het algemeen en het terugdringen van de stikstofdepositie op de Veluwe als een grote opgave. Hetzelfde geldt voor de klimaataanpak en de energietransitie. Ook daar nemen we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de omgevingsvisie leggen we voor al deze onderwerpen de basis van waaruit het verdere denken en doen mede wordt bepaald. Dat gebeurt gebiedsgericht. 1.4 De fysieke omgeving draagt bij aan gezondheid, zorg en welzijn. Deze opgave betreft de fysieke vertaling van het sociale domein als het gaat om gezondheid, zorg en welzijn. Onze leefomgeving moet bijdragen aan een positieve invulling daarvan. Bij de inrichting van onze omgeving houdt dit in dat een schone, gezonde en veilige leefomgeving belangrijk is. Dit uit zich onder andere in voldoende water en groen in de omgeving en goede, veilige wandel- en fietspaden. Die wandel- en fietspaden verbinden de dorpen met het omliggende landschap. Ook belangrijk hierbij is dat de fysieke omgeving bewegen en ontmoeting faciliteert en stimuleert. De openbare ruimte is daarbij uitnodigend. We zetten daarbij onder andere in op het STOP-principe (stappen, trappen, OV, privé), stimuleren langer zelfstandig wonen en het behoud van het voorzieningenniveau in alle kernen.
Concreet betekent dat groene verbindingen/beleving, beweging en ontmoeting mede van invloed zijn bij de uitwerking van de opgaven in de verschillende gebieden. 1.5 Er zijn nieuwe woningen nodig. De behoefte aan nieuwe woningen is groot. Regionale afspraken gaan uit van maximaal 1.300 nieuwe woningen voor de komende jaren. Om deze woningen te kunnen realiseren kunnen we niet langer volstaan met transformatie van bestaand vastgoed en inbreidingslocaties. Uitbreidingslocaties zijn nodig om aan onze volkshuisvestelijke opgave te kunnen voldoen. In de omgevingsvisie zijn deze locaties benoemd. De uitwerking van de omgevingsvisie voor wonen gebeurt via de actualisatie van de Woonagenda. Daarin zal het vooral gaan over betaalbaarheid, beschikbaarheid, doelgroepen en prijsklassen.
Op het canvas van de waardevolle leefomgeving geldt bij woningbouw dat we ons laten inspireren door de rijkdom van de natuur, de kenmerken van het landschap en de eigenheid van het gebied; de waardevolle leefomgeving. Ook de opgave ‘duurzame toekomst’ is hier nadrukkelijk in beeld en de principes van bewegen, ontmoeten en stappen en trappen (STOP-principe). Bij het ontwikkelen van uitbreidingslocaties is dit alles het uitgangspunt. 1.6 Voor ondernemers biedt de gemeente Epe een toekomstgericht ondernemersklimaat. De omgevingsvisie biedt ruimte voor een duurzame ontwikkeling en het benutten van kansen (innovatie) voor bedrijven(terreinen). De centra van Vaassen en Epe zijn uitnodigend en compleet. Er wordt een koppeling gelegd met het toeristisch profiel (100% Wild, kasteel de Cannenburch), onder andere door goede verbindingen van en naar de wijken en het buitengebied. Recreatie en Toerisme is een belangrijke economische pijler. We kiezen daarbij voor onze unieke kracht: De waardevolle omgeving. De ontwikkeling van de recreatie is dan ook altijd gekoppeld aan waardetoevoeging. De Landbouw heeft in Epe een nieuwe toekomst. Dit doen vanuit overtuiging dat de landbouw in transitie is. We kijken daarbij gebiedsgericht en maken een onderscheid tussen de Velueweflank en de IJsselvallei.
In de Veluweflank veranderen we vanuit het belang van natuur naar een bredere schakering met andere functies zoals de ontwikkeling van bos, recreatie en kleinschalige woningbouw. uitbreiding van agrarische bedrijven in dit gebied is niet langer mogelijk. In de IJsselvallei is meer agrarische ontwikkelruimte met daarbij oog voor de versterking van de biodiversiteit. 1.7 De opgaven zijn gebiedsgericht uitgewerkt in doelstellingen en keuzes en bepalen daarmee de koers bij (ruimtelijke) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het draait bij de ruimtelijke keuzes om de ontwikkeling van onze gemeente voor de komende 10 jaar. We kiezen daarmee de richting voor de langere termijn. Per opgave beschrijven we de aanpak, we benoemen uiteraard ook kansen om combinaties te maken. Meervoudig ruimtegebruik en maatwerk vinden we daarbij belangrijk. Twee vragen staan centraal bij het uitwerken van de ruimtelijke keuzes. De eerste vraag draait om de doelstelling: wat willen we per gebied bereiken? We beschrijven hierbij zowel enkelvoudige doelstellingen als meer integrale doelstellingen (vanuit de samenhang van de opgaven). Per gebied stellen we tot slot de belangrijke vervolgvraag: hoe kunnen we dit bereiken? Hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie gaat hier volledig over en zet daarmee op strategisch niveau de koers vast voor (ruimtelijke) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.
1.8 De omgevingsvisie zet de koers uit, geeft richting, nodigt uit, inspireert en enthousiasmeert Het handelingsperspectief van de omgevingsvisie is divers. Juridisch bindt zij alleen de gemeente Epe en normeert de visie dus ons handelen. Omdat het over het grondgebied van de gemeente Epe gaat, is de gemeenteraad daartoe ook bevoegd; vanuit het algemeen maatschappelijk belang. Een omgevingsvisie werkt door naar omgevingsplannen en programma’s, ontwikkelingen en initiatieven. Daarmee heeft zij een indirecte werking en heeft de visie in de uitwerking vooral een richtinggevend aspect (omgevingsplan/programma’s) en een uitnodigende, inspirerende en enthousiasmerende functie (bij ontwikkelingen en initiatieven), ook als anderen aan zet zijn. Wij kunnen immers niet alle doelstellingen alleen verwezenlijken. Daarbij zijn ook anderen, zoals inwoners, organisaties, marktpartijen en andere overheden in beeld. Zij kunnen niet om de omgevingsvisie heen en zullen hun denken en doen daarop moeten afstemmen, waarmee gelijk weer de indirecte werking van de omgevingsvisie in beeld is. 1.9 De Strategische afweging omgevingsaspecten is één van de bouwstenen voor de opgaven, doelstellingen en keuzes uit de omgevingsvisie De opgaven zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de visie zijn ook ‘getest’. Dit is gedaan door een strategische afweging te maken.
Er is onderzocht wat de impact is op de leefomgeving bij het realiseren van de opgaven. Het gaat om het realiseren van natuur en bos, zon- en windenergie, woningbouwontwikkeling, uitbreiding van bedrijventerrein en het realiseren van recreatie. Door middel van scenario’s hebben we in beeld gebracht wat de verschillende onderdelen in wisselende grootte en locatie betekenden voor de grijze en groene milieu aspecten, de maatschappelijke gevolgen en de economische kansen en bedreigingen. De scenario’s zijn dus een hulpmiddel en vormen, onder andere met de opbrengst van de participatiebijeenkomsten, één van de bouwstenen van de omgevingsvisie. In hoofdstuk 5 van de strategische afweging vindt de interactie met de omgevingsvisie plaats. Dit gebeurt gebiedsgericht, zodat er aansluiting is met hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie. Daar worden de ruimtelijke keuzes gebiedsgericht beschreven. De strategische afweging toont aan dat de opgaven, doelstellingen en keuzes passend en uitvoerbaar zijn. De resultaten van de strategische afweging zijn vertaald naar hoofdstuk 4 van de visie. De strategische afweging is een bijlage bij de omgevingsvisie. 1.10 De status van de omgevingsvisie als structuurvisie (Wro) en omgevingsvisie (Ow) is verzekerd.
Op dit moment geldt de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro). Weliswaar is de omgevingsvisie gemaakt in de geest van de Omgevingswet, de wet geldt nog niet. Vandaar de juridische grondslag vanuit de Wro. Dat is het wettelijk kader op dit moment. De verplichting om een gemeentelijke omgevingsvisie vast te stellen, gaat niet tegelijk in met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit staat in artikel 4.9, lid 1 en lid 2 Invoeringswet Omgevingswet. Het moment waarop deze verplichting gaat gelden, wordt bij Koninklijk Besluit bepaald. Afgesproken is dat dit 31 december 2024 zal zijn. Uiterlijk op dat moment moeten gemeenten een omgevingsvisie hebben. Veel gemeenten zijn aan de slag met een omgevingsvisie, vooruitlopend op de Omgevingswet. De wetgever heeft hierin voorzien om deze omgevingsvisies straks ook de status te geven als zijde een omgevingsvisie op grond van de Omgevingswet. Gemeenten kunnen, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 juli 2022), een omgevingsvisie vaststellen. Voorwaarde daarvoor is dat deze omgevingsvisie voldoet aan de eisen van artikel 3.2 en 3.3 Omgevingswet. Deze omgevingsvisie is dan na inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 Omgevingswet. Daarmee heeft de gemeente dan voldaan aan de verplichting om een omgevingsvisie vast te stellen.
Deze mogelijkheid staat in artikel 4.10, lid 1 Invoeringswet Omgevingswet. De kern hieruit is dat de omgevingsvisie voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt, namelijk dat een omgevingsvisie: · een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving omvat, · de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied beschrijft, · de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid weergeeft. Onze omgevingsvisie voldoet hieraan. Zo is zij ook opgesteld en zijn de gesprekken gevoerd. Tegelijk is de omgevingsvisie zo opgebouwd (opgaven en ruimtelijke keuzes) dat als blijkt dat aanvullingen nodig zijn vanuit het wettelijk kader deze verwerkt kunnen worden. 2De omgevingsvisie is de nieuwe en actuele strategische visie op de fysieke leefomgeving. Gelet hierop kunnen de bestaande structuurplannen/visies worden ingetrokken, zijnde het structuurplan gemeente Epe, de structuurvisie Veluweflank en de structuurvisies voor de centra van Epe en Vaassen.
KANTTEKENINGEN -
FINANCIËN -
COMMUNICATIE 1.De Awb-termijn van de terzinagelegging is zes weken. Omdat het een lokale verordening betreft en daarmee de bevoegdheid van individuele gemeenten, is lid 2 toegevoegd. De Awb kent zo’n bepaling niet. Dus bij wettelijke procedures waarbij alleen de Awb van toepassing is (zoals bij bezwaar/bestemmingsplannen) geldt onverkort de termijn van 6 weken. Nu het lokale verordening betreft, kan de termijn verlengd worden. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt gezien de zomerperiode. Op deze manier bieden we onze inwoners voldoende ruimte om kennis te nemen van de omgevingsvisie en indien gewenst - een reactie in te dienen. 2 Het tot stand komen van de voorliggende ontwerp omgevingsvisie kent een lange aanloopfase en is zorgvuldig en in samenspraak met de samenleving gedaan. Hierbij zijn de volgende processtappen doorlopen: 1. In het najaar van 2019 is gestart met de eerste (participatie)fase in het proces. Daarin is gesproken met ketenpartners, stakeholders, scholieren (basis- en middelbare scholen) en inwoners (zwerm 16-11-2019 en de online enquête via Epe Spreekt). 2. Medio 2020 – voor de zomervakantie – is het tweede participatietraject geweest. Dit is gedaan met een onlinevragenlijst en onlinebijeenkomsten in de kernen Emst, Epe, Oene en Vaassen en de buitengebieden Veluwe en IJsselvallei. 3. Hierna is het Inspiratiedocument vastgesteld door B&W.
Medio december 2020 zijn verschillende workshops daarover georganiseerd. 4. Daarna is de omgevingsschets opgeleverd. Daarover is medio mei 2021 gesproken in feedbackbijeenkomsten. 5 Op 30 juni 2021 is de ontwerpomgevingsvisie digitaal toegelicht en was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Alle participatiedocumenten en het Inspiratiedocument staan op de website van de gemeente Epe.
UITVOERING 1.
2.
3.
In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat gestart wordt met een aantal Programma's op grond van de Omgevingswet, zoals landbouw, energietransitie en klimaat. Ook werkt de omgevingsvisie door naar sectorale beleidsterreinen. Voordat daarmee gestart wordt - los van de lopende trajecten - wordt een brede bijeenkomst georganiseerd over de uitwerking/uitvoering van de omgevingsvisie: 'het hoe'. Dit gebeurt met alle betrokkenen en belangstellenden. Hiermee wordt de lijn van de participatie zoals die is ingezet, gecontinueerd. De omgevingsvisie is nu in PDF-formaat. De komende tijd wordt deze digitaal omgezet, zodat makkelijk en snel naar de verschillende onderdelen uit de omgevingsvisie gezocht kan worden. Bezien wordt in hoeverre de omgevingsvisie leidt tot een actualisatie van de Toekomstvisie 2030.