20240314 Bijdrage dhr. Buitenkamp geanonimiseerd
Tekst van het document
14 maart 2024 Inspraak Raadscommissie Onderwerpen: 1. Procedure huisvesting 80 Oekraïners plus een reservering voor 10 statushouders in Hotel Dennenheuvel 2. Procedure huisvesting/opvang 276 asielzoekers afkomstig van de huidige opvang uit Biddinghuizen. Geachte Commissieleden Hartelijk dank voor het verkrijgen van de gelegenheid hier te mogen spreken. De insteek van mijn betoog, mede namens mijn opdrachtgever, is zeker niet om aan te geven dat wij ons niet bewust zijn dat het opvangen van mensen in nood gewoon een “must” is. Daar bedoelen wij mee dat het de opvang betreft van mensen, die een noodzakelijke opvang (zelfs levensbedreigend) behoeven en niet de mensen die hier menen te moeten komen wegens economische of andere persoonlijke redenen. De reden is de uitermate grievende wijze waarop ons gemeentebestuur, het College van Burgemeester & Wethouders en in het bijzonder de Burgemeester Ad.1 Vrijdagavond 26 januari 2024 krijgen uitsluitend de direct omwonenden van Dennenheuvel een brief in de brievenbus geschoven. Ik zal het, wegens tijdnood, slechts 5 minuten, niet over de meerdere onjuistheden in die brief. Die brief was voor mijn opdrachtgever reden mij daar zaterdag 27 januari 2024 een kopie van door te sturen. Hij was mogelijk van plan een ander huis aan te kopen en zijn woning te koop aan te gaan bieden.
Jammer genoeg heb ik hem moeten aanraden dat op dit moment zeker niet te doen. Mijn opdrachtgever heeft maandag 29 januari 2024 contact gehad met uw ambtelijk medewerker de heer *. Deze laatste heeft hem uitgelegd dat alles in een stroomversnelling was gekomen en dat deze methode door de gemeente Epe was verkozen vanwege het moeten herplaatsen van de thans aanwezige Oekraïners in het perceel Licht in Duister te Epe om reden dat die mensen daar het pand moesten verlaten. Ook dat is onjuist. Het huurcontract inzake laatstgenoemd pand is met een jaar verlengd. Daarover werd geen woord gerept. Vervolgens heb ik getracht telefonisch in contact te komen met de heer *. Deze zou mij, vanwege de haast welke hij mijn opdrachtgever had genoemd, nog die dinsdag 31 januari 2024 terugbellen. Om reden dat de heer * dat heeft nagelaten heb ik nog 31 januari een WOO verzoek ingediend. De volgende ochtend 1 februari 2024 om ca. 9.15 uur heb ik opnieuw gebeld met de receptie met het verzoek mij door te verbinden met de heer *. Wederom lukte dat niet. Zij konden mij aangeven dat * een afspraak had staan in het gemeentehuis om 10.30 uur. Daarop spraken wij af dat de receptie zou proberen hem nog voor 10.30 naar mij terug te laten bellen. Ook dat gebeurde niet.
Daarop ben ik om 12.00 uur naar het Gemeentehuis gelopen met als 2 doelen, 1 een stempel van ontvangst te verkrijgen op mijn WOO-verzoek van de dag daarvoor en 2 de heer * fysiek te spreken. Het eerste is gelukt, het tweede niet. Het onverwachte antwoord was dat de heer * reeds vanaf 29 januari 2024 wegens vakantie afwezig was. Ik kan dus niet anders concluderen dat ik daarmee wel zeer onfatsoenlijk behandeld werd. Door aandringen van mijn zijde is toch een collega, mevr. * op de trap in het Gemeentehuis verschenen. De heer Kerkmans (Wethouder), kwam ook toevallig van de trap lopen, ik heb hem vriendelijk gevraagd even bij het gesprek te komen. Dat heeft hij ook gedaan. Het ging daarbij over mijn WOO-verzoek. De heer * zou mij over dat onderwerp nog die dag telefonisch informeren. Dat heeft * ook gedaan. In het kort samengevat kwam het erop neer dat er nog geen enkel stuk in deze was opgesteld. Geen huurovereenkomst, geen vergunningsaanvraag, geen besluit helemaal niets. U zult begrijpen dat mijn mond open viel van verbazing. Het vervolg was dat ik een uitnodiging voor een gesprek met de Burgemeester ontving om bij hem te komen praten. De afspraak was aangegeven niet eerder dan 29 januari 2024 te kunnen.
Dat is precies 1 dag na het verlopen van de reactie termijn op mijn WOO-verzoek. En vier dagen na de geplande openhuis avond in het perceel Dennenheuvel. Tijdens het openhuis heb ik de Burgemeester aangesproken en hem een praktische oplossing aan te bieden ter voorkoming van veel mogelijke procedures. De oplossing, heel in het kort is: een vaststellingsovereenkomst te gaan sluiten tussen de eigenaar van het pand, de gemeente Epe en een derde onafhankelijke organisatie (bijvoorbeeld een formele bewoners afvaardiging). Het doel zou zijn de genoemde periode van maximaal 3 jaren huisvesting voor uitsluitend 90 Oekraïense vluchtelingen vast te leggen in Hotel Dennenheuvel. De 10 statushouders zou slechts een methode voor de Gemeente Epe zijn de deur open te zetten voor het COA. Ik had de heer Horn met dat voorstel wat overdonderd. Ik begreep dat ook. Wij spraken af dat wij de reeds op zijn verzoek geplande afspraak op de volgende Donderdag 29 februari 2024, zouden benutten om de gemeentelijke reactie op mijn voorstel te bespreken. Echter tot mijn verbazing werd ik twee uur voor die afspraak gebeld dat de Burgemeester aannam dat de door hem geplande afspraak niet door zou gaan om reden dat hij mij die maandag al had gesproken. Ik heb daarop aangegeven dat daar geen sprake van zou kunnen zijn om reden dat hij met mij de voornoemde reactie op mijn voorstel zou aangeven en bespreken.
Het gesprek heeft plaats gevonden. Persoonlijk heb ik het gesprek niet als plezierig ervaren. De Burgemeester gaf mijniet de indruk dat hij mijn voorstel serieus had genomen. Hij herhaalde dat met de huurovereenkomst het tijdelijke aspect van drie jaren totaal op slot zat. Juridisch had ik hem in het eerste gesprek reeds aangegeven dat een huurcontract een privaatrechtelijke overeenkomst is. Dat is o.a. een onderdeel van mijn vak (bedrijfsmakelaar o.g.). Voor of na het einde kan er gewoon een nieuwe overeenkomst of een verlenging worden afgesproken. Hoezo op slot zitten. Complete NONSENS. De tweede reden om geen enkel gevolg te geven aan mijn voorstel was de standaard kreet van de gemeente Epe, MOGELIJKE PRECEDENT WERKING. Dat werd verder niet gemotiveerd. Ik zou denken was het maar een precedent dan zou de Burgemeester daarmee zelfs wel eens de HELD van Nederland kunnen zijn geworden. Ik heb meerdere Raadsleden gevraagd in hoeverre zij (mogelijk in de besloten vergadering) zijn geinformeerd over mijn voornoemde voorstel. Geen van hen was daarvan op de hoogte gesteld. Mocht u over het hier voor door mij gestelde vragen hebben wil deze graag trachten te beantwoorden. Ad 2 Fletcher Hotel Ook deze wil ik trachten kort te houden. Ook hier is vooral de manier waar het College van Burgemeester en Wethouders hiermee meent te moeten kunnen omgaan.
In deze ligt de situatie anders dan bij Dennenheuvel. De gemeente Epe wordt hierbij niet de huurder zoals bij Dennenheuvel het geval is. Het College, bij monde van de Burgemeester is van mening dat hierbij “De Spreidingswet” van toepassing is, hetgeen niet het geval is. Het gaat hier niet om een Noodopvang. Het gaat hierbij om een herplaatsing van 276 reeds in Nederland verblijvende asielzoekers in Biddinghuizen. De aanvang van de opvang in Biddinghuizen, N.B. niet eens de provincie Gelderland, was in het najaar 2022. U hoort het goed anderhalf jaar geleden. Dus toen was ook al bekend dat per 1 april 2024 het Walibi terrein waar zij verbleven geheel ontruimd zou moeten worden opgeleverd. Het COA is echter ernstig te kort geschoten in de uitoefening van haar taken. Het COA heeft nagelaten tijdig voor een vervangende locatie zorg te dragen. Er is dus geen sprake van een NOODOPVANG in deze. COA voldoet niet aan haar verplichtingen c.q. taken jegens de asielzoekers groep. De spreidingswet is niet
bedoeld om deze omissie op te kunnen vangen. Dat dan een andere Provincie in dit geval Gelderland daar een oplossing voor moet bieden is totale waanzin. Een plaatsing, naar aanleiding van een verzoek van de Commissaris van de Koning, in de gemeente Epe, kan dan ook niet aan de orde zijn. Een plaatsing van een asielzoekers groep in een locatie (Stilte gebied, Natura 2000 gebied en waterwingebied) is niet mogelijk en zelfs onveilig. Tijdens de inloop avond afgelopen maandag 11 maart 2024, op initiatief/uitnodiging van de COA waarbij de Gemeente de faciliterende rol zou hebben, heb ik, met de ter plaatse zijnde hoofrolpersoon namens de COA, de heer *, gesproken. Bijzonder interessant zeker voor u als Raadsleden: Op mijn vraag of de informatie welke wij hadden dat er geen sprake was van een overeenkomst tussen COA en Fletcher van maximaal een half jaar maar dat er al sprake was van overeenstemming voor twee jaren, gaf de heer * aan dat die informatie niet juist was het zou slechts een overeenkomst betreffen voor een half jaar. Verder gaf hij aan dat er nog geen schriftelijke overeenkomst zou zijn met Fletcher. Hetgeen op mij zeer onwaarschijnlijk over komt. Toen ik hem aangaf dat hij slechts medewerking van de Gemeente Epe zou hebben verkregen onder bepaalde voorwaarden conform de beslisnota c.q. het besluit d.d. 7 maart 2024.
Dat één van de voorwaarden (de laatste in de reeks) letterlijk was “Gemeente Epe ontvangt een afschrift van de overeenkomst tussen COA en Fletcher”. De heer * reageerde daarop dat daarvan geen sprake was. Die overeenkomst was privaatrechtelijk. Die overeenkomst zou zeker niet aan de Gemeente Epe worden verstrekt. Als er al sprake van zou zijn zou dat hooguit een aantal regels uit die overeenkomst kunnen betreffen. Vervolgens heb ik hem aangegeven dat er dan niet door het COA aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan en er dan ook geen overeenkomst c.q. besluit tot medewerking van kracht is. De reactie van de heer * was dat het probleem daarvan niet het probleem was van het COA maar het probleem was van de Gemeente Epe. Van enig uitstel tot plaatsing van de asielzoekers in het Fletcher Hotel te Epe was hem ook niets bekend. Gezien het feit dat u als Commissie c.q. Raadsleden in deze toch, in mijn ogen, belangrijke informatie welke ik besproken heb met de Burgemeester van Epe, moedwillig is achtergehouden, vond ik het van belang u hiervan op de hoogte te stellen. De Burgemeester meet zich in deze op onjuiste basis rechten toe die niet bij hem liggen. Het recreatie beleid van deze Gemeente Epe, waar u ook uw verantwoording toe heeft genomen, wordt geheel van ondergeschikt belang gemaakt. Dat alleen omdat COA ernstig is te kort geschoten in de uitoefening van haar taken.
Gezien het feit dat wij als bestaande bevolking en zo ook u als leden van de Gemeenteraad, fout zijn voorgelicht door het dagelijks gemeentebestuur en het COA compleet lak heeft aan hetgeen de consequenties voor de plaatselijke samenleving en de Veluwe zijn, mogen wij niet de dupe zijn c.q. worden. Blijkbaar is het financieel belang van een HOTEL keten belangrijker dan het belang van de samenleving hier ter plaatse. IK ROEP U OP OM TE VOORKOMEN DAT ER NOG MEER ONRUST ONDER DE BESTAANDE BEVOLKING ONTSTAAT. HET EGO VAN EEN BURGEMEESTER KAN DAAR NIET TEGEN OPWEGEN. HET BELANG VAN DE BEVOLKING VAN EEN DORP/GEMEENTE WAAR DOOR JARENLANGE GOEDE ZORG, EEN EVENWICHTIGE SAMENLEVING TOT STAND IS GEKOMEN, OM DAT NU COMPLEET TE VERNIELEN ZOWEL QUA SAMENLEVING, ECONOMIE EN NATUUR IS TOTAAL WANBELEID! DOE HET JAMMER GENOEG NOODZAKELIJKE OM DIE SITUATIE TE KUNNEN BLIJVEN HANDHAVEN. OOK AL ZAL HET INDIVIDUEEL BELANG VAN BEPAALDE PERSONEN DAARMEE IN GEDRANG KOMEN! Ik vertrouw op uw begrip en inzet H.J. (Kedo) Buitenkamp