2024-09-05 CMB 3 Vraag en antwoord D66, Consultatie kaders opvanglocatie Asielzoekers
Tekst van het document
V r a a g u i t B e s t u u r
d e
c o m m i s s i e
M a a t s c h a p p i j
R a a d s c o m m i s s i e A g e n d a p u n t
C M B
F r a c t i e D a t u m
D 6 6 5 s e p t e m b e r
e n
Consultatie kaders opvanglocatie Asielzoekers
2 0 2 4
Vragen 1. Op pagina 1 staat te lezen dat bij een regulier AZC wordt uitgegaan van ten minste 300 asielzoekers, maar dat het COA tegenwoordig in overleg gaat als het aantal daar iets onder zit. Wat is de marge daarin? 2. Op pagina 1 staat te lezen dat de looptijd van een regulier AZC meestal minimaal 5 jaar is. Welke voorbeelden kan het college noemen waarin van dat tijdsbestek is afgeweken? 3. Op pagina 2 staat te lezen dat het onderwijs wordt geregeld in overleg met de gemeente. Dit kan door middel van instroom in het regulier onderwijs of door een aangepast onderwijsmodel. a. Hoe zou een aangepast onderwijsmodel eruit kunnen zien? b. Wat is de minst belastende optie voor het ambtelijk apparaat? 4. Op pagina 2 staat te lezen dat er bij een AZC dependance vanaf 100 bewoners permanente beveiliging is. Hoe wordt de beveiliging ingericht bij een lager aantal bewoners? En wie is daarvoor verantwoordelijk? 5. Op pagina 3 staat te lezen dat er wat betreft reguliere kleinschalige opvang geen regulier AZC is op maximaal 45 minuten reizen. Is dat niet afhankelijk van waar het ingericht zou worden? Immers, in Apeldoorn is een regulier AZC binnen 45 minuten reisafstand vanuit Vaassen-Zuid. 6. Er staat op pagina 3 geschreven dat de voorkeur uitgaat naar een samenwerking met de gemeente Heerde. a. Wat is de taakstelling van de gemeente Heerde? b.
Weet het college of de gemeente Heerde openstaat voor een samenwerking? c. Zo nee, kan het college een inschatting geven? d. Wat als de gemeente Heerde niet open staat voor een samenwerking? e. Hoe lang wordt er gezocht naar een permanente locatie, voordat er wordt overgegaan op de kleinschaliger alternatieven? 7. Op pagina 5 wordt ingegaan op de eigendomssituatie. Als het gaat om een locatie van het Rijk, dan is het Rijk verantwoordelijk, zo wordt gesteld. In hoeverre heeft de gemeente Epe dan nog zeggenschap over het al dan niet realiseren van een AZC? 8. Op pagina 7 staat te lezen dat de vaststelling van de kaders ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. De behandeling in de commissie is in de commissie Maatschappij en Bestuur. Waarom is dit niet in een gezamenlijke commissie, ook gelet op de ruimtelijke aspecten? 9. Verloopt de vaststelling van de shortlist ook via de reguliere procedure? (Dat wil zeggen: eerst via de raadscommissie, gevolgd door vaststelling in de raadsvergadering.) 10. Het college is vooralsnog voornemens de uitgebreide voorbereidingsprocedure te volgen voor wat betreft de omgevingsvergunning. Wat is het voorbehoud? Met andere woorden, onder welke omstandigheden wordt van dit voornemen afgeweken?
Antwoord: 1. Hier zijn geen harde cijfers aan verbonden, dit is locatie-afhankelijk. Mocht er bijvoorbeeld een geschikte locatie zijn die minder plekken kan bieden maar voor het COA toch goede investering is, dan wil het COA nog steeds graag in gesprek. Tot op heden heeft het COA aangegeven niet lager te kunnen dan 250 plekken. 2. Voor een regulier AZC wordt er doorgaans niet afgeweken van vijf jaar, in verband met de business case en de investeringskosten. Vaak wordt er naar minder dan 5 jaar gekeken bij een tijdelijke ‘noodopvang’ als tussenoplossing. Het college kent geen specifieke voorbeelden van reguliere AZC's met een looptijd korter dan 5 jaar. 3. a. Hierin zou je kunnen kijken naar onderwijs op locatie of naar vervoer naar een asielzoekersschool (zoals de AZS ‘de vlieger’ in Harderwijk). Onderwijs op locatie heeft lagere eisen dan het reguliere onderwijs, maar heeft daarbij het risico dat de kinderen een nog grotere achterstand op lopen. De kinderen vervoeren naar een asielzoekersschool is een andere optie. Deze scholen voldoen wel aan de hogere eisen voor het reguliere onderwijs. b. Het college verwacht geen significante verschillen in belasting van het ambtelijk apparaat tussen deze opties. 4. Bij een lager aantal bewoners regelt het COA de beveiliging niet.
Hier is dus de gemeente aan zet om zelf beveiliging te regelen en dit in te vullen hoe zij denkt dat het beste is. 5. Het klopt inderdaad dat er gekeken moet worden naar locatie binnen de gemeente. De genoemde reisafstand van 45 minuten betreft de minimale reistijd bij gebruik van openbaar vervoer. Bestaande AZC's in gemeenten nabij de gemeente Epe zijn met het openbaar vervoer naar verwachting niet bereikbaar binnen 45 minuten. 6. a. Voor deze cyclus is de taakstelling van de gemeente Heerde 116. Het is nog niet bekend wat de taakstelling de volgende cyclus zal zijn. b. Het college heeft gesprekken gevoerd met de gemeente Heerde over een eventuele samenwerking, zowel op ambtelijk, directie en bestuurlijk niveau. De gemeente Heerde heeft aangegeven open te staan om gezamenlijk naar een invulling te kijken. c. Niet aan de orde, zie b. d. Niet aan de orde, zie b. e. Het college ziet een regulier AZC als voorkeursoptie. Als uit het locatieonderzoek blijkt dat er geen locaties gevonden worden die hiervoor geschikt zijn zal er gekeken worden naar kleinschaligere opties. 7. Voor de realisatie van een AZC (ongeacht het eigendom van de locatie) zal het COA een omgevingsvergunning moeten aanvragen bij de gemeente. Het college van b en w is bevoegd om een besluit te nemen op deze aanvraag.
Het betreft een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa), waarbij de gemeenteraad bij bepaalde grote ontwikkelingen bindend adviesrecht heeft. Als het college - al dan niet als gevolg van een negatief advies van de raad - besluit de omgevingsvergunning niet te verlenen, kan de bouw van het AZC niet van start gaan. Ook privaatrechtelijk kunnen er afspraken worden gemaakt tussen college en initiatiefnemer (COA), bijvoorbeeld in een anterieure overeenkomst. Deze afspraken kunnen gaan over realisatie en exploitatie van het AZC, inclusief zaken als financiën, verantwoordelijkheden en termijnen. 8. De opvang van asielzoekers is in de basis een maatschappelijk vraagstuk. Hoewel er ook ruimtelijke overwegingen aan bod komen, zoals de ligging, eigendomssituatie en geschiktheid van locaties, worden deze gezien als aspecten die in het verlengde liggen van de maatschappelijke kaders. De ruimtelijke aspecten zullen uitgebreider aan de orde komen zodra de locaties concreter worden en er richting een omgevingsvergunning
wordt toegewerkt. Op dat moment zal met name de commissie Omgeving en Financiën betrokken worden. 9. Ja. 10. Het college mag enkel in specifieke gevallen besluiten een uitgebreide voorbereidingsprocedure te volgen voor de omgevingsvergunning, zie hieronder. Het college is voornemens dit te doen, maar vanwege de juridische beperkingen toch een klein voorbehoud. Het college mag een uitgebreide voorbereidingsprocedure volgen wanneer: -
De aanvrager heeft verzocht om of ingestemd met het toepassen van de uitgebreide procedure (artikel 16.65, lid 1, onder a, Omgevingswet).
-
In bepaalde gevallen bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 16.65, lid 4, Omgevingswet) 1. a. als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b. waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.
Als hieraan toepassing wordt gegeven moet het college, voorafgaand aan het nemen van het besluit, de aanvrager in de gelegenheid stellen zijn zienswijze daarover naar voren te brengen. 1