2024-04-11 COF agendapunt 7 vragen Visiedocument Zuukerenk fractie Boermans (1) MET ANTWOORD
Tekst van het document
V r a a g u i t d e F i n a n c i ë n
c o m m i s s i e
R a a d s c o m m i s s i e A g e n d a p u n t F r a c t i e D a t u m
O m g e v i n g
e n
C O F 7. Visiedocument Zuukerenk
F r a c t i e B o e r m a n s 1 1 a p r i l 2 0 2 4
Vraag: De heer Boermans geeft aan dat in de Omgevingsvisie 20 woningen per hectare is genoemd, het aantal woningen per hectare lijkt hier hoger klopt dat? De wethouder zegt toe om deze vraag schriftelijk te beantwoorden.
Antwoord: In de omgevingsvisie worden een aantal mogelijke scenario’s beschreven voor de ontwikkeling van de gemeente Epe. In deze scenario’s wordt uitgegaan van een woningdichtheid van 20 woningen per hectare. In de omgevingsvisie is dit echter niet als een kader gesteld maar gebruikt als een rekenuitgangspunt om de ruimtelijke impact van bepaalde scenario’s in kaart te brengen. Het plangebied voor Zuukerenk heeft een oppervlakte van 21,4 hectare. Met een woningaantal van ca. 450 woningen komt dit neer op een woningdichtheid van 21 woningen per hectare. Dit is vergelijkbaar met de woningdichtheid van de wijk Klaarbeek: In de wijk Klaarbeek zijn momenteel 253 woningen gerealiseerd met nog de uitbreidingsmogelijkheid naar 263 woningen op een oppervlakte van 12,3 hectare. Dit komt neer op een woningdichtheid van 20,5-21,3 woningen per hectare. (NB: de woningdichtheid die staat aangegeven op het kaartje van bladzijde 7 van het visiedocument Zuukerenk bij hoofdstuk 3.1 is niet correct en gebaseerd op een situatie waarbij nog niet alle woningen gerealiseerd waren) Uitgangspunt voor de gebiedsontwikkelingen zijn de beleidskaders en doelen die gelden in de gemeente zoals doelen op het gebied van landschap, klimaatadaptatie, verkeer, woonprogramma, parkeren, cultuurhistorie, dorpse karakter, biodiversiteit, waterberging, openbare ruimte enz.
In de planuitwerking zal per locatie onderzocht moeten worden welke woningdichtheid passend is om te voldoen aan de vigerende beleidskaders. Dit zal per locatie verschillen doordat de woningdichtheid afhankelijk is van een groot aantal factoren die per locatie kunnen verschillen. Te denken valt hierbij aan hinderzone ’s geluidcontouren, landschappelijke elementen, voorzieningen (school, maatschappelijk) bodem/water, maar ook aan woningtype (met de daarbij behorende parkeernorm), parkeeroplossingen en ontsluitingsmogelijkheden enz. In het visiedocument wordt dan ook niet gestuurd op een woningdichtheid maar op het realiseren van de bestaande beleidskaders en doelen. Het realiseren van deze doelen en kaders heeft uiteraard impact op de woningdichtheid, maar dit zal per locatie verschillen.
2
In de verdere planuitwerking zal moeten blijken welke dichtheid mogelijk is om te voldoen aan de verschillende beleidsdoelen en kaders. In de visie is dan ook uitgegaan van een indicatief aantal woningen.