CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-01-11 Opmerkingen fractie CDA op woonagenda 2024-2028

Commissie Omgeving en Financiën 11 januari 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Consultatie Woonagenda 2024 - 20281.382 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opmerkingen fractie CDA op woonagenda 2024-2028 11 januari 2024 1. De woonagenda is een beleidsdocument, tevens staat hierin ook een aantal concrete maatregelen in en een aantal nog uit te werken onderdelen. Wij zijn nog wel erg op zoek naar hoe we dit document moeten plaatsen. In de inleiding staat dat de visie op wonen beschreven is in de omgevingsvisie, een opsomming van de kaders uit de omgevingsvisie zijn opgenomen in de woonagenda. Naar ons idee is het beleid uit de omgevingsvisie niet voldoende uitgewerkt in de woonagenda, er is een kwantitatieve analyse gemaakt, geen kwalitatieve. Het blijven algemene uitgangspunten, bv: we bouwen voor jongeren en ouderen. Zijn deze allemaal hetzelfde? Er zijn ouderen met- en zonder zorgvraag. Er zijn jongeren die alleen wonen en jongeren die nadenken over het stichten van een gezin. Welke woonmilieus wil je realiseren op de verschillende locaties? Als je beter in beeld hebt voor wie we bouwen en wat hun wensen en eisen zijn, dan weet je welk product je dient te bouwen ook i.c.m. de doorstroom in de keten. Deze stap missen we in de woonagenda. Eigenlijk zit er een hiaat tussen de algemene uitgangspunten in de omgevingsvisie en deze woonagenda. 2. Als vervolg hierop: in de woonagenda missen we het denken vanuit de behoefte van de huidige en toekomstige inwoners. We geven nu aan dat tot € 390.000 betaalbaar wonen genoemd wordt.

Is dit ook realistisch? Bijvoorbeeld: voor veel mensen is een hypotheek van € 275.000 -€ 300.000 maximaal haalbaar. Kan er vanuit dat oogpunt ook andersom gedacht worden? Wat kunnen we realiseren voor dit budget? Welke concessies moeten we dan doen in het beleid? denken missen we: wat kunnen mensen betalen (vaak 275000 max) en wat kunnen we daarvoor bouwen. Dit kan natuurlijk ook op andere onderwerpen de wijze van denken zijn. Dit sluit ook beter aan bij de werkwijze van de nieuwe omgevingswet. Daarbij is flexibiliteit belangrijk en wordt gevraagd om aan te tonen waarom een bepaalde maatregel/ functie/ type woning/ etc. gewenst is op een bepaalde locatie. De vraag is waar kunnen wij op sturen als raad? Als een ontwikkelaar aangeeft allemaal woningen te bouwen van 60m2 waarvan hij 15% aanwendt voor sociale huur, dan voldoet hij aan de gestelde eisen van de woonagenda. Maar is dat wat we willen? Levert dat kwalitatieve goede wijken op? Hebben wij als raad nog iets te sturen? Is het vanuit dat oogpunt niet beter om de minimale oppervlakte uit dit stuk te laten? 3. In de woonagenda lopen beleid, praktische uitvoeringsmaatregelen en nog verder uit te werken onderwerpen door elkaar heen.

Om het wat meer helder te krijgen zien wij graag een samenvatting in het document waarin de beleidsuitgangspunten die worden voorgesteld in dit document, een overzicht waarin is opgenomen welke acties nog voortkomen uit dit document (pilots en nadere onderzoeken) en wat de planning is die hierbij hoort? Op deze manier wordt de context van het document voor ons iets meer duidelijk.

4. Pagina.31: in tabel 1 zien we dat de volledige extra regionale opgave in de kern Epe landt (769 woningen). Het stuk constateert dat de regionale vraag zowel naar Epe als Vaassen is. Zie ook de tekst op pagina 31: Deze extra opgave is niet 1-op-1 te herleiden naar een bepaalde kern. In algemene zin kan gesteld worden dat vestigers in de gemeente zich met name richten op de twee kernen met de meeste voorzieningen; Epe en Vaassen... De regionale

opgave zal vrijwel volledig in de kern Epe landen. De woonagenda is niet eenduidig in waar de extra woningbouwopgave gerealiseerd wordt. Kunnen we ervan uitgaan dat deze niet alleen in Epe gebouwd wordt maar ook in Vaassen? Als deze opgave alleen in Epe gebouwd wordt, dan vindt er een verdringing plaats op de woningmarkt in Vaassen en dat lijkt ons niet te bedoeling. In Vaassen moeten onze inwoners toch ook voldoende kans op een woning moeten hebben?

5. We blijven als fractie moeite hebben met het standpunt dat de hele woningopgave al opgenomen in de bestaande plannen en dat er geen ruimte is voor nieuwe plannen. Dit argument kwam dinsdag tijdens het vragenuur ook weer naar boven. Dat kavelsplitsing niet nodig is omdat de hele woningbouw opgave al in de plannen zit. Op deze manier wordt wederom vanuit kwantiteit en niet vanuit kwaliteit gedacht.

6. Uitgaande van de demografische ontwikkeling, neemt het aantal inwoners vanaf 2035 af. Dient hier in het woonbeleid ook geen rekening mee gehouden te worden met bijvoorbeeld de bouw van tijdelijke woningen? Hierover lezen we niets in de woonagenda. 7. Pagina 15: verhuiscoach wordt actief ingezet. Hier hebben we eerder vragen over gesteld aan het college, toen bleek deze verhuiscoach niet bekend te zijn bij het college. Wat is er de laatste maanden veranderd inzake de verhuiscoach dat deze nu is opgenomen in de woonagenda? Daarnaast gaat de titel van dit hoofdstuk/ paragraaf over mantelzorg woningen, in de tekst wordt naar niets over gezegd. Dient het huidige beleid rondom mantelzorgwoningen hier nog in opgenomen te worden? 8. Pagina 16: verkoop voorraad sociale huur terughoudend, maar soms nodig om projecten te financieren. Wat ons betreft worden er geen sociale huurwoningen verkocht, maar wordt gezocht naar een andere oplossing voor de financiering van nieuwe projecten. 9. In de woonagenda wordt niets gezegd over verdichting van bestaande wijken of centra. Dat is de afgelopen jaren in de kernen succesvol geweest. Wordt dat nu met deze woonagenda helemaal uitgesloten en zo ja, waarom? 10. In het stuk staat wederom 700 woningen voor het Slath en de Zuukerenk. Voor het Slath wordt uitgegaan van ca. 250 woningen, dat betekent 450 woningen voor de Zuukerenk.

Voor de Zuukerenk dienen de stedenbouwkundige randvoorwaarden nog uitgewerkt te worden. Uitgaande van een kwalitatief goede wijk die toekomst heeft, is het de vraag of dit woningaantal gewenst is. Door het op te nemen in deze woonagenda is lijkt het definitief te worden. Hoe gaan we hiermee om? 11. Variatie van de nieuwe en bestaande woonwijken. Inmiddels geven alle rapporten aan dat wijken met meer variatie een meer prettige woonomgeving kennen. Ervaring leert dat de eenzijdige naoorlogse wijken nu vaak probleemwijken zijn. In de woonagenda wordt wel geschreven over dat variatie van woonwijken het streven is, is het hoofdstuk ‘hoe gaan we dit realiseren’ (pagina 30) wordt vooral gesproken over de sociale huursector als variabele. Dit is ook de enige variatie die opgenomen wordt in het omgevingsplan, 15% sociale huur. Wat ons betreft worden er meer maatregelen beleidsmatig vastgelegd. Denk bv. aan modulaire bouw, wooncorporaties of een andere manier waarop variatie en betaalbaarheid opgelost kan worden. Ook kan er wat ons betreft meer aandacht komen voor een andere/ nieuwe

manieren van samenleven zoals mensen die met een minimale ecologische footprint willen leven, mensen die in een coöperatie willen wonen. 12. In de woonagenda wordt aangegeven dat actief gemonitord wordt (pagina 12). Niet duidelijk is wat met deze monitoring gedaan wordt. De laatste jaren heeft ons geleerd dat de woningmarkt grillig is. Door goed te monitoren kan de onvoorspelbare markt gevolgd worden. Om goed in te kunnen spelen op de veranderende woningmarkt, kan ervoor gekozen worden om adaptief te programmeren middels flexibele planvorming. Door wendbaar te zijn, kan snel ingespeeld worden op de bestaande situatie. Dat vergt een andere manier van planvorming dan de standaard wijze waarop we nu werken. Wellicht twee plannen maken voor en gebied, of het omgevingsplan zo flexibel mogelijk maken, of afspraken maken met de ontwikkelaars over de fasering van de plannen. Door goed te monitoren en dit te koppelen aan flexibele planvorming kan snel ingespeeld worden op de veranderende markt. 13. In de omgevingsvisie staat dat de leefomgeving net zo belangrijk is als de woning zelf. In de woonvisie wordt iets gezegd over de leefomgeving bij woningsplitsing en in relatie tot klimaatadaptatie. Wat ons betreft gaat dit verder, in een gezonde gemeente zijn naast voldoende woningen, ook geschikte werklocaties en voorzieningen aanwezig.

Wat ons betreft wordt hier integraler naar gekeken, voorbeelden zijn werken aan huis, scholen en voorzieningen in de wijk, goede en veilige bereikbaarheid. 14. Wat betreft woningsplitsing en kavelsplitsing, graag zien wij hier ook ruimte voor maatwerk. Er zijn altijd situaties die niet binnen de voorgestelde regels passen maar wel gewenst zijn. Dan zou het college of de raad hier een maatwerkbesluit over moeten kunnen nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13689025/1