CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-06 Notulen gemeente Epe Gemeenteraad, getekend

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling notulen raadsvergadering en besluitenlijst raadsvergaderingen 6 en 9 november26.606 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maar had u nog een vraag op grond van een motie? Want ik had al gevraagd Op de

16

motie? Dan vraag ik toch mevrouw Griep om even terug te komen. Excuus daarvoor. Ik dacht dat de motie voor zich sprak. Dat kan. Mevrouw Van Eist, CDA. Mevrouw Van EIst: ik had een kieine verdiepende vraag of ik het goed begrijp. Van mening dat en dan staat er bij het tweede aandachtspunt: inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt kunnen werkervaring opdoen en inwoners weike dreigt ze vereenzamen kunnen wij op deze manier een kans geven. Heeft de gemeente dat dan niet georganiseerd met die werkervaringspiekken? Dus dat is meer even een verduidelijkende vraag. Dank u wei. Mevrouw Griep: Dank u wei, voorzitter. Duidelijk nou. Het is in principe arbeids Werkervaringspiekken, dan ga je ervan uit dat mensen dus naar werk. Maar hiermee wiiien wij de kans geven dat mensen dus die misschien nog niet direct een werkervaringsplek hebben, om naar werk te gaan, kunnen dus wei door vrijwiiligerswerk ervaring opdoen, sociaai gezien, zodat ze dat we kunnen gebruiken als ze weer eventueel dus een werkplek krijgen. De voorzitter: Volgens mij voor dit wei voldoende, denk ik. Ja? Dank. De heer Van Nuijs, Partij van de Arbeid. De heer Van der Baan doet het straks van zijn plaats neem ik aan? Aan u het woord. De heer Van Nuiis: Ik heb er een aantai, deze pak ik. De tijden veranderen en dat is duideiijk. We zijn als gemeente financieei in een ander vaarwater gekomen.

De oorzaak, een paar keer genoemd, renteiasten, hogere energiekosten, personeeisiasten, enzovoort. Maar niet verrassend, denk ik, want dat wisten we toch een jaar geleden ook ai. Laten we zeggen, het komt niet uit de lucht vallen. Toch was het teneur bij de begrotingsbehandeling vorig jaar er een van ongebreideid optimisme. Voigens het Coilege destijds was het ongekend hoeveel budgettaire ruimte er was voor de komende jaren. Klopt ook. Nou, en dat weten we inmiddels, met een meer jaarbegroting die een structureei tekort iaat zien, geen bedrag van een kleine 4.000.000 meer voor structurele uitgaven, geen bedrag meer van een kieine 2.000.000 voor eenmaiige uitgaven. Tijden veranderen, maar niet zo snei dat je de hogere lasten niet had kunnen voorzien. Maar zoals de filosoof zegt: je ziet het pas als je het begrijpt. Maar genoeg hierover, we gaan verder onder een ander gesternte. Het eerste is bezuinigingsmaatregelen en geen besparingsmaatregelen, bezuinigingsmaatregelen, zijn reeds aangekomen. We gaan eerst de kaas schaven en daarna beieidsmatig bezuinigen. Het College acht alleen de beleidsmatige bezuiniging een verantwoordelijkheid van de Raad. Gelet echter op de hoogte van de bedragen acht ik de betrokkenheid van de Raad bij de besluitvorming zeer wenselijk.

In de begroting zijn nog een aantal posten opgenomen waarbij door het vaststellen van de begroting de Raad aan het College machtiging afgeeft voor het doel van uitgaven. Het betreft onder andere het integraal huisvestingsplan, de huisvesting onderwijs, huisvesting Oekraïners. Ook hier acht ik het niet wenselijk dat de besluitvorming bij de Raad wordt weggehaald. We zullen eventuele amendementen, als die nog komen, in die zin ondersteunen. De stijging van een ander zaak, voorzitter. De stijging van de overheids- en personele kosten vinden wij een zorgelijke ontwikkeling. De overheidskosten zijn ten opzichte van 2023 met 6,7 procent gestegen en ten opzichte van 2022 zelfs met 18 procent. De personeelsiasten maar liefst met 11 procent ten opzichte van 2023. Ook de inhuur van externen dient naar onze mening te worden beperkt. Dit jaar staat de telier voor externe inhuur al op zon kleine 4.000.000 euro en er zijn momenteel zon zestig externen ingehuurd. Het is te kostbaar en te weinig effectief op deze schaal. Verder maken we als fractie van de PvdA ons uiteraard zorgen over stijging van de woonlasten voor onze inwoners. Het is al gememoreerd vandaag, van de driehonderd tweeënvijftig gemeenten staat Epe nu op de honderd zevenentwintigste plaats. in één jaar zijn we honderdacht plekken gedaald. Jammer, niet dramatisch, wanneer we in ieder geval deze daling tijdig kunnen stoppen.

in onze gemeente is grote behoefte aan woningen, in deze behoefte is vooral te voorzien door nieuwbouw van woningen. Helaas wil het met het opleveren van woningen niet erg 17

vlotten, nog niet. Noch een nieuwe woonagenda, noch de roep om te bouwen, te bouwen en te bouwen zal daar verandering in brengen. Je kunt immers niet wonen in een woonagenda. Ook extra eisen vanuit de Raad qua duurzaamheid, stedenbouwkundige ontwikkeling, extra sociale huur, enzovoorts, zullen louter tot vertraging en hopelijk niet tot uitstel leiden. Bovendien is achttienhonderd woningen tot 2030 geen haalbare kaart, een maximale toevoeging van tachtig per jaar is het maximaal haalbare voor onze gemeente. Wanneer er in 2030 zo’n achthonderd nieuwbouwwoningen zijn gerealiseerd, zou dat een prima resultaat zijn. Laten we realistisch blijven. Positief zijn wij over de investering in de onderwijshuisvesting. Ook zeer positief over de inmiddels zorgvuldige wijze waarmee het College de huisvesting van statushouders, Oekraïners, enzovoorts aanpakt. Waarbij we beseffen dat je zelden goed doet in de ogen van sommigen. Ook uit de begroting blijkt dat deze gemeente een goed sociaal beleid voert met het oog voor onze inwoners die al dan niet tijdelijk in een mindere situatie verkeren. Nog een paar opmerkingen, voorzitter. Allereerst jammer van de vertraging in de vaststelling van een uitwerkingskader Zon en Wind. Met name voor initiatiefnemers is het onbegrijpelijk dat ze moeten wachten op vaststelling van dit beleid alvorens zij worden gehoord.

Ten tweede, het is duidelijk geworden dat de omgevingsvisie niet helder is. Zoals wij in eerste instantie al hadden aangegeven, is deze visie multi-interpretabel. Het leidt wel tot leuke of irritante discussies in de Raad, maar het is beter zo snel mogelijk tot gebiedsplannen te komen. Ten derde, wederom is er voor twee jaar een bedrag van drie ton opgenomen voor de uitwerking Visie Toekomstbestendige Maatschappelijke Accommodatie. Weer het zoveelste onderzoek, nu weer een nulmeting. Wanneer levert dit werkelijk iets op’? Ten vierde, wij betreuren de vertraging van de beleidsplan, maar hopelijk maakt het beheersplan deze vertraging goed. Ten vijfde, onze wegen hebben aandacht nodig. Maar ik wil nogmaals pleiten voor meer aandacht voor onze buitenwegen, mede ook gelet op het toenemende verkeer en het zware landbouwverkeer. Dit vraagt gewoon om meer aandacht, meer onderhoud, meer veiligheid. Ten zesde, ook het onderhoud van onze fietspaden is een heikelpunt. Wij maken ons zorgen dat de eenzijdige oriëntering op een snelfietspad ten kosten zal gaan van de overige fietspaden die ook aan onderhoud toe zijn. Ten zevende, het budget raadsinitiatieven. Een ton voor twee jaar, voorzitter, vinden we een zeer vreemde eend in deze Raad...

Tenslotte, het is een traditie dat er een amendement wordt ingediend voor een leuk en sympathiek initiatief door een of andere fractie tijdens de begrotingsbehandeling. Wij zullen daar niet aan meedoen, omdat het afbreuk doet aan waar het deze begroting daadwerkelijk om zou moeten gaan. Zoals bijvoorbeeld het aangaan van lopende leningen voor grote investeringen die een wissel trekken op onze toekomstige begrotingen in plaats van zoals gebruikelijk was in deze gemeente, om eerst te sparen voordat je de grote investeringen doet. Wij danken u zeer. De voorzitter: Dank u wel. Kijk even of er iemand het woord wil. Mevrouw Doorn, D66, een verhelderende vraag. Mevrouw Doorn: Mijn verhelderende vraag, voorzitter, dank u wel, gaat over, Ik hoorde u volgens mij zeggen dat u eventuele amendementen die ingediend worden als het gaat om de machtigingen die worden afgegeven in deze begrotingsbehandeling, dat u die zult ondersteunen. Begrijp ik dan ook goed dat u zelf geen amendement hierover gaat indienen? De voorzitter: Mevrouw Van Doorn De heer Van Nuijs: Uiteraard wanneer iedereen zegt: dat moet je vooral doen en dat gaan wij allemaal steunen, zal ik dat doen. Maar als niemand het doet of niemand het belangrijk vindt, ga ik ook geen amendement formuleren. Maar wij zullen het ondersteunen wanneer het vanuit de Raad komt.

18

De voorzitter: U heeft genoeg tijd om met elkaar te overleggen. Mevrouw Hendriks, CDA, verduidelijkende vraag. Mevrouw Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Twee verduidelijkende vragen. De eerste is: u geeft aan dat maximaal tachtig woningen haalbaar zou kunnen zijn voor de komende jaren om op te leveren, kunt u aangeven waar u die tachtig op gebaseerd heeft? De voorzitter: De heer Van Nuijs. De heer Van Nuijs: Wanneer je terugkijkt in de jaren, zult u zien dat er bijna nooit tachtig woningen zijn gerealiseerd in een jaar. Ze moeten gebouwd worden, maar ze moet ook verkocht kunnen worden enzovoorts, enzovoorts. Dus ik hoop dat het er meer zouden kunnen zijn, maar ik ben bang van niet. Dus ik vond tachtig eigenlijk al heel maximaal. Chapeau voor het College en met name ook voor de wethouder die hier verantwoordelijk voor is wanneer hij die achthonderd in 2030 gerealiseerd heeft wat mij betreft. De voorzitter: Dank. U had nog een tweede vraag? Mevrouw Hendriks: Eigenlijk verlengde op de vraag van mevrouw Doorn, gaat u nog motie of amendement indienen? Bent u dat van plan? De voorzitter: Volgens mij heeft de heer Van Nuijs daar antwoord op gegeven, maar nogmaals. De heer Van Nuiis: Nee, of het moet wel heel leuk en sympathiek zijn. Maar nee, ik zal dat niet doen. Ik wacht af welke er komen en ik denk dat wij de motie van de VVD zeer zeker zullen ondersteunen.

Omdat ik vind dat inderdaad het verstrekken van geld vanuit de overheid voor goede doelen gemeente tegenstrijdig is aan het particulier initiatief. Dus ik heb liever dat mensen dat zelf doen uit hun eigen zak betalen en niet dat wij uit de zak van onze inwoners om goede doelen gaan ondersteunen. Bovendien, als de overheid iets doet, is het vaak zo dat het particulier initiatief het erbij laat zitten omdat de overheid het toch wel doet. Dus laten we vooral het initiatief niet frustreren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat debat kan altijd donderdag nog plaatsvinden, maar dank. Daarmee gaan we naar GroenLinks, de heer Van der Baan. Die doet het vanaf zijn plaats. De heer Van der Baan, gaat uw gang. De heer Van der Baan: Dank u, voorzitter, Ik zal even mij bril opzetten, anders leest het zo moeilijk. Samen doen, het motto van GroenLinks in de gemeente Epe. We zullen het samen moeten doen. De begroting is dan wel sluitend met oog op de toekomst, maar GroenLinks ziet graag meer bestuurskracht en lef. Daarmee bedoelen we dat we nu moeten starten met de grote uitdagingen waar we voor staan en niet moeten denken: het komt nog wel. De nood moet leidend zijn, we staan immers voor grote uitdagingen: energietransitie, bestaanszekerheid, d uurzaamheid, woningbouw, huisvesting van statushouders en Oekraïners, invoering- en omgevingswet. Dat zijn allemaal zaken die om actie vragen.

Dan hebben we het nog niet over de wereldproblemen als oorlog, klimaatverandering en verdeeldheid in Europa. Het is echt nodig dat we duurzaam gaan leven. Mensen hebben terecht zorgen over wat deze veranderingen voor hen betekenen. Al die zorgen moeten we serieus nemen. Grote veranderingen mogen niet in de weg staan van je eigen zekerheid en daarom willen we een eerlijke transitie. De gemeente heeft veel ambities, maar wat ons betreft moet er ook hier haast gemaakt worden. Als we niks doen, dan wordt immers de aarde warmer en

19

warmer en de mensen armer en armer. Iedereen heeft recht op een goede woning. Gelukkig zien we dat de komende tijd veel locaties zijn waar gebouwd kan gaan worden. De kans is groot dat deze projecten nog wel getoetst moeten gaan worden aan de geldende, maar inmiddels verouderde woonagenda. De afgelopen jaren heeft GroenLinks regelmatig gevraagd naar actualisatie van de woonagenda. Deze is meermalen beloofd, maar staat helaas nu pas gepland in 2024. We zien dat de vergrijzing ook in onze gemeente toeneemt, omdat er onder andere onvoldoende huur en koopwoningen zijn. Met name jongeren worden gedwongen buiten de gemeentegrens te kijken of thuis te blijven wonen. GroenLinks wil dan ook meer huurwoningen voor één- en tweepersoonshuishouden. Er is de afgelopen jaren vooral in het dure segment gebouwd, er is erg veel behoefte aan sociale huur en goedkope koopwoningen. In het overzicht van de planning van de die eind augustus aan de Raad is gepresenteerd, staat dat de intentieovereenkomst in kwartaal twee van 2023 getekend is. Dedovereenkomst met de ontwikkelaar zal kwartaal twee van 2024 getekend worden. GroenLinks heeft grote angst dat de verdeling van de verschillende categorieën woningen uit de woonagenda overgenomen worden.

Daarom dienen wij een motie in waarin nu al vastgelegd wordt welke percentages voor de verschillende categorieën: 40 procent huur, 25 procent goedkope koop en de overige 35 procent middeldure en vrije sector. Dit vooruitlopend op de nieuwe woonagenda, waardoor er meer duidelijkheid ontstaat voor zowel de inwoners als de ontwikkelaars. Elke gemeente krijgt geld om vluchtelingen op te vangen. Onze gemeente heeft nog steeds niet voldaan aan de taakstelling, vanuit menselijk oogpunt is nu haast geboden. In de programmabegroting staat dat er gezocht gaat worden naar locaties voor vluchtelingen en statushouders. Er is door u zelf aan het begin van deze periode een zogenaamde ABC-lijst opgesteld. Waarom dan een nieuwe lijst? Begrijpt de fractie van GroenLinks het dan goed dat u uw ambtenaren opnieuw aan het werk zet? Is dat dan ook een van de redenen dat ambtenaren maar niet aan de nieuwe woonagenda zijn toegekomen? Een van de bestuurlijke keuzes in de begroting luidt: land bouw heeft in Epe een nieuwe toekomst. Een nieuwe levensvatbare toekomst voor de boeren kan volgens GroenLinks alleen met een duurzame grondgebonden kringlooplandbouw en een kleinere veestapel. De natuur in gebieden met veel landbouw gaan we wat GroenLinks betreft herstellen en beschermen. De taak van de gemeente is om de boeren hierbij te ondersteunen waar dit mogelijk is.

De vraag is die we ons stellen, blijven we ons hoofd in het met mest verzadigde zand steken, of gaan we samen met de agrarische gemeenschap, slagvaardig en transparant aan de slag met het eerlijke verhaal, om te transformeren naar duurzame landbouw en de schadelijke uitstoot aan te pakken, de natuur te gaan beschermen en te herstellen? Of blijven we ons hoofd in het zand steken en af te wachten tot er landelijk de nodige maatregelen ingevoerd worden? En hoe denkt het college dit te gaan aanpakken, waarbij de agrarische gemeenschap perspectief wordt geboden? Eerlijk is eerlijk, we kunnen niet alles oplossen. Als eerste moeten we zorgen voor een stevige basis en transparant zijn in het stellen van prioriteiten. Dat is wel zo eerlijk naar onze inwoners. Er is dus meer nodig dan een foto van de wethouder met een helm op, op een bouwplaats, of een foto met initiatiefnemers rondom de Sprengen. Het vraagt dus om een slagvaardige aanpak. We hebben dus nog een flink aantal uitdagingen voor de boeg en daar wil GroenLinks graag haar bijdrage aan leveren en we willen dit samen doen. Dank u, voorzitter. De voorzitter: En u ging nog een motie indienen, of doet u dat nog even? De heer Van der Baan: Ja. De voorzitter: Of ik vraag misschien eerst even of er verduidelijkende, verhelderende vragen zijn op dit Mevrouw Doorn, D66. ...

20

Mevrouw Doorn: Excuus voorzitter. De verhelderende vraag is gelijk, gaat ook over de motie. U gaf aan 40 procent en 25 procent, zijn de, heeft u ook een onderbouwing bij deze cijfers, of is het een gevoel? De voorzitter: De heer Van der Baan. De heer Van der Baan: Het is, dank u, voorzitter. Het is geen cijfermatige onderbouwing, maar de afgelopen jaren zijn er, en dat hebben vorige fracties ook al aangegeven, zijn voornamelijk allerlei woningen in het dure segment gebouwd. En ik vind, en GroenLinks vindt dat we een inhaalslag moeten plegen. En vooral bij grootschalige projecten, zoals Zuukerenk en ook in Vaassen, wat er nog plaats gaat vinden, dat we gewoon meer sociaal en goedkope koop moeten bouwen in verhouding tot het dure segment. Want daar is de afgelopen jaren, en daar hebben we afgelopen maanden ook weer een aantal voorstellen voor gehad, voor ons is de maat vol. Er moet gewoon meer voor onze eigen inwoners gebouwd worden, die Er zijn heel veel jongeren die op dit ogenblik op zoek zijn naar huisvesting, maar ook heel veel ouderen die kleiner willen wonen. En daar moeten we toch wat meer rekening mee gaan houden, en niet meer alleen maar aan de winstmarges van de ontwikkelaars gaan denken. Dus dat is mijn onderbouwing daarvan. En dan wil ik nu door, voorzitter ...

De voorzitter: Ja, dan moet u hem nu even indienen. De heer Van der Baan: Dan ga ik nu de motie even voorlezen. De motie heeft betrekking op de programmabegroting 2024-2027, onderwerp verhoging percentages sociale huur en goedkope koop, vooruitlopend op de nog vast te stellen Woonagenda’. Moeten we nu allemaal weglopen? De raad van de gemeente Epe, bijeen op 6 en 9 november 2023 hoort de beraadslagingen, constaterende dat er een groot tekort aan sociale huur en goedkope koopwoningen is, de afgelopen jaren er vooral middeldure en dure koopwoningen zijn gerealiseerd, er al meer dan twee jaar gevraagd wordt om een nieuwe Woonagenda, en deze op z’n vroegst in kwartaal, tweede kwartaal 2024 aan de raad wordt aangeboden, er inmiddels al een aantal overeenkomsten door het college met de ontwikkelaars van grote woningbouwprojecten getekend zijn, het niet duidelijk is welke percentages categorieën te bouwen woningen in deze intentieovereenkomsten gehanteerd worden, de gemeente Epe zich wil inzetten op het binden van jongeren, starters, jonge gezinnen, aan de gemeente, om zodoende een bijdrage te leveren aan de stop van de vergrijzing, jongeren en jonge gezinnen met een studieschuld en/of een fiexcontract moeilijk in aanmerking komen voor een hypotheek, het college vertrouwen wil uitstralen, transparant wil zijn en naar de inwoners wil luisteren.

Het college van mening dat het college niet transparant is over de percentages categorieën te bouwen woningen, er nu duidelijkheid moet komen over de verdeling van de categorieën te bouwen woningen bij grote woningbouwlocaties. En verzoekt het college om vooruitlopend op de nieuwe Woonagenda de volgende percentages te hanteren bij nieuwe woningbouwprojecten op grote nieuwbouwlocaties, 40 procent sociale huur, 25 procent goedkoop en de rest evenredig te verdelen over middeldure en dure koopwoningen. De voorzitter: En u gaat vast over tot de orde van de dag. De heer Van der Baan: Dat staat er De voorzitter: En daarmee is deze motie ook onderdeel van de beraadslagingen. Bedankt. De heer Van der Baan: Dat stond er niet bij; tot de orde 21

De voorzitter: Ik heb u geholpen. De heer Van der Baan: Oké. De voorzitter: Maar over de orde van de dag gesproken, de heer de Ruiter, die wil nog iets SGP/ChristenUnie, u heeft nog een verduidelijkende vraag? De heer De Ruiter: Het gaat er even over de dictum van wat de heer Van der Baan net heeft opgelezen. In een bijzin hoor ik zeggen, het gaat over de grote projecten, dit voorstel. Waar is dan bij u de grens, grote of kleine projecten? De voorzitter: De heer Van der Baan. De heer Van der Baan: Dat is moeilijk aan te geven, maar de afgelopen jaren zijn hier met name in Epe en in Vaassen, zijn er zo tussen de 13 en de 25 appartementen gebouwd. Ze zijn allemaal in de wat duurdere prijsklasse. Ik denk dat de grote, en dan bedoel ik vooral de uitbreidlocaties als Zuukerenk. Nou, ik denk, ik weet niet hoe ver het staat met de hierzo, ‘t Slath, want dat is al in een verder stadium. Maar goed, alle nieuwe te bouwen locaties, dat grote locaties, dus van 100 of 200 woningen, dat dat in ieder geval gehanteerd gaat worden. De voorzitter: Dank. Ik kan me zomaar zorgen, ik kan me zomaar voorstellen dat dit een onderwerp van een discussie is De heer Van der Baan: Dat gaat het ook worden. De voorzitter: Aanstaande donderdag. Dus, dan overgaande tot de orde van vandaag, is het zo dat wij de eerste termijn van de raad hebben gehad. Dank daarvoor.

Dat betekent dat wij, dat ik zo direct de vergadering ga schorsen tot 19 uur 30, dus half acht. En om, rond zes uur zal voor u een diner klaarstaan beneden op de begane grond. En ik denk dat u voldoende tijd hebt om nog een één ander met elkaar te wisselen. En dan om half acht zal het college doorgaan met de eerste termijn. Ik schors de vergadering. De heer De Ruiter: Wij wilden nog iets uitdelen, voorzitter. De voorzitter: Ja hoor, dat kan, ga uw gang. Eerste termijn van het college van burgemeester en wethouders, inclusief de eerste reactie van het college op dan ingediende amendementen en moties De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering en we zijn bezig met de begrotingsraad, eerste deel daarvan. En we hebben voor de dinerpauze, hebben we het eerste termijn van de raad gehad. Dus we hebben van alle fracties aanwezig gehoord hoe die over de begroting en over een aantal andere zaken denkt. Maar ook vragen gesteld. Dus we gaan nu naar de eerste termijn van het college. Die zal proberen de vragen te beantwoorden en ook een advies te geven over de amendementen en de moties. Mocht u daar nou over willen interrumperen, als het gaat om scherp te hebben wat het college nou precies beantwoordt, of wat in de beantwoording van, in de advisering inzake de amendementen of moties, dat daar geen duidelijkheid over is, maakt u daarvan vooral gebruik.

Want we, zoals afgesproken, gaan we toch proberen donderdag ook vooral de raad met 22

zichzelf te laten discussiëren over de richtingen. En daar zal ongetwijfeld het college ook nog wel wat van vinden, van tijd tot tijd. Maar we gaan toch proberen om dat spel zo goed mogelijk te spelen, want dat brengt ons gewoon tot de beste manier om een begroting vast te stellen. Dan ga ik voor de eerste termijn van het college naar de wethouder Financiën, wethouder Heere, namens het college. De heer Heere: Dank u wel, voorzitter. Ik ga beginnen met een korte inleiding bij deze algemene beschouwingen in de eerste termijn voor het college. En ik wil eigenlijk als eerste de dankwoorden of de complimenten die ik gehoord heb van de raadsfracties even nog extra benadrukken naar de collega’s die hier allemaal heel hard gewerkt hebben aan deze begroting. Want er is ontzettend hard gewerkt en we zijn ook nog niet klaar, maar waarderen het enorm dat we samen op deze manier de schouders eronder kunnen zetten. In deze programmabegroting, dat is de tweede in onze bestuursperiode, die we u nu aanbieden, treft u een verdere uitwerking van ons collegeprogramma aan. En vanuit dat collegeprogramma werken we aan een aantal grote opgaven. En het mooie is, de middelen zijn beschikbaar in deze begroting hiervoor. U las het al, deze begroting is echt héél anders dan vorig jaar. Er werd al aan gerefereerd, toen sprak ik nog over een ongekend ruime begroting.

Nou, gelukkig zijn de toen beschikbare budgetten heel goed bestemd, dus met name in de reserve, onderwijshuisvesting en het Mobiliteitsfonds. Dus omdat het financieel er nu iets anders uitziet, wil het niet zeggen dat dat geld dat er toen was, dat dat ineens weg is. Maar dit jaar is echt anders. Nou, u hebt het allemaal, u merkt het denk ik thuis ook, het leven is echt in rasse, of in een ras tempo duurder geworden. En dat betekent dus dat we, als we niet zouden ingrijpen, te maken hebben met een financieel tekort voor de komende jaren, en voor 2024 heel specifiek zo’n vier miljoen euro. De belangrijkste oorzaken zijn bekend, de rente, de loonstijging, de prijsstijgingen, stijgende energieprijzen en helaas een algemene uitkering die niet even snel meestijgt. Ik zei al, als wij niet ingrijpen. We kiezen er in deze begroting heel duidelijk voor om wél in te grijpen, te anticiperen en te handelen op de financiële situatie. Dus wij bieden uw raad nu weer een sluitende begroting aan, hij is solide, hij is evenwichtig. De woonlasten blijven beneden het landelijk gemiddelde. En ik zou meteen willen ingaan op één van de vragen, of vraag eigenlijk, die door meerdere van uw fracties gesteld werden. De woonlasten die blijven onder het landelijk gemiddelde en er werd al aan gerefereerd, dat zou maar 1 procent nog maar zijn.

Het lastige hierin is, wij weten wel met welk percentage onze woonlasten vermeerderd worden, maar voor het gemiddelde van Nederland moeten we afwachten wat alle andere gemeenten doen. Dus daar is eigenlijk de landelijke stijging die we hebben gezien van 5 procent ongeveer in de afgelopen drie jaar, is doorgetrokken. Maar het is dus goed mogelijk dat we straks zien dat het landelijk gemiddelde nu ook sterker stijgt en we dus nog steeds verder van het gemiddelde af blijven zitten. Een sluitende begroting. We hebben daar wel enkele keuzes gemaakt. Om, gezien die gestegen kosten en minder snel stijgende inkomsten, toch rond te kunnen komen, is ervoor gekozen om voor 2024 en 2025 op de beïnvloedbare posten, en daar wil ik even bij stilstaan, dat zijn dus beïnvloedbare posten die geen beleidsafweging vragen, dus daar zitten niet de subsidies in, de beïnvloedbare posten, de indexatie van 7,5 procent niet toe te passen. Waar kunt u dan aan denken? Dat zijn werkzaamheden, hele, of leveringen door derde partijen, onderhoudskosten, advieskosten, waar we ons dus nog niet in hebben vastgelegd, maar waarvan we dus nog kunnen kiezen of we het iets minder doen, iets later doen, of zaken combineren. Nou, dat moet samen resulteren in ongeveer één miljoen per jaar voor de komende twee jaar.

Daarnaast, voor 2026 en ‘27, zal er op basis van de in het coalitieakkoord al afgesproken doorlichting, zowel beleidsmatig als financieel, structureel twee miljoen aan besparingen worden gevonden. Dat geeft ons als gemeente op de langere termijn financiële ruimte om ook dân in te kunnen spelen op ontwikkelingen en ook dn nieuwe ambities te kunnen ontwikkelen. Mevrouw Doorn, uw vroeg, hoe gaat die doorlichting er nou uitzien? We gaan een plan van aanpak maken, dus ik weet het ook nog niet precies. Naar aanleiding van uw vraag heb ik wel even opgeschreven dat we daar naar gaan streven dat dat plan van aanpak in het eerste kwartaal van het volgend jaar klaar is. Dat gaan we zo gauw mogelijk, ja, zo gauw als 23

dat er is, gaan we de raad daarover informeren. En bij de keuzes die we in dat doorlichtingsproces voor ons zien, gaan we de raad uitgebreid betrekken. Dus dat is niet beleidsarm, zoals die 1 procent, of de 7,5 procent indicatie, maar dat is echt gewoon kijken, gaan we door met dit beleid, gaan we Misschien moet er wel een tandje bij, misschien moet het wat minder. Uw vraag of het nuttig zal zijn om de evaluatie van het raads- en coalitieakkoord daarbij betrekken, nemen we zeker mee, maar daar durf ik nu nog niet op vooruit te lopen. Dus dat komt ook terug in het plan van aanpak. U hoort mij over, waar gaan we geld minder uitgeven enzovoorts, Ik wil daar wel een relativerende opmerking bij maken. Want het betekent gelukkig niet dat het ineens financieel heel slecht gaat met de gemeente Epe. Ja, we zullen minder moeten uitgeven op bepaalde posten en ik verwacht dat de keuzes die we moeten maken bij die doorlichting, dat die echt niet altijd leuk of gemakkelijk zullen zijn. En ja, we zullen voor grote investeringen, dus conform het vastgestelde beleid, zoals het IHP, eerder het geld moeten gaan lenen, waarmee we de kosten van die investering dan uitsmeren over de levensduur van de gebouwen.

Maar we zullen ook in die financieel wat ingewikkelder tijden die we nu merken, doorgaan met investeren, doorgaan met investeren in onderwijs doorgaan met investeren in de maatschappelijke accommodaties. We blijven geld reserveren voor mobiliteit. De vorig jaar afgesproken verhoging van 120 naar 130 procent voor onze inwoners die het het hardste nodig hebben, die steun, de energietoeslag, het kindpakket, die blijft bestaan, die gaan we niet ineens weer terugdraaien nu. Dus er blijft veel mogelijk en we gaan verder met de grote opgave waar we als college sinds de start van de bestuursperiode aan werken. Denk aan de bestuursstijl, transparant en benaderbaar, verder versterken van de dienstverlening, heldere communicatie, meer en betere samenwerking met de samenleving, voldoende en passende woningen, toekomstbestendige, duurzame energie en goede en betaalbare jeugdzorg, en ook nog eens te huisvesting en opvang van vluchtelingen. En daarnaast nog een heel groot aantal onderwerpen die u in de programma’s hebt kunnen lezen. Zo blijven wij met u, met de samenleving, stap voor stap samen en benaderbaar werken aan een gemeente waar het fijn wonen, werken en recreëren is en waar we trots op kunnen zijn. Ik zou graag nog een aantal beantwoordingen willen geven op de vragen van de verschillende fracties. Allereerst ingaan op het gevraagde mandaat wat we hebben geschreven.

Want dan gaat het eigenlijk om drie verschillende mandaten, maar steeds gaat het om snel en slagvaardig te kunnen optreden binnen vastgestelde kaders. Dus het niet doorvoeren van de indexatie op de beïnvloedbare post, ik stond daar net al bij stil, is beleidsarm. U stelt als raad de kaders op het moment dat u de begroting vaststelt, de indexatie van 7,5 procent wordt niet doorgevoerd voor de beïnvloedbare posten en het college zal het uitvoeren. Het uitvoeren van het Integraal Huisvestingplan. U hebt als raad de kaders gesteld hiervoor, het college voert dit, zolang ze binnen die kaders blijft, uit. Bij afwijkingen wil het college ook juist heel graag de raad betrekken. Ik neem even als voorbeeld de Anne de Vriesschool die laatst bij de startnotitie Zuukerenk langskwam. Volgens het IHP, het Integraal Huisvestingsplan, wordt deze school levensverlengend gerenoveerd op de plek waar die nu staat, op de middellange termijn. Als nou blijkt dat het college straks voorstaat de beste oplossing, alles gezien, is dat de school een plekje krijgt in de nieuwe woonwijk, nieuwbouw, dan gaat het om een heel groot bedrag, gaat het om een keuze die heel veel impact heeft op onze samenleving. Dan willen wij heel graag met u als raad daarover van gedachten wisselen, u consulteren.

En we zullen ook een nieuw besluit moeten voorleggen, want dan gaan we dus een vastgesteld plan, het Integraal Huisvestingplan, ook echt wezenlijk aanpassen. Dus ons mandaat is, zolang wij binnen de kaders blijven, willen we snel en slagvaardig kunnen optreden. De derde mandaat is de uitvoering van de huisvesting vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen. Dat betreft uitvoering van Rijksbeleid. Het Rijk heeft hiervoor geld ter beschikking gesteld. U hebt dat geld ,voor zover het nog niet werd besteed in 2022, opzij gezet om te besteden aan de uitvoering van dat beleid. Dat was uw keuze. Om snel en slagvaardig te kunnen optreden binnen de kaders, vraagt het college een mandaat om het geld hiervoor te mogen inzetten. Dus dan zal het gaan om de huisvesting van vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen. Tot zover mijn opmerkingen over het mandaat. 24

Verder kreeg ik de vraag door van mevrouw Doorn over de stand van zaken van het Uitwerkingskader zon en wind. Ja, ik wil u daar heel graag in meenemen. Het is af en toe een frustrerend onderwerp, kan ik u vertellen. Want nadat wij het stuk van u terug hebben ontvangen, is dat juridisch in twee slagen volledig getoetst. Dus alle zorgen die u hebt meegegeven, we willen hier zekerheid over hebben dat we zelf wel baas in eigen gemeente blijven, dat we ons niet overleveren aan projectontwikkelaars, daar is naar gekeken. Het kader is helemaal gecheckt, alle punten zijn op meerdere manieren, of, alle punten die op meerdere manieren konden worden uitgelegd, zijn opnieuw opgeschreven, heel veel tekstuele aanpassingen. En dat was na de zomer in september gereed. Toen lazen wij het collegeprogramma van Gedeputeerde Staten van Gelderland. En vrij vertaald staat daar, wij respecteren de RES biedingen, maar we willen geen zonneprojecten op goede landbouwgrond. En nieuw beleid hierover zal volgen in het begin, of de eerste helft van 2024, als ik het goed heb. Daarop hebben we het stuk weer ambtelijk aangepast, of laten aanpassen, om te zorgen dat we u geen beleid voorstellen, waarvan we eigenlijk al vrij zeker weten dat dat in de eerste helft van 2024 niet meer houdbaar is en gaat botsen met het vastgesteld provinciaal beleid. Dat was ook gedaan, dat lag vorige week klaar.

Dus we zaten op route om u het kader in december aan te bieden, zodat het nog in dit jaar kon worden vastgesteld, als u ermee instemt. En toen was het l’histoire se répète, de geschiedenis herhaalde zich, de brief van minister De Jonge voor de aangepaste Voorkeursvolgorde Zon. Er is nu een schrijven in de maak, waarin we u als raad zo goed mogelijk willen gaan informeren hoe we verder kunnen. En ik zou het heel mooi vinden, we zouden het heel mooi vinden, als we in het eerste kwartaal van volgend jaar, misschien wordt het het tweede kwartaal, ik weet dat nog niet, tot een aangepast uitwerkingskader kunnen komen, dat wél te verenigen is met de nieuwe winden die nu in Den Haag en in Arnhem waaien, en die ons wel een stuk kader, een stuk houvast geven. En als er iets wordt ontwikkeld binnen de gemeente op het gebied van opwek zon, opwek wind, dat we dan in ieder geval de goede zaken die in een hele grote participatie met onze samenleving ook zijn vastgesteld, dat we die vast hebben liggen in beleid. Tot zover die vraag. En dan mag ik nog reageren op de motie M2 van mevrouw Tibben van de VVD. Dit is echt iets, wij gaan daar als college geen advies over geven, want wij vinden echt dat dit iets is aan de gemeenteraad. Net als alle donaties die eerder zijn gedaan, dat waren iedere keer vanuit de gemeenteraad, door de gemeenteraad.

Dus wij zullen als college ons daar niet in die discussie mengen. Ik wil u danken voor uw aandacht, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U krijgt een interruptie van de heer Van Nuijs, Partij van de Arbeid. Ja hoor, hebt u uw pasje bij u? Ga uw gang. De heer

...:

Rechterknop, ja.

De heer Van Nuijs: Voorzitter, ik wilde vragen aan het college, aan de wethouder, of het nu zo werkelijk zo is dat, wanneer iemand komt met een initiatief, dat misschien, er wordt wel geluisterd uiteraard, de gemeente luistert altijd, maar dat er verder geen actie wordt ondernomen? Een agrariër wil stoppen, die wil een zonnepark, of die wil op een gedeelte van zijn grond wil hij zonnepanelen plaatsen. Die gaat naar de gemeente toe. En ja, hij krijgt geen gehoor, want er moet eerst een beleid worden gemaakt, dat is natuurlijk heel frustrerend als je initiatiefnemer bent. Maar hoe staat u daarin, hoe staat het college daarin? De voorzitter: Uw vraag is helder. De heer Heere. Volgens mij moet deze vraag nog eventjes beantwoord worden. De heer Heere: Ja. De voorzitter: Kunt u het zo beantwoorden? 25

De heer Heere: Dit is het mooie van de integrale samenwerking die we voorstaan met de samenleving, maar die we ook in het college zien. Want juist zon Uitwerkingskader zon en wind is iets wat zich heel erg mooi balanceert tussen de energietransitie die we willen en het ruimtelijk beleid dat we hebben. Maar mijn collega fluistert mij net in, dus op het moment dat een initiatief nû binnenkomt, dan wordt dat getoetst tegen de huidige kaders. De voorzitter: De heer Van Nuijs, zonder dat het een politieke discussie wordt. De heer Van Nuiis: Nee, nee. Welke kaders bedoelt u dan? De heer Heere: Ik hoor net van mijn collega Kerkmans dat hij zo meteen hier inhoudelijk antwoord op zal geven, dus misschien is dat het beste. Ik ben overvraagd hier. De voorzitter: Misschien kan de heer Kerkmans meteen even op dit punt even beantwoorden. De heer Kerkmans: Ja, ik ben op mezelf. Dank, voorzitter, Ik denk dat het goed is om daar nu de toevoeging op te geven, de reden dat we daar als college nu voor gekozen hebben, want ik begrijp de vraag dat die frustratie kan ontstaan. Echter denk ik dat de frustratie nog groter is, dat op het moment dat wij nu een kader vaststellen, een traject ingaan, de heer Van Nuijs weet ook dat dat een traject is wat lang duurt voordat we daadwerkelijk nu nog een bestemmingsplanwijziging, maar straks naar een wijziging Omgevingsplan toe gaan.

We praten, met alle onderzoeken die gedaan worden, gauw over zes tot twaalf maanden minimaal, inclusief participatietraject. Als wij zien wat de signalen nu zijn die onder andere vanuit Arnhem komen, maar ook de signalen die vanuit Den Haag komen, de brief die vorige week gestuurd is, waar collega Heere ook aan refereerde, dan willen we daar wél als betrouwbare overheid in overkomen. En dat is de reden dat we nu dit traject gesteld hebben. En het is inderdaad continu, brief na brief, of nieuw beleid, wat aangekondigd wordt, na nieuw beleid. Alleen, we willen daar wel ook als betrouwbare overheid overkomen, waardoor we nu de keuze hebben gemaakt om inderdaad, hoe frustrerend het ook kan zijn, er nu een aantal maanden het on hold te zetten, zodat we met zekerheid een proces met de initiatiefnemer in kunnen gaan. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Nuijs. De heer Van Nuiis: Duidelijk, voorzitter. Maar ja, communiceer goed met die initiatiefnemer, dat is mijn advies dan. Maar dat zult u zeker doen. De heer Kerkmans: Dat nemen we mee. De voorzitter: Maar volgens mij is toegezegd dat er nog een brief komt. En dat is goed om die brief ook breder te verspreiden dan alleen de raad. Mevrouw Hendriks, CDA. Mevrouw Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Aanvullende vraag op mijnheer Van Nuijs.

Als wij een bestemmingsplan goedkeuren voor de plaatsing van zon op land, dan heeft de provincie Arnhem, of de provincie in Arnhem daar toch niet zo heel veel mee te maken? Kunt u uitleggen wat dan de invloed is van de provincie hierop? De voorzitter: De heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Dank u wel, voorzitter. En op zich een terechte vraag. Maar wat ik net wel duidelijk probeerde aan te geven, is dat we natuurlijk met een procesplanning te maken hebben. Dus op het moment dat de provincie aangeeft, in het voorjaar, dan kunnen we april, mei een beetje aanhouden, dat is wat wij daaruit herleiden, aangeven met nieuw beleid te komen, en wij lopen nu de procedure door, waarbij onderzoek, ik noem bijvoorbeeld de vleermuistelling in het voorjaar 26

onderzocht kan worden, die ook van belang zijn, die trajecten die zullen daar parallel aan lopen. En op het moment dat wij nu een bestemmingsplanprocedure starten, dan vraagt het én ambtelijke capaciteit aan onze zijde, maar dat vraagt ook aan de andere kant, heel veel kosten die een initiatiefnemer maakt. En ik vind het daarin, of wij vinden als college daarin het meest zuivere, dat we wel, en nogmaals, het stukje betrouwbaarheid wat je als overheid wil uitstralen, dat we wél een traject instappen, waarbij met elkaar ook een heldere uitkomst voor ogen hebben en ook een reële uitkomst voor ogen hebben. De voorzitter: Mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Voorzitter, dank u wel, het blijft verduidelijkend hoor. Maar dat was niet het antwoord op de vraag die ik stelde. Mijn vraag is, als wij, wij zijn als gemeenteraad het hoogste orgaan van deze gemeente, en als wij vinden dat er een bepaald bestemmingsplan goedgekeurd is, waar is dan de invloed van de provincie? Dat is mijn vraag. De voorzitter: De heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Dank, voorzitter. Ook op het moment dat dit soort zaken gerealiseerd worden, en dat zien we ook bij andere ruimtelijke procedures, dan ook de provincie die heeft bepaalde vergunningen die ze af moeten geven, de wet milieubescherming bijvoorbeeld. Daar gaat, daar is de provincie bevoegd gezag voor.

En dat zijn voorbeelden van vergunningen die de provincie ook moet afgeven. Dus we hebben elkaar daarin wel echt nodig. En op het moment dat de provincie daar een ander beleid in voert, dan kunnen we als gemeente heel veel willen, maar dan heeft de provincie daar ook echt zeker nog wat over te zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij voldoende hierover. En er is door het college toegezegd om nog een brief te sturen over het vervolg. Ik ga terug naar wethouder Heere, of was u klaar met uw betoog? U was klaar. Dan kan de heer Kerkmans blijven staan. Namens het college, de heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Dank, voorzitter. Dan zou ik graag van het Uitwerkingskader zon en wind eigenlijk naar twee onderwerpen willen gaan, die mijn portefeuille daarin raken. Dat zijn namelijk de twee onderwerpen die tijdens de inbreng in de eerste termijn vanuit uw raad het meest naar boven kwamen en ook een aantal vragen over gesteld werden. Laat ik dan starten met de locaties rondom de vluchtelingen, en dan in de breedste zin van het woord. En dan praten we, even voor de duidelijkheid, over asielzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen. Om te beginnen, er werd gesproken over dat de verdeling van belang is tussen de kernen die wij hebben. Dat onderschrijven wij als college absoluut.

Waar wij alleen mee te maken hebben op dit moment, we hebben, we zijn met u een traject doorlopen, waarbij we u als raad zoveel mogelijk hebben proberen te betrekken, waarbij we ook de inwoners zoveel mogelijk hebben proberen te betrekken. En waarvan we ook overtuigd zijn dat we daar de goede stappen in gezet hebben. Daar hadden we een aantal locaties, en de heer Van der Baan refereerde aan de ABC-lijst, dat zijn inderdaad de lijsten waar we met u over gesproken hebben. Aan de hand van die ABC-Iijst zijn we, met die A-lijsten zijn we ook verder concrete gesprekken aangegaan en met de direct omwonenden en de sta keholders aldaar de gesprekken opgestart. Waar we vervolgens mee te maken kregen, terwijl we eigenlijk al die participatieavonden doorlopen hadden, waarbij we op heel veel locaties goede avonden hebben doorlopen, waarbij we met elkaar tot een mooi plan zijn gekomen, dan is de volgende stap om in het traject, om ook ervoor te zorgen dat, op het moment dat we units gaan plaatsen, dat die ook voorzien zijn van stroom. Dat is toch ook een primaire levensbehoefte, die daar ook zeker aangesloten zou moeten worden. En u zult het vast en zeker gezien hebben in de media dat we in Nederland te maken hebben met netcongestie. Netcongestie, dat wil zeggen dat het net op dit moment overbelast is.

Dat geldt ook voor de locaties waarbij we voor de opvang, en dan praat ik even over de opvang van het statushouders traject, waarbij we de tijdelijke woonunits wilden plaatsen, of willen plaatsen. Daar krijgen we ook mee te maken. En dan wil ik hem eerst even aanhalen, want dat werd een beetje 27

zo geframed, dat alles in één kern landt. En dat zou ik toch wel willen weerleggen. Want voor de problematiek rondom de congestie, hadden wij een prognose voor 46 plaatsen in Epe en 50 in Vaassen. En dat is naar ons idee best wel een aardige balans die erin zit, want ik kom zo meteen ook op het andere onderdeel van dit project. Echter, vanwege de netcongestie is een grote locatie in het dorp Epe inderdaad komen te vervallen, dan praten we over 20 plaatsen die we daar geprognosticeerd hadden om te realiseren. En dan verandert die balans inderdaad ineens. Maar ik wil er wel ook bij aangeven wat de afgelopen jaren opgevangen is. Dan praten we over het aantal statushouders van 92 in Epe, dat is peildatum oktober 2023. En dan praten over de afgelopen jaren, dat is 92 in het dorp Epe, de kern Epe, en 62 in de kern Vaassen. Dus ook daar zien we dat we in het verleden de balans gevonden hebben, omdat ook die verdeling absoluut van belang is voor ons als college. Dus laat ik dat nogmaals benadrukken. En rondom echt de opvang van statushouders, daar hebben we een gigantisch maatschappelijke opgave, en de heer Van der Baan gaf dat ook aan.

U zag inderdaad nieuwe locatie staan en u stelde de vraag, in ieder geval, gaan we dan weer onze organisatie opnieuw bevragen, gaan we weer helemaal op nul beginnen en weer met een nieuw traject starten om nieuwe locaties te zoeken? Nee, zeker niet, want we hebben al heel veel werk verzet. Het proces loopt nog steeds door op de locaties die we al reeds vastgesteld hebben met elkaar. Echter, gelet op het feit dat die netcongestie er is, wat ik net probeerde uit te leggen, nou, in ieder geval de problematiek die daar rondom speelt, zijn we nu aan het opschalen door echt actief met vastgoedeigenaren in gesprek te gaan. Daar heb je namelijk niet, of in mindere mate, te maken met die netcongestie, omdat de aansluitingen er al liggen. Die actieve gesprekken die staan gepland op korte termijn. En we hopen dat we daar echt ook die aantal plaatsen extra kunnen gaan creëren. Want ik ben het zeker met u eens, we hebben daar een gigantische opgave. En vanuit het sociale oogpunt en het maatschappelijke oogpunt, proberen we alle zeilen bij te zetten om ook daadwerkelijk uiteraard die aantallen te gaan halen. Voorzitter, dat brengt me bij de opvang van de ontheemden. En dan praten we voornamelijk over de Oekraïense vluchtelingen op dit moment. En ook daarvoor en naar aanleiding van wat er in de eerste termijn genoemd werd, zijn we even in de cijfers gedoken.

Wat is op dit moment de verdeling? Want ik, nogmaals, zou niet willen dat daar scheve gezichten in ontstaan en dat die framing daarin niet klopt. De huidige situatie, en dan praten we over particuliere opvang en gemeentelijke opvang, is zo dat wij 108 plaatsen vrij hebben, dat wil niet zeggen dat ze allemaal ingevuld zijn, maar voor de Oekraïense vluchtelingen wordt er gerekend met beschikbare plaatsen, praten we over 108 plaatsen in het dorp Epe, 28 in het dorp Vaassen en 31 in het dorp Ernst. Dus ook daarvoor geldt weer dat er echt wel een verdeling in zit. Op dit moment, dat zal u allen ook bekend zijn, hebben wij de opvang van Oekraïners voor een heel groot deel in Epe gerealiseerd in Licht in Duuster. Dat is een locatie waarvan we wisten dat die eindig was. En dat is ook de reden dat we zoekende zijn gegaan naar een andere locatie binnen onze gemeente. En die locatie, daar is over gesproken, dat is ook denk ik een ieder bekend, de voormalig camping ‘t Hertenhof in Vaassen, die ons is aangeboden. En die bood inderdaad de mogelijkheden die wij zochten. En daar lopen op dit moment uitgebreide participatieavonden voor. Een opmerking die ook gemaakt werd, is dat de samenleving niet geïnformeerd is over hoe die aantallen zijn.

Nou, laat ik daar ook u even mee terugnemen naar de brede participatieavonden die we in Vaassen hebben gehad, waarbij we, waarbij zowel de burgemeester, ikzelf, maar ook de rest van het college aanwezig was, en zowel de inwoners mee heeft genomen, er waren ook een aantal raadsleden bij aanwezig, maar waarbij we iedereen hebben meegenomen in de opgave die we hebben met elkaar. En waarbij we ook de cijfers hebben laten zien van de instroom die er op dit moment is. Dat gaat over de instroom, zowel in Ter Apel, dan praten we echt over asielzoekers die uiteindelijk een status krijgen, lang niet allemaal trouwens, maar die uiteindelijk als statushouder aan ons als gemeente worden toegewezen, en de instroom die verwacht wordt rondom de Oekraïense vluchtelingen. En ook die zal de komende tijd echt nog gaan stijgen. Dus, naar ons idee is die uitgebreide informatievoorziening, die is daarin wel geweest. En we hebben geprobeerd een ieder, zeker in Vaassen waar dit nu speelt, om dat echt in de breedste zin van het woord op te pakken. En voordat ik naar het volgende onderwerp binnen mijn portefeuille ga, is het nog wel even extra goed om te melden dat elke locatie die kansrijk is, voor ons van belang is, gelet op die toenemende vraag en die maatschappelijke opgave die wij krijgen. En dat is de reden dat we dus in dit geval een locatie in Vaassen, die aangeboden is, de camping ‘t 28

Hertenhof, echt met twee handen moeten aangrijpen, zodat wij aan onze maatschappelijke opgave ook kunnen voldoen daarin. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Vos, Nieuwe Lijn. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Bedankt wethouder, voor een mooie woorden. Maar hoe kan het dan zijn dat onze Vaassense bevolking verrast raakt door de nieuwsberichten van afgelopen vrijdag? Want dadelijk krijgen wij een melding ook dat zij absoluut niet snappen hoe het, hoe dan die verdeling in onze gemeente werkt. Dus de verdeling zit bij u in het hoofd helemaal goed en die is ook aardig goed, denk ik. Maar onze inwoners die snappen er helemaal geen nota meer van. Ik wou wat anders zeggen, maar vooruit. Graag even wat meer duidelijkheid. De voorzitter: De heer Kerkmans. De heer Kerkrnans: Dank, voorzitter. Dank, de heer Vos, voor de keurige woorden die gebruikt worden. Als dat inderdaad het signaal is wat u vanuit de samenleving heeft ontvangen, dan is dat wellicht een goed signaal die wij ook meenemen om dat nogmaals duidelijk te maken. Ik was echt voornamelijk gericht op de opvang van Oekraïense vluchtelingen, daar hebben we namelijk ook die opmerking die u noemt, meerdere malen gehoord.

Maar als er inderdaad scheve gezichten ontstaan vanuit de opvang van statushouders, dan ga ik dat meenemen en proberen om dat in de volgende nieuwsbrief ook nog een keer actief deze cijfers zo te delen, waar wij ook echt aantonen wat de reden is waarom we voor bepaalde locaties kiezen en ook welke onmogelijkheden andere locaties bieden, waardoor uiteindelijk deze situatie ontstaan is. Dus, dank voor de toevoeging, die was mij nog niet helemaal scherp vanuit de eerste termijn. Voorzitter, dan zou ik eigenlijk dat project willen afronden en naar de volgende, grote maatschappelijke opgave gaan die we hebben, en dat is de woningbouw. We hebben ons ingezet om 1800 woningen tot 2030 te realiseren, en dat is een hele ambitieuze opgave, dat realiseren we ons ten zeerste. Maar nogmaals, meerdere malen aangegeven, naar ons idee ook een realistische opgave, gelet op het feit dat wij op dit moment al over meerdere concrete plannen beschikken, die nog wel verder in de procedure gebracht moeten worden. Daar kom ik zo even op terug. Hetgeen wat ook veel al besproken is in deze raadszaal, en ook in de verschillende commissiezalen, dat is de Woonagenda. Dus daar wilde ik niet een gigantisch lang betoog over houden, maar alleen u hier nu de belofte doen dat die Woonagenda uiterlijk 12 december in het college vastgesteld gaat worden.

Dat betekent dat hij daarna aangeboden gaat worden aan de agendacommissie. De reden dat dat 12 december is, is dat hij intern nu klaar is, maar nog een keer naar het adviesbureau gaat om de laatste aanpassingen nogmaals te laten controleren, zodat we met u ook in de consultatie die we hebben afgesproken met elkaar, het over een complete Woonagenda kunnen hebben, die ook, nogmaals, door het adviesbureau goed doorlopen is en dat daar geen lucht meer tussen zit. Voorzitter, parallel daaraan werd er veel gesproken rondom de Ook hier was verdeling zojuist weer een punt. En ook daarvoor geldt, nogmaals, waar we bij het vorige project aangaven dat die verdeling heel belangrijk is, dat ook de verdeling rondom de nieuwbouwprojecten voor het college belangrijk is. En ik heb ze even kort uitgeschreven. We hebben eigenlijk, in alle kernen zijn we druk bezig met een aantal locaties, wat grootschaligere locaties in de twee grotere kernen, Vaassen en Epe. Nou, in Vaassen zijn we met Oosterhof Zuid bezig en met Kerkenland. Oosterhof Zuid is inmiddels een onherroepelijk plan. Kerkeland, zijn we op dit moment druk bezig om de procedure in 2024 af te ronden en ook naar u als raad te brengen. En daar zult u in het voortraject ook nog in meegenomen worden, vergelijkbaar zoals we dat bij Zuukerenk gedaan hebben.

We hebben in Epe een tweetal grote locaties, Zuukerenk, daar hebben we recent over gesproken met elkaar, en ‘t Slath, ook geen onbekende. In Oene, Kloosterhof, daar lopen de gesprekken, vorderen gestaag. En daar hopen we op korte termijn ook bij u terug te komen, ook in 2024, ter vaststelling. En het dorp Ernst, naar aanleiding ook van onder andere het artikel wat in de Stentor geplaats is, attendeerden mij een aantal inwoners uit Ernst er ook op, waar is het dorp Ernst gebleven? Laat ik vooropstellen, die staat nog steeds op de kaart en daar zijn we ook druk mee bezig, letterlijk en figuurlijk op de kaart. Want daar zijn we nog steeds bezig, want ook daar weten we dat er een grote ...

29

behoefte is aan nieuwe woningen. Op dit moment lopen er concrete gesprekken rondom de locaties die in de Omgevingsvisie daar vastgesteld zijn. Er zijn twee uitbreidinglocaties die benoemd zijn in de Omgevingsvisie voor het dorp Ernst. Daar lopen nu echt daadwerkelijk concrete gesprekken in. Zodra die gesprekken nôg een stap verder zijn, komen we daar uiteraard ook bij u op terug. Op dit moment zitten we daar echt in het voorstadium en we hopen ook die projecten op korte termijn naar u toe te brengen. Ondanks dat we daar echt in het voorstadium zitten, zijn we met een ontwikkelaar in gesprek die ook echt snelheid wil maken en ook de urgentie ziet voor dorp Ernst. Dus daar komen we absoluut nog op terug. En het dorp Ernst heeft ook voor de nieuwbouwopgave absoluut, Ernst staat absoluut hoog op de lijst bij het college. Als we dan kijken naar de plannen die op dit moment bekend zijn bij het college, ik haakte hem net al eventjes aan. We hebben heel recent een informatienota gestuurd, waarbij we een Excel-sheet mee hebben gestuurd. En inmiddels heb ik die nogmaals meegestuurd. Dat is een dynamische lijst die bijna wekelijks kan verschillen, omdat er toch weer nieuwe plannen aangeboden worden, waardoor er een extra komt. Sommige, die schalen net ietsjes af, om dat beter stedenbouwkundig in te passen, bijvoorbeeld een vijftal woningen vanaf moeten. Dus dat is een dynamische lijst.

Die lijst hebben we nu, de laatste update is met uw gedeeld, die zit bij de stukken. Als we dan kijken wat er op dit moment bekend is bij het college, dat zijn plannen die nog niet volledig in de procedure zijn, waarvan we weten dat die er aankomen en waar we de procedure op korte termijn van zullen gaan doorlopen. Dan praten we over 1577 woningen, dus dan zitten we al heel dicht bij die 1789 woningen. Dat betekent dat we nog ruimte hebben voor een aantal concrete initiatieven, om die laatste 200 woningen ook te kunnen realiseren. Dat betekent dat we daar de vrijheid hebben rondom transformatielocaties, kleinere inbreidingslocaties et cetera. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Boermans, D66. De heer Boermans: Dank u wel, voorzitter. De portefeuillehouder die heeft het over, op korte termijn komen die Gaat u de vervolgstap zetten. Maar u heeft het zojuist er ook over dat de Woonagenda in november in het college wordt vastgesteld, zodat hij in december, als ik u zo goed begreep, in december naar de agendacommissie kan, zodat hij in januari ter consultatie in de raad komt. Dus vandaar mijn vraag over de korte termijn die u net heeft, wat komt nu eerst? Eerst de Woonagenda ter consultatie, of komen eerst uw plannen om de woningbouw vlot te trekken? ...

De voorzitter: Heldere vraag. Maar de wethouder zegt, 12 december in het college, dat daar geen misverstand over is. De heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Dank, voorzitter. Een vraag die ik ook wel misschien een beetje had zien aankomen, want ik denk dat het een terechte vraag is. Laat ik vooropstellen dat wij zeker ook niet de capaciteit hebben om 1577 woningen in een maand te gaan realiseren, of in ieder geval, de procedure te doorlopen. En wij hebben uiteraard uw amendement bij de Perspectiefnota, en hebben daarin meegenomen. We hebben ook in de commissievergadering daar wel op beantwoord, op moment dat er nû een plan binnenkomt, hebben we wettelijke termijnen waarbinnen wij moeten reageren, dus die termijnen zullen blijven lopen. We hebben de capaciteit echt opgeschaald, een groot projectteam op de Woonagenda staan, zodat het zo snel mogelijk nu doorgang kan vinden. Maar het is niet de insteek om alle plannen even snel, voordat we met elkaar spreken over de Woonagenda, te behandelen. En ik zit heel even hardop te denken, ik zou dat schriftelijk kunnen bevestigen. Volgens mij praten we eigenlijk op dit moment niet over concrete plannen die nu in die tussentijd vastgesteld zullen worden, voordat we met u over de Woonagenda spreken. Ik ken niet de exacte planning over wat er nu in vooroverleggen geweest is, daar wil ik even schriftelijk op terugkomen, als u mij dat toestaat.

De voorzitter: De heer Boermans. De heer Boermans: Heel graag.

30

De heer Kerkmans: Gaan we doen. De heer Boermans: Dank u wel. De voorzitter: Dat klinkt als een toezegging. De heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Dat was ook een toezegging, voorzitter, dus dat gaan wij zeker doen. Als ik dan kijk naar de woningbouwopgave die we hebben, dan brengt me dat eigenlijk richting de motie. En dat was het laatste wat ik vanuit mijn portefeuille wilde behandelen. Voorzitter, er ligt een motie voor die mij wel wat bevreemd, redelijk bevreemd. En dan heeft dat voornamelijk te maken met de opbouw van de motie. En ik haal even het stukje aan wat bij, in de motie staat bij ‘van mening dat’. En uiteraard mag een ieder een eigen mening daarin hebben, echter zou ik dat wel willen weerleggen. Er staat een passage waarin aangegeven wordt dat het college niet transparant was over de percentages categorieën te bouwen woningen. Voorzitter, dan zou ik toch nogmaals willen refereren aan die informatienota, met die Excel-sheet, waarin we compleet hebben uitgerekend, hebben uitgeschreven wat op dit moment de prognose is voor de plannen van die 1577 woningen die geprognosticeerd zijn. En als ik daar, die kunt u ook zelf teruglezen, ik heb ze zelf even uitgeschreven om ze hier ook mondeling te kunnen toelichten.

Als we kijken naar de percentages die daar nu geprognosticeerd zijn en die ook echt haalbaar zijn, dan praten we over 38 procent sociale huur, dan praten we over 15 procent goedkope koop, 9 procent middeldure huur en 17 procent minder dure koop. Dat maakt bij elkaar een betaalbaarheid percentage van 79 procent. En ik denk wel dat het iets is waar we als gemeente Epe trots op mogen zijn. Even los van wat voor percentages we straks in de nieuwe Woonagenda zien, 79 procent is uitzonderlijk hoog. Minister De Jonge die heeft ons opgeroepen om tweederde betaalbaar, en betaalbaar daar hoort ook de middeldure huur en middeldure koop bij. Dus dat betekent dat we opgeroepen zijn in de Woondeal om tweederde, dat is 66,7 procent afgerond, betaalbaar te hebben. Dus hiermee halen wij 79 procent, en dat zal echt nog wel iets fluctueren, dat zou, 78, 77, 80, 81 om en nabij kunnen zijn. Maar dit is wel een kerngetal waarbij we echt in de buurt zullen gaan komen. Dus voorzitter, de motie die voorligt, vandaar dat die mij echt oprecht bevreemdt. Ook op het moment dat we dit nu zouden omarmen en zouden zeggen, ja, neem deze motie aan, dan gaan we in die vertraging komen, omdat we daarmee echt in een totale andere categorisering gaan komen, een categorisering waarbij nog niet over gesproken is.

Plus dat ik mij ten zeerste afvraag, en dat is niet dat ik hier sta om de belangen van projectontwikkelaars te behartigen, absoluut niet, maar 40 procent sociale huur en 25 procent goedkope koop is een niet realistisch aantal woningen om te bouwen. Dat is op dit moment simpelweg niet haalbaar met de prijzen, de bouwkosten en de verkoopprijzen die daar dan aan gekoppeld zijn. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Van der Baan. GroenLinks. De heer Van der Baan: Dank u, voorzitter. Wethouder, zegt u daarmee dat de Woonagenda zoals die er nu ligt, niet meer aan te passen is en dat de percentages niet eventueel iets veranderd kunnen worden? De voorzitter: De heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Nee, voorzitter, dat heeft de heer Van der Baan mij hopelijk ook niet horen zeggen. We hebben namelijk inderdaad een nieuwe Woonagenda die eraan komt. Daar wil ik geen voorschot op nemen, want dat gaan we eerst met u bespreken. Dus daar ga ik nu geen teasers, om het maar even zo te noemen, van loslaten. Echter, ik gaf aan dat we denk ik trots mogen zijn als we kijken naar waar er in den lande toe opgeroepen wordt, en waar we nu staan. De huidige Woonagenda die roept op tot 75 procent betaalbaar, en die fluctuatie die is zeker mogelijk binnen de plannen die er nu liggen. En daar gaan we met u als raad nogmaals over spreken. Maar als we kijken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15103513/1