CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-06 Notulen gemeente Epe Gemeenteraad

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling notulen raadsvergadering en besluitenlijst raadsvergaderingen 6 en 9 november26.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Maar als we kijken waar wij nú op ingezet hebben, dan zitten wij dus afgerond op 80 procent, en even, om het even eerlijk te houden, 79 procent betaalbaar. En nogmaals, dat kan een paar procent de ene kant of een paar procent de andere kant opgaan. Ik weet dat de heer Van der Baan heel erg inzet op betaalbaarheid, maar wellicht is er een andere partij in deze raad, die bij de behandeling van de

31

Woonagenda zegt, het mag wel iets minder en we willen wat meer dure woningen. En uiteindelijk moeten we daar met elkaar nog steeds gezamenlijk tot die nieuwe Woonagenda met de geldende percentages komen en daar zit zeker de bewegingsvrijheid nog in. Wat wél goed is om te melden, is dat we een aantal projecten, want daar hebben we het ook over gehad tijdens de commissievergadering, op het moment van het sluiten van de anterieure overeenkomst, dat is het moment waarop het dan geldende percentages van de Woonagenda gelden. Dat is ook hetgeen wat wij, wettelijk gezien hebben wij bepaalde termijnen waarbinnen we moeten reageren, dat gaf ik net al aan. Op het moment dat wij daar nu die processen in doorlopen, en ik wil echt met u nogmaals kijken naar bijvoorbeeld Zuukerenk, waarbij we in Q2 bestaan, de anterieure overeenkomst, dat we dat om en nabij, dat we in ieder geval eerst de Woonagenda vaststellen. Daar zit het probleem niet zozeer in. Maar als we kijken naar die percentages, nogmaals, is dat denk ik, vind ik echt iets om trots op te zijn dat we deze betaalbaarheid percentages op dit moment in onze woningbouwplannen hebben. De voorzitter: Dat was een lang antwoord. De heer Kerkmans: Dat klopt. De voorzitter: De heer Van der Baan. De heer Van der Baan: Dank, voorzitter. Ik vind het woord, trots zijn op, dat vind ik wat prematuur.

Ik vind het eigenlijk dat we nog veel te weinig doen. Maar goed, ik vind dat deze discussie donderdag verder gevoerd moet worden. Dus we zijn er nog niet klaar mee. Dank. De voorzitter: Prima. En iedereen gaat gelukkig nog steeds over zijn eigen woorden. Mevrouw Hendriks, interruptie? Mevrouw Hendriks: Ja. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Hendriks, CDA. Mevrouw Hendriks: Dank u wel. Aannemend dat u klaar was met uw beantwoording op de vraag over de motie, want daar wou ik geen interruptie over plegen. Ik was nog even terug, u begon aantallen te noemen, dus ik was aan het meeschrijven, maar u bleef ook bij die 1577 woningen op de woningbouwlijst. En de concrete vraag is eigenlijk, zijn dat woningen die toegevoegd worden aan onze woningvoorraad, of niet? De voorzitter: De heer Kerkmans. De heer Kerkmans: Dank, voorzitter. Ik zou heel exact nu de lijst erbij moeten pakken. Volgens mij waren dit de netto toe te voegen woningen. Maar er zijn een paar transformatielocaties waar natuurlijk één of twee woningen verdwijnen, waar een appartementencomplex voor terugkomt. Ik heb ze net in de voorbereiding snel uitgezocht, maar volgens mij zijn dat de netto toe te voegen woningen, met kans dat het iets minder is, zal ik nog eventjes op terugkomen.

Die stuur ik, als we toch een schriftelijke beantwoording voorstel voorbereiden, stuur ik deze ook even me, want het exacte aantal is tot op, nou, niet achter de komma, we kunnen geen halve huizen bouwen, maar in ieder geval specifiek het aantal woningen. Voorzitter, ik was bijna klaar met de beantwoording van de motie, maar ik denk dat het voor zich spreekt, naar aanleiding van het betoog, dat het college deze motie ten zeerste zal ontraden. En daarmee was ik aan het eind van mijn betoog gekomen. Dank u wel, voorzitter. 32

De voorzitter: Dank u wel. U krijgt nog een interruptie van de heer De Ruiter, SGP/ChristenUnie. Aan u het woord. De heer De Ruiter: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, het is geen interruptie. Ik neem aan, dat vraag ik via u, voorzitter, dat de wethouder klaar is met het beantwoorden van vragen. Hij bevestigt dat. Wanneer gaat u over tot de categorie, reageren op oproepen vanuit de raad? De voorzitter: Ik denk dat u dan eventjes preciezer moet zijn waar u op doelt. De heer De Ruiter: Ik heb in mijn betoog een oproep gedaan om te reageren op de woningsplitsingen, tiny houses en transformatie van bedrijfspanden. Dank. De voorzitter: De heer Kerkmans, kunt u daarop reageren? De heer Kerkmans: Dank, voorzitter, daar wil ik zeker op reageren. Ben ik er weer? Ja. De voorzitter: Een beter pleidooi voor een nieuwe raadszaal … De heer Kerkmans: De mensen thuis kunnen natuurlijk ook zien … De voorzitter: Kan ik niet maken. De heer Kerkmans: Wie er spreekt, dus … Ik weet wat er gebeurde, maar we zijn weer in beeld. Voorzitter, in de voorbereiding op de beantwoording hebben we inderdaad echt alleen de vragen meegenomen. Maar als de heer De Ruiter dit extra aanzet, wil ik daar zeker nog op antwoorden, die had ik zeker ook in mijn aantekeningen staan. Rondom woningsplitsing, daar hebben we nu, en daar zullen we ter consultatie naar u als raad komen, dat komt er op korte termijn aan.

Die is, ik hoop dat volgende week al aan te kunnen bieden aan de agendacommissie. Daar zijn we heel ver mee, dus die willen we eerst ter consultatie aan u aanbieden, voordat we dat ter inzage leggen, eigenlijk in lijn met wat we ook rondom de Woonagenda besproken hebben. De andere punten, de aangenomen moties en amendementen, er zijn heel wat moties en amendementen aangenomen gedurende de aanloop naar de nieuwe Woonagenda. Uiteraard hebben wij die allemaal in kaart gebracht bij het opstellen van de nieuwe Woonagenda. En ook getoetst of dat juridisch haalbaar is en of dat binnen het overige beleid van de gemeente past. En daar zullen we u in meenemen op het moment dat we de Woonagenda ter consultatie aanbieden, wat er gebeurd is met de inbreng die er de gedurende de periode in die aanloop naar de Woonagenda, alle moties en amendementen die daar ingediend zijn. En ik hoop dat ik hem daarmee voldoende beantwoord heb. De voorzitter: Ik concludeer van wel. Dank. Dan gaan we naar een volgende, en dat is wethouder Van den Berg, namens het college. De heer Van den Berg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. En als ik het goed heb is dit mijn maidenspeech. En een goed gebruik bij de maidenspeech is, een goed gebruik bij de maidenspeech is dat de spreker niet geïnterrumpeerd wordt, als ik het goed heb. Dus dat voordeel heb ik weer.

De voorzitter: En het applaudisseren achteraf, niet op sprong.

33

De heer Van den Berg: Nee, maar laat u niet weerhouden, interrumpeer gewoon als dat nodig is, via de voorzitter. Ik heb een aantal thema's en vragen waar ik graag kort op wil reageren. Allereerst denk ik dat we met elkaar wel kunnen constateren dat het sociaal domein in onze gemeente gewoon heel goed staat. Tegelijkertijd constateren we ook wel met elkaar dat er wel de nodige druk op komt te staan. Dat zal de komende jaren alleen maar meer worden. Nieuwe Lijn gaf het ook duidelijk aan, de zelfredzaamheid die staat onder druk. En dat zien we op heel veel terreinen. En de ene partij zei het wat uitsprekender dan de andere, maar dat hebben we met elkaar door. En de onderwerpen die ik mag behandelen hebben daar ook wel raakvlakken mee. Dat die zelfredzaamheid onder druk staat, dat weten we, dat zien we landelijk ook. En daarom zijn we ook met elkaar heel druk bezig, ook in deze regio, in onze gemeente, met het IZA, het Integraal Zorgakkoord, om met elkaar ervoor te zorgen dat de zorg betaalbaar blijft. Niet alleen nu, maar ook op langere termijn. Dat gaat een beetje hand in hand met het GALA, het Gezond en Actief Leven Akkoord. Met elkaar willen we mensen uitdagen om de goede keuzes te maken, om voor elkaar te zorgen, om keuzes te maken die de zelfredzaamheid blijven verhogen, zodat dat hele systeem met elkaar blijft functioneren. En dat doen we binnen dat totale sociaal domein.

Nou, een voorbeeld daarvan is ook binnen de jeugdzorg, de SGP/ChristenUnie vroeg daarnaar, wat gaan we nou doen ook om de instroom van de jeugdzorg te beperken? Nou, daar hebben we dan ook nog de Hervormingsagenda bij, die we hanteren. En dan heb je het over dingen zoals normaliseren, dus niet elk kind hoeft in behandeling. En laten we nou als samenleving ook zorgen dat kinderen op een goede manier kunnen opgroeien. We investeren daarvoor ook in het voorvoeld, in de sociale basis, dat is ook een belangrijk deel ook om de toestroom naar de jeugdzorg kleiner te maken. En we proberen ook zorgaanbieders te transformeren, zodat zij ook op de goede manier samenwerken met elkaar, dat ze op tijd opschalen, op tijd afschalen en ook de zorg door de juiste zorgaanbieder en zorgverlener laten doen. Dat zijn zomaar een paar punten die dan voor de jeugdzorg gelden. Maar eigenlijk, op hetzelfde niveau zie je dat ook terug voor onder andere de Wmo en alles wat met preventie en welzijn te maken heeft. Belangrijk onderdeel daarbij is ook zorg voor mantelzorgers. En daar heeft natuurlijk de respijtzorg ook alles mee te maken. We zien met elkaar dat de mantelzorgers het steeds zwaarder krijgen. Mensen moeten langer thuis blijven wonen, en je zal het maar elke dag moeten doen. Je zal maar elke dag die zorg moeten verlenen, dan kun je af en toe best een beetje ontspanning gebruiken.

Vandaar dat de respijtzorg ook voor ons van belang is. Daarvoor gaan we, dat is al bijna afgerond, een onderzoek uitvoeren om te kijken, maar waar is nou in onze gemeente specifiek behoefte aan? En ik kom dan gelijk al op ons advies bij de motie over de respijtzorg. Het is op zich een hele sympathieke motie, maar we hopen dat die inmiddels al een klein beetje achterhaald wordt. Omdat de uitkomsten, die eerste voorzichtige uitkomsten van ons onderzoek, die komen al over een paar weken en daarmee gaan we dan ook concreet aan de slag om te kijken, waar is nou de respijtzorg voor nodig? Op welk niveau is het nodig, in welke hoeveelheid is het nodig? Maar ook, wat kost het En zo gaan we dat proberen te doen. Dat vraagt om zorgvuldigheid, dat vraagt om hele passende respijtzorg. Dus ja, aan de ene kant, een sympathieke motie, we kunnen er ook wel mee uit de voeten, maar misschien wordt hij wel ingehaald door de tijd, om het maar zo op die manier te zeggen. De voorzitter: U krijgt een interruptie van mevrouw Van Elst, CDA. Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Dank u wel, voorzitter. Toen we de vraag stelden bij de behandeling van de begroting, toen zei u inderdaad dat het de bedoeling is dat we het aankomende jaar een onderzoek doen. En deze motie is eigenlijk, heb ik deze vormgegeven, of wij als lokaal CDA, omdat we heel erg benieuwd zijn.

Je kunt uitkomsten krijgen aan het begin of aan het eind van 3020, of aan het eind van 2024. Dus eigenlijk ben ik op zoek, kunt u aangeven wat ongeveer de termijn is dat u de uitslag van dat onderzoek aan ons mee op de hoogte kunt brengen? Kunt u daar iets over …

34

De heer Van den Berg: Ja, ik kan dat proberen met een heel klein slagje … De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Sorry, mijn excuus, mijnheer de voorzitter. Met een klein slagje om de arm denk ik dat we in januari de eerste uitkomsten daarvan bekend kunnen maken met u, ‘24. De voorzitter: Mevrouw Van Elst, bent u daar tevreden mee? Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Denk ik, of in januari? De voorzitter: De heer Van den Berg. Laten we niet teveel op een datum prikken. De heer Van den Berg: Dat klopt. Dat kan ik u op dit moment niet zeggen, dat moet ik navragen. De voorzitter: Mevrouw Van Elst. Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Kunt u aangeven wanneer u dat wél met een antwoord zou kunnen komen, of zegt u, laat die motie maar staan, want dan word ik een beetje gedwongen tot een datum? De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik kan wel zorgen dat het antwoord voor donderdagavond binnen is. Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Maar, past u op, als we alles op een dag gaan meten, dan wordt het lastig voor de agendacommissie. De heer Van den Berg, gaat u door. De heer Van den Berg: De respijtzorg, heb ik het dan over gehad. En het tweede onderwerp wat ook regelmatig naar voren kwam, dat was de rol van de vrijwilligers.

In het ene geval de suiker in de samenleving, in mijn geval altijd het cement van de samenleving, het houdt ons bij elkaar. En daar zien we ook grote druk bij ontstaan. Wij zien dat ook en wij proberen er dan ook op de diverse niveaus op te acteren. Een vraag van D66 was ook, of wij als college mogelijkheden zien om clubs, verenigingen, te ondersteunen om eventueel samen te gaan, bestuurlijk of qua organisatie. Nou, dat doen we ook binnen het project van de maatschappelijke accommodaties. Wanneer zich kansen daar voordoen, dan proberen we dat wel te bundelen en ook zoveel mogelijk te ondersteunen. Dus daar hebben we zeker aandacht voor. Ik pak hier dan ook even twee amendementen en een motie bij mee. De eerste, ik ga ze maar op volgorde af, is het amendement voor de vrijwilligersavond. Nou, dat is een amendement waarmee wij prima kunnen leven. Met een heel klein licht voorbehoud dat we natuurlijk elk jaar opnieuw de begroting moeten vaststellen en dus ook moeten kijken of elk jaar die 4000 euro daar weer voor beschikbaar is, maar dat is ook de keus die uzelf maakt als raad. Maar wij kunnen er prima mee leven. Dan het tweede amendement, over de eHerkenning. Onze suggestie zou zijn om dat amendement om te zetten in een motie, dat wil ik u graag meegeven als advies.

De reden daarvoor is, omdat wij graag met een voorstel willen komen hoe we dat het beste in de praktijk kunnen vormgeven. Wanneer we het op deze manier doen, zoals wordt voorgesteld in het amendement, dan krijg je ook te maken met heel veel uitvoeringskosten, dat zou zonde zijn van het geld. En het is wellicht simpeler om gewoon een aantal subsidies met vijftig euro per jaar te 35

verhogen, dan ben je er ook. En ook niet elke organisatie heeft het nodig, het zou best kunnen zijn dat alleen de amateurorganisaties dit nodig hebben. Dus dat is ons advies wat dat betreft. Maar om het te vergoeden, om het op één of andere manier toch weer terug te laten komen bij de organisaties die dat nodig hebben, die gedachte die kunnen we prima ondersteunen. De voorzitter: U krijgt een interruptie van mevrouw Van Elst, CDA. Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Hij doet het nog. Gaan van een amendement naar een motie, nou, het gaat om bereidheid, samen mee willen denken, vijftig euro, allemaal prima. Hoe krijg ik dat bevestigd dat het amendement ook een motie wordt? De heer Van den Berg: Dat heb ik niet in de hand, dat zou … De voorzitter: De heer Van den Berg, de heer Van den Berg. U bent steeds zo snel. De heer Van den Berg: Ik deed dat in de commissie ook al. De voorzitter: Ja, ik ben een strenge voorzitter, maar ik wilde mevrouw Van Elst … Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Het gaat om de toezegging van de motie. De voorzitter: Ik wou net zeggen, want u gaat zelf over uw voorstel. Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Jazeker. De voorzitter: Als u er een motie van wil maken, dan kan dat.

Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Maar met de toezegging … De voorzitter: Ik hoor het college zeggen dat als dus een motie in deze categorie zal worden verwoord, dat het collega het zal aanraden, of in ieder geval zal omarmen. Is dat voldoende voor u? Mevrouw Van Elst-van den Esschert: Ja hoor, dank u wel. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dan heb ik nog een motie staan waarin we worden opgeroepen voor de komende twee jaar, in samenwerking met organisaties en verenigingen, beleid te maken om aantrekkelijke werving neer te zetten voor vrijwilligers. Vind ik een lastige, omdat we hier ook al heel veel in doen, onder andere via EpeDoet!, ook in ons overleg wat wij hebben met de verschillende verenigingen, dus daar hebben we heel veel aandacht voor. Om hier weer apart nieuw beleid voor te maken, dat zou wat overdone zijn. Het zit ook al verweven in onze nota over het sociaal domein. En dan zou ik er meer voor kiezen, nou, we vragen ons daarop en laat ons wel met een voorstel komen, iets van een Uitvoeringsnota of zo, die daar wel betrekking op heeft, maar niet specifiek weer volledig nieuw beleid laten opstellen. Nou, dat is misschien wat vaag, maar op dit moment wil ik hem zo wel even meegeven. Dan kijk ik even naar mijn notities en dan heb ik volgens mij alles gezegd wat ik wil zeggen, mijnheer de voorzitter.

Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Van Loon, namens het college. Ga uw gang. 36

Mevrouw Van Loon: Dank, voorzitter, dank ook aan … Er wordt al een vinger opgestoken, dus … De voorzitter: Excuus. Ik denk dat er nog een interruptie is, die heb ik dan misschien gemist. Excuus, mevrouw Griep. Mevrouw Van Loon: Ik sluit weer even af. De voorzitter: Mevrouw Griep, Gemeentebelangen. Nee hoor, rustig aan hoor, we hebben de hele avond nog. En donderdagavond ook nog. U heeft een interruptie op de heer Van den Berg, ga uw gang, mevrouw Griep. Mevrouw Griep-Pont: Dank u wel voorzitter, ik had even een vraag. Als ik hem aanpas … De voorzitter: En nu nog het knopje. Mevrouw Griep-Pont: Als ik hem dus voor donderdag, tenminste als wij hem voor donderdag zouden aanpassen, deze motie, dan zou hij dus wel geaccepteerd kunnen worden? De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Wij kunnen … Ik ben wel blij dat ik ook niet de enige ben die moeite heeft met het systeem. Als u hem aanpast, dan kunnen wij daar prima mee uit de voeten. Wij kunnen prima met een aantal suggesties of een uitwerking komen, om te kijken hoe we de werving van vrijwilligers nog beter kunnen maken dan we dat nu al hebben. Mevrouw Griep-Pont: Oké. De voorzitter: Mevrouw Griep. Mevrouw Griep-Pont: Dank u wel. De voorzitter: Ik adviseer u gewoon even buiten de vergadering nog even met de wethouder te spreken. Volgens mij kunt u het snel met elkaar eens worden.

En als iemand nog het lampje uitdoet, dan … Hij is uit. Mevrouw Van Loon, namens het college. Mevrouw Van Loon: Dank, voorzitter. En zelfs op het beeldscherm ben ik Annemiek, zie ik. Dank. Ik begin eerst even met de beantwoording van vragen van de VVD, er zaten een aantal heldere vragen in. Maar dat doe ik ook mede namens portefeuillehouder Veiligheid, de burgemeester, ik vanuit mijn portefeuille Toezicht en Handhaving. Er is concreet een vraag gesteld over de boa's. En daarvan kan ik u zeggen dat wij vijf boa's in dienst hebben, waarvan één groene boa. En dat ze met name sinds kort, dat ze ook heel goed zichtbaar zijn. Want zowel de blauwe boa’s, zoals we ze noemen, als de groene boa, die hebben ieder een nieuwe auto. En wij merken wel dat dat aan de herkenbaarheid in ieder geval van de boa’s bijdraagt. Ik maak toch even het … De voorzitter: U krijgt meteen een interruptie van mevrouw Tibben, VVD. Ga uw gang. Mevrouw Tibben: Zijn de boa’s ook beëdigd?

37

De voorzitter: Mevrouw Van Loon. Mevrouw Van Loon: Jazeker. Dank, voorzitter, dank voor de vraag. Onze voorzitters zijn beëdigd, jawel. Misschien dat het vervolg van de vragen daar ook nog verdere duidelijkheid in geeft. Wij hebben ook toezichthouders, naast boa’s zijn er ook toezichthouders. We hebben toezichthouders, bouwtechnische bouwinspecteurs, we hebben nog toezichthouders Wabo en op vakantieparken. En daarnaast wordt de afdeling Toezicht en Handhaving ondersteund met drie juristen. Er is nog een functie van senior adviseur vacant. Dus dit is toch even dat hele plaatje schetsen. Naast boa's hebben we ook toezicht en handhaving. En met dit overzicht, dan kan ik stellen dat we de bemensing bijna op orde hebben. Ik maak even mijn zin af, als het goed is, voorzitter. En dat is dat dit niet zonder slag of stoot is gelukt, dat is afgelopen jaar niet altijd zo geweest. En dat het ingewikkeld is om in deze arbeidsmarkt, mensen, de bemensing op orde te krijgen. Dus handhaven van deze bezetting gaat niet zonder slag of stoot. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Vos, Nieuwe Lijn. De heer Vos: Dank je wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk wel heel erg benieuwd, hoe kunnen wij de boa’s in het weekend benaderen? Bijvoorbeeld als er mensen verkeerd geparkeerd staan bij voetbalclubs en dergelijke. Want als ik de gemeentesite bekijk, kom ik nergens terecht.

De voorzitter: Mevrouw Van Loon. Mevrouw Van Loon: Dank voor deze vraag. Nou, als de gemeentesite niet te bereiken is, dan is er altijd nog politie. Maar dan zou ik haast durven vragen of onze portefeuillehouder Veiligheid hier nog een kort antwoord op zou kunnen geven. Ik vind het toch wel een vrij, nou ja, ik zou deze vraag ook nog schriftelijk kunnen beantwoorden, want dan heeft u het helemaal volledig en helemaal op een rijtje. De voorzitter: Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord, zoals u zegt. Gaat u door met uw betoog. Mevrouw Van Loon: Inwonerparticipatie, dat is her en der ook een aantal keren gevallen en specifiek mevrouw Van Doorn die riep, nou doe ik het zelf fout, excuus, mevrouw Doorn, ja. Mevrouw Doorn van D66, die moedigde het college aan om niet door te schuiven, maar om te doen. En voor dit onderwerp, dan kan ik noemen dat we dit niet hebben doorgeschoven, al heeft het wat langer geduurd dan u had gedacht. Hier is hard aan gewerkt, hier hebben we echt onze tanden in gezet. En zoals ook al genoemd door mevrouw Doorn, binnenkort gaan we hier samen met u mee verder. Er werd een mooi voorbeeld aangedragen uit de gemeente Zwartewaterland voor een actieve aanpak.

U weet vast dat er ook bij ons, in onze gemeente zijn er verschillende regelingen, onder andere Goed voor Elkaar regeling, waar initiatieven vanuit de samenleving ook kunnen worden gesubsidieerd en gehonoreerd. Maar, hier valt vast nog het één en ander over uit te wisselen. En daarom kijk ik samen met u uit naar de consultatie van de visie Samen verder. De heer De Ruiter van ChristenUnie/SGP die vraagt aandacht te houden voor onze leefomgeving en instandhouding van natuur. En ook de heer Van der Baan, die haalde duurzaamheid aan en die roept op tot meer lef. Er is ook veel te doen en er is veel te behouden en er is veel te veranderen. Maar ook hier timmeren we aan de weg. Zoals bij u bekend, zit duurzaamheid ook in circulariteit, waar we met ons Grondstoffenplan al een aantal jaren geleden op hebben ingezet en waar we nog een aantal fasen in hebben te doen. Er loopt daarnaast ook een mooi project, Dorpen in het Groen, waar we samen met de inwoners, waar we inwoners helpen om hun erven te vergroenen. Er wordt hard gewerkt aan een Integraal Beheerplan voor de Openbare Ruimte, waar ook duurzaamheid hoog in het vaandel staat. En daarnaast zijn we 38

bezig met het maken van een klimaatplan. We bereiden ons voor op de klimaatverandering, door steeds meer in te zetten op het vasthouden van water in plaats van het snel te laten afvoeren. En hiermee voorkomen we wateroverlast en houden we het hoofd koel tijdens hittegolven. Met een knipoog naar de heer Van Nuijs, ook met het bomenbeheerplan wordt hieraan bijgedragen. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Van der Baan, GroenLinks. De heer Van der Baan: Dank, voorzitter. Kunt u ook aangeven wanneer dat Waterplan er ongeveer is? Mevrouw Van Loon: Ja. De voorzitter: Mevrouw Van Loon. De heer Van der Baan: Het hoeft niet op de dag nauwkeurig, hoor. Het hoeft niet op 31 maart of zo. Mevrouw Van Loon: Dank voor de vraag. Er wordt heel hard aan gewerkt en wanneer het exact gereed is, dat durf ik zo niet te zeggen. En het is ook niet zozeer een Waterplan, wij noemen het een klimaatadaptatieplan, omdat het veel facetten heeft. En ik kan, zou daar met u heel graag een boompje over opzetten, maar dat u na deze vergadering nog een keer... De voorzitter: De heer Van der Baan. De heer Van der Baan: Dus dat kan een eeuwigheid duren. Dank u. De voorzitter: Laten we hopen dat deze wereld een eeuwigheid duurt, maar daar kan het klimaatplan misschien dan helpen. Mevrouw Van Loon: Ja, ik voel me vreselijk uitgedaagd, maar ik laat het hier maar even bij.

Dat gaat aankomend jaar zeker gebeuren. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. Mevrouw Van Loon: Met dat totstandkoming van dat klimaatplan wisselen we ook uit met buurgemeenten, we werken samen met het waterschap. En dan wil ik graag afsluiten met, niet drammen, maar doen, want dat doen we met dit plan. Onverharde wegen en buitenwegen. Dit onderwerp is ook een paar keer gevallen. Mevrouw Doorn en de heer Van Nuijs die hebben hier vragen over gesteld, of in ieder geval genoemd ook, met name aan de zand- en de buitenwegen. Zandwegen hebben de afgelopen jaren een aantal keren om onze aandacht gevraagd, met name door het extremere weer. Als het droog is dan stuift het, en als het heel lang regent dan is het een modderbak. En de lange perioden van droogte, lange perioden van regen, die komen gewoon steeds vaker voor. En niet alleen de wegen, maar ook de gebruikers die hebben het dan stevig te verduren. Ook is in de loop van de jaren het gebruik geïntensiveerd. Waar het eerst vooral toegangswegen waren voor boerderijen, hebben we nu heel veel recreatief verkeer en sluipverkeer. Aan de Veluwezijde hebben we al een aantal zandwegen afgesloten voor doorgaand gemotoriseerd verkeer. En niet alleen omwille van onderhoudstechnische redenen, want zo wordt inmiddels aan de Schotweg en omgeving ervaren dat langsrijdende fietsers minder stof doen opwaaien dan auto's.

En in het Wisselse Veen maakt de afsluiting van wegen deel uit van een natuurontwikkelingsproject. De zandwegen die onderhouden wij op kwaliteitsniveau, laag. Dat hebben wij hier met elkaar 39

afgesproken. Door de weersomstandigheden en het intensieve gebruik zijn er gebreken. Daarom willen wij het gebruik in relatie tot de functie en de beheersmaatregelen ook gaan evalueren. Voor de wegen in het buitengebied, dit in reactie op de heer Van Nuijs, geldt hetzelfde. Ook hier onderhouden we op niveau, laag, en we weten inmiddels door inspecties dat dit op sommige plaatsen simpelweg niet voldoet. Ook hier gaan we aan de slag om te kijken wat waar nodig is om dit te verbeteren. Ik hoop hiermee alle vragen beantwoord te hebben. De voorzitter: U krijgt een interruptie van mevrouw Doorn, D66. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. Nou, nog niet helemaal, anders stond ik hier niet. Maar de vraag of u verwacht, want u geeft aan, onderzoeken, of misschien dat we te weinig doen, hoor ik u kort zeggen. En is daar dan nog extra geld voor nodig? Want dat is eigenlijk een cruciale vraag die we gesteld hebben, omdat dat antwoord wat daarop volgt voor ons belangrijk is of we wel of niet nog een motie hierover gaan indienen. Dus zit één en ander al in de budgetten doorgerekend, zoals het nu voorgesteld wordt, of is dit iets wat extra, wat op of komt? De voorzitter: Mevrouw Van Loon. Mevrouw Van Loon: Als portefeuillehouder Beheer en Onderhoud, dan zal ik niet de laatste zijn om te zeggen dat ik meer geld zou willen hebben.

Maar, daarom willen we toch eerst echt een onderzoek of een evaluatie. Onderzoek, dat klinkt alsof we daar weer jaren mee bezig zijn. Maar het is meer een evaluatie, want op sommige plekken kan het echt wat minder, op andere plekken meer. Ook zijn er andere manieren van onderhoud die we eventueel zouden kunnen toepassen. Maar feit blijft dat we voor al onze buitenwegen hebben afgesproken met elkaar dat het onderhoudsniveau laag is. En dat is, lager kun je niet. De voorzitter: Mevrouw Doorn. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. En die evaluatie die kan bekostigd worden uit de middelen die er nu in de begroting staan? De voorzitter: Mevrouw Van Loon. Mevrouw Van Loon: Evalueren van wat we doen. Dit zit gewoon in het onderhoudsbudget in. Dat is wat we … We evalueren heel vaak. De ene keer is het een onderzoek, de andere keer is het... Dit is een evaluatie wat we zo kunnen bekostigen. Mevrouw Doorn: Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Hendriks, CDA. Ook op dit punt, wellicht? Mevrouw Hendriks: Ja, voorzitter, dank u wel. Misschien een beetje offtopic, maar dan hoor ik graag van u, of van u, of het wel of niet mag. Er worden steeds meer wegen afgesloten, ook in het buitengebied.

En wordt in uw onderzoek ook meegenomen hoe we omgaan met het onderhoud van de afgesloten wegen? Wordt dat anders dan nu ze afgesloten zijn, of blijft dat hetzelfde? De voorzitter: We gaan even kijken of mevrouw Van Loon daar direct antwoord op heeft.

40

Mevrouw Van Loon: Daar kan ik een antwoord op geven. Het is zo dat de meeste, of alle wegen in het buitengebied automatisch ook een snelheidsbeperking hebben, daar mag je 60 kilometer per uur. Op heel veel wegen waar gemotoriseerd verkeer is toegestaan, gebeurt dat ook. En nou, dat zorgt voor de nodige slijtage. Als wegen niet, als ze zijn afgesloten, heb je alleen nog sprake van bestemmingsverkeer. Dan is er zeker nog onderhoud, want dan mogen nog mensen vaak nog fietsen, nog wandelen, dus er is nog steeds … Alleen het valt binnen een andere categorie. De voorzitter: Helder antwoord volgens mij. Gaat u door met uw betoog. Mevrouw Van Loon: Mijn betoog was inmiddels afgerond, dank u zeer. Dus de vraag was of er nog vragen waren. Ja, helder. De voorzitter: Dank. Dan is er volgens mij nog één vraag die aan mij gesteld is, dat ging over de brandveiligheid van de Veluwe. Ging tenminste, mevrouw Doorn vroeg daarnaar, van D66, maar dat ging over de brandputten, de extra brandputten. U weet dat de brandveiligheid van de Veluwe, zeker met de klimaatverandering, een hele grote zorg is. Niet alleen voor mij, maar voor alle burgemeesters op de Veluwe, en voor de VNOG, onze veiligheidsregio. En dat wij op vele manieren proberen de risico's terug te dringen.

Dat betekent dat we ook werk maken van verloving, dus loofbomen plaatsen, en naaldbomen die wat sneller branden weghalen, brandgangen maken, allerlei andere maatregelen die we nemen om het te voorkomen dat het gebeurt, maar ook als het gebeurt, dat het dan klein blijft. En in dat pakket van maatregelen past ook dat we soms meer brandputten moeten plaatsen. Dus zo moet u dat zien. En daar zijn wij als gemeente verantwoordelijk voor. Ik hoop uw vraag hiermee voldoende te hebben beantwoord. Mevrouw Doorn, D66. Mevrouw Doorn: Mijn vraag was eigenlijk, wat is er eventueel nog wel of niet méér nodig dan wat er nu in uw beantwoording plaatsvindt, of juist misschien minder? Voor ons is het een beetje onduidelijk waar het op gebaseerd is dat het er specifiek twee brandputten zijn, en niet één, of niet drie, of niet vier. De achterliggende redenen daarachter zijn we een beetje naar op zoek. De voorzitter: Dat lijkt me een heldere vraag, maar dat is natuurlijk volledig in handen van de deskundigen. De deskundigen bepalen wat nodig is per terrein waar het over gaat. Maar u zou ook voorstellen dat er vele grondeigenaren zijn op de Veluwe, en zeker ook bij ons in de gemeente, dus soms kan het, bij de ene grondeigenaar kan het makkelijker zijn om iets te verzorgen om de brandveiligheid te waarborgen, dan bij anderen.

Maar wat wij doen is echt gebaseerd op intensieve rapporten, ook door een gespecialiseerd bureau. Dus u mag aannemen dat wij zo goed als mogelijk daarin handelen. Maar uiteraard, en dat zeg ik elke keer erbij, het totale plan van het brandveilig maken van de Veluwe is echt een meerjarenplan. Misschien wel een tien-, twintigjarenplan, want als je ook naar andere loof, andere beplanting moet, dan weet u dat dat even duurt. Maar dit kunnen we wel snel doen en is volgens de deskundigen op dit moment nodig. Dank. Mevrouw Doorn: Dank u wel. De voorzitter: Goed. Stak u nog uw hand op? De heer Van der Baan, GroenLinks. De heer Van der Baan: Dank u, voorzitter. Ik had nog een vraag gesteld over perspectief aan de agrarische gemeenschap. En daar heb ik geen antwoord van het college op gekregen. De voorzitter: Dan is dat goed dat u dat nog even aan de orde stelt.

41

De heer Van der Baan: Dat vind ik een heel essentieel onderdeel. De voorzitter: Kijk ik naar wethouder Heere, namens het college, over het perspectief van de agrarische sector. De heer Heere: Dank u, voorzitter. Perspectief van de agrarische sector. U hebt een hele brede vraag gesteld, wanneer dat opgelost kan worden op een praktische manier. Kijk, wat wij als gemeente en als bestuur inmiddels hebben gedaan, is dat we de banden hebben aangehaald met de agrarische sector. Dus u hebt zelf vorig jaar rond deze tijd ingestemd met het aanstellen van een Accountmanager Agrarisch. Daarvan merk ik dat de lijnen gewoon met de agrarische sector korter zijn geworden, dus we zijn meer met elkaar in gesprek. Maar het gaat niet alleen om de agrarische sector, we hebben ook gesprekken met de natuurbeherende organisaties, we hebben ook gesprekken met de organisaties die zich bezighouden met natuurbeheer. En op die manier proberen we eigenlijk de partijen bij elkaar te brengen, met elkaar in gesprek te houden. Maar het merendeel van de uitdagingen die hier ligt, worden toch iedere keer bepaald door wat er in Den Haag wordt voorgeschreven. En daar wachten we ook, en met ons de provincie, en soms wachten wij weer op de provincie. Dus dat zijn veel overheden die daarmee bezig zijn.

Dus als gemeente hebben we in ieder geval ons erop ingesteld dat we zorgen dat alle betrokken partijen, dat we daar goed mee in gesprek zijn. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Baan, GroenLinks, tevreden? De heer Van der Baan: Niet helemaal. Ik vind het wat afwachtend, voorzitter. En ik had eigenlijk gehoopt dat er wat meer vanuit de gemeente en vanuit het college, maar ook eigenlijk vanuit de gemeenschappen, en ik denk dat het, er zijn natuurlijk een hele hoop partijen, er zijn ook heel veel mensen die economisch afhankelijk zijn van die agrarische sector, dat die nu al wat meer gaan vooruitdenken. En dat dat mis ik een beetje, het is allemaal afwachten, afwachten, afwachten. En als het zover is, klagen, klagen, klagen. En ik wil eigenlijk dat we wat meer proactief daarin gaan worden en dat we als gemeente ook zorgen dat die sector ook nog een perspectief heeft, en met alle veranderingen die eraan zit te komen. Dat mis ik een beetje. Maar goed, ik weet dat het heel moeilijk is, maar ik roep daartoe op om daar toch iets meer proactief in te zijn. De voorzitter: Mijnheer Van der Baan, ik dacht, u begint bijna aan uw eerste termijn voor aanstaande donderdag, dus zijnde de tweede termijn, maar daar kunt u altijd nog uw gedachten verder ontvouwen.

Zijn er nog andere vragen die in eerste termijn niet door het college zijn beantwoord? Het college heeft zijn best gedaan. Dank. Dan komen we langzamerhand aan de schorsing voor deze vergadering. Dat betekent dat ik straks zal schorsen tot donderdag 9 november, om half acht. En dan beginnen we met de, dat u eerst in de gelegenheid bent in de eerste ronde van de tweede termijn om op elkaar te reageren, dan wel op wat het college heeft gezegd, dat is het begin van ook het politieke debat. Daarna gaan we ook kijken naar de moties en amendementen. Als die gewijzigd zijn of worden, laat ik het zo formuleren, of dat er nieuwe moties worden ingediend of amendementen, zorgt u dan alstublieft dat die op tijd bij de griffie aankomen, zo spoedig mogelijk en het liefst uiterlijk woensdag 8 november, voor twaalf uur, want dan kunnen ze op een reguliere manier worden verwerkt en dan staan ze allemaal klaar voor u. Dat maakt het debat toch een stuk makkelijker op de donderdag. Maar u weet het, u kunt altijd nog, daarna heeft u ook altijd nog de mogelijkheid, maar doet u uzelf en uw collega's een plezier en zorg dat ze er op tijd zijn. Volgens mij is daarmee voor nu alles gezegd, wens ik u een prettige avond verder en zie ik u graag op 9 november, om half acht. En ik schors de vergadering.

42

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering 14 december 2023, De griffier,

de voorzitter,

mw. mr. J. Kattenberg

dr. T.C.M. Horn

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13561478/2