CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-09-14 Notulen Gemeenteraad, getekend

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling notulen en besluitenlijst raadsvergadering 14 september 202317.604 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Doordat het begrip is veranderd, wordt er geen label meer geplakt. De leerling zelf staat centraal. De leerling, in alle verscheidenheid, met een eigen set aan unieke talenten en potentieel om aan een mooie toekomst te gaan bouwen. De fractie van D66 gemeente Epe is tevreden over het voorliggende stuk en stemt dan ook voor het raadsbesluit, ter vaststelling ervan. Dank u wel.

17

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk, wie wil er nog meer in eerste termijn het woord voeren over dit voorstel? Zo niet, ik heb geen vraag gehoord. Dan hoeft hij ook niet beantwoord te worden. Dan kijk ik of er nog iemand een stemverklaring wil geven. Niemand. Dan vraag ik de griffie de stemming open te zetten. Mevrouw Hendriks. De stemming is gesloten. En het voorstel is aangenomen met 21 voor en 0 tegen. Unaniem. Dank u wel. a.

Motie vreemd D66, CDA, VVD, SGP-CU

—

ruimte voor interpretatie omgevingsvisie

De voorzitter: Dan zijn we al gekomen bij punt 12a. De motie vreemd aan de orde van de dag, ruimte voor interpretatie omgevingsvisie. Onder andere ingediend door D66. Ik geef het woord aan mevrouw Doorn van D66 om de motie ook voor te lezen en in te dienen, helemaal. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. Onze motie vreemd aan de orde van de dag. Laat ik beginnen met de uitleg van de achtergrond van deze motie. Ik denk dat dat verstandig is. In maart hebben we artikel 34 vragen gesteld over potentiële woningbouw op het Hogeland. En we hebben daar een maand later antwoord op gekregen. En we hebben daarbij geconstateerd dat wij niet volledig tevreden waren over de antwoorden die gegeven werden. En ondanks het feit dat de artikel 34 vragen gingen over potentiële woningbouw aan het Hogeland, gaat deze motie niet over woningbouw. Even voor alle duidelijkheid. Deze motie gaat over iets anders. We hebben enkel de inhoudelijke casus van potentieel bouwen aan het Hogeland gebruikt als een voorbeeld in deze. Eén van de initiatiefnemers die potentieel op dat gedeelte, stuk zou willen bouwen, is bij onze fractie langs geweest om zijn plan te presenteren en heeft daarbij heel veel documentatie kunnen aanleveren. En die documentatie maakt dat we ook heel veel dingen hebben kunnen nalezen, nazoeken, et cetera.

En daar kwam eigenlijk uit bovendrijven waar wij onze vragen over hebben gesteld, die artikel 34 vragen, dat er een aantal woorden werden gebruikt in de communicatie richting de initiatiefnemer die een beetje voor ons verbazend waren. De woorden groene long werden gebruikt, die nu een beetje een eigen leven zijn gaan leiden, volgens mij. Maar die onze omgevingsvisie niet terug te vinden is, bijvoorbeeld. En zo zijn er nog een aantal andere zaken. Het feit dat deze casus zoveel tekst en achtergronden met zich meebracht, bracht bij ons dat ik me met mijn persoon er wat meer in ging verdiepen in waar dit allemaal vandaan kwam. Waar gaat die motie dan wel over? Die gaat over het gebruik van woorden. Mijn collega Van den Berg zei net al, woorden doen ertoe. En woorden doen er ook toe. En daar waar ze in het betoog van mijn collega zonet een wat meer emotionele lading hadden, omdat het ging om het aanduiden van mensen en personen, gaan we hier iets naar meer de technische kant en naar de praktische kant daarvan. Onze inwoners zouden er namelijk op mogen vertrouwen dat woorden in een visie, in een beleidsstuk, noem het maar op wat we allemaal ook zelf hier voor stukken in behandeling krijgen, dat wat er staat dat dat ook zo is en dat het ook zo letterlijk opgenomen voor hen mag worden. En dat blijkt, voor mij in ieder geval, voor ons en voor...

We hebben de motie in eerste instantie samen opgesteld met SGP-ChristenUnie en de collega’s van de VVD en CDA zijn onderweg aangehaakt. Voor ons blijkt dat dat niet altijd zo is, op dit moment. En daarom vinden wij deze motie belangrijk. Als ik kijk naar de casus, specifiek die voorligt als voorbeeld, zien we dat er bijvoorbeeld een verschillende interpretatie is of kan zijn in ieder geval in definities over inbreiding versus uitbreiding. Iets wat in de woonagenda opgenomen is. Voor onze conclusie dat die definitie misschien niet duidelijk genoeg is of niet helder genoeg is. Ook wordt er gesproken over de Omgevingsvisie, waarin wordt geschreven letterlijk dat ‘t Slath, Zuukerenk en Griseeweg voor de hand liggende locaties zijn om te gaan bouwen, om te gaan uitbreiden. Voor de hand liggende locaties betekent niet dat er geen andere locaties mogelijk zouden zijn. Betekent alleen dat die voor de hand liggend zijn. En dat betekent niet dat een ander plan afgewezen zou moeten worden met als reden dat ze niet in die drie gebieden liggen. Dat bedoel ik met letterlijk mogen nemen de tekst die er staat. En dan hebben we nog een aantal antwoorden op onze vragen 18

gekregen, die artikel 34 vragen, en die ook in de casus wel aan bod kwamen. Waarbij in letterlijke zin staat, de aantallen uitbreidingslocaties zijn vastgesteld. Nee, want het zijn voor de hand liggende locaties. De precieze aantallen zijn niet vastgesteld. Dit klinkt allemaal een beetje als zeuren. Kan ik me echt wel bij voorstellen dat mensen dat misschien denken. Maar op een moment dat onze inwoners, en niet alleen onze inwoners, maar ook wijzelf, gemeenteraadsleden, collegeleden stukken lezen, dan zou het in theorie niet zo moeten zijn dat iedereen daar zelf wat bij bedenkt. Dat zou niet moeten kunnen. In ieder geval niet over iets wat zo belangrijk is dat iemand daar een afwijzing over krijgt. Dat willen we eigenlijk met dit punt aanhalen. En zeggen we dan en is één, want we hebben hier toevallig een casus waarbij dit gebeurt. Waarbij we dat terug hebben kunnen halen. Waarbij we door wat onderzoek in de teksten die gebruikt zijn kunnen vinden, daar is het misgegaan of daar is het verschillend geïnterpreteerd. Je mag er van alles van vinden wat je vindt. Wij denken dat dat niet zo is. We hebben andere verhalen gehoord, waarbij de documentatie niet zo uitgebreid is dat we dat ook zo kunnen inzetten, maar waarbij het idee bij de inwoner of de initiatiefnemer wel zo leeft.

En ook in de raad zien we soms natuurlijk stukken voorbijkomen dat we letterlijke zinnen lezen die niet zo benoemd zijn in de omgevingsvisie. We hebben pasgeleden nog de startnotitie voor Zuukerenk behandeld. En daar staat bijvoorbeeld in, alle locaties van de 1.800 woningen zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Nee, daar zijn drie voor de hand liggende, in Epe en dan ook nog in de andere dorpen, opgenomen. Niet alle locaties zijn er specifiek opgenomen. En dat stoort ons, dat het inmiddels zowel interne stukken, externe stukken zo gebeurt. Daarbij wil ik benadrukken dat dit betoog, en ook die motie, niet en nooit bedoeld is om met een vinger te wijzen van, kijk daar het eens verkeerd gaan. Dat is niet de bedoeling. Waar mensen werken, worden fout gemaakt en niemand is feilloos en iedereen kan iets lezen, iets schrijven wat niet honderd procent klopt. We zien ook hebben bij de lis gezien, waarbij de transitie en het omgevingsplan, hoeveel werk er zo meteen afkomt op de ambtenaren van de omgeving. En ook voor andere afdelingen is er ongetwijfeld heel veel werk. Wat ik belangrijk vind of wat we belangrijk vinden hier, is dat we samen met zijn allen verantwoordelijk zijn, raadsleden, collegeleden om dit goed te krijgen. Om hier gewoon aandacht voor te hebben met zijn allen. En daar wil ik ook iedereen voor oproepen, om daar zelf op te letten.

Ambtenaren die het schrijven, raadsleden die iets lezen, collegeleden die is goedkeuren, noem maar op. En we hebben dat geprobeerd in een motie vreemd op een goede manier te verwoorden. Het was best een puzzel, zal ik eerlijk zeggen. Waarbij we een stuk achtergrond in eerste instantie hebben opgenomen voor de duidelijkheid. Voor mensen die het hele verhaal niet hebben meegemaakt, hoop ik daar een indicatie te hebben gegeven van de constateringen en van de mening die we daarover hebben. En wij roepen dan ook het college op om de omgevingsvisie en de woonagenda zo ruim mogelijk te interpreteren, uiteraard altijd met inachtneming van de onderliggende relevante wet- en regelgeving. Daarbij altijd te denken in mogelijkheden die de teksten met zich meebrengen en niet in de onmogelijkheden daarvan. En in ieder geval met de initiatiefnemers van deze bijvoorbeeld casus opnieuw een open gesprek te gaan op basis van deze hernieuwde interpretatie, uiteraard mits deze mensen dit nog steeds wensen. Wellicht hebben ze inmiddels wat anders bedacht. Daarnaast nieuwe en/of aangepaste beleidsstukken op alle beleidsterreinen zo te verwoorden dat er sprake is van een eenduidige interpretatie, dat deze als zodanig letterlijk genomen mogen worden door onze inwoners. Wat dat betreft gaat deze motie iets breder dan alleen maar de omgevingsvisie. En daar roepen wij het college tot op.

En we hopen dat we met zijn allen hier beter van kunnen worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: En u gaat ook ongetwijfeld over tot de orde van de dag. En u heeft genoeg toegelicht om niet de hele motie voor te lezen. Maar volgens mij is hij helder en hij staat ook voor u beschikbaar. Wie in eerste termijn? De heer Oortgiesen, CDA, aan u het woord.

19

De heer Oortgiesen: Dank u, voorzitter. Woorden, er is al heel veel gezegd door mijn voorgangster. Ga ik niet doen. Alleen ik vind het wel leuk om te horen dat ze heel erg praat over mogelijkheden en niet over beperkingen. Wat dat betreft, daar voelen we ons weer helemaal in thuis. Dat even als bruggetje naar het vorige onderwerp. Maar waar wij nog wel even op in willen gaan, is eigenlijk over het onderwerp woningbouw zelf. De woorden, heel belangrijk, is allemaal verteld. En daar willen we het toch weleens even over hebben, want wat willen we eigenlijk? En het lokale CDA wil dat er gebouwd wordt om in de behoefte van onze inwoners te voorzien. En dat betekent dat er plannen moeten worden ontwikkeld. En liefst tijdig ontwikkeld. En dat moet gebeuren door de gemeente of wat dan ook. Het gebeurt ook. En het lokale CDA ziet dat de behoefte groot is. En dat betekent dat wat ons betreft ook maximaal plannen moeten ontwikkelen, zodat eigenlijk plancapaciteit nooit een beperking kan zijn om de woningen te bouwen die onze mensen nodig hebben. En wat dat betreft zeggen we eigenlijk, zouden we meer plannen moeten maken dan we aan bouwvolume willen realiseren. Kom ik zo nog even op. En dat laatste betekent ook dat we blij moeten zijn met initiatieven die in de samenleving genomen worden, buiten de plannen die we zelf al als voorkeur in de omgevingsvisie hebben staan.

We moeten ook blij zijn met aanvullende initiatieven. Dat zijn mogelijkheid, dat zijn aanvullende kansen, want eigenlijk, we moeten gewoon zorgen dat we genoeg plannen hebben. En dat brengt mij even op de motie. Even een stukje eruit. Want hier wordt een eerder antwoord van het college op vragen aangehaald. En er staat, in onze omgevingsvisie hebben wij een aantal uitbreidingslocaties vastgelegd. De omgevingsvisie is unaniem vastgesteld door de gemeenteraad. Aan deze locaties geven wij voorrang. En wat dat betreft, zegt de gemeenteraad, prima. Als ik zo kijk, dan zou je met die grote ontwikkelingen de doelstellingen kunnen halen. Maar daar zitten ook een heleboel maren aan. En dat zijn ook een beetje de vragen aan het college. Wij hebben een aantal voorkeurslocaties, maar er zijn weleens wat rechtszaken zo links en rechts. Het zou weleens kunnen dat sommigen van die locaties het helemaal niet gaan redden of langdurig vertraagd worden. Wat is dan het plan B, wat het college heeft? Dat is één. Ten tweede zien wij ook allerlei andere voorstellen langskomen. En mevrouw Doorn heeft al een voorbeeld genoemd in de motie ook. Er staan allemaal andere plannen rond, met andere locaties, goede initiatieven, misschien zelfs wel betere initiatieven dan onze eigen.

En wat doen wij daar dan mee? Want als ik het een beetje lees, en daar gaat mijn vraag over, dat eigenlijk de gemeente zegt van, we geven voorrang aan onze eigen locaties. Betekent dat dat we andere locaties niet doen? En dat is een beetje wat onze inwoners proeven. De vraag is gewoon van, hoe staan wij tegenover andere locaties dan onze eigen voorrangslocaties? Heeft het überhaupt zin voor inwoners om naar de gemeente toe te gaan met plannen? En wat gaat het college daarmee doen? Dat zijn de vragen die wij hebben. De voorzitter: U was klaar? De heer Oortgiesen: Ja. Dat was hem. De voorzitter: Dank. Dan kijk ik nog even in het rond. Is er iemand die in eerste termijn... De heer Van der Baan, Groen Links. De heer Van der Baan: Dank u, voorzitter. De omgevingsvisie geeft richtingen aan. Dat is wat anders dan exact benoemen van wat er op specifieke plekken mogelijk is. Omgevingsvisie is een positief geformuleerd beleidskader. De beleidsstukken eenduidig en mogelijkheid tot interpretatie geeft het altijd. Maar interpretatie komt in het omgevingsplan en niet in wat nu nog het bestemmingsplan is en niet in een omgevingsvisie. Als je de omgevingsvisie volledig vrijgeeft voor de ruimste interpretatie, dan kunnen we wel ophouden met de ruimtelijke ordening. Het is een wolf in schaapskleren.

En in onze raad zijn er een aantal fracties die niets met een wolf hebben, maar blijkbaar met wolven in schaapskleren wel. 20

De voorzitter: De heer Van der Baan, u krijgt een interruptie van mevrouw Doorn. Ik weet niet of het over de wolf gaat. D66. De heer Van der Baan: Ik denk het niet. Mevrouw Doorn: Het ging niet over de wolf. De interruptie over het feit dat mijnheer Van der Baan aangeeft dat de omgevingsvisie een visie is en daardoor sowieso al niet letterlijk moet worden genomen, als ik het goed begrijp. Maar wat vindt u dan van het feit dat wel de omgevingsvisie wordt aangehaald bij een afwijzing voor een initiatief? Want als dat er niet letterlijk staat, volgens u, dan zouden er ook geen afwijzingen op moeten volgen. De voorzitter: De heer Van der Baan. De heer Van der Baan: Ik was nog niet klaar met mijn betoog. De voorzitter: Gaat u rustig door, dan komt dat vanzelf. De heer Van der Baan: Eén van de dingen die D66 altijd zegt voor te staan, is groen, natuurinclusief, biodiversiteit. Toch wilde u een stuk groen, de groene long, zoals dat in de beantwoording genoemd wordt, opofferen voor een klein aantal... Want zover ik het plan weet, waren het niet zo heel veel huizen. En het zijn vooral vrijstaande huizen. Volgens GroenLinks is daar minder behoefte aan dan aan betaalbare woningen. En ik denk dat je, maar daar kom ik straks misschien nog wel op, het op een andere manier moet gaan benaderen en niet via de motie die jullie ingediend hebben.

De voorzitter: U krijgt een interruptie van mevrouw Doorn, D66. Mevrouw Doorn: Ja, zeker. Want mijnheer Van der Baan legt ons woorden in de mond. Wij hebben op geen enkele manier nog over dit plan gesproken. Niet in onze fractie, niet inhoudelijk. Wij zijn niet per se voor. Ook niet per se tegen. We hebben er gewoon nog niet over gesproken of daar wel of geen woningen moeten komen. Dat is niet het punt van deze motie. Deze motie gaat over het feit dat initiatiefnemers, los van of dat op die plek is of ergens in het bos of ergens midden in een van de dorpen, afwijzingen krijgen op basis van teksten die volgens ons althans niet volledig correct geïnterpreteerd worden. Daar gaat de motie over. We hebben op geen enkel moment gezegd waar er ergens wel of geen woningen moet komen. Deze motie gaat niet over woningbouw. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van der Baan. De heer Van der Baan: Dat vind ik wel, want er dit als expliciet voorbeeld aangehaald. Het gaat wel over woningbouw. Het gaat wel over om op die plekken het groene gedeelte op te offeren voor huizen. Ik vind dat wel erover gaan. En dat is ook mijn argumentatie waarom ik er niet erg blij mee ben. De voorzitter: Volgens mij gaat het over de interpretatie van de interpretatie. De heer Van der Baan: Daarom. Mevrouw Doorn: Ik wil nog één ding zeggen hierop.

En aangezien ik de motie heb geschreven, en samen met andere collega’s heb ingediend, denk ik beter te weten waar de motie over gaat, dan dat u weet waar de motie over gaat. De motie gaat niet over woningbouw. U moet de tekst in dit geval ook letterlijk lezen. Dank u wel. 21

De heer Van der Baan: Dan hebt u een verkeerd voorbeeld genomen. Mevrouw Doorn: Ik had ook een voorbeeld kunnen geven over de zorg of over de... En dan zegt u, het gaat over de zorg. De voorzitter: Mevrouw Doorn en mijnheer Van der Baan. Mevrouw Doorn: Dank u wel. De voorzitter: Graag even via de voorzitter. Mevrouw Zweekhorst. Mevrouw Zweekhorst: Als we het dan hebben over interpretaties, dan ben ik het wel heel even kwijt. Want mijnheer Oortgiesen van het CDA gaat net heel inhoudelijk in over projecten et cetera, terwijl de interpretatie is dat we het over de manier van communiceren hebben. Ik ben nu even kwijt wat het doel van de motie eigenlijk is. De voorzitter: Dat is een interruptie denk ik richting mevrouw Doorn of zie ik dat verkeerd? Mevrouw Zweekhorst: Eigenlijk als reactie, want mijnheer Oortgiesen was al klaar. En het is even meer over het geheel dan van, wat zijn we nu eigenlijk aan het bemotieën? De voorzitter: Ik denk dat het verstandig is om even de heer Van der Baan zijn betoog af te laten maken. En dat mevrouw Doorn ook straks even de gelegenheid krijgt om een aantal andere vragen te beantwoorden. De heer Van der Baan, was u klaar? Dank. Dan vraag ik toch maar even aan mevrouw Doorn om die vraag te beantwoorden van mevrouw Zweekhorst. Dan is dat misschien maar even zo. Maakt niet uit. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter.

Dank u wel voor de vraag, mevrouw Zweekhorst. De motie is ingediend, zoals de moties is ingediend. Het feit dat ik een voorbeeld heb.. Dat is waar we zo meteen een besluit over nemen en waar we stemming over doen. Ik kan natuurlijk niet spreken voor mijnheer Oortgiesen. Omdat ik een stukje tekst heb opgenomen als voorbeeld over de aantallen woningen, is het denk ik het goed recht van mijnheer Oortgiesen zelf om daar een vraag aan het college over te stellen. Dank u wel. De voorzitter: U krijgt denk ik meteen een antwoord van de heer Oortgiesen, CDA. De heer Oortgiesen: Nog eentje. Twee drukken. Kan ik zeker doen. Maar als ik even naar de motie zwart-wit kijk. Punt één is, wij roepen het college op om de omgevingsvisie en de woonagenda zo ruim mogelijk te interpreteren. Het gaat wel terdege over woningen. Dat daarnaast de oproep ook breder is, zoals dat in punt vier staat, is volkomen terecht. Maar het gaat wel terdege over woningen. Vandaar ook dat ik met name op dat stukje inzoom. De voorzitter: Mevrouw Doorn, wilt u daarop reageren? Mevrouw Doorn: Ja. Daar kan ik nog geen reactie op teruggeven. Het is inderdaad correct dat de omgevingsvisie en de woonagenda in die zin specifiek benoemd zijn. Alleen dat betekent niet, richting mijnheer Van der Baan, dat het niet over een specifiek project van de woningbouw gaat., om het maar even zo te zeggen. Dank u.

De voorzitter: Mevrouw Zweekhorst, daarmee voldoende beantwoord? Mevrouw Zweekhorst. 22

Mevrouw Zweekhorst: Ja en nee, want ik hoor toch nog twee verschillende dingen, als ik heel eerlijk ben. U gaat niet inhoudelijk in op projecten en vragen hoe dingen anders gaan. Dan heb ik het verkeerd verstaan. Sorry. De voorzitter: Dan aan de heer Oortgiesen, het CDA. De heer Oortgiesen: Dat had ik inderdaad nog even willen aanvullen. En dat ben ik helemaal met mevrouw Doorn. En ik dacht niet dat dat mijn betoog was. Ik ga niet over specifieke locaties. Waar ik wel over ga, is van, laten we wel voorstellen serieus nemen. De woonagenda laten we toe. Laten we het ruim interpreteren, zoals in de motie staat. Maar dat betekent ook dat voorstellen welkom zijn. Het gaat me niet om specifieke voorstellen, maar het gaat er gewoon om dat we de inwoners serieus nemen die met een plan komt dat binnen die visie past. Dat we daar ook positief naar kijken. Dat is eigenlijk mijn boodschap. De voorzitter: Mevrouw Zweekhorst, bent u daar tevreden mee? Mevrouw Zweekhorst: Dan heb ik hem wel. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank. En ik zag de heer Van der Baan nog, die wilde interrumperen op? De heer Van der Baan: Over de interpretatie. Volgens mij kunnen we alles interpreteren. In die zin denk ik dat deze hele motie overbodig is. Maar dat daar komen we misschien zo nog op terug. De voorzitter: Daar gaat u straks zelf over, als u stemt.

Volgens mij is er een vraag gesteld aan het college. En volgens mij wilt u ook graag weten hoe het college over deze motie denkt. De heer Kerkmans, namens het college. De heer Kerkmans: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij waren er zelfs meerdere vragen gesteld. Die gaan we uiteraard beantwoorden. En er was inderdaad net hier een discussie gaande over waar de motie daadwerkelijk over gaat. Laat ik hem even in tweeën knippen. De inbreng van de heer Oortgiesen en de inbreng van mevrouw Doorn. De heer Oortgiesen stelt wat concrete vragen rondom woningbouw. Dat is misschien wat meer naar aanleiding van de motie. En die wilde ik eigenlijk eerst even beantwoorden, voordat ik naar het algemene beeld van de motie ga en ook het verhaal wat mevrouw Doorn zojuist heeft verteld en daar de eerste reactie op geven. De heer Oortgiesen, u zegt van, laten we zorgen dat we tijdig ontwikkelen. Die zou ik eigenlijk willen beantwoorden door aan te geven dat we op dit moment met echt heel veel grote uitbreidingslocaties aan de slag zijn. En daar hebben we jullie als raad ook in het verleden al over geïnformeerd. Daar zullen we u op korte termijn nogmaals over informeren, schriftelijk, ook wat dat betekent qua aantallen, hoe dat er allemaal uitziet. En dan noem ik even de voorbeelden. En dat zijn inderdaad de voorbeelden die we ook in de omgevingsvisie hebben staan.

Dat zijn wel de locaties waar de eerste prioritering, de fasering en de eerste voorkeur naar uitgaat. En dan praten we inderdaad over het ‘t Slath, de Griseeweg, Zuukerenk in Vaassen, of in Epe. Sorry. Dan hebben we Kerkenland in Vaassen, die nu ontwikkeld wordt. En we hebben ook Oosterhof Zuid natuurlijk reeds vastgesteld. Er loopt al heel erg veel. We zijn heel erg druk. Maar u moet zich ook wel beseffen... U zegt van, maximale plancapaciteit. En ik zou eigenlijk dat woordje plan er even willen uithalen, maximale capaciteit. Wij hebben binnen de Organisatie natuurlijk... Het kost veel tijd, het kost veel ambtelijke capaciteit om al deze plannen voor te bereiden. We kunnen niet met een zeven-, acht-, negen- â tiental woningbouwprojecten, die parallel laten lopen. Er is de keuze gemaakt om nu gas te geven, om meters te gaan maken op die locaties die ik heb aangegeven. En daar zitten we op dit moment echt vol mee. Daar zijn we echt heel erg druk 23

mee. Maar u zegt bouwen, bouwen, bouwen. En dat is een uitspraak die mij persoonlijk natuurlijk wel past, want dat is absoluut heel belangrijk. En we zullen moeten zorgen dat het vraag-aanbod aspect, dat dat weer wat meer naar elkaar toe gaat groeien. Daar zijn we echt heel erg druk mee bezig, met die locaties die ik ook zojuist noemde. Nieuwe initiatieven. Heeft het überhaupt wel zin om naar de gemeente toe te gaan? Ja, want we hebben ook heel veel locaties met u als raad, zeker afgelopen jaar, vastgesteld. En dan praten we wel voornamelijk over transformatielocaties en inbreidingslocaties. Dat ben ik met u eens. Uitbreidingslocaties, dan gaan we het bruggetje bijna maken naar de motie die er ligt. Maar wij hebben al, boven op die uitbreidingslocaties die in de omgevingsvisie staan, een aantal grotere projecten vastgesteld met u als raad. We hebben het over de Hema-locatie gehad. We hebben de verklaring van geen bedenkingen gehad rondom de Boslocatie. Om die even te noemen. De Wetstraat in Vaassen. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar wij zijn daar echt wel druk mee bezig om zorg te dragen dat echt die woningvoorraad bij ons in de gemeente die impuls krijgt die nodig is en die ook in lijn ligt met het bod wat wij binnen de regio aan het Rijk gedaan hebben van 1 .789 netto toe te voegen woningen. Ik maakte al bijna het bruggetje.

En ik wil nu het bruggetje helemaal maken naar de motie vreemd. Hele sympathieke motie. En ik vat hem even op als een oproep om echt naar de bedoeling te gaan kijken. Echt het procesmatige. Vandaar dat ik ook de inbreng van de heer Oortgiesen en de inbreng van mevrouw Doorn even lostrek. Wat wel zo is, laten we het dan niet alleen over woningbouw hebben, maar over al die opgaven die wij hebben in die best wel schaarse ruimte in deze gemeente, die daar een plek moeten gaan krijgen. En die ruimte is schaars. Ik zie hem ook niet alleen als zijnde woningbouw. Maar wat ik wel heel lastig vind in de motie, is eigenlijk één punt. En dat is het feit... En gelukkig is er net in de raad al een discussie over geweest. Wat ik heel lastig vind, is dat hij toegespitst is op één casus. En ik wil eigenlijk vanuit deze kant, vanuit het college wel aangeven dat de motie... Hij is sympathiek. Ik begrijp wat u bedoelt. En als u als meerderheid van de raad zegt, dit is wat wij willen, volgens mij is hij zelfs door een meerderheid al ingediend, dat zal waarschijnlijk, dan is dat inderdaad de lijn die u aan het college meegeeft om daarmee aan de slag te gaan. Maar om hem goed uit te kunnen voeren wil ik eigenlijk die casus een soort van vergeten, tussen aanhalingstekens. Want echt puur alleen die casus... En u noemt hem als voorbeeld. Maar ik vat hem misschien even ietsje zwaarder op.

Op het moment dat we dit vaststellen... Hij wordt wel heel specifiek benoemd. U geeft namelijk ook aan van, ga daar opnieuw mee in gesprek. Dat willen we uiteraard op het moment dat de initiatiefnemer zich weer meldt. Volgens de juiste koninklijke route, zoals dat voor elke initiatiefnemer geldt. En ik kom zo meteen ook eventjes op de vier oproepen die u doet. En ik wacht heel eventjes. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Oortgiesen, CDA. De heer Oortgiesen: Dank u voor de beantwoording. Ik begrijp eigenlijk in het antwoord op mijn vraag, of in ieder geval de inbreng die ik eerst gedaan heb van, dat je eigenlijk zegt, uitbreidingsiocaties doen we niet meer. Is dat scherp? En dan zegt u vervolgens, en die andere is een uitbreidingsvraag. Doen we hem om die reden niet. Het zou kunnen dat dat zo geïnterpreteerd moet worden, maar dit zijn wel precies het soort termen waar het om gaat. Ik ben eigenlijk nog wel even benieuwd hoe ik dit moet uitleggen. De voorzitter: De heer Kerkmans. De heer Kerkmans: De heer Oortgiesen is mij wat voor. Als u me mijn betoog laat afmaken, misschien dat u daarna nog een aanvulling heeft. Want die komt zo meteen in de rest van het betoog terug, denk ik.

Wat het mooie, of mooie maar wat het positieve en het sympathieke aan de motie is, is dat dit eigenlijk soort tussenvariant is richting de gebiedsgerichte uitwerkingsplannen, die wij zullen gaan opstellen. Dat zijn de uitwerkingsplannen rondom de omgevingsvisie. Daar heeft u als raad de 24

richting aangegeven. Dat is een koersdocument. En binnen die richtingen zijn wij daarmee nu aan de slag aan het gaan om naar de gebiedsgerichte uitwerkingsplannen te gaan. Maar dat is wel een meerjarentraject. Die zullen we echt niet over twee maanden bij u aanbieden. Dat gaat echt wel een jaar of twee drie misschien wel vier duren, voordat we dat echt daadwerkelijk concreet per gebied uitgewerkt hebben. Vandaar dat ik zeg, dit is een mooie tussenvariant. Op het moment dat we die gebiedsgerichte uitwerkingsplannen hebben, dan volgt eigenlijk hetgeen wat u vraagt in de motie. Dan gaan we heel duidelijk aangeven wat we in het ene gebied wel willen en ook zeker wat we daar niet willen. En voor het andere gebied kunnen dat weer hele andere zaken zijn. En dan komen we weer terug bij al die opgaven die moeten gaan landen, in die schaarse ruimte van deze gemeente. Want het liefst hebben we twee keer de oppervlakte van deze gemeente, en misschien zelfs nog wel meer, om hetgeen wat we allemaal moeten ook daadwerkelijk mogelijk te maken. En dan kom ik inderdaad bij het stukje waar de heer Oortgiesen net de interruptie over deed. En fijn dat ik eerst mijn betoog daarvoor kan afmaken, want dan zit er een mooie opbouw in. We hebben inderdaad die prioriteit en de fasering en de voorkeur voor die locaties die in die omgevingsvisie staan.

Dat zijn de uitbreidingslocaties waar we in eerste instantie mee aan de slag gaan. En daar zijn we ook mee gestart, wat ik net aangaf. Die richting is door u als raad meegegeven. Echter, als ik nu de motie zie, die roept op om meer in de mogelijkheden te gaan denken. Maar daar zullen we uiteraard ook al onze andere beleidsdocumenten bij gebruiken, al onze andere kaders die wij binnen deze gemeente met u als raad hebben vastgesteld. Dat betekent niet alleen de woonagenda, maar daarnaast hebben we nog heel veel andere documenten waar het ook allemaal aan zal moeten voldoen. En dat is misschien ook wel een vraag terug. Als u stelt van, college ga daar meer mee aan de slag, dat wil ik wel meegeven, dan is dat wel een andere koers dan dat deze gemeente jaren gevaren heeft. En ook een andere koers dan dat toentertijd in de richting... Of in ieder geval eigenlijk in de omgevingsvisie, de koers die daarin is ingesteld. En u bent als raad de baas. Dat betekent dat u altijd daarin ons de opdracht mag geven om van koers te veranderen. Maar het is, en dat wil ik wel meegeven, wel echt een andere koers dan dat hier in deze gemeente altijd gevaren is rondom de inrichting van onze ruimte. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Oortgiesen, CDA. De heer Oortgiesen: Dank u. Ik ben wel een beetje getriggerd door uw woorden, een andere koers. Enerzijds hebben we een visie.

En dat geeft onduidelijkheid. Mensen denken, wij kunnen dingen wel doen. En eigenlijk zegt u, als we het zouden doen, dat is een andere koers. Dat betekent dat eigenlijk de onduidelijkheid alleen maar groeit. En we hopen eigenlijk juist naar meer duidelijkheid. Dat mensen zeggen zoiets van, met een uitbreidingsplan hoef ik niet meer aan te komen. Dat zou duidelijk kunnen zijn. Maar dat is het niet. Mensen denken, er is blijkbaar wel ruimte. Die is er dan toch weer niet. En daar moeten we van af. Waar gaan we heen met een andere koers? Dat is denk ik toch wel goed, want het definiëren van die koers is wel heel wezenlijk en in het vervolg kunnen we als raar nog gaan kijken of we het ermee eens zijn. De voorzitter: U krijgt ook een interruptie van de heer Van der Baan, GroenLinks. De heer Van der Baan: In feite, de omgevingsvisie geeft een richting aan. In die omgevingsvisie staat dat er bestemmingsplannen zijn en eventueel veranderd kunnen worden. Eén van de dingen is, en dan ga ik toch weer op die casus in, dat dat stukje daar een groen gebied is wat nu nog landbouwbestemming heeft. Maar ik vind, daar hecht ik heel veel waarde aan. In feite, die interpretatie is hartstikke duidelijk. En ik snap niet waar eigenlijk de hele motie nog over gaat, want die interpretatie kun je alle kanten mee op, blijkbaar.

25

De voorzitter: Ik denk dat mevrouw Doorn daarop wil interrumperen, maar dat wordt een interruptie op de interruptie. Gaat uw gang. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. Het feit dat dat specifieke stuk land specifiek is aangewezen als zijnde, daar mag niet gebouwd worden, is niet correct. Dat staat niet in de omgevingsvisie. Ik weet niet waar u dat op baseert, maar dat staat er niet. En het feit dat in de omgevingsvisie wordt aangegeven, ik ga het nog een keer erbij pakken, zodat ik het niet verkeerd zeg, voor de hand liggende locaties worden genoemd. Dan zijn dat voor de hand liggende locaties. En daar wordt ook al aan gewerkt, zoals de wethouder net zegt. En daarom sluit ik me eigenlijk een beetje aan bij mijnheer Oortgiesen. Die andere koers volg ik dan niet, want dit staat er al. Dit zijn voor de hand liggende visies. En er wordt niks anders uitgesloten. U zegt dat er nu wel wat uitgesloten zou worden of juist niet? Ik ben er nog niet helemaal uit. Sorry. De voorzitter: Voordat ik het woord teruggeef aan de wethouder, namens het college, merk ik als uw voorzitter op dat het hier een beetje een ingewikkeld spel wordt van interpretatie op interpretatie.

En u zou er ook over kunnen denken om de opdracht aan het college te geven om eventjes nog maar eens kijken om te beschrijven hoe in de omgevingsplannen en de nieuwe Omgevingswet met meer mogelijkheden gekeken kan worden naar de omgevingsvisie. Als dat stuk er ligt, dan is het misschien toch makkelijker om dat debat met elkaar te voeren. Want wat we niet moeten hebben, is dat aan het eind van de avond iedereen met een eigen interpretatie van de interpretatie van de interpretatie naar huis gaat. Dat denk ik dat echt niemand mee geholpen heeft. Maar dat geef ik eventjes als overweging mee. Maar misschien dat de heer Kerkmans, namens het college, nog wat zinnigs kan opmerken over uw vragen. De heer Kerkmans: Ik zeg volgens mij altijd zinnige dingen, voorzitter. Tenminste, dat hoop ik toch. En anders hoor ik dat ook vanzelf wel. Laat ik hem maar niet zo opvatten. Het ging even een beetje van links naar rechts. Ik ben even aan het terughalen welke interruptie waar we mee starten, want ik was hem eventjes kwijt. Laat ik hem eventjes terughalen gewoon puur naar het proces en hoe wij als college ernaar kijken. Nogmaals, we hebben inderdaad... Het is een interpretatie. We hebben voorkeurslocaties aangegeven. Dat betekent dat we daar nu mee aan de slag gaan. Daar verwachten we een groot deel van onze opgave mee in te vullen. En daarbovenop zullen nog een aantal kleinere plannen komen.

En dan haak ik een beetje aan op de plannen waar we het al over gehad hebben. Inderdaad, de transformatielocaties of een aantal inbreidingslocaties. Er zit een interpretatieverschil in. En ik merk, naarmate we nu de motie aan het behandelen zijn ten opzichte van toen ik hemzelf las, waarbij ik eigenlijk even los van punt drie wat er staat, want dat heb ik al aangegeven dat die puur op een bepaalde casus is toegespitst, zoiets had van, daar kunnen we echt wel mee aan de slag. Alleen wat ik lastig vind, is dat ik wel namens het college hetgeen wil uitvoeren waar u als raad mij toe oproept. En ik merk dat er nu ook binnen de indieners van de motie verwarring begint te ontstaan over wat precies de bedoeling is. Ik ben hem nu ook kwijt. Naar mijn idee was het de bedoeling om hem... De voorzitter: Uw punt is duidelijk, volgens mij. En er komen twee interrupties. Maar denkt u vooral er ook over na, over hoe we hier op een zinnige manier verder mee kunnen gaan. De heer Oortgiesen eerst en dan mevrouw Doorn. De heer Oortgiesen: Maar mijn voorstel is eigenlijk om even een kleine schorsing in te lassen. Misschien dat w even als initiatiefnemer en de wethouder bij elkaar gaan zitten om even te bespreken hoe we hier verder mee willen gaan.

26

De voorzitter: Ik kijk of mevrouw Doorn dat ook wat vindt. Ja? Hoelang denkt u... De heer Kerkmans: En de wethouder ook. De voorzitter: Maar de wethouder is slechts te gast. De heer Kerkmans: Dat is waar. De voorzitter: De heer Van der Baan, GroenLinks. De heer Van der Baan: Mag ik een ordevoorstel indienen? Dat we dit punt van de agenda afhalen en het eerst wat breder gaan bekijken. Want ik denk dat we er vanavond niet uitkomen. Ik zou eigenlijk voorstellen om een ordevoorstel in te dienen, dit verder goed uit te werken, ook in het kader... Want het heeft met het voorbeeld te maken, maar De Boskamp ligt er vlakbij. En is ook nog een gebied wat straks weer in ontwikkeling komt. Om het gewoon veel breder te gaan bekijken. Mijn voorstel is de motie terug te trekken, tijdelijk. De voorzitter: U doet een ordevoorstel. Die kunnen we in stemming brengen. Maar er was al een schorsing gevraagd. Ik denk dat dat meegenomen kan worden. En ik zeg al, volgens mij bent u met een hele zinvolle discussie bezig. Maar kan hij echt zinvol gevoerd worden op het moment dat er echt duidelijk is wat we met elkaar willen. Denkt u even na of u niet gewoon een opdracht geeft aan het college om dit nog even uit te schrijven, want volgens mij zit er niet zoveel licht in de bedoeling, maar wel in hoe we dat dan verder vorm moeten geven en dat we dan een goede discussie kunnen voeren.

U heeft vijf minuten nodig? Tien minuten? Vijf minuten. Ik schors de vergadering tot tien voor tien. Dames en heren, ik heropen de vergadering. En de schorsing was door zowel mevrouw Doorn als de heer Oortgiesen... Mevrouw Doorn wil graag het woord, om te vertellen wat er uit de schorsing gekomen is. Mevrouw Doorn, D66. Mevrouw Doorn: Dank u wel, voorzitter. We hebben met de vier indieners overleg gehad, ook samen met de wethouder, namens het college. We zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat dit nog wat meer duiding nodig heeft, en dan aan verschillende kanten. En dat dat te ver voert om dat vanavond hier te voeren. Daarmee houden we de motie op dit moment even aan. Wethouder heeft namens het college aangegeven dat hij met een schriftelijke reactie zal komen op een aantal van de vragen die hier gesteld zijn, een aantal onderwerpen die voorbij zijn gekomen, om daar zijn visie op te geven en zijn licht over te laten schijnen, samen met ambtelijke Organisatie. En afhankelijk van de antwoorden die daar uitkomen, zullen we, in ieder geval met ons vieren, beslissen hoe we daar wel of niet verder mee zullen gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan ga ik eerst even naar de wethouder om te kijken of hij deze toezegging kan doen. De heer Kerkmans: Dank, voorzitter. Die toezegging kan ik zeker doen.

En waar ik nog eventjes op terug zou willen komen, want dat merkte ik net ook even in de schorsing, misschien had ik niet het woord moeten gebruiken dat de raad van koers verandert, maar dat de werkwijze verandert intern. Iets in die trant. Woordkeuze was niet helemaal gelukkig. Als dat verkeerd opgevat is, excuses daarvoor. En die zal ik dan ook terugnemen, bij deze. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Woorden doen ertoe, heb ik begrepen vandaag. Maar het zij u vergeven. Volgens mij is het nu helemaal helder. Ik kijk even. Het ordevoorstel van de heer Van der Baan is, denk ik, van de baan. Woorden doen ertoe. 27

De heer Van der Laan: Dat wilde ik net zeggen, voorzitter. Woorden doen ertoe. De voorzitter: Dank. Dan concludeer ik dat deze aangehouden is. Feitelijk niet ingetrokken is, want zo hoort het dan feitelijk. Wordt hij wel weer opnieuw ingediend als dat nodig is. En dat er een toezegging is van het college om met een stuk te komen met een ruimere interpretatie, daarmee terug te komen. En dan kan er volgens mij een goed gesprek plaatsvinden. De heer Van der Baan nog. De heer Van der Baan: Betekent dat dan dat dit in een later stadium ook in de commissievergadering besproken wordt, of dat het weer alleen als motie vreemd ingediend wordt? Want ik denk dat dat ook belangrijk is, want dan kunnen we heel veel vragen beantwoorden of vragen stellen. En daar kunnen dan eventueel nog antwoorden op komen. De voorzitter: De bedoeling is dat het college met een stuk komt, wat bij u kan dienen tot een gesprek, in eerste instantie natuurlijk in de commissie. En daarna zal die wellicht doorgaan naar de raad of er al vanuit de raad nog een amendement komen, of sorry, een motie komen. Maar laten we gewoon dat stuk even afwachten. En dat zal u via de Agendacom missie worden aangeboden. Ik denk dat dat het meest recht doet aan datgene wat u met de raad wil, namelijk goede discussie daarover wat de interpretatie ruimte is in de omgevingsvisie. Dank. Daarmee dit punt voldoende besproken? Dank. 13.

Sluiting

De voorzitter: Dan zijn we gekomen op de sluiting. En alvorens u uit te nodigen voor een hapje en drankje in Het Landschap, en dat geldt natuurlijk ook voor de gasten, maak ik nog even van de gelegenheid gebruik om te melden dat morgen de Dag van de Democratie is. Dat een aantal mensen zich hebben opgegeven om op verschillende plekken in deze mooie gemeente ook aanwezig te zijn, samen met collegeleden. En iets lekkers om aan te bieden aan onze inwoners die langs willen komen. Ik hoop dat u, ook als u nog niet heeft opgegeven, maar u weet waar we staan, nog langs kunt komen, ook al is maar eventjes. Want ik denk dat het belangrijk is dat we ons laten zien. Dat wordt zeker gewaardeerd door de inwoners. Mocht u daar nog gelegenheid toe zien, komt u vooral op een van de locaties langs. Dank. Dan denk ik dat het tijd is voor de sluiting. Ik sluit de vergadering. Dank u wel.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 oktober 2023, De griffier,

J. Kattenberg

de voorzitter,

Horn

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13713430/1