2023-08-31 COF agendapunt 8 vraag en antwoord Consultatie gebiedsontwikkeling Zuukerenk
Tekst van het document
V r a a g u i t d e F i n a n c i ë n
c o m m i s s i e
R a a d s c o m m i s s i e A g e n d a p u n t F r a c t i e D a t u m
O m g e v i n g
e n
C O F 8 Consultatie Zuukerenk
D i v e r s e f r a c t i e s 3 1 a u g u s t u s 2 0 2 3
Vragen/Toezeggingen: Toezeggingen: - De wethouder beantwoord de vraag waar in de Omgevingsvisie staat dat landschap leidend is schriftelijk. -
De wethouder zegt toe om de raad te betrekken bij de stedenbouwkundige uitwerking van het bestemmingsplan. Of dit is bij de stedenbouwkundige uitgangspunten is of bij het stedenbouwkundigplan zelf behoeft nader overleg. De wethouder komt hierop terug.
-
Het college zal de raad informeren over hoe wordt omgegaan met de punten die vanuit de commissie zijn ingebracht. Ook komt het communicatie en participatieplan ter informatie naar de raad.
Antwoorden: 1. De zinsnede ‘Landschap is leidend’ is inderdaad niet letterlijk opgenomen in de omgevingsvisie Epe. In de omgevingsvisie wordt echter wel het grote belang van het landschap voor de gemeente Epe benadrukt. Zo wordt het landschap onder andere het kapitaal van de regio genoemd. We citeren enkele passages: - We laten ons inspireren door de rijkdom van de natuur, de kenmerken van het landschap en de eigenheid van het gebied. (blz 4) - natuur en landschap behoren tot onze kernkwaliteiten. (blz 21) - Het in stand houden en beleefbaar maken van de cultuur- en natuurlandschappen is daarom in dit gebied onze belangrijkste doelstelling. - We hebben een stevige bouwopgave voor woningen…. Landschap en bestaande natuur zijn inspiratie voor ontwikkeling. Met het oog hierop stellen wij voor de zinsnede: Landschap is leidend. Dat staat in onze Omgevingsvisie. Te wijzigen in: Natuur en landschap behoren tot onze kernkwaliteiten. Dat staat in onze Omgevingsvisie.
2
2: De wethouder stelt voor het stedenbouwkundig plan ter consultatie aan de raad voor te leggen. Met het stedenbouwkundig plan is voor de raad goed inzichtelijk hoe de verschillende aspecten zoals woningbouwprogramma, landschap, duurzaamheid, water, verkeer, openbaar gebied en overige zaken zoals benoemd in de startnotitie, en op basis van nader onderzoek naar de haalbaarheid, een plek hebben gekregen. Daarnaast kan worden toegelicht welke stedenbouwkundige uitgangspunten zijn aangehouden en op welke wijze de inbreng vanuit de participatie een plek heeft gekregen. Dit geeft de raad de mogelijkheid om hier op- en aanmerkingen op te maken die meegenomen kunnen worden in de definitieve uitwerking. 3: punten die vanuit de commissie zijn ingebracht: Participatieproces D66 vraagt aandacht voor correcte informatie, heldere uitgangspunten en randvoorwaarden voor betrokkenen voorafgaand aan de participatie. Het door de initiatiefnemers op te stellen communicatie- en participatieplan zal ter goedkeuring aan het college worden voorgelegd. Dit geeft de mogelijkheid hier nog in bij te sturen waar dat nodig wordt geacht. Het door het college goedgekeurde communicatie- en participatieplan zal ter informatie aan de raad worden verstrekt. Bestaand en nieuw beleid Meerdere fracties vragen aandacht voor beleid dat in ontwikkeling is in relatie tot dit plan.
Daarbij is met name gesproken over de nieuwe Woonagenda. Volgens de huidige planning zal de anterieure overeenkomst worden gesloten nadat de nieuwe Woonagenda is vastgesteld. Planning en betrokkenheid raad Meerdere partijen vragen aandacht voor de planning. D66 vraagt om een actualisatie en verduidelijking. CDA vraagt om een vlotte afhandeling van de achtertuinen langs het spoorbaan tracé. De planning zoals aangegeven in de startnotitie is actueel. De eerste drie onderdelen in de initiatieffase zullen plaats vinden in Q3 in plaats van Q2, maar dit heeft voor zover nu bekend, geen gevolgen voor de vervolgplanning. De achtertuinen langs het spoorbaan tracé hebben de volle aandacht en zullen zo spoedig mogelijk worden afgehandeld. De exacte uitwerking hangt echter samen met het stedenbouwkundig plan en kan pas afgehandeld worden na vaststelling van het definitieve stedenbouwkundige plan. Meerdere fracties geven aan dat er behoefte is aan een tussenstap om zo de raad te betrekken bij het vervolg. Hierbij wordt onder andere het stedenbouwkundig plan genoemd. Zie punt 2: een concept van het stedenbouwkundig plan met de daarin aangehouden kaders en uitgangspunten zal ter consultatie aan de raad worden voorgelegd. Daarin zijn ook de eerste resultaten van de haalbaarheidsonderzoeken meegenomen.